auteur

Ik wil eigenlijk graag dat jullie even kennismaken met mezelf, de schrijver en bedenker van de sites www.westhoek.net, www.dekroniekenvandewesthoek.be, www.dekronieken.com en recent nog www.geschiedenis.vlaanderen en www.kronieken.vlaanderen. Dat is niet zo evident als het lijkt. Ik moet daarvoor eigenlijk antwoorden op de persoonlijke vraag 'wie ben ik eigenlijk?' En daarmee begeef ik me wel op een redelijk intiem pad.

 

Fysiek werd ik in het jaar 2018 welgeteld tweeënzestig jaar. Ondertussen al één jaar op pensioen na een boeiende en afwisselende professionele carrière waarbij ik de kans heb gekregen (en genomen) om kennis te maken met de verkoop- en aankoopzijde van tal van commerciële sectoren; gaande van handel, nijverheid tot bouw en industrie. Innovatie, durven veranderen en durven springen in het onbekende hebben er altijd wel een stuk ingezeten. Als ik op die veertig jaar terugkijk, zie ik toch wel een meeslepende periode achter me liggen. Zoals iedereen wel eens met ups en downs, waarbij de ups het gelukkig altijd hebben gehaald.

 

Geboren in 1956, beleefde ik zorgeloze jeugdjaren in het ongerepte Zandvoorde dat pas later een onderdeel zou worden van Zonnebeke. De intensiteit, de zuiverheid en het eenvoudige leven van de sixties hebben er voor gezorgd dat ik nog altijd met een brok nostalgie terugkijk op die periode. Daarna kwam het Sint-Vincentiuscollege in Ieper, waar ik kennismaakte met de echte wereld van toen. Het was best een cultuurschok als ik dat achteraf bekijk.

 

Een fijne school was het, waar ik kennis maakte met de Vlaamse taal van Guido Gezelle, Ward Ruyslinck, Jos Vandeloo. Vooral de poëzie en het klank- en letterspel van de West-Vlaamse priester-dichter richtten een ravage aan in mijn hersencellen. Dat de Vlaamse taal zo mooi kon zijn, had ik voordien nooit kunnen bevroeden. En ik leerde Jef Geeraerts kennen met zijn stortvloed aan taal en emoties in zijn (toen nog erg gedurfde) reeks van Gangreen-boeken. De combinatie van Guido Gezelle, Jef Geeraerts samen met de verbluffende taal van dichter Pablo Neruda sloegen in als een splinterbom avant la lettre in mijn puberale geest. En later kwam daar zeker nog de geniale woordenkunst van Herman de Coninck bij. Samen hebben ze ongetwijfeld het wel en het wee van mijn taal gevormd. Een bruisende taalinventiviteit die nog altijd de motor uitmaakt van mijn kronieken en geschriften.

 

Op mijn twintig was ik al aan het werk. De vrijheid van het echte leven had het gehaald op de optie om verder te studeren. Ik ben er nooit kwaad om geweest. In 1978 ben ik getrouwd met mijn Francine en zijn we samen in Ieper gaan wonen om ons huurhuis twee jaar later in te ruilen voor een verbouwproject in het nabijgelegen Brielen. De traditionele huis- en tuinperiode zoals wij ze allemaal wel beleefd hebben. Met ondertussen de geboorte en het opgroeien van onze dochters Maj en Kim die ons op hun beurt elk twee schatten van kleinzoontjes (Gust, Jef, Tijl en Elias) hebben geschonken.

 

Op mijn veertig begon mijn creatieve geest (hoe je het ook draaide of keerde) op te borrelen. Als een kuiken dat gaten begint te prikken in de schaal van zijn cocon. De intense verkeersonveiligheid in mijn dorp en de politieke onwil om daar echt iets aan te doen stoorden mijn naïeve en primitieve geest en brachten me binnen de kortste tijd in de vuurlinie van een wel- en niettesspel rond de doortrekking van een autosnelweg. Een periode die ik achter me liet wegens zijn ontembaar karakter van eindeloze en onhaalbare beloftes in een wereld waartoe ik eigenlijk niet meer wilde behoren.

 

Het wonderlijke tijdperk van de computer had ondertussen zijn intrede gedaan in mijn leven en fascineerde me zondermeer. Een beloftevol allegaartje van taal en beeld en communicatie, zo zag ik de dorpswebsite van Brielen in mijn geest en het was op die manier dat ik brielen.be kneedde tot een dagelijks vernieuwend beeld, een miniatuur van mijn lokale gemeenschap. Tussen 2003 en 2007 zorgde ik voor duizenden van die beelden en herinneringen. Iets waar mijn dorpsgenoten van toen ongetwijfeld met weemoed aan terugdenken. Ik koester nog altijd de zowat 1500 screenshots van die periode.

 

In diezelfde periode kwam mijn eerste boek tot stand: 'De Trilogie van Brielen Sport', de lokale voetbalclub. Een terugblik op een periode van dorpsleven tussen 1938 en 2008 en vooral een kennismaking met het Iepers stadsarchief. Ook op mijn website begon de lokale geschiedenis mij meer en meer bij mijn nekvel te grijpen. Het zoeken naar bronnen, het opbouwen van dossiers, het absorberen van nieuwe kennis bleek toch wel echt mijn ding te zijn. Alles kwam samen met een aantal engagementen in het dorpsleven die mij zelfs leidden tot het voorzitterschap van datzelfde Brielen Sport. Om me dan achteraf terug af te stoten als echt niets voor mij en mijn vermoedelijk te geprononceerd einzelganger karakter.

 

Of was het de roep van de geschiedenis? Rond 2010 is mijn avontuur van www.westhoek.net begonnen als één grote schuchtere stap in het onbekende. Eerst nog onder een pseudoniem omdat ik er voor mezelf helemaal niet uit was of dit ooit iets ging worden. Afgaan als een gieter kon ook tot de mogelijkheden behoren. Een teletijdmachine met geschiedenisverhalen uit onze Westhoek en een reconstructie van ons verleden is nu eenmaal niet zoiets als het verzamelen van postzegels of een andere doordeweekse hobby. Maar het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan mag.

 

Ik had het snel door. 'Dit is passie, dit wil ik doen voor de rest van mijn leven'. De intimiteit van oude boeken en antieke geschriften, de sereniteit van al deze archieven bracht me helemaal tot rust. Hier kon ik mijn creativiteit kwijt. Taal, beeld en inspiratie in combinatie met mijn karakter dat ik niet zomaar over bewandelde paden wilde stappen, maar mijn eigen weg wilde zoeken. En dat mijn nieuw project wonderwel in de lijn lag van wat ik zo graag deed bij brielen.be.

 

Zo begon het. Een teletijdmachine met maar enkele hoofdstukken had natuurlijk geen zicht, maar gaandeweg begon het wel wat op iets te lijken en kwamen de eerste bezoekers er verwonderd op af. Mijn passie had ook andere gevolgen. Ik ging op zoek naar meer rust en intimiteit om mijn ding te doen. Weg van de drukte en het gewoel en de dagelijkse sleur. Een appartement met een schitterend schrijfhoekje met een enig zicht op de Ieperse Sint-Pieterskerk was een stek waar een mens alleen maar kon van dromen en die inderdaad mijn nieuwe thuis werd. Een hergeboorte die kon tellen.

 

Jullie kennen de rest van het verhaal. De website begon uit zijn voegen te barsten en er kwam die vraag waarom ik mijn werk niet in boekvorm kon gieten. Het is een hele zoektocht geweest om dat te realiseren. Anno 2017 kijk ik nu al terug op een reeks van zes boeken die ik uitgeef onder de noemer van 'De Kronieken van de Westhoek'. Via de website www.dekronieken.com staat alle info rond deze boeken ter beschikking.

 

Onderweg heb ik geleerd dat schrijven een ambacht is, een stiel waarvan je de finesse stukje bij beetje leert kennen. Taal als mode, sensueel Vlaams, onstuimig, prikkelend, hartstochtelijk en gedreven. Met deze driften stap ik in oude grijze boeken. Teksten van honderden jaren oud breng ik tot leven. Ik bezorg getaande en verweerde kronieken een nieuwe jeugd, de eelt en de puberteit van het Vlaams verleden openen zich als jonge twijgen in de lente. De levenssappen van de geschiedenis gutsen er uit als verse bronnen en brengen verfrissende inzichten in onze fascinerende geschiedenis. De historie van de Westhoek op mijn manier en met mijn eigen zintuigen beschreven. Ik heb het trouwens uitgebreid over mijn aanpak in mijn conceptpagina hier op www.westhoek.net.

 

Ja. En van het ene komt het andere. Zoveel heemkundigen en geschiedschrijvers hebben hun sporen nagelaten. Ik maak een diepe buiging voor ieder van hen. De bibliotheken en de archieven kunnen ervan getuigen. Helaas vooral onzichtbaar vanwege het gespecialiseerd karakter ervan. Ik vond het spijtig dat zoveel van die juweeltjes van herinneringen onbekend en onbemind terrein gebleven zijn. Ook ikzelf kampte met het probleem van ondergesneeuwde geschiedenis in de lawine van nieuwe verhalen. En dat allemaal terwijl iedereen staat te popelen om vertelsels te horen over onze geschiedenis.

 

Zo is www.dekroniekenvandewesthoek.be tot stand gekomen. Ik ga er naar hartenlust grasduinen in mijn eigen werk maar ook in andere teksten. Met vergeten taal, geschiedenis, dialect, volksverhalen, heemkunde, bijgeloof en vergeten histories, schrijf ik als het ware een dagelijkse krant van het verleden. De onderwerpen zijn eindeloos maar perfect schattig voor ieder die zijn hart verpand heeft aan zijn geboortegrond.

 

2018 was best een belangrijk jaar voor me. In het voorjaar verscheen deel 7 van mijn 'Kronieken van de Westhoek' en sinds kort is ook mijn achtste deel in de boekhandel te koop. Nummer acht heeft me een intens jaar van schrijven bezorgd. Mijn 'Dagboek van Augustijn' is een complete herwerking van een bundel kronieken die tussen 1562 en 1595 neergeschreven werden door de Ieperse poorter Augustijn van Hernighem. Van zijn zeer gedetailleerde maar monotone geschriften heb ik een warm, persoonlijk en emotioneel geheel gemaakt. Precies daarom is het boek zo geweldig. Het lijkt er echt wel op dat de lezer rondloopt in eigen stad en streek, maar dan wel tijdens de beeldenstorm en de godsdienstoorlogen van meer dan 400 jaar geleden. Ik heb het zelden meegemaakt dat ik het zelf moeilijk had om afscheid te nemen van mijn hoofdpersonage, hier dus van Augustijn van Hernighem. Dat heeft alles te maken met de wetenschap dat ik zowat een jaar in zijn ziel heb gewoond. Die grote verbondenheid blijf je voelen in elk van de 736 pagina's. Daarom wordt het ook zo moeilijk om ooit de ziel en de kwaliteit van 'Dagboek van Augustijn' te overtreffen. Ik ben dan ook ongelooflijk trots op de bezielde tekst die ik aan mijn lezers kan aanbieden. 'Dagboek van Augustijn' is naar mijn gevoel het beste boek dat de voorbije dertig jaar verschenen is over de geschiedenis van stad Ieper. Wie mij kent weet dat ik geen opschepper ben, maar ik ben gewoon zielsgelukkig met wat ik hier gerealiseerd heb. Voor wat mij betreft is 'Dagboek van Augustijn' een echt 'meesterwerk'! Ik kreeg vorige week een heerlijk compliment van een lezeres uit Kortemark. Een reactie die me heel veel plezier deed. Ik geef even haar reactie integraal weer: 'Vol bewondering voor uw geduld om die oude teksten uit te pluizen en in heerlijk leesbaar Nederlands opnieuw te laten leven. En om het dan zomaar online aan te bieden om het te laten lezen! U moet wel heel veel van geschiedenis houden, en dan vooral van de mensen die ooit geleefd hebben, om dit vol te houden. En u moet veel geven om de mensen in deze tijd om het ze zomaar gratis aan te bieden. Bedankt! Ik ga er weer even voor zitten… '

 

Als dat geen leuke reactie is. Met het jaar 2019 op komst ben ik momenteel op vier verschillende werven aan het werk. Drie ervan zijn mijn toekomstige delen 9,10 en 11. De eerste is een herwerking van 'De Schone Histories' van Ieper, een handschrift op naam van Ieperling Lodewijk Boeteman. Nummer twee heeft als voorlopige werktitel 'Kroniek van Brugge' en handelt over de geschiedenis van Brugge in de context van de graven van Vlaanderen. Aan nummer drie ben ik pas begonnen en dat wordt best een serieuze kluif. Drie Franse boeken uit 1641, geschreven door een zekere historicus de Mézeray hebben het over de Franken voor het jaar 500. Ik ben al altijd gebiologeerd geweest over de haast onbekende geschiedenisperiode die begon met het verdwijnen van de Romeinse bezetting, een tijdperk waarin de meeste steden en parochies het levenslicht zagen. En natuurlijk is er ook nog mijn dagelijkse inlassing in mijn blog www.dekroniekenvandewesthoek.be. Ik vind het reuze dat mijn geschiedeniscapriolen van langs om meer bijval vinden bij het groot publiek. Voor het leukste overzicht van al mijn werk kan de lezers altijd terecht bij www.geschiedenis.vlaanderen.

 

Ieper, 3 december 2018

Ivan Vanherpe