P1572100

Mag ik je Augustijn van Hernighem voorstellen? De man is Ieperling. Een voorname en goed opgeleide burger die zijn bestaan beleeft tussen 1540 en 1617. Van zijn geboortedatum ben ik niet zeker. Het enige wat ik over de man weet is dat hij in 1565 trouwt en dat hij tijdens zijn leven in goed contact staat met de Ieperse notabelen van die tijd. De man ontpopt zich tot een eersteklas kroniekschrijver. Samen met hem beleven we de godsdienstoorlogen die Vlaanderen en de Westhoek tientallen jaren lang op hun kop zetten. De geloofscrisis hebben jullie al kunnen meemaken vanuit Poperinge, Elverdinge, Brugge en Gent. Vreemd genoeg is Ieper daar niet zo sterk aan bod gekomen. Voldoende reden dus om een expeditie te wagen in de handschriften van mijn hoofdpersonage. Historicus Ferdinand Van de Putte heeft al eerder zijn handschriften getransformeerd tot twee historische boeken met de naam 'Nederlandsche Historie' welke de periode tussen 1572 en 1591 met scherpe precisie beschrijven. Knap werk. Spijtig dat Van de Putte een bok vanjewelste schiet door de naam van de schrijver te verkrachten tot 'van Hermelghem', waardoor Augustijn de rest van de geschiedenis zal moeten verder zetten met een kwakkelnaam. Ikzelf ga hem voortaan tutoyeren en enigszins familiair aanspreken met zijn prachtige voornaam 'Augustijn'.

 

Er is nog een tweede 'maar' bij dat werk van Ferdinand Van de Putte. Waar zijn Augustijns handschriften tussen 1562 en 1572 gebleven? Op het internet wordt er algemeen beweerd dat deze manuscripten spijtig genoeg verloren gegaan zijn. In het rijksarchief te Kortrijk kan ik gelukkig de hand leggen op deze schat. Met dank aan het fonds Goethals-Vercruysse. En precies op het moment dat ik me voorneem om zelf de teksten te gaan ontcijferen, blijkt het stadsarchief van Ieper dan toch een uitgetypt exemplaar te herbergen.

 

Het boekje dateert van 1978 en werd uitgegeven door de 'Vereniging voor de geschiedenis van het Belgisch protestantisme'. Best aardig dat de katholieke Van de Putte nu concurrentie krijgt van zijn protestantse tegenhangers. Zo hoor ik het ook eens van een ander. Het werkje heet 'Eerste bouck van de Beschryfvinghe van alle Gheschiedesse 1562-1572'. Ik ben verrukt dat ik de getuigenissen van Augustijn op zijn minst kan aanvangen van bij het begin. Het eigenlijk manuscript draagt een langere titel die ik voor de volledigheid toch nog eens wil meegeven aan mijn lezers.

 

'Zeker beschryfvinghe van alle waerachtige zaken geschiedt ende ghebuert binnen der stede van Ypere en lande van Vlaendere, Brabant, Henegauwe, Arthoys, Hollant, Zeelant, Vrieslant ende somma meer andere landen ende conynckrijcken'. Een titel om 'u' tegen te zeggen. Gelukkig pakt van Hernighem uit met een goed gevonden subtitel: 'Den Tydt die Lydt', zeg maar; 'De tijd die lijdt'. Wauw, dat is wat anders dan zijn eerste gedrocht. Ik probeer van mijn kant zijn oorspronkelijke oude taal zo goed als mogelijk om te toveren tot een leesbare en actuele Vlaamse tekst.

 

Om dat te doen ga ik zelf een beetje stout zijn. Ik geef Augustijn van Hernighem enkele flarden van mijn eigen karakter mee. Zijn verwondering, sarcasme en humor zijn eigenlijk die van mezelf. Ik kruip dus in de huid van de vroegere Ieperling. Als ik commentaar te geven heb bij de gebeurtenissen zal dat dus moeten gebeuren uit de mond (de pen) van Augustijn zelf, de enige ik-persoon in de kroniek. Hier en daar probeer ik de schrijver wat aan te vullen met extra informatie. Hopelijk nemen jullie het me niet kwalijk dat ik af en toe wat extra kleur geef met complementaire sfeerbeelden van klimaat, persoons- en stadsbeschrijvingen die op geen enkel moment afbreuk doen aan de historische waarheid van zijn geschriften. Ik hoop dat zijn oude herinneringen na al die honderden jaren weer eens echt tot leven zullen komen. Hier gaan we!

 

-

 

Begin oktober 1562 krijgt Boeschepe plots te maken met een valse predikant die op het kerkhof een preek afsteekt over een nieuw geloof. Het duurt niet lang voor ik dat nieuws verneem in de Ieperse straten. Het moest er van komen. Wat die Duitse goeroe Luther al veel jaren uitkraamt over het christelijk geloof met zijn uitlaten om het eeuwig leven te verdienen doet ook de ogen openen van de mensen in de Westhoek. Terwijl de mensen met moeite de eindjes aan elkaar kunnen knopen tijdens hun armetierig bestaan blijven de priesters de bevolking bestoken met kerkelijke tienden en laten ze de man in de straat dik betalen voor het celebreren van welk sacrament dan ook.

 

Enfin 'zeggen ze toch'. Ikzelf ben een brave christelijke mens en geloof geen snars van al dat nieuw geloof. Er is maar één God waar ik in geloof. Ik ben zo opgevoed. Hoe is het toch mogelijk dat ze zich hier in de Westhoek laten vangen aan Luthers baarlijke nonsens? Hoe kan je nu tornen aan de kerk en het geloof? De boodschap van de protestanten is al enkele tientallen jaren geleden binnen gesijpeld. Maar nu wordt het toch wel menens. Vreemd genoeg in een plaatsje zoals Boeschepe. De naam van die valse predikant daar is Gelein Damman. De dorpspastoor ziet dat natuurlijk niet graag gebeuren en probeert Damman en zijn gezelschap weg te jagen. Iets waar hij niet zal in slagen. Er is op de begraafplaats van Boeschepe bijzonder veel volk bijeengekomen. Nogal wat mannen zijn in het bezit van wapens en samen zorgen ze ervoor dat hun predikant in alle veiligheid de menigte kan toespreken.

 

Het parket in Ieper wordt op de hoogte gesteld en grijpt kort nadien in. Enfin, ik heb het over de procureur-generaal van het hof te Ieper. Een samenscholing met gewapend volk én dan nog gericht tegen onze moeder de kerk. Dat kan zeker niet door de beugel. Waar komt dat volk toch allemaal vandaan? Er moeten zeker Ieperlingen bij geweest zijn. Op de grote markt wordt een plakkaat opgehangen waarbij het streng verboden wordt om de stad te verlaten om dergelijke sermoenen te gaan bijwonen. Laat staan gewapend dan nog. Wie dat toch doet riskeert dat zijn eigendommen zullen worden aangeslagen en verbeurd zullen worden verklaard. Nog voor eind oktober worden nogal wat inwoners hier opgepakt en in de gevangenis gestopt op verdenking van deelname aan het evenement in Boeschepe.

 

De 11de november verspreidt het gerucht zich als een lopend vuur. Drie van de deelnemers aan de preek zijn ter dood veroordeeld en zullen onthoofd worden. 'De hals af geslagen'. En inderdaad. De volgende voormiddag komt de procureur-generaal met twee raadheren tot bij het kasselrijhuis om de drie slachtoffers op te halen. Kesstiaen Schapshooft, Mahieu van Peperstraeten en Pieter Pollet worden naar de grote markt gebracht en verwezen naar het hiernamaals. Die Pollet is trouwens de smid van Reningelst. De ondervraging van de andere betichten was de voorbije week helemaal niet van de poes. Geselingen, de schandpaal. Enkele boosdoeners werden verplicht om met een kaars in de hand vergeving te vragen aan het heilig sacrament en er werden enige oproerstokers verbannen naar de galeien. Overdrijven ze hier niet wat in Ieper?

 

Tijdens de eerste juni van het jaar 1563, een dinsdag tijdens de Sinksen 'mesdagen' breekt er rond 17 uur een grote brand uit in Poperinge. Er gaan wel zevenhonderd huizen in de vlammen op. Veertien dagen eerder kregen we hier het bezoek van de graaf van Egmont. Hij naam deel aan de schieting van de gilde van Sint-Joris. Het was de heer van Houtem die de gaai afschoot en zich tot koning mocht kronen. Op de 17de juli wordt er afgeroepen dat de vreemde munten voortaan veel minder waard zullen zijn en dat is een grote tegenslag voor de spaarcenten van de mensen en voor de handel die er helemaal door ontwricht wordt. We gaan bange tijden tegemoet als je het mij vraagt.

 

Veel meer heb ik niet te noteren in mijn dagboek. Ook voor 1564 is het nieuws vrij schaars. Buiten de wetenschap dat onze bisschop op de 7de februari terugkeert van het concilie van Trente. Hopelijk heeft de paus het kunnen bijleggen met de heretiekers. Maar het is vooral de winter die al een hele tijd de hoofdrol speelt. Een streng geval gevuld met vorst. Zo een hebben we de voorbije vijftig jaar niet beleefd. De koude begint in de week voor kerstdag en tien dagen later zijn er in heel Ieper geen kelders meer waar niet alles dichtgevroren is. Het ijs is zo dik dat men er zonder problemen met paard en kar kan over rijden. De markt wordt warempel gehouden boven op het ijs, grote vergaderingen van volk, het kan allemaal. Voor de rest zorgt de winter voor heel veel armoede en gegroefde gezichten. Iedereen zit zonder werk. Er is maar één lichtpunt: het koren is gelukkig relatief goedkoop. De vorst zal aanhouden tot aan Vastenavond in het begin van februari.

 

Op 25 augustus 1564 vliegen Hans Roothaar met twee van zijn kompanen en nog een andere jongeman op de brandstapel. Veel commentaar wordt daarbij niet gegeven. Mijn buren malen er niet om. Het is erger dat er na de zomer sprake is van een prijsstijging van het graan. In het begin van september kost een razier van zowat honderd kilo al veertien pond. De 20ste september verschijnt er een hallengebod dat er geen grote bruiloften meer mogen worden gevierd. Bij een trouwfeest mogen voortaan nog maximaal vierentwintig gasten van elke zijde mee aanschuiven aan tafel. Er staat een boete op van tien stuivers voor elk paar en men verbiedt eveneens om grote vergaderingen van maaltijden of grote banketten en feesten te organiseren. Dat allemaal omwille van de schaarste en de felle prijsverhogingen. De prijs van het graan is ondertussen al opgelopen tot twintig pond.

 

Het ergste is dat er bijna geen graan is. In de Ieperse parochies moet er lotje getrokken worden wie er aan de beurt is om koren te kopen. De gelukkigen krijgen dan voor drie pond graan. En wee diegenen die zich koren willen aanschaffen als ze daarvoor geen toelating hebben. Er staat hen een fikse boete te wachten. Het is dan ook niet te verwonderen dat er overal steen en been wordt geklaagd en dat de nood erg hoog is. Het ergste is dat er feitelijk wel voldoende graan beschikbaar is, aangevoerd uit het Oostland. Maar dat zit in handen van acht beurzen in evenveel steden. Zo ook die van Rijsel. Daar hebben de inwoners geen tekort aan tarwe en gerst. Ze hebben hun voorraden ruim op tijd aangeschaft via de haven van Antwerpen en ze kunnen daar blijkbaar op dit moment nog altijd vrij vlot aan geraken.

 

De mensen zijn natuurlijk ferm ontevreden en protesteren tegen deze gang van zaken. De overheid grijpt nu toch in en verplicht de Antwerpenaars hun praktijken binnen de zes weken te laten ophouden. Maar dat verandert weinig aan de dramatische situatie in Ieper. De nood is hoog. De armoede woekert maar verder. Het gevolg van een dramatisch slechte handel, een flauwe nering en de duurte van de voedingsmiddelen. De kerken zitten vol met biddende mensen. 'God haal ons hier toch uit deze ellende'. Hoeveel keren zal God de vader deze vraag toegestuurd krijgen?

 

Mijnheer de burgemeester zit natuurlijk met de handen in het haar. Zo veel honger is niet normaal. Hij smeekt de poorters om elk voor zich vrijgevig te zijn en geld te schenken aan de armen en behoeftigen zodat ze niet dagelijks voor al de deuren zouden moeten gaan bedelen. Tijdens de aanloop naar kerstmis 1565 wordt er vijftig pond opgehaald. Wie geen werk heeft en geld tekort komt krijgt wat centen toegestopt. Als tegenprestatie moet het bedelen ophouden. Wie nog de deuren van de rijkere poorters afloopt op zoek naar medelijden zal opgepakt en gegeseld worden. Zo gaat dat hier in deze bizarre tijd. Mijn tijd. De goegemeente slaakt meer dan zomaar een zucht van verlichting als er tijdens de kerstperiode dan toch een verse lading graan uit Holland arriveert.

 

Eindelijk weer kwalitatief koren beschikbaar. De prijs is er naar. De goede tarwe is ondertussen al weer dertig percent duurder geworden. Gelukkig begint de prijs zachtjes te dalen vanaf einde maart. De vrees voor rellen blijft er bij het stadsbestuur goed inzitten. De armoede en al die roddels over dat beter geloof vormen natuurlijk een perfecte voedingsbodem om revolte te krijgen. Het wordt dus opletten geblazen met vreemdelingen die de boel hier kunnen komen verzieken en opstoken. De 29ste maart van 1566 komt er een gebod dat de burgers zelf de controle dienen uit te oefenen op wie hier allemaal binnenkomt en wat hij uitspookt.

 

Overdag dienen de diverse stadspoorten in de gaten gehouden te worden en tijdens de nacht moet er controle zijn over het bezant. Dat is de stadsgevangenis op de markt, de zogenoemde 'vangenesse' waar misdadigers moeten wachten op hun bestraffing. De naam bezant is feitelijk afgeleid van de term 'paisant'. Hier op deze plaats werkten ooit de straathoekmedewerkers, de 'paisantiers', om de vrede in de straten te behouden. Wie kwaad gedaan had werd hier tijdelijk vastgehouden in afwachting van een verzoening tussen daders en slachtoffers. Gaandeweg is deze bezant echter geëvolueerd tot een tussenstop op weg naar de vierschaar. De 'paisantiers' van vroegere dagen zijn vervangen door de knechten van de baljuw. Anno 1566 lijkt het er wel op dat de magistraten bang zijn dat de gevangen schurken wel eens door hun kompanen uit de bezant zouden kunnen bevrijd worden. Vandaar dus die extra beveiliging.

 

De Ieperlingen mogen geen logement offreren aan vreemden en als er hiertoe een vraag is, moeten ze eerst bij het bezant aankloppen met hun persoonsgegevens en met de namen van de steden waar ze vandaan komen. Wie dit bevel aan zijn laars lapt krijgt een boete van tien schellingen. Niemand begrijpt precies waarom deze maatregel er in deze moeilijke tijden komt. Na de preek in Boeschepe weet ik wel beter. Vlaanderen kweekt broeihaarden dat het geen naam heeft. Begin mei wordt mijn vermoeden bewaarheid. In Gent gaat er een algemene vergadering door van de geestelijke staat van Vlaanderen. Zeg maar de topfiguren van de Vlaamse kerk. De hertogin van Parma is er aanwezig. Samen met de graaf van Egmont, al de edelen en de bisschop van Ieper.

 

In Ieper worden de gangbare veiligheidsmaatregelen rond die dagen wat afgezwakt. Het bezant moet niet meer bewaakt worden. Aan elke stadspoort moeten er wel altijd twee bewakers staan. Dag en nacht en zonder onderbreking. De 26ste mei komen de geestelijken nog een tweede keer samen te Gent. Het lijkt er sterk op dat de clerus niet erg op zijn gemak is.

 

De 16de juni 1566 is het Sacramentsdag. En die dag blijkt precies het startsein te zijn om opnieuw te beginnen prediken over het nieuw geloof. In Rijsel, Waasten Mesen, Gent, Antwerpen komen predikanten van de lering van Calvijn op straat om er voordrachten over de nieuwe godsdienst te houden. Deze sermoenen zijn als stroop voor de vliegen. Uit alle steden, dorpen en gehuchten van Vlaanderen stroomt het volk er naartoe. Werk en arbeid zijn plots niet langer belangrijk. En dat is toch wel ergerlijk om zien. De afwezigheid van zo veel werkmensen zorgt er voor dat de neringen en de ambachten zware schade ondervinden.

 

Dat de nijverheid en het koopmanschap teloor gaan wordt met de dag zichtbaarder. Niemand wil nog geld uitgeven. In Ieper en in de andere steden van het Westkwartier houden ze de wacht om de toeloop naar de sermoenen tegen te gaan. Er is echter geen houden aan. Op heel wat plekken in de nabijheid van de stad vinden de nieuwgelovige predikanten telkens opnieuw een gretig publiek. Ook in Armentières is dat het geval. De heren van de wet weten bij God niet wat ze moeten aanvangen met dit onbekend fenomeen.

 

De priesters en de bisschoppen weten het al helemaal niet. Op 7 juli 1566 houdt de bisschop van Arras een vurig sermoen in Armentières en na de mis gaat er een schone processie rond met al de heiligen en met de sacramenten. Rond de middag wordt de katholieke ritus brutaal verstoord door een aanhang van calvinisten die her en der in de straten van het stadje beginnen te prediken en overal weer veel volk op de been brengen. Ze profiteren van hun overmacht om met geweld twee van hun medestanders uit de gevangenis te gaan bevrijden.

 

Drie dagen later verschijnt er opnieuw een hallengebod in Ieper. Het wordt nu expliciet verboden om nog te gaan luisteren naar het gezwets van dat nieuw geloof. Wie dat toch doet riskeert om opgehangen te worden met daarbij de verbeurdverklaring van zijn of haar goed. De wacht aan de stadspoorten wordt nog opgeschroefd zodat men niet zomaar kan wegtrekken uit de stad. Gelein Damman en companie blijven echter hun gif spuien tijdens hun toespraken over de paus en zijn uitlaten. In Belle en Nieuwkerke en de omgeving daar lijkt de calvinist alomtegenwoordig te zijn en blijken de dreigementen van het Ieperse magistraat weinig indruk te maken. Het volk uit Ieper blijft immers maar toestromen om Damman aan het werk te zien en vooral te horen.

 

Broeder Anthonis Algoet uit Belle, een lange slungel van nog geen vijftig kilo zwaar, houdt op 22 juli een sermoen op de marktplaats van zijn thuisstad. De man heeft zijn kap over de katholieke haag gegooid en is overgestapt naar de concurrentie. Hij wordt bij zijn missieronde vergezeld van tweehonderd gewapende mannen. Enkele dagen later duikt Anthonis op in Waasten met opnieuw een massa van toehoorders. Een deel van hen rukt op tot aan de Mesenpoort. Gewapend met zeker vijftig geweren in aanslag. Terwijl ze psalmen van David zingen. De stoet trekt door alle straten van Waasten, tot aan de markt. De bende houdt halt voor de woning van voorschepen van den Keyetten en daagt er ostentatief de lokale sterkhouder uit door het zingen van een psalm aan zijn voordeur.

 

Op enkele maanden tijd is de eerste Boescheepse hagenpreek uitgegroeid tot een heuse volksbeweging. Na Waasten komt Belle opnieuw aan de beurt. De prediking bij het lokale Sint-Anthoniusklooster wordt echter belet door de drie lokale gilden die het toestromende volk de toegang tot de stadspoorten beletten. Achteraf krijgen ze hulp van de baljuw die er zijn knechten op af stuurt. Wie hier trouwens geen werk heeft wordt opgetrommeld om de wacht te houden in Belle. De baljuwknechten zijn met tweehonderd en ze krijgen voor hun prestaties elke vier stuivers per dag.

 

De donderdag daarna is het weer prijs. Dit keer in Kemmel waar die vermetele Anthonis Algoet begint te prediken op de Dries. Met weer bijzonder veel volk van Ieper. Er is sprake van meer dan vijftienhonderd man en de kerstening van een kindje. Hier bij ons gaan de stadspoorten meer en meer dicht. Er blijven er slechts vier open. Tijdens de zondagsmissen smeken de priesters hun gelovigen om zich niet in te laten met die calvinisten, maar hun oproep lijkt vergeefse moeite te zijn.

 

Het gerucht wordt verspreid dat er nog diezelfde zondag sermoenen van drie andere predikanten zullen volgen. Het nieuws zorgt voor de nodige agitatie bij de poorters en voor verdere onrust bij de geestelijken en de wet. Veel stedelingen kiezen het zekere voor het onzekere en vertrekken met hun voornaamste eigendommen uit Ieper. Als decor voor hun preken hebben de heretiekers een weide vlakbij het clarissenklooster van Sint-Jan uitgekozen. Op geen tijd trekken de geuzen er drie preekstoelen op. Ze verwachten duidelijk heel veel volk. Sommigen voeren bier aan om te verkopen, anderen zorgen voor brood, vlees en allerhande etenswaren. De goegemeente fluistert dat de poorten dicht zullen blijven maar dat blijkt een vals gerucht. In de ochtenduren gaan de Boterpoort, de Antwerppoort en de Boezingepoort open en die krijgen de volgende uren een ongelooflijke toevloed van bezoekers te verwerken. Met daarbij heel wat gewapende mannen die er op afkomen om hun predikanten te beschermen.

 

Je moet het gezien hebben! Vanaf zes uur in de morgen krijgt onze buurstad Poperinge al te maken met een uitstroom van volk die zich op weg naar Ieper begeeft. Het is zondag en iedereen wil de Ieperse sermoenen bijwonen. Mensen van Belle en van al de omliggende plaatsen. Rond acht uur bereikt de massa mensen stilaan de Ieperse Boterpoort. Velen van hen zijn voorzien van geweren. Hun psalmen weergalmen door de straten, een diepgelovige bende. Maar waarom keren ze zich af van onze moeder de katholieke kerk? Rond negen uur noteer ik de aankomst van de predikanten. In het gezelschap van wel tweeduizend gewapende kerels die in het bezit zijn van bussen, pistoletten en andere geweren. Ze komen Ieper binnen via de Mesenpoort en wat later stappen ze zelfverzekerd door de oude poort die leidt naar het klooster van Sinte Clara.

 

Terwijl de Ieperlingen met man en macht de grote markt en de meeste poorten gesloten houden, speelt alles zich voornamelijk af buiten de feitelijke stad. De predikanten blijken met zijn twee te zijn. Broeder Anthonis en broeder Jacob, een gewezen augustijn. Die laatste is een bebaarde corpulente man met bolle wangen. Anthonis ziet er jonger en gespierder uit en heel erg zelfverzekerd. Hij trekt met zijn charisma meer volk dan zijn collega Jacob. Samen prediken ze voor een massa van wel vijfentwintigduizend mensen. Een volkse mengelmoes van doodgewone kinderen, vrouwen en mannen. Hun veiligheid wordt verzekerd door wel duizend geweren. De sermoenen duren zeker twee uur en worden gehouden op een bilk aan de zuidkant van het clarissenklooster.

 

Tussen het optreden van de calvinisten door probeert de Ieperse bisschop Rythovius krampachtig de schijn hoog te houden tijdens de gebruikelijke zondagsmissen van acht en negen uur. Hij predikt alsof zijn leven er van afhangt. Toch zijn alle ogen gericht op wat zich buiten de stadsmuren afspeelt. Na de alternatieve diensten stroomt het volk binnen in de stad. Duizenden psalmenzingende mensen overrompelen Ieper. Het lijkt er wel op dat ze in trance zijn. Opnieuw valt het op hoeveel van hen voorzien zijn van bussen, pijken, hellebaarden, pistoletten en andere geweren. Broeder Jacob verlaat de stad via de Boterpoort en broeder Anthonis gaat een mondje eten in de binnenstad. Grote honger van al zijn monologen heeft hij gekregen. Rond drie uur in de namiddag komen Jacob en zowat driehonderd van zijn gezellen door de oude poort gestapt en via een tussenstop aan de Mesenpoort verdwijnen ze dan toch uit Ieper. Ik hoor velen een zucht van opluchting slaken.

 

De volgende dag staat broeder Jacob er opnieuw. Het is amper maandag en toch alweer hoog tijd voor een volgend sermoen. Het scenario lijkt op dat van gisteren. De zomer weigert om roet in het eten te gooien. De dagen met schitterend weer rijgen zich aan elkaar. De zwoele temperaturen maken de mensen zelfverzekerd en zorgen vandaag opnieuw voor een toeloop van veel gewapend volk uit de buitengemeenten. De landmannen zullen zichzelf wel beschermen tegen de wet en de katholieke overheid. En de volgende dag komt Poperinge nu zelf aan de beurt. Weer broeder Jacob. Het is voortaan elke dag prijs. Belle, Nieuwkerke, Kemmel, Waasten en de hele omgeving. De volgende zondag spreekt Jacob in Cassel voor een ruime schare toehoorders. De menigte daar is er niet helemaal gerust in. Het gerucht loopt dat mijnheer van Moorbeke wel eens met grove middelen de manifestatie uit elkaar zou komen slaan. Maar dat gebeurt lekker niet.

 

De zelfverzekerdheid van de eenvoudige mensen groeit met de dag. In groep voelen ze zich onaantastbaar. Het duurt niet lang meer voor de eerste kwalijke symptomen van hun overmoed zich gaan manifesteren. Het aantasten van de katholieke concurrentie, het beschadigen van kapellen links en rechts. Zo bijvoorbeeld de 12de augustus. Een snikhete dinsdag. Opnieuw een sermoen, ditmaal op de markt van Belle waar traditiegetrouw veel volk opdaagt. Onder hen zeker vijfhonderd verhitte Walen en die dringen er op aan om de kerk binnen te gaan. Daar wordt uiteindelijk van afgezien, dan trekken ze maar naar het klooster van Sint-Anthonius waar ze de 'baetselier myn heeren' hopen te vinden. De abt en zijn monniken hebben de bui vermoedelijk al zien hangen en zijn het gisteren al afgetrapt richting Ieper. Hun afwezigheid frustreert de opgehitste Walen die er nu niets beter op vinden dan de deuren van het klooster open te breken.

 

Terwijl de graaf van Egmont op bezoek is in Ieper storen de indringers zich in Belle allerminst aan zijn aanwezigheid. De kerk van Sint-Anthonius moet er aan geloven. De heiligen en hun altaren worden afgesmeten en vernield. De glasramen aan diggelen gegooid. De spijzen en de miswijnen wordt opgegeten en opgedronken en alles wat ook maar enigszins breekbaar is wordt in gruzelementen gekwakt.

 

De 14de augustus speelt zich een gelijkaardig scenario af in Poperinge. Op het kerkhof houdt een zekere Bastiaan Matten er een sermoen. Achteraf blijken de lokale kerken samen met de kapel van de grauwe zusters nu kop van jut te zijn. De inboedel wordt er gebroken en vernield, het heilig sacrament wordt onteerd. Er blijft niets intact. Zoals gezegd is Egmont op dat moment al gearriveerd in Ieper na zijn doortocht in Brugge. Hij verbiedt nu uitdrukkelijk het dragen van wapens tijdens de preken. De bewoners moeten hun eigen steden van predikers vrijwaren en trouw blijven aan de koning en de hoogbaljuw. Ik vraag me af of de geest van de revolutie al niet al lang uit de fles is.

 

De volgende dag wordt mijn vrees direct bewaarheid. Op hemelvaartdag van 1566 houden de Ieperlingen de Diksmuidsepoort zo goed als gesloten. Bastiaan Matten die daags voordien al lelijk huis heeft gehouden in Poperinge is nu op komst naar Ieper. De woorden van Egmont maken niet de minste indruk op hem. Matten heeft arrogantie te koop. Je zou het hem bij het eerste zich niet toegeven. Een klein manneke van hooguit een meter zestig. Maar wat voor een aura, welke uitstraling laat hij hier toch zien. Hij dweept al heel wat jaren met zijn protestants geloof. Door zijn overtuiging moest hij ooit op de vlucht slaan naar Engeland waar hij het geschopt heeft tot een overtuigende en agressieve prediker. De veertiger heeft blijkbaar zijn Engelse episode achter zich gelaten en richt zijn vizier voortaan op de katholieke beau monde van Vlaanderen en de Westhoek.

 

Matten ziet zichzelf als een militieleider die strijdt voor zijn geloof. Hij is vergezeld van een bende gewapend volk. Ik overdrijf zeker niet als ik zijn entourage kan omschrijven als een privéleger van ontevreden calvinisten. Kwaad op de katholieken en hun vermaledijde symbolen. De kerken en kloosters werken op hen in als rode doeken op het netvlies van een stier. De godshuizen in Vlamertinge en Elverdinge krijgen als eersten de volle lading drek over zich heen. De toegang tot hun kerken wordt geforceerd en alle beelden worden er aan diggelen gegooid. Achteraf zullen ze de vernieling gaan omschrijven als een beeldenstorm, een perfecte omschrijving van hun haast onverzadigbare wraakzucht. Ook een godshuisje tussen Elverdinge en Ieper loopt zware averij op.

 

Daarna komt de kapel van de augustijnen aan de beurt, gevolgd door de kerk van Brielen, Sint-Jan en de kapel van de clarissen. De schade is er niet te overzien. In al de kerken gaat de wijn verloren. Verloren is feitelijk een verkeerde omschrijving van mijnentwege; de rebellen slobberen die natuurlijk allemaal zelf uit. De drank maakt de mannen nu nog wilder en roekelozer. Het duurt nu niet lang meer voor ze aan de stadsmuren van Ieper arriveren waar ze aandringen om binnen te mogen in het centrum. Iets wat hen natuurlijk niet toegestaan wordt. Ze zouden wel goed gek zijn om zoiets te doen! De wachters hebben daarbij geen rekening gehouden met de wetenschap dat Ieper uitpuilt van de poorters die grote sympathie koesteren voor het nieuw geloof en nu gewapenderhand de poorten voor hun calvinistische broeders openen. Het vervolg laat zich raden: ook hier ondergaan de Ieperse kerken een eerste vernielingsronde.

 

De tegenreactie van het stadsbestuur laat niet lang op zich wachten. Deze rebellie kan allerminst door de beugel. De arm der wet lacht niet met dergelijke insubordinatie. De diverse ambachten en gilden worden allemaal geconvoceerd om op de markt te verschijnen. Onder hun respectieve banieren. De ambachtslieden moeten er zich aanbieden bij hun hoofdmannen. Dertig Hondschotenaars die meegekomen zijn met predikant Matten worden gevangen genomen. De volgende nacht houden duizend mannen Ieper onder controle. Aan de vier hoeken van de stad branden er grote vuren. Het blijft nochtans de hele nacht betrekkelijk kalm. Een labiele en gevaarlijke rust. De stilte voor de storm.

 

Bij het aanbreken van de volgende morgen is het al direct pantomime. Storm. En meer dan dat. Wat bezielt de mensen toch om zo burgerlijk ongehoorzaam te zijn? De opruiende sermoenen moeten hun ogen echt wel geopend hebben. Wat er precies verteld werd kom ik niet direct te weten. Het zal wel weer deze goedverkopende zwans geweest zijn dat de katholieke priesters hun zakken vullen terwijl de mensen het zo moeilijk hebben om het hoofd boven water te houden. Goedkope retoriek natuurlijk, maar de effecten van de geuzenpropaganda zijn wel duidelijk.

 

De meeste van mijn buren en vrienden laten zich als goedwillige prooien vangen aan de opruiende taal. De belofte van een nieuwe democratie vergezeld van een diep geloof in God, maar dan wel zonder deze kerk van gulzige geestelijken. De ambachtslieden die de stad vannacht nog beveiligden, blijken vanmorgen in geen velden te bespeuren. Het lijkt er wel op dat ze de zijde hebben gekozen van de ontevreden man in de straat waar ze per slot van rekening zelf deel van uitmaken. Een groepje mensen uit Hondschote biedt zich aan om misdiensten bij te wonen in de Ieperse kerken en krijgt er warempel de toelating voor. 'With a little bit help of your friends'. Misdoen mag ik hier wel letterlijk nemen. De heiligenbeelden krijgen er weer van langs.

 

De kapel van de grauwe broeders deelt in de brokken. De burgemeester en zijn schepenen lopen haastig tot ginder, maar kunnen niet veel anders dan hulpeloos toe te kijken. Ze laten de briesende mannen hun gang gaan. Wat later worden er nog eens dertig Hondschotenaars binnengelaten, maar het zijn toch onze eigen inwoners die de grootste malheuren aanrichten. De kerk van de predikheren wordt nu bestormd en tot een bouwval herleid. De priesters en hun pracht en praal zijn de gebeten honden. Kinderen, pubers en alle soorten van gewone mensen breken de inboedel af, lopen en stormen door het heilig gebouw, vreten en zuipen wat ze vinden. De kerk van Sint-Niklaas ondergaat wat later hetzelfde lot. De doopvont wordt brutaal ondersteboven gegooid. Het groot orgel en de reeks altaren worden verbrijzeld zodat er haast niets meer intact blijft binnen in het gebouw.

 

De bisschop zal niet tevreden zijn. Want ook Sint-Maartens krijgt nu de volle lading. De ongelovige bastaarden keilen orgels, altaren, boeken, smeedwerk op de grond en vertrappelen ze met stampende en springende voeten. Vooral de oude boeken zijn kop van jut, samen met de heiligenbeelden, de zo gehate symbolen van de katholieke dwingelandij van de pauselijke kliek die er altijd maar op uit is geweest om de werkman klein te houden. Het ongenoegen zit diep bij mijn medeburgers. Zelf het altaar van Maria en haar beeltenis worden naar de verdoemenis geholpen. In mijn ontsteltenis vergeet ik haast om hen te pardonneren door zelf een Weesgegroetje te bidden.

 

Ik herken mijn eigen medeburgers niet meer. Brave lieden zijn op geen tijd veranderd in regelrechte hooligans. Varkens. Hun adoratie voor Maria en haar afbeeldingen is er een van 'scheer je weg' in de plaats van 'wees gegroet'. Ik ben ervan overtuigd dat God ons binnenkort zwaar zal straffen voor de ontheiliging van al zijn kerken en kloosters hier in Ieper. Alleen de kapel van de zwarte zusters ontsnapt aan de volkswoede. Vijftien man van de hoogbaljuw houden het klooster beveiligd zodat hier amper schade zal aangericht worden.

 

Rond tien uur komt er een oproep van de burgemeester dat alle katholieken zich een uur later naar de markt moeten begeven om de niet gebroken heiligenbeelden asap in veiligheid te brengen. De voogd vreest immers een nieuwe raid van de andersgelovigen. Die houden zich op dat moment op in de kerk van Brielen waar de geuzen de baby van Joos de Kerlis op hun eigen manier dopen. Rond de markt tekenen een deel christelijke ambachtslieden en hun respectieve hoofdmannen nu wel present. Met een klein hartje, dat wel. Kunnen ze wel opboksen tegen deze kolkende massa heretiekers? Gelukkig laten die het centrum links liggen, zodat een directe confrontatie vermeden wordt.

 

Bij het verlaten van de stad laten de heretiekers een spoor van ravages en vernielingen achter. Daarbij volgen er nog nieuwe inbraken in verscheidene kloosters en kerken. De kerk van Sint-Maartens wordt nog een keer slachtoffer van hun geweld. De heren van de wet kunnen er gelukkig twee beeldenstormers oppakken. Een andere probeert tot bij het beeld van Onze-Lieve-Vrouw bovenop de voute van de lakenhalle te geraken. Maar de boosdoener wordt na het nodig gedoe door mijnheer de voogd gevangen genomen, maar vreemd genoeg wat later weer op vrije voeten gesteld.

 

's Anderendaags is het zaterdag en dus marktdag. De bewaking aan de stadsmuren en de poorten blijft streng. Er gaan slechts vier poorten open om het volk dat naar de markt wil binnen te laten. Veel volk vandaag want de prijs van het koren stijgt sneller dan gedacht. De nietsnutten die gisteren probeerden de beelden van Sint-Maartens te vernielen, worden tot boven in de schepenkamer van de lakenhalle gebracht waar ze grondig ondervraagd worden. Er is iemand bij van Armentières. Hij zal om vier uur opgehangen worden aan de schandpaal. En dat omwille van een diefstal die hij gepleegd heeft in het huis van de celbewaarder. Dat staan tenminste toch geschreven op een biljet dat aan zijn schandpaal gespijkerd is.

 

Na een nacht waar er weer stipt gewaakt werd breekt de zondag aan. De zenuwen staan overal gespannen. Broeder Willekin van de augustijnen heeft tot mijn ontsteltenis de kant van het nieuw geloof gekozen en houdt in Elverdinge zijn eerste alternatief sermoen. Normaal gezien zal broeder Jacob in de namiddag komen spreken in Brielen en stroomt het volk er nu al toe. Maar Jacob treuzelt hier en daar wat te lang zodat hij niet tijdig ter plekke geraakt. Om te vermijden dat het volk zou vertrekken haast Willekin zich naar Brielen waar hij nog eens zijn sermoen van Elverdinge herhaalt.

 

Jacob duikt maar op rond 16u30. Hij komt van Belle, gereden op een wagen en begeleid door vijfentwintig mannen. Nog diezelfde dag wordt een rebel bij de lurven gevat. Een zekere Louis Schelewaert die direct naar het huis van de Zale geleid wordt. Ondertussen doopt broeder Jacob enkele kinderen. Of het er nu drie of vier zijn kan ik niet met zekerheid zeggen. Op maandag komt er opnieuw een bevel van mijnheer de burgemeester. In elke straat krijgt een notabele er de opdracht om zijn buren op te zoeken en hen te doen zweren om bijstand te verlenen in geval van nood. Iedereen moet zijn handtekening plaatsen op een document waarbij ze zich engageren om de koning en de stad trouw te blijven.

 

Na de middag wordt het schavot opgetrokken voor het huis van de kasselrij op de markt. Schelewaert, een jonge gast van amper twintig jaar, zal er opgehangen worden omwille van zijn aandeel in de aanval op de kerk van Voormezele. Het plaatsen van de handtekeningen door de poorters van Ieper loopt trouwens helemaal niet van een leien dakje. Ik heb het jullie al eerder verteld dat de meeste mensen in hun hart eigenlijk de kant van het nieuw geloof kiezen. Een fenomeen dat natuurlijk duidelijk wordt nu ze verplicht worden om de zijde van het establishment te kiezen. Het merendeel van de inwoners weigert om te tekenen. Wie in het begin van de dag nog getekend had en moet vaststellen dat de meesten dit achteraf weigeren, komt op zijn stappen terug en vraagt om de schrapping van zijn of haar handtekening.

 

Tijdens de nacht van maandag of dinsdag wordt de wacht gehouden door lieden die niet onder een of andere hoofdman staan. Op dinsdagmorgen verandert de beurtrol wanneer Jan Maillaert de leiding op zich neemt. Het spel van de geweigerde handtekeningen krijgt nu natuurlijk nog een staartje. Wie niet getekend heeft, moet op zijn minst zweren en beloven dat hij of zij de vreemde predikanten uit de stad zal weren. Het lijkt er echter opnieuw op dat een groot deel van de poorters daar niet mee akkoord gaat.

 

In het naburige Rijsel is de spanning eveneens te snijden. Het gaat er heel kwalijk aan toe. Er wonen daar nogal wat Ieperse families. Rond Rijsel verzamelen zich heel wat mensen. De ene tumultueuze vergadering volgt op de andere terwijl ze in de binnenstad alleen maar bang moeten afwachten op het vervolg van al deze demagogie. Het stadsbestuur zoekt zowel binnen als buiten de stad naar vrijwilligers om de poorten te bewaken, maar het spel eindigt net zoals bij ons met het binnenbreken van kerken en kloosters waar alles teniet wordt gedaan. Onder de hooligans bevinden zich nogal wat gepeupel uit Belle en Nieuwkerke. Overal waar ze verschijnen sluiten de priesters haastig de deuren van hun kerken. Alle misvieringen worden afgelast buiten diegenen die in het geheim doorgaan.

 

En op de vrijdag duikt broeder Anthonis Algoet op in Langemark waar hij met hart en ziel staat te prediken. Die namiddag verhuist hij naar Brielen om er enkele kinderen boven de doopvont te houden. De zondag die daarop volgt is het 19 augustus. Er is sprake van een nieuwe predikant die twee keer een optreden geeft. Op dinsdag en woensdag herhaalt hij dat in Zuidschote en Noordschote. In Ieper heerst er nog altijd grote nervositeit bij de geuzen. De nieuwlopers worden trouwens ook wel hugenoten genoemd. Zo worden ze in Frankrijk omschreven. Blijkbaar zijn er gesprekken aan de gang met de magistraten van Ieper. Gesprekken, feitelijk zou ik het 'eisen' mogen noemen, eisen dat bewoners voortaan niet meer zullen gestraft worden als ze sermoenen van de calvinisten wensen bij te wonen. De wet houdt zijn antwoord in beraad. De spanning loopt daardoor verder op.

 

Het blijft sowieso een wazige tijd. De 24ste augustus is een donderdag. En toch klingelen de klokken niet om aan het werk te gaan. Sommigen werken. Velen vertikken het. De meeste mensen lopen buiten de stad op weg naar Brielen waar er weer zal gepredikt worden. Om negen uur is de kerk er al gezuiverd van ongelovige symbolen en beginnen de grote klokken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk plots te luiden. Voor de eerste keer sinds hemelvaartdag. De hoogbaljuw, de voogd en de schepenen verschijnen er ostentatief om er een katholieke misdienst bij te wonen. Ondertussen wordt de wacht nog uitgebreid. De geuzen van hun kant hebben blijkbaar opgeroepen om herrie te maken. In de kerk van Sint-Maarten gaan er twee christelijke eucharistievieringen door. Eentje voor het altaar van Sint-Andries, een andere ter hoogte van het hoogkoor. De bisschop tekent er present. De opkomst van katholieken is beduidend hoog.

 

De 25ste gaan er protestantse sermoenen door in Poperinge. Pieter Hazaert neemt er het woord. Ik heb me laten vertellen dat deze Hazaert een gerespecteerde Poperingenaar is. Op zaterdag verstuurt de wet van Ieper een plakkaat naar de buitengemeenten dat niemand nog geweren mag dragen tijdens de verboden sermoenen. Wie opgepakt wordt, zal hebben en houden verliezen. Het wordt onder andere streng verboden om oproer te maken of om schade aan te richten in kerken. Het breken van beelden is taboe en wie iemand daarbij betrapt moet eigenhandig optreden om de heiligensculpturen van schade te vrijwaren.

 

Op zondag 1 september gaan de katholieke diensten door zoals gebruikelijk. De vroegmissen gevolgd door een serie misvieringen. De bisschop zorgt zelf voor een omstandig sermoen. De schaapjes dienen extra in toom gehouden te worden. En volk in de kerk, zo veel mensen hebben ze hier nog nooit gezien. Ook in Brielen worden er katholieke sermoenen gehouden, net zoals trouwens in Sint-Maartens en in Sint-Pieters. Alleen de kerk van Sint-Niklaas blijft die dag dicht. De andersgelovigen laten zich evenmin onbetuigd. Bij het klooster van de predikheren komt er veel volk opdagen om te luisteren naar een geuzenpreek. Dat is ook het geval op zondagnamiddag in Vlamertinge, de predikant daar heeft trouwens ook al een show gegeven in de voormiddag te Brielen.

 

Op 2 september zit het in de roep dat Pieter Hazaert zal komen prediken in Brielen waar veel volk op hem gaat wachten. Maar uiteindelijk komt er een andere calvinistische priester aan het woord. Hij vertelt in zijn sermoen dat de pas overleden Clays Florizoone op de nieuwe manier zal begraven worden. De dienst vindt plaats om twaalf uur en zorgt achteraf voor een grote toeloop van volk. Iedereen is benieuwd naar die nieuwe manier van begraven. Allemaal heel erg langdradig van opzet tot de burgemeester erbij komt om poolshoogte te nemen van wat er hier in Brielen allemaal aan de hand is. Die burgemeester, ook wel onze 'voogd' genoemd heet François van Houtem. Een grijze afstandelijke vijftiger met een stuurs gezicht die vaak nooit de moeite doet om zijn bakkes te openen. Nu wel.

 

'Hewel vrienden, wat heeft dit hier allemaal te betekenen?' roept hij uit tot het gezelschap bij de lijkkist. 'Wat staan jullie hier te staan, moeten jullie niet aan het werk gaan?' Van Houtem gaat verder; 'schamen jullie zich niet om al jullie beroering in de stad?' Totdat de ene of de andere de burgemeester van antwoord dient: 'ik heb evengoed het recht als gij om hier in de straten van “God den here” rond te lopen!' Waarop de voogd in een Franse colère schiet en hij al kijkt in de richting van de bende hellebaardiers van zijn politiechef Jacob de Ronsenaere. Gelukkig komt er een zekere Sael Bouve uit het publiek om de gemoederen wat te kalmeren. 'Komaan mensen, luister eens naar mijnheer de voogd'. Met de hellebaard in de hand dwingt hij de aanwezigen om het af te druipen. Blijkbaar is de predikant op dat moment zelfs nog niet eens aanwezig. Bouve en zijn mensen stappen naar het lijk en dragen het op hun schouder naar het kerkhof. Het lijk van Clays Florizoone is enkel bedekt met een slaaplaken en van een baarkleed is geen sprake. Daar wordt de afgestorvene begraven onder het zingen van psalmen en natuurlijk ook onder de aarde.

 

François van Houtem is ondertussen al vertrokken. Terug naar de markt van Ieper. Ter hoogte van herberg 'De Zwaan' komen de hoogbaljuw, eerste schepen Bulteel en griffier Coorte hem met vier of vijf van hun assistenten tegemoet. Van Houtem is nog altijd razend en dient nu formeel klacht in tegen de begrafenistoeristen. Samen stappen ze nu naar het kerkhof van Sint-Niklaas waar veel volk samengetroept staat bij het graf van Florizoone. Veel volk betekent wel duizend man, onder hen de vrouw en de kinderen van de dode man.

 

Terwijl de stoet zich aan het ontbinden is (eigenaardige omschrijving voor een begrafenisstoet trouwens) grijpt de hoogbaljuw in. 'Staat', roept hij uit. Sommigen menen het woord 'slaat' uit zijn mond te horen en roepen 'moord en slaat' als tegenreactie. De mannen lopen direct storm, duwen de vrouwen en de kinderen omver in hun haast om de respectloze notabelen hier aan te pakken. Stampen en slaan, geharrewar alom. Het komt wat verderop tot een regulier gevecht bovenop het graf van de recent begraven dochter van Germaine Bastiaens die getrouwd was met Metsee van der Backs. Na de confrontatie plegen de geuzen overleg hoe ze bij het gerecht klacht kunnen indienen tegen de agressie van hun stadsbestuur.

 

Twee dagen later, de vierde september, arriveert predikant Hazaert alsnog aan de Ieperse stadspoort. Hij wordt er de toegang geweigerd door Pieter Emeloot, maar geraakt via de Tempelpoort dan toch binnen. De naweeën van de uitbarsting op het kerkhof zijn nog altijd zichtbaar. Er wordt niet gewerkt. Staking, burgerlijke ongehoorzaamheid zeker? De mensen zijn verbolgen. 'We willen de spons gooien over de rellen tijdens de begrafenis van Clays Florizoone', laat de voogd weten, 'maar dan dienen jullie wel allemaal aan het werk te gaan.' Velen werpen op dat ze niet eens een job hebben. 'Kom maar naar het stadhuis' repliceert van Houtem, 'wie geen werk heeft mag zich komen inschrijven om te dienen onder het bevel van stadskapitein Simon Uyttenhove. Korte na de middag roffelen de trommels dat iedereen die trouw is aan de koning zich zoals afgesproken moet komen aanmelden. De bisschop doet er nog een schepje bovenop met zijn sermoen van 17 uur.

 

Op 5 september dienen er zich tweehonderd mannen aan in de lakenhalle waar ze hun eed aan de vorst en de baljuw moeten afleggen. Terwijl ze er bijeen rotten krijgen ze het gezelschap van mijnheer Vendeville en een zekere predikant Jacobus. 'Leve de geuzen', roepen die uit. De mannen weten niet goed wat ze er moeten van denken. Blij zijn ze natuurlijk wel met deze officiële verklaring van deze officiële instanties. Vendeville en Jacobus gaan achteraf logeren in 'Het Zweerd' waar ze 's avonds tijdens hun avondmaal het gezelschap krijgen van enkele heren van de wet. Het is toch wel verrassend dat er ook binnen ons stadsbestuur sympathieën bestaan voor het geloof van Luther. Deze wetenschap biedt schitterende opportuniteiten voor de calvinisten hier in onze stad.

 

Het is nog vroeg in de morgen van de 6de september als de bisschop alweer een preek geeft. Om zeven uur om precies te zijn. Terwijl de regen in bakken neerplenst blazen de geuzen verzamelen voor 'Het Zweerd' en op de markt. De nieuwgelovigen leggen een petitie voor bij Vendeville en de vier schepenen. Ze willen graag kerken en plaatsen waar ze mogen samenkomen om hun diensten te houden en om te luisteren naar de calvinistische sermoenen. 'Leve de geuzen' buldert de massa. Tot drie keer toe. Bij hun terugtocht gaat het er weer woelig aan toe. 'Wij willen ons geld', scanderen ze. De trommels roffelen ten teken dat elk van hen drie muntstukken mag gaan afhalen. Ondertussen wordt er opgeroepen om als plichtbewuste geuzen zeker aanwezig te zijn diezelfde namiddag in de kerk van Brielen. Om 14 uur. In een tot de nok gevulde kerk spelen zich 's namiddags zonderlinge zaken af waar zelfs ik het fijne niet van weet. Men doopt er in elk geval opnieuw een kind.

 

De 7de september weerklinken de trommels in de Ieperse lucht. 'Iedereen die zin heeft om te werken mag zich komen aanmelden. Men zal de werkwilligen inschrijven.' Gerechtsdienaar Jan De Visch komt de stad binnen met vier gevangenen die hij opgepakt heeft te 'Heykinen' in de buurt van Poperinge. Dat gebeurde al op de laatste dag van augustus. De sukkelaars worden nog diezelfde dag voor de vierschaar gebracht. Drie van hen belanden op de vuurstapel, de vierde zal worden geradbraakt. Het podium waar de terechtstellingen zullen doorgaan wordt alvast in gereedheid gebracht. Het schavot staat pal voor 'Het Zweerd'. Een wiel, een rad dat zal gebruikt worden om justitie te doen wacht al op de markt, bij een houten huisje en vlak voor het bezant. Kapitein Simon Uyttenhove wacht er met zijn manschappen om er de goede orde te verzekeren. Net zoals zeven gerechtsdienaars.

 

Rond die tijd biedt predikant Pieter Hazaert zich aan bij de stadspoorten. Hij begeert het om binnen de stad te komen. Om halfeen is dat, de terechtstellingen op de markt zijn nog niet eens begonnen en de wachten laten hem veiligheidshalve niet binnen. 'Maar weet je wat', vertellen ze hem, 'je kom beter terug met twintig à vijfentwintig man' en dan zullen we je binnenlaten. Ik heb er zo mijn bedenkingen bij. Hazaert haast zich naar het nabijgelegen Brielen en binnen de kortste tijd staat hij terug aan de stadspoort met twintig gewapende mannen naast zich. De poorten gaan nu wel open en de wachten laten de gasten binnen om met geweren op hun schouders te komen kijken naar de executies voor het bezant.

 

Rond twee uur in de namiddag wordt het eerste slachtoffer geradbraakt. Een jonge vent van vierentwintig. Ik heb er medelijden mee want het is triestig om zien. Daarna komen de andere drie aan de beurt. Allemaal samen in één vuur. Het houten huisje gaat met zijn menselijke inboedel in de vlammen op. De schout staat er bij en kijkt er naar. Er is trouwens bijzonder veel volk getuige van de terechtstellingen. Het is al voorbij 16u als men de vier lijken buiten de Boterpoort transporteert en aan masten ophangt. De Ieperlingen van binnen en buiten de stadspoorten mogen best eens zien waar burgerlijke ongehoorzaamheid naartoe leidt.

 

Diezelfde dag nog predikt Hazaert in Brielen. Dat is op een zaterdag en de achtste september, een zondag dus, biedt er zich al meteen een nieuwe predikant aan. Meester Robert Willent een Ieperse schoolmeester nota bene, steekt een sermoen af en dat gebeurt opnieuw in Brielen, een buitengemeente die blijkbaar erg in trek is bij de heretiekers. Bisschop Rythovius biedt vanzelfsprekend het nodige katholieke tegengewicht vanop zijn preekstoel. En twee dagen later nog maar eens een vlammende speech om zeven uur, terwijl het nu aan meester Robert Vlamen is om voor de protestanten te preken in datzelfde Brielen.

 

Het lijkt een straatje zonder einde te zijn. Woord en tegenwoord. De beste God en de beste kerk. Wie zal het zeggen? Op zaterdag 14 september is de bisschop al opnieuw aan het woord in de zevenurenmis. De graaf van Egmont is ondertussen op komst van Kortrijk. Alle mannen die onder het stedelijk bevel staan worden opgetrommeld om zich aan te bieden bij Egmont. Ze troepen samen op de markt en gaan zich vanaf 15u opstellen tussen de Klierstraat en de Houtstraat. Rond 17u30 rijdt de baljuw binnen samen met nog een viertal heren de stad buiten via de Antwerpse poort en een half uurtje later rijdt graaf Egmont met zijn gezelschap via diezelfde toegang binnen in de stad.

 

Die Egmont ziet er me geen kwade uit. Een kalende man met een prima verzorgde rosse ringbaard en heldere grijsblauwe ogen. De graaf heeft iets over zich wat ik niet echt kan definiëren. Hij straalt echt wel autoriteit uit in zijn majestueuze kledij, gezeten op een schitterende merrie. Met de sabel in aanslag. Bij zijn aankomst in de Antwerpstraat schieten zijn manschappen hun geweren af en dat scenario herhaalt zich nog eens bij de aankomst op de markt. Egmont zich gelden, dat is maar al te duidelijk. Achteraf gaat hij logeren in de woning van Jan van Rootswas.

 

Er lopen heel wat vreemde sjarels rond in de stad. Veel volk van de omgeving. Lieden van Belle, Poperinge, Armentières, Nieuwkerke en daaromtrent. Ze hebben allemaal de intentie om tot bij graaf Egmont te geraken om hem een verzoek te kunnen voorleggen. Blijkbaar geloven ze dat de graaf openstaat om hen godsdienstvrijheid te beloven. Er is opvallend veel paardenvolk in de stad. Wel vierhonderd ruiters om de rust binnen de stadsmuren te verzekeren. Natuurlijk geen paarden in de kerk op zondag maar wel bisschop Rythovius die een hele preek te berde brengt over het evangelie van de tien melaatsen. Egmont en zijn edelen tekenen present in de misviering. Het volk in de kerk deinst achteruit wanneer de graaf zijn intrede doet en zich voor het hoofdaltaar gaat plaatsen. Na de dienst volgt er een extra dienst in het hoogkoor. Pas daarna vertrekt Egmont naar de grote markt.

 

Die morgen predikt Hazaert in Brielen. Ik had niets anders verwacht. Er komt heel veel volk op af. De mensen moeten hun wapens achterlaten aan de stadspoorten en kunnen pas dan deelnemen aan de viering. In de namiddag is er nog een optreden gepland van Hazaert, opnieuw in Brielen. Nog diezelfde zondag houdt men een katholieke vroegmis in de kerk van Sint-Niklaas.

 

Maandag 16 september 1566. Er is heel wat beroering merkbaar bij de geuzen. Ze meenden grote troost te krijgen van de graaf, maar komen bedrogen uit. Beatris Steurtebier heeft het nieuws opgevangen in 'het Scaepshooft'. Rond negen uur in de morgen blazen ze verzamelen in de kerk van Brielen. Ze krijgen daar de droge mededeling dat er niet langer mag gepredikt worden in de kerken, kapellen en heilige plaatsen waar er katholieke misdiensten gehouden worden. Deze gebouwen zijn exclusief bestemd voor de katholieken. Het aantal predikanten wordt ook strikt beperkt. Maximum twee mogen ze er hebben en dan nog mensen die hier geboren zijn. Met daarnaast nog enkele andere beperkende maatregelen. Graaf Egmont is raar uit zijn pijp gekomen. De nieuwgelovigen begrijpen niets van deze onverwachte wending en druipen verstoord af. Dat kan hij toch niet menen?

 

Maar Egmont meent het heel ernstig. Nog diezelfde avond laten de geuzen aan hun achterban weten dat ze om zeven uur de volgende morgen hoe dan ook een nieuwe dienst zullen organiseren in de kerk van Brielen. Er komt op dinsdag opnieuw heel wat volk opdagen, maar de toegang tot de kerk blijft op bevel van de graaf gesloten. Er volgen nu heel wat heen en weer twistgesprekken met Egmont. Die gaat op dinsdagnamiddag samen met zijn edelen op bezoek naar het Zaalhof om er de werken die daar op dat moment worden uitgevoerd te inspecteren. Er staat ook een bezoek aan de weduwe van Pieter van Houtem op het programma. Ondertussen krijgt Egmont nu en dan brieven toegestopt. Er wordt zelfs geïnsinueerd dat er een persoonlijke brief van de koning bij zit.

 

De 18de vertrekt Egmont samen met zijn adellijke achterban naar Armentières. Ze rijden hier weg om zeven uur in de morgen. De geuzen wrijven zich in de handen. De bisschop is dan al begonnen aan de vroegmis terwijl het gepeupel zich in Brielen al opnieuw naar de kerk haast om er te gaan luisteren naar hun gebruikelijke geuzenpreek. Als de kat van huis is. Na het sermoen duiken de autoriteiten op. De hoogbaljuw, de burgemeester, de lieden van de wet, de luitenant van de graaf en nog enkele edelen. 'Jullie mogen echt niet meer preken in de katholieke kerken'. Egmonts boodschap wordt nog eens herhaald. Samen met de verordening dat de calvinisten zich moeten tevreden stellen met maar twee predikanten, mensen uit eigen streek en zeker geen vreemdelingen of buitenlandse praatjesmakers.

 

Er wordt plots gezwaaid met een eigen plek voor de andersgelovigen. Een eigen locatie om er diensten te houden, te bidden en te luisteren naar hun predikanten. Daar mogen ze hun tempel bouwen. Dat verrassend voorstel van het stadsbestuur hebben ze nog niet eerder gehoord. Hun eigen huis kunnen ze krijgen op voorwaarde dat ze er niet de draak zullen steken met de katholieken en met de christelijke leer. Praten over het evangelie is wel mogelijk. Voor de rest dienen ze de dezelfde symbolen van de katholieke kerk te hanteren. Ik veronderstel dat het hier gaat om het kruisteken. Blijkbaar valt het al bij al verstandig voorstel in niet al te goede aarde. Het 'Nee wij, nee wij' verbaast de heren van de wet in elk geval. En de predikant ter plekke in Brielen is een jongeman die nog nooit eerder gepredikt heeft.

 

De geuzen blijken inderdaad ontstemd over de voorstellen van de Ieperse voogd. Die avond blijft de Mesenpoort open staan, zij het wel met bewakers die de toegang in de gaten houden. De andere poorten zijn dicht. Aan de Mesenpoort wordt graaf Egmont om 7 uur 's avonds terug in Ieper verwacht. Op het aangekondigde tijdstip arriveert hij er effectief met in zijn zog een gezelschap van vijftig ruiters. Bij het binnentreden van Ieper stappen twee lakeien met een brandende toorts voor de graaf uit. Egmont begeeft zich direct naar zijn logement bij Jan van Rootswas.

 

De heretiekers zijn ondertussen erg benieuwd om te weten hoe een en ander verlopen is in Armentières. Hebben hun zielsgenoten daar dezelfde orders ontvangen? Graaf Egmont is niet eens een etmaal weg geweest. Hij heeft daar in elk geval een heilige mis laten opdragen. Sommigen vertellen dat Egmont er volledige vrijheid van religie heeft toegestaan en dromen nu al luidop dat dit ook hier in Ieper het geval zal worden. Het roddelen en de wishful thinking verspreiden zich als mussen door de lucht. Rond de middag verschijnt er een plakkaat voor de lakenhalle. Iedereen moet ter plekke blijven. Niemand mag weg, niet te voet en zeker niet te paard. Bevel van het hof. Op het gevaar af van opgehangen te worden. De boodschap is vermoedelijk gericht aan de militairen en de soldaten in de stad. Burgerij en ambachtslieden moeten in elk geval stevig achter de koning blijven staan en erop toezien dat de geuzen geen mensen gaan ronselen om oproer te stichten. Opvallend toch hoe er meer en meer paardenvolk binnenkomt in de binnenstad. Allemaal benden van de graaf.

 

Rond de middag blazen de geuzen verzamelen in Brielen. Er wordt gezwaaid met een document van graaf Egmont. Hij geeft nu plots toch de toelating om vier predikanten te houden samen met nog enkele andere toegevingen. In ruil hebben ze hem deze voormiddag beloofd om geen verdere onrust meer te veroorzaken. Veel geuzen in Brielen zijn het daar absoluut niet mee eens. Hier alleen al honderdvijftig mensen die protesteren tegen de gemaakte afspraken. Ze maken zich sterk dat de mensen op den buiten ook hun zegje moeten kunnen doen over de voorgestelde regeling met Egmont. Na heel wat gehakketak krijgen ze dan toch enkele dagen de tijd om er over na te denken. De graaf belooft om nog even in Ieper te blijven zodat de zaak helemaal kan geregeld worden.

 

De 20ste september wordt de achterban aangepord om zich te verzetten tegen de voorstellen van de graaf. De deadline wordt verschoven naar volgende maandag. In 'Het Zweerd' logeren vijf predikanten die daar stoutmoedig binnen en buiten gaan alsof ze zich er thuis voelen. Hazaert geeft zijn speech in Poperinge, in de kerk van Sint-Berten. De Ieperse bisschop pleegt rond de middag overleg met Egmont. Er zijn ondertussen al zeshonderd handtekeningen binnen, allemaal geuzen die akkoord gaan met de voorgestelde deal.

 

Om 17u komt de graaf naar buiten. Egmont en zijn edelen galopperen naar de grote markt. Ze houden stil voor de lakenhalle waar een extra gebod wordt afgeroepen. Luid en klaar want iedereen moet goed kunnen horen wat de graaf te zeggen heeft. Het is trouwens Egmont die tekst en uitleg geeft bij de nieuwe wet. Van nu af aan wordt er in geen geval nog gepredikt in kerken, kapellen en godshuizen. De calvinisten krijgen plaatsen opgelegd waar ze voortaan hun diensten mogen houden. Zeker al buiten de stadsmuren waar ze enkel op zon- en feestdagen morgen prediken. De katholieke diensten mogen niet verstoord worden en de geestelijken moeten met rust worden gelaten. Verbale en lichamelijke agressie tegenover katholieke priesters wordt absoluut niet getolereerd.

 

Egmont toont zich tevreden met het akkoord van de geuzen en biedt de nieuwgelovigen mondeling nog enkele extra toegevingen. In kleine groepje mogen ze wel degelijk de stad binnenkomen om er zieken te bezoeken en om overledenen te begraven. Zolang dat maar op kleinschalige manier gebeurt. De aanwezige geuzen hier in de stad kunnen moeilijk anders dan akkoord gaan. De militaire aanwezigheid van de troepen is nu eenmaal te groot om hier nog verder roet in het eten te gooien. De Ieperlingen hopen nu dat het gewone leven kan hervatten en dat de handel en nijverheid weer kunnen opgestart worden, iets wat toch wel heel erg nodig is in deze snel verpauperende stad.

 

Elke dag blijft echter zijn eigen verhaal naar boven brengen. Details in de geschiedenis van mijn stad. Ik weet het, niets wereldschokkend. Ik schrijf ze toch maar neer. Vandaag zijn we de eenentwintigste. De bisschop is van plan om al van in de vroege morgen een sermoen te houden, maar hij is nog niet eens tot aan zijn katheder geraakt of er wordt al een stoel bijgeplaatst. Graaf Egmont zal komen luisteren. En dat gebeurt ook zo. Rythovius is nog maar pas begonnen met zijn eerste zinnen als de graaf binnenkomt. Met al zijn edelen erbij. Of er voor hen stoelen voorzien zijn wordt er niet bij verteld. Direct na het sermoen vertrekken de gasten en keert Egmont terug naar zijn logies.

 

Het plakkaat dat gisteren werd afgeroepen hangt die morgen netjes vastgespijkerd voor de deur van lakenhalle. Iedereen van binnen en buiten de stadsmuren moet de inhoud ervan kunnen lezen en begrijpen. Het is marktdag en dat betekent een toeloop van veel volk. Voor het eerst sinds lang staan al de poorten van Ieper wagenwijd open. Tot gisteren was de toegang beperkt gebleven tot vier stadspoorten. Rond de middag wordt er een gebod gedaan dat men de bevolking van Brielen moet helpen met drank en spijs. Ik begin te begrijpen waarom de arme lieden zich hier zo massaal optrekken aan al de beloftes van het nieuw geloof. Het is waarschijnlijk het enige in hun leven om naar uit te kijken. De rest is honger en grauwe ellende. Voortaan zal er elke dag een graanmarkt moeten gehouden worden al is het maar dat er dan tenminste handelaars en vreemd volk de zaken hier wat doen draaien.

 

Rond twee uur in de namiddag komt er nog een vendel troepen binnen van de graaf. Een man of vijftig rijdt binnen via de Moutstraat, voorbij de verblijfplaats van Egmont waar er demonstratief een reeks van schoten afgevuurd wordt. De ruiters stappen door de Boterstraat en via de markt naar de Diksmuidestraat tot ze in Brielen arriveren. Daar houden ze halt en krijgen ze verse voorraden. Een uur later, zo rond drie uur, steekt de graaf zijn kop weer buiten. Egmont stapt naar de grote markt, natuurlijk weer in het gezelschap van zijn beschermende groep edelen. Het gaat richting Torhoutpoort. De graaf zit sierlijk en vastberaden in het zadel van zijn paard terwijl ze nu naar het kerkhof van Magdalena rijden. Hier in de buurt zullen de nieuwgelovigen een plek krijgen om te preken. Er volgt een eerste inspectieronde of de plaats wel voldoet aan de voorziene normen. Ik vertel er nog bij dat ook de voogd en de Ieperse schepenen (de arm der wet) deelnemen aan de visite.

 

Ook Vendeville is er bij. Die meneer is al eerder de revue gepasseerd. Zijn echte naam blijkt Adrien van Gistel te zijn, de heer van Renty en van Vendeville. Hij behoort tot de dichte entourage rond Egmont en staat bekend als notoir voorstander van de godsdienstvrijheid. Hij en andere edelen zullen dus wel hun invloed hebben laten gelden zodat de calvinisten hun eigen locaties toegewezen krijgen om er hun religie op een fatsoenlijke manier te belijden. Ik ben zeker geen voorstander van de geuzen, maar misschien is dat toch wel een verstandige strategie om de rust te doen terugkeren. Vendeville rijdt inderdaad prominent mee in de grafelijke stoet. Als steun en toeverlaat van de geuzen gaat hij nu ook nog een extra plaats voor hen inspecteren buiten de Boterpoort.

 

Een nieuwe dag, een nieuw sermoen. Zo gaat dat hier nu in mijn stad. De 22ste september vormt daar geen uitzondering op. Om acht uur staat de bisschop alweer in vol ornaat te speechen. Egmont tekent opnieuw present samen met veel volk van binnen en buiten de stad. Ondertussen predikt de alternatieve Robert Flamen op het Magdalenakerkhof. Twee vendels soldaten maken zich in de parochies van Sint-Niklaas en Sint-Jacob klaar. Enkele honderden knechten van de graaf vertrekken rond vier uur naar het huis van de graaf. Daarbij komen ze voorbij de Mesenpoort. Eén vendel stapt onder de leiding van aanvoerder Maarten de Slecken naar de markt en het ander naar de Klierstraat. Egmont laat zich eveneens zien op de markt. Van daar gaat het naar de Boterstraat waar een inspectie van de artillerie plaats vindt.

 

23 september. Om zeven uur worden de trommels beslagen. 'Drmmm, Drmmm.' De klanken trommelen echt wel 'drmmm' in de Ieperse lucht. Teken dat de soldaten zich asap moeten gaan opstellen bij hun vendels. Grote problemen tussen de burgers en de krijgslieden. Een ingreep dringt zich op. Tijdens de middag komt er een vermaning vanuit het stadhuis. De Ieperlingen die soldaten in hun huizen gelogeerd houden dienen hun gasten op een fatsoenlijke manier te behandelen. 'Zoetelijk leven met hen' staat er geschreven. Wie schade berokkent aan de mannen van de graaf zal achteraf niet moeten komen klagen als ze voor de vierschaar moeten verschijnen. Met daarbij nog een extra verwittiging dat niemand nog na de avondklok op straat mag komen als hij geen licht bij zich heeft. De boete van vijf schellingen geldt voor iedereen, burgers én soldaten.

 

Terwijl de vier gilden hun eed van trouw afleggen aan de koning en aan de stad en ook speciaal aan kapitein-generaal Frens volgt er al een direct een nieuwe verordening. Wat broedt er hier toch allemaal in Ieper? Bij rellen moet iedereen binnen blijven en die maatregel zorgt voor redelijk wat ontevredenheid bij de gilden en bij de soldaten. Om één uur vertrekt Egmont plots naar Brugge. Zijn troepen wachten hem op aan de markt om hem verder te begeleiden, ze kijken al in de richting van de Boterstraat waar de mensen in dikke rijen bijeen staan om hen uitgeleide te doen. Aan de vijfhoek van de markt houdt graaf Egmont halt terwijl zijn manschappen met hun paarden voor hem passeren om de weg naar Brugge aan te vatten. Het is al nacht en pikdonker als de ruiters binnen de stadsmuren terugkeren.

 

Op 24 september blijken er zeventig in het rood geklede ruiters gearriveerd te zijn in Voormezele. Ze brengen hier de nacht door en duiken de volgende dag in Ieper op waar de mannen extra voorraden en paarden toegewezen krijgen. Twee dagen later krijgen we alweer een nieuw gebod om de oren geslagen. Alle vreemdelingen, van welke stand of rang dan ook zullen moeten aantonen wat ze hier in de Westhoek aan het uitrichten zijn. Wie dat niet kan, zal binnen de drie maanden het land moeten verlaten.

De 30ste september is het al opnieuw zondag. Ik leef nog altijd in het jaar 1566. Gisteren bonsden en beukten de trommels met al hun lawaai dat de knechten van Simon Uyttenhove zich op zondagmorgen om 7 uur op de markt moesten opstellen, waar ze zouden gemonsterd worden. Ik zie ze daar staan, ik schat dat er zeker honderd manschappen in de houding staan. De slaap is niet eens uit hun ogen verdwenen. Uiteraard zitten de gelovigen van de rivaliserende godsdiensten op dat vroege uur al lang allemaal te luisteren naar de preken van de bisschop en van Pieter Hazaert. Die laatste gaat zoals afgesproken door op het Magdalenakerkhof. Er volgt trouwens in de namiddag nog een extra sermoen dat druk bijgewoond wordt.

 

Zo raken we in de oktobermaand verzeild. De dagen zijn al flink wat korter geworden. Alle predikanten uit het Westkwartier, Vlaanderen en Brabant zullen worden opgeroepen voor een nationale samenkomst die zal doorgaan in Gent. Achteraf blijkt dat enigszins overdreven en is er slechts sprake van maar enkele predikanten die uitgenodigd worden. Op 3 oktober logeren er een zestal van de predikers in 'Het Zweerd'. Onder hen bevindt zich een notoire voorman van de geuzen. Herman de Struycker, alias Hermanus. Wat later vertrekt die man naar Kortrijk en van daar naar Brussel.

 

Na opnieuw een dag van wederzijdse sermoenen blijkt het nu ook te rommelen in Veurne. Terwijl ik me aan het afvragen ben of de mensen al die voordrachten en gezever over het geloof nooit eens moe geraken, sijpelt het nieuws van het Veurnse hier binnen te Ieper op 8 oktober 1566. Nogal wat geuzen wilden in Veurne binnen geraken maar werden er de toegang belet door soldaten die vanuit hun basis in Lo afgekomen waren. Ze raakten slaags met mensen van binnen en buiten de stadsmuren. Drie burgers werden doodgeschoten en velen werden gekwetst en volgens de geruchten hebben de soldaten zich dan nog flink ingehouden. Moesten ze echt gewild hebben dan zouden ze er nog veel meer hebben neergeknald.

 

De 11de oktober plaatst bisschop Rythovius nog maar eens zijn katholiek woordje. Dat gebeurt de voorbije weken telkens op woensdag en op vrijdag. Een deel Waalse soldaten te paard wordt overgeplaatst naar Lo om er de andere soldaten die nu in Veurne logeren te gaan vervangen. Hier bij ons wordt het voortaan verboden om nog schimpliederen of ballades te lezen of te zingen op de kap van de geestelijken. Wie daarop betrapt wordt zal gegeseld worden. Bij de beenhouwer in de Raapstraat hoor ik diezelfde middag het gerucht dat er momenteel grote meningsverschillen bestaan tussen de calvinisten onderling. Het gaat vooral over de zogezegde herdopers die het allemaal wat anders zien dan de gewone geuzen. Het zou vandaag tot een discussie komen hier in Ieper, maar achteraf blijkt dat hier toch om een storm in een glas water te gaan. De predikant van Calvijn predikt zoals gewoonlijk op zijn kerkhof terwijl de bisschop nog maar eens een excellent sermoen geeft. God zal content zijn.

 

Op 15 oktober worden de burgers opgeschrikt door een fameus ongeluk in de Auwerstraat. De Auwerstraat wordt hier ook wel Hangewaertstraat genoemd en bevindt zich aan de noordzijde van de markt bij het hospitaal waar de weg naar Menen start. Een jongeman is er aan het prutsen geslagen met buskruit, stampt op de rand van een mortier tot het vehikel natuurlijk in de lucht vliegt en de kerel helemaal verbrand wordt. Lelijk om zien. Met de woning vlakbij is het niet beter gesteld. Het projectiel is door het huis heen gevlogen en heeft er grote schade aangericht.

 

De 18de houden de militairen schietoefeningen in hun verblijfplaatsen. De groep onder de leiding van kapitein Karel in het klooster van Sint-Maarten, de andere bende vertrekt naar het klooster van de minderbroeders, de 'Freminueren'. Er wordt geschoten op een doel en wie naast schiet krijgt een boete aan zijn been. De inwoners krijgen de dringende vraag om morgen mee te gaan in een algemene processie. Het verzoek komt van de gouvernante van Vlaanderen, de hertogin van Parma want er moet absoluut gebeden worden voor een overwinning van de keizer op de Turken. En terwijl de mensen dan toch rondgaan kunnen ze net zo goed bidden voor de rust en de vrede hier in het binnenland. Er komt ook een vermanend 'fuck you' vingertje bij kijken: 'dat niemand enige beroerten zou maken in de processie, op zijn levende lijf!'

 

Het ziet er die dag helemaal niet goed uit voor twee jongemannen die het al te bont gemaakt hebben tijdens de vernielingsrondes van de geuzen. Een van hen behoorde tot het gezelschap dat al op de 7de september werd terechtgesteld. Ook hij eindigt op de brandstapel. De andere wordt vastgemaakt aan de schandpaal die in zeven haasten op de grote markt wordt gemonteerd. Er komt opnieuw een houten constructie, 'the ultimate home of fire', voorzien van perfect droog stro en prima sprokkelhout. Om zeven uur wordt het huisje in brand gestoken met de misdadiger er netjes in opgehangen. Zijn verkoold lijk wordt achteraf tentoongesteld als teken van kennisgeving aan zijn vrienden. Dat krijg je als je hier in Ieper het crapuul afgeeft. De macabere ceremonie speelt zich af tijdens de middag. Donderdagmiddag om precies te zijn.

 

's Anderendaags is het Sint-Lucasdag, vrijdag de 19de oktober. In mijn tijd wordt bijna elke dag opgedragen aan een katholieke heilige. Ik heb er geen flauw idee van of mijn groot- en overgrootouders dat ook nog zo zullen beleven. Vandaag zal een kerkelijke processie zich als een menselijke slang door de binnenstad wurmen. De voogd vreest voor rellen. Op de markt worden er soldaten gepositioneerd en ook in de meeste straten merk ik troepen op. De meeste stadspoorten blijven potdicht, met uitzondering van twee toegangen. En volk dat er mee stapt. Niet te geloven. Het bewijst naar mijn bescheiden mening dat veel poorters hier nog altijd diep katholiek zijn. Op het kerkhof van Magdalena wordt er om negen uur gepredikt. Na de processie houden de mannen van Simon Uyttenhove opnieuw hun schietoefeningen op doel. Rond halfvijf in de late namiddag verschijnen ze weer op de markt. Zouden er veel pagadders bijzitten die boetes opgelopen hebben?

 

Op zondag de 20ste zijn de geuzen al vroeg actief. Rond zeven uur komen ze al samen om Pieter Ouveroye te begraven. Hoewel zijn vrouw katholiek gebleven was, verkoos hijzelf om begraven te worden op het Magdalenakerkhof. Een stoet van driehonderd mensen begeleidt de overledene langs de Zuidstraat naar de markt. Zijn lijkkist wordt op de schouders gedragen, een geplogenheid bij de calvinisten. De voorschepen en de griffier hebben tevergeefs geprobeerd om de uitvaart te beletten, maar die gaat onverstoord zijn gang. Van de markt gaat het in richting van de de stadspoort.

 

Die blijkt opzettelijk gesloten. Best wel een agressieve daad voor mensen die geen kwaad in en met zich dragen. De soldaten weigeren doorgang aan de begrafenisgangers. Van fijngevoeligheid kan ik ze in elk geval niet beschuldigen. Er vallen grote woorden en het duurt een hele tijd vooraleer de poorten alsnog opgezet worden. Dat gebeurt enkel onder de dreiging van een massa gepikeerde geuzen. De verontwaardiging scheert hoge toppen. In zover dat er achteraf direct bewaarschriften en klachten afgegeven worden bij het stadsbestuur. De bisschop stoort zich geenszins aan het tumult en houdt zijn gebruikelijke preek. In Nieuwkerke wordt er een samenkomst van de wederdopers en de calvinisten gepland. Een soort studiedag moet het zijn. Beide strekkingen houden ook hier hun sermoenen. De studiedag van de wederdopers krijgt echter onverwacht rood licht van de baljuw en wordt afgeblazen.

 

De 24ste oktober 1566 houden de soldaten van het vendel van kapitein Karel opnieuw schietoefeningen. Ditmaal bij de grauwe broeders. Wie het dichtst schiet kan hier vandaag één van de drie hoenen winnen. De calvinisten hebben de voorbije week hard gewerkt aan hun schuur en vandaag beginnen ze het dak te met biezen te dekken. Hun eigen tempel begint op iets te lijken. Een kleine week later vertrekt een vendel van zeventig ruiters onder de leiding van hun kapitein naar Atrecht. Ik ben net op tijd om ze nog door de Mesenpoort te zien verdwijnen.

 

Op alle heiligendag predikt Pieter Dathen bij ons. De man was ooit een karmeliet. Op alle zielendag, een zaterdag, ik probeer een beetje orde in de dagen te houden, is het opnieuw druk op Magdalena. Twee alternatieve sermoenen. Eén in het Vlaams met Dathen in volle actie op zijn spreekstoel en een tweede sermoen in het Waals. En onze bisschop zorgt in zijn kerk natuurlijk voor het nodige katholiek tegengewicht. Zijn betoog gaat natuurlijk volledig in tegen die van de geuzen. Er kan maar één God gediend worden.

 

Het blijft nu toch wel een hele poos min of meer rustig in de stad. Tijdens de begrafenis van Pieter Overoy concentreren de roddels zich rond de figuur van Joren Asack. Die zou blijkbaar gestorven zijn. Inderdaad roddels. Asack zou na een flinke woordenwisseling een soldaat van zijn geweer beroofd hebben. Op de tweede december wordt hij rond halfnegen in de ochtend boven geleid in de lakenhalle. De sfeer in het centrum is grimmig. De vendels en de soldaten staan stuurs en in een onaangenaam aanvoelende houding op de markt. Gewapend en in vol ornaat alsof ze een statement willen plaatsen tegenover de agressie op één van hen. De handelaars zijn er niet gerust in en sluiten hun winkels. De blinden van de ramen gaan één voor één dicht.

 

Voor de lakenhalle staan de stedelijke korpsen in het gelid. Volk van Simon Uyttenhove. Ik moet trouwens helemaal niet weten van die Uyttenhove. Haakneus, vetzak, loense blik waarbij zijn linkeroog niet eens weet waar zijn rechter exemplaar naar toe kijkt. Een kleine en rosse droedel die denkt dat hij de paus speelt in Ieper en omstreken. Een gemeen ventje waar een mens beter niets mee te maken krijgt. Soit. Asack verschijnt voor de vierschaar. Achteraf wordt hij, voorzien van een strop aan de hals, naar het schavot geleid waar hij een uur lang met scherpe roeden gegeseld wordt. Tot bloedens toe. Na de geseling mag hij ophoepelen. De stakker wordt voor eeuwig en altijd uit Vlaanderen verbannen. En pas na zijn vertrek heeft justitie zijn werk afgerond. De manschappen op de markt kunnen nu beschikken en trappen het verveeld af naar hun respectieve verblijven hier in de stad.

 

Terwijl de dagen altijd maar korter worden verhogen de spanningen in de Westhoek. In de week voor zondag 15 december gaat het gerucht rond dat predikant Pieter Hazaert die zondag naar Ieper zal komen prediken in de aanwezigheid van twaalfduizend man. Simon Uyttenhove was er niet gerust in en is vorige week met een man of veertig naar Mesen vertrokken om er de bewuste Hazaert op te pakken. Blijkbaar is hij daar niet in geslaagd en deze wetenschap op zich voorziet de roddels nog van extra zuurstof. Het zou volgens mij wel eens kunnen zijn dat de geuzen verbolgen zijn omwille van de terechtstelling van enkele van hun calvinistische broeders enkele maanden geleden. Er zou inderdaad wel eens veel volk naar Ieper durven afzakken.

 

Bange verwachtingen dus. Komt die grote bende geuzen nu af zondag? Alleen de Antwerp- en de Elverdingepoort worden opengezet, elk voorzien van vijftig bewakers. Op de markt staan er honderd man opgesteld. Het vendel van commandant Del Valle bewaakt ook nog de lakenhalle en het stadhuis. Vincent de Spelman heeft 's morgens aan de poort al een ferme woordenwisseling gehad met Del Valle. Wanneer Vincent na het middagsermoen naar de markt afzakt wordt hij er opgepakt door de hoogbaljuw en de kapitein en vervolgens naar de gevangenis geleid. De kapiteins vinden de tijd rijp om zich naar de stadspoorten te reppen. Er begint inderdaad wel veel volk naar het kerkhof van Magdalena te gaan om er de preek bij te wonen.

 

Na de preek staan de soldaten in het gelid, strak voor zich uitkijkend en met hun geweren in de hoogte. Aan de stadspoorten wordt de toestand geleidelijk aan onhoudbaar voor de soldaten. Het volk blijft maar toestromen. Er is geen houden aan. Rond 15u30 verliezen enkele bewakers hun koelbloedigheid en komt er gedruis van. Een soldaat schiet zijn geweer af in de lucht en hitst met zijn lawaai enkel de woede van de geuzen op. Vreselijke toestanden. Enkele manschappen vuren in het rond in de hoop om de rust te laten terugkeren. Ze bereiken natuurlijk het omgekeerd effect. Al het volk in de stad wordt er door aangestoken. Een kwade roep die zich als een lopend vuur door de stad verspreidt. 'Ze hebben op ons en onze predikant geschoten.' Dat blijkt allemaal wat overtrokken maar toch blijken er enkele gewonden gevallen te zijn. Een geus heeft een schotwonde in zijn arm en ook enkele anderen blijken gelijkaardige verwondingen te hebben opgelopen.

 

Carlo begint op zijn trommel te slaan. 'Extra versterking gevraagd en dringend.' Dat zal de boodschap wel zijn. Terwijl de berichten van de confrontatie aan de stadspoorten al de Hondtstraat bereikt hebben gaat het van kwaad naar erger. De indringers slaan iedereen dood aan de poorten en de soldaten slaan in paniek op de vlucht voor de mensenmassa die hen op de hielen zit. Ook trommelaar Carlo haast zich om uit de greep van de geuzen te blijven. 'Vlucht naar de markt'. Als kop kan het tellen. Veel respijt krijgen de soldaten er niet. Het volk stroomt in dichte massa ernaartoe. Carlo moet zijn rapier gebruiken om zijn soldaten onder controle te houden want die willen nu blijkbaar maar één ding: hier weg geraken.

 

De markt wordt uiteindelijk gevrijwaard. Een van Carlo's mannen krijgt een dolk in de rug en wordt dodelijk gewond. De poorters zelf zijn ferm geschrokken van de impact van de toestromende buitenlieden en haasten zich naar hun huizen. 'Nieuwers best dan thuus', nergens beter dan thuis. De rust keert terug. De mensen die nu nog buiten aan de stadspoorten stonden te wachten worden na een uurtje weer toegelaten. Het gaat er plots veel rustiger aan toe nu iedereen zich in zijn huis beschermd houdt. Op 18 december komen de soldaten van Lo naar Ieper. Het is al halfnegen in de avond en stikdonker als ze op de markt voorzien worden van voorraden en munitie. De dagen die volgen blijft de Antwerpse poort gesloten. Wie langs daar binnen wil komt door het winket, een kleine toegangsdeur in de poort.

 

De rellen aan de poorten van enkele dagen geleden krijgen een vervolg op 23 december. Recht spreken in mijn tijd duurt echt niet zo lang. Jan De Visch, de officier van justitie toont geen medelijden. Ondanks het uitdrukkelijk verbod om geen rellen te veroorzaken hebben die van Hazebrouck er hun voeten aan geveegd. De galg staat al klaar op de markt voor woelmaker Vincent de Spelman die al sinds de zestiende kort zit. Hij wordt nu veroordeeld wegens zijn opruiende taal. Op het schavot wordt hij nu gegeseld door mijnheer Frennys. Met de roede tot het bloed uit zijn huid spat. Daarna wordt hij voor tien jaar uit het land van Vlaanderen verbannen. Op straffe van zijn lijf. Concreet betekent dit dat als de Spelman zich binnen deze periode hier laat opmerken hij zonder verdere tralala zal opgeknoopt worden.

 

De dag van Kerst valt er geen nieuws te rapen. De 26ste december van 1566 wordt er een bericht van de koning gepubliceerd. Lieden die zich zonder toelating opwerken tot aanvoerders van milities en al de mannen die zich hierbij als soldaten aansluiten, zullen tot de schandpaal veroordeeld worden. Hun goederen zullen worden aangeslagen. Al diegenen die zich te Valenciennes ophouden om zaken te doen en er wapens te verkopen mogen een gelijkaardige straf verwachten.

 

Op de 30ste dag van december wordt er justitie gedaan van een jonge gast die daags te voren gevangen werd genomen. De man maakte deel uit van de bende oproerzaaiers te Veurne die al eerder onder leiding van geuzenleider Jan Denys gevochten hadden in Wattrelos. Ze hadden zich daar maar net uit de voeten kunnen maken. Hoe de jongeman precies heet wordt er niet bij verteld, wel dat hij opgehangen wordt aan de galg op de grote markt. In de namiddag trekt het vendel van kapitein Carlo naar Waasten waar ze nieuwe voorraden en extra instructies krijgen. In Rijsel ziet het er op dat moment niet goed uit. Daar bevinden zich naar verluidt heel veel geuzen die van plan zijn om zich te verplaatsen naar Valenciennes. Hoe dan ook; de soldaten van Carlo keren al op de nieuwe dag, 1 januari 1567, terug naar hun garnizoensstad Ieper.

 

Op 4 januari organiseren twintig soldaten van het vendel van Carlo een raid op Vlamertinge. Het is dan al laat in de avond. Zeker tien uur. Ze lichten er een pachter uit zijn bed. Anseel Deraedt wordt opgepakt. Er wordt ijverig gezocht naar een ander individu maar die kon tijdig zijn schup afkuisen. De Vlamertingse klokken slaan alarm maar de soldaten antwoorden met het slaan van de trommels waarop de Vlamertingenaars netjes in hun woningen blijven.

 

De onrust houdt niet op. De 8ste januari staat er opnieuw een avondlijke inval op het programma van de soldaten. De helft van het vendel van commandant Del Valle gaat dit keer enkele verdachten oppakken in Elverdinge. Maar de parochianen daar staan hen met de geweren in aanslag op te wachten. De Elverdingenaars verschansen zich in hun kerk en luiden er de klokken. Een deel van de bewoners ontsnapt via de achterzijde van de kerk terwijl een tiental mannen in de toren vlucht. Lang duurt het allemaal niet. Er wordt wel een soldaat neergeschoten. De man overlijdt korte tijd daarna. Zeven burgers worden achteraf opgepakt. Onder hen hun predikant en de soldaten lopen vervolgens in en uit de woningen van het dorp waar ze veel huisraad stelen. Dat is natuurlijk gemakkelijk want de dorpelingen zijn in zeven haasten weggevlucht. Bij het krieken van de volgende morgen komen de soldaten met hun Elverdingse gevangenen binnengestapt door de stadspoorten van Ieper.

 

Nieuwkerke staat ook op het programma. Dat geuzennest moet dringend uitgezuiverd worden van radicale elementen. Rond de middag van 9 januari strijkt het vendel van kapitein Carlo er neer bij de provoost van Nieuwkerke. Op zoek naar crapuul dat malheuren heeft aangericht in de lokale kerk. Het scenario van Elverdinge herhaalt zich: die van Nieuwkerke willen hen niet zo maar binnenlaten en beschieten hen vanaf de kerk. Carlo geeft de opdracht om geweld te gebruiken, 'groote forse'. De deuren van de woningen worden ingebeukt, huisraad gestolen. Iets wat de Nieuwkerkenaars hoegenaamd niet pikken. Het vervolg kan ik natuurlijk raden. Een open oorlog waarbij er van beide zijden met scherp wordt geschoten. Gewonden en doden. Terwijl de soldaten van Carlo terugkeren naar Ieper likken die van Nieuwkerke hun wonden. Ik veronderstel dat de poging om de obscure elementen hier gevangen te nemen niet bijzonder geslaagd is.

 

Een dronken soldaat zorgt tijdens de middag van 14 januari voor de nodige tumult hier in Ieper. Hij wil met alle geweld binnenbreken in een woning dicht bij het centrum. De buren zien het allemaal gebeuren en willen de inbraak beletten. De huurling wordt bekogeld met stenen en zet het op een lopen. Wat later keert hij op zijn stappen terug. In het gezelschap van enkele spitsbroeders, maar de buren staan er nog en verjagen het viertal opnieuw. 'Alarm, alarm', roepen ze om zich heen. Het paniekerig geroep van de soldaten zorgt voor grote beroering bij de garnizoenen. Binnen het half uur staan al de vendels met man en macht op de markt te dampen van agitatie. De inwoners en de winkeliers sluiten haastig hun deuren en ramen. De rust keert gelukkig snel terug. De zatlap uit de compagnie van Carlo mag het komen uitleggen en wordt opgeleid en gevangen gezet. Rond twee uur keren de soldaten naar hun logement terug. Het voorval toont aan hoe erg de zenuwen gespannen staan bij ons. De minste vonk kan zorgen voor een explosie van geweld.

 

15 januari 1567. Simon Uyttenhove laat zijn manschappen oprukken om justitie te doen over een zekere Lambert. De man, een 'beeldensmijter' uit de eigen stadsmilitie, wordt er van beschuldigd dat hij geweld heeft toegepast bij een buitenbewoner van het Ieperse. De ladder wordt klaargezet voor het schavot. De schandpaal prijkt zoals altijd pal voor het bezant en Lambert staat er gekneveld als de pineut van dienst. Dat zal hier slecht aflopen. Tot zijn echtgenote plots krijsend en huilend tot bij Uyttenhove komt met zes van Lamberts kinderen. 'Gratie, gratie, alstublieft, vergeef mijn man voor wat hij gedaan heeft'. Simon moet medelijden hebben met zijn gezin. Op slechts enkele stappen van de ophanging verwijderd krijgt de sukkelaar zijn gratie. Zolang hij zich maar niet meer aanbiedt bij het stadsregiment.

 

De zenuwachtigheid in en rond de stad houdt Ieper in een bevreemdende wurggreep. De volgende morgen schalt het geluid van de trompetten door merg en been. De regimenten van Egmont houden grote oefeningen. Ze vertrekken in vol ornaat door de Torhoutpoort in de richting van 'Hogezieken' waar ze een defilé houden en gemonsterd worden. Achteraf keren ze terug naar het centrum.

 

Tussen die soldaten zitten niet altijd de meest fijnzinnige figuren. En dat is dan nog zwakjes uitgedrukt. Ongeletterde nietsnutten die zelf hun eigen vader en moeder zouden vermoorden, te lui zijn om te werken en uiteindelijk als huurling in dienst getreden zijn op zoek naar buit en andere malafide opportuniteiten. Twee van die mannen hebben het de voorbije dagen hier in Ieper maar al te bont gemaakt en zijn veroordeeld tot de strop. Hun collega's laten dat niet zomaar gebeuren. Aan de buitenzijde van een raam aan de lakenhalle wordt een balk gemonteerd waar de mannen zullen worden opgeknoopt. Terwijl hun officier het touw vastmaakt aan de balk gaan zijn manschappen hem plots te lijf. Mijnheer Frennes en kapitein Del Valle tonen zich woedend om dit gebrek aan discipline en omdat de executie zo vertraging oploopt. Onder druk van de massa laten ze de makkers die de officier wilden aanranden uiteindelijk lopen.

 

De ellende tussen de burgers en de soldaten houdt aan. Water en vuur zijn ze. De toestand op het platteland is ook al niet beter. De vechtjassen zorgen voor grote overlast bij de landman. Ze duiken overal op en eisen eten en drinken alsof ze de baas zijn van het pand. De legerleiding zit zelf wel verveeld met de effecten die hun manschappen veroorzaken. Ze moeten rust brengen en doen net het omgekeerde. De kapiteins van de diverse vendels en mijnheer Frennes verspreiden het bevel dat er geen enkele soldaat, zowel Vlaming als Waal, zich nog verder dan de stadspoorten mag wagen zonder de uitdrukkelijke toestemming van Frennes zelf. Wie dat bevel negeert riskeert zijn lijf en de landlieden mogen de soldaten eigenhandig vangen en aan het gerecht uitleveren. De justitie zal ze allemaal ter dood veroordelen. Het is in elk geval een bevel dat aan de ribben kleeft.

 

De 29ste januari worden de geuzenleiders ontboden op het stadhuis. Of ze de sermoenen wat vriendelijk willen houden? De vraag laat uitschijnen dat de agressiviteit van de predikanten opnieuw over de schreef aan het gaan is. De calvinisten vertrekken met de belofte dat ze daar graag eens intern over willen beraadslagen. Rond 15u30 staan alle soldaten onrustig naast hun kapiteins te wachten. Ze moeten graaf Egmont gaan ophalen. Hij is op komst van Armentières. De stoet krijgers vertrekt via de Zuidstraat tot buiten de poort. Vanuit het raam van mijn woning zie ik ze paraderen. Eerst Carlo met zijn volk. Dan de mensen van Del Valle gevolgd door de rest van de soldaten.

 

Amper een half uur later duikt Egmont al op. Centraal in een compagnie van wel honderdvijftig ruiters. Allen gezeten op lichte paarden, met rode rokken en zwaarbewapend met lansen en diverse geweren maken ze grote indruk op mezelf en mijn medeburgers hier in de stad. De graaf logeert zoals gebruikelijk in de Montstraat. De 'rode rokken' schrijden te paard verder naar de markt waar ze hun bevoorrading krijgen. Ze krijgen allemaal een soort ticket waarmee ze dan hun logement kunnen opzoeken. De troepenparade wordt vervolledigd door de eigen soldaten. De machtsontplooiing maakt best een zelfverzekerde indruk van de zijde van de wet.

 

Graaf Egmont haast zich op 30 januari tot bij enkele gevangen soldaten. Ze werden opgepakt na de verstoring die ze gemaakt hebben op de 25ste. Ze zijn met zijn vier. Drie van hen moeten opgeknoopt worden, dat beslist Egmont persoonlijk, de vierde feitelijk ook, maar de soldaten smeken hem om zijn leven te sparen. De man moet vermoedelijk een Ieperling zijn die zelf de steun krijgt van veel hoge heren hier in de stad. Voor hem ziet de graaf dan toch alles door de vingers. Enfin, hij belooft om zijn beslissing uit te stellen tot 's anderendaags. Eerst gaat hij lunchen met de bisschop en na het etentje maakt Egmont tijd voor een serie afgevaardigden die zich vanuit de Westhoek haasten om bij hem op audiëntie te komen.

 

Op de laatste dag van de januarimaand staat bisschop Rythovius al om zeven uur in zijn spreekvehikel te prediken. Net zoals elke woensdag en vrijdag. De graaf zit er bij en luistert naar wat hij te vertellen heeft om daarna zelf zijn mis te gaan bijwonen. De katholieke rite neemt behoorlijk wat tijd in beslag als ik het mag zeggen. Del Valle trommelt zijn mannen op om de opknopingen die daags voordien uitgesproken werden te helpen uitvoeren, maar de executies worden uitgesteld en zo kunnen de soldaten genieten van een vrije dag.

 

De graaf heeft andere katten te geselen. Om 9 uur laat hij her en der in de straten van de stad een gebod omroepen. De burgers moeten allemaal hun wapens inleveren. Elke poorter zonder onderscheid van stand of rang. Alle geweren en schietstokken. Rapieren en hakmessen moeten niet ingeleverd worden. Met lijfstraffen voor wie dat bevel negeert. Het moet trouwens vlug gebeuren want de burgers hebben tijd tot de volgende middag. Het bevel zorgt voor een grote samenloop van geuzen. Een noodvergadering in hun tempel om de grafelijke maatregel te bespreken. In en rond de tempel krioelt het van de geweren. Komt dit nog goed?

 

1 februari 1567. Om 9 uur wordt die vreselijke ladder weer omhoog getrokken voor het bezant. Er zullen straks twee soldaten terechtgesteld worden. Vreselijk toch. Een van de mannen van Carlo en een hellebaardier uit het vendel van kapitein Del Valle. Hun makkers smeken Egmont om hun vrienden te sparen. Bidden en pleiten, maar veel succes hebben hun smeekbeden niet. Gratie is uitgesloten. Terwijl Carlo zijn soldaat naar de markt brengt, verandert Egmont alsnog van gedacht. In plaats van opgeknoopt te worden, zullen de veroordeelden onthoofd worden. Beiden worden terug naar hun cellen geleid. Kort daarop volgt het bevel om een kar geladen met zand naar de markt te voeren.

 

Zand om de val van de afgehakte hoofden te breken en het bloed te absorberen. Berechting met het zwaard, mijn maag keert zich van misselijkheid. Enkele soldaten staan al in aanslag met een draagberrie om straks het eerste kadaver weg te voeren en ter aarde te bestellen. Van zodra de beul zijn slagen gegeven heeft, vliegen ze naar het lichaam om dit haastig naar Sint-Jacobs te dragen. En meneer Del Valle gaat vervolgens samen met de provoost naar het huis van de Zale om de andere 'patiënt' op te halen. Dat is zijn hellebaardier, een van zijn eigen mensen. Het gaat nu even 'biechtwaarts' en van daar verhuist de veroordeelde samen met een officier tot bij het bezant om daar zijn executie te ondergaan. Bij de 'crycke om er te worden onthalsd.' En de andere hellebaardiers dragen hun collega achteraf met droeve gezichten en harten gevuld met medelijden en wat weet ik nog allemaal naar het kerkhof van de predikheren. De stoet wordt begeleid door het geluid van drie trommels. In hun zog volgen nogal wat diepbedroefde soldaten met hun bussen en geweren naar de grond gericht.

 

Zondag 2 februari. 'De tweede dag van Sporkele.' Februari is de sprokkelmaand. De graaf gaat nog eens luisteren naar wat de bisschop te zeggen heeft. Nogal wat edelen volgen zijn voorbeeld. De andersgelovigen houden natuurlijk hun alternatieve dienst, de geuzenpriesters preken hun eigen waarheden. De sfeer is toch wel wat bedrukt. Er moeten vandaag nogal wat kinderen gedoopt worden. De meeste ouders vrezen voor represailles omdat alleen de katholieken mogen dopen. De geuzen mogen wel sermoenen geven maar dat is ook alles. Voor alle zekerheid worden de dooprituelen uitgesteld. Het onbehagen bij de calvinistische gezinnen is meer dan zomaar een buikgevoel. De volgende morgen kom ik eerder toevallig te weten dat er nogal wat katholieken lobbywerk verrichten om de sermoenen van de geuzen opnieuw te verbieden. Een reeks verzoeken bij de bisschop, bij de heren van de wet die deze voorstellen overmaken aan Egmont. Die belooft hen op zijn beurt om alle mogelijkheden te onderzoeken of de predicatie eventueel kan geweerd worden uit de stad.

 

In de vroege morgen vertrekt het vendel van kapitein Carlo via de Torhoutpoort naar Oudenaarde. Wat later schalt de trompet om het vertrek van graaf Egmont aan te kondigen. De 'rode rokken' bieden zich aan op de markt. Rond de middag arriveert de graaf er te voet en van daar stapt hij naar de Zuidstraat om er meneer van Hollebeke te spreken. Achteraf klimt hij op zijn paard en gaan man en merrie langzaam over de markt naar de Torhoutpoort met in hun gezelschap een stoet van veel meer paarden en edelmannen. Egmont vertrekt naar Roeselare terwijl zijn edelmannen later in de avond terugkeren naar Ieper-stad.

 

Op 7 februari moet de Ieperse predikant Theofiel voor de vierschaar verschijnen. Zijn echte naam is Karel Ryckewaert. Theofiel en Dathenus zijn in principe de enige twee predikanten die door het Iepers stadsbestuur getolereerd worden om het woord te voeren voor de hervormden. Ryckewaert en Dathen voeren hun functie enigszins officieus uit want geen van beide personen heeft zijn officiële eed al afgelegd. In de lakenhalle willen ze de puntjes op de i plaatsen, vooral omdat Ryckewaert volgens de hoogbaljuw sermoenen gehouden heeft op onbehoorlijke plaatsen en daar zaken uitgekraamd heeft die niet toegelaten zijn. Theofiel stuurt echter zijn kat.

 

Twee dagen later stelt het probleem van de niet beëdiging van Dathenus en Ryckewaert zich scherp. In de geuzenschuur aan het Magdalenakerkhof willen de geuzen er hun traditionele preken aanhoren. De schepenen stellen hun veto hiertegen. Alleen wie zijn eed aflegt mag prediken. Zolang Dathenus en Theofiel dat weigeren zullen de calvinisten op hun kin mogen kloppen. De heretiekers stellen voor dat Mahieu Loysier van Steenwerk in afwachting zou prediken en zelf de eed zou willen afleggen, maar dat wordt geweigerd door de heren van 't stad. Het wordt nu toch wel heel erg duidelijk dat de (katholieke) overheid niet met zich zal laten sollen. Op het gerucht dat de geuzen toch aan het prediken zouden geslagen zijn, rukt de hoogbaljuw onmiddellijk uit met een bende van vijftig soldaten. Daar blijkt bij aankomst niets van aan te zijn. Die zondag 9 februari wordt er inderdaad niet gepredikt.

 

Een week later begint de vastenperiode. De geuzen moeten het nog altijd stellen zonder hun sermoenen. Ze zingen dan maar psalmen alsof hun leven ervan afhangt en houden zich voor de rest netjes gedeisd. De volgende dag begint men met het teruggeven van de wapens aan de katholieke ingezetenen. Wie zijn of haar eed aflegt aan de koning, de stad en de katholieke kerk mag zijn schietalaam terughebben. De procedure sleept aan van de maandag tot de vrijdag. De schepenen laten trouwens nog weten dat de markt streng in de gaten zal worden gehouden. Daartoe aangestelde burgers en ambachtslieden moeten controle houden op de discipline. De leden van de neringen worden er op gewezen dat ze zeker ook de eed van trouw aan kerk, god en koning zullen moeten afleggen. Nogal wat ambachtslieden weigeren om in te gaan op die eis. De katholieken mogen dan wel de wetten stellen hier in de stad, maar dat betekent niet dat ze zomaar zelf moeten afstappen van hun eigen geloof.

 

De 22ste februari wordt er omgeroepen dat allen die wapens hebben naar de markt moeten komen om zich onder een hoofdman te plaatsen. Onder zijn controle en bevel moet er gewaakt worden over 'law & order'. De baljuw weet blijkbaar niet goed wat gêne of scrupules zijn. Wie vorige week de eed aflegde aan de katholieke kerk mag nu staan zwaaien met zijn wapens en de controle uitoefenen op de andersdenkende medemensen.

 

De volgende dag is het zondag. 'Crakezondag', wat dat ook mag betekenen. Op en rond de stadspoorten patrouilleren er driehonderd katholieken om de toegang tot de stad te blokkeren. Daarnaast lopen er bij elke poort nog twee Walen, acht poorters en acht Vlamingen. De hoofdmannen hebben een overschot aan wapens. Niemand mag nog de stad binnen in het bezit van pistolen, lansen, spiesen, matsen en ander mogelijk vechtgereedschap. Kort na de middag maken de wachters wel de weg vrij voor een vendel soldaten.

 

De noodtoestand houdt ook 's anderendaags verder aan. Het is behoorlijk druk aan de stadspoorten. In de geuzenschuur zingen en vergaderen de calvinisten in een zonder twijfel erg broeierige atmosfeer. Ik kan er me wel iets bij indenken. Wat moeten ze denken over de machtsontplooiing hier op de markt en binnen de stadsmuren? Tot de donderdag blijft de grote markt helemaal bezet door troepen en soldaten. Daar komt nog het vendel van kapitein Norrem uit Belle zich bij aansluiten. Van preken komt er in elk geval niets in huis.

 

De relatieve windstilte brengt me naar half maart 1567. Karel de zilversmid wordt door de vierschaar weggestuurd uit de kasselrij van Ieper. Verbannen worden uit je eigen milieu. Begin maar eens aan een nieuw leven! Ook Ieperling Platevoet mag het gaan uitleggen bij de baljuw. De 20ste maart krijgen we nog eens de doortocht van de knechten van kapitein Norrem. De volgende dag vertrekt een half vendel van kapitein Berry om er te gaan monsteren in Eversam. De noodtoestand blijft aanhouden. Vooral als bekend geraakt dat er vorige week een hele grote manifestatie van de geuzen heeft plaatsgevonden te Antwerpen. Een manifestatie die uitgelopen is op een heuse confrontatie met troepen van Brussel en van het garnizoen van Lier.

 

Opnieuw een troepenschouwing op 23 maart. Mijnheer Tamburge komt in opdracht van Egmont de monstering uitvoeren. Ook het half vendel van Berry dat momenteel in Veurne ligt moet aanwezig zijn. Er worden instructies gegeven om de 25ste naar Valenciennes te vertrekken. Als puntje bij paaltje komt zal alleen het vendel van kapitein Berry vertrekken en blijven de andere soldaten netjes in Ieper. Zeker al tot na Pasen.

 

Op de 5de april is het de zaterdag voor Beloken Pasen, de afsluiter van de paasperiode. Ik vraag me af of we nog lang zullen moeten wachten op de gebruikelijke vijgen na Pasen. Nee. Lang duurt het inderdaad niet. Er komt nog maar eens een formeel expliciet verbod voor de geuzen en voor de andere sekten om te preken. Op het levende lijf. Je mag dit laatste gerust interpreteren als een onvervalst dreigement van het katholiek establishment. Hun schuur mogen de andersgelovigen ook vergeten. De heren van de wet arriveren plotseling aan het Magdalenakerkhof waar ze de stoelen uit de ruimte halen en er de toegangsdeuren verzegelen. Achteraf zijn ze zo lomp om de zitmeubelen van de geuzen zomaar voor appelen en eieren verpatsen. Ik hoef er geen tekening bij te maken dat de geuzen allerminst opgezet zijn met deze gang van zaken.

 

Met Beloken Pasen zelf worden de zaken nog verder op de spits gedreven. Al om negen uur in de morgen breken enkele soldaten binnen in de geuzenschuur. Ze verschaffen zich via een raam toegang tot de gebedsruimte waar ze de rest van het meubilair meepakken en de preekstoel in gruzelementen slaan. Dat gebeurt allemaal buiten medeweten van hun eigen kapitein en wanneer die op de hoogte gebracht wordt van de inbraak van enkele van zijn manschappen haast hij zich ernaartoe. 'Ach laat ze maar', denkt hij in zichzelf en na zijn vertrek breken de mannen verder de ramen en de glazen uit om die wat later te gelde te kunnen maken. De rest van de inboedel wordt kort en klein geslagen.

 

Maar liefst tweehonderd soldaten vieren hun lusten bot op de geuzenschuur. Ze gaan op zoek naar wagens bij de pachters om al het hout van het gebouw op te laden om die dan achteraf binnen te voeren in de stad. De tactloze afbraak houdt heel Ieper in de ban. Een mensenzee is er getuige van hoe de fiere tempel rond vier uur tegen de vlakte gaat. Onder die mensen staan er natuurlijk ook veel geuzen. Mensen die zich aangetrokken voelden tot de eenvoud van Luthers leer. Mannen en vrouwen die nu boos en verdrietig zijn. In stilte verbijten ze hun tranen en frustraties. Een gebeurtenis om nooit te vergeten hier in Ieper; 'de geuzenschuur op 't Magdalenakerkhof gesteld werd op de zesde april op Beloken Pasen van het jaar 1567 geveld!'

 

Op 7 april halen de soldaten de rest van het hout en de stro op en voeren die daarna naar enkele plaatsen in de binnenstad. Een deel bij de schandpaal, het zal vermoedelijk wel goede brandstof zijn voor één of andere geplande vuurdood. Ook bij de herberg 'De Spiegel' en ergens in de Klierstraat wordt er materiaal naartoe gebracht. De burgers kunnen er wat extra materiaal kopen aan een billijke prijs en de mannen zijn blij dat ze een centje kunnen bijverdienen. Aan de gepijnigde zielen van de calvinisten wordt geen aandacht besteed.

 

En de geuzen zelf? Het wordt al snel duidelijk dat de niet-katholieken weg willen uit Ieper. De grond wordt te warm onder hun voeten. Hun leiders Karel Ryckewaert, Jacob Platevoet en Hans Tavernier vertrekken regelmatig op tournee. Veel andersgelovigen zoeken ondertussen al hun toevlucht in veiligere oorden. Een van die schuilplaatsen blijkt Poperinge te zijn en dat is niet erg naar de zin van de Ieperse kapitein Simon Uyttenhove. Hij trommelt enkele van zijn mannen op om in te grijpen in het Poperingse. Het blijkt dat veel Ieperlingen besloten hebben om naar Engeland te verhuizen en dat buurstad Poperinge een eerste tussenstation is in hun reis. Uyttenhove houdt er meteen grote kuis. Nogal wat vluchtenden verliezen have en goed aan zijn soldaten die zich nu natuurlijk nergens nog voor inhouden. Wie betrapt wordt met boeken over Luther en co wordt gearresteerd. Bij het vallen van de avond van de 12de april sleept de Ieperse brigade twee gevangenen met zich mee. 'We komen morgen terug om ook hier jullie schuur af te breken'. Met dit dreigement nemen ze voorlopig afscheid van Poperinge.

 

De 13de april is een zondag maar zondag of niet, de knechten storen zich daar niet aan. Al om zes uur in de morgen vertrekken ze naar Poperinge. Het vooruitzicht van buit zorgt voor de nodige haast. De geuzenschuur daar wordt helemaal afgebroken. Men vertelt dat ze de hele nacht verder gewerkt hebben aan de afbraak maar dat is niet waar want de manschappen waren netjes op tijd terug met de avondklok hier in Ieper. Terwijl de ene soldaten de schuur in Poperinge aan het afbreken zijn, amuseren hun collega's zich met het aflopen van de landelijke huizen. Zo wordt een landman aan het Wieltje in de buurt van Ieper het slachtoffer van hun grote brutaliteit. In mijn tijd noemen ze dat 'rudesse'. Twee of drie bewoners worden daarbij gedood en er blijven daarbij nog eens vier sukkelaars zwaargewond achter.

 

Op woensdag 16 april gonst het al snel van de bedrijvigheid op de Ieperse grote markt. De soldaten stromen er in groten getale toe. Allemaal voorzien van hun wapens. Provoost Jan De Visch zal justitie doen over twee soldaten en van een predikant die door de manschappen van Del Valle opgepakt werd in Elverdinge. Die soldaten zijn dit keer geen eigen mannen maar maakten deel uit van het geuzenleger van Woestenaar Jan Denys. Rond 9 uur schuiven de Ieperlingen massaal aan om toch maar niets van het schouwspel te missen. Het is al een hele tijd dat ik nog zo veel volk gezien heb op de markt. Een uur later staan de galg en het schavot in aanslag voor het huis van de kasselrij.

 

Een eerste rebel wordt opgeknoopt. De menigte soldaten kijkt schijnbaar onbewogen toe. Bijna allemaal Walen in een 'geef acht' houding en met de geweren in aanslag. De Ieperse brigade van Simon Uyttenhove kijkt bedrukt toe. De helpers van De Visch gaan na de eerste executie nu op zoek naar het volgend slachtoffer. De predikant. Zijn afscheid aan het leven gaat gepaard met het herhaaldelijk 'adieu' kussen met toeschouwers. Terwijl hij nu eindelijk toch onderaan de ladder voor het schavot belandt, worden zijn Ieperse broeders bijzonder emotioneel. De predikant is duidelijk een van hen. 'Heb vertrouwen' wordt er geroepen vanuit de menigte. Terwijl hij vastgeknoopt wordt maakt de beklaagde duidelijk aan de officier dat hij graag nog iets zou willen zeggen. Die kijkt op zijn beurt naar gerechtsdienaar De Visch. 'Mag de terdoodveroordeelde nog spreken?', vraagt hij aan zijn chef.

 

'Wel spreek dan', antwoordt De Visch enigszins tegen zijn goesting. Maar nog voor hij dat heeft uitgesproken breekt een algemeen tumult los bij de aanwezige Ieperlingen. Het volk begint in paniek weg te lopen en niemand weet precies waarom. Voelden de soldaten zich bedreigd door die massa aan sympathisanten? Het is me niet erg duidelijk. Wat ik wel weet is dat ze potverdorie beginnen te schieten op de vluchtende massa. Terwijl de trommels roffelen wordt er gemikt op mijn weerloze medebewoners.

 

Wat nu volgt is zonder meer een drama. 'Zulke jammer toch, sinds mensenheugenis nog nooit vertoond in deze stede'. Moest een mens rijk geweest zijn en eigenaar van wel duizend pond, wel dan zou hij de helft ervan afgestaan hebben om gered te kunnen worden van deze afschuwelijke toestanden. De Walen schieten er vreselijk op los. Mikken op de burgers. Wie goed te been is heeft meer kans om weg te geraken. Oude kranke lieden komen in grote moeilijkheden. Jan Lamoot krijgt een houw van zijn hellebaard in zijn hoofd geplant en sterft ter plekke. Zijn hersenen belanden op de straatstenen voor het Waverhuis.

 

Messenmaker Jacob Bouseel en Gelein in 't Maentgen worden doodgeschoten in de Hondtstraat. Op de grote markt sterft Jacob Gheraert. In de Klierstraat sneuvelt Willem de Lapper. Seghers de Barmentier wordt gedood voor zijn stal in de Aalstraat. Een gezel van Belle sterft, de zoon van Jacques de Bruyne die zo vaak als voorschepen van het huis van Belle gefunctioneerd heeft. De soldaten aan de lakenhalle vuren er maar op los. De taferelen zijn zo afgrijselijk dat ik er haast niet kan over schrijven. Ik schrijf met bloed en niet met inkt. Terwijl er zo veel bewoners gewond raken spurten en strompelen de anderen in paniek naar de veiligheid van hun huizen. En de soldaten die schieten maar verder op alles wat beweegt. Zijn ze gek geworden?

 

De dienaars van de provoost gaan ondertussen stoïcijns verder met hun terechtstellingen. De derde man raakt dus ook opgeknoopt. De grote markt is binnen enkele minuten herschapen in een surrealistisch tafereel. Doden, gewonden. De hele plaats ligt bezaaid met mantels, bonnetten, hoeden, pantoffels en schoenen en op de Botermarkt getuigen verbrijzelde rieten manden met boter, eieren en melk van de vreselijke paniek die er moet geweest zijn. De standen waar appelen werden verkocht liggen tegen de vlakte gesmakt. De ravage die de soldaten achteraf aanrichten is ronduit hallucinant. Ze beroven, plunderen en doden tal van onschuldige marktkramers. En na het schieten druipen ze weer af naar de grote markt. De mantels en de vertrappelde hoeden en de rest van het geld laten ze achteloos achter.

 

De nachtmerrie is nog altijd niet voorbij. De luitenant schuimt nu met zeker vijftig gewapende soldaten de straten af om na te gaan of er nergens geen samenkomsten van volk doorgaan. Ze vinden overal hermetisch gesloten huizen waar de mensen ongetwijfeld duizenden angsten moeten uitstaan. Het duurt zeker nog twee uur vooraleer een inventaris kan gemaakt worden van het aantal slachtoffers. Het dodentol loopt de volgende dagen verder op. Wullen Rabant viel bij de eerste gewonden. Hij kreeg de kolf van een geweer op zijn hoofd en kreeg daarna een steekwonde. Hij overlijdt de volgende dag aan zijn verwondingen. Elyas Lubaert werd neergeschoten en sterft nog dezelfde dag. Hans Witroot idem dito, die leeft nog twee dagen. Een gezel van de weegbrug wordt doorschoten en houdt het eveneens nog twee dagen vol.

 

De oude Adriaan van Dusten sterft drie dagen later aan zijn opgelopen schotwonde. En dan spreek ik nog niet eens over de slachtoffers van buiten Ieper. Landmannen en -vrouwen die hun leven verloren nadat ze neergeschoten of overreden waren. Een pak mensen vecht tegen de dood, perikelen van blessures en pijn. Bijzonder veel oudere mannen, maar eveneens jonge kerels. Zoals Geraard de Roy, geschoten in zijn been, Jacob Merghen, een hakwonde aan het hoofd. Jan van Hernighem; doodgeschoten, Jacob de Stercke overleeft het niet. Ook Jacob de Bie en Clais Prie behoren tot het macabere lijstje van wel tachtig slachtoffers. Eén week later is het dodental al opgelopen tot negentien, in de weken die volgen groeit dat aantal verder aan. Het laat me toe om op mijn eigen manier die moorddadige dag in een rijm om te zetten:

 

Op de zestiende van april, dan zag

men in Ieper ter markt een deerlijke woensdag

 

Simon Uyttenhove stijgt wat in mijn achting. Hij beschikt dus wel over een geweten. De stadskapitein is twee dagen na het bloedbad in Ieper nog altijd woedend op wat de Walen hier hebben aangericht. Zijn woede slaat over op zijn eigen manschappen. 'Wat hebben jullie dwazen gedaan? Het is een regelrechte schande!' De kapitein is verbolgen en drijft daarbij de nervositeit bij zijn mannen op de spits. Er moet wat teruggedaan worden voor de eigen poorters. De Ieperse soldaten gaan daarom op zoek naar de verloren mantels die her en der op de plaveien werden achtergelaten en die zich nu blijkbaar in een kamer van de lakenhalle bevinden. Misschien kunnen ze nog een en ander recupereren voor die arme slachtoffers.

 

Werken bij de stadsbrigade heeft wel iets mee van een interimjob. Op de laatste dag van april loopt het contract van de Ieperse mannen af. Simon heeft ze bij hun afscheid betaald voor hun prestaties van de voorbije vier maanden. Geld dat opgehaald werd bij de poorters zelf zodat de stad min of meer veilig kon blijven. Op 28 april stellen de burgers een verlenging van twee maanden voor. Ze houden hiervoor een algemene vergadering. Die extra periode wordt echter niet toegestaan. Waar zat Uyttenhove wanneer ze zijn hulp nodig hadden? Zo ziet de stadskapitein zich verplicht om te solliciteren bij graaf Egmont of het niet mogelijk zou zijn om een prinselijk vendel te leiden. Hier in het stadhuis achten ze de kans op slagen hiertoe niet echt realistisch. Al zijn soldaten worden in elk geval vanaf begin mei werkloos. Hier in deze stad is er geen werk voor al die jonge gasten. Ieper raakt zo steeds dieper in de problemen. Ik vertel er nog bij dat de Waalse vendels verder aan boord blijven.

 

Tijdens de marktdagen van Allerheiligen, de beroemde 'Ascencionsmarkt', vraagt de voogd hulp aan de poorters die beschikken over een geweer. Of ze een oogje in het zeil willen houden. Tijdens het weekeinde wordt er dan toch weer gewaakt op de grote markt. Twee halve vendels Waalse krijgsmannen zullen helpen bij het toezicht. Een deel van hen verlaat de bezette lakenhalle om er ietwat treiterig post te vatten aan de voorgevel ervan. Ik heb er het raden naar hoe de burgers zullen omgaan met de hele onwerkelijke toestand hier in stad. De huizen baden in de zon waardoor het geheel eindelijk wat vriendelijker kleurt. Ik vrees dat dit echter maar schijn is.

 

De 17de mei wordt mijn vrees in realiteit omgezet. Zes burgers worden van hun bed gelicht op beschuldiging van geweldpleging en inbraak. Het hoe en wanneer kom ik vooralsnog niet te weten. Pieter de Corte, Wouter Bevelen, Michiel in de Meulene, Wullekins Terouf en nog twee vrouwen. De aanhouding zorgt voor een domino-effect. Het gerecht vermoedt dat er zeker honderd burgers betrokken zijn bij de feiten. Nogal wat onder hen poetsen de plaat en maken dat ze weg zijn hier uit Ieper. Pieter de Corte en zijn vrienden mogen het nog eens gaan uitleggen in de schepenkamer en vliegen later weer achter de tralies. Een deel goederen dat klaar staat om verscheept te worden naar veiligere oorden wordt aangeslagen. Het is inderdaad niet toegelaten om waren te versassen zonder biljet.

 

De dinsdag na Pinksteren worden de beschuldigden weer voor de raadkamer gebracht en ondervraagd. Achteraf verdwijnen ze weer in de gevangenis terwijl er nu zowat dagelijks Ieperlingen er voor zorgen dat ze hier weg zijn. Iedereen loopt nerveus rond. Na nog maar eens een sermoen gevuld met onderhuidse dreigementen zien de stedelingen achteraf dat het schavot weer opgeslagen staat voor het bezant. Het blijkt om een uitloper van de moordpartij aan het Wieltje te gaan. Twee Waalse soldaten zullen opgehangen worden voor hun deelname aan de moord. Ze hebben nog geprobeerd om zich zonder paspoort bij een ander vendel in te schrijven maar zijn hierbij door de mand gevallen. De terechtstelling gaat door om 10u. Om een herhaling van de feiten van 16 april te voorkomen mogen de soldaten hun wapens in geen geval meebrengen naar de markt. Meneer van Tamburge leidt het tribunaal waarbij inderdaad beslist wordt om het tweetal op te knopen. Vier uur later al worden de misdadigers begraven op het kerkhof van de minderbroeders.

 

De toestanden in Ieper zorgen voor grote onrust in de hele buitenregio van Ieper. Met pak en zak je thuis achterlaten doe je niet zomaar. Veel landlieden kiezen het zekere voor het onzekere en zoeken andere oorden op. Op de 22ste mei laat de soeverein een verhuiswagen halt houden en worden de vluchtenden met kar en al naar Ieper overgebracht. Het blijken allemaal inwoners van Westouter te zijn. Ook binnen Ieper blijven er poorters vertrekken. De 24ste laten de kapiteins Tramhuse, Del Valle en Norrem de trommels slaan om de inwoners ervan te verwittigen dat niemand mag vertrekken zonder zijn paspoort. Diegenen die dit bevel negeren zullen worden opgehangen. Het is me toch wel het sfeertje hier!

 

Tijdens de nacht van 27 mei verrichten de hoogbaljuw samen met de schepenen en enkele van hun medewerkers een nachtelijk inspectiebezoek waarbij ze binnendringen in diverse huizen. Ze treffen de meeste woningen leeg aan. De vogels zijn gaan vliegen. Deze inbraak van de overheid zelf zorgt er op zijn beurt voor dat de uitstroom van burgers nog verder toeneemt. Gratie van dit bestuur moet niemand verwachten. Wie vlucht out zich natuurlijk als een aanhanger van Luther. Het katholieke deel van de Ieperse bevolking blijft natuurlijk netjes thuis en is getuige van de zelfgekozen zuivering van de stad. Iets wat duidelijk zichtbaar wordt op de 29ste, wanneer zoals gebruikelijk het heilig sacrament door de bisschop persoonlijk in de processie wordt meegedragen. Met in zijn zog een grote menigte Ieperse gelovigen. Zoveel volk heb ik zelden gezien tijdens de vorige processies. Een dreigende vinger dat Ieper er enkel en alleen is voor de zuiveren van geest. En daar bedoelen ze natuurlijk de rooms-katholieken mee.

 

Op de laatste dag van mei worden er weer enkele sukkelaars naar boven geleid waar ze voor de rechters in de schepenkamer moeten verschijnen. Wraakroepend toch de manier hoe deze onschuldige mensen behandeld en berecht worden. Gisteren hebben ze al een sessie vol agonie en pijniging meegemaakt. Het gerucht gaat de stad rond dat er toen al enkelen hun marteling niet hebben overleefd. Maar dat blijkt niet waar. Er staat hen nog extra pret te wachten. Ik heb het hier over de burgers Bevelkin en Cabilliau die na het ondervraging door de baljuw weer naar de gevangenis worden overgebracht.

 

Diezelfde middag komt er een nieuw bevel van de overheid. Een gebod dat niemand, maar dan werkelijk niemand nog zijn kind mag laten dopen door valse profeten van de andere leer. De ouders moeten hun pasgeborenen tot bij de pastoor van hun parochie brengen. Hij zal er wel voor zorgen dat de baby's het heilig christendom zullen ontvangen. Er bevinden zich hier in de stad trouwens nog kinderen die op dit moment nog niet gedoopt zijn. De ouders krijgen welgeteld drie dagen om hun ongedoopte kroost aan te bieden bij de parochiepriesters. Wie in gebreke blijft zal lijfelijk gestraft worden. Het dreigement slaat blijkbaar aan. Nog dezelfde dag komen er veel kinderen boven water (wat ben ik weer grappig) om hun katholiek doopsel te ondergaan. Kopje onder in de verplichte leer van Christus. Ook op dag twee en drie blijft dit het geval. Het lijkt er op dat de religieuze revolutie hier in Ieper aan zijn einde aan het lopen is. Of bedrieg ik mezelf met deze gedachte?

 

De tweede juni worden de gevangenen weer naar boven in de lakenhalle geleid. Net op het moment dat er een zwaar onweer losbreekt boven het belfort. De gutsende regen zal vermoedelijk het minste van hun zorgen zijn. Ik heb het over Pieter de Cock, Bevelkin, Jan Baelde, Cabilliau. Ze leven nog altijd en hun executie wordt uitgesteld tot de volgende dag. Het gevreesde evenement begint al erg vroeg. Al om drie uur weerklinkt het naargeestig geluid van de trommels. Ik haast me om van achter mijn raam een blik op te vangen van wat er aan het gebeuren is. Op de markt ontwaar ik al het eerste licht van brandende toortsen en zie ik de soldaten er toestromen. De terechtstelling zal inderdaad vandaag zijn beloop kennen.

 

Om vijf uur komen de heer van de wet samen in vergadering en worden de gevangenen weer naar boven gesleept. Ze zijn met zijn drie. Wouter Bevelen (Bevelkin), Wullekin Terouf en François Cabilliau. Al de getuigen moeten dit keer van de markt verdwijnen. De soldaten schuimen de markt af en jagen er de nieuwsgierige bewoners weg. Ik begrijp nu waarom de executies tijdens de nachtelijke uren zullen plaatsvinden. Het drietal wordt zoals verwacht veroordeeld tot de strop.

 

Terouf mag de spits afbijten. Terwijl het lijk van de eerste wordt weggesleept wordt nummer twee tot voor het nog bengelende touw gebracht om daar hetzelfde lot te ondergaan. Wat later herhaalt het sinister scenario zich nog een derde keer. De kadavers worden tijdelijk onder de Donkerpoort binnengevoerd. Enkele Ieperse schepenen beweren dat hun lijken nu buiten de poorten aan de schandpaal zullen worden opgehangen. Voer voor de kraaien en een voorbehoedsmiddel voor diegenen die mogelijk ook eens interessant zouden willen doen hier in 't stad. Dat blijkt echter een roddel eerste klas. Wullekin wordt begraven op Sint-Maartens. François en Wouter vinden hun rustplaats ergens buiten de stad.

 

Ik heb het bij het verkeerde eind gehad. Het vroege tijdstip van de terechtstellingen heeft alles te maken met de wetenschap dat er na de eerste ronde van opknopingen nog een tweede ronde volgt. De razzia's en de afrekeningen als ultiem statement van mijn overheid. Men zal niet spotten met de wet en zeker al niet met de heilige kerk. Inderdaad. Rond acht uur wordt er een nieuw trio aangebracht. Het verwondert me dat zij het er blijkbaar levend van af zullen brengen.

 

Michiel uit de wolmolen wordt voor vijftig jaar verbannen. Oblye Man, een zoon uit de herberg 'de Galeye' krijgt een betekenisvolle straf. Natuurlijk een absolute vernedering hier voor zijn eigen buren en medebewoners. Beeld je eens in! Tot aan de kerk van Sint-Pieters stappen met een kaars in de hand. Tussen twee dienaars van de kerk in en ondertussen om vergiffenis smeken bij God de heer en bij het heilig sacrament. Achteraf nog een boete van twee pond om de kerk te helpen herstellen en daarna mag hij voor een vol jaar ophoepelen uit zijn natuurlijke habitat. Jan Baelde krijgt een gelijkaardige straf. Ook op een drafje met een toorts lopen bidden voor God en de rest van zijn hemelrijk, vergiffenis vragen aan het heilig sacrament, wie of wat dit ook mag zijn, daarna veertien dagen boetedoening en bidden in het klooster van de grauwe zusters om dan als dessert voor drie jaar verbannen te worden uit deze stad. Vreselijk toch.

 

De zuivering is nog altijd niet afgelopen. Het magistraat richt nu zijn pijlen op al de ouderlingen die zich aan het nieuw geloof hebben verbrand. De 13de juni mogen ze het allemaal mogen komen expliceren bij de hoogbaljuw. Ze dienen daar te verschijnen voor de vierschaar. Ze worden allemaal bij naam en voornaam opgeroepen. Eenentwintig personen. Daarnaast worden nog eens vierendertig anderen opgeroepen om zich te komen verantwoorden. Ze zullen beschuldigd worden van inbraken, geweldpleging en andere misdrijven.

 

Op 4 juni volgen er opnieuw drie executies. Een half uur na middernacht. Het verbetert er niet op hier. Voor het bezant zie ik de opknoping van drie mannen. Ik bekijk het spookachtig gebeuren met gemengde gevoelens. Mijn gezin en ikzelf zijn overtuigde katholieken. Maar hoeft dit hier allemaal? Als een clandestiene voyeur zie ik het licht van de toortsen dansen in de nacht. Duistere figuren verschijnen één voor één. De angst op hun gezicht kan ik onmogelijk waarnemen. De strop wel. Die wordt over hun hoofd getrokken en enkele tellen later bengelen hun lichamen als zielloze en reuzegrote poppen in het pikdonker van de stad. Buiten de provoost, zijn dienaars en enkele soldaten zijn er verder geen getuigen. Buiten ik zelf natuurlijk. Wat later vertelt de oude klompenmaker Robrecht Pinsael in de Zuidstraat me dat de mannen beschuldigd werden van deelname aan de geuzenoorlog in Wattrelos en van diverse inbraken. Tot acht uur blijven ze doodstil hangen tot hun lijken afgenomen worden en dan direct begraven worden op het kerkhof van de predikheren.

 

Diezelfde middag wordt de galg weer rechtgezet voor het huis van de kasselrij. Waarom ze die constructie voortdurend weghalen om die dan wat later opnieuw in stelling te brengen blijft me een raadsel. Het zal een deel van de vertoning zijn zeker? Bewust bedoeld. Vijf mannen en een vrouw eindigen wat later hun leven aan een touw. Na een korte tussenpauze wordt er nog een individu opgehangen omwille van zijn deelname aan de slag van Wattrelos. Twee kerkbrekers krijgen een verbanning van vijftig jaar plus één dag. Plus een geseling vooraf. De toeschouwers maken dat ze weg zijn van de markt. Ze vertrouwen het hier niet. Vooral ouderlingen ruimen de baan. Een herhaling van 16 april kan best vermeden worden.

 

Het is de vaste gewoonte in Ieper dat burgemeester en schepenen jaarlijks door een nieuwe ploeg vervangen worden. Meestal zijn de nieuwe magistraten ergens familie of dicht verwant met de bestaande en mag volgend jaar een omgekeerde beweging verwacht worden. Men moet al een krak zijn om hier een speld tussen te krijgen. Macht geef je niet zomaar af. De zesde juni anno 1566 neemt de heer van Bellewaerde de functie van burgemeester over. Hij wordt de nieuwe voogd van Ieper. Meneer Handeroen wordt aangesteld als nieuwe voorschepen. Veel verandert er niet. Predikant Karel Ryckewaert wordt opgeroepen om te verschijnen bij de hoogbaljuw. Hij mag wat uitleg komen geven over zijn activiteiten. De wet wil wel wat meer weten over de verschillende reizen die Theofilius heeft ondernomen. De datum van de hoorzitting wordt voorzien op 13 juni. Naast de predikant worden eveneens Jacques Blatevoet en nog twee anderen verwacht om tekst en uitleg te verschaffen.

 

Geuzenleider Theofilius stuurt zijn kat. De 14de juni reageert het magistraat met extra vervolgingen tegen burgers die zich schuldig gemaakt hebben aan ongeregeldheden, illegale sermoenen en het zingen van psalmen van David. De feiten dateren al van 25 juli 1566 en hebben zich afgespeeld in de Zuidstraat. Een week later houden de Waalse soldaten van Del Valle en Norrem een parade, een soort van monstering van de troepen. Dat gebeurt voor het klooster van Sint-Maartens achter de lakenhalle. Achteraf vertrekt hun aanvoerder naar Sint-Omer. Ondanks de geruchten dat de soldaten hem naar ginder zullen volgen, blijven ze toch netjes hier in Ieper.

 

30 juni 1567. Enkele dagen geleden werd een kerkbreker opgepakt in Hooglede. Dat gebeurde op het grondgebied van de heerlijkheid van het Noord-Vrije van Roeselare waar hoogbaljuw Langhemersch de scepter zwaait. De toegangswegen tot de markt worden van het ene op het andere moment bezet door soldaten. Wie op de markt staat moet er blijven en wie de terechtstelling nog wil bijwonen is er aan voor de moeite. Het is puffend warm. De zon staat hoog in de hemel. Er hangt een lome atmosfeer. Een opknoping in deze hitte is best surreëel. De trommels klinken als tamtams. De patiënt – pardon; het slachtoffer – zal dit tropisch tafereel niet lang meer meemaken. Hij wordt aan de bast opgehangen. Dood aan de galg.

 

Maar of mijn overheid het nieuw geloof effectief tot in de diepste wortelsprieten zal verdelgen is toch maar zeer de vraag. Op 1 juli verspreiden de geruchten zich dat er nieuwe predikanten op komst zijn. Karel Ryckewaert is met de noorderzon verdwenen. Dat lijkt me duidelijk. Hij zal wel de boot naar Engeland genomen hebben waar hij ten minste lijf en leden niet riskeert om zijn beroep uit te oefenen. Hier in Ieper is het wachten op nieuwe bisschoppen, want zo noemen de nieuwgelovigen hun predikanten eigenlijk. In het stadhuis hebben ze deze info eveneens opgevangen. 'Vergeet het maar', schrijven ze direct. Het gebod hangt nog diezelfde middag als een verwittiging voor de lakenhalle. Hier komt niemand binnen om kwade maren te zaaien onder het volk. Criminele gezellen zullen resoluut aangepakt worden door de arm der wet.

 

Op 7 juli verschijnt er een nieuw gebod. Het wordt strikt verboden om te verhuizen naar Engeland. Dat Theofilius naar ginder is gemuisd, blijkt al publiek geheim te zijn en veel poorters en mensen van den buiten willen zijn voorbeeld volgen. Een zoektocht naar het veilige leven. Een zucht naar vrijheid. Weg van de katholieke repressie die Vlaanderen in de ban houdt. Dat willen de schepenen en de wet hier flagrant afstoppen. Er mag niemand vertrekken. Wie dat probeert zal zwaar gestraft worden. De mensen moeten een voor een beloven om hier te blijven. Er komt een verplichte eedaflegging aan de koning, de stad, de geestelijken en de kerk.

 

Op 8 en 9 juli moeten al de soldaten en hun respectieve gezinnen uit de vendels van Del Valle en Norrem verhuizen uit hun gasthuizen in de stad. De soldatenfamilies van Del Valle krijgen een onderkomen in de burgerwoningen van de parochie van Sint-Niklaas terwijl die van Norrem gaan logeren in Sint-Pieters. Al de burgers krijgen hun soldaat en zijn gezin toegewezen. Met uitzondering van de schamele lieden. De manschappen krijgen bevoorrading mee voor een maand. Het zou me verwonderen of de bewoners van de huizen daar iets van zullen zien.

 

De poorters zijn natuurlijk allemaal mistevreden dat ze zorg moeten dragen voor die vreemde luizen. Hun onvrede wordt nog extra gevoed door een verwittiging van de voogd. Van de burgers wordt verwacht dat ze olie, zout, kaarsen, azijn zullen voorzien voor hun gasten, samen met hout zodat die zelf hun potje kunnen koken. Ofwel moeten ze hun eigen voedsel delen met de manschappen. Wie dat niet doet mag zich verwachten aan een boete van drie gulden. Ook de soldaten krijgen een veeg uit de pan. Ze moeten hun manieren houden en elke vorm van brutaliteit tegenover hun gastheren achterwege laten. Want; 'men zal goed recht doen en grote correctie voorzien voor elke mistoestand ter zake'.

 

De week van 10 juli regent het bijna onafgebroken. De hemel lijkt wel te huilen tijdens de zomer van 1567. De tristesse wordt nog versterkt door nieuwe maatregelen van de baljuw. Hele groepen bewoners worden opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen. Allemaal mensen die ervan verdacht worden om aanhanger te zijn van het nieuw geloof. Onder hen bevinden zich ook kerkbrekers, maar het zijn vooral gewone mensen. Buren, vrienden, lieden zoals jij en ik. Nog geen week geleden hing er nog een boodschap aan het stadhuis dat iedereen vrij de stad kon binnenkomen zonder angst om opgepakt te worden en nu slikken ze zomaar die belofte in. De poorters kijken verwonderd toe. Wat gebeurt hier toch allemaal?

 

 

Lees het vervolg hier.......