P1502100

Worms 1521. Keizer Karel, pas eenentwintig, beleeft zijn eerste officiële rijksdag als hoofd van de Duitse landstreken. Ik logeer in het leven van deze man in een poging om een glimp op te vangen hoe het eigenlijk aanvoelt om mens van vlees en bloed te zijn in de jaren 1500. Ik grabbel in mijn reiskoffers en haal er zorgvuldig de twaalf door de tijd getaande en eeltige exemplaren van William Robertsons 'History of the reign of the emperor Charles' naar boven.

 

François en Hendrik, de koningen van Frankrijk en Engeland staan ook al op de bühne van hun leven als dat van Karel een versnelling hoger schakelt hier in Worms. Jullie hebben al eerder kunnen kennis maken met mijn drietal. Net zoals dat het geval is met de Duitse predikant Maarten Luther die met zijn brutale stellingname tegen de kerk de gemoederen van de West-Europese bevolking bespeelt. Tijdens de zitting van de rijksvergadering degradeert Karel deze Luther tot persona non grata. De vogelvrij verklaarde Luther ruimt letterlijk plaats door zich te gaan verschansen in een burcht van zijn Saksische vriend Frederik de Wijze en ook figuurlijk moet de dissident plaats maken voor andere zaken op de agenda van de rijksdag van 1521.

 

Zo kom ik dus weer terecht in de boeken van William Robertson. Teksten geschreven in 1769. Ik plaats ze netjes tussen aanhalingstekens: 'hoe zeer de keizer ook verlangde om de voortgang van Luther te stuiten, was hij gedurende de rijksvergadering van Worms dikwijls verplicht om zijn gedachten over gewichtiger zaken te laten gaan, zaken die een dadelijke oplettendheid vorderden.' Nadat François de kans gemist heeft om zelf keizer van het Roomse rijk te worden en Karel hem financieel de loef heeft afgestoken, steekt zijn verbittering de kop op. Dat vertaalt zich in een dreigende oorlog op drie fronten: in Navarra, Italië en in de Nederlanden.

 

Spanje wordt verscheurd door interne onlusten. Eigenlijk wil Karel hier het eerst ingrijpen. Maar er is ook de kwestie van Italië waar hij dringend op zoek moet naar een treffelijke bondgenoot. En dichter bij huis zijn er natuurlijk de Nederlanden waar de mensen met de daver op het lijf zitten en ze bevreesd zijn dat de vredesbreuk met Frankrijk nog een kwestie van enkele dagen is. In Vlaanderen beseffen ze maar al te goed welke dramatische impact de oorlog met Frankrijk zal hebben op hun koophandel.

 

De Fransgezinde Willem van Chièvres, zeg maar Karels eerste minister in de Nederlanden, stelt alles in het werk om een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk te verhinderen. 'Maar François en zijn staatsministers waren zo vreedzaam niet geneigd.' Karel moet zijn weg nog zoeken in zijn nieuwe functie en moet op eieren lopen om zijn keurvorsten te behagen. Duitsland is eigenlijk niet echt een land maar eerder een uitgestrekt lappendeken van kleine staten en leengebieden waar al die keurvorsten allemaal een beetje God spelen over de onderdanen van hun eigen territorium. In Frankrijk is dat niet het geval. Alles is er gecentraliseerd en het koninklijk gezag behoorlijk goed gesetteld.

 

François ziet in dat snel handelen zo zijn voordelen kan hebben. Dus ruikt het naar een oorlog die niet lang meer op zich zal laten wachten. De andere hoofdrolspelers die mogelijk zouden kunnen ingrijpen, doen dat niet. Hendrik werpt zich hier en daar wat op als bemiddelaar, maar kijkt vooral de kat uit de boom. Achter de schermen speelt zijn rechterhand kardinaal Wolsey een verraderlijk spel. Hij stookt de tweedracht tussen Hendrik en François op met de bedoeling om er zelf garen uit te spinnen. Een politieke alliantie tussen Duitsland en Engeland biedt voor hem nu eenmaal de grootste kans om het tot paus te schoppen.

 

Paus Leo wringt zich in allerlei mogelijke bochten om Karel te steunen en toch bevriend te blijven met de Fransen. Hij beziet zichzelf een beetje als een scheidsrechter tussen beiden en eigenlijk is dat een rol die hij inderdaad zou moeten spelen, die van opperpriester en verzoener. De ambitieuze Leo koestert echter andere verlangens. Het noorden van Italië is op dat moment in handen van de 'barbaren' en hij kan de hulp van Duitsland en Frankrijk maar al te goed gebruiken om Italië weer te bevrijden van deze bezetting. Italië wil terug naar zijn eertijdse roem en Leo werpt zich op als de man die dit zal realiseren.

 

'Leo liet zich door dit vleiend vooruitzicht zo zeer verleiden, dat hij niettegenstaande zijn zachtmoedige geneigdheid en zijn smaak voor het vermaken van weelde en pracht, zich haastte om de rust van Europa te storen en zich te dompelen in een gevaarlijke oorlog, die weinig minder was dan die van zijn onrustige en oorlogszuchtige voorganger Julius.'

 

Paus Leo draait wat rond de pot en sluit in 1521 een verdrag met François. Ze spreken af om de regio Napels te heroveren en onder elkaar te verdelen. Met de Fransen kan er snel worden gegaan terwijl de Duitse keurvorsten voor alles veel te veel hun tijd nemen. Voor ze het goed en wel beseffen, kunnen de Fransen dit afgelegen stuk Duits gebied weer in hun bezit nemen. Of misschien is het een middel om Karel onder druk te zetten en af te rekenen met de lokale meester-ketter Luther. De lobbymachine draait op volle toeren. Op 8 mei volgt er een verbond tussen de paus en de keizer. Jullie zullen er niet kwaad om zijn als ik probeer tot de kern van de zaak te komen. Ze zullen hun macht samenvoegen om de Fransen uit Milaan te verdrijven. De vrienden van het zuiden zijn de vijanden van het noorden. Waar is die paus mee bezig?

 

De deal van 8 mei 1521 is er gekomen onder leiding van Don Juan Manuel, de keizerlijke ambassadeur bij het Vaticaan. Dat blijkt een Spaanse vertrouweling die al meeging van de tijd van Karels vader Filips. De regeling is niet naar de zin van Willem Chièvres, eerste minister en de sterke man van Karel in Spanje en de Nederlanden. Hoe is het mogelijk dat hij in deze belangrijke aangelegenheid niet eens geraadpleegd werd? In zijn ogen is dit verbond rampzalig, een grote oorlog tegen Frankrijk zal er het gevolg van zijn en dat ziet Chièvres helemaal niet zitten. Hij heeft zijn hele leven geijverd voor een alliantie met Frankrijk en wordt met deze beslissing door de jonge keizer op een zijspoor gezet. Een jaar later sterft de gedesillusioneerde staatsman van ontgoocheling. De bronnen hebben het weer al eens over vergiftiging.

 

'Een goede zaak', zal Karel wel niet luidop hebben durven stellen, maar de dood van Chièvres verlost hem toch maar van een kwelgeest. Hopelijk verstaan jullie het zoals ik dat doe: 'deze gebeurtenis bedroefde Karel geenszins, die zich daardoor verlost zag van een minister wiens gezag zijn vernuft in ketenen geboeid had. De gewoonte om van zijn kindsheid af deze minister met een blinde eerbied te gehoorzamen, hield hem in een staat van minderjarigheid welke niet langer met zijn rang of ouderdom overeenkwam...' Chièvres wordt vervangen door de 56-jarige Italiaan Gattinara die grootkanselier wordt voor al Karels landen.

 

Broeihaarden genoeg in Europa. Ik moet er inderdaad nog Navarra aan toevoegen waar François zich geroepen voelt om zich te mengen in de lokale opvolging en er met een Franse krijgsmacht binnenvalt. De Franse koning denkt van leep te zijn en laat zijn soldaten opereren onder de vlag van Hendrik van Albret, de lokale titelpretendent en aangevoerd door de jonge onervaren edelman Lesparre. Pamplona valt in zijn handen. In plaats van de situatie daar ter plekke te stabiliseren, valt de stommenkloot nu nog Logrogno, een kleine stad in Castilië aan waardoor de hele Castiliaanse natie plots op zijn achterpoten gaat staan.

 

Het gevolg laat zich raden: de Spanjaarden houden grote kuis in eigen land en Lesparre ligt rapper buiten dan de tijd die hij nodig heeft gehad om er binnen te komen. Navarra mag hij op zijn buik schrijven, zijn veldheren worden stuk voor stuk opgepakt. François gebaart van krommenaas, dit was geen Frans leger, maar dat van Albret en ondertussen speelt hij al een volgende smerige truc in een lokaal conflict tussen Luxemburg en de Champagnestreek. In Bouillon waar Robert de la Marck zich distantieert van Karel en de hulp inroept van de Fransen.

 

De la Marck denkt de slimste te zijn. Hij stuurt een heraut naar Worms om officieel de oorlog te verklaren aan het Roomse rijk. Het kleine gebied van Bouillon in oorlog tegen Duitsland. De mug adresseert een oorlogsverklaring aan de olifant. 'Tiens, die durft', zal Karel wel opgemerkt hebben, 'daar zal mijn vriend François wel ergens voor tussen zitten'.

 

'De juistheid van deze gissing werd welhaast bewaarheid. Robert stelde zich aan het hoofd van een bende soldaten die in Frankrijk, met heimelijke toestemming van de koning geworven waren. Hij trok met dezelve in het Luxemburgse en na het platteland verwoest te hebben, ging hij Virton belegeren.' Karel kan er niet om lachen. Dit is een rechtstreekse schending van het vredesverdrag met Frankrijk. Hij roept de Engelsman Hendrik te hulp, conform het verdrag dat ze eerder afsloten in 1518. François probeert het nog eens met zijn excuus dat hij van niets wist, maar met de dreiging van een Engelse inval kan hij niet veel anders dan dit leger van de la Marck te ontbinden.

 

'Ondertussen verzamelde de keizer een leger om de onbeschaamde stoutheid van Robert te kastijden.' 20.000 man onder bevel van de graaf van Nassau (een Duits graafschap in de buurt van Frankfurt) maken zich meester van bijna al zijn grondgebied. Daarna stoomt Nassau verder richting Frankrijk en begint er aan het beleg van de strategisch gelegen steden Mezières en Doornik. Ze hebben niet gerekend op de dapperheid en het uithoudingsvermogen van ridder Bayard die de belegering zodanig kan rekken, dat de Duitsers zich uiteindelijk verplicht zien om af te druipen.

 

Dit is nog altijd 1521. François komt nu in een ideale positie te staan. Gelegenheid en een alibi. Hij valt de Nederlanden binnen en verovert er enkele gebieden van minder belang. Hij laat echter na om Valenciennes te blokkeren, iets wat hem later zuur zal opbreken. Ondertussen is er in Calais een bemiddelingsronde gestart onder de leiding van koning Hendrik. De figuur van zijn kardinaal duikt weer op: 'Hendrik had Wolsey een onbepaalde macht gegeven om deze vredesonderhandelingen te sturen en deze keuze alleen al was genoeg om deze te doen mislukken.'

 

Wolsey wil alles opofferen om toch maar die pauselijke en naar verluidt driedubbele mijter op zijn hoofd gedeponeerd te krijgen. Hij wil absoluut in de gunst van keizer Karel komen en kan dat tot grote frustratie van de Fransman ook amper verbergen. De Fransen zijn begonnen met de vijandelijkheden, het traktaat van Londen uit 1518 rechtvaardigt al de stappen die Wolsey zet ten gunste van keizer Karel. De Fransen zullen dus flink moeten onderhandelen om het alsnog tot een wapenstilstand te schoppen.

 

De eisen van Karel moeten pijn doen aan de Franse ogen. Bourgondië moet terugkeren naar de Nederlanden. Het mag nu wel eens gedaan zijn met die domme hulde die nu al sinds mensenheugenis dient afgelegd te worden aan de koning van Frankrijk voor wat betreft het bezit van Vlaanderen en Artesië. Ik ben helemaal niet verwonderd dat het congres hier afspringt op een 'non' uit Frankrijk. Daarop vertrekt Wolsey naar Brugge om er Karel te ontmoeten. Hij wordt er ontvangen alsof hijzelf de koning van Engeland in eigen persoon was. Maar in plaats van te pogen om de vredesonderhandelingen weer recht te trekken, sluit Wolsey een vredesverdrag tussen Engeland en het Roomse Rijk, een verbond tegen de Fransen. Het verdrag van Brugge van 25 augustus 1521.

 

Ik vind het eigenaardig dat een verdrag van dergelijke Europese allure hier in Brugge afgesloten wordt terwijl dit in onze Vlaamse geschiedenisboeken amper vermeld wordt. Het zint me niet en ik ga op zoek naar verdere details. Ik keer even terug in de tijd. Het stoort me dat keizer Karel zich plots zomaar als een fait divers in augustus 1521 te Brugge bevindt. Zijn komst is voor mijn kronieken van de Westhoek echt wel belangrijk. Is Karel al lang in Vlaanderen teruggekeerd? Ik ga op zoek naar meer informatie en probeer de zomer van 1521 te reconstrueren. Ik blader door een boek van bestuursdocumenten uit de tijd van Hendrik VIII. 'State Papers volume 6 uit 1849' om precies te zijn, waar ik op het spoor raak van enkele leuke anekdotes. Vooral kardinaal Wolsey steelt er de show.

 

Begin juli 1521 is de 'Franse' overrompeling van Navarra aan de gang. Karel stuurt een bericht naar Londen dat hij graag eens vertrouwelijk zou willen spreken met Wolsey. 'De Fransman wil zelfs Castilië binnenvallen' schrijft hij aan de kardinaal. In Italië heeft paus Leo zopas de oorlog uitgeroepen tegen Frankrijk. Na het gebruikelijke rond de pot draaien, typisch voor elke politiek, arriveert Wolsey begin augustus in Calais. Fier als een gieter: 'it was the proudest day of his ambitious life' lees ik. De onderhandelingen staan gepland voor de 4de augustus.

 

Het diplomatiek congres zal plaatsvinden in Calais, maar is eigenlijk alleen maar een opwarmer voor wat later in Brugge zal gebeuren. Ik verklaar me nader. Officieel zijn er dus de vredesonderhandelingen in Calais. Frankrijk wordt er vanaf 4 augustus 1521 vertegenwoordigd door de topdiplomaat Du Prat. Karel stuurt Gattinara. De conferentie staat onder leiding van Wolsey die officieel op zoek moet gaan naar een vergelijk tussen Frankrijk en het Roomse Rijk, een vrede die de Duitsers helemaal niet willen en waar de Engelsen het mee eens zijn. De enige eerlijke persoon aan tafel is François, verduidelijken mijn Engelse bronnen. Hij is ten minste recht voor de raap. De rest konkelfoest. Gattinara geeft toe dat er veel redenen zijn om vrede te sluiten. En toch zijn er meer redenen om in de clinch te gaan met de Fransen.

 

Gekonkelfoes blijkt de juiste woordkeuze geweest te zijn. De hele conferentie blijkt doorstoken kaart. Keizer Karel is gearriveerd in Brugge en wacht er op Wolsey om een alliantie met Engeland aan te gaan. Tegen de Fransen. De beslissing is al eerder gevallen en zal enkel voor de show geformaliseerd worden in Brugge. De conferentie in Calais is een schertsvertoon. Op 6 augustus kondigt Wolsey doodleuk aan dat er een vrede mogelijk is maar dat hij eerst overleg moet plegen met de keizer die zich in Vlaanderen bevindt.

 

Dat Karel echt oorlog wil met Frankrijk, kom ik in het stadsarchief van Ieper te weten. De Ieperse historicus Daniël Demasure schrijft in het lokale tijdschrift 'De Omwalling' dat keizer Karel al op 19 juli 1521 een aantal tenten in leen vraagt aan de Ieperse schepenen omdat hij die nodig heeft voor een veldtocht. Het lijkt trouwens een dringende zaak te zijn want op 31 juli volgt er een 'ongeduldige' brief met de vraag waar die legertenten nu blijven. Op 21 juli wordt het stadsbestuur trouwens aangemaand om de stadsmuren, de bruggen, de versterkingen op punt te stellen. Ik kan Demasure best volgen in zijn opmerking: 'het valt niet te verwonderen dat de gewone mensen in armoede leefden en de steden tot puin vervielen, als zoveel geld moest worden geïnvesteerd voor oorlogsdoeleinden.'

 

Wolsey doet een opgemerkte intrede in Brugge. Hij is vergezeld van 400 ridders. Allemaal getooid in zijden purperen tunieken met glinsterende gouden kettingen voor hun imposante borstkassen. Ze zijn vergezeld van een hele rist knechten die op hun knieën voortkruipen als ze zich in de buurt van de aristocratische prelaat wagen. Karel van zijn kant speelt het pompeuze spel van de kardinaal mee en biedt hem een entree in stijl alsof hij God de vader in eigen persoon zou zijn geweest.

 

De Engelse prelaat zal maar liefst dertien dagen blijven in Brugge. Het grootste obstakel van de alliantie is de uitleg die er aan zal moeten gegeven worden om die verkocht te krijgen aan Hendrik VIII. Allemaal nonsens natuurlijk. Wolsey koestert het gezelschap van de keizer en wentelt zich als een krolse kater in de heerlijke Brugse zomerzon. 'Deze onderhandelingen hier zijn allesbehalve te onderschatten', rapporteert Wolsey aan koning Hendrik. 'Ze zijn zwaar en uitputtend en vreten aan mijn gezondheid. Te weinig slaap en te veel stress hebben er voor gezorgd dat ik ziek ben geworden majesteit.'

 

Ziek van het werk zal mijn kardinaal wel niet kunnen geworden zijn. Mijn figuurlijke vergelijking van Wolsey met een krolse kater is niet correct. De man is eigenlijk een varken als ik de voetnoten er op nalees. Zijn ziekte is meer het resultaat van een overdadig feestgelag. Naast een reeks van openluchtbanketten, is elke Engelse onderhandelaar in overvloed voorzien van drank, brood, bier, wijn, vlees, wild, vis en klaargemaakte schotels. Rond 25 augustus staat het verbond tegen Frankrijk eindelijk op papier. Pas op 25 november zal het geofficialiseerd zijn met de zegels van Hendrik, Karel en die van paus Leo X. Precies in diezelfde periode verliest Frankrijk de regio Milaan aan de Italianen.

 

Engeland, Wolsey dus, kiest duidelijk voor de sterkste partij. De nieuwe alliantie zal Frankrijk aanvallen met twee legers van 40.000 man. Eén onder leiding van Karel in het zuiden, en de Engelsen zullen Picardië en het noorden voor hun rekening nemen. Karel zal als bevestiging van dit groot verbond in het huwelijk treden met de vijfjarige prinses Mary Tudor, de enige dochter de Hendrik en dus de opvolgster van de Engelse troon. Wolsey is gek. Die Mary, later trouwens omgedoopt tot 'Bloody Mary', is eigenlijk een tante van Karel want ze is een dochter van Hendriks eerste echtgenote Catharina van Aragon.

 

Hendrik ondervindt in eigen land wel wat tegenstand, maar ziet de deal best zitten. Hij kan mee profiteren van de macht van Karel om enkele van de vroegere grondgebieden in Frankrijk te heroveren. Per slot van rekening is het landhoofd van Calais nog altijd Engels grondgebied en kunnen de Fransen nog altijd beschouwd worden als de erfvijand van de natie. Wolsey laat de naïeve koning verder ploeteren in zijn 'hersenschimmige denkbeelden'.

 

Tussen 25 augustus en 25 november 1521 is de oorlog dus nog niet officieel. Hendrik moet nog toehappen en ook de paus moet nog zijn zegje doen. Karel zoekt de confrontatie met de Fransen, zoveel is duidelijk. Doornik werd tijdens zijn jeugdjaren (1513) ingenomen door de Engelsen die de regio op hun beurt in 1519 terug verkocht hebben aan de Fransen. De belangrijke regio aan de Schelde en de toegangspoort tot de Nederlanden is Karels erfdeel dat hij absoluut wil heroveren op François.

 

Wolsey raadt Karel af om een rechtstreekse confrontatie aan te gaan en spint garen met een hoop diplomatieke nonsens. François zelf baalt bij het zien van al die vernederende hypocrisie. De Fransen schieten zelf in actie door ter hoogte van Bouchain een Scheldebrug op te trekken. Niet ver van Valenciennes. Hier wil hij zelf eens de confrontatie aangaan met Karel. Hij gaat de boel persoonlijk verkennen en stuurt tijdens de nacht van 20 oktober een leger van zesduizend man naar een locatie die door moerassen omringd is. Keizer Karel reageert met het sturen van twaalfduizend mannen voetvolk en vierduizend ruiters die een doorbraak over de Schelde moeten beletten.

 

Ze komen te laat. De Fransman is al aan zijn oversteek bezig. De eerste vijandelijke divisies zijn vlot over de Schelde geraakt en willen onmiddellijk in de clinch gaan met hun verraste tegenstanders die duidelijk op snelheid gepakt worden. Het opkomen van mistbanken bemoeilijkt het aansluiten van de rest van de Franse troepen en François beslist, tot groot ongenoegen van zijn officieren, de aanval te staken. Een strategische blunder. Hij mist een glorieuze triomf terwijl de Karels troepen zich te Valenciennes in veiligheid kunnen brengen.

 

Koning François zelf is al dik tevreden dat hij de keizerlijke vijand aan het lopen heeft gezet. Hij neemt Bouchain in en wil nu oprukken naar Doornik dat in de tang ligt van diezelfde troepen. In Calais dringen ze er rond 26 oktober op aan om nog niet in de aanval te gaan en de diplomatie alle kansen te geven. De herfst van 1521 zorgt voor erg veel regen. Wolsey en Karel weten dat de Franse troepen maar een beperkte houdbaarheid hebben daar buiten in hun vochtige tenten en spelen hun spel. Ingewikkelde en onhaalbare voorwaarden terwijl de schimmel tussen de tenen van de soldaten aan het groeien is.

 

Op 25 november 1521 is het boterbriefje van Brugge nu officieel een oorlogsverklaring aan Frankrijk. Wolsey keert terug naar Engeland. Karel die de stad aan de Schelde nu al 3 maanden in de tang houdt, begint aan zijn aanval. Doornik valt op 3 december 1521. In diezelfde week kunnen de Milanese gebieden eveneens heroverd worden en worden ze weer verenigd met de kerkelijke staten.

 

Niets dan goed nieuws dus voor de paus. 'Leo ontving de tijding van deze snelle voortgang van gelukkige gebeurtenissen met zo veel verrukking van blijdschap dat hij er (indien men de Franse geschiedschrijvers mag geloven) een lichte koorts van kreeg, welke in den beginne niet geacht zijnde, de slechtste gevolgen had, en op de tweeëntwintigste van december zijn dood veroorzaakte, terwijl hij nog in de kracht van zijn jaren en in de volle luister van zijn glorie was.'

 

Zou hij zich verslikt hebben in één van aflaten? Zoals gewoonlijk check ik mijn bronnen. Een studie over de pauselijke geschiedenis, 'La véritable Histoire des Papes' uit 1991, geeft me de nodige inside-informatie. Milaan valt op 19 november, Leo voelt zich in de hoogste hemel, op 1 december valt Parma en precies op die dag overlijdt hij. Deze oorlogszuchtige schurk belandt in diepste hel, als ik per slot van rekening zijn katholieke nonsens mag geloven. Hoogste hemel, 'forget it'. De god van zijn heilig hemelrijk zal hier wel voor zorgen.

 

De beau monde betreurt en beweent zijn dood, ze zijn hun gulle geldschieter kwijt. Zijn schuldeisers vloeken en ketteren. Kardinalen en banken verliezen fortuinen. Leo stierf met zijn gat vol schulden. De schatkist van het Vaticaan is leeg. Er is zelf geen geld meer om een treffelijke katafalk en kaarsen te kopen voor zijn begrafenis. De letterlijke en figuurlijke faling van het Vaticaan. Veroorzaakt door excentrieke pauselijke pleziertjes. Een hofhouding van 700 man. Kunstenaars, leeglopers, olifantenoppassers, dichters en narren hebben zich te goed gedaan aan de goddelijke kassa.

 

De kardinalen moeten tijdens het gebruikelijk conclaaf een nieuwe paus kiezen. Jullie kennen de gebeurtenis ongetwijfeld nog. De witte of de zwarte rook door de schouw. Ik vraag me af of Wolsey zijn slag zal binnenhalen en blader benieuwd verder om het vervolg te kennen. Ik kom het direct te weten: hij maakt geen schijn van kans. Het 18de eeuwse verslag van de verkiezing vind ik geniaal geschreven: 'ondertussen heerste in het conclaaf een diepe verdeeldheid. Alle kunstgrepen, welke uit te denken waren door lieden grijs geworden in loosheden en kuiperijen, werden bij het dingen naar een bediening van zo veel waarde in het werk gesteld.'

 

'In weerwil van de schone beloften door de keizer aan Wolsey gedaan, om namelijk zijn persoonlijke kandidatuur te steunen, werd zijn naam ternauwernood genoemd in het conclaaf. De kardinaal Julius de Medici, Leo's neef, de aanzienlijkste van al de leden van het college, zowel door zijn bekwaamheden, rijkdommen als ervarenheid in zaken van gewicht, had reeds vijftien stemmen verzekerd, een getal dat echter niet voldoende was om de verkiezing op hem te doen vallen.'

 

Wolsey mag het dus op zijn buik schrijven terwijl een aantal kardinalen serieus twijfelt om te kiezen voor Julius. Het voor- en tegenspel rond kandidaat de Medici wordt tactisch gespeeld met een tegenkandidaat in afwachting van een definitieve meerderheid voor Julius, maar bij een eerste stemronde haalt kardinaal Adriaan van Utrecht verrassend een meerderheid van de stemmen. Deze Adriaan is een oude bekende. In Mechelen heeft hij een stuk van de opvoeding van de kleine Karel voor zijn rekening genomen. Karel vertrouwde hem de leiding over Spanje toe tijdens zijn afwezigheid. Zijn poulain en niemand anders wordt de algemene baas over de katholieke kerk.

 

Is er lobbywerk van Karel aan te pas gekomen? Ik vind er op het eerste gezicht geen sporen van terug. 'Ze bedoelden hier niets anders mee dan tijd te winnen, maar de tegenpartij zich bij hen gevoegd hebbende, zagen zij tot hun grote verwondering en tot die van heel Europa, een vreemdeling tot de pauselijke zetel verheven. Een nieuwe paus die in Italië, of bij die voor hem stemden niet bekend was en die niets wist van de zeden van het volk en dat in deze allermoeilijkste en zwaarwichtigste tijdomstandigheden.'

 

Als er één iemand gelobbyd heeft, dan zal het wel de heilige geest geweest zijn, beweren de kardinalen verrast bij het buitenkomen van hun afzondering. De reacties moeten in elk geval hevig zijn op dat moment: 'de kardinalen, onbekwaam om de redenen te geven voor hun vreemde keuze, welke toen zij in ommegang uit het conclaaf trokken, hen allerlei hoon en vervloekingen (en stenen) van het volk op de hals haalden, eigenden de verkiezing toe aan de onmiddellijke sturing van de heilige geest.'

 

Mijn scepsis alsof Karel er niets mee te maken zou gehad hebben, was terecht. Een paus die politiek voor zijn voeten loopt, kan hij vermoedelijk missen als de pest. De figuur van Leo was noodzakelijk kwaad en met deze Wolsey zou het van kwaad naar erger gegaan zijn. De heilige geest van dienst is niemand minder geweest dat Don Juan Manuel (Karels afgezant bij het Vaticaan) die 'door zijn bekwaamheid en loze streken de verheffing gemakkelijk maakte van een man, uit dankbaarheid, uit belang en uit genegenheid voor de diensten die hij toegewijd heeft aan zijn meester.'

 

De hele politieke situatie in West-Europa is met de verkiezing van Adriaan van Utrecht, voortaan Adrianus VI, in een heel andere plooi gevallen. De status en de machtspositie van keizer Karel zijn met stip gestegen. François reageert direct met een nieuwe aanval in een poging om de regio Milaan te heroveren op de paus. Ik bespaar u de uitgebreide details van de Italiaanse oorlog. Karel komt er als overwinnaar uit de bus en legt beslag op de hele noordkant van Italië.

 

François is er niet goed van. Het verbetert er niet op als de Engelsen op 29 mei van 1522 officieel de oorlog verklaren aan de Fransen. Het gevolg van de afspraken die gemaakt werden in Brugge en die tot op vandaag zorgvuldig geheim werden gehouden. De Franse koning ziet zich verplicht om een nieuw leger op de been te brengen om zijn grenzen te bewaken. Dat blijkt een probleem gezien de bedenkelijke toestand van de staatskas. De koning veilt en verkoopt wat hij niet echt nodig heeft. Zelfs het zilveren hekken rond de tombe van Sint-Maarten moet er aan geloven.

 

Het gaat keizer Karel voor wind. Het is tijd om weer naar Spanje te vertrekken waar hij toch wel dringend verwacht wordt. Onderweg zal hij een officieel bezoek brengen aan het Engelse hof. Hendrik mag best een beetje gepord worden om voort te gaan met zijn aanval op Frankrijk. Ook met Wolsey moeten de plooien nog glad gestreken worden nu hij naast het pausschap heeft gegrepen. Alles loopt perfect: 'de goede uitslag van dit bezoek ging alles wat hij had kunnen verlangen te boven en door zijn loze bekwaamheid, won hij gedurende een verblijf van zes weken in Engeland niet alleen de koning en de staatsdienaar, maar zelfs de natie.'

 

'Loze bekwaamheid'? Karel moet dan al een erg lepe vos zijn, zo'n exemplaar die alle trucs van de kermis beheerst. Hendrik voelt zich erg geflatteerd door het hoog bezoek en door de eerbied die Karel voor hem etaleert. En Wolsey laat zijn gevoeligheid varen. 'Ach de nieuwe paus is uiteindelijk toch weer een man op gevorderde leeftijd, er biedt zich zeker binnen redelijke termijn een nieuwe kans aan voor de Engelse kardinaal. 'Karel vermeerderde daarenboven de jaargelden welke hij reeds op hem gevestigd had en vernieuwde zijn beloften om de kardinaal zijn mededinging naar het pausschap te zullen begunstigen.'

 

Hendrik en Wolsey, bedwelmd door Karels gewiekste charme, benoemen de graaf van Surrey tot opperbevelhebber van de Engelse strijdkrachten en pushen hem om van start te gaan met de vijandelijkheden tegen Frankrijk. De keizer bevindt zich nog op Engels grondgebied als Surrey al eens demonstreert dat het hem menens is. 'Hij liep met de schepen die hij gereed vond in zee en verwoestte de kusten van Normandië. Vervolgens deed hij een landing in Bretagne waar hij onder anders het stadje Morlaix plunderde en in brand stak.' De Engelse bevelhebber neemt tot slot het bevel over van de Engelse troepen in Calais. Het hoofdleger daar bestaat uit 16.000 Engelsen en wordt nog aangevuld door Vlaamse troepen die zich verenigd hebben onder het bevel van graaf Van Buren.

 

Het Frans leger oogt bescheiden vergeleken met dat van de vijand. Maar het is niet het eerste robbertje dat ze hier uitvechten tegen de Engelsman. Francois weet ondertussen al dat een openlijke confrontatie geen oplossing is. Een verdekte guerrillaoorlog is meer aangewezen, de Fransen willen de Engelse troepenbewegingen nauwgezet in de gaten houden en hun konvooien en voorposten op de meest onverwachte momenten aanvallen. Dat is toch het plan van de Franse aanvoerder, de hertog van Vendôme.

 

Zo te lezen slaagt Vendôme in zijn opzet: 'Surrey, zonder enige stad van belang te hebben kunnen innemen, werd verplicht met zijn leger terug te trekken, hetwelk niet weinig geleden had, zowel door ongemakken, gebrek aan levensmiddelen als door verscheidene schermutselingen welke altijd in het nadeel van de Engelsen waren uitgevallen.' De stand tussen Karel en François staat nu op één-één.

 

En terwijl mijn twee honden vechten voor hun been, palmt de Turkse sultan Suleiman de Grote het hele centrale deel van Europa in. Zijn volgend doel staat nu gericht op de verovering van Rhodos, de zetel van de hospitaalridders van Jeruzalem en zowat de bakermat van de christelijke beschaving. Een vloot van vierhonderd zeilschepen levert een leger af van 200.000 Turken die het eiland in de tang nemen. Rhodos zelf wordt verdedigd door grootmeester Philippe Villiers de l'Isle Adam welke alarm slaat en de christelijke landen dringend om assistentie verzoekt.

 

Het christelijk bolwerk in het oosten sneuvelt na een intens beleg van zes maanden. Veel meer dan puin is er op 1 januari van 1523 niet meer van over. Ondanks de vele verzoeken van paus Adrianus en het heldhaftig verzet van de grootmeester, hebben de West-Europese gezagsdragers zich in de luren laten leggen door de moslims.

 

De wereld is sindsdien nog altijd niet veel veranderd. Ik krijg weer al eens een prachtig staaltje van politiek denken en doen. 'Karel en François, beschaamd over het verlies dat er gekomen is door hun onderlinge geschillen, zochten elkaar de blaam te geven, terwijl Europa met meer billijkheid aan beide de schuld gaf. De keizer schonk, bij wijze van vergoeding aan de Sint-Jansridders het kleine eiland Malta, waar zij hun verblijf vestigden en waar zij met minder macht en luister hun vroegere dapperheid en onverzoenlijke haat tegen de ongelovigen blijven behouden.'

 

Derde boek. Burgeroorlog in Castilië. Dat belooft. Karel meert aan in Spanje op 17 juni van 1522. Castilië ligt in de lappenmand en probeert weer op krachten te komen. De revolutie is al begonnen in 1520 te Toledo. Het geld dat door de Cortes geschonken werd aan de keizer was er te veel aan bij de mensen. Ik kan er in mijn geschiedenis van de Westhoek niet al te veel tijd aan besteden omdat de gebeurtenissen hier uiteindelijk maar een verwaarloosbare impact hebben op het leven in Vlaanderen.

 

Vooral de monniken en de priesters krijgen het in dat jaar 1520 hard te verduren. Dat bewijst het volgend fragment waarbij een hooggeplaatste kerkelijke figuur plots in het oog van de publieke storm komt te staan. 'Tevergeefs begaven de deken en de kanunniken zich met het heilig sacrament in de ommegang ten einde het gemeen te stillen. Tevergeefs vielen de monniken van de kloosters waar het grauw voorbijtrok op hun knieën, hen bezwerende het leven van hun meester te sparen.' Maar de godsdienst blijkt kop van jut. God kan de pot op. Fuck de deken. 'Ze riepen eenparig dat de beul hen het dode lichaam van deze landverrader moest schenken, hem daarop met nog meer geweld voortslepende tot hij door hun geweld omgekomen was. Ze lieten hem achter met het hoofd nederwaarts aan de gemene wipgalg.'

 

Adriaan van Utrecht, toen nog niet tot paus verkozen, is in die periode regent in Spanje. Vanuit zijn zetel in Valladolid probeert hij in te grijpen om de volkswoede in te dijken. Rechter Ronquillo wordt er direct naartoe gestuurd met een regeringsleger dat aan de gesloten stadsmuren van Segovia oog in oog komt te staan met een revolutionair leger van twaalfduizend opstandelingen. Ronquillo leidt er zware verliezen en moet zich terugtrekken. Zijn opperbevelhebber Fonseca haalt er zwaar geschut bij en herbegint de belegering van de stad. Een en ander loopt verkeerd en Segovia wordt door een zee van vuur in de as gelegd.

 

Adriaan moet zich in alle bochten wringen om zich te rechtvaardigen en schuift natuurlijk de zwartepiet door. Hij vertelt dat Fonseca zijn boekje te buiten is gegaan en dat hij persoonlijk erg kwaad is om al dat nodeloos geweld. De financiële kraan voor de Vlaamse ministers en hun bewind in naam van keizer Karel wordt toegedraaid. Karel is in alle staten. De lompheid van zijn ministers heeft de achting voor zijn autoriteit zware schade toegebracht. Een coup is er een beetje het logisch gevolg van.

 

'De koninklijke schatkist is uitgeput, het koninkrijk van troepen ontbloot en het bewind was toevertrouwd aan een onbekwame vreemdeling, een zekere Padilla, die geen deugden bezat.' Ik heb het inderdaad over een staatsgreep. Zelfs Karels geestelijk gestoorde moeder Johanna wordt uit haar gesloten omgeving van Tordesillas weggehaald om geestelijk leider te worden van het nieuwe bewind. Het lijkt me duidelijk dat de Castilianen terug willen naar de tijd toen Johanna's moeder Isabella de scepter zwaaide over het land.

 

Karel bevindt zich tijdens deze revolutie in Vlaanderen en kan er onmogelijk vertrekken. Hij probeert van op afstand de opstandelingen te paaien met mildheid en met de belofte dat enkel ter plekke geboren Castilianen in de toekomst tot het bestuur zullen worden toegelaten. Ondertussen moet de kroon verdedigd worden. Hij benoemt twee bekwame Spaanse edelen om orde op zaken te stellen. Henriquez en Velasco worden de regenten van het koninkrijk, samen met Adriaan.

 

Rebellenleider Padilla legt de maatregelen van de keizer naast zich neer. Veel te weinig en veel te laat. De teerlingen zijn al geworpen. Er vertrekt een uitgebreide lijst met bewaren en verzoekschriften naar Vlaanderen. De voornaamste eis is de terugkeer van Karel naar Spanje die voortaan het land eigenhandig moet besturen. En hij mag zich zeker in geen huwelijk riskeren zonder de voorafgaande toestemming van de Cortes. En uiteraard: geen Vlamingen en Nederlanders meer in 's lands bestuur. De belastingen moeten geïnd worden zoals in de tijd van zijn grootmoeder Isabella. En er mag geen goud, zilver of juwelen verzonden worden uit het koninkrijk op straffe van de dood.

 

Ook het systeem van de aflaten zet blijkbaar erg kwaad bloed. 'De Cortes moest het recht hebben om te zorgen dat er geen aflaten zouden gepredikt of verspreid worden, alvorens de staten de reden hiertoe zouden goedgekeurd hebben en dat al het geld uit de verkoop van aflaten gebruikt zou worden om oorlog te voeren tegen de ongelovigen.' De waslijst van eisen is lang, de zucht van de junta naar grondige hervormingen lijkt amper te stillen. Vooral de geëiste wraakmaatregelen tegenover de adel lijken buitensporig.

 

Ik lees het relaas over een confrontatie met tienduizenden man te velde. De adel tegen het volk. Ik laat deze kolk van geweld aan me voorbijgaan. Als puntje bij paaltje is gekomen, hebben Padilla en zijn opstandelingen veel van de eigen pluimen verloren door hun onoordeelkundig gebruik van grof geweld. De staatsgreep mislukt en de junta moet zich reppen om uit de greep van de adel te blijven. De eisen worden nu in elk geval een stuk gematigder. Padilla en de zijnen worden onthoofd. Hun tijd is achter de rug. De hele toestand wordt nog een stuk complexer met de Franse inval te Navarra. Ook de andere Spaanse koninkrijken krijgen hun deel van de plunderingen en de revolutie. De Spanjaarden hebben er tijdens de afwezigheid van hun koning een zootje van gemaakt. Perfect samengevat.

 

Ik noteer 17 juni 1522. Karel is terug. De bevolking is bevreesd voor harde represailles, maar de keizer verlost hen van hun angsten. Hij wil het voorzichtig aanpakken en een zekere mildheid uitstralen. 'Hij liet er nauwelijks twintig in Castilië met de dood bestraffen.' Zijn raad vraagt om extra maatregelen, maar er is volgens Karel nu al veel te veel bloed gevloeid. Hij komt af met een algemene vergiffenis voor alle muiterijen sinds zijn vertrek. Hij wil zelf de taal van de mensen spreken en hun gewoonten leren kennen. Zijn verstandige beslissingen brengen als vanzelf rust in Spanje. Mijn geloof in de man zijn capaciteiten is met stip gestegen.

 

Omtrent de tijd van Karels aankomst in Spanje vertrekt Adriaan op weg naar Italië om zijn nieuwe pauselijke waardigheid in het bezit te gaan nemen. Voor de Italianen betekent zijn verschijning een heuse cultuurschok. 'Gewoon aan de vorstelijke pracht van Julius en de heerlijke luister van Leo, kijken ze met verachting neer op deze grijsaard. Adriaan is nederig en eenvoudig in zijn voorkomen, streng van zeden en een vijand van al die pracht en praal. Kunst kan voor hem de pot op en zijn staatkundige inzichten staan haaks op wat zijn ministers altijd al gewoon zijn geweest. Hij erkent en betreurt de ondeugden welke in de kerk en in het hof van Rome geslopen zijn en bereidt hen voor op algemene hervormingen.'

 

De nieuwe paus interesseert zich hoegenaamd niet aan de intriges die zich achter de schermen van het Romeinse hof afspelen. Zijn entourage betitelt hem als zwak en onervaren en drijft de spot met die nieuwe vreemde paus. Adriaan, ooit zelf leermeester geweest van Karel, probeert hoe dan ook een neutrale houding te bewaren ten opzichte van de Roomse keizer. Wat ze in Europa nodig hebben, is vrede. Frankrijk, Engeland en Duitsland zouden beter hun krachten bundelen tegen die Suleiman.

 

Er verschijnt een pauselijke bulle met het voorstel om een wapenstilstand van drie jaar in te lassen. De keizerlijke, Franse en Engelse gezanten aan het hof van Rome krijgen de toelating om hierover te onderhandelen. Maar ondertussen blijven hun vorsten hun voorbereiding voor een algemene oorlog verder zetten. Tijdens de zomer van 1523 verbreken alle Italiaanse staten hun verbintenis met een volgens hen onbetrouwbare François en sluiten ze een verbond met keizer Karel. De Fransen zullen nu wel twee keer nadenken eer ze voet op Italiaanse bodem willen zetten.

 

Maar de Fransen gaan toch door met hun plannen. Zijn vijanden hebben François duidelijk onderschat. Hij plant een grootschalige veldtocht in Italië nog voor de Duitsers er in geslaagd zullen zijn om hun leger op te trommelen. Het is tot slot een interne afrekening bij de Bourbons die stokken in de Franse wielen steekt. De hertog van Bourbon vindt er niets beter op om in deze tijden van oorlog de kant te kiezen van keizer Karel. Een opstand van de Bourbons, gesteund door Karel en Hendrik is natuurlijk een ideaal scenario om Frankrijk te veroveren.

 

'De keizer bood de dissidente hertog zijn zuster Eleonora aan, de weduwe van de koning van Portugal, samen met een aanzienlijke bruidsschat. In het verdrag tussen Karel en Hendrik werden Bourbons belangen een voorname plaats gegeven: de graafschappen van de Provence en de Dauphiné zouden aan hem toegevoegd worden samen met de titel van koning. De keizer verbond zich om aan de kant van het Pyreneëische gebergte in Frankrijk te komen. Hendrik, geholpen door de Vlamingen, zou binnenvallen in Picardië terwijl twaalfduizend Duitsers Bourgondië zouden kraken. En dat in overleg met de hertog van Bourbon die zelf zou zorgen voor een strijdkracht van zesduizend soldaten. Die laatsten zullen zich concentreren op het hart van het Franse koninkrijk en er hun putsch plegen.'

 

'Laat hem maar eerst met zijn enig leger over de Alpen trekken!' Het plan is eenvoudig. Ondertussen krijgen de bondgenoten carte blanche om Frankrijk te veroveren. Het is de Vlaamse edelman Adriaan van Croÿ die de connestabel van Bourbon overtuigt naar het kamp van Karel over te stappen. François wordt op de hoogte gebracht van dit dubbelspel, maar weigert om het verraad te geloven. Roddels zijn het. Er moet hoog spel gespeeld worden. Bourbon kan de Fransman overtuigen dat hij echt een loyale medewerker is, waardoor die hem het voordeel van de twijfel geeft. Tot grote frustratie van zijn adviseurs trekt François de Rhône over en begint tegen beter weten in aan zijn aanval op Italië.

 

De herfst rond Milaan is nat en ongezond. 'De ruwheid van het jaargetijde', vertelt mijn schrijver. Op 14 september 1523 sterft paus Adrianus. Moegetergd door zijn kardinalen, 'vergiftigd', schreeuwen de Spanjaarden en de Vlamingen in koor. De bevolking van Rome laat het niet aan het hart komen. Kardinaal de Medici wordt de nieuwe paus. Met de verdoken steun van de keizer. De verkiezing sleept 50 dagen aan. Zijn collega-kardinalen moeten best geaarzeld en getwijfeld hebben. Maar zijn 'kunststreken, kuiperijen en omkopingen' maken hem per slot van rekening de nieuwe baas van de katholieke kerk. Clemens VII kan weer aanknopen met de vroegere praktijken van het Vaticaan.

 

Wolsey heeft opnieuw achter het net gevist. Ondanks het lobbywerk van Hendrik ten opzichte van Karel. De keizer acht het echter niet verstandig om de rijke familie de Medici en zijn Romeinse achterban voor de borst te stoten door opnieuw een vreemdeling aan te stellen. Wolsey blijft gefrustreerd achter: 'hij had hartzeer om een paus verkozen te zien wiens jaren en sterke lichaamsgesteldheid de Engelse minister zelf geen hoop gaven van hem te overleven. Deze tweede teleurstelling overtuigde hem van de keizers onoprechtheid, en in zijn boezem ontstak al de wraakzucht waar een trots gemoed vatbaar voor is.' Clemens probeert Wolsey te paaien met een pauselijk legaat over heel Engeland, maar tussen Karel en Wolsey is de veer gesprongen, de kardinaal wacht nu op een passende gelegenheid om de keizer een loer te draaien.

 

Hendrik voert de beloofde veldtocht in Frankrijk uit. Maar die loopt enorme vertraging op. Te wijten aan een chronisch gebrek aan middelen. 'Zijn onbedachte kwistigheid en ongemene achteloosheid in het bestuur van zijn inkomsten deden hem dikwijls grote schaarsheid aan geld ondervinden.' Ik verneem dat het Engels leger samengesteld is uit goed betaalde huurlingen. De eigen (gratis) leenmannen worden niet opgetrommeld. De krijgstechniek en de manier waarop steden zich beveiligen is er met verloop van tijd ingewikkelder op geworden. Dat betekent dat aanvalstuig hier op moet voorzien zijn. De kosten hiervoor rijzen de pan uit en dat is niet naar de zin van de krenterige Engelse parlementen van die eeuw.

 

Het is al laat in het jaar als de hertog van Suffolk in actie schiet. 'Deze veldoverste, versterkt door een aanzienlijke bende Vlaamse troepen, trok in Picardië dat door François in zijn ijver om Milaan te veroveren, weerloos achtergelaten was.' Suffolk dringt door tot op 10 km van Parijs, wat de hoofdstad in uiterste verlegenheid brengt. Een strenge winter en een alerte reactie van de Franse legerleiding kunnen de Engelse opmars tot staan brengen. Een handvol volk slaagt er in het ontzaglijk Engels leger van het Frans grondgebied te verdrijven.

 

De aanval van keizer Karel op Bourgondië verloopt al niet veel beter. Eigenlijk ongelooflijk dat het ook hier niet lukt. Van een verdediging is er nauwelijks sprake, maar 'het gedrag en de wakkerheid van de Franse veldoversten maakten veel goed. De Duitsers die in Bourgondië gevallen waren en de Spanjaarden die in Guyana aangevallen hadden, werden beiden met veel verlies teruggedreven.'

 

'Op deze wijze eindigt de veldtocht van 1523 bij dewelke François zo veel geluk en voorspoed had, dat heel Europa grote gedachten begon te krijgen over zijn macht en hulpmiddelen. Hij had een gevaarlijke samenzwering ontdekt en vernietigd, hij had de ontwerpen van een machtig bondgenootschap tegen hem doen mislukken, had zijn staten verdedigd aan drie verschillende kanten en had de helft van het hertogdom Milaan weer in zijn bezit gekregen.'

 

Het jaar 1524 vangt echter minder gunstig aan voor de Fransman. Er wordt geknabbeld aan de pas veroverde gebieden rond Milaan. De nieuwe paus, gekend als notoir anti-Frans, beslist om in zijn nieuwe functie toch maar een neutrale houding aan te nemen en probeert François en Karel tot akkoorden te laten overgaan. Hij kan niet voorkomen dat beide kampen in het begin van maart met een nieuw leger staan te popelen om de gevechten van het nieuw seizoen weer te openen.

 

Ik bespaar jullie de details. Het Frans leger wordt uit elkaar geslagen. Hun legendarische aanvoerder ridder Bayard sneuvelt op het veld van eer. Bourbon die het tegen hem heeft opgenomen, betuigt zijn leedwezen. 'Kapitein Bonnivet bracht het overschot van zijn leger in Frankrijk terug en in een korte veldtocht zag François zich alles wat hij in Italië bezeten had, ontnomen, daar hem niet één enkele bondgenoot overgelaten werd.'

 

Terwijl het vuur van de oorlog door veel landen van Europa raast, blijft het in Duitsland relatief gunstig. Dat betekent een ideaal scenario voor de verdere verspreiding van Luthers nieuw geloof. De prediker staat officieel geseind als vogelvrij en verschuilt zich in het kasteel van Wartburg. Met dank aan keurvorst Frederik de Wijze van Saksen. Eén van zijn discipelen, Andreas Bodenstein alias 'Carlostadius', ijvert verder voor de verspreiding van het gedachtegoed van Maarten Luther. De man staat aangeschreven als minder diplomatisch dan zijn leermeester en vliegt er met de nodige brutaliteit in.

 

'Door zijn vermaningen aangemoedigd, sloeg het gemeen in verscheidene dorpen van Saksen aan het muiten, viel met een oproerige woede op de kerken aan, en vernielde er de beelden die dezelve versierden.' Luther beseft dat dit geweld bijzonder compromitterend is voor zijn beschermheer. Hij verlaat op staande voet zijn schuiloord en rept zich naar Wittemberg om in te grijpen en de rust te laten terugkeren.

 

De voorbije jaren heeft Maarten Luther een herwerking van het Nieuwe Testament klaargestoomd; conform zijn eigen visie. Rome reageert verrast. 'Lieden van allerlei rang lazen deze vertaling met een ongemene gretigheid. Men was verwonderd te ontdekken hoe strijdig de voorschriften van de stichter van de godsdienst waren met de instellingen en de uitvindingen van deze die pretendeerden zijn stadhouders te zijn.'

 

In 1523 stappen enkele grote Duitse steden over naar het vernieuwd geloof. De missen en de bijhorende plechtigheden van de Roomse kerk worden er op bevel van de wethouders afgeschaft. 'De keurvorst van Brandenburg en Lunenburg en de prins van Anhalt verklaarden zich beschermers van Luthers leer en lieten die zelf in hun staten prediken.' De keurvorsten worden op de vingers getikt door paus Adrianus. Hij erkent de verdorvenheid van het Roomse hof en zal er iets aan doen. Maar dat betekent geenszins een alibi om met een nieuw geloof voor de dag te komen! 'Hij vermaande de vorsten hem met hun raad bij te staan om de nieuwe ketterij te smoren welke in hun midden was geboren.'

 

De vergadering van de Duitse keurvorsten schaart zich uiteindelijk achter deze smeekbede. Het is hoog tijd dat Duitsland verlost wordt van dit schisma. De kerk zelf moet er evenwel voor zorgen terug te keren tot zijn oorspronkelijke kracht en standvastigheid. Er komt een voorstel om een nationale kerkvergadering te houden om het nijpend gevaar te bezweren en de kerk in Rome te adviseren in zijn terugkeer naar zijn authenticiteit.

 

De pauselijke nuntius ziet dat voorstel allerminst zitten. In Duitsland moeten ze niet rond de pot draaien. Van een concilie in Duitsland kan er geen sprake zijn. Luther en zijn leer moeten afgestopt en vervolgd worden. De ketters moeten strenger gestraft worden. De Duitse rijksvergadering blijft echter onbewogen voor het pleidooi van de nuntius. 'Ze bleven onverzettelijk en voeren voort met het opmaken van hun lijst van bezwaren om deze aan de paus te kunnen voorleggen.'

 

De opsomming van honderd bezwaren zal de geschiedenis ingaan als één van Duitslands meest beruchte jaarboeken. Allemaal gecatalogeerd onder de noemer van goddeloze dwingelandij. Allemaal bezwaren die al bestonden van in de tijd van keizer Maximiliaan. Misbruiken allerhande en de trucs die gebruikt werden om zich aan de wereldlijke rechtbank te onttrekken. De losbandigheid en de ergerlijke zeden van een groot aantal geestelijken. Op 6 maart 1523 beslist de Duitse rijksvergadering om de reactie van het Vaticaan af te wachten, voorlopig geen stappen te ondernemen tegen de Lutheranen, maar die moeten zich voorlopig wel gedeisd houden.

 

De lijst die het bewijs levert van de verschrikkelijke verdorvenheden die aan het hof van Rome plaats vonden, bewijst natuurlijk het grote gelijk van Luther. Niets van hun aanklachten werd ooit verzonnen, zoals zo dikwijls beweerd werd. In het Vaticaan zelf krijgt Adriaan de zwartepiet toegestopt. 'Dat komt ervan als je zelf je eigen wanorde erkent! Zijn gebrek aan staatskunde maakt zijn vijanden trots en arrogant. In plaats van de ketterij uit te roeien, zullen nu de voornaamste inkomsten van de geestelijken opdrogen.'

 

Adriaan geraakt er niet uit. Gif wel. Zijn opvolger Clemens VII erft de Duitse eis. Van een kerkvergadering met de Duitsers kan er geen sprake zijn, zoveel is al direct duidelijk. 'Met dit inzicht verkoos hij de kardinaal Campeggio, een loos man, tot zijn nuntius die zich zal melden op de komende rijksvergadering van Neuremberg.' Ik begrijp onmiddellijk wat mijn oude schrijver bedoelt met de term 'loos'. Enfin ik denk het toch. Een type met een fluweelzachte zeikerige, zeg maar gevoosde stem, die het heeft over God en het diep geloof, over alles en dus eigenlijk over niets. Zo'n type als Danneels. Wat de bedoeling is. Antwoorden gaan ze in Duitsland zeker niet krijgen van deze Campeggio.

 

En inderdaad. Het is van dat. Tijdens een lange redevoering eist hij de onverkorte uitvoering van het edict van Worms en zwijgt hij als vermoord over de beruchte lijst van klachten. Tja, na aandringen heeft men het dossier blijkbaar wat uit het oog verloren tijdens de overdracht van de pausen. Wat kan hij daar aan doen? Op 18 april 1524 geraken ze er in elk geval niet uit en blijven strenge maatregelen tegen de hervormers in de kast steken. Nog voor zijn vertrek lijkt Campeggio nu toch bereid om enkele misbruiken die bij de lage geestelijkheid heersen, aan te pakken. 'De nuntius snoeide met een beschroomde hand enkele kleine takken, de Duitsers wilden de bijl gebruiken en het kwaad tot aan de wortel uitgerukt zien.'

 

Nu de Fransen verdreven zijn, komt de rust enigszins terug in Italië. Ze laten Karel weten dat ze eigenlijk vrede willen en dat het beter zou zijn om Frankrijk nu wat met rust te laten. Bourbon, de adder in het Franse gras, dringt aan om vanuit de Alpen de Provence binnen te trekken terwijl de Engelsen hun deel van het werk doen. De Fransen liggen in de lappenmand, het moment is aangebroken. Alleen geld is een probleem, maar Hendrik nam het op zich om hem tienduizend dukaten voor te schieten, goed voor de eerste maand. Achteraf zou hij dan nog wel zien of er nog extra zou betaald worden. Ook aan het zuiden, Guyana, zal de keizer zorgen voor een aanval. Bourbon zal de Provence krijgen als eigendom. Hij krijgt de titel van koning en zal in die hoedanigheid de eed afleggen aan zijn wettige oppervorst Hendrik, de nieuwe koning van Frankrijk. Dat zijn toch de plannen.

 

Veel komt er niet van in huis. Er komt een aanval op de Provence maar Bourbon ziet Hendrik helemaal niet zitten als nieuwe koning van Frankrijk. Waardoor Hendrik zich dan op zijn beurt op de pik getrapt voelt. De Franse zomer van 1524 is gevuld met geweld en verwoesting. Avignon, Marseille en zo veel andere plaatsen krijgen er van langs maar gebrekkige afspraken verhinderen Karel de aanval naar behoren uit te voeren. Wolsey die vroeger de kolen uit het vuur haalde voor de keizer, houdt zich nu op de vlakte en neemt zeker geen maatregelen die Karel kunnen helpen.

 

Het stijgt François naar het hoofd dat hij kan stand houden tegen de twee beste legers van de wereld. Overmoed is altijd al een slechte raadgever gebleken. 'Hij liet zich door de voorspoed verbijsteren en verleiden door ondernemingen waar veel stoutmoedigheid vereist werd en waar grote gevaren te tarten waren.' Zeer tegen de zin van zijn legerleiding, wil hij een nieuwe aanval op het Milanese bolwerk van Pavia wagen. Zelfs zijn moeder raadt het hem af om deze vermetele poging te riskeren. De aanval verrast de keizerlijke troepen en 'François zette de belegering voort met een hardnekkigheid gelijk aan de onbedachtzaamheid met welke hij diezelve ondernomen had.' Drie maanden duurt de belegering, terwijl de weersomstandigheden de Fransen geselen. De paus helt al over naar het Franse kamp en zoekt de Franse aanwezigheid in Italië te vergoelijken.

 

Karel kan er allerminst om lachen. Op 24 februari 1525 valt een vernieuwd keizerlijk leger de Fransen aan ter hoogte van Pavia. 'Nooit werd een gevecht door twee legers met grotere woede aangevangen, nooit had men aan weerskanten een gevoeliger besef van de gevolgen van de overwinning of de nederlaag.' Ik onderbreek deze lyrische stortvloed. Frankrijk verliest de slag. 'Er sneuvelden tienduizend man op die dag, een van de rampzaligste welke Frankrijk ooit gezien heeft.' Velen worden krijgsgevangen genomen. 'Twee weken na de slag bleef er in Italië geen Fransman meer over.'

 

Koning François is één van de krijgsgevangen. Hij wordt opgesloten in een kasteel in de buurt van Cremona waar hij bewaakt wordt door de Spaanse legeroverste Alarçon. Het bericht van de overwinning vertrekt naar Spanje waar Karel zich nog altijd bevindt. De boden krijgen een vrijgeleide van de gevangen François om door Frankrijk te reizen, de Franse koning is er trouwens van overtuigd dat keizer Karel dadelijk de opdracht zal geven om hem in vrijheid te stellen.

 

10 maart 1525. 'Karel ontving de tijding van deze onverwachte en opmerkelijke overwinning die zijn wapens bevochten hadden met een bescheidenheid, welke, was dezelve oprecht geweest zijn, hem meer eer aangedaan zou hebben dan de grootste zegepraal. Zonder één enkel woord te uiten dat naar een aandoening van blijdschap of een onmatige vreugde zweemde, begaf hij zich terstond naar zijn kapel waar hij een uur lang doorbracht met de hemel te danken.'

 

Ook achteraf is hij zeer matig met het vieren van deze overwinning. Een overwinning op een ander christelijk leger is nu eenmaal niets om fier op te zijn. 'Hij verbood alle openbare vreugdebedrijven, als onbetamelijk in een oorlog tussen christenen, willende dat men die sparen zou tot de eerste overwinning op de ongelovigen.'

 

Karel is natuurlijk staatsman genoeg om te beseffen welke de gevolgen zijn van deze overwinning op de Fransen. Zijn macht over Europa is nu echt gevestigd. Frankrijk is ondertussen in de grootste neerslachtigheid gedompeld. Voor hen is alles nu verloren. 'Frankrijk zonder koning, zonder geld in de schatkist, zonder legermacht, zonder veldheren en langs alle kanten omsingeld door een zegepralende vijand, leek op de oever van zijn ondergang.' De natie zal voorlopig geleid worden door Louise, de moeder van François die in afwachting van diens terugkeer regentes wordt.

 

Mama Louise blijft niet bij de pakken zitten. Geen plaats voor moederlijke teerhartigheid. 'Ze wierp de edelen te Lyon bijeen en blies hen zowel door voorbeelden als door haar woorden zo veel ijver in ter verdediging van hun vaderland. Ze verzamelde de overblijfselen van het leger dat in Italië gediend had, betaalde het losgeld van de krijgsgevangenen en hun achterstallige soldij en stelde hen in staat om weer te velde te trekken. 'Ze trok nieuwe troepen aan, voorzag in de veiligheid van de grenzen. Haar voornaamste zorg was vooral de koning van Engeland te bevredigen en zijn vriendschap te winnen.'

 

Een impulsieve Hendrik had voor Karel gekozen om zichzelf een stuk van Frankrijk te kunnen toe-eigenen. De nederlaag van Pavia was echter zo nadelig voor Frankrijk dat heel het staatkundig bestel van Europa ondersteboven gegooid werd. 'Hij zag het gevaar waarin heel Europa prooi dreigde te worden van een staatkundig vorst tegens wiens macht geen evenwicht overbleef.' Als Karel Frankrijk binnenvalt, dan zou hij wel eens kunnen uitgroeien tot een gevaarlijke buur.

 

De Engelse koning neigt dus om François te gaan steunen. Hij wordt hierbij gesteund door zijn staatsminister en zeker al door Wolsey die niet vergeten is dat hij twee keer achter het net van de pauselijke macht gegrepen heeft. Ik voeg daarbij de vrouwelijke charme van Louise; 'ze zocht van haar kant de vriendschap van de koning van Engeland te winnen door een strelende onderwerping welke de koning niet minder behaagde dan de kardinaal.' 'Hendrik gaf heimelijk zijn woord dat hij Frankrijk niet in een ongelukkige staat zou helpen neerdrukken en eiste van haar een belofte dat ze nooit een Franse provincie zou afstaan om de vrijheid van haar zoon te bewerkstelligen.'

 

Terwijl de interne Engelse keuken dus overhelt naar de Franse zijde, worden er voor de buitenwereld grote festiviteiten georganiseerd om de overwinning van keizer Karel te vieren. De vernieling van de Franse monarchie is een feestje waard. Er vertrekt een delegatie naar Madrid om de keizer geluk te wensen. Wanneer zal Karel trouwens zoals beloofd Guyana binnenvallen en dit gebied overmaken aan de Engelse kroon?

 

Tijdens het verdrag van Brugge werd er afgesproken dat Karel zich zou verloven met Hendriks dochter Mary. Hendrik laat informeren in Spanje wanneer Mary kan verhuizen naar de Nederlanden of naar Spanje in voorbereiding van het geplande huwelijk. Het zal wel zijn. Karel heeft de sleutel van Europa op zak en zal die niet meer afstaan. De eisen van Hendrik zullen niet ingewilligd worden.

 

In de verschillende staten van Italië heerst er grote ongerustheid. 'Ze hadden in hun jonge monarch verscheidene tekenen opgemerkt van een onmatige staatszucht en beseften duidelijk dat hij als keizer gevaarlijke eisen op tafel zou kunnen leggen en niet zou aarzelen om binnen te vallen indien deze niet zouden ingewilligd worden.' En altijd opnieuw is paus Clemens betrokken partij en spelen geld en macht hun typisch achterbakse rollen.

 

Keizer Karel ziet het inderdaad allemaal groot en probeert zijn tegenstanders kopje onder te duwen. Zoals dat bijvoorbeeld het geval is met François. Enkele van Karels raadslieden stellen voor om de Franse koning grootmoedig te behandelen en om hem in vrijheid te stellen. Maar Karel moet niet veel weten van cadeautjes voor zijn vijand en probeert François klein en onderdanig te houden. Veel beloven en weinig geven, jullie kennen deze zoethoudertjes.

 

Ondertussen schiet de jonge keizer wel enige bokken: 'in plaats van alles in het werk te stellen om met al de macht van Spanje en de Nederlanden in Frankrijk en Italië binnen te dringen en te verpletteren alvorens ze de tijd hadden om zich te herstellen van hun verbazing, nam hij zijn toevlucht tot kunstgrepen van kuiperij en onderhandelingen waartoe hij gedeeltelijk uit noodzaak en gedeeltelijk door een natuurlijke neiging gedreven werd.' De beroerde financiële toestand van zijn staatsmiddelen moeten hem natuurlijk ernstig belemmeren in de uitvoering van zijn plannen. Maar hij heeft vooral weinig zin in ondernemingen waar stoutmoedigheid en krijgshaftigheid te pas komt.'

 

Mijn Gentse keizer Karel wordt hier afgeschilderd als een beetje een bange en weifelende vorst die niet bereid is om veel risico's te nemen, maar één man die erg gesteld is op zijn ego en die zich maar al te graag laat bejubelen. Hij geeft opdracht aan de graaf van Roeulx om de gevangen François te gaan opzoeken en harde voorwaarden te stellen voor diens vrijlating. Bourgondië moet terug geschonken worden. Dat land werd ooit onrechtvaardig ontnomen aan Karels voorouders en hij wil het terug. De Provence moet als nieuw koninkrijk op de kaart gezet worden onder leiding van Bourbon en uiteraard moet François voor eeuwig afzien van claims op enige Italiaanse gebieden.

 

François reageert furieus op de eisen. Hij zou nog liever voor de rest van zijn leven gevangen blijven dan deze schandelijke prijs te betalen. Hier zitten de Spanjaarden achter en niet Karel, die zou zoiets nooit durven voorstellen. Alleen een tête-à-tête met de keizer in Madrid kan zorgen voor een fatsoenlijke oplossing voor de koning van Frankrijk. Hij ziet het helemaal verkeerd. Karel is niet het heilig boontje die hij denkt te zijn. Lees maar: 'bedrogen door de al de gunstige gevoelens die hij van Karels karakter had, bood hij aan naar Madrid te komen.'

 

'Misschien toch niet zo'n slecht idee', oppert Karel, 'dan moet ik me niet verplaatsen.' Een zeereis van maanden brengt François via Genua naar het Alcazar van Madrid waar hij onder de strenge bewaking van een wakkere Alarçon wordt geplaatst. De Fransman komt er vrij vlug tot de vaststelling dat hij zich vergist heeft in de edelmoedigheid van zijn opponent Karel.

 

In die periode sluiten Hendrik, de koning van Engeland en Louise, de regentes van Frankrijk een verdrag. Via deze weg kan François misschien wel uitzicht krijgen op vrijlating. In Madrid lachen ze met Hendriks eisen ter zake en is er niet veel meer over van de gespeelde achting voor de koning en zijn rechterhand Wolsey. Deze stommiteit brengt Engeland en Frankrijk nog dichter bij elkaar. Keizer Karel ziet het verlies van zijn machtige bondgenoot met lede ogen aan.

 

In Italië krijgt hij een andere opdoffer te verwerken. Morone, de doortrapte kanselier van Milaan, zorgt er voor een samenzwering tegen de kroon. Dit terwijl Bourbon en Pescara absoluut niet gelukkig zijn met de verhuis van François naar Madrid zonder dat de keizer zich de moeite getroost heeft om dat aan zijn partners mee te delen. Bourbon rept zich naar Madrid om een eventuele deal in de kiem te smoren. Pescara blijft verbitterd en verontwaardigd achter in Italië. Morone en Pescara zullen er onder elkaar een zootje van maken. Ik laat de details achterwege, maar het komt er op neer dat de plooien glad gestreken worden en dat de keizer samen met deze Pescara uiteindelijk de puntjes op de Italiaanse i zal plaatsen.

 

Ondertussen blijft François gevangen. De omstandigheden van zijn opsluiting worden boeiend beschreven. Van respect onder koningen is er zeker geen sprake. Integendeel: 'de gevangen koning was in een oud kasteel opgesloten onder het toezicht van een wachter wiens strenge en nauwgezette waakzaamheid, zijn gevangenis nog ondraaglijker maakte. Men liet hem geen andere lichaamsoefening toe dan het rijden op een muilezel omsingeld van gewapende ruiters te paard.'

 

Karel verblijft ondertussen in Toledo en verwaardigt zich weken aan een stuk niet eens om deze François op te zoeken. 'Zo veel onwaardige behandelingen maakten op de ziel van een hoogmoedig en gevoelig vorst een diepe indruk. Hij begon alle smaak voor zijn gebruikelijke tijdbesteding te verliezen. Zijn natuurlijke vrolijkheid verliet hem en na enige tijd gekwijnd te hebben, werd hij door een gevaarlijke koorts aangevallen. Hij herhaalde menig maal dat de keizer het genoegen zou hebben om hem te laten sterven zonder hem eenmaal van een bezoek te verwaardigen.'

 

'Eindelijk begonnen de geneesheren voor zijn leven te vrezen. Ze gaven de keizer te kennen dat zijn bezoek wel eens zijn leven zou kunnen redden.' Karel heeft er nu wel oog voor, hij kan zijn gewezen concurrent toch moeilijk aan zijn lot overlaten. Zijn kanselier Gattinara probeert hem ervan te weerhouden. 'Wat ga je er eigenlijk vertellen?' 'Dat je hem niet wil vrijlaten tenzij onder de voorwaarden die al lang op tafel liggen?'

 

Op 28 september 1525 zien ze elkaar in Madrid. 'De bijeenkomst liep kort af omdat François te zwak was om met de keizer te spreken. Karel sprak hem op zeer genegen en eerbiedige wijze toe, gaf hem hoop op een spoedig ontslag en beloofde hem ondertussen een vorstelijke behandeling. François sloeg graag geloof aan die beloften en door deze flikkering van hoop begon hij vanaf dat ogenblik af te beteren en welhaast kreeg hij zijn krachten en gezondheid weer.'

 

Maar er verandert niks voor de Franse koning. Integendeel. Bourbon komt zich nu nog moeien in Spanje waar hij door de keizer met alle achting ontvangen wordt. Wat een kaakslag voor de gevallen monarch. Zijn enige troost vindt hij in de wetenschap dat de Spanjaarden zelf geen al te hoge dunk hebben van deze Bourbon. Karel zelf werkt zich in het zweet om zweet om zijn bondgenoot ter wille te zijn. 'Wanneer kan ik nu trouwens met jouw zuster Eleonora, de koningin van Portugal, trouwen?' De vraagt komt van Bourbon zelf. Deze afspraak werd ooit gemaakt tussen beiden en nu wordt de keizer er nog eens aan herinnerd. In december van 1525 sterft Karels sterke man Pescara op zesendertigjarige leeftijd. Zijn dood stelt de keizer voor een probleem in Italië. Bourbon krijgt het land in zijn schoot geworpen op voorwaarde dat hij dat huwelijk met Karels zuster uit zijn hoofd moet zetten.

 

De onderhandelingen over de vrijlating van koning François verlopen ondertussen nog altijd erg stroef. Wederzijdse argwaan en wrok spelen zo hun hoofdrol. Het grote struikelpunt blijft de teruggave van Bourgondië, iets wat de Fransen nooit ofte nimmer zullen toestaan. 'Voor het overige toonde hij zich bereidwillig om al zijn eisen voor wat betreft Italië en de Nederlanden aan de keizer af te staan.' François zou wel de figuur zijn die moet trouwen met Eleonora, mits de betaling van een aanzienlijk losgeld. De pogingen om vrij te komen volgen elkaar op in steeds sneller tempo. Ook Hendrik blijft zich moeien maar toch blijft de koning in zijn gevangenschap vastzitten.

 

François moet de wanhoop nabij zijn. Waarom anders zou hij plots beslissen om af te treden als koning van Frankrijk en zijn kroon af te staan aan zijn zoon de kroonprins? 'Liever dat dan zijn dagen te eindigen in de gevangenis of zijn vrijheid af te kopen mits voorwaarden die een koning onwaardig zijn.' Hij tekent zijn besluit in Madrid en laat het document overbrengen naar de parlementen van het koninkrijk Frankrijk.

 

Zijn besluit beïnvloedt natuurlijk de plannen van keizer Karel. Tot overmaat van ramp helpt een of andere onverlaat de koning om weg te glippen uit zijn gevangenis, maar deze poging wordt op het laatste nippertje verijdeld. Nadien matigen Karel en François allebei hun toon zodat de onderhandelingen in een rustiger vaarwater kunnen verlopen. Op 14 januari 1526 wordt het verdrag van Madrid getekend. Bourgondië zal dan toch onvoorwaardelijk terugkeren naar de keizer. Veertien notoire gijzelaars zullen de plaats van François innemen in borg voor de effectieve uitvoering van de deal. Onder hen de kroonprins en de hertog van Orléans.

 

14 januari 1526 is ook voor Vlaanderen een erg belangrijke datum. Het land is altijd een leengebied geweest van de Franse koningen dat met hun goodwill in bruikleen gegeven werd aan een hele reeks van graven en hertogen die het elk op hun beurt zo onafhankelijk wilden besturen, maar zich maar al te vaak gehinderd zagen door de eisen van hun hoofdleenheer Frankrijk. De geschiedenis puilt uit van de ellende die hierdoor veroorzaakt werd. Het verdrag van Madrid maakt bruusk een einde aan deze onderdanigheid. 'François zou afzien van alle eisen op Italië en zou al zijn rechten op de soevereiniteit van Vlaanderen afstaan.'

 

Er komt een band van eeuwigdurende vriendschap tussen Karel en François die inderdaad zal trouwen met Eleonora. Ze worden warempel schoonbroers. Ik heb zo mijn twijfels over al deze eeuwige vriendschap en dixit familiebanden die er plots komt met het mes op de keel. Mijn scepsis blijkt terecht. 'Enige uren voor dat François het verdrag ondertekende, liet hij al de raadsleden die van hem in Madrid waren, bij zich komen en na het afleggen van hun eed van geheimhouding las hij in hun tegenwoordigheid een lange lijst voor van al de schandelijke kunststreken en harde behandelingen welke de keizer in het werk gesteld had om hem te verstrikken en bevreesd te maken.'

 

François probeert zich op een juridische manier te onttrekken aan de deal. Handig. Hij tekent maar hij tekent eigenlijk niet. 'Om die redenen protesteerde hij in het bijzijn van zijn notarissen tegen zijn toestemming tot het verdrag, als een onwillige daad die voor nul en van gener waarde moest gehouden worden. De koning probeerde zijn eer en geweten gerust te stellen bij het tekenen van het contract terwijl hij zichzelf tezelfdertijd tijd een voorwendsel verschafte om de inhoud ervan te verbreken.'

 

Ondertussen betuigen Karel en François elkaar hun respect in de grootste toegenegenheid en vertrouwen. Een façade van leugens, ja. 'Ze hadden menigvuldige en lange gesprekken met elkaar, reisden in dezelfde draagkoets en verlustigden zich te samen met dezelfde vermakelijkheden.' Karel moet het beseffen dat de Fransman niet echt te vertrouwen is. Kort na het ondertekenen van het verdrag heeft de huwelijksplechtigheid met de regentes van Portugal plaatsgevonden. De keizer insisteert dat de echte trouwakte pas ondertekend zal worden na de bekrachtiging van het verdrag door het Frans parlement.

 

Volgende passage vind ik veelbetekenend: 'Tot dat de bekrachtiging uit Frankrijk aangekomen ware, werd François geen volledige vrijheid toegestaan. Zijn wachters bleven constant bij hem en terwijl hij als de schoonbroer van de keizer geliefkoosd werd, hield men de wacht over hem als over een gevangene. Het leek maar al te duidelijk dat al deze tekens van wantrouwen niet oprecht of duurzaam konden zijn.' Een maand later komt het ondertekende verdrag binnen, samen met enkele gijzelaars. Louise heeft er voor gezorgd. François kan dit hatelijk Madrid eindelijk achter zich laten en begint aan zijn lange reis terug naar het thuisfront. Hij wordt hierbij begeleid door de ruiters van commandant Alarçon. Op 18 maart 1526 staat hij te Bayonne eindelijk weer op Frans grondgebied.

 

Acht dagen eerder, op 10 maart, trouwt keizer Karel zelf. Met Isabella, de dochter van de overleden koning van Portugal, een volle nicht. Een politiek huwelijk, zoveel is zeker, een die er moet komen met de toestemming van de paus. Maar politiek of niet, de kroniekschrijvers zijn wel tuk op de nieuwe vlam van de keizer. 'Isabelle was een prinses van ongemene schoonheid en uitmuntende hoedanigheden. De staten van Castilië en Aragon hadden hun monarch al langer aangepord om te trouwen. De prinses welke hij zich eindelijk ter gemalin koos behaagde hen ongemeen. De Portugezen, blij over deze nieuwe hereniging met de eerste monarch van het christendom, voegden Isabella een bruidsschat toe van 900.000 kronen, een som die hem in de gegeven omstandigheden tot geen geringe steun strekte.'

 

Terwijl er van de Nederlanden geen sprake is, laat staan van de Westhoek, focust het boek zich nu op de toestand in Duitsland. Terwijl Karel zijn pleziertjes van zijn recente huwelijk opsoupeert, is er van veel genot geen sprake in zijn Duitse hinterland waar er sprake is van de ergste feodaliteit en een ongelooflijke willekeur van de lokale baronnen of hun leenmannen. Hoe kan ik hier eigenlijk tot de kern van de zaken terugkeren als de details zo pijnlijk al die wantoestanden schilderen?

 

'In sommige plaatsen van Duitsland was het volk van de laagste rang geheel en al aan persoonlijke en huiselijke dienstbaarheid onderworpen, zeg maar aan de verachtelijke staat van slavernij. In de landen langs de Rijn, daar waar de toestand nog het draaglijkst was, waren de boeren niet alleen verplicht al de inkomsten van hun hoeves aan de landheer te overhandigen. Maar indien verkozen, waren ze gehouden dat recht voor een zekere prijs te kopen. Behalve dit, waren al de giften van landen aan boeren geschonken enkel van kracht tijdens hun leven en gingen ze nimmer als erfdeel over op hun nageslacht.'

 

'Bij hun overlijden had de landheer het recht om onder hun vee en huisraad het beste te kiezen en de erfgenamen, om de giftbrief vernieuwd te krijgen, waren verplicht zeer grote geldsommen bij wijze van boete te betalen. Deze gewoonten zorgden ervoor dat deze ongelukkige rang van mensen verschrikkelijke knevelarijen moest verdragen. Met het groeien van de weelde en de verandering van oorlog voeren, moesten de regeringen meer verteren en de vorsten noodzaakten hun onderdanen te bezwaren met schattingen en belastingen die op bier, wijn en andere levensbehoeften gelegd werden. Dat lag zeer gevoelig bij het gemeen dat daardoor tot de uiterste wanhoop verviel.'

 

Deze wantoestanden zorgen voor een revolutionair klimaat, opstanden en plunderingen, geweld, ellende zoals ik die al zo vaak omschreven heb in mijn eigen Westhoek. Ook Duitsland krijgt de volle lading. In 1526 breekt er weer zo'n opstand uit in de regio van Saksen en Thuringen. Een besmettelijke razernij die hand in hand lijkt te gaan met de eisen voor een nieuwe en fatsoenlijke godsdienst, zoals Luther die al een hele tijd propageert. Thomas Müntzer gaat nog veel verder dan Luther en stelt zich aan het hoofd van de boeren om zich te verzetten tegen elke vorm van feodale en geestelijke uitbuiting.

 

De confrontatie tussen de partijen is beangstigend. 15 mei 1526. 'Een oproerige rot, zonder tucht, was niet bestand tegen wel geoefende krijgsbenden. Meer dan vijfduizend werden in het veld verslagen zonder tegenstand te beiden, de overigen zetten het op vluchten. De volgende dag werden ze gevangen genomen en gevonnist. Ook Müntzer eindigt op het schavot.' Maarten Luther blijft er erg bedaard en rustig bij. Hij zorgt voor het water in de wijn. 'Terwijl hij aan de ene kant de edelen aanmaande hun onderdanen met meer zachtheid en menselijkheid te behandelen, bestrafte hij op een gestrenge wijze de oproerige geest van de boeren, hen vermanende niet te morren over de moeilijkheden welke onafscheidelijk aan hun rang verknocht waren, of naar andere dan wettige hulpmiddelen om te zien.'

 

In dat zelfde jaar 1526 treedt Luther in het huwelijk met Catharina Boria, een geestelijke dochter uit een adellijk huis die haar kap over de haag gegooid heeft. 'Onbetamelijk', hoor je bij zijn achterban, 'een bloedschande, een ontheiliging, en dat in een tijd waarin het vaderland door zo veel rampen getroffen wordt', maar de predikant geeft geen krimp. Ik keer ondertussen terug naar Frankrijk waar alle ogen nu gericht staan op een pas teruggekeerde koning François. Hij bedankt Hendrik omstandig om zijn hulp. Afgezanten van de keizer bieden zich aan met de vraag om het verdrag van Madrid in te vullen. De Fransman antwoordt laconiek dat hij zijn tijd nodig zal hebben. Het mag duidelijk zijn dat hij er onderuit wil komen.

 

Meer zelf. Het zijn weer de Milanezen, de Venetianen en de paus die lonken naar Frankrijk. Politiek in Italië blijft een never ending story. Op 28 mei 1526 wordt er een geheim protocol ondertekend in Cognac en wordt er een nieuwe oorlog op scherp gesteld om de Spanjaarden uit de regio van Milaan te verdrijven. De koning van Engeland wordt uitgeroepen tot beschermheer van dit heilig verbond. Heilig omdat de paus er zijn schouders onder zet. Veelal schijnheilig omdat zowel Hendrik als Wolsey er met geld en landerijen voor beloond worden. Clemens ontslaat François van diens eed om de vrede van Madrid na te leven. De bocht wordt ingezet.

 

Keizer Karel voelt nattigheid. Zijn schoonbroer lijkt zich allerminst te storen aan de vrede van Madrid. Dan heeft een mens zich al eens van zijn beste zijde laten zien. Hij mocht François nooit laten gaan hebben en al zeker niet op zijn woord geloofd hebben. Karel zal vermoedelijk wel worstelen met erg gemengde gevoelens. Mijn schrijver waagt zich aan een karakterschets van de man: 'Karel echter, die van een onbuigzame en standvastige aard was, liet zich niet gemakkelijk aftrekken van hetgeen hij ondernomen had. Het afwijken van het verdrag van Madrid zou een openbare belijdenis van onvoorzichtigheid en een zichtbaar teken van vrees zijn. Hij besloot om die redenen die het best met zijn waardigheid overeenkwamen aan te dringen op een stipte uitvoering van het verdrag en vooral niets aan te nemen van hetgeen men hem in de plaats mocht aanbieden voor Bourgondië.'

 

Hij zendt zijn topadviseurs Lannoy en Alarçon naar het hof van Frankrijk met de eis dat François zou voldoen aan hun overeenkomst. Doet hij dat niet, dan zal hij opnieuw krijgsgevangen worden gemaakt. De afgevaardigden van Bourgondië maken zelf brandhout van dat verdrag. De koning kon niet eens overgaan tot deze schenking, omdat deze enkel kan gebeuren vanuit de afgevaardigde staten van Bourgondië zelf. Heel die afspraak is een linke boel en volledig onwettig. De adel van Bourgondië zou nog liever sterven op het slagveld dan toe te geven aan de vreemde heerschappij van Karel. Geld kan hij krijgen, als hij wil twee miljoen kronen, maar grondgebied; nee, zeker niet!

 

Nog voor hun vertrek op 11 juli 1526 worden Lannoy en Alarçon gebrieft over het heilig verbond. De keizer zal er niet om kunnen lachen. De reactie achteraf zal wel iets zijn in de trant van 'François; welke eikel en klootzak ben jij wel zeg? Je bent een vorst zonder trouw en zonder eer', en ook Clemens krijgt er van langs. 'Hij beschuldigde hem van ondankbaarheid, verweet hem een staatszucht die werkelijk onwaardig is voor een opperpriester. Hij bedreigde hem niet alleen met de wraak maar op een beroeping van een algemene kerkvergadering.'

 

Een verbitterde keizer Karel wil oorlog. Een klein kind kan de ellende zien aankomen. Geld en middelen verhuizen naar Italië. François van zijn kant lijkt te gaan weifelen en heeft vermoedelijk vooral last van zichzelf. 'De hevige rampen die hij beproefd had, hadden zulk een diepe indruk in zijn ziel nagelaten dat hij zichzelf en zijn geluk wantrouwde en eniglijk naar rust verlangde.' Eigenlijk kan Italië de pot op, de keizer mag alles houden, zolang hij maar in het bezit zou kunnen blijven van Bourgondië, het hart van Frankrijk. Het valt me trouwens op dat de naam van Vlaanderen nergens opduikt.

 

Terwijl de oorlog voor het kasteel van Milaan al volop woedt, wachten de partijen op de komst van de Fransen. Uiteraard is Bourbon dan al volop betrokken partij aan de zijde van de keizerlijke troepen. 'De Italianen begonnen te bemerken hoe zij door François misleid waren. De Franse koning had tot hier toe de hele last van de oorlog op hun schouders geworpen en bediende zich van hun pogingen om te peuteren aan het verdrag van Madrid.'

 

'De paus en de Venetianen beklaagden er zich over en deden hem allerlei verwijten, maar ziende dat zij hem niet uit zijn besluiteloosheid konden opwekken, begon hun eigen ijver en wakkerheid mede allengs te verflauwen en Clemens die al de palen van zijn gewoonlijke omzichtigheid overschreden had, begon zichzelf van onbedachtzaamheid te beschuldigen en verviel weder tot zijn natuurlijke staat van onzekerheid en besluiteloosheid.'

 

Daartegenover staat een vastberaden keizer die weet wat hij wil. Geldgebrek hindert hem bij de snelheid van zijn militaire acties, maar dat gemis maakt hij ruimschoots goed door zijn leepheid, hier omschreven als 'kuiperijen en onderhandelingen.' Karel vindt een belangrijke medestander in kardinaal Pompeo Colonna, een man van het hoogste allooi, iemand die trouwens ook ernstig kans had gemaakt om de functie van paus in te palmen. Colonna en Clemens kunnen in elk geval sindsdien niet meer door dezelfde deur.

 

Op 29 september 1526 maakt Colonna zich aan het hoofd van drieduizend man meester van de poorten van Rome. Een staatsgreep in het Vaticaan. 'Clemens, verschrikt over het gevaar en beschaamd om zijn lichtgelovigheid, vluchtte haastig naar het kasteel van St. Angelo. Het paleis van het Vaticaan, de Sint-Pieterskerk en de huizen van de pauselijke staats- en huisbedienden werden op de losbandigste wijze geplunderd. Het overig deel van de stad leed geen schade.'

 

Terwijl de Italianen het onderling aan de stok krijgen, arriveert er een nieuw leger van 6.000 Duitse soldaten onder het bevel van Lannoy en Alarçon. Aartshertog Ferdinand, Karels broer, tekent eveneens present aan het hoofd van 2.000 Oostenrijkse ruiters. Het blijft een open vraag hoe deze mannen aan hun soldij zullen geraken. De Cortes van Castilië is hondegierig om Spaanse fondsen vrij te geven en brengt daardoor zijn keizer in een lastig parket. Na een lange tijd van oorlog voeren, zijn de mannen uitgehongerd en dat zorgt voor enorme frustraties: 'zowel de Spanjaarden als de Duitsers schreeuwden om hun achterstallen.'

 

Bourbon probeert zijn plan te trekken, maar staat feitelijk onmachtig. 'Dan maar de grove middelen gebruiken', denkt hij en 'in deze gesteldheid van zaken was hij genoodzaakt geweld uit te oefenen, strijdig met zijn aard die zacht en menselijk was. Hij liet verscheidene burgers van Milaan bij de kop vatten en door bedreigingen en pijnigingen perste hij hen aanzienlijke geldsommen af. Hij beroofde de kerken van al haar zilverwerk en versierselen en hetgeen hij nodig had, deelde hij uit onder de morrende soldaten die hij zo een beetje kon stillen.'

 

Geld van de keizer komt er sowieso niet. In deze toestand blijft er gaan andere keuze over dan de mannen af te danken en zelf hun ding te laten doen. De arme Italiaanse burgers zullen het wel geweten hebben. De verwoesting is compleet. Iedereen vecht nu tegen iedereen in deze uitzichtloze oorlog van een winter die op weg is naar 1527 en waarbij vooral de figuur van Bourbon zich laat uitmunten door zijn krijgskunde en zijn betrokkenheid. Lannoy adviseert Karel om dringend tot een wapenstilstand te komen, want wat hier aan de gang is, heeft niet de minste zin. Dat gebeurt ook, maar Bourbon stoort zich niet aan het staakt-het-vuren die er tussen Karel en Clemens wordt afgesproken. 'Hij bleef voortgaan met de kerkelijke landen te verwoesten.' Rome komt in het vizier en zijn soldaten lijken door niets of niemand meer te stoppen.

 

Tot de paus eindelijk zijn weifelende houding laat varen. Clemens schiet in een Franse colère. 'Van zijn afgedankte soldaten verzamelde hij diegenen die in Rome achtergebleven waren. De ambachtslieden en boeren, de huisbedienden en sleepdragers van de kardinalen werden door hem van wapens voorzien. De bresgaten van de wallen werden aangevuld. Hij begon nieuwe vestingen aan te leggen. Hij deed Bourbon met al zijn troepen in de ban van de kerk, brandmerkte de Duitsers met de naam Lutheranen en de Spanjaarden met die van Moren.'

 

Bourbon probeert haast te maken. Hij ziet zich al heerser van heel dat Italiaans gebied. Op 5 mei 1527 hebben zijn troepen de vlakte voor Rome bereikt. 'Daar liggen al die rijkdommen', wijst hij zijn mannen aan. De volgende dag zal de aanval ingezet worden. De bestorming in de mistige morgen van 6 mei staat tot in de details omschreven. Ik beperk me tot het fragment dat Bourbon zijn persoonlijke plannen mag opbergen. 'Bourbon wordt gekwetst en sterft. Hij werd met een musketkogel in de lendenen geschoten en gevoelde terstond dat de wonde dodelijk zou zijn. Hij behield de vaardigheid van geest om zijn lichaam met een mantel te bedekken zodat zijn troepen de moed niet zouden verliezen.'

 

De hertog van Bourbon sneuvelt op het veld van eer en dat zal Rome geweten hebben. 'Zijn naam weergalmde door al de gelederen met het geroep van bloed en wraak. De oude soldaten die de bolwerken verdedigden werden welhaast overmand. De ongeoefende stadsrecruten namen de vlucht en de vijand drong met onweerstaanbaar geweld de stad binnen.' Paus Clemens smeekt de hemel vruchteloos om hulp. God denkt er het zijne van en gebaart van krommenaas. Dan maar vluchten en in plaats van een uitgang te zoeken waar de vijand nog niet binnengedrongen was, kiezen hij en zijn dertien kardinalen en de hele pauselijke kliek het kasteel van Angelo, zowat de onveiligste plaats van allemaal uit.

 

De volgende, erg realistische omschrijving van de taferelen die zich in Rome afspelen, kan ik niet naast me neerleggen. Het bloed spat voelbaar van de oude geschriften. Ik voel deze oorlog tot in de toppen van mijn vingers. 'Het is onmogelijk te beschrijven of zich een denkbeeld te vormen van de ellende en de verschrikkelijkheden welke op die gebeurtenis volgden. Alles wat een stad die door storm wordt ingenomen van de woede van een tomeloze krijgsbende te vrezen heeft, al de buitensporigheden welke de woestheid van de Duitsers, de schraapzucht van de Spanjaarden en de dartelheid van de Italianen konden aanrichten, waren de ongelukkige stedelingen te ondergaan.'

 

'Kerken, paleizen en huizen van bijzondere lieden werden zonder onderscheid geplunderd. Noch ouderdom, noch rang, noch kunnen werd gespaard. Kardinalen, edellieden, priesters, bejaarde vrouwen, maagden; alle vielen zij ten prooi aan barbaarse veroveringen die voor alle menselijkheid doof waren.' Rome blijft maanden bezet door de keizerlijke soldaten. De buit loopt op tot in de miljoenen. Sinds de komst van de Hunnen, de Vandalen en de Goten werd Rome niet meer zo wreed behandeld als nu door de bijgelovige onderdanen van een katholieke monarch. Een sinistere pluim die mijn Gentse keizer op zijn hoed mag steken.

 

Na de dood van Bourbon neemt Filibert van Chalons, de prins van Oranje, het bevel over van de troepen. Naast de verovering van het kasteel van St. Angelo heeft hij zijn handen vol aan het beteugelen van de plunderingen. Clemens en zijn bende zitten ondertussen als ratten in de val sinds ze de wijk hebben genomen. Er is hulp onderweg van een leger, maar het is de tijd om de onbetaalde rekeningen uit het verleden te vereffenen. Revanche op zijn smerigst. Het huis van de Medici zal boeten voor haar ongebreidelde decadentie. Op het laatste moment houden de legers halt. Clemens kan de pot op en moet het maar zelf zien op te lossen.

 

'Clemens van alle bijstand ontbloot en reeds door hongersnood geperst om ezelsvlees te eten, zag zich gedwongen wegens de overgave in onderhandeling te treden en zich te onderwerpen aan de voorwaarden van de veroveraars. Hij wordt krijgsgevangen genomen. 'Hij verbond zich om 400.000 dukaten te betalen aan het leger, al zijn versterkte plaatsen te schenken aan de keizer en zelf krijgsgevangen te blijven tot alle voorwaarden van het verdrag zouden voldaan zijn.' Alarçon die in het verleden al François gevangen moest houden, krijgt nu de hoede over de paus.

 

De reactie van keizer Karel zelf kan ik best schizofreen en hypocriet noemen. Hij zou eigenlijk een gat in de lucht moeten springen van blijdschap, maar mag zijn vreugde eigenlijk niet tonen aan de buitenwereld. De verontwaardiging in Europa moet tastbaar zijn. Rome is natuurlijk bestormd zonder zijn toelating, er was al een vrede met de paus, en Bourbon had dit naast zich neergelegd. Hypocriet? Zeker! 'Hij nam met zijn ganse hof de rouw aan, staakte de vreugdebedrijven tot welke hij uit hoofde van de geboorte van zijn zoon Filips bevel gegeven had, en door een huichelarij die elk in het oog liep, wilde hij dat er door heel Spanje gebeden en ommegangen zouden gedaan worden ter verwerving van de pauselijke vrijheid, om welke te realiseren hij op staande voet een bevel had laten opsturen naar zijn veldoverste in Italië'.

 

Ook in Oost-Europa gaat het er lelijk aan toe. Sultan Suleiman valt op 29 augustus 1526 Hongarije en Bohemen binnen met een strijdkracht van 300.000 man en verpulvert het legertje van koning Lodewijk II die er het leven bij inschiet. Ferdinand, de broer van keizer Karel, eist het koningschap op van zijn overleden schoonbroer. Na veel tribulaties komt Hongarije uiteindelijk terecht in het machtsimperium van keizer Karel en zijn familie.

 

Terwijl Clemens en Karel het aan de stok hebben, blijf mijn vriend Luther netjes buiten schot van de kerk. De paus heeft momenteel andere besognes aan het hoofd dan het organiseren van een algemene kerkvergadering in Duitsland. Ondertussen prediken ze in Saksen al geruime tijd de hervormde godsdienst. Dat Karel zo met de voeten van de kerkvader speelt, verstout de Duitsers natuurlijk in hun eerbiedloosheid tegenover Clemens. Keizer Karel doet trouwens mee aan het bashing van de paus. Hij legt de vinger op de wonde en eist een kerkvergadering.

 

Op 21 mei 1527 is Karel inderdaad papa van een zoon geworden. Zijn mooie vrouw doet wat ze in zijn ogen hoort te doen: kinderen baren. Er zijn opvolgers nodig. De laatste maanden van haar zwangerschap moet Isabella in bed doorbrengen. Karel is op tournee, veel ziet ze niet van haar man. Ferdinand of Juan zou de kleine moeten noemen naar Spaanse geplogenheden, maar de keizer wil absoluut de naam van zijn vader Filips de Schone. Hij heeft er een fikse ruzie voor over maar haalt dan toch zijn slag thuis. Zijn erfopvolger zal gedoopt worden als 'Filips'.

 

Ik arriveer zo bij het begin van het vijfde boek over de historie van Karel de vijfde. De intro ervan is veelzeggend: 'het verhaal van de onmenselijke wijze waarop de paus behandeld was geworden, vervulde Europa met verbazing en afgrijzen. De ongehoorde stoutheid van een christen keizer wiens waardigheid zelf hem verplichtte de beschermer en verdediger van de heilige zetel te zijn, en die met gewelddadige handen te slaan aan de stadhouder van Christus op aarde, de geheiligde persoon van de opperpriester in een akelige gevangenis opgesloten hield. Dit werd algemeen beschouwd als een ongodsdienstige daad die strenge wraak verdiende en om de spoedigste bijstand riep van al de gehoorzame kerkzonen tegen de schuldigen.'

 

François en Hendrik hebben elkaar al een tijd gevonden om het imperialisme van keizer Karel af te blokken. 'Ze verbonden zich om een machtige afwending te maken in de Nederlanden' en natuurlijk om de paus te bevrijden uit zijn vervelende situatie. De Nederlanden moeten nog even wachten. De lamp brandt in Italië. De Franse koning is al tot het besef gekomen dat hij boter op het hoofd heeft gehad om de paus zo aan zijn lot over te laten en probeert deze misstap nu recht te zetten. Hendrik engageert zich een stuk verder. De keizer mag in geen enkel geval de meester over heel Italië worden.

 

Hendrik heeft trouwens een speciale reden om maatjes te worden met de paus. Hij wil scheiden van zijn echtgenote Catharina van Aragon en heeft hiervoor de pauselijke toestemming nodig. De onderhandelingen tussen de Fransen en de Engelsen gaan door in Amiens. Kardinaal Wolsey speelt er opnieuw de hoofdrol voor Hendrik. François neemt persoonlijk deel. Als basis van de overeenkomst zal er een huwelijk afgesloten worden tussen prinses Mary en de hertog van Orléans. Hendrik laat al zijn claims op Frans grondgebied vallen. Er zullen troepen gestuurd worden naar Italië, de individuele sterktes en betalingen worden afgesproken. Op 18 augustus 1527 verklaart de Frans-Engelse alliantie officieel de oorlog aan keizer Karel.

 

Ondertussen zit de paus nog altijd krijgsgevangen en is hij niet bij machte om te voldoen aan de voorwaarden van het afgesloten verdrag. In Rome is er een volksregering op poten gezet maar als ik het zo allemaal lees is er van stabiliteit geen sprake. Terwijl de Duitsers en de Spanjaarden het grondgebied roven en plunderen, is er niemand echt bij machte om het hoofd te bieden aan de keizerlijke macht. De afwezigheid van Bourbon laat zich echter voelen bij zijn mannen. 'Ze weigerden Rome te verlaten alvorens de achterstallen van hun soldij betaald zouden worden.' De bezetting van Italië gebeurt al bij al door een amalgaam van zwalpende troepen.

 

Dit is natuurlijk een ideale voedingsbodem voor de Fransen om hier nieuwe verbintenissen aan te gaan. De paus moet verlost worden en de vrijheden in Italië moeten hersteld worden. Lautrec wordt aangeduid als bevelhebber van een nieuw gemenebest tussen de partijen. De Fransen en de Engelsen plaatsen hun mannen onder deze Lautrec en voorzien de nodige middelen om in actie te schieten. De eerste veroveringen gebeuren mondjesmaat maar voor François schiet het allemaal niet genoeg op.

 

Terwijl Lautrec langzaam oprukt richting Rome, stelt Karel zich de vraag wat hij in hemelsnaam moet doen met paus Clemens die nog altijd in het kasteel van St. Angelo gevangen zit. De beste plaats voor de paus zou eigenlijk Spanje zijn, net zoals dat het geval was toen hij de koning van Frankrijk onder zijn gezag had. 'Maar de vrees om al de mogendheden van het christendom nog meer te beledigen en zich gehaat te maken door zijn eigen onderdanen, noopte hem om zijn eigen ego en glorie opzij te zetten.'

 

Veel keuze heeft de keizer eigenlijk niet. hij moet iets doen. De bondgenoten zitten hem in Italië op de hielen. De paus moet absoluut vertrekken uit het kasteel van St.-Angelo of schielijk vrijgelaten worden. Geldgebrek is zowat de voornaamste oorzaak. De achterstallen die nog dienen betaald te worden zijn ontzaglijk. Het parlement van Castilië blijft weigeren om haar Spaanse duit in het zakje te doen of om nieuwe belastingen te heffen. Er rest Karel uiteindelijk maar één optie. 'Er bleef hem geen andere toevlucht dan de benodigde penningen bij wijze van losgeld af te persen, want zonder betaling aan zijn leger zouden ze sowieso weigeren om Rome te verlaten.'

 

Paus Clemens slaagt er in de nodige fondsen bij elkaar te harken, maar moet daarvoor door het stof kruipen bij zijn kardinalen die hun paus nu volledig in hun macht hebben. Er komt een akkoord met de keizer. Een voorschot van 100.000 kronen dient om het leger te betalen. Binnen de drie maand moet er nog eens 250.000 kronen op tafel komen. Plus een engagement om nooit deel te nemen aan de alliantie van de Fransen en de Engelsen, plus 10% van alle kerkelijke inkomsten in Spanje.

 

Het geld moet ergens vandaan komen en de oude kronieken verschaffen meteen duidelijkheid hieromtrent. De paus komt trouwens niet zomaar vrij. 'Toen de paus de eerste som gelicht had, door het verkopen van kerkelijke waardigheden en bedieningen en door andere middelen die evenzeer tegen de wetten van de kerk streden, werd er een dag bepaald om hem uit zijn gevangenis te ontslaan.'

 

Op 6 december 1527 slaan de stoppen door bij 't pauseke, Karel doet de kerkleider toch wel chambreren als een eersteklas rode wijn die langzaam op kamertemperatuur moet gebracht worden. 'Maar Clemens, ongeduldig om zijn vrijheid te verkrijgen, na zes maanden op een verdrietige manier doorgebracht te hebben en geslingerd tussen argwaan en wantrouwen was zo bevreesd dat de keizer met nieuwe hinderpalen voor de dag zou komen, dat hij zich vermomde in het gewaad van een koopman en er tijdens de nachtelijke uren van onder muisde.'

 

In diezelfde periode onderhandelen afgezanten van Frankrijk en Engeland in Spanje om de voorwaarden van het verdrag van Madrid te verzachten voor François. Karel heeft er de pest in. Twee miljoen kronen in ruil voor Bourgondië en het vrijlaten van François' zonen die in balling zitten om de deal af te kunnen dwingen. 'En wat met Italië?', vraagt Karel. François heeft niet veel zin om zijn vooruitgang in Italië te staken en blijft op de vlakte. 'Je kinderen blijven bij mij tot dat jullie legers Italië ontruimen.' De onderhandelingen springen af bij de vergramde en verbitterde onderhandelaars van beide zijden.

 

Op 22 januari 1528 verklaren Frankrijk en Engeland nu officieel de oorlog aan keizer Karel. Hoe dat precies in zijn werk gaat, leer ik onmiddellijk: 'twee wapenhelden, tot nog toe verborgen gehouden, verschenen 's anderendaags in hun plechtig gewaad aan het hof van de keizer en verklaarden hem, uit naam van hun beide meesters de oorlog, met alle plechtigheid bij zulke gelegenheid gebruikelijk. Karel ontving hen met respect en waardigheid en nam de uitdaging aan.' De inhoud van de retoursboodschap is minder verfijnd: 'zeg maar aan jullie koning François dat hij een verachtelijke schender van openbare trouw is, een edelman onwaardig!'

 

Het antwoord van de koning van Frankrijk laat niet lang op zich wachten. Zijn heraut moet stante pede terugkeren met de boodschap dat de keizer een verstokte leugenaar is en dat de belediging aan zijn adres enkel kan rechtgezet worden in een onderling duel. 'Karel, niet min gevoelig en dapper dan zijn uitdager, nam de uitdaging aan. Maar na verscheidene boodschappen over en weer, vergezeld van de onbeschoftste beledigingen, bleef dit tweegevecht steken in bedoelingen.'

 

In het voorjaar van 1528 draagt Karel het regentschap van Castilië over aan zijn Isabella die ondertussen zwanger is van een tweede kind. Hij laat ze achter en vertrekt naar Aragon, van waar hij later plant om in te schepen richting Italië. In juni krijgt hij het nieuws dat zijn vrouw bevallen is van een dochtertje, infante Maria. De keizer keert op zijn stappen terug. Het duel met de Fransman kan wachten. Karel zal nog een jaar in het gezelschap zijn de keizerin blijven en haar pas in augustus 1529 achterlaten. Dik tegen haar zin en zwanger van een derde kind blijft ze achter. Er wachten haar lange en eenzame jaren.

 

Ik ben te ver gelopen en keer terug naar de lente van 1528. Terwijl Karel en François met elkaar in de clinch liggen, doet Lautrec het voor de geallieerden helemaal niet onaardig in Italië. Het leger van de keizer heeft duidelijk zijn beste tijd gehad als ik het zo lees: 'de keizerlijke troepen besloten om uit Rome te vertrekken welke stad zij gedurende tien maanden bezet gehouden hadden. Maar van het bloeiend leger dat er zich meester van had gemaakt, bleef nauwelijks de helft meer over. De anderen door de pest weggesleept of omgekomen door ziektes, de gevolgen van hun bedrijveloosheid, onmatigheid en ongebondenheid, waren de slachtoffers geworden van hun misdaden.' Ook Napels valt in Franse handen.

 

Als Frankrijk en Engeland nu nog de paus aan hun kant krijgen, dan halen ze hun slag op het schiereiland helemaal binnen. Maar die heeft zijn lesje geleerd en draait rond de hete brij. Een Franse bezetting ziet hij ook niet zitten en heimelijk probeert hij nu Karel weer in het gebied te stellen van de noordelijke regio. Ik laat de kelk van deze vaak ingewikkelde toestanden aan me voorbijgaan. De oorlog verplaatst zich naar de zee ter hoogte van Napels waar de Fransen genekt worden door de ongemene zomerhitte van de zomer van 1528. Legerleider Lautrec bezwijkt als de pest zijn ingewanden verslindt.

 

September 1528. Het gedecimeerde Franse leger verliest nu Genua en Napels aan de keizerlijke troepen. Begin 1529 opent François een nieuw front in de regio Milaan maar zijn troepen zijn niet langer opgewassen tegen de troepen van een zekere Antonio de Leyva, één van de bekwaamste legerleiders uit de stal van keizer Karel. De stoere taal van de Fransen en de Engelsen heeft plaats gemaakt voor een meer gedweeë houding en onderhandelingen. Ze zijn de oorlog allemaal beu als koude pap. François blaast niet meer zo hoog van de toren, zijn leger is te uitgeput om zijn zonen via militaire actie vrij te krijgen. En de paus van zijn kant probeert via een nieuw vredesverdrag zijn eigendommen terug te krijgen.

 

En ook Karel wil dringend vrede. Suleiman heeft Hongarije onder de voet gelopen en dreigt nu de Oostenrijkse landen binnen te vallen en dan is er nog het schrikbeeld van de godsdiensthervorming die elke dag opnieuw terrein wint in Duitsland. Uiteindelijk dreigt zijn hinterland te bezwijken onder de revolutionaire druk. En hier in Spanje janken ze een flink potje om al die middelen die al verloren gegaan zijn in Karels eindeloze oorlogen.

 

Eigenlijk is het over heel Europa kommer en kwel. Tot rond 1520 is het leven voor de mensen relatief draagbaar geweest. Enkele mislukte graanoogsten jagen de prijzen van de voedingsmiddelen naar omhoog en maken ze vooral schaars. Er is niet voldoende graan om al de nieuwe monden te voeden en voeg dan nog de oorlog erbij. De crisis diept zich uit. De pest doet er nog een schep bovenop en uiteraard is er die eindeloze honger die heerst over het land.

 

Hendrik, Karel, Clemens en François zijn alle vier grote verwende nesten van kinderen in hun gedachten en in hun daden. De geschiedenis zou hen alle vier moeten uitspuwen voor al de ellende die ze over hun volk gebracht hebben. Ondanks hun verlangen naar vrede blijven ze in hun egelstelling zitten. Uiteindelijk zijn het Margaretha van Oostenrijk, de tante van Karel, de mevrouw die de Nederlanden nu al tien jaar bestuurt, en Louise, de moeder van François die hun verstand gaan gebruiken.

 

'Ze regelden een bijeenkomst in Kamerijk en in twee naast elkaar staande huizen, in welke een doorgang gemaakt was, hun intrek genomen hebbende, kwamen ze te samen zonder plechtigheid en hielden dagelijks gesprekken waar niemand bij toegelaten werd.' Ze maken op korte tijd grote vooruitgang en komen tot een vergelijk. Hun overeenkomst wordt nu voorgesteld aan al de bondgenoten die uiteindelijk zullen beslissen over het lot van Europa.

 

Tussen de paus en keizer Karel worden de plooien meer dan glad gestreken. De Duitse problematiek van Luther zal wel zijn rol gespeeld hebben bij het hartelijke bondgenootschap die er tussen Karel en Clemens tot stand komt. Florence komt weer onder het gezag van de Medici. De keizer krijgt Napels en vergiffenis voor de plundering van Rome. Karel en zijn broer Ferdinand mogen in Spanje en Duitsland nu één vierde van de kerkelijke inkomsten voor eigen gebruik aanwenden.

 

Dit verdrag maakt het een stuk gemakkelijker voor de dames in Cambrai. De keizer zal niet langer Bourgondië opeisen, hoewel het zijn rechten op het gebied ten volle blijft behouden. Het losgeld van 2 miljoen in ruil voor de vrijlating van de zonen blijft behouden. De steden uit de regio Milaan komen weer in het bezit van de keizer.

 

Ook Vlaanderen en Artesië zijn betrokken partij bij de overeenkomst: 'François moest de opperheerschappij over Vlaanderen en Artois afstaan en hij zou afzien van al zijn eisen op Napels, Milaan, Genua en al de andere plaatsen aan de overkant van de Alpen en dat hij terstond zijn huwelijk met Eleonora, Karels zuster zou voltrekken. Op die manier eindigt een oorlog die negen jaar aangesleept heeft. Een strijd die zo veel Europese legers op de been gehouden heeft. De kostprijs ervan is amper in te schatten geweest. 'Door dit verdrag bleef de keizer de allesbeslissende monarch over het lot van Italië en bevrijdt hij zijn staten in de Nederlanden van een schandelijk teken van dienstbaarheid.' Vlaanderen en de Westhoek behoren officieel niet langer tot Frankrijk!

 

Ik krijg er nog een karakterschets bij. Karel is voorzichtig van aard, gaan omzichtig om met zijn beperkte middelen, beraamt zijn plannen zorgvuldig en kiest zijn omstandigheden om er waar mogelijk zijn voordeel uit te halen. Wat een verschil toch met zijn impulsieve Franse tegenstrever die periodes van drift afgewisseld heeft met maanden van onverschilligheid en desinteresse. Hoe je het verdrag van Kamerijk ook draait of keert; zijn prestige is de Fransman kwijt. Karel heeft zich verzekerd van de rechten van zijn Vlaamse onderdanen en heeft ook in Frankrijk de puntjes op de i geplaatst. De roem die hij met de wapens heeft vergaard kan niet op tegen de achting die hij door dit verdrag verzamelt op het hele Europese continent.

 

En de Engelsman? Slikt die zomaar het verdrag van Kamerijk? Hendrik blijft worstelen met de scheiding van zijn vrouw Catharina en wil een sappig ding waarmee hij kan zorgen voor mannelijke erfgenamen. 'Al sedert lang was zijn liefde voor de koningin die ouder was dan hij, alle de bekoorlijkheden van haar jeugd verloren en geheel uitgedoofd. Hij verlangde daarenboven vurig naar mannelijke afstammelingen.' Hij wordt hierbij gemanipuleerd door Wolsey. Het sappig ding waar ik het een beetje oneerbiedig over heb, loopt trouwens ook al in het koninklijk vizier. Ze luistert naar de naam van Anna Boleyn die hier fysiek omschreven staat als een 'uitermate schone en niet min bevallige jonge juffer.'

 

De paus moet deze scheiding toelaten en daar zit de hond gebonden. Catharina van Aragon is een volle nicht van keizer Karel en die riskeert een stuk invloed te verliezen als het tot een breuk komt tussen Catharina en Hendrik. Terwijl Hendrik druk uitoefent op een onzekere paus die op dat moment nog gevangen zit, doet Karel precies het tegenovergestelde. Clemens krijgt er een punthoofd van, iets wat van een paus eigenlijk al altijd kan gezegd worden, maar ik zal een en ander wel verwarren met een mijter.

 

'Je kan niet scheiden', vertelt Clemens aan Hendrik, maar die weigert om in te gaan op de aanbevelingen van de paus en zorgt hiermee duidelijk voor een breuk tussen de Engelse kerk en de Roomse kerk. 'Hij stelde zelfs de Roomse godsdienst bloot en Engeland in gevaar om zich aan de gehoorzaamheid van de pauselijke zetel te onttrekken.' De kwestie sleept twee jaar aan door de listen en de bochten van de paus, natuurlijk allemaal ingefluisterd door keizer Karel. Veel meer dan steun zoeken bij François, blijft er niet over voor Hendrik en hij helpt zijn Franse collega met aanzienlijke financiële middelen zodat die tenminste zijn zonen in vrijheid kan krijgen.

 

Kardinaal Thomas Wolsey is niet geslaagd in zijn opdracht. Zijn machtspositie in de kerk is verdwenen en bij Anna Boleyn heeft hij het verkorven. Hendrik zal nog voor het einde van 1529 van zijn status donderen. Zijn macht en zijn eigendommen mag hij op de buik schrijven. De ooit zo machtige man wordt beschuldigd van hoogverraad maar heeft het geluk om te kunnen sterven voor hij op zijn proces moet verschijnen.

 

Tot zover de toestand in Engeland. Op 15 augustus 1529 brengen de keizer en een talrijk gevolg van Spaanse edelen een officieel bezoek aan Italië. Uiteraard in het gezelschap van een aanzienlijke krijgsbende. Keizerin Isabella zal ondertussen aan het hoofd staan in Spanje en er vele dagen in trieste eenzaamheid slijten. Ze is hoogzwanger van een kind dat verwacht wordt voor november. Karel weet ondertussen al hoe hij de zuiderlingen moet aanpakken. Hen vleien en behagen zijn belangrijke codewoorden. Voor hen is hij liever de graaf van Barcelona dan de keizer van Europa, en daar zijn de Spanjaarden dan gelukkig mee. Zijn tweejarig zoontje Filips wordt door deze geste aangesteld als erfopvolger over het graafschap van Barcelona. Vechten en tegendraads zijn hebben plaatsgemaakt voor sluwheid en naar de mond praten.

 

Ik kom ook nog een ander eigenschap op het spoor van mijn keizer. Ontrouw. Tijdens zijn jaren gevuld met reizen en verplaatsingen aarzelt hij niet om het gezelschap van schone dames op te zoeken en er maîtresses op na te houden. Hij houdt van Isabella, respecteert haar, wil haar kinderen en haar autoriteit over Spanje waar ze erg graag gezien wordt. Zijn seksuele uitspattingen zullen achteraf door de meeste geschiedschrijvers met de mantel der liefde bedekt worden, maar zijn intense briefwisseling kan maar zo duidelijk zijn.

 

Een loopse keizer en een paus die weer op vrije voeten is gekomen. Wat een prachtige combinatie. Clemens VII, geboren als Giulio de Medici, kan weer zijn rol spelen. Eerst en vooral mag hij nu eens werk maken van de officiële kroning van Karel tot keizer van het Roomse rijk. Het zal wel een voorwaarde geweest zijn om vrij te komen. Het moet een feest in absolute grandeur worden. Met paus en keizer als resolute bondgenoten. In Italië wordt Karel alvast op gejuich ontvangen. De pracht en de praal spatten er van af. De ellende van negen jaar lijden maakt plaats voor een immense opluchting. Het voelt vreemd aan voor ondergetekende, wat zal dit hier allemaal betekenen voor de honderdduizenden slachtoffers van de oorlog? Vooral de scene met de paus typeert de gigantische gespletenheid van tongen. De ene hield een jaar geleden de andere nog meedogenloos gevangen en zie nu;

 

'De keizer begaf zich naar Bologna waar hij een mondgesprek met de paus zou houden. Bij zijn openbare intrede in die stad trachtte hij de pracht en het majestueuze van de keizerlijke titel te verenigen met de onderdanigheid van een gehoorzame zoon van de kerk. En aan het hoofd van twintigduizend geoefende soldaten die in staat waren gans Italië in de wet te stellen, neerknielende, kuste hij de voeten van diezelfde paus, die hij nog maar onlangs in een gevangenis had opgesloten gehouden.'

 

De bedoelingen van de keizer liggen er vingerdik op: de rangen moet gesloten worden. De Duitsers, de Spanjaarden, de Italianen en de kerk moeten zich verenigen om weerwerk te bieden tegen de Turkse opmars vanuit het oosten en om op te treden tegen de twisten veroorzaakt door de nieuwe godsdienst. Karel gunt de hertogen en de graven allemaal hun zeggenschap en hun gebieden, zelfs diegenen die tegen hem hebben gevochten. Zolang ze nu maar zijn figuur erkennen als keizer en algemeen leider. Meer moet dat niet zijn. Zo wordt het gezag van de familie der Medici in Florence hersteld en wordt Karel op 24 februari van het jaar 1530, precies op zijn 30ste verjaardag door de paus nu ook officieel tot keizer van het Roomse rijk gekroond. Hij heeft er 10 jaar op moeten wachten. De kroning vindt plaats in de Sint-Petroniusbasiliek van Bologna.

 

Tijdens de februarimaand van 1530 overlijdt zijn belangrijkste raadgever grootkanselier Gattinara. Hij is de architect en meestersstrateeg geweest die Karel al dat succes heeft gebracht. Gattinara was in functie gekomen na de dood van de Vlaming Willem van Chièvres en wordt nu op zijn beurt opgevolgd door Nicolas Perrenot de Granvelle die voortaan als eerste minister zal fungeren terwijl de keizer zelf wel de belangrijkste strategische beslissingen zal nemen. Of hij daar capabel voor is, zal de toekomst wel uitwijzen zeker?

 

Na zijn succesvolle tournee door Italië keert de vers gekroonde Karel in februari 1530 naar Duitsland terug. Tien jaar later en tien jaar wijzer. Enfin, ik hoop het. Het is hoog tijd om orde op zaken te stellen voor wat betreft die alternatieve erediensten die overal te lande gedoogd worden door de meeste lokale vorsten. De traditionele kerkplechtigheden zijn al helemaal naar de achtergrond verdrongen. 'De helft van het Duitse lichaam was de paus afgevallen en in de landen die zijn juk niet afgeschud hadden, was zijn heerschappij merkelijk verzwakt.'

 

De lokale vorsten hebben trouwens dat geloof van Luther misbruikt om zich af te zetten tegen de keizerlijke macht zelf. Karel is tien jaar weggebleven en de muizen hebben zich te goed gedaan aan de kruimels op de tafel. Het valt in deze niet te verwonderen dat er in de Italiaanse oorlogen zo weinig steun vanuit Duitsland gekomen is. Karel weet wat hem te doen staat bij zijn terugkeer: 'niets kwam hem geschikter voor om zijn oogmerken te bereiken dan de uitbreiding van het burgerlijk gezag en daarbij een standvastige ijver te betonen voor de vastgestelde godsdienst wiens natuurlijke beschermer hij was.' Keizer Karel zal zich voortaan opwerken tot de grote beschermheer van de enige en officiële kerk van Rome. Het kussen van de pauselijke voeten laat al onmiddellijk zijn effecten zien.

 

Er bestaat ondertussen al een roepnaam voor allen die de nieuwe godsdienst volgen en promoten; protestanten. Er moet een nieuwe algemene kerkvergadering belegd worden met alle keurvorsten om een open oorlog tussen de katholieken en de protestanten te vermijden. Zover is het tijdens Karels afwezigheid in Duitsland ondertussen al gekomen. In plaats van de vorige edicten strikt uit te voeren en Luther te verbannen, is er verdraagzaamheid in de plaats gekomen. En zie nu waar al dat pluralisme anno 1530 naar toe geleid heeft: naar een verbitterde maatschappij. Hadden ze nu eens hun eigen wetten strikt gevolgd. Clemens dringt aan bij Karel om bij zijn terugkeer dit keer wel hard op te treden, maar Karel wil het op zijn vertrouwde, sussende manier proberen op te lossen. 'Indien deze zachte wegen niets uitwerkten dan zou hij al zijn macht in het werk stellen om deze halsstarrige vijanden van het katholiek geloof af te blokken.'

 

Karel keert dus met dergelijke bedoelingen terug naar Duitsland. 22 maart 1530. Een maand geleden heeft hij het nieuws gekregen dat zijn echtgenote Isabella het leven geschonken heeft aan een zoontje. Dit keer wordt hij wel Ferdinand geheten. Opmerkelijk is dat de kleine al drie maand oud is vooraleer zijn vader het nieuws van zijn bestaan verneemt. Veel gelegenheid om te vieren is er echter niet hier in Duitsland. De gemoederen blijken inderdaad wel erg verhit, de mensen zijn verbitterd. Zijn intuïtie blijkt inderdaad correct aan te voelen dat hij erg zorgvuldig zal moeten omspringen met eventuele maatregelen. Op 15 juni vindt in het land de verwachtte rijksvergadering plaats. 'Hij deed zijn openbare intrede binnen Augsburg met ongemene pracht en zijn tegenwoordigheid schijnt aan de partijen een ongemene geest van gematigdheid en vredelievendheid ingeboezemd te hebben.'

 

Maarten Luther was er ook graag zelf bij geweest, maar zijn beschermer, de keurvorst van Saksen weigert dit verzoek omdat hij vreest hiermee de keizer te beledigen. Hij is per slot van rekening wel de figuur die verantwoordelijk is voor deze maatschappelijke tweespalt. De protestantse predikers worden trouwens aangemaand niet in het openbaar te prediken zolang Karel zich in Augsburg bevindt. Melancthon, gekend als bedaarde hervormer, is de enige die zal mogen praten over zijn afwijkende geloofsbelijdenis die ook voorgelezen wordt tijdens de rijksvergadering en die achteraf door pausgezinde godgeleerden op de weegschaal gelegd wordt. De gematigde voorstellen van alle partijen kunnen echter niet verhelen dat het water tussen beide religies veel te diep is geworden. 'Er waren zo veel tekenen van afzondering opgericht en zo veel onoverkoombare scheidsmuren tussen beide kerken geplaatst dat men van toen af aan reeds wanhoopte om de geesten te verenigen.'

 

De godgeleerden geraken er niet uit. Karel kijkt nu naar al zijn keurvorsten, maar die zijn evenmin bereid om hun gevoelens te veranderen. We leven nu eenmaal in een eeuw waar de hartstocht voor een godsdienst hoge toppen scheert en de zielen allemaal grondig beroert. Kort gezegd: de heren van het land zijn niet bereid om in te binden op het vlak van hun persoonlijke overtuiging. Ze hebben allemaal respect voor hun keizer, maar voor wat betreft hun geloof mag hij op zijn hoofd of op zijn voeten staan, hier zullen ze niet aan tornen.

 

De hele historie sleept aan tot 19 november 1530. Deze patstelling op het hoogste niveau sleept dus vijf maanden aan. Karel krijgt er het schijt van. Hij krijgt de protestantse lobby niet uit elkaar gespeeld, wat hij ook probeert. Dan inderdaad maar de harde middelen die een potentaat altijd wel in de kast liggen heeft: 'er bleef voor de keizer niets anders over dan enkele krachtdadige maatregelen te treffen ter bescherming van de vastgestelde katholieke kerk.'

 

Karel krijgt er tijdens die zomer nog extra zorgen bij. Zijn zoontje Ferdinand overlijdt op 13 juli 1530 op een leeftijd van een maand of acht zonder dat zijn vader hem ooit gezien heeft. Mama Isabella, alleen en achtergelaten van haar man, voelt zich ook maar zus en zo. Overstuur, depressief , ziek van geest en lijf moet ze het alleen proberen te redden terwijl de keizer continu kopje onder gaat in de zotte politiek van zijn grote rijk. Op 19 juli 1530 komt keizer Karel in eigen persoon naar Ieper, staat er in de archieven de plaatselijke rederijkers geschreven, 'de koninklijke gilden gingen hem in groot geweer tegemoet, en de rederijkerskamer Koornbloeme had natuurlijk hare plaats in de luistervolle optocht.'

 

Pampeggio, de pauselijke nuntius in Duitsland, haalt tijdens de zomer van 1530 zijn slag thuis. De hardnekkige ketters zullen nu deze keer wel grondig aangepakt worden. De druk van de keizer op de rijksvergadering moet groot geweest zijn om uiteindelijk met volgende beslissing voor de dag te komen: 'de meeste leerstellingen van de protestanten werden veroordeeld en het was voortaan aan iedereen verboden om mensen te dulden of te beschermen die deze leer predikten. De vastgestelde godsdienst moest nauwkeurig in acht worden genomen en nieuwigheden in de religie waren voortaan taboe.'

 

'Mensen van allerlei rang werden verzocht met al hun middelen dit besluit ten uitvoer te helpen brengen en zij die weigerden werden onbekwaam verklaard om als rechter dienst te doen.' Een nieuwe kerkvergadering zal binnen de zes maanden een einde maken aan alle lopende geschillen op gebied van de godsdienst. De keizer heeft gesproken. De alternatieve predikers staan natuurlijk allemaal direct op hun achterpoten door deze strenge maatregelen die wel eens het begin van een strenge repressie zou kunnen zijn. Luther en Melancthon laten zich echter niet afschrikken.

 

Op 22 december komen de geviseerden samen in het plaatsje Smalkalde waar ze zich verenigen in een onderling verbond en waar al de protestantse staten zich verenigden in een geregeld lichaam, 'de liga van Smalkalde', die de hulp van de koningen van Frankrijk en Engeland om bijstand zou smeken. Het beloven spannende tijden te worden.

 

De schrijver hier in het oude boek dat voor me ligt, springt nu ineens over naar een heel ander onderwerp. Karel wil de titel van keizer van het Roomse rijk erfelijk maken voor zijn familie en wil alvast zijn broer Ferdinand tot Roomse koning laten verkiezen. De tijd is rijp, heel Europa valt nu onder zijn wetten, de rust is terug, de oorlog verdwenen, al zijn mededingers zijn uit het zicht verdwenen. De Duitse keurvorsten durven nauwelijks nog tegen Karel in te gaan. Ze hebben zijn krachtige hand meer dan nodig. Kijk maar naar de Turken in het oosten, kijk maar naar al die ellende met de godsdienst.

 

Als ik het zo lees, is Karels broer blijkbaar een ideale kandidaat om Duitsland te leiden. 'Ferdinand bezat al die hoedanigheden in een hoge graad. Door een langdurig verblijf in Duitsland had hij een grondige kennis van de staatsgesteltenis en de zeden van de Duitsers verkregen. De ligging van zijn staten die zich tot aan de grenzen van het Ottomaanse rijk uitstrekten, maakte hem de natuurlijke verdediger van het Duitsland tegen de invallen van de ongelovigen en als Roomse koning zou het niets minder dan zijn plicht zijn de ondernemingen van de Turken tegen te gaan.

 

De protestanten zijn niet onder de indruk van Ferdinand. Van geen enkele soeverein trouwens. De voorbije tien jaar hebben ze maximaal kunnen profiteren van Karels afwezigheid. De keizer wil doodgewoon de alleenheerschappij voor zichzelf en voor zijn familie. Het zal gedaan zijn voor andere keurvorsten om zich kandidaat te stellen om later koning te worden. Hun oppositie tegen de wetten van het land. 'Maar de andere keurvorsten die Karel met veel moeite had weten te winnen zorgden er voor dat Ferdinand tot Roomse koning verkozen werd en enkele dagen daarna te Aken gekroond werd.'

 

In 1531 komt de protestantse liga opnieuw samen in Smalkalde, in het hart van Duitsland, een plaatsje in de buurt van Thüringen. Het bondgenootschap wordt vernieuwd en er worden afgezanten naar Frankrijk en Engeland gestuurd. 'De keizer heeft de grondwet feitelijk afgeschaft door het ambt van keizer erfelijk te maken. Zou de Franse koning dan niet eens optreden tegen deze zelf ingestelde dictatuur?' François beseft natuurlijk dat de Duitse protestanten gelijk hebben, maar zelf voelt hij er niets voor om op te treden. De voorbije oorlog heeft hem afgemat. 'Ook hij kon geen vredesverdrag breken dat maar onlangs op zijn eigen verzoek afgesloten werd zonder de achting van heel Europa te verliezen en opnieuw gehouden te worden voor een trouw- en eerloze vorst.'

 

Hij geniet wel heimelijk van de stevige tegenwind die Karel in zijn eigen Duitsland ondervindt. Zijn oor ligt altijd klaar om de klachten van de lokale keurvorsten te aanhoren. Hij stuurt de Franse staatsman Willem du Bellay naar Duitsland om met die mannen te praten. Enfin, om wat vuur te stoken, maar dat laatste mag natuurlijk niet luidop gezegd worden. Karel laat ondertussen aan zijn zieke echtgenote weten dat zijn geplande terugkeer naar Spanje nog met onbepaalde tijd moet uitgesteld worden. Isabella wordt er alleen maar ongelukkiger op.

 

De koning van Engeland, Hendrik kan het bloed van Karel wel drinken. Het verzet van de paus tegen zijn scheiding was zuiver aan hem te wijten. Uiteraard kijkt hij over de grenzen naar Smalkalde om dat bondgenootschap aan te sporen in hun verzet en het vuur aan de keizerlijke schenen te leggen. Maar ja. 'De echtscheiding waar het Hendrik voornamelijk om te doen was, bracht hem in zulk een doolhof van ontwerpen en onderhandelingen. Hij werkte inmiddels zo sterk om het pauselijk rechtsgebied in Engeland te vernietigen, dat hem geen tijd overbleef om zich met buitenlandse zaken te bemoeien. Hij vergenoegde zich met onbepaalde beloften te doen en met een matige onderstand in geld aan het bondgenootschap van Smalkalde te zenden.'

 

Karel wacht ondertussen om van start te gaan met zijn uitroeiing van de ketterse toestanden in Duitsland. De eerste stap om de paus ter wille te zijn was best al een gedurfde onderneming maar nu is het beter om even af te wachten en om misschien in gesprek te gaan met de protestanten. Beter een verenigd dan een verdeeld land. Hij beseft ook wel dat de liga mag rekenen op de steun van brede lagen van de bevolking. Daarbij komt nog dat de vrede met Frankrijk een wankel geval is en François een figuur blijft die niet te vertrouwen is. En dan is er nog die Suleiman die staat te popelen om met zijn legerbenden Oostenrijk binnen te vallen.

 

De zomer van 1532 zorgt voor politiek overleg in eigen land. Een nieuwe rijksvergadering in Regensburg legt vast dat er voor het einde van het jaar opnieuw een kerkvergadering zal plaatsvinden en dat er in afwachting hiervan tussen de partijen wordt afgesproken om de vrede te bewaren. Karel belooft van zijn kant om de belijders van de nieuwe godsdienst tot dan met rust te laten. Aan de andere kant verbinden de protestanten zich ertoe om de keizer bij te staan om de inval van de Turken af te stoppen.

 

De protestanten hebben handig gebruik gemaakt van de netelige militaire toestand om een gedoogbeleid tegenover hun leer uit de brand te slepen. Voor Karel is het alles of niets. Zelfs zijn handtekening onder de bekrachtiging van Ferdinands kroning moet wachten. De liga van Smalkalde heeft zich weten op te werken van een groepje dissidenten tot een politieke formatie met grote invloed op het Duits establishment.

 

Kort daarna valt Suleiman Hongarije binnen. Aan het hoofd van 300.000 man, ik kan dit moeilijk banaliseren tot zomaar een legerbende. Protestanten en katholieken trekken nu plots wel aan hetzelfde zeel om de keizer bij te staan en het land te verdedigen. 'Hierbij voegde zich een bende oude Spaanse en Italiaanse troepen en een ruitersgroep uit de Nederlanden, welke samen met de troepen uit Oostenrijk en de Bohemen een heir uitmaakten van 90.000 geoefende voetknechten en 30.000 ruiters, behalve nog een verbazend aantal ongeregelde troepen.'

 

Karel stelt zich persoonlijk aan het hoofd van dit christelijk leger. Europa wacht in onzekerheid op de uitkomst van deze beslissende veldslag tussen de twee grootste monarchen van de wereld. Tot grote veldslagen komt het niet. De machtsontplooiing van beide kanten is te groot. Suleiman beseft in de herfst van 1532 dat er van zijn invasie niet veel in huis zal komen en beslist om zijn troepen terug te trekken in Constantinopel. De keizer wordt met lof overladen dat hij de Turken tot de aftocht heeft kunnen forceren.

 

Tijdens de zomer wordt het overlijden gemeld van Frederik de Wijze, de keurvorst van Saksen, aan wie Luther zijn leven te danken heeft. Zonder deze bezadigde staatsman zou er nooit sprake geweest van het protestantisme. Johannes Frederik deelt de opvattingen van zijn overleden vader en gaat zich met een grote vinnigheid, eigen aan de jeugd, scharen achter de liga. Karel zelf wil graag terugkeren naar Spanje. Er staat eerst nog een ontmoeting met paus Clemens op het programma. De diepe vriendschap van een jaar geleden heeft plaats gemaakt voor respect, maar de paus blijft verbitterd omdat Karel de protestanten dan toch hun zin gegeven heeft in Duitsland. Ondanks de ferme taal van anderhalf jaar geleden, laat Karel na om de geloofsdissidentie in zijn land aan te pakken.

 

Waarom is Karel in hemelsnaam ingegaan op het verzoek van de protestanten om een nieuwe kerkvergadering te houden? Alles is toch gezegd! De keizer probeert zijn beslissing te kaderen en smeekt haast om deze vergadering te mogen organiseren in aanwezigheid van de Vaticaanse autoriteiten. Wat ik nu nog altijd vaststel in mijn dagelijks leven anno 2016, blijkt ook al in 1532 standaard procedure te zijn. Om dingen zeker niet te laten doorgaan, moet je ze eerst erg complex en ingewikkeld maken. Eenvoudige dingen zijn taboe voor de politiek, te doorzichtig, te transparant. Nee. De meesten verkiezen ingewikkelde toestanden waar een hond zijn jongen zeker zal verliezen en waarvan niemand iets nog van begrijpt. En daar is het natuurlijk allemaal om te doen.

 

Paus en keizer kennen de ingewikkelde truc van de mummie dus ook. De nieuwe keurvorst van Saksen en de pauselijke nuntius zullen zich buigen over de agenda van een eventuele kerkvergadering. Het spel kan beginnen, de artikelen en de punten, worden besproken. Het palaveren doet de rest. Ik lees het meteen: 'elk van deze artikelen bracht onoplosbare zwarigheden en oneindige twisten voort. De protestanten drongen aan op een kerkvergadering in Duitsland terwijl de paus die in Italië wenste te organiseren. De protestanten eisten dat de geschilpunten door de heilige schrift zouden beslist worden maar Clemens dat het gezag van de kerkgeleerden moesten gelden.' Mijn theorie wordt nog maar eens bewezen: De onderhandelingen werden zo lang gerekt dat Clemens inderdaad zijn oogmerk bereikte om de kerkvergadering te verschuiven zonder zich van de blaam te belasten om zich tegen de mening van een heel deel van Europa op te stellen.'

 

Dat Karel de Franse koning voor geen haar vertrouwt, kan ik zien in zijn ambitie om Italië te beveiligen door een extra keizerlijk leger. Een mens weet maar nooit. Een soort bondgenootschap van de Italiaanse staten zou de organisatie op zich moeten nemen. Antonio de Leyva zou de leiding nemen van het eigen leger. Paus Clemens ziet wel wat in deze ideeën, want dan zou het land op zijn minst verlost zijn van die oude Duitse en Spaanse troepen die er nog als fossielen gekazerneerd gebleven zijn.

 

In april 1533 wordt zijn wantrouwen voor een stuk werkelijkheid. Het verdrag van Kamerijk, niet bepaald voordelig voor de Fransen, wordt deels geweigerd door het parlement van Parijs. Een handigheidje van François die zijn aanspraken op de regio Milaan niet onder stoelen of banken steekt. Sommige mensen leren nooit hun les: 'om die reden trachtte hij de banden met de koning van Engeland, wiens vriendschap hij onophoudelijk aankweekte. Hij bracht de krijgsmacht van zijn eigen koninkrijk op een betere en geduchtere voet dan ooit, en stookte behendig de ijver en het misnoegen van de Duitse vorsten op.'

 

In die periode arriveert Karel terug in zijn thuisland Spanje waar hij zijn vrouw Isabella terugziet na een afwezigheid van vier jaar. In deze wereld waarbij iedereen zich tegen hem heeft gekeerd, heeft hij dringend nood aan bondgenoten. Die kan hij het best zelf produceren, in bed met Isabella. Haar alarmerende mentale en fysieke toestand lijkt in deze context maar een detail te zijn. In januari 1534 volgt een miskraam. In september wordt ze opnieuw zwanger. Op 26 juni 1535 zal ze bevallen van een dochter Johanna. Karel zal het nieuws van haar geboorte vernemen op één of ander slagveld in Tunis.

 

Koning François ziet met genoegen dat het tussen de paus en Karel niet allemaal koek en ei is. Vooral de historie van de kerkvergadering amuseert de Fransen en dan is er nog de politieke vrijage met de machtige familie van De Medici. Terwijl Karel denkt de Medici in zijn achterzak te hebben, stelt François voor om zijn tweede zoon (de hertog van Orleans) te laten huwen met een dochter van deze rijke familie. Met uiteraard met de paus weer als dicht betrokken partij.

 

Zeer tegen de zin van keizer Karel, komt het in 1534 tot een bijeenkomst van Clemens en François in Marseille waar het licht op groen gezet wordt voor het huwelijk. De bruidsschat oogt begeerlijk, het leenbezit van verscheidene voorname landgoederen in Italië. Mijn schrijver kijkt al een beetje in de toekomst. Op het eerst zicht is dit een uitstekende deal voor de Fransen, maar dat is buiten de heerszucht van Catharina de Medici, de jonge dochter in kwestie gerekend. Veel komt er niet op papier van deze deal want de paus is er beducht voor om Karel te zeer te verstoren.

 

Tussen de gesprekken met de Fransen in, speelt deze dubbelzinnige en trouweloze paus verder zijn bedenkelijk spel met Hendrik de achtste, de koning van Engeland. De toelating op diens echtscheiding blijft achterwege. Wat ik hier als 'aan het lijntje houden' poneer, staat enigszins anders omschreven: 'er waren reeds zes jaren verlopen sinds Hendrik om deze echtscheiding verzocht, gedurende welke tijd de paus niets anders deed dan onderhandelen, beloven, zijn woord in te halen en niets te besluiten.'

 

Ik ga nog even verder op dit historisch elan. 'Na zo veel herhaalde verschuivingen en teleurstellingen begon Hendrik zich ten zeerste te vergrammen en wendde hij zich tot een ander gerechtshof om aldaar een uitspraak te verkrijgen welke hij tevergeefs in Rome gezocht had.' Aartsbisschop Cranmer van Canterbury zorgt voor de rest. Hij zoekt zijn autoriteit waar die te vinden is (al die godsdienstige boeken zijn toch allemaal flauwekul) waarna hij eigengereid naar buiten komt met een vernietiging van het huwelijk tussen Hendrik en Catharina en een erkenning van een nieuwe verbintenis met Anna Boleyn die daarna de koningin van Engeland zal worden.

 

Tussen de paus en Hendrik zit er nu meteen een flink haar in de boter. 'Ik zal me toch wat inschikkelijker moeten tonen', denkt Clemens, 'zo niet zou ik wel eens al de Engelse gebieden kunnen kwijtspelen uit mijn katholiek clubje'. Terwijl hij al zinnens is om Hendrik dan toch zijn goedkeuring te geven om te scheiden, wordt hij al direct door de feiten en het lobbywerk van keizer Karel ingehaald.

 

'De heftigheid van de kardinalen die de keizer toegedaan waren, gaf de paus geen tijd om dit wijs besluit uit te voeren, en bracht hem bij verhaasting tot een onvoorzichtige stap welke de Roomse stoel zeer nadelig was: hij werd gedwongen een bulle uit te geven waarbij het vonnis van Cranmer verbroken werd en waarbij het huwelijk van Hendrik met Catharina opnieuw bekrachtigd werd en die verklaarde dat de vorst in de ban van de kerk zou vervallen als hij niet tijdig zou terugkeren naar zijn vrouw.'

 

Het spel zit nu natuurlijk direct op de Engelse wagen. Zowat elke Engelsman gaat achter zijn koning staan in zijn wrok en zijn verontwaardiging ten opzichte van de kerk van Rome. 'Het parlement maakte een akte waarbij het gezag en het rechtsgebied van de paus in Engeland vernietigd werd. En bij een andere akte werd de koning tot opperhoofd van de kerk benoemd en bekleed met al het gezag dat de paus was ontnomen.' Voor de paus is zijn spel in Engeland voortaan uitgespeeld. Hendrik zelf, met de grilligheid van zijn karakter, is uiteraard een bedenkelijke figuur om de kerk te leiden in zijn land. Vooral in de beginperiode van de afsplitsing lijkt hij niet goed te weten wat hij wil. Beurtelings vervolgt hij de protestanten en de katholieken, maar uiteindelijk kiest Engeland voor een derde weg, ontdoet het zich van de Roomse kerk en baseert de godsdienst zich voortaan op zijn eigen rechtsregels.

 

Clemens zal er niet lang meer last van hebben want op 25 september 1534 overlijdt hij aan een slepende ziekte. Zijn hemel zal hij wel niet verdiend hebben mijn prototype van een grote lamp met een minuscuul lichtje. Een kleine maand later wordt hij opgevolgd door Alexander Farnese, voortaan Paulus III, de oudste van de kardinalen. Na honderd jaar mogen de inwoners nog eens een man van eigen bodem als paus verwelkomen. De dood van Clemens betekent een geschenk voor de vrede in Europa. Moest de man verder in leven gebleven zijn, dan zouden zijn intriges met de Franse koning zeker geleid hebben tot een nieuwe oorlog. Mijn schrijver Robertson is er pertinent zeker van!

 

Ik lees voor de eerste keer dat er in Duitsland sprake is van een repressie. Her en der valt er grote schade te melden. Vooral in Opper-Duitsland is het een en al ravage die de klok slaat. De overheid probeert er streng op te treden met straffen en verbanningen maar de geloofsdwaling is zo algemeen dat het een kwestie is van dweilen met de kraan open. In de Nederlanden en bij ons gaat het er niet zo gewelddadig aan toe en hier laten de stadsbesturen oogluikend het gif van het nieuwe geloof toe.

 

Een nieuw fenomeen steekt overal te lande de kop op. Het anabaptisme. Tussen het oude en het nieuwe geloof bestaat er een fundamenteel verschil in de liturgie van het doopfeest. Bij de katholieken worden de gedoopten besprenkeld terwijl de protestanten hun gelovigen onderdompelen in het heilig water wanneer die gedoopt worden. In beide gevallen natuurlijk dikke bijgelovige zever die dan door voor- en tegenstanders geprezen of verwenst worden met de bijpassen leerstellingen en de verwijzing naar Christus en de geest van God en patati en patata.

 

'Dergelijke gevoelens brachten hevige uitwerkingen voort.' Aanhangers van het protestantisme kunnen maar ernstig genomen worden door de hervormers als ze zich laten herdopen conform de nieuwe regels. Kopje onder in het nieuw geloof. In Westfalen is er sprake van twee profeten die zich specialiseren in het anabaptisme. Jan Matthyszoon, een bakker van Haarlem en Jan Bochold een kleermakersknecht van Leiden die ervan bezeten zijn om nieuwe geloofsgenoten te maken met hun nieuwe dooprituelen. De Nederlanders vestigen zich in Munster. Beide figuren moeten blijkbaar erg brutaal en agressief zijn in hun aanpak. Niets is van willen en alles van moeten. Het lokaal stadsbestuur slaat noodgedwongen op de vlucht voor een golf van geweld, Matthyszoon neemt de macht over. Wie niet gehoorzaamt, zal voortaan met de dood bestraft worden.

 

Ik schakel nog eens over op een rechtstreekse berichtgeving: 'Hij moedigde de menigte aan tot het plunderen van de kerken en het verwoesten van hun sieraden, hij maande hen aan alle boeken te verscheuren, met uitzondering van de bijbel. De goederen van diegenen die op de vlucht sloegen, werden verbeurd verklaard. Het goud, zilver en de kostbaarheden moesten aan zijn voeten neergelegd worden en verhuisden daarna naar een openbaar schathuis. Voortaan is iedereen in Munster gelijk voor de wet. De leden van zijn gemenebest dus tot een volkomen gelijkheid gebracht zijnde, beval hij allen van te eten aan tafel in het openbaar voorbereid, zelfs schreef hij de gerechten voor die elke dag moesten opgedist worden.'

 

Bakker Matthyszoon drijft het erg ver. Weer al eens iemand die denkt het grote licht gezien te hebben. 'Hij legde grote magazijnen van allerlei levensmiddelen aan, hij herstelde de vestingen en noodzaakte alle personen zonder uitzondering om er aan te werken. Hij schaarde diegenen die bekwaam waren wapens te dragen in geregelde benden en poogde de wakkerheid van de krijgstucht te voegen bij de woede van de geestdrijverij. Hij vaardigde zendelingen af die de wederdopers in de Nederlanden zullen bijstaan en nodigde iedereen uit om bijeen te komen in Münster die hij voortaan beschreef als de berg van Sion. Hier zou hij al de volkeren van de wereld onder zijn heerschappij brengen.'

 

De idioot krijgt natuurlijk de wind van voor. Ik wil mezelf niet verliezen in details. In 1534 neemt de bisschop van Münster de wapens op tegen het bakkersregime. Matthyszoon wint een eerst confrontatie maar gaat tenslotte volledig onderuit door zijn overmoed. Zijn discipelen zijn er het hart van in als ze zijn dood vernemen maar nu is het de tijd voor zijn opvolger, ook al een valse profeet deze Jan Beukels, minder voortvarend dan de bakker, maar toch ook iemand met een serieuze vijs los.

 

'Kort na de dood van zijn voorganger wierp hij al zijn kleren af en naakt door de straten lopend, riep hij met luide stem dat het koninkrijk van Sion nabij was en dat alles wat verheven was op aarde moest vernederd worden. Om dit te vervullen, beval hij de kerken en de hoogste gebouwen van de stad met de grond gelijk te maken.' Jan Beukels zal de eerste koning van Sion zijn en op de troon van David zitten. 24 juni 1534. Het tafereel is eigenlijk komisch. Ik zie hem daar zitten, Beukels in zijne bloten met een gouden kroon op het hoofd. De nieuwe koning brengt nieuwe wetten en nog meer excessen. Priesters worden verondersteld om meerdere vrouwen te nemen, want dit is een voorrecht rechtstreeks door God geschonken aan zijn heiligen.

 

Hij neemt zelf het voortouw bij dit onbepaald genot van de christelijke vrijheid door met drie vrouwen te trouwen. Onder hen de weduwe van Matthyszoon, een vrouw van ongemene schoonheid. Zijn aantal vrouwen loopt op tot veertien. Hoewel de weduwe zichzelf wel profileert als de koningin van het nest.

 

Wat koning David allemaal uitricht en promoot is natuurlijk erg interessant voor zijn volgers. Man toch. 'Het voorbeeld van hun profeet volgend, gaf de menigte zich over de buitensporigste en ongebondendste voldoening van hun dierlijke lusten. Geen man die zich met één vrouw tevreden hield. Geen gebruik maken van hun christelijke vrijheid werd voor een misdaad gehouden. Er werden lieden aangesteld om de huizen te doorzoeken naar jonge dochters die huwbaar waren en die ze terstond tot trouwen noodzaakten.' Ik probeer de rest te bundelen in enkele kernwoorden; veelwijverij, verderf, menselijke driften, vrijheid van echtscheiding, wellust geënt op dit onfatsoenlijk gedrocht van een godsdienst.

 

De reactie van de Duitse landvorsten laat niet op zich wachten. Wat er gebeurt in Münster vervult iedereen met afgrijzen. Luther neemt het voortouw. De staten van Duitsland moeten paal en perk stellen aan deze dolheid die verderfelijk is voor de maatschappij en voor de godsdienst zelf. De keizer heeft andere prioriteiten. Zijn broer Ferdinand grijpt wel in. Die zorgt voor financiële middelen en manschappen om een leger op de been te brengen om het bolwerk van Münster in de tang te nemen. Het beleg begint op het einde van de lente van 1535 waar de wederdopers hun heerschappij ondertussen al vijftien maanden in stand hebben gehouden.

 

Ondanks fanatiek verzet zal Beukels het onderspit delven in dit allen tegen één gevecht. Het lijden en de honger in de stad moeten hevig en langdurig zijn. Niet om het minst omdat hun eigen koning David zich scrupuleus en meedogenloos gedraagt tegenover zijn eigen mensen die aan het twijfelen slaan. Zo bijvoorbeeld één van zijn vrouwen die wat te loslippig is geweest tegen hem en die daarvan onmiddellijk de dupe wordt.

 

De hier volgende passage is veelbetekenend: 'een van de koning zijn vrouwen, zich sommige woorden hebben laten ontsnappen welke enige twijfel te kennen gaven omtrent de goddelijkheid van zijn zending, deed deze stoute bedrieger ze allen op staande voet bijeenroepen, en aan de lasteraarster, gelijk hij ze noemde, bevolen hebbende neder te knielen, sloeg hij haar met eigen handen het hoofd af. De andere vrouwen, wel weer van enig afgrijzen over deze wrede daad te laten blijken, verenigden zich in een uitzinnige vreugde en dansten met hem rondom de bloedende romp van hun gezellin.'

 

Op 14 juni 1535 is hun spel uitgespeeld en worden de meesten onder hen gedood of gevangen genomen. Koning David wordt geketend en gekooid van stad naar stad gevoerd, en blootgesteld aan de beschimpingen en de nieuwsgierigheid van de inwoners. Beukels blijft wel rotsvast achter zijn mening staan. Hij wordt op het einde van de rit gefolterd en gedood in zijn eigen stad Münster. De man is niet ouder geworden dan zesentwintig jaar. Zo is er een einde gemaakt aan het koninkrijk van de wederdopers. Hun ideeën hebben echter wortel geschoten in de Nederlanden. De menisten of de doopsgezinden nemen een deel van het gedachtegoed over, zij het gelukkig in een meer vredelievende variante.

 

De alliantie van de bondgenoten van Smalkalde met de koning van Frankrijk is tijdens de gebeurtenissen van Münster in de praktijk omgezet. Het zal niet meteen rustig worden in de Duitse en Oostenrijkse staten vooral als de landgraaf van Oostenrijk zich eveneens aansluit bij François. Ferdinand durft niet in te grijpen in Oostenrijk uit vrees van gecounterd te worden door de unie van de protestantse mogendheden. Hij moet zich erg diplomatisch opstellen en ziet zich daarbij genoodzaakt om enkele toegevingen rond hun geloof te doen. Karel kan niet anders dan deze te bekrachtigen.

 

En dat is dan natuurlijk weer niet naar de zin van paus Paulus. Hij stelt zich net zoals zijn voorgangers categoriek op tegen elke mogelijke hervorming van het oud katholiek geloof. Paulus verandert de tactiek van zijn voorganger en gaat nu plots zelf aandringen op een algemene kerkvergadering om de zaken op scherp te stellen. De vergadering zal plaatsvinden in Mantova. Er duiken al direct een hoop complicaties op rond de voorgestelde plaats. De protestanten eisen een vergadering in Duitsland, wat er in Mantova zal doorgaan is niet wettelijk. Zo blijven ze allemaal maar bezig. Ik hoor de protestanten niet echt klagen, want op die manier palmen ze de Duitse kerk stukje voor beetje in. Laat de paus maar palaveren.

 

De keizer is ondertussen oorlog aan het voeren in het noorden van Afrika. Tegen de Vandalen en tegen de Moren. Tegen de mohammedanen die de christenen haten als de pest. Tegen Barbarossa. En sultan Suleiman ontbreekt natuurlijk niet op de afspraak. Ik lees de vele bladzijden verticaal en met een gevoel van verzuchting. De mens is ongetwijfeld gemaakt om oorlog te voeren. Als God de mens geschapen heeft, dan is hij toch wel verantwoordelijk voor al de constructiefouten in zijn schepsels. Oorlog ter zee en op het land. Landing in Afrika, hevige veldslagen. Eindeloos bloedvergieten, het steekt heus niet op een mensenleven. Generaal Rommel moet hier ongetwijfeld zijn inspiratie gehaald hebben. Karel trekt op het einde aan het langste touw. Hij is de eerste vorst sinds lang die opgekomen is voor de naam van Christus en die het welzijn en de rust van Europa verzekerd heeft. Enfin, dat schrijven ze toch in de jaren 1700 hierover. Ikzelf weet niet wat te denken over al dit zinloos geweld.

 

Ik keer terug. Dichter bij huis. William Robertson is al begonnen aan zijn zesde boek. Terwijl Karel zich nuttig maakt in Afrika, zaagt François aan zijn Europese stoelpoten. Het verdrag van Kamerijk ligt nog altijd zwaar op zijn maag. Milaan kwijt, Vlaanderen en Artesië niet langer Frankrijk, Bourgondië zo goed als foetsie. Hij wacht op een gunstige gelegenheid om zijn roem te herstellen en zijn verloren gebieden te heroveren.

 

De koning maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Zijn steun aan de koning van Engeland na diens breuk met het Vaticaan en zijn alliantie met de Duitse protestanten, zorgen voor grote ogen bij zijn eigen onderdanen en wrevel bij de paus natuurlijk. Om zijn machtspositie in Europa enigszins te garanderen zal hij wel moeten overgaan tot een maatregel die het katholicisme in Frankrijk in zijn pure en originele vorm wil consolideren. François moet met andere worden bewijzen dat hij de perfecte verdediger van de Roomse kerk is in Frankrijk. God, allemaal zo doorzichtig toch, eigenlijk lachwekkend. Moesten de implicaties van zijn maatregelen niet diep treurig zijn.

 

'Aan de poorten van het Louvre en van andere openbare gebouwen vond met geschriften aangeplakt waarin op verachtelijke wijze gespot werd met de leerstukken en de plechtigheden van de Roomse kerk. Van hen die aan deze roekeloze daad schuldig waren, werden er zes ontdekt en bij de kop gevat. De koning geducht om de lasteringen over de natie, gaf bevel tot een plechtige ommegang waarbij het heilig sacrament door de straten van de stad werd rondgedragen.'

 

'François ging met ongedekt hoofd en met een toorts in de hand de processie vooraf. De prinsen van den bloede ondersteunden het verhemelte boven hun koning en de edelen volgden in rang. De koning verklaarde heftig dat indien een van zijn handen besmet was met ketterij hij dezelfde met de andere hand zou afhouwen en dat hij zelfs zijn eigen kinderen niet zou sparen in dat geval. Hij veroordeelde de zes ongelukkigen die gevat waren openlijk te verbranden terwijl de ommegang duurde en deze terechtstelling ging vergezeld van de meest barbaarse en ijselijkste mishandelingen.' In Smalkalde zien ze dat niet graag gebeuren. De Duitse vorsten walgen van de wreedheid tegenover hun medebroeders. Hij mag een kruis maken over hun samenwerking. Voor wat hen betreft kan hij hun steun tegenover Karel op zijn buik schrijven.

 

De Franse koning probeert steun te zoeken bij andere vorsten doorheen Europa maar vangt overal bot. De meesten onder hen doen dat vooral uit vrees voor de machtspositie die keizer Karel zowat overal bekleedt. Men zou wel gek moeten zijn om tegen hem in te gaan. De koning van Frankrijk verzint dan maar een smoes om met een leger naar de grenzen van Italië te vertrekken. Blijkbaar heeft de hertog van Milaan iets mispeuterd en François wil dat gaan corrigeren. Dat is buiten de waard gerekend van de hertog van Savoye, de schoonbroer van Karel. De man van Beatrix van Portugal die blijkbaar nogal wat eigenschappen gemeen heeft met haar broer. Savoye en Frankrijk grenzen aan elkaar en dat is op zich al voldoende om te zorgen voor vijandelijkheden allerhande. Met grondbezit als enige en almachtige God.

 

Ik krijg er een beetje een degout van, maar het komt tot een regelrechte oorlog tussen beiden, waar ook de regio's Genève en Bern bij betrokken raken. Karel is nog maar net terug uit Afrika als hij al opgetrommeld wordt om zijn schoonbroer ter hulp te schieten. En dat is ook voor hem geen vanzelfsprekendheid, zijn leger is ontbonden en van budgetten is er geen sprake. In Milaan sterft hertog Sforza zonder kinderen na te laten en François krijgt de regio als een rijpe vrucht in de schoot geworpen. Hij hoeft er niet eens oorlog om te voeren.

 

Keizer Karel ziet dat anders: Milaan is een openstaand leengebied van zijn rijk. Terwijl de Fransen tijd verspillen, rukken de resterende Italiaanse legers van Karel Milaan binnen en blokt hij zo François af in zijn pogingen om weer een factor van betekenis te worden in Italië. De rest verzandt voorlopig in eindeloze onderhandelingen waarbij de keizer altijd een stuk geslepener voor de dag komt dan de rest.

 

Op 6 april 1536 arriveert de keizer in Rome, 'in welke stad hij zijn openbare intrede deed met ongemene pracht. Om een der straten wijder te maken en meer ruimte te geven aan de stoet van de keizer vond men het nodig om het puin van de oude tempel van de vrede op te ruimen. Deze beuzelachtige omstandigheid is door bijna al de historieschrijvers opgemerkt als een voorteken van een volgende bloedige oorlog.'

 

Dat zou wel eens kunnen juist zijn. Karel stelt zich al ruime tijd diplomatisch op ten opzichte van Frankrijk, maar hier in Rome werpt hij inderdaad zijn vredesmasker af. In volle vergadering en in het gezelschap van de paus en de Franse afgezanten zet hij zich af tegen de onophoudelijke vijandelijkheden van François, terwijl hijzelf al de pogingen onderneemt om Europa vrede te bezorgen, doen de Fransen net het tegengestelde. Dat bloedvergieten moet stoppen. Geen oorlog, maar een duel tussen hen beiden. Anno 2016 zou dergelijk voorstel ongetwijfeld zowat onmiddellijk groot nieuws zijn op de sociale netwerken en op de smartphone: 'Poetin daagt Hollande uit in een personeel lijf-aan-lijf gevecht.'

 

In 1536 schrijft de pers er nog anders over: 'laten we onze twisten man tegen man beslissen, met zodanige wapenen als hij gelieve te verkiezen, enkel in het hemd gekleed, in een eiland, op een brug, of aan boord van een galei in het midden van een rivier. Laat Bourgondië en Milaan aan weerszijden in pand gegeven worden en achteraf allebei geschonken worden aan de overwinnaar en laat ons daarna onze krachten bundelen om de Turken aan te pakken en de ketterij onder de Christenen uit te roeien.'

 

Zuivere blufpoker van Karel is het. Als François niet instemt met een persoonlijk duel, dan wordt een oorlog onvermijdelijk. Dan zullen ze strijden tot één van beiden geruïneerd zal achterblijven als de armste edelman van zijn land. De redevoering van Karel is lang en bewogen en volledig in het Spaans uitgesproken waardoor de Franse gezanten niet alles lijken te snappen. Als ze willen spreken, worden ze brutaal onderbroken door een bitse keizer. Paulus vezelt wat over vrede en de vergadering is afgelopen. De keizer is afgestapt van zijn voorzichtige beredeneerde politiek en heeft de oorlog in wacht gezet. Van een verrassing gesproken.

 

Het beestje in Karel kan ik het best omschrijven als overmoed. De overwinningen van de laatste tien jaar zijn hem naar het hoofd gestegen. Dichters en redenaars blijven zijn roem uitbazuinen als de sierlijkste en de vernuftigste leider van eeuwen ver. Wierook, tomeloze waan en ijdele glorie hebben zich genesteld in de geest van de keizer tijdens zijn toespraak te Rome.

 

De volgende dag valt zijn frank en komt hij tot het besef dat hij misschien wat te voortvarend is geweest. Als buitenstaander durf ik er op te wedden dat mijn keizer wel eens zou durven een stuk in zijn voeten gehad hebben tijdens zijn gedurfde toespraak. Het voorstel van dat duel lijkt me verdacht veel op dronkenmanspraat. De Fransen vragen de volgende dagen om wat extra uitleg rond deze uitdaging, maar Karel heeft alles plots meer figuurlijk bedoeld in een poging om het bloedvergieten van zijn manschappen te stoppen. François voelt zich van zijn kant erg beledigd en is niet van plan om zijn agressie te doen ophouden. Voldoende reden voor Karel om zijn leger te mobiliseren en de Fransman van antwoord te dienen. Een nieuwe Europese oorlog is op til.

 

Dat leger bestaat uit 40.000 voetknechten en 10.000 ruiters en is daarmee beduidend groter dan wat de Fransen daar tegenover stellen. Op 6 mei 1536 valt Karel via de Italiaanse grens binnen in Frankrijk met de bedoeling om door te stomen naar het zuiden. 'Hij had aan zijn zuster, de landvoogdes van de Nederlanden alsmede aan zijn broer de Roomse koning grote geldsommen overgemaakt en hen aanbevolen zo veel troepen aan te werven als ze konden, ten einde twee bijzondere krijgsbenden te vormen.'

 

Ik weet meteen dat de oorlog ook voelbaar is in Vlaanderen. 'De Vlamingen moeten aan de kant van Picardië oprukken en de Duitsers doorheen de Champagne. De keizer zou het oosten voor zijn rekening nemen. Frankrijk in de tang op drie fronten tezelfdertijd. Karel is zeker van zijn stuk en laat geschiedschrijver Paulus Jovius alvast pen en papier bovenhalen om het verhaal van zijn toekomstige overwinning neer te schrijven. Overmoed en zelfoverschatting zijn inderdaad van de partij.

 

Karels adviseurs zijn een stuk realistischer. De drie legers opereren veel te ver van elkaar en hebben geen rugdekking om zich degelijk te voorzien van mannen, munitie en mondvoorraad. Frankrijk zou wel eens kunnen beschikken over onuitputtelijke bronnen om het lange tijd vol te houden. 'De markgraaf Del Guasto viel op zijn knieën en smeekte de keizer af te zien van een ontwerp dat zo vermetel was.' Maar Karel is niet van zijn besluit af te brengen. 'Hij besloot tevens naar Frankrijk voort te rukken zonder de herovering van Piëmonte af te wachten, uitgezonderd alleen van zulke steden die volstrekt noodzakelijk waren om zijn gemeenschap met het Milanese te onderhouden.'

 

In het begin snijden de milities ter hoogte van Piëmonte door de Franse boter. Met dank aan het verraad van de Franse legerleider Saluces die zijn lot verbonden heeft met dat van de keizer in plaats van met François. Hij opent de poort naar Frankrijk. De Franse koning blijft kalm en vermijdt rechtstreekse confrontaties met de vijandelijke legers. Hij versterkt de steden, mobiliseert de Franse mannen en wacht af. De strategie van de verdediging ligt bij maarschalk de Montmorency, een strenge en principiële man die wel immuun lijkt te zijn voor enige menselijke emoties.

 

Avignon, strategisch gelegen aan de Rhône, wordt één van die versterkte steden onder leiding van de Montmorency en een imposant leger. Wat verderop aan de Rhône, bij Arles en Marseille, zorgt François voor extra verdediging. De bevolking van zowat heel zuidoost Frankrijk moet ophoepelen. Het hele gebied wordt door de Fransen waardeloos gemaakt voor de oprukkende troepen. 'Graan, paardenvoer en vruchten worden weggevoerd of bedorven, al de molens en ovens werden vernield en de waterputten gedempt of onbruikbaar gemaakt. De verwoesting strekte zich uit van de Alpen tot aan Marseille en van de zee tot aan de grenzen van de Dauphiné. De geschiedenis levert op dat moment geen voorbeelden ervan dat men bij beschaafde naties ter verdediging van een koninkrijk van zulk een verschrikkelijk middel gebruik gemaakt hebben.' De Russen hebben ten tijde van Napoleon en van Hitler verdorie hier hun lessen geleerd.

 

Het gaat vlot voor de keizerlijke troepen. De aanvoerders krijgen al beloften van grond en rijkdommen, kwestie van hen te motiveren, maar ze trekken toch maar vreemde gezichten bij het zien van al de verwoestingen in het veroverde land van de Provence. Daarbij komt nog dat de Spaanse vloot die overzee op komst is naar Frankrijk te maken krijgt met tegenwinden en stormen die haar belet om de Franse kusten te naderen. En als dat dan met veel vertraging gebeurt, zijn de levensmiddelen aan boord niet langer van die aard om een dergelijk leger te voeden. Ik snap het plaatje. De strategie van de Fransen werkt. Grote hitte in combinatie met het ontbreken van drank en voedsel zorgt op enkele weken tijd voor uitgeputte legers. De buitengebieden zijn kaalgeplukt. De proviand bevindt zich op versterkte plaatsen waar de Fransen met de vingers in de neus wachten op vijandelijk bezoek.

 

Karel wil Avignon in de tang nemen. Wat kan hij anders doen? Zijn adviseurs raden het af wegens onrealistisch. Dan maar Marseille en Arles aanvallen. De Fransen geven geen kik. De verliezen vallen alleen maar bij de vijand. Dan maar terug naar Avignon waarbij ze onderweg te maken krijgen met guerrillatechnieken van de Fransen. 'Zijn leger afgemat door de gedurige stroperijen van de kleine bendes lichte troepen en door ziektes verzwakt, lieten eindelijk de moed zakken, geen kans ziende zo veel en onverwachte hinderpalen te boven te komen.'

 

De problemen bij de Fransen zijn er van psychologische aard. De officieren en de soldaten begrijpen niet dat hun leider niet eens wil vechten. 'Is deze Montmorency dan een lafaard?' De druk op zijn schouders om aan te vallen is niet min, maar hij plooit niet. Wanneer François en zijn troepen zich eindelijk bij zijn troepen aansluiten, krijgt hij met identieke vragen te maken van de koning zelf. Die ziet voor zichzelf een schitterende en stoutmoedige veldslag met veel pracht en praal weggelegd en begrijpt allerminst waarom ze zich allen verstoppen als mollen in de grond.

 

Het scheelt niet veel. 'Gelukkiglijk verloste de aftocht van de vijand het koninkrijk van een gevaar van dergelijk onbedacht besluit die het zichzelf zou blootstellen. De keizer, na in de Provence twee maanden verspild en niets verricht te hebben dat enigszins aan de naam van krijgstoestanden kon beantwoorden, was genoodzaakt zich terug te trekken met de realiteit dat hij behalve zijn legerleider de Leyva en andere veldheren van rang, zowat de helft van zijn troepen, zowel door honger als ziektes verloren had en dat de overige niet in staat waren te worstelen tegen de kwalen door welke zo veel van hun spitsbroeders weggerukt werden.'

 

Het is een aftocht in mineur. Weg grandeur en overmoed. Zijn gehavende troepen worden bij hun terugweg achterna gezeten door woeste boeren en groepjes soldaten die zich willen revancheren voor al de schade en verwoestingen in hun land. De getuigenissen zijn best schokkend: 'de ganse weg terug was bezaaid met wapens en voertuigen bedekt met zieken, gekwetsten en doden die ze verlaten hadden.' Karel en zijn leger arriveren als geslagen honden in Milaan. De tegenstelling met de pompeuze intrede in Rome kan niet groter zijn. De keizer benoemt markgraaf Del Guasto tot opvolger van Leyva en vertrekt met hangende pootjes naar Spanje. Hij wil zich niet langer blootstellen aan de verachting van de Italianen.

 

Mijn gehavende keizer rept zich met zijn gevolg naar Tordesillas, naar de burcht waar zijn moeder Johanna de Waanzinnige haar leven slijt. Hoe lang zou het al geleden zijn dat hij nog zijn eigen mama gezien heeft? De kalender geeft eind 1536 aan. Isabella is er ook met hun jongste dochtertje, een meisje dat de naam draagt van zijn moeder. Hij wordt er met open armen ontvangen. En niet alleen met open armen. Amper één maand later bevrucht Karel zijn echtgenote met het zaad van een nieuwe opvolger. Karel kan onmogelijk hier in Castilië blijven logeren en wil in het voorjaar naar Aragon en van daar naar het noorden waar de oorlog op hem wacht. De spanning in zijn huwelijk is te snijden. De echtgenoot zal weer eens voor enkele jaren vertrekken. Ruzies en verwijten staan op de menu van elke dag, Karel laat Isabella's verwijten van zich afdruppelen als water van de schubben van een eend en doet zijn zin.

 

Het noorden. Hoe zit het daar met de twee andere fronten? De aanval via de Champagnestreek gaat niet door wegens onvoldoende steun van de Duitse vorsten. Het lobbywerk van de Fransman du Bellay achter de schermen heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen. Ik kijk met een bang hartje naar Vlaanderen. De aanval op Picardië loopt hier ook al af op een sisser. 'Het talrijke leger, in de Nederlanden aangeworven, was wel in Picardië getrokken waar de bezetting van de Fransen maar matig leek. Maar de Franse edelen vergoedden dat met hun dapperheid en militaire vaardigheid. Ze verdedigden Péronne en de andere aangevallen steden met zo veel kloekmoedigheid dat de vijand zich verplicht zag zich terug te trekken zonder enige verovering van betekenis.'

 

De kaarten in West-Europa zijn op enkele maanden tijd grondig door elkaar geschud. De Fransen zijn in principe de grote winnaars maar krijgen te maken met de onverwachte dood van de kroonprins. Toegeschreven aan gif. Alweer. De ogen staan gericht op de Italiaanse graaf De Montecuculi die op de pijnbank bekent dat hij de moord gepleegd heeft in opdracht van Leyva en dus in opdracht van de keizer zelf. De publieke opinie in Frankrijk keert zich (terecht of onterecht?) tegen keizer Karel die op het eerste zicht meer te verliezen had dan te winnen bij de dood van de kroonprins. Achteraf lijkt de hypothese meer te wijzen in de richting van Catharina de Medici en haar poging om de kroon van haar echtgenoot de hertog van Orléans te verzekeren.

 

De wederzijdse verbittering in de hoofden van François en Karel is een feit. Het jaar 1537 opent zich met een zitting van het Parijse parlement. François beschuldigt de keizer ervan om de vrede van Kamerijk gebroken te hebben. Dat betekent automatisch dat zijn eigen engagementen vervallen. De graafschappen van Artesië en van Vlaanderen komen opnieuw toe aan de Franse kroon en dat betekent dat Karel opnieuw in zijn rol moet treden als leenman van Frankrijk en dat hij zich daardoor moet verdedigen voor de weerspannigheid die hij als leenman getoond heeft tegenover zijn koning.

 

Keizer Karel wordt dus gedagvaard om als pair te verschijnen voor het parlement van Parijs. Die stuurt natuurlijk zijn kat. De uitspraak laat niet op zich wachten, de parlementsleden laten weten 'dat Karel van Oostenrijk door zijn weerspannigheid zijn eigen lenen verbeurd ziet, waardoor Vlaanderen en Artesië weder aan Frankrijk vervallen zijn, bevelende dat dit vonnis met trompettengeschal op de grenzen van beide provincies zou afgekondigd worden.'

 

In maart 1537 valt François daadwerkelijk de Nederlanden binnen. De Vlamingen laten zich aanvankelijk verrassen en enkele steden vallen in Franse handen. Ik krijg het gissen welke dat zijn. Wanneer de koning zich verplicht ziet zijn leger te verlaten, keren de kansen en beginnen de Vlamingen op hun beurt veroveringen te boeken. 'Eindelijk berenden ze Terwaan.' Hier worden ze geconfronteerd met de hertog van Orleans, de nieuwe kroonprins en met de Montmorency die nu blijkbaar toch eens wil vechten. De clash wordt op het allerlaatste ogenblik vermeden door een wapenstilstand, weer al eens geregeld door de zussen van keizer Karel. Wat ze hier van plan zijn, heeft geen enkele zin en zal enkel voor grote economische schade zorgen voor allebei de partijen. Dat heeft het verleden al uitvoerig bewezen. Er komt dus een wapenstilstand van 10 maanden die zich trouwens beperkt tot de Nederlanden.

 

In Piëmonte is dat niet het geval. Daar gaat de oorlog tussen François en Karel verder zijn trieste gang. Verbitterde en uitgeputte kemphanen zorgen elke dag wel weer voor nieuw bloedverlies tot dat de vrouwen ook hier ingrijpen en beide monarchen kunnen overtuigen van een staakt-het-vuren van drie maanden. Beiden hebben grote schulden gemaakt voor hun oorlogen en de achterstallen blijken nu al niet meer te overzien. Paus Paulus trekt ook aan de kar van de vrede en houdt zich bangetjes afzijdig van één van de partijen.

 

François heeft een verbond afgesloten met de Turk Suleiman en dat maakt pas echt indruk op Karel. Bij een volgende veldtocht zal Suleiman Napels innemen en Hongarije binnenvallen en op het zelfde moment zal François de kant van Milaan voor zijn rekening nemen. Suleiman komt zijn afspraak na en laat Barbarossa met een grote vloot los op de zuidkant van Italië. In Hongarije maakt legerleider Mahmet ook al grote vooruitgang en krijgen de Duitsers lik op stuk. Gelukkig voor het christendom is François van zijn kant niet in staat om zijn deel van de deal rond te krijgen. Zijn leger is veel te zwak om Milaan ook maar enigszins te kunnen verontrusten.

 

Keizer Karel beseft dat het een kwestie van tijd is vooraleer de bondgenoten Turkije en Frankrijk weer zullen toeslaan en stelt alvast een wapenstilstand voor. François beseft natuurlijk de draagwijdte van zijn dubieuze alliantie met de ongelovigen en de weerzin die deze opwekt bij zijn christelijke onderdanen. Hij stemt toe in onderhandelingen met de keizer. Beide partijen storten zich vol overgave in erg complexe en vooral vruchteloze discussies die geleid worden door de paus en zijn ambitie om een westers bondgenootschap tot stand te brengen die zich krachtig zal opstellen tegen verdere invallen van de Turken. En die ook eindelijk eens krachtige maatregelen zal nemen tegen Luthers ketterij.

 

De onderhandelingen slepen zich verder door 1538. Tijdens die periode krijgt Karel er een nieuwe zoon bij: Joan ziet het levenslicht op 19 oktober 1537. Drie maanden later sterft de kleine. Aan zijn thuisfront blijft het kommer en kwel. Gelukkig is hij er deze keer wel in geslaagd om een bezoek te brengen aan moeder en kind. De dood van Joan verbittert zijn Isabella en de wetenschap dat haar man opnieuw zal vertrekken kort na de dood van haar kind doet natuurlijk absoluut geen goed aan haar moraal.

 

Mijn vader-man-keizer zal wel met een dilemma zitten. De stem van zijn rijk roept en hij moet die volgen. Want het is nu plots menens voor Paulus. Die stelt voor om de gesprekken te voeren op het allerhoogste niveau en nodigt François en Karel uit om hem te ontmoeten in Nice. Beiden stemmen in om naar het zuiden van Frankrijk te reizen maar weigeren wel pertinent om elkaar persoonlijk te spreken. De discussies verzanden. Vooral het eigendomsrecht over Milaan blijkt een hinderpaal op de weg naar vrede. Op 18 juni 1538 boekt Paulus III toch een succes als hij er in slaagt om te Nice een tienjarige wapenstilstand tussen beide aartsvijanden te regelen. Ondertussen zouden de posities blijven zoals ze zijn en worden de gesprekken verder gezet in Rome.

 

François heeft zijn imago de voorbije jaren flink kunnen oppoetsen terwijl dat van Karel hoe dan ook een flinke deuk heeft opgelopen. Enkele jaren geleden zou hij dergelijk akkoord met de Fransen weggehoond hebben en nu wordt hij als het ware vernederd en in zijn hemd gezet door zijn tegenstanders.

 

Een vreemd toeval brengt de twee toch samen. Bij zijn terugreis richting Barcelona komt Karel in zwaar weer terecht en strandt zijn schip ergens rond half juli 1538 op een eilandje in de buurt van de Provence. Het toeval wil dat François zich in die buurt bevindt en het maar een kwestie van beleefdheid vindt om de keizer te helpen en hem een schuilplaats aan te bieden. Zo komt het dan toch tot een verrassend informele tête-à-tête te Aigues-Mortes. In beide kampen wordt nu plots kwistig gegooid met achting en genegenheid.

 

'Van een onverzoenlijke haat schenen zij tot een oprechte verzoening te komen, van argwaan en wantrouwen tot het volkomenste vertrouwen, en van al de duistere streken van een bedrieglijke staatskunde tot de edelmoedige rondborstigheid van twee wakkere edellieden.' Ik heb er ooit zelf rond gekuierd daar in dat stadje Aigues-Mortes, volkomen onbewust dat hier ooit een vrede gemaakt werd om Europa te bevrijden van deze oorlog. De paus is in zijn nopjes en wordt met eer overladen omwille van zijn succes.

 

De voorbije jaren is de vriendschap tussen Frankrijk en Engeland bekoeld. De koning van Schotland heeft te veel hand- en spandiensten aangereikt aan François en dat is niet naar de zin van Hendrik. Als François dan nog zijn dochter Magdalena uithuwelijkt in Schotland komt dat behoorlijk slecht over in Engeland. De vrede van Nice en de samenkomst van Aigues-Mortes vervult Hendrik met extra argwaan. 'Hij verbeeldde zich dat François geheel en al zijn vriendschap aan één zijde stelde om nieuwe verbintenissen met de keizer aan te gaan.'

 

François die het grillig karakter van zijn collega in Engeland maar al te goed kent, probeert de scheefgelopen relatie met de man recht te trekken en begint ook hier met nieuwe onderhandelingen. 'Zo veel betuigingen van eerbied en achting dat diezelfde Hendriks wrok tegen de keizer wat aan het bedaren brachten en de basis legden van een vereniging die de koning van Frankrijk op termijn duur te staan zou komen.' Ik ben benieuwd welk onheil zich nu weer over het land zal storten.

 

Privé gaat keizer Karel door moeilijke tijden. Kort na de vrede van Nice, in de herfst van 1538 reist hij door naar Spanje waar hij weer voor enkele maanden de draad van zijn huwelijksleven opneemt. Jullie raden het al. Begin november raakt Isabella opnieuw zwanger. Op 21 april komt haar zes maanden oud baby'tje levenloos ter wereld. De dood van haar derde kind is er te veel aan voor haar. Vermoedelijk kan ik zelf wel een uitgebreid boek schrijven over haar eenzaam en gedesillusioneerd bestaan. Ik beperk me echter tot de mededeling dat keizerin Isabella van Portugal op 1 mei 1539 zelf overlijdt. 'Het was Gods wil', schrijft Karel. Pas achteraf zal hij beseffen welke goede echtgenote hij voor zich had gekozen. Gedane zaken zijn het. Zijn kinderen Filips, Maria en Johanna zullen net als hun moeder weinig vreugde kennen in hun prinselijke levens.

 

De aandacht gaat weer even naar Duitsland. De oorlogen van de keizer hebben de binnenlandse perikelen zeker geen goed gedaan. Het machtige land speelt nu al jaren een derderangsrol in de internationale politiek van Karel. Zijn broer Ferdinand is een rustige, belezen en stijlvolle koning, maar mist in grote mate het wat extraverte karakter van zijn broer de keizer. Karel heeft al van in zijn jonge jaren de kwestie van de godsdienst niet efficiënt aangepakt en om dat nu nog te doen lijkt het me al veel te laat. Twintig jaar geleden waren de pamfletten van Maarten Luther nog dissidentie van een minderheid. Anno 1538 heeft het protestantisme al lang vaste grond aan de voet. De beweging van Smalkalde heeft de status van een oppositiepartij waar nu ernstig rekening moet mee gehouden worden.

 

De onderhandelingen en de kuiperijen met betrekking tot het organiseren van een algemene kerkvergadering zijn in dat jaar nog altijd aan de gang en werden door de oorlogen in Europa al enkele keren op het achterplan geschoven. De standpunten liggen zo ver uit elkaar dat een officiële samenkomst van de kerk meer kwaad zou doen dan goed. De nieuwe vergadering blijft dus maar uitgesteld worden. De waslijst van protestantse bezwaren is van die aard dat de paus wel iets zal moeten doen om de kwestie te deblokkeren en vooral de realiteit onder ogen te zien.

 

De katholieke kerk moet zichzelf hervormen. Daar komt de voornaamste eis van de reformisten op neer. De paus denk er nog niet aan, maar voor de goede vrede roept hij enkele schriftgeleerden op om zich te buigen over eventuele misbruiken in de schoot van de kerk van Rome. Ik vind de oude commentaar op dat onderzoek best stemmig: 'dit onderzoek, met tegenzin ondernomen, werd traag en achteloos uitgevoerd. De gebreken werden maar even betast, terwijl men de wonde niet durfde aan te raken uit vrees van te veel kwaads te vinden.'

 

Het onderzoek is zo partijdig en vooringenomen als wat. En toch komen er al veel onregelmatigheden naar boven waarbij de kerkelijke maatregelen om die te bestrijden maar al te zwak blijken of zelfs nooit toegepast werden. 'Het verslag en de gevoelens van de afgevaardigden, hoe geheim men die ook probeert te houden, werden door zeker toeval in Duitsland overgebracht en ruchtbaar gemaakt.' 'Zie je nu wel!', beweren de protestanten. 'Zie je nu wel dat het nodig is om de hele kerk grondig uit te mesten en zie je wel dat Luther het altijd al bij het rechte eind heeft gehad!' 'Aan de andere kant bewezen ze dat het geen zin had een hervorming te verwachten van de kerkelijken zelf, die zoals Luther het uitdrukte, zich ophielden met wratten te verdrijven terwijl ze de gezwellen verwaarloosden of lieten verergeren.'

 

De druk van keizer Karel op de liga van Smalkalde groeit nochtans met de dag. Ze moeten zich engageren om zich te stellen naar de paus en in te gaan op een kerkvergadering die gehouden zal worden in Italië zelf. Het bondgenootschap is uitgegroeid tot een belangrijke volksbeweging en dat is Karel niet ontgaan. Onder impuls van zijn vicekanselier Matthias Held ontstaat er in 1539 een tegenpartij die de katholieke belangen in Duitsland gaat verdedigen: de liga van Neuremberg. De keizer zelf houdt zich op de vlakte. De jaren van oorlog hebben hun tol geëist en een oproer in Duitsland kan hij missen als kiespijn.

 

De conclusie ligt voor de hand. Uitstel. De oprichting van een commissie om de geschilpunten te bespreken komt er enkel om de zaak te rekken. Het verwondert me nog dat er geen externe studie besteld wordt. Nieuwe ontwikkelingen in Saksen brengen Luther weer op het voorplan. Die fileert nog eens het zelfverklaarde gezag van de Roomse kerkgeleerden en eist een totale vrijheid om de hervormde godsdienst te belijden. De zaken staan weer op scherp.

 

Kort na het bestand van Nice krijgt de keizer te maken met een opstand binnen zijn eigen troepen. De meeste militairen wachten nog altijd op hun geld. De wrevel ontaardt in een algemene muiterij van de ergste soort. 'De soldaten plunderden in het Milanese naar goeddunken het platte land en vervulden er de hoofdstad met verbazing.' De manschappen willen het zuiden overdragen aan de troepen van Barbarossa die hen wel wil betalen. De veldoversten kunnen dit op het nippertje voorkomen. Het is echter duidelijk geworden dat de verdedigingslinie om de Italiaanse kusten te verdedigen tegen de Turken zo lek is als een zeef. Karel kan moeilijk anders dan aan te kloppen bij de Cortes van Castilië om nieuwe middelen te vragen.

 

'De oorlog heeft een fortuin gekost, de schulden zijn opgelopen tot astronomische bedragen'. De Spanjaarden kunnen er niet om lachen. Al jaren wordt dit rijk land geplunderd om de oorlogen van de keizer te bekostigen en nu komt die extra vraag er nog eens bovenop. Het antwoord is ronduit negatief: 'geen nieuwe lasten'. De oude eis komt nog eens naar boven. Karel moet verdorie in eigen land regeren. Niet kriskras door Europa reizen en jaren wegblijven uit zijn eigen Spanje. De kroon heeft Karel nodig en de Spaanse middelen moeten ingezet worden voor binnenlandse doeleinden.

 

Karel spuugt op de hele situatie. De Cortes eigent zich macht toe die het eigenlijk niet zou mogen. Als het dan niet gaat met smeken, zal hij het even met de grove borstel aanpakken. Het parlement moet omgevormd worden. Er lopen hier veel te veel mensen rond die het niet waard zijn om tot het landsbestuur te behoren. ''Van die tijd af werden de edelen en de prelaten niet meer ter vergadering geroepen onder voorwendsel dat wie geen aandeel in de openbare lasten betaalt zelf ook geen rechten bezit om belastingen aan anderen op te leggen.' Voortaan zal de Cortes bestaan uit gevolmachtigden van de achttien Spaanse steden en zullen ze strikt aan het hof onderworpen worden. Het is het begin van een erg woelige periode waarin Karel zich vrij behendig door kan loodsen.

 

In het Vlaamse Gent gaat het er niet zo inschikkelijk en zachtmoedig aan toe. De kronieken keren even terug naar 1536. Ik verwelkom dit nieuws uit Vlaanderen. De kop van het nieuwe hoofdstuk geeft me een déjà-vugevoel: 'de ingezetenen van Gent slaan aan het muiten.' Karel had aan zijn zuster, de landvoogdes van de Nederlanden, in dat jaar 1536 de opdracht gegeven een inval te doen in Frankrijk en het land te taxeren met een financiële bijdrage van 12.000 gulden om die operatie te bekostigen. Daarvan komt er één derde op de schouders van Vlaanderen terecht. De Gentenaars zien de plannen om Frankrijk aan te vallen helemaal niet zitten. De Gentse handelaars hebben grote zakelijke belangen in het buurland en weigeren geld bij te dragen om dan nog hun eigen commerce schade toe te brengen.

 

Hoewel de Staten van Vlaanderen dit officieel, meerderheid tegen minderheid, goedgekeurd hebben en die taks dus wettelijk is, weigeren de Gentse ingezetenen om die te betalen. Gent heeft altijd al een doorslaggevende rol gespeeld in het parlement en ziet zich nu eensklaps in de minderheid gesteld. Het is een verontrustend feit dat zorgt voor hevige gevoelens in de stad. Landvoogdes Maria probeert het met zoete woorden geregeld te krijgen. Als ze daar niet in slaagt, neemt ze dan maar hardere maatregelen, wat dan op zijn beurt weer zorgt voor een escalatie van de toestand.

 

'Ze gaf bevel om al de Gentenaars die in enige der Nederlandse landschappen ontmoet werden, bij de kop te vatten. Deze gewelddadigheid kreeg een heel andere uitwerking dan zij verwacht had op mensen wier gemoederen beroerd werden door al de hevige hartstochten welke de afkerigheid voor dwang en de liefde tot vrijheid inboezemde. De mensen waren verbitterd op de landvoogdes, verachtten openlijk haar gezag en zonden afgevaardigden naar al de andere Vlaamse steden met bede, om in deze netelige tijdsomstandigheid de gemene zaak aan te kleven en zich bij hen te voegen om hun rechten mee te helpen verdedigen tegen deze vrouw die hun vrijdommen niet kende en zich gedroeg alsof ze die verachtte.'

 

De meeste steden, met uitzondering van enkele kleinere exemplaren, gaan niet in op het Gents verzoek om een bondgenootschap af te sluiten tegen de landvoogdes. Ze verklaren zich wel solidair in een gemeenschappelijk standpunt dat de Gentenaars misschien de tijd mogen krijgen om hun grieven voor te leggen aan de keizer in Spanje. 'Ze stemde aarzelend in met het verzoek, maar Karel ontving de afgevaardigden met een trotsheid die ze niet gewoon waren bij hun oude meesters te ontmoeten.' Wat zal hij niet fijn gerust zijn in de lokale Gentse verzuchtingen als hij jaar-in-jaar-uit in oorlog ligt met de helft van Europa en omstreken. Die van Gent zullen gehoorzaamheid betonen aan zijn zuster. Het gerechtshof in Mechelen zal nog een checken of alles wettelijk is en als dat zo bevestigd wordt dan raadt hij hen aan om de taksen asap te betalen.

 

'Gebelgd over deze uitspraak, welke ze beschouwden als een schreeuwende onrechtvaardigheid, en wanhopig omdat ze hun voorrechten verkracht zagen, liepen de Gentenaars op een oproerige wijze te wapen, dreven al de edelen de stad uit, verzekerden zich van verscheidene officieren van de keizer en brachten één van hen op de pijnbank onder de beschuldiging van hun oude handvesten vernietigd te hebben. Ze verkozen een raad die met het bewind van de stadszaken belast werd en gaven bevel om de vestingswerken uit te breiden. Ze richtten openlijk de standaard van oproerigheid op tegen hun oppervorst.'

 

Gent heeft zich al altijd dicht verwant gevoeld met Frankrijk en die sympathie laat zich direct weer voelen. Ze beseffen dat Karel nog niet te lang zal wachten om te reageren op wat ze hier uitspoken en gaan op zoek om bijstand te krijgen vanuit Frankrijk. Ik vind het zelf maar een gevaarlijk spel en kijk al benieuwd uit naar het vervolg van deze roekeloze onderneming.

 

'Ze vaardigden enkele van hun leden af om François op te zoeken met een aanbieding om hem onmiddellijk in het bezit van Gent te stellen en ook met het voorstel om hem te ondersteunen in het herwinnen van de Nederlandse landschappen welke eertijds aan de kroon van Frankrijk toebehoord hadden, wat onlangs nog door het parlement van Parijs bevestigd was geweest.' Ik kan me inbeelden dat het Gentse voorstel een geschenk uit de hemel is voor de Franse koning. 'De graafschappen van Vlaanderen en Artesië waren meer waard dan dat hertogdom van Milaan waar hij al zo veel vergeefse pogingen had ondernomen om dat in Frans bezit te herstellen.'

 

François ziet het al allemaal voor zich. Vlaanderen wil graag terugkeren bij Frankrijk waar het ook thuis hoort. Militair kan dit niet echt een probleem zijn met de steun van Gent. Wat een vernedering zou dit niet zijn voor keizer Karel. Een natte droom heeft er niets aan. Toch blijft de Fransman op de vlakte. Sinds de toenadering van Aigues-Mortes en de vooruitzichten dat zijn zoon ooit weer in het bezit zal komen van Milaan, is hij nu vooral gebaat met de vrede en de vriendschap met de keizer. De Gentenaars zullen vermoedelijk een diplomatisch antwoord krijgen. Weten die afgevaardigden veel wat er zich achter de schermen aan het afspelen is.

 

Ik kom in één adem te weten dat de verrassende verstandhouding na Aigues-Mortes vanuit het standpunt van Karel bekeken helemaal niet gemeend is. Hij moest wel iets doen om het partnership tussen Suleiman en François te breken. Nu denkt de Turk dat het allemaal koek en eis tussen Parijs en Madrid en zal hij zich twee keer bedenken om vijandige acties tegen het westen te ondernemen. François is er met zijn ogen dicht ingelopen. Of zoals het hier omschreven staat: 'hij was zwak genoeg om naar de schaduw te grijpen van dewelke hij al zo vaak bedrogen was.' Zijn vaders terughoudendheid om niet in te gaan op de uitnodiging van Gent en Vlaanderen links te laten liggen, wordt helemaal niet begrepen door de kroonprins die de lepe vos Montmorency inschakelt. De bevelhebber doet het goed met zowel vader als zoon. Zijn rol in de beslissingen van het koningshuis mag ik in elk geval niet onderschatten.

 

François zelf is allerminst gelukkig dat hij nu een keuze moet maken die indruist tegen zijn temperament. Hij kan nu toch zelf de vrede niet breken door toe te geven aan die van Gent? 'Hij wees de voorslagen van de Gentse burgers van de hand en zond hun afgevaardigden met een nors antwoord terug.' Om op het goed blaadje van de keizer te blijven, stuurt hij een omstandig rapport naar Spanje en informeert hij hem over de rebelse toedracht van zijn Vlaamse onderdanen.

 

Karel beseft dat de Vlamingen er op staan dat hun vrijheden gerespecteerd worden en dat ze niet zomaar met zich laten sollen. De keizer beseft dat hij dringend de druk van de ketel moet halen en dat hij persoonlijk zal moeten afzakken naar zijn rijke provincie die hem al zo vaak financieel heeft bijgestaan. 'De geest van misnoegdheid en oproerigheid mocht zich niet verder verspreiden in een land dat door de menigte steden, de verbazingwekkende volkrijkheid en de veel rijkdommen door de koophandel verkregen, machtig en geducht was, en onuitputtelijke hulpmiddelen had om zich een bijstand te verzorgen.'

 

Hij moet absoluut persoonlijk naar de Nederlanden. 'Hoe eerder hoe liever', smeekt zijn zus de landvoogdes. Welke reisroute zal hij nemen? Over zee? Of zal hij de trip maken door Italië en Duitsland? Via het land is de reis tijdrovend maar een zeereis is gevaarlijk omdat hij in verlegenheid kan gebracht worden door de koning van Engeland. Er is een derde weg: door Frankrijk. 'Hij stelde in de raad voor om de kortste weg te nemen om in de Nederlanden te komen en verzocht François dat deze doortocht zou worden toegestaan.' Zijn adviseurs willen er niet van horen. Is hij dan vergeten dat hij diezelfde koning enkele jaren gevangen heeft gehouden en zo vaak beledigd heeft? Het risico om van hetzelfde laken een pak te krijgen, is veel te groot.

 

'En toch ga ik door Frankrijk.' Karel blijft bij zijn koppig voornemen. Hij heeft François beter leren kennen en loopt heus geen gevaar. Alles duurt natuurlijk weer de nodige tijd. Gezanten langs hier, staatsministers langs ginder. De diplomatieke molen maalt langzaam maar gestaag. In Aigues-Mortes heeft Karel toezeggingen beloofd voor wat betreft Milaan. Als François de toelating geeft zonder bijkomende voorwaarden, dan zal de trip door Frankrijk plaatsvinden. 'Natuurlijk kan dat', reageert François. 'In naam van onze vriendschap ben je meer dan welkom op Franse bodem.'

 

En zo vertrekt Karel, zeer tegen de zin van zijn Spaanse adviseurs naar Frankrijk. In Bayonne wordt hij door de Franse kroonprins, door de hertog van Orléans én legerleider Montmorency verwelkomd. De prinsen hadden eerder voorgesteld zich als borg in Spanje te begeven zodat de veiligheid van de keizer zou gewaarborgd zijn, maar Karel had hun geste geweigerd. Pandmannen zijn er niet nodig. De reis richting Parijs verloopt in een teken van eerbied en vriendschap. Het lijkt er wel op dat al die vijandschap uit het verleden uitgewist werd of nooit bestaan heeft.

 

En dan een weekje Parijs. Het lijkt allemaal idyllisch. 'Karel hield zich zes dagen te Parijs op. Maar in 't midden der gedurige liefkozerijen van het Franse hof en de menigte van feesten uitgedacht voor zijn vermaak, liet hij een ongemeen verlangen blijken tot het vervorderen van zijn reis, welke ongeduldigheid ruim zo veel voorkwam uit een inwendige vrees die hem kwelde bij het overwegen van het gevaar waar hij zich aan blootgesteld had en ook uit begrip dat zijn aanwezigheid in de Nederlanden ten uiterste nodig was.'

 

De druk op François moet intens zijn. De belofte van Karel dat de kwestie Milaan geregeld zal worden, is echter te belangrijk om nu onvoorzichtigheden te begaan. 'Maar niets was in staat om de koning tot een trouweloze daad over te halen, niets kon hem overreden dat Karel, na zo veel beloften door hem gedaan en na zoveel diensten als hem bewezen waren, bekwaam zou zijn om nogmaals bedrieglijk te behandelen.' De prinsen vergezellen de keizer naar St.-Quentin en begeleiden hem tot aan zijn aankomst op Nederlandse bodem.

 

De kwestie van Milaan wordt wat naar de achtergrond verdrongen door de situatie in Gent. De koning van Frankrijk krijgt een uitgebreide brief van Karel dat het een kwestie van formaliteiten is en vooral een kwestie van tijd, maar dat hij er zeker mag op rekenen dat het in orde komt. Het lijkt wel de taal van een onbetrouwbare loodgieter die helemaal niet van plan is om de beloofde herstellingen te komen uitvoeren en de klant met eindeloze beloften aan het lijntje houdt.

 

Eind januari 1540 keert Karel terug naar de stad waar hij veertig jaar geleden op de wereld werd gezet. De Gentenaars kunnen niet rekenen op enige bijstand van de andere Vlaamse steden en moeten nu alleen het hoofd bieden aan de machtigste ingeborene die ze ooit zullen kennen. Vredevol zal het er in elk geval niet aan toe gaan als ik het zo verneem: 'Ze moesten hun beledigde oppervorst weerstaan, die gereed stond om tegen hen op te treden aan het hoofd van drie benden krijgsknechten, één uit de Nederlanden, de andere uit Duitsland en een derde die over zee uit Spanje was gekomen.

 

Gent staat in rep en roer. 'Wat hebben ze hier toch in hun hoofden gestoken? Wraak en moord zal hun deel zijn.' Ze sturen halsoverkop enkele afgezanten naar de keizer met de uitnodiging om de stadspoorten te openen en met een vraag om genade. De rest herneem ik impliciet uit het oud boek dat hier voor me ligt. Keizer Karel komt er naar voor als een machtwellustige, en repressieve dictator, hoe mooi de geschiedenisboeken zich ook over hem mogen uitspreken.

 

'Karel, zonder hen met enig antwoord te verwaardigen, dan dat hij als hun opperhoofd tot hen meende te komen met scepter en het zwaard in de handen, begaf zich aan het hoofd van zijn troepen naar Gent. Ofschoon hij de 24ste van februari, zijnde de verjaardag van zijn geboorte, verkoos om in de stad te komen, liet hij nochtans niets van die tederheid of genegenheid blijken. Zesentwintig van de voornaamste burgers werden ter dood gebracht. Een groter getal werd verbannen. Al de voorrechten en vrijdommen van de stad werden haar ontnomen. Haar inkomsten werden verbeurd verklaard, haar oude regeringsvorm werd vernietigd.'

 

Ik dubbelcheck mijn bronnen en kom te weten dat deze trieste gebeurtenis de inwoners van Gent de bijnaam van 'stroppendragers' bezorgt. Eigenlijk heeft de keizer al de 14de februari zijn intrede gedaan en wacht hij tot zijn verjaardag om een eerste keer te spreken met de stadsmagistraten. Pas op 29 april wordt het vonnis gedeclameerd dat Gent herleidt tot een modale provinciestad en zich schuldig heeft gemaakt aan majesteitsschennis, opruiing, muiterij, misbruik van vertrouwen en trouweloosheid. Klokke Roeland verdwijnt van het belfort. De Sint-Baafsabdij moet afgebroken worden en plaats ruimen voor een burcht waaruit de Spanjaarden voortaan de stad in de gaten zullen houden.

 

De Gentenaars moeten het vat van de vernedering tot op de bodem ledigen. Gent moet een voorbeeld zijn voor alle steden in de Nederlanden die denken te sollen met zijn autoriteit. Het stadsbestuur, de dekens en dertig notabelen en nog veel anderen moeten blootsvoets hun excuses gaan aanbieden in het Prinsenhof. Vijftig oproerkraaiers zitten op hun knieën en bidden voor hun leven terwijl ze met een strop om de hals smeken om genade. De stroppendragers. Mijn Schotse historicus heeft het niet over de stroppen, maar wel over de bouw van deze nieuwe burcht: 'om de muitzuchtige geest van de ingezetenen te beteugelen, werd er besloten een sterke citadel aan te leggen waarvan men de bouwkosten op 150.000 gulden schatte en die door de burgers moesten betaald worden, behalve nog de jaarlijkse schatting van zes duizend gulden ter onderhouden van de bezetting.

 

Karel kan eindelijk wat rustiger ademhalen nu het Gentse gevaar geweken is. Hij kan zijn façade ten opzichte van Frankrijk laten vallen. 'Zijn masker van valsheid en geveinsdheid waarmee hij François zo lang om de tuin geleid had.' Ik moet van langs om minder weten van deze valse keizer. Voor wat het zijn beloftes i.v.m. Milaan betreft, worden de Franse afgezanten eerst nog diplomatisch afgewimpeld. De hertog van Orleans heeft blijkbaar de belofte gekregen dat hij de nieuwe leenheer van Vlaanderen wordt, maar ook dit schijnt Karel totaal uit het oog verloren te zijn. Na veel aandringen vanuit Frankrijk volgt uiteindelijk een botte weigering. 'Hij loochende ooit enige beloften gedaan te hebben.'

 

Voor iemand die de eer van een ridder hoog in het vaandel draagt, is dit wel een erg ondermaatse smet op zijn blazoen. 'Ze onteerden de waardigheid van zijn karakter'. Ik haal er één zinnetje uit, maar de schrijver moet duidelijk al evenmin weten van deze manier van werken. Ook de idiote lichtgelovigheid van François zorgt er voor dat hij nogal ridicuul en belachelijk uit deze situatie komt. Hoe kon hij zo dom en naïef zijn? De Fransman reageert briesend en horendol op de woordbreuk van zijn collega en dreigt ermee een oorlog te voeren die Europa al lange tijd niet meer heeft meegemaakt.

 

Ik laat enkele geloofskwesties achterwege. Onder andere de stichting van de Jezuïetenorde en uitgebreide verslagen over kloosterordes in Spanje. Het lijkt me duidelijk dat een strenge orthodoxe kerk zijn invloed aan de Europese hoven en hogescholen aan het uitbreiden is en dat de hervormers een vette kluif zullen hebben aan dit dynamisch netwerk van puriteinse kloosters en geestelijken.

 

Karel krijgt met nieuwe obstakels te maken in Duitsland. Tussen 25 juni en 6 december 1540 onderhandelen de katholieken met de protestanten zonder de medewerking van de keizer zelf. Die lopen af op een sisser. Er wordt nu een nieuwe officiële rijksdag gepland in Regenburg waarbij hij wel een rol van betekenis zal spelen. 'Toen zij op het punt stonden om hun onderhandelingen te beginnen, overhandigde de keizer hen een boekje, opgesteld in de Nederlanden door de kanunnik Johannes Gropper van Keulen. Geschreven met zulk een ongemene bezadigdheid en klaarheid dat beide partijen eigenlijk zou moeten bevredigen.'

 

Jullie kennen ondertussen al mijn stelling dat zaken die helder en bevattelijk zijn doorgaans direct geweerd worden door geleerde mensen. Om goed te zijn moeten ze het uitgebreid kunnen hebben over complexe dingen waar bij voorkeur niemand iets van begrijpt. De eenvoudige stellingen van Gropper maken natuurlijk geen schijn van kans hier in Regenburg. 'De mensen van die eeuw waren zo afgericht en bedreven in Godgeleerde twisten, dat het niet mogelijk was hen door een glimp van eenvoud te bezielen. De langdurigheid en hevigheid van hun twisten had de tegenstanders zo van elkaar vervreemd en hun geesten zo tegen elkaar op gezet, dat het onmogelijk was om tot een zinnig gesprek te komen.'

 

Op papier lijkt het een haalbare kaart, maar zodra er gepraat moet worden over het gezag van de Roomse stoel, dan slaan de zielen tilt. Een mogelijke aanpassing van kerkregels en de uiterlijke show van de eredienst is niet bespreekbaar. Punt. De kerk kan toch haar oude instellingen niet vernietigen? De heiligen, de pauselijke macht. Daar raakt niemand aan! Onder grote druk van de keizer zelf komt het uiteindelijk toch tot een soort van compromis. De punten waarover de partijen het wel eens zijn, worden in een akkoord gegoten en de knelpunten verhuizen naar een volgende kerkvergadering en als die er niet komt naar een nationale synode die zal doorgaan in Duitsland. Wat er ook gebeurt: de partijen engageren zich om binnen de achttien maanden tot een beslissende uitspraak te komen over alle geloofsgeschillen.

 

De protestanten zijn verrukt met de gang van zaken. De paus voelt zich wel in zijn gat gebeten met dat akkoord dat Karel uit de brand heeft gesleept. Wie denken de Duitsers van zichzelf wel te zijn? Het eigenhandig aanstellen van godgeleerden die zich moeien in geloofskwesties wordt in Rome beschouwd als een gevaarlijke inbreuk op de pauselijke rechten. Wat Karel promoot is al even ketters als wat Luther heeft gedaan.

 

De tijd schuift ondertussen genadeloos verder door onder dit verhaal van het leven van keizer Karel. 1541. Het is niet alleen Paulus die verongelijkt is door het gedrag van mijn hoofdfiguur. In Frankrijk is de misnoegdheid nog groter. De steun die de keizer moest forceren bij de protestanten heeft veel te maken met de wetenschap dat er een nieuwe oorlog met het Duitse buurland zit aan te komen. En in Hongarije winnen de Turken veld. Zijn broer Ferdinand is al een flink stuk grondgebied kwijtgeraakt aan Suleiman. De politieke toestand is er bijzonder ingewikkeld na een coup in het land.

 

Karel moet wel ingrijpen. 'De protestanten verschaften hem, om de oorlog tegen de Turken te voeren, een aanzienlijke bijstand in geld en manschappen, zodat hem wegens de veiligheid van Duitsland voor de volgende veldtocht geen vrees meer overbleef.' Na de rijksdag reist Karel naar het Italiaanse Lucca waar hij een onderhoud heeft met paus Paulus. De pauselijke wrevel ten opzichte van de kerkelijke beslissingen blijft wegen op de gesprekken. De pogingen van de paus om de tweedracht tussen François en Karel weg te nemen, mislukken eveneens. De verbittering tussen beiden is nu eenmaal veel te groot en de etterbuil van de vijandelijkheden staat klaar om op elk moment uit te barsten.

 

En alsof dat nog niet allemaal genoeg is, heeft mijn keizertje nog al zijn aandacht nodig voor een veldtocht in het noorden van Afrika. Meer bepaald in Algiers en Mallorca waar hij het opnieuw moet opnemen tegen de Turken van Barbarossa en een zekere Hascen die de Middellandse Zee onveilig maken met zijn kapers en zeerovers en daarmee de Spaanse handel zware schade toebrengen. De paus geeft hem in Lucca de raad om de oorlog tegen de ongelovigen zeker uit te stellen, maar Karel wil van geen uitstel horen. Het verslag van een verbijsterende tocht neem ik niet over. De raid wordt een flop, Karel mag al van groot geluk spreken dat hij op 2 december 1541 heelhuids en zwaar gehavend terug kan keren in Spanje. Zijn overmoed heeft het leven gekost aan tienduizenden van zijn manschappen. Wat een levensgroot verschil met de triomfantelijke terugkeer na zijn vorige overzeese expeditie.

 

De tegenspoed voor de keizer is opmerkelijk en naarmate de geruchten van zijn nederlaag zich verspreiden, neemt de omvang er nog van toe. François moet het graag horen. Hij kan het zich voorlopig niet permitteren om het verdrag van Nice te breken. Hij kijkt eerst in de richting van de Turk Suleiman die geen beetje verstoord is door de onverwachte vrede tussen Frankrijk en het rijk van de keizer. Hoe kon François hem dit aandoen na hun onderlinge afspraken? Karel heeft trouwens niet nagelaten om met zijn Franse vriendschap te pronken aan het hof van Constantinopel. Een smerige streek is het geweest. De Franse koning wil in eerste instantie werk maken van het herstellen van zijn relatie met de Turkse sultan.

 

Rincon, de Franse gezant in Constantinopel, moet het onderste uit de kan halen, maar hij krijgt beiden weer op één lijn om samen de handschoen tegen het huis van Oostenrijk op te nemen. Het hertogdom Milaan komt door enkele onverwachte omstandigheden weer in het vizier van François. De moord op enkele Franse autoriteiten in Italië, doorstoken kaart natuurlijk die dood van twee geliefde dienaars van de vorst, zorgt voor zware beschuldigingen en legt een reden om tafel om nog eens een oorlog te voeren. Guasto, de bevelvoerder van Milaan beweert niets met de aanslagen te maken te hebben en schreeuwt zijn onschuld uit, maar de Fransen hebben bloed geroken.

 

De steun van Suleiman heeft hij al op zak. Maar hoe staat het nu met die van Engeland? Milaan zal geen zachtgekookt eitje worden. Hendrik houdt zich op afstand. Hij heeft momenteel zijn handen vol aan Schotland en in die optiek zou hij beter zijn goede relaties met de keizer aanhouden. De paus blijft zich eveneens neutraal opstellen en ook de Venetianen blijven zich afzijdig houden.

 

In Frankrijk moeten ze zich ongemakkelijk voelen. De 47-jarige François sukkelt blijkbaar met een of andere ziekte. 'Het gevolg van zijn ongebonden levenswijze en zijn vermaken', schrijft Robertson. Hij houdt zich op de vlakte maar ik wil wel meer weten van er scheelt met deze koning. Syfilis? Eén of andere geslachtsziekte. Het internet van alle dingen helpt me af van deze onduidelijkheid. François heeft om te beginnen last van zwaarlijvigheid. Te veel eten en drinken, het overkomt zo velen onder ons. Hij sukkelt echter nog met een groter probleem: tussen zijn ballen en zijn anus heeft er zich een reusachtig gezwel ontwikkeld. Het resultaat van een losbandig leven gevuld met excessen. Op een paard rijden, zit er niet meer in, waardoor de koning zich verplicht ziet om zijn verplaatsingen liggend uit te voeren. Sinds 1535 is er sprake van koortsaanvallen die het leven van deze koning best moeilijk moeten maken.

 

François gedraagt zich korzelig en ambetant tegenover zijn bedienden en raadgevers. Dat de buitenwereld dan nog grapjes maakt over zijn achterwerk zal wel geen positieve invloed hebben op zijn humeur. Eén van de slachtoffers is Montmorency die in ongenade valt. De koning zal voortaan zelf het militaire roer in handen nemen. In 1542 treden er vijf legers van telkens tienduizenden soldaten in het veld die evenveel fronten zullen openen: Luxemburg, Spanje, Brabant, Vlaanderen en Piëmonte. De legerleiders zijn in goede volgorde: de hertog van Orléans, de kroonprins, van Rossem en de maarschalk van Gelderen, de hertog van de Vendôme en tot slot admiraal Annibaut. Wie goed gevolgd heeft, weet dus dat Vlaanderen te maken krijgt met de troepen van de hertog van Vendôme.

 

Vreemd genoeg blijft Milaan buiten schot. Er zijn andere plaatsen genoeg waar de keizer zich niet voldoende verdedigt en die zal Frankrijk dus als eersten aanpakken. In het zuiden boeken de Fransen aanvankelijk het ene succes na het andere. Een onverzettelijke hertog Alva kan de rollen omkeren. Het gevolg van de onervarenheid van de koning die er een zootje van maakt en die op zijn honger blijft zitten. Met uitzondering van enkele steden in Italië. De verbittering van de twee rivalen groeit met het verstrijken van de tijd.

 

Karels zoon Filips bereikt in 1543 de leeftijd van zestien jaar en trouwt met de dochter van de koning van Portugal, de rijkste vorst van Europa. Met dank aan zijn overzeese kolonies en hun specerijenhandel. De bruidsschat is aanzienlijk en inspireert de Cortes van Aragon om Filips te erkennen als erfgenaam voor beide kronen en een daarmee gepaard gaande buitengewone schenking van financiële middelen die Karel in staat stellen om zijn Spaanse leger gevoelig te versterken. 'Hij kon een grote bende naar de Nederlanden afzenden en evenwel nog een genoegzame macht ter verdediging van zijn rijk overlaten.'

 

In mei 1543 is het tijd om Spanje in deze wel verdedigde toestand achter te laten en terug te keren naar Duitsland. De reis gaat via Italië. Filips zal tijdens zijn afwezigheid het bewind voeren in Spanje. In Rome krijgt Karel een voorstel van paus Paulus voorgeschoteld. 'Deze staatszuchtige opperpriester die geen gelegenheid onbenut liet om zijn familie te verheffen, verzocht aan de keizer het leenbezit van het hertogdom Milaan over te laten aan zijn kleinzoon Octavius, die tevens de schoonzoon was van de keizer.'

 

Ik ga even op onderzoek. Ottavio Farnese, de hertog van Parma is in het jaar 1538 inderdaad in het huwelijk getreden met Margaretha van Oostenrijk, de buitenechtelijke dochter van Karel, een kind dat hij in 1522 gemaakt heeft met Johanna van der Gheynst, de dochter van een tapijtenverkoper uit Nukerke en opgevoed in Brussel opgevoed werd onder toezicht van zijn tante en zijn zuster.

 

Het aanbod wordt vergezeld van een belangrijke som geld die Karel goed van pas kan komen nu hij weer rekening moet houden met een oorlog. 'Maar Karel, niet gezind om een zo schone provincie te verkopen aan een paus die geweigerd had hem te steunen in zijn oorlog tegen François, verwierp het voorstel.' Hij sluit, tot grote ergernis van de paus een andere deal waarbij hij Livorno en Florence afstaat aan Cosmus de Medici

 

Karel heeft al veel geleerd in zijn leven en dat merk ik aan alles. Terwijl hij geduldig bouwt aan de financiële middelen om nu eens oorlog te voeren zoals het hoort, probeert hij zich ook strategisch in te dekken. Een verbond met Hendrik VIII kan hem alleen maar voordelen bezorgen. Zijn diplomaten werken zich uit de naad om Engeland verder los te weken van Frankrijk. Het feit dat François categoriek vasthoudt aan de Roomse godsdienst in Frankrijk, speelt een belangrijke rol in dit proces. Ik herinner mijn lezers er aan dat de kerk in Engeland gebroken heeft met Rome en voortaan zijn eigen koers vaart.

 

De koning van Schotland die wel vasthoudt aan de Roomse kerk komt zo tegen wil en dank in het kamp van de Fransen terecht, wat zorgt voor de nodige frustraties bij Hendrik. Tussen beide grootmachten botert het niet meer. Karel ruikt zijn kansen terwijl de commotie tussen Frankrijk en Engeland uitdiept. De zaken worden uiteraard verder op de spits gedreven door de vrijage van Frankrijk met de Turken en hun bedoeling om druk te zetten op de verenigde macht die verzameld wordt door Karel en Hendrik.

 

Een oorlog tussen beide bastions is onafwendbaar. Frankrijk kan sneller op de bal spelen en opent de vijandelijkheden. 'Hij toog met zijn ganse macht in de Nederlanden, alwaar hij de veldtocht begon nog voor de vijand een leger gereed had om hem tegenstand te bieden. Hij maakte zich meester van Landrecy, welke plaats hij zorgvuldig deed versterken als zijnde de sleutel tot Henegouwen.' Luxemburg wordt onder de voet gelopen.

 

De reactie uit het andere kamp komt wat trager op gang. De provincie Gelderland en zijn hertog van Kleef blijven trouwe aanhangers van Frankrijk en Karel is die oppositie vanuit eigen rangen meer dan moe. De keizerlijke troepen maken zich meester van het hertogdom en richten er een ravage aan bij de lokale bevolking. De knieval die de hertog achteraf moet doen is op zijn zwakst gezegd vernederend te noemen. De voorwaarden die hij opgelegd krijgt, illustreren de wraakzuchtige gevoelens van de keizer die nu weer de volledige autoriteit over Gelderland in handen krijgt. François heeft alvast één belangrijke bondgenoot minder.

 

'Karel toog nu voort naar Henegouwen waar hij het beleg van de stad Landrecy neersloeg. Hij werd aldaar versterkt met een bende van zesduizend Engelsen, zijnde de eerste vrucht van zijn verbintenis met Hendrik.' Heel Europa kijkt argwanend toe hoe beide legers zich onder het commando van hun oppervorsten plaatsen in afwachting van een definitieve veldslag. De herfst en de winter steken echter hun stokje voor deze plannen. De legers plooien zich terug om hun winterkwartieren te gaan betrekken.

 

Suleiman vult ondertussen zijn deel van de overeenkomst in en snijdt door het Hongaarse land als een mes door de zachte boter. Barbarossa valt aan ter hoogte van de Italiaanse zuidkusten. Met een vloot van meer dan honderd galeien en stoomt hij via de Tiber verder door naar Rome. Zijn troepen sluiten zich bij Marseille aan bij het Frans leger. 'Beide vloten stevenden af naar Nice. Het was op die plek dat men, tot ergernis van het christendom de lelie van Frankrijk verenigd zag met de halve maan van Mohamed die er neer geplant werd.' Ook hier zorgt de winter voor een tijdelijke rustpauze en voor enkele verwoede pogingen en vaderlijke vermaningen van de paus om te stoppen met die oorlogen.

 

De keizer blijft aanmodderen in Duitsland en daar wringt al een hele tijd het schoentje om zich echt te kunnen meten met de Fransen. Wat is hier toch allemaal aan de hand? De kandidaat-landvorst van Saksen, een jongeman van een jaar of twintig, blijkt zich nogal op te dringen als de 'coming man' van heel de Duitse natie en getuigt daarbij van een eigenzinnige kijk op de godsdienstige perikelen die maar blijven aanslepen. Zijn naam is Maurits van Saksen. Hij is protestants opgevoed maar toch neemt hij afstand van het Smalkaldische verbond. Godsdienst en politiek kan je onmogelijk met elkaar mengen. Zijn standpunten zijn van meet af aan duidelijk.

 

Hij moet helemaal niet weten van de koehandel die de protestanten drijven met de keizer. Hun gedoogbeleid in ruil voor politieke rust en ondersteuning is niet aan deze Maurits besteed. De Saks maakt werk van een gemeende samenwerking met Karel en weet zich op die manier in een vertrouwenspositie aan het hof te manoeuvreren. Hij ondersteunt hem met zijn troepen en charmeert de keizer dat het geen naam heeft. De officiële keurvorst van Saksen ziet het allemaal met lede ogen gebeuren en gaat zich erg vijandig opstellen tegen deze youngster uit eigen rangen. Het is het begin van een verschrikkelijke vete tussen beiden en nog een diepere verdeeldheid in het land.

 

Ondertussen – in 1543 – weigeren de protestanten dat de volgende algemene kerkvergadering buiten hun grenzen zou moeten doorgaan. De paus stelt Trente in Tirol voor, op de grens tussen Duitsland en Italië en beveelt al de partijen om er aanwezig te zijn voor de eerste november. Er duikt echter geen kat op door het feit dat Europa gebukt gaat onder een wrede oorlog waarbij reizen helemaal niet veilig is. Het concilie wordt dan maar opgeschort. Tijdens die donkere maanden wordt het intern conflict bij de protestanten verder op de spits gedreven, bewapenen de bondgenoten van Smalkalde zich en lanceren ze een burgeroorlog om hun medestanders te beschermen.

 

Na zijn doortocht in de Nederlanden reist Karel dringend door naar Duitsland om er een druk bijgewoonde rijksvergadering te houden. Die van Spiers in 1544. De keizer kijkt zijn landvorsten aan en eist hun steun om de interne oorlogen te helpen onderdrukken. Hoe is dit hier toch allemaal mogelijk op een moment dat het land dreigt overspoeld te worden door een Turkse invasie? Vrijheid van geweten voor alle staatsburgers lijkt de sleutel tot de oplossing. De toegevingen aan de protestanten worden uitgebreid en hij probeert nog eens te verduidelijken dat hij al grote inspanningen voor hen heeft gedaan ten opzichte van de paus. De rijksdag moet hem trouwens volop steunen in zijn strijd tegen François die deze onwaarschijnlijke alliantie met de Turken is aangegaan. Zijn pathetische oproep wordt uiteindelijk beantwoord met een overtuigende politieke steun vanuit eigen rangen.

 

Karels toegevingen zijn toch wel opmerkelijk: 'hij wilde de rust en de vrede in de kerk herstellen en vond het noodzakelijk een nationale kerkvergadering in Duitsland te houden waar alle meningen welkom waren. Hij zou daarbij zelf kerkelijke rechters aanstellen en hierbij geen onderscheid maken tussen de godsdiensten.' 'In erkentenis van deze ongemene toegevendheid verenigden de protestanten zich met de andere leden van de rijksvergadering om in naam van het Duitse rijk de oorlog aan François te verklaren. Ze voegden Karel een bende van 24.000 voetknechten en 4.000 ruiters toe die gedurende zes maanden op algemene kosten moesten onderhouden en tegen Frankrijk gebruikt worden.'

 

Met Engeland zijn de plooien nu ook helemaal gladgestreken. Ze zullen elk met een leger van 24.000 man Frankrijk aanvallen en daarbij geen tijd verliezen met de belegering van nutteloze grenssteden. Plaats van de afspraak is het hart van Frankrijk; Parijs, waar beide legers zullen samensmelten en hun aanval zullen plaatsen.

 

François raakt zo in de problemen. Suleiman is zijn enige bondgenoot op aarde nadat zowat elke christelijke prins hem de rug heeft toegekeerd. Zijn gezichtsverlies is schrijnend. Om de meubels toch enigszins te redden, eist hij de terugtrekking van Barbarossa. Maar de oorlog woekert verder zonder dat iets of iemand die nog een halt kan toeroepen. De Fransman slaagt er zelfs in om de gebieden tussen de Rhône en de Saône in te palmen en zo zijn wurggreep op Milaan te verstevigen.

 

Het is al aan zomeren in 1544 als het front in de Nederlanden weer wordt heropend. 'De keizer trok, als naar gewoonte, laat te velde, maar eindelijk verscheen hij tegen het begin van juni aan het hoofd van een leger dat talrijker en beter uitgerust was dan hij tot hier ooit tegen Frankrijk had aangevoerd. Het bestond naast en bij de vijftienduizend man.' Na de herovering van enkele Nederlandse steden verhuizen ze naar de Champagne terwijl Hendrik zijn legermacht opdracht geeft om naar Parijs te trekken.

 

Karel verliest hun gezamenlijke strategie uit het oog en laat zich toch verleiden om lokale Franse bolwerken in de Champagne te belegeren en zo begint het Engels leger dan ook maar met niet geplande belegeringen her en der over het Franse land. Boulogne, Montreuil, Saint-Dizier. Pas op 17 augustus slaagt de keizer er in om binnen te dringen tot in het hart van Frankrijk. Zijn omvangrijk leger heeft al heel wat van zijn pluimen verloren en opnieuw kampt hij met bevoorradingsproblemen voor zijn manschappen die op hun beurt dan zorgen voor muiterij en desertie.

 

De winter zit al in de lucht en de keizer is er zich bewust van dat hij zich in een delicate positie bevindt. Na veel vijven en zessen komen er onderhandelingen met de Fransen. Die gaan door in de buurt van Châlons-sur-Marne. Ondertussen wacht hij op een verslag van de Engelse progressie en gaan zijn troepen op zoek naar levensmiddelen. In de buurt van Epernay, in Chateau Thierry, kunnen ze een grote slag slaan. De inname van beide locaties samen met een aanzienlijke voorraad van proviand, betekent een enorme opkikker voor een leger dat op slechts twee dagen van Parijs verwijderd staat.

 

De sfeer is nu helemaal omgeslagen. Bij de Fransen is de verslagenheid groot. De weerloze Parijzenaars wachten de komst van de vijand met een bang hart af. Velen vluchten weg. Via de Seine naar Rouen. Anderen naar Orléans of naar steden langs de Loire. François is er het hart van in, zevert wat tegen zijn God en stuurt in allerijl 8.000 soldaten naar Parijs en zorgt er voor verdere versterkingen aan de buitenzijde van de stad. Tijdens die periode laat Hendrik weten dat hij liever vasthoudt aan de belegering van Montreuil en Boulogne en kunnen de onderhandelingen met de Fransen maar beter verder gezet worden.

 

'Het viel niet moeilijk een vrede te sluiten tussen twee vorsten waarvan de ene er in hoge mate naar verlangde terwijl de andere die absoluut nodig had.' Op 16 september 1544 worden de handtekeningen geplaatst. De vrede van Crespy zet alles terug naar de toestand van die van Nice. Al die ellende is voor niets geweest. Er komt een huwelijksband tussen de keizer en de hertog van Orleans en die zal zo zijn impact hebben op het leenbezit van de Nederlanden en van Milaan. François neemt in elk geval uitdrukkelijk afstand van Vlaanderen en Artesië en bergt zijn verzuchtingen voor wat betreft het noorden van Italië op. Karel van zijn kant geeft nu Bourgondië op. Het lijkt me een faire deal. Beide monarchen zullen voortaan strijd leveren tegen de Turken. De Fransman zal hiertoe 16.000 wapenlieden ter beschikking stellen.

 

Dat Karel bereid was om vrede te sluiten had niet alleen te maken met de toestand van zijn leger. De kwaadheid van de paus om de protestanten op gelijk niveau te plaatsen als de christenen speelt zo zijn rol. Paulus stuurt een bittere brief waarin hij Karel beschuldigt van zuivere heiligschennis. Zijn alliantie met de ketterse Hendrik verergert zijn zonde die door 'de heilige stoel gebanbliksemd wordt'. Een ontheiliging die niet moet onderdoen voor de alliantie tussen de Fransen en de Turken. De paus wordt in deze nijd daarbij fel opgehitst door zijn zoon en zijn kleinzoon die zich in Parma en Placentia tekort gedaan voelen door de keizer.

 

Nu ja, een andere update omschrijft de wijzigingen in het keizerrijk van einde 1544. 'De Turken maakten een verbazingwekkende voortgang in Hongarije, namen de ene stad na de andere in en naderden met grote schreden de Oostenrijkse provinciën.' Ondertussen heeft bijna de helft van Duitsland het juk van de Rooms-katholieke kerk afgeworpen en het ziet er naar uit dat de rest snel zou kunnen gaan volgen. Karel heeft tijdig ingezien dat een vrede met Frankrijk een must was en heeft het er politiek gezien handig van af gebracht.

 

Omdat Karel en François weer aan hetzelfde zeel trekken, kan de focus eindelijk gelegd worden op de Turken en op het verdrijven van de ketterij uit hun landen. Ondertussen voelt Hendrik zich op de pik getrapt door de vrede tussen Frankrijk en Duitsland. Hij vertrekt met zijn troepen terug naar Engeland 'maar de vijandelijkheden tussen beide naties bleven aanhouden.' De Franse kroonprins is evenmin te spreken over het akkoord die zijn vader heeft afgesloten in zijn nadeel en in het voordeel van zijn jongere broer, de hertog van Orleans. François laat het niet aan zijn hart komen en tekent zijn verdrag met blijdschap. 'Alles scheen een duurzame vrede te voorspellen.'

 

De ondertekening van de vrede zal doorgaan in Brussel, maar Karel ontbreekt bijna op de afspraak met de Franse gezant. Dat heeft te maken met zijn gezondheidstoestand. Terwijl François verveeld zit met zijn achterwerkgezwel blijkt Karel in toenemende mate last te krijgen van jicht. Vreemd voor een jonge veertiger. 'Hij werd zo hevig door deze smartelijke kwaal gefolterd dat hij alleen maar met uiterste moeite met zijn naam kon tekenen. Men hoefde niet te vrezen dat dit verdrag door hem zou verbroken worden omdat de hand die nauwelijks een pen kon vasthouden zeker niet in staat zou zijn om te zwaaien met een lans.'

 

Arm of rijk, keizer, prins of doodgewone man in de straat. Op dat punt zijn we allemaal gelijk. Keizer en koning dachten de waarheid en de wereld in pacht te hebben, verknoeiden honderdduizenden mensenlevens met hun dwaze imperialistische overtuigingen, maar als puntje bij paaltje komt, moeten ze zich net als al de mensen op aarde plooien naar de fysieke aftakeling van hun lichamen.

 

De geesten en de tijd zijn rijp voor dat lang aangekondigde concilie van Trente die zal doorgaan vanaf de lente van 1546. De intenties worden al duidelijk kenbaar gemaakt: 'de christen vorsten werden aangemaand te profiteren van de vrede om de ketterijen te vernietigen die alles wat het christendom heilig en dierbaar was met de voeten probeerde te treden.' Dat het in Trente menens zal zijn, kan ik uitmaken uit de wetenschap dat de paus deze keer geen beroep zal doen op afgezanten en dat hij zich persoonlijk zal moeien met deze kerkvergadering.

 

In Duitsland wordt korte tijd voor het fameuze concilie een rijksdag gehouden te Worms. 24 maart 1545 om precies te zijn. Koning Ferdinand legt twee belangrijke onderwerpen op tafel: de dringende voortzetting van de oorlog tegen de Turken en natuurlijk de complexe kwestie van de godsdienstvrijheid die besproken zal worden in Trente. Ferdinand en Karel maken van bij het begin duidelijk: Duitsland zal zich onderwerpen aan de besluiten van het concilie. De pausgezinden juichen. De protestanten zijn het er uiteraard niet mee eens. De godsdienstvrijheid zoals afgesproken tijdens vorige rijksvergadering van Spiers wordt teruggeschroefd. En als dat zo is, zullen ze zeker geen hulp bieden in de keizers strijd tegen Suleiman.

 

Keizer Karel hanteert duidelijk een andere strategie. Ferdinand stelt zich hard en onbuigzaam op en de protestanten blijven bij hun standpunten. Ze zullen in elk geval niet deelnemen aan deze vooringenomen kerkvergadering in Trente. Maurits van Saksen, nochtans protestant in hart en nieren, deelt deze mening niet. Hij is hevig voorstander van godsdienstvrijheid maar wil tegelijk wel helpen om de Turken te verdrijven en wil dat de protestanten zich laten vertegenwoordigen in de komende kerkvergadering. Hij deelt zijn mening mee aan de keizer. Maurits' positie is nog niet sterk genoeg om een meerderheid aan zijn kant te krijgen. Het zal wel geen twijfel lijden dat deze vorm van oppositie binnen de protestantse aanhang de keizer kan bekoren.

 

De spanningen lopen op. De keizer heeft het steeds moeilijker om zijn haat tegen de protestanten te verbergen. Hij ondervindt hun tegenstand zowat op alle vlakken. Ook bij ons laat zijn wrevel zich duidelijk voelen: 'in zijn erfelijke staten der Nederlanden werd iedereen die verdacht werd van Luthers te zijn op zijn strengst vervolgd.' In Worms wordt prediken door protestantse leraars verboden.

 

Politiek gezien blijven de verwikkelingen in Karels leven elkaar maar opvolgen. 'Juist op het moment dat de hertog van Orléans gereed stond om in het huwelijk te treden met de dochter van Ferdinand en dat hij meende in het bezit te komen van de regio Milaan, werd die jonge vorst door een kwaadaardige koorts uit het leven weggerukt.' De geur en de smaak van gif kan je haast proeven tussen de lijnen van mijn geschriften. François verliest met de dood van zijn zoon op die manier de aanspraken die hij kon maken op Milaan. 'Kan het verdrag van Crespy aangepast worden?' In zijn jonge jaren zou het uitblijven van een degelijk antwoord al gezorgd hebben voor een oorlogsverklaring, maar nu zorgt de zwakke gezondheid van François voor een slap en nietszeggend protest. De Smalkaldische liga wrijft zich al in de handen over de breuk tussen Duitsland en Frankrijk, maar juicht hoe dan ook te vroeg.

 

Er kijkt nog iemand met de nodige interesse naar Milaan. Paus Paulus III. 'De begeerte van Paulus om zijn familie groot te maken nam met zijn jaren toe.' Los van zijn kerkelijke status en zeer tegen de zin van Karel, stelt hij zijn zoon Lodewijk in het leenbezit van Parma en Placentia. Een groot deel van zijn eigen kardinalen 'brachten Paulus onder het oog hoe onbetamelijk het is om erfgoed van de kerk te vervreemden.' Karel weigert eerst de leenhulde te bekrachtigen omdat deze gebieden deel uitmaken van het Milanese, maar kiest dan toch om de vrede met de paus te bewaren. Er zijn nu eenmaal andere katten te geselen.

 

Zo bijvoorbeeld het uitbreken van een interne oorlog onder leiding van de hertog Hendrik van Braunschweig, waar ook François heimelijk aan meewerkt. Die Hendrik blijkt de vader te zijn van Maurits, de grote vriend van de keizer, en die kan meteen bewijzen wat hij waard is. De interne breuklijn bij de protestanten wordt met de dag zichtbaarder en komt begin 1546 tot slot volledig aan de oppervlakte. De Smalkaldische liga lijkt al murw bij de opening van de ondertussen beruchte kerkvergadering van Trente.

 

Ik beschrijf even de sfeer bij de plechtige opening van het concilie: 'de katholieken stelden al hun hoop in deze vergadering welke zij, vanaf het begin van de wanorde in de kerk, beschouwd hadden als een passend middel om haar te genezen. Maar vele lieden meenden dat het al veel te laat was en dat de kwaal die gedurende achtentwintig jaar zo veel voortgang had gemaakt, al veel te veel ingeburgerd was.'

 

Het eerste jaar gaat verloren in onderhandelingen tussen paus en en keizer. Want de standpunten liggen wel heel ver uiteen. Karel verwacht grote moeilijkheden met de protestanten en probeert zich in elk geval al te bewapenen om klaar te zijn voor een binnenlandse oorlog. Het voor zich uitschuiven van conclusies daar in Trente komt hem dan ook goed uit.

 

De argwaan groeit. 'De protestanten die geen stille toeschouwers konden zijn van de bewegingen van de paus en de keizer, werden dagelijks achterdochtiger en ontvingen uit verscheidene oorden tijdingen van de aanslagen die tegen hen gesmeed werden.' Hun voornaamste bron blijkt Hendrik te zijn. Ook de Augsburgse kooplieden krijgen gelijkaardige berichten binnen van hun Italiaanse correspondenten. Er zou een gevaarlijk bondgenootschap tegen de protestanten op komst zijn. De Smalkalden, of wat er nog van overschiet, verspillen ondertussen hun energie aan interne discussies. En ook de keurvorsten proberen extra informatie te bekomen via kardinaal Granvelle, een belangrijke adviseur van de keizer. Hij kan hen geruststellen. Als er al sprake is van militaire voorbereidingen in de Nederlanden, dan heeft dit te maken met Engeland en Frankrijk. 'De keizer verlangde meer dan ooit om de rust in Duitsland te handhaven.'

 

Dat laatste is een leugen. Karel laat zich omringen door katholieke fanatiekers die door mijn schrijver omschreven worden als drijvers met een blinde onverzettelijkheid. Zo is er bijvoorbeeld de figuur van Malvenda, een Spaanse godgeleerde die zich manifesteert als een 'schoolse bovennatuurkundige'. Zo iemand van de 'waarom-daarom' stelling met God als antwoord op alles. Niets valt de controleren, dus waarom zou de keizer zich niet beroepen op de bovennatuurlijke krachten van God de vader? Het komt er op neer om de tegenstander af te blokken. Met hen in discussie gaan heeft niet de minste zin. Iedereen moet zich schikken naar de heer. Er staan toch wel beroerde tijden voor de deur.

 

Ik begin met het achtste boek uit het leven van keizer Karel. 'Terwijl het gevaar elke dag scheen toe te nemen en het onweer dat men zo lange tijd van ver zag aankomen op het punt stond om over de protestantse kerk uit te barsten, werd Luther door een tijdige dood verlost om ooggetuige te zijn van deze vernielende woede.' De parmantige prediker overlijdt op 18 februari 1546 op zijn drieënzestig aan de gevolgen van een maagontsteking. Ik laat de loftrompet bladzijden lang verder uitbazuinen. Ja; de man is tot op het laatste ijverig en vasthoudend en onverschrokken gebleven.

 

'De tijding van zijn overlijden werd bij de katholieken met een ongemene, zeg maar haast onbetamelijke blijdschap vernomen maar doofde de moed bij zijn volgers niet uit. De keurvorst van Saksen deed Luthers uitvaart met ongemene pracht vieren. Zijn kinderen bekleedden achteraf nog jaren fatsoenlijke en eerlijke posten.' Ondertussen blijft de keizer warm en koud blazen, wat hier omschreven staat als 'om de tuin leiden en bedriegen'. De protestanten moeten absoluut nog even rustig gehouden worden tot hij klaar zal zijn om met hen af te rekenen.

 

In Trente wordt er hoog spel gespeeld. De Joden, protestanten en katholieken gebruiken allemaal de bijbel als uitgangsstandpunt om hun eigen geloof te interpreteren. Het wordt opnieuw erg ingewikkeld gemaakt. Luther heeft bij zijn interpretatie van de bijbel eveneens gebruik gemaakt van stellingen die niet in de bijbel zelf te vinden zijn geweest, maar in bijschriften ervan; de apocriefen van het Oud en het Nieuw Testament. De godgeleerden zien hier de bron in van grote problemen. De bijbel is de bijbel en alleen de moederversie, het zogezegde 'Vulgaat', geschreven door Hiëronymus rond de jaren 400, kan in wezen gebruikt worden als basisboek van het enige geloof.

 

Rome doet een schitterende zet op het schaakbord van het geloof. 'Het besluit om dat Vulgaat als zaligmakend te erkennen, ondermijnde de grondzuil van Luthers leer. De protestantse interpretatie kan nu volop naar de prullenmand verwezen worden. Enfin, ik gebruik hier nog een erg gekuiste conclusie. Eigenlijk staat het zo omschreven: 'Paulus nam gretig deze gelegenheid te baat om zijn gezag te laten gelden en de Duitse kerkelijken te leren hoe gevaarlijk het was om zich tegen de ware Roomse kerk te verzetten.' De aartsbisschop en keurvorst van Keulen die al geruime tijd sympathiseert met de protestanten, wordt nu officieel beschuldigd van ketterij en beroofd van zijn kerkelijke waardigheden en krijgt de banvloek over zich heen.' De protestanten zijn meteen hun belangrijkste kerkelijke gezagsdrager kwijt.

 

'De protestanten, ziende dat hun veiligheid niet zeker was, ontwaakten met een woede en de wetenschap dat ze zich in de zak hebben laten zetten.' De tijd is rijp voor Karel om een beslissing te nemen. Ofwel veroordeelt hij de paus omwille van het afzetten van zijn keurvorst en kiest hij partij voor de protestanten, ofwel kiest hij ervoor om het gezag van de katholieke kerk voortaan gewapenderhand te handhaven. Wat een dilemma toch. Hij heeft de Fransen nodig, maar hij kan evenmin zonder de steun van zijn Duitse landgenoten. De rijksdag van 1546 in Regensburg zal veel duidelijk moeten maken.

 

Karel opent de meeting en toont zich bezorgd over de grote verdeeldheid in het land. 'Hoe denken jullie eigenlijk de oude getrouwe eenheid van jullie voorouders te herstellen?' Zijn vraag galmt door de zaal. De keizer begint in elk geval aan de vergadering met de nodige takt en respect. De afgevaardigden mogen het zelf eens zeggen. Op die manier vermijdt hij om zelf stelling in te nemen terwijl hij perfect op de hoogte is van wat de uitkomst zal zijn van de stemming. Er zal namelijk geen uitkomst zijn, de onoverkoombare tweespalt als perfect alibi om dan achteraf zelf in te grijpen. De protestanten zijn enkel te overtuigen via dwang.

 

'Hij gaf bevel aan enige troepen, in de Nederlanden hiervoor speciaal opgeleid, om naar Duitsland te trekken en om hier mannen aan te werven. Wie oproerig geweest is tijdens de rijksvergadering, zal bezoek krijgen van zijn milities. Zo bijvoorbeeld de keurvorst van Saksen en de landgraaf van Hessen die er meteen een oorlogsverklaring van keizerlijke kant in zien. Ik kan ze natuurlijk geen ongelijk geven.

 

Op 26 juli 1546 komt het tot een akkoord in Trente. Paulus en Karel sluiten eindelijk hun verbond. 'De gevaarlijke ketterij door welke Duitsland als het ware overstroomd werd, de weigering om de kerkvergadering van Trente te erkennen en de noodzaak om de leer en tucht van de vastgestelde kerk te handhaven, waren de voornaamste beweegredenen om dit verbond af te sluiten.'

 

'Om de voortgang van het kwaad te stuiten verbond de keizer zich ertoe terstond met een talrijk leger te velde te trekken en allen die het concilie van Trente niet willen erkennen te dwingen om in de schoot van de kerk terug te keren en zich te onderwerpen aan de gehoorzaamheid aan de heilige zetel.' Hij verbond zich eveneens om gedurende de tijd van zes maanden geen vrede te maken met de ketters zonder toestemming van de paus. Paulus van zijn kant beloofde een grote som van de bank van Venetië te bezorgen ten einde de kosten van de oorlog te helpen schragen.'

 

De paus belooft daarbij nog een eigen leger van 12.000 voetknechten en 5.000 ruiters voor een periode van zes maand op de been te brengen en zelf te bekostigen. Geld en middelen lijken toch wel een belangrijke drijfveer te zijn. 'Hij beloofde aan de keizer voor één jaar de helft van de kerkelijke inkomsten in Spanje in te willigen en hem via een bulle de macht te geven om voor 500.000 kronen aan geestelijke goederen te verpatsen en niet alleen van geestelijke banbliksems maar ook van wapengeweld gebruik te mogen maken tegen alle vorsten die zich zouden verzetten tegen dit verdrag.'

 

De bedoelingen van de keizer zijn duidelijk. Het lijkt er op dat de uitroeiing van de ketterij zijn enig doelwit is. Maar eigenlijk is het hem vooral te doen om het herstellen van zijn eigen autoriteit in dit diep verdeelde land. Wie zich niet aan hem onderwerpt zal dat voortaan voelen. Terwijl de paus zwaait met het alibi van het geloof, maakt Karel er een machtskwestie van. Paulus kan niet echt lachen om de tactische variante die de keizer geeft aan hun verbond, maar die laatste probeert de protestanten handig de grond onder hun voeten weg te nemen door zich te focussen op een algemeen herstel van 'law en order'.

 

De protestanten zijn natuurlijk niet van plan om zich zomaar te laten doen en gaan in het verzet. Ze brengen een leger op de been en zoeken bijstand bij de Zwitsers en de Venetianen. Die riskeren het echter niet om op te treden tegen hun keizer en houden zich verder op de vlakte. Op enige hulp van Hendrik en François kunnen de protestanten evenmin rekenen. 'De protestantse bondgenoten vonden het echter niet moeilijk om eigenhandig een bekwaam leger op de been te brengen. Duitsland was in die tijd sterk bevolkt, de leenwetten waren er in volle kracht en stelden de edelen in staat om hun talrijke leenmannen bijeen te roepen en hen op het eerste teken in beweging te brengen. De mannen waren al altijd bereid bevonden om de wapens te voeren en de gelegenheid van de godsdienst vermeerderde hun natuurlijke krijgszucht nog.'

 

De cijfers maken de oorlogsbereidheid behoorlijk duidelijk: de mobilisatie van 70.000 voetknechten, 15.000 ruiters, 120 stukken geschut, 800 wagens met oorlogsmateriaal, 8.000 lastdieren en 6.000 schansgravers. De katholieke keurvorsten die zich achter hun keizer hebben geplaatst, slagen er in om hun leger nog machtiger de baan op te sturen als hun tegenstanders. De opbouw van de troepen gaat in een ongelooflijk tempo en beangstigt de keizer omdat zijn eigen Spaanse troepen en die van de paus nog niet eens aan de grenzen van Duitsland aangekomen zijn.

 

Enkele vertragingsmanoeuvres brengen gelukkig voor hem wat soelaas. Zijn onderdanen willen nog eens in een schrijven verduidelijken dat ze geen strijd willen voeren tegen zijn gezag, dit is een oorlog om het recht op godsdienstvrijheid. Als Karel voet bij stuk houdt om zich tegen hen te vergrijpen, zal dit het einde van Duitsland betekenen. De keizer reageert balorig en categoriek: hij zal optreden tegen hun weerspannigheid. De Smalkaldische bondgenoten repliceren daarop met een oorlogsverklaring.

 

De troepen van de paus verenigen zich met die van de keizer. De strijd barst los. 'Het keizerlijk leger van 36.000 man was nog geduchter door de ducht en de dapperheid van zijn troepen dan door hun aantal soldaten.' De beruchte en ervaren legerleider Avila is hier de bevelhebber. Octavio Farnese, de kleinzoon van de paus voert het bevel over de Italiaanse hulpbende. 'Zijn broer, kardinaal Farnese, vergezelde hem als legaat van de paus en om de oorlog een schijn van een godsdienstige onderneming te geven, wilde hij aan het hoofd van het leger optrekken en een kruis voor zich heen dragen en aflaten schenken aan iedereen die hem bij zijn onderneming steunde.' Wie sterft op het slagveld zal tenminste een ticketje hemel op zak hebben.

 

Ik laat de bijzonderheden van deze oorlog voor wat ze waard zijn en probeer hier en daar een glimp op te vangen van de ellende die deze veroorzaakt bij de bevolking. Vooral de paus lijkt zich te onderscheiden met ronduit schandalige oorlogsmisdaden. 'Paulus was niet alleen tevreden met het openlijk en gewapenderhand aantasten van de protestanten. Hij zond daarenboven zijn zendelingen door heel Duitsland om hun steden en pakhuizen in brand te steken en de putten en fonteinen te vergiftigen. De paus wordt openlijk beschuldigd van antichristelijke en duivelse werkmiddelen tegen hen te gebruiken. De Smalkaldische bondgenoten bedreven hierom de grootste ongeregeldheden en bezwaarden de oorlog door de wreedheid van hun dweepachtige ijver.'

 

In de buurt van Ingolstadt komt het vanaf 19 augustus 1546 bijna tot een rechtstreekse confrontatie tussen de grote legers. De protestantse bondgenoten lijken een overmacht aan manschappen te hebben, de legers van de keizer verschansen zich en wachten besluiteloos af. Ze krijgen op 10 september de versterking van 14.000 man uit de Nederlanden. De Vlamingen zijn uiteraard goed vertegenwoordigd. Karel tankt vertrouwen en 'begon op zijn beurt aan te vallen en maakte zich meester van hele gebieden aan de Donau. De echte clash is er echter nog altijd niet gekomen wanneer de winter zijn intrede doet.

 

De vreemde troepen wagen zich aan een schimmige oorlog; gekruid met de gebruikelijke ingrediënten van dien: gebrek aan levensmiddelen, ontbering, honger, dorst, koude, kommer en kwel, misère zorgen vooral bij de buitenlanders voor een rebelse onrust. Maurits van Saksen speelt ondertussen een dubieuze en af en toe hallucinante vertrouwensrol aan de zijde van de keizer. Als protestant propageert hij de vernietiging van zijn eigen godsdienst en dat allemaal om zich meester te maken van de regio van Saksen en om zijn schoonvader te beroven van zijn staten en zijn titels. Het duurt niet lang voor zijn naam door zijn eigen achterban met afgrijzen wordt vernoemd. Maurits als trouweloze verrader van de Duitse vrijheid. De diepe verdeeldheid verzwakt de bondgenoten natuurlijk in hun strijd op leven en dood en brengt hen zelf in een onmogelijke situatie om nog verder te oorlogen.

 

'Kan er onderhandeld worden?' De vraag komt verrassend genoeg van de protestanten. Karel weet direct voldoende. Lees maar: 'Zo haast de keizer bemerkte dat dit trots bondgenootschap dat hem onlangs nog ermee gedreigd had om hem uit Duitsland te verdrijven, zich vernederde om een vergelijk aan te bieden, oordeelde hij dat hun moed vergaan was en hun eendracht gebroken.' De voorwaarden die hij op zijn beurt stelt zijn natuurlijk vernederend en onhaalbaar voor de protestanten. Het conflict zal nog verder uitgediept moeten worden.

 

De verdeeldheid van het leger van de bondgenoten zorgt voor een breuk in het massale leger en een split in verschillende krijgsmachten die zich verspreiden in het Duitse landschap. Ze zorgen voor een ideaal scenario voor de keizerlijke troepen. De leiders zijn de machtsposities in hun landen kwijt. 'Ze zagen zich nu blootgesteld aan het gewicht van de keizerlijke wraak. Zo haast de bondgenoten zich begonnen terug te trekken, bracht hij zijn leger in beweging. Het mag dan wel wintertijd zijn. Heel wat steden openen hun poorten en onderwerpen zich aan de keizer. Voor de rest is het alleen maar een kwestie van verloren weerstand en tijd.

 

'Op deze wijze werd een bondgenootschap dat onlangs nog het vermogen had om de keizerlijke troon te doen wankelen, binnen enkele weken verbroken en tot niets gemaakt.' Het regent nu boetes en straffen. De Smalkaldische liga dient ontbonden te worden. Het oorlogsmaterieel afgestaan en overgedragen. Het blijft nu alleen maar wachten op het ultieme vonnis dat de keizer voor hen in petto houdt.

 

Terwijl zijn toeverlaat Karel triomfeert, raakt Maurits in de problemen in Saksen, de regio die hij weer kwijtspeelt. Hij ziet zich verplicht om zichzelf op te sluiten in de hoofdstad en vraagt in allerijl hulp aan de keizer. Die stuurt de graaf van Brandenburg ter hulp met 3.000 man, maar die laat zich op zijn beurt verrassen door de keurvorst van Saksen en zijn troepen. Andere troepen moeten ze in Saksen niet meer vrezen want de buitenlandse soldaten zijn inmiddels al allemaal vertrokken uit Duitsland. Keizer Karel mag dan wel Duitsland weer in zijn macht hebben, hier in Saksen blijft hij in elk geval met een probleem opgezadeld.

 

Paus Paulus keert zich in die periode tegen Karel. Hij is tot het besef te komen dat de oorlog in Duitsland zich niet omwille van het katholiek geloof heeft afgespeeld. Met het verdelgen van de ketterij als alibi, heeft Karel zijn macht in Duitsland en Noord-Italië heroverd. De Farneses hebben zich voor zijn kar laten spannen om achteraf tot het besef te komen dat ze op die manier hun eigen land uit handen hebben gegeven. Dat is ook de reden waarom Octavio Farnese zich teruggetrokken heeft uit Duitsland en Karel er nu weer plots alleen voor staat.

 

Kleingeestigheid troef dus bij de kerkleider. Hun verbond telde voor zes maanden en die zijn al lang voorbij. Van contractbreuk kan er geen sprake meer zijn. De liga van de ketters ligt aan diggelen, de problemen van de kerk zouden hiermee van de baan moeten zijn. Rome heeft de keizer niet meer nodig en dropt de man dus als een baksteen. 'Karel voer openlijk tegen het pauselijk verraad uit. Zijn klachten gingen vergezeld van bedreigingen en verwijten, maar Paulus bleef onverzettelijk en liet duidelijk blijken hoe afkerig hij stond tegenover de keizer en welke ingewortelde vrees hij had voor deze monarch.'

 

De keizer ziet zich verplicht om nieuwe manschappen aan te trekken om de situatie in Saksen onder controle te krijgen, maar krijgt precies in die periode af te rekenen met een samenzwering in Genua. Ik wordt mottig van de veinzerij, de kuiperijen en de vele intriges die hier nu plots voor een uitbarsting zorgen. Met aan de basis nogal wat frustraties bij de Farnese-clan. Karel probeert zich een weg te banen door dit kluwen en komt met veel moeite te weten dat zijn eigen vertrouwenspersoon Fiesco aan de basis ligt van de rebellie. Hoe kon deze zo vermetel zijn om zich te laten aanporren door vreemde mogendheden?

 

Zijn conclusies liggen voor de hand: de paus moet betrokken geweest zijn bij deze samenzwering tegen zijn autoriteit. Eigenlijk komt het neer op een staatsgreep met het doel om de macht te heroveren. Ook François moet er zijn rol in hebben gespeeld. Terwijl hij orde op zaken wilde stellen in eigen land, had de paus ervan geprofiteerd om zijn eigen macht te herstellen. De geplande ingreep in Saksen zal even moeten machten nu de keizer dringend militair zal moeten ingrijpen in Italië. Zou de keizer ondertussen al door hebben dat hij nu al heel zijn leven van het ene conflict naar het andere holt?

 

Karel heeft het zich niet ingebeeld. De oude rancunes bij François hebben de kop weer opgestoken. Zijn eeuwige rivaal Karel van Oostenrijk heeft zijn scheve situatie in eigen land rechtgezet en dreigt er nu weer mee om de wet over heel Europa te stellen. In het leven mag je het hoofd nu eenmaal nooit boven het maaiveld uitsteken. De Fransman probeert de oppositie in de Duitse staten weer tot leven te brengen. Wat ik nu ga schrijven, is zonder meer degoutant: 'In een poging om de voortgang van Karel te stuiten, stuurde hij zijn zendelingen naar Duitsland om de moed van de protestantse bondgenoten weer op te wekken en hen te weerhouden zich aan de keizer te onderwerpen.' Heb je van je leven!

 

Zou het kankergezwel uitgezaaid zijn naar zijn koninklijke hersenen? François durft het zelf aan om Suleiman te tippen dat het nu een geschikt moment is om Hongarije binnen te vallen. Het is dus wel duidelijk dat de Fransman ook verantwoordelijk is voor de omslag van de paus. François en Paulus moeten samenwerken om de macht van keizer Karel te beknotten, voor die laatste natuurlijk een ideaal scenario om weer de zeggenschap te krijgen in eigen land. Er wordt hoog spel gespeeld. De rest van 1547 wordt gevuld met lobbywerk waarbij beide kampen wel erg ver gaan om hun netwerk te consolideren. Dat de keurvorst van Saksen zich weer beste maatjes voelt met François, komt in elk geval niet als een verrassing over.

 

Is het mijn eigen slecht karakter dat komt bovendrijven? Ik vraag het mezelf af waarom ik binnenpretjes lijk te voelen bij de slechter wordende gezondheidstoestand van de Franse koning. Je hoort mij niet vertellen dat Karel een doetje is en dat hij in zijn leven de rol van de brave keizer vertolkt. Veel meer dan een zielig slachtoffer van zijn eigen machtsimperium zal hij niet geweest zijn. De rol van de slechterik kan ik nu toch wel echt fixeren op het hoofd van François. Uitgerekend op het moment dat er nu eindelijk eens vrede kan komen in Europa, gooit hij alles opnieuw op hetzelfde hoopje zoals dat er twintig jaar geleden ook bij gelegen heeft.

 

Van volgende passage geniet ik dus heimelijk: 'in deze staat van onzekerheid en bekommernis werd Karel nochtans een omstandigheid gewaar, welke hem enige hoop liet om aan het dreigend gevaar te ontsnappen. De gezondheid van de koning van Frankrijk nam dagelijks af. Een kwaal, het gevolg van zijn onmatigheid en het roekeloos najagen van vermaak, ondermijnde bij trappen zijn lichaamsgestel. De voorbereiding van zijn oorlogen en zijn onderhandelingen begonnen te kwijnen gelijk de geest van de monarch die alles in beweging bracht.'

 

Terwijl François kampt met een naderende dood, zet zijn tegenstander de scheve situatie in Genua recht. De landvorsten die hoopten de steun van Frankrijk te krijgen zijn dan toch bereid om de voorwaarden van Karel te aanvaarden. Deze laatste kan niet veel meer doen dan wachten tot zijn schoonbroer het ophoepelt. Op 31 maart 1547 is het zover. 'François I overleed te Ramouillet in het drieënvijftigste jaar van zijn ouderdom. Gedurende achtentwintig jaar had hij gestreden tegen keizer Karel waardoor niet alleen hun eigen staten maar zelfs het grootste gedeelte van Europa gewikkeld werd. Een conflict dat veel heviger is geweest dan al diegenen van vroegere tijden.'

 

In Engeland heeft Hendrik VIII het niet eens zo lang getrokken als zijn Franse collega. De roemrijke Engelsman met al zijn vrouwenhistories moet eveneens een einde in mineur beleefd hebben met dat leven van hem. Corpulent met zijn 170 kilo, letterlijk en figuurlijk een zware drinker, ontstoken van zijn kop tot aan zijn tenen overleed ergens eind januari 1547 door de gevolgen van een hartaanval. Op zijn vijfenvijftig heeft de vorst zich doodgegeten en -gezopen.

 

Van de doden geen kwaad, de vorsten wordt natuurlijk bejubeld om hun deugden. Maar hun exit is een feit en zorgt voor grote veranderingen bij de grijs geworden Karel. Zijn onrust is verdwenen, zijn kwelduivels in het grote niets opgelost. Hij kan zich nu eindelijk focussen op de keurvorst van Saksen zonder rekening te moeten houden met enige internationale bemoeienis. Op 13 april 1547 gaat zijn campagne al van start. De Vlamingen zijn al huiswaarts getrokken en op de pauselijke troepen moet hij niet meer rekenen. Zijn leger heeft nog een getalsterkte van 16.000 eenheden. Meestal Spanjaarden en Italianen.

 

De keurvorst van Saksen beschikt over heel wat meer manschappen, maar zet zijn pionnen te ver uiteen. Een dwaze tactiek aan de oevers van de Elbe. Karel is veel intelligenter en slaagt er in om eind april deze waterloop over te steken. De veldslag bij Mühlhausen is potig met Karel op de eerste rangen. Johan-Frederik, de keurvorst van Saksen wordt gevangen genomen, de landheer van Hessen wordt ook al opgepakt, de afrekening met de protestanten en vooral met de dissidenten tegen zijn keizerschap is een realiteit. De keizerlijke troepen noteren een verlies van amper 50 man. Aan Saksische zijde tel ik 1.200 doden en nog veel meer krijgsgevangenen.

 

'De keizer bleef twee dagen op het slachtveld. Gedeeltelijk om zijn leger op te frissen, gedeeltelijk om de afgevaardigden van de omliggende steden te ontvangen die zich aan zijn wil moesten onderwerpen. Hij trok vervolgens naar Wittemberg om hier definitief een streep onder de oorlog te trekken. De ongelukkige keurvorst werd als zegepraal meegevoerd en overal als gevangene aan zijn onderdanen vertoond. Een pijnlijk schouwspel voor zijn volk die hem eerde en beminde.'

 

De krijgsraad achteraf is niet van de poes. Een aantal Spaanse en Italiaanse veldheren zwaaien er de scepter. Vooral de meedogenloze hertog van Alva laat zich opmerken door zijn gewelddadigheid. Dit vreemd gerechtshof van buitenlanders zal beslissen over leven en dood hier in Duitsland. Al de bestaande wettelijke procedures worden opzij gegooid, ze kunnen oordelen op het gezag van de keizer. De krijgsgevangen worden één voor één onthoofd. Maurits van Saksen volhardt ondertussen in zijn rol van verrader.

 

De familie van keurvorst Johan-Frederik doet al wat mogelijk is om genade af te smeken voor hun leider. Het duurt nog tot 19 mei voor Karel zich bereid verklaart om zich mild op te stellen. Op voorwaarde echter van een onvoorwaardelijke onderwerping aan zijn gezag en aan de wetten van de katholieke kerk. Maurits krijgt Saksen als leengebied toegewezen als vergoeding voor bewezen diensten. De toegeving van de keizer gebeurt ietwat noodgedwongen, maar beloofd is beloofd, hij kan niet onderuit aan de gemaakte afspraken.

 

Mijn relaas over het leven van keizer Karel dondert als een sneltrein verder door de lucht van de zestiende eeuw. Schrijver Robertson mist duidelijk de finesse van de familie, de entourage en vooral het karakter van zijn hoofdfiguur. Ik doe wat ik kan om hier en daar wat van deze informatie aan toe te voegen. De man is nors en eigenzinnig. Het uitgestrekte Europa moet loodzwaar op zijn geest inwerken. Van enig gebrek aan plichtsbesef kan ik hem zeker niet verdenken. Zoals elke heerser overheerst toch ook bij hem de aandacht voor vorm en praal en uiterlijke pracht. Het etaleren van zijn macht en rijkdom, een keizerlijke 'm' a tu vu'.

 

Met de nu volgende passage probeert Robertson het toch een keer bij de boetedoening van de landgraaf van Saksen die het aangedurfd heeft zich te meten met zijn vorst: 'toen deze hinderpaal uit de weg was geruimd, verlangde de landgraaf met ongeduld een einde te maken aan een plechtigheid die, hoe vernederend ook, nochtans noodzakelijk voor hem was om vergiffenis te verwerven. De keizer was op een heerlijke troon gezeten, bekleed met alle tekenen van zijn waardigheid en omringd door een talrijke stoet van landvorsten die nu als toeschouwers de vernedering bijwoonden van een collega-vorst. Johan-Frederik werd met grote plechtigheid in de kamer gebracht waar hij voor de troon op zijn knieën viel.'

 

'Karels kanselier las het bevel van zijn meester, een ootmoedige belijdenis van zijn misdaad waarbij hij bekende zich schuldig aan gemaakt te hebben en moest toegeven dat hij er een strenge straf voor verdiende te krijgen. Hij stelde zijn staten ter beschikking met de belofte zich voortaan als trouwe onderdaan te gedragen. De keizer zelf beschouwde dit tafereel van vernedering met een trotse ongevoeligheid en een diep stilzwijgen en liet iemand uit zijn entourage voorlezen dat hij er van af zag om zijn landgraaf te straffen zoals hij dat eigenlijk hoorde te doen.'

 

Hij doet dus zelf zijn bakkes niet open. 'Zo haast het lezen beëindigd was, keerde Karel zich schielijk om, zonder de ongelukkige smekeling met enig teken van medelijden of verzoening te verwaardigen. Hij liet hem zelf op de knieën zitten, zonder hem te doen oprijzen. 'Karel laat de rest over aan Alva en Maurits', die de vernedering van de gevallen vorst op hun manier verderzetten. De wraak van de onhandelbare keizer op de Smalkaldische liga wordt op rigoureuze manier uitgevoerd. Wapens en enorme sommen geld verdwijnen in zijn zakken. Ook broer Ferdinand voert gelijkaardige represailles uit in de Boheemse regio.

 

Er wordt een nieuwe rijksvergadering bijeengeroepen te Augsburg. Hier zal een einde gemaakt worden aan de godsdiensttwisten die Duitsland zo lang beroerd hebben. De keurvorsten die recent allemaal hun trouw hebben gezworen, krijgen er niets in de pap te brokken. De oppervorst zal het allemaal wel zeggen. De hele stad en haar buitenomgeving wordt bezet gehouden door zijn Spaanse troepen.

 

Tijdens zijn openingsrede laat hij er geen verdere twijfel over bestaan. De keizer is baas van de kerk in Duitsland, de katholieke en de protestantse priesters zullen uitvoeren wat hij eist. Van een ongewijde bediening van de protestanten kan er geen sprake meer zijn. De kerkgebruiken van de Roomse kerk worden in ere hersteld. De leden van de rijksdag moeten eindelijk eens inzien dat de alternatieve godsdienst grote malheuren heeft aangebracht aan het land en dat dit in de toekomst onmogelijk moet worden. Er moet een nieuwe standaardreligie komen waarin katholieken en protestanten zich beiden kunnen in vinden. De rijksdag zelf zal hier en nu een nieuwe kerkvergadering in Trente samenroepen die dit keer voldoende maatregelen zal nemen die wel door iedereen zullen moeten worden gerespecteerd.

 

Door zich baas te maken van de kerk en zich de autoriteit toe te eigenen om een concilie bijeen te roepen, begeeft Karel zich natuurlijk op gevaarlijk terrein. Dat van de Romeinse geestelijken. In pauselijke kringen groeit de weerstand tegen zijn manier van doen. 'Het was ronduit gevaarlijk een heerszuchtige vorst te laten beschikken over zulk een geducht werktuig van hetwelk hij naar goeddunken zou kunnen gebruik maken om het pauselijk gezag te beperken of de bodem in te slaan.'

 

Als er al een nieuwe kerkvergadering komt, dan moet die zeker doorgaan in een stad die onderworpen is aan pauselijk rechtsgebied. De katholieke poppen zijn al aan het dansen geslagen. Trente lag in de Duitse invloedssfeer, de paus eist dat de vergadering zal doorgaan in Bologna. De keizer blijft pal achter Trente staan. De paus houdt voet bij stuk: Bologna of niets. De ruzie is compleet tot dat de pest uitbreekt in de regio van Trente en de heren wel niet anders kunnen dan hun afgevaardigden dan toch naar Italië te sturen. De Spaanse afgevaardigden weigeren van hun kant om naar Bologna te komen. Er is al een scheuring nog voor ze moeten beginnen aan het werk en zo blijven de ruzie en het ongenoegen verder hun trieste gang gaan.

 

'De zomer werd in vruchteloze onderhandelingen over dit onderwerp verspild, de ene bleef al halsstarriger weigeren dan de andere.' Tot de scheuring onherstelbaar wordt en de paus het besluit neemt om niet langer te luisteren naar ook maar één voorstel van de keizer. De aanleiding hiertoe is de samenzwering die Farnese bekokstooft tegen Karel en de daaropvolgende executie van de zoon van de paus met een keizer die dan nog Milaan met militaire kracht binnenvalt. Politieke stront aan de knikker dus, ik word er een beetje moedeloos van.

 

Paulus wil zich wreken. Liefst zo bloedig mogelijk. Van zijn gewone omzichtigheid of bezadigdheid is niet veel meer overgebleven. De wijze woorden van Jezus, als die al bestaan heeft, zijn ver weg. 'De paus was gereed om de wapens tegen de keizer op te vatten om zich aan de moordenaars van zijn zoon te wreken en om zijn erfgoed terug te pakken die met zo veel geweld ontnomen werd aan zijn familie.'

 

En bij wie gaat hij natuurlijk zijn beklag maken? Juist, bij de koning van Frankrijk. Maar 'de nieuwe Hendrik, ik noem hem voortaan op zijn Frans Henri II, was in die tijd met heel andere onderwerpen bezig. Welke profijten zou hij trouwens kunnen halen uit een verbintenis met een wrokkige paus van tachtig jaar in het bezit van een waggelende gezondheid.' Een verbond tegen Karel zou trouwens erg onverstandig zijn. Het lijkt wel alsof er een verstandige wind gaan waaien is boven Frankrijk.

 

De kerkvader moet dus zijn wraakgevoelens zelf opvreten. De rijksvergadering in Augsburg doet er nog een schepje bij door opnieuw Trente als thuisstad voor het concilie op te eisen. Het lijkt er ondertussen al op dat er nog leven zit bij de protestanten want het duurt toch even voor alle Duitse neuzen in dezelfde richting kijken. 'Nee nee', antwoordt Paulus en hij start de voorbereidingen voor zijn geval in Bologna. Ik bevind me op dit moment al in de januarimaand van 1548.

 

Karel ziet ook wel in dat de toestand hopeloos is. De man zal wel geen uil zijn. Een constructieve algemene kerkvergadering is zonder meer een utopie en dat 'terwijl Duitsland verscheurd werd. De zuiverheid van het geloof was bedorven en de gemoederen van het volk werden verontrust door een massa nieuwe gevoelens en geloofstwijfels die nog nooit voordien bij de christenen aanwezig waren geweest.'

 

Zelf orde op zaken stellen is zowat het enig alternatief voor oppervorst Karel. Hij zet enkele notoire godsdienstspecialisten aan het werk om dan maar een eigen leerstelsel op te stellen. Los van die eikels van Rome. De heren Pflug en Helding zijn van katholieke strekking terwijl Agricola een protestantse godgeleerde is. Ze staan alle drie bekend om hun vredelievende geest en hun geneigdheid om geschillen bij te leggen. Op 15 mei 1548 stelt Karel het nieuw leerstelsel voor tijdens een nieuwe rijksvergadering.

 

De nieuwe leer krijgt de naam 'Interim' mee en is een compromis waar iedereen zich zou kunnen in vinden, maar niemand dat zal doen. Als de protestanten de zeven sacramenten aanvaarden, dan mogen de protestantse priesters huwen en mogen de priesters van beide religies de communie uitreiken. In deze wereld van bullshit, kan die extra nonsens er naar mening eigenlijk ook wel bij.

 

De aartsbisschoppen en de keurvorsten van de rijksvergadering kijken naar die Interim als honden op een zieke koe. Ze danken de keizer voor zijn inzet en keuren het nieuw stelsel goed. Maar niemand gelooft er in. Het hele geval rammelt langs alle kanten en strookt helemaal niet met de bestaande regels en gebruiken van beide kerken. De keizer maakt zich klaar om Interim binnenkort te bekrachtigen als officiële standaard voor het hele land. Maar eigenlijk had de pauselijke entourage wel gelijk in zijn standpunt dat het gevaarlijk is om een monarch zijn zeg te laten doen over de godsdienst.

 

'Onmiddellijk na het scheiden van de rijksvergadering deed de keizer openlijk het Interim in de Hoogduitse en Latijnse taal afkondigen. De beide partijen voeren er even heftig tegen uit.' De protestanten noemen het een lamentabele en bedrieglijke dwaling, de pausgezinden verwierpen het omdat een aantal leerstukken in hun kerk op schandalige wijze werden verkracht. En Rome schreeuwt het uit en heeft het over de godvergeten stoutheid van de keizer. Zijn Interim is verdorie niet beter of slechter dan dat kerkgeval die Hendrik VIII in Engeland uit de grond gestampt heeft. Paulus zelf blijft op de vlakte: dit onding kan onmogelijk standhouden; 'het gebouw zal vanzelf instorten en voor altijd in de vergetelheid wegzinken!'

 

Hij krijgt gelijk. De tegenstand in Duitsland, keizer of geen keizer, is vrij algemeen. De meeste keurvorsten en de vrije steden weigeren Interim te introduceren. Karel reageert met harde hand en pikt de dissidentie niet. Er volgt een eerste ernstige verwittiging in de stad van Augsburg waar hij het bestuur overneemt van de lokale gilden en broederschappen. Alleen wie de eed aflegt om trouw te blijven aan Interim wordt er als magistraat toegelaten. De inwoners zijn er verbolgen over maar durven hun kwaadheid niet openlijk tonen. In Ulm gaat de keizer nog een stap verder: 'hij veranderde de regeringsvorm met gelijke dwang en liet de leraars die weigerden om te tekenen in ketenen wegvoeren.'

 

Een publieke opinie verander je niet, zelfs niet met geweld. De nieuwe leer is zonder meer heidens en blijft op algemeen verzet stuiten. Karel leeft in de veronderstelling dat hij de Duitsers klein heeft gekregen en vertrekt in september 1548 naar de Nederlanden met in zijn zog de nog altijd gevangen keurvorsten van Saksen en Hessen. Kwestie van even te tonen wie er de baas is en wat er gebeurt met hooggeplaatsten die zich durven te meten met de keizer. De belangrijkste Vlaamse steden mogen zijn bezoek verwachten. Ik kom mondjesmaat het doel van de rondreis te weten: Karel zal zijn eenentwintigjarige zoon en opvolger Filips voorstellen aan de bevolking.

 

Filips heeft Spanje in de goede hand van zijn neef Maximiliaan achtergelaten. Die laatste is de zoon van Karels broer Ferdinand die nota bene getrouwd is met Maria, de dochter van de keizer zelf. Neef en nicht, inteelt van de zuiverste soort aan het hof van Spanje. Filips arriveert in Brussel op 25 november 1548 en wordt als troonopvolger verwelkomd in al de steden van de Nederlanden waar hij met alle pracht en luister wordt binnengehaald. De tournee vindt plaats tijdens de aprilmaand van 1549.

 

'Het volk bleef niet in gebreke zijn persoon alle eerbied te betonen. Feesten, steekspelen en allerlei vertoningen werden dagelijks tot zijn eer gegeven met een ongemene kostbaarheid die handeldrijvende volkeren graag ten toon spreiden bij gelegenheden als deze en waarbij ze dan van hun gewone regels van spaarzaamheid afwijken.' Elke stad wil zich in deze 'battle for sympathy' blijkbaar profileren als de plaats die het meest overheeft voor de nieuwe prins.

 

Schrijver William Robertson weet blijkbaar al meer. De nieuwe sterke man zal geen gewone man zijn. Zijn verwittiging is meteen duidelijk: 'maar te midden van deze feesten en spelen liet Filips duidelijk de natuurlijke gestrengheid van zijn karakter zien. Ofschoon hij nog in zijn prille jeugd zat, had hij niets aangenaams in zich en hoewel het in zijn belang lag om zijn volk te behagen, toonde hij zich allesbehalve vriendelijk of spraakzaam. Bij alle gelegenheden hield hij zich trots en terughoudend.'

 

'De openlijke aversie tegenover de Vlamingen en de eenzijdige voorkeur voor de Spanjaarden die hem vergezelden, mishaagden de Vlamingen ten uiterste en gaf aanleiding tot deze afkeer die later een omwenteling in zijn staten zou veroorzaken die erg nadelig zou zijn voor de Spaanse monarchie.' Ik moet onbewust nog eens terugdenken aan de eerste Spanjaarden die in september 1496 zijn grootmoeder Johanna van Castilië vergezelden bij haar komst naar Vlaanderen waar ze voor de eerste keer zou kennis maken met zijn grootvader Filips de Schone.

 

Keizer Karel heeft in die periode in steeds ergere mate last van zijn jicht. De voorbije veldtocht aan de Elbe heeft hij meegemaakt van op een draagberrie. Zo erg is het gesteld met hem. Ik steek even mijn licht op in de geschiedenis. Zijn kwaal, bij ons soms de 'kozientjes' genoemd, associeer ik intuïtief met de inteelt bij zijn voorouders maar heeft toch vooral te maken met zijn meer dan gezonde eetlust en zijn voorkeur voor zaken die hem meer kwaad doen dan goed. Ansjovis en wild bijvoorbeeld jagen het gehalte van urinezuur in zijn lichaam steil omhoog. Net zoals de witte Rijnlandse wijn die hij drinkt bij sloten. De keizerlijke beker staat altijd droog. Bij elke maaltijd giet hij minstens één liter alcohol naar binnen. Met de jaren veranderen de keizerlijke handen in knobbelige, knoestige en vormeloze aanhangsels die inderdaad voor een ongelooflijke pijn moeten zorgen.

 

Tiende boek. 1549. 'Karel bleef onvermoeid de hardnekkigheid van de protestanten bestrijden maar zijn standvastigheid werd gedwarsboomd door de vijandigheid van de paus, welke dagelijks toenam.' De oude Paulus loopt er verbitterd bij en doet een aantal politieke bokkensprongen die hem de toorn opleveren van zijn eigen kleinzoon Octavio Farnese die het opneemt voor zijn schoonvader Karel. Het brengt de paus tot een staat van gramschap en wraakzucht die tot slot gebroken wordt door de dood van deze 82-jarige verachtelijke kerkvorst. Een gebeurtenis waar zo veel mededingers op gewacht hebben. Het conclaaf dat nu volgt, brengt al die kandidaten nu op de voorgrond.

 

Aanhangers van Frankrijk, de keizer, de Farneses strijden gedurende tien volle weken voor de macht en kiezen op het einde van de rit voor een compromis-kandidaat. Kardinaal Del Monte volgt Paulus III op als zijnde Julius III. Als dank voor zijn steun krijgt Octavio Farnese onmiddellijk het bezit van de regio van Parma. Het geschenk, met een strik van het Vaticaan, de heilige stoel die een gebied van zo veel waarde wegschenkt, doet de wenkbrauwen fronsen en dwingt algemeen respect af.

 

Het respect zal niet lang duren. Bij elke pausverkiezing hoort het recht om één pauselijke kardinaal te kiezen. Julius III kiest voor de 16-jarige Aap, ja juist geschreven, vermoedelijk een aangespoelde loverboy, die nu voortaan als kardinaal Innocentius verder door het leven zal gaan. De minachting en het afgrijzen voor deze beslissing neemt meteen alle vertrouwen weg in de nieuwe paus. Koren op de molen trouwens van de protestanten. De goddelijke waarheid bezoedeld door het opperhoofd van de christenen die de kerk daarmee absoluut onteert.

 

Julius III heeft aan werken en aan politiek duidelijk een broertje dood. Hij stort zich in zijn nieuwe verworven wereld van decadentie, welstand en verkwisting. Aan concilies, kerkrecht en conflicten in de kerk heeft hij een broertje dood. De initiatieven van Karel laten hem volkomen onverschillig en zo krijgt Karel dan toch zijn zin: de volgende kerkvergadering zal in Trente doorgaan.

 

Op 25 juni 1549 bekrachtigt de rijksdag van Augsburg nog een keer de versnelde invoering van Interim en erkennen de Duitse vorsten de rechtsgeldigheid van het komende concilie van Trente. Karel verschijnt er in gezelschap van zijn zoon. Veel keurvorsten vallen er niet te bespeuren. De zaal is gevuld met hun afgevaardigden. De Spaanse troepen die vader en zoon begeleiden, doen me wat denken aan de SA van Hitler. De protestantse afgevaardigden stemmen bedremmeld mee met de meerderheid. Alleen Maurits van Saksen komt voor de dag met alternatieve voorstellen die nu niet bepaald aansluiten met wat de keizer voor ogen houdt.

 

Maurits die het dank zij de keizer tot keurvorst van Saksen geschopt heeft, ondervindt dagelijks hoe moeilijk zijn onderdanen het hebben met de dictatuur van Karel en zijn Spaanse entourage. Ondanks zijn vertrouwelijke relatie met het hof, laat hij zich in eigen regio meer en meer kennen als de beschermer van de lokale vrijheden. Tezelfdertijd probeert hij de rechten van zowel de christenen als de protestanten te respecteren en te beschermen.

 

De man die de keizer in het zadel geholpen heeft, is nu de eerste vorst om tegen diezelfde man in het verzet te komen. Zijn schoonvader Johan-Frederik en de keurvorst van Hessen zitten nog altijd gevangen door zijn schuld, maar Karel had hem stellig beloofd dat hij beide voormalige landvorsten ongemoeid zou laten. De woordbreuk van de keizer heeft Maurits een imago van verrader gegeven en dat schoentje blijkt toch wel te gaan wringen. 'De schaamte van eerst bedrogen te zijn en naderhand zich met verontwaardiging behandeld te zien door een vorst die hij met zo veel ijver gediend had, maakte zulk een diepe indruk op Maurits dat hij met ongeduld op een gelegenheid wachtte om zich te wreken.'

 

Het komt er op aan om de keizer niet te vroeg te alarmeren en om ondertussen het vertrouwen van de protestanten te winnen. De invoering van Interim lijkt een prima gelegenheid om Karels positie in Saksen te verzwakken. Laat hem maar doen. Maurits verwijst handig naar het gewelddadig gedrag die de bevolking mag verwachten van de keizer bij het niet invoeren van de nieuwe leer en slaagt er in om Interim goedgekeurd te krijgen. Op enkele details na waar het volk voor verduidelijking vraagt. En natuurlijk een bonus voor Maurits, een bank vooruit bij keizer Karel. De nieuwe keurvorst van Saksen speelt hoog spel waarbij voor- en tegenstanders het best moeilijk zullen mee hebben.

 

De heimelijke oppositie komt aan de oppervlakte tijdens de bewuste rijksdag in Augsburg. Tot verbazing van de keizer, stelt Maurits van Saksen zich vragen rond de geldigheid van het geplande concilie in Trente. Het wantrouwen van Karel tegen zijn persoon groeit, hoewel de man zijn boodschap op een manier verbloemt zodat die niet aanstootgevend overkomt voor 'the emperor'.

 

Einde 1549 laat paus Julius weten dat de kerkvergadering voorzien is om te starten op 1 mei van 1551. Tijdens de maanden die het concilie voorafgaan blijft Karel zijn Interim verdedigen en opeisen. 'De keizer bedreigde al diegenen die tot hier toe verzuimd of geweigerd hadden om er zich er aan te hebben willen onderwerpen en hij dreigde met de verschrikkelijkste uitwerking van zijn wraak indien de ongehoorzamen zouden blijven volharden.'

 

In 1551 begint Karel zich in toenemende mate te bekommeren om een machtsoverdracht ten voordele van zijn zoon Filips. De grootste hinderpaal om Filips op de troon te plaatsen is natuurlijk zijn broer Ferdinand die hij in 1530 persoonlijk heeft aangesteld als Roomse koning. Broerlief heeft zelf een tros kinderen; vijftien om precies te zijn. Onder wie zes zonen. De oudste, Maximiliaan II, is al 24 jaar en 'tot manbare jaren opgewassen' zoals dat hier liederlijk neergeschreven staat.

 

Maximiliaan zal plaats moeten ruimen voor zijn neef Filips. Dat is de boodschap die Karel veil heeft voor zijn broer. Ferdinand die zijn broer, de keizer altijd door dik en dun gesteund heeft, weigert om in te gaan op deze eis. Hun zus Maria, de koningin van Hongarije wordt er bij geroepen. 'Door haar innemend en beminnelijk karakter had ze ongemeen veel vermogen op haar beide broers.' 'Kijk door de bril van het huis van Oostenrijk', zegt ze, maar hoe ze ook fleemt, Ferdinand blijft bij zijn standpunt dat zijn eigen kinderen hier voorrang moeten krijgen.

 

Keizer Karel heb ik leren kennen als een autoritaire zak die altijd en overal zijn gelijk wil krijgen. In deze belangrijke familiekwestie houdt hij eveneens voet bij stuk. Als ze er onderling niet uit raken, dan zal het kwestie zijn om de Duitse keurvorsten erbij te betrekken en hen één voor één te overhalen om te kiezen voor zijn zoon Filips als toekomstige opvolger van hun koning Ferdinand. De rijksdag van 1551 staat duidelijk in het teken van deze kwestie. Ik heb zo al mijn idee om de uitkomst te voorspellen. Waarom zouden de landvorsten in hemelsnaam hun opperhoofd volgen nu ze hier een ideale gelegenheid krijgen om een eitje met hem te pellen?

 

Het is al direct van dat. 'Zij voorzagen dat indien zij opnieuw een dergelijke dwaasheid begingen om de keizerlijke kroon als erfelijkheid in dezelfde familie te houden, ze aan de zoon gelegenheid zouden geven het stelsel van verdrukking te blijven vervolgen welke zijn vader begonnen was. Het kwam er op neer dat ze de rest van de Duitse staatsgesteldheid verder omver zouden werpen.' Net zoals dat in de Nederlanden het geval is, moeten ze hier in Duitsland evenmin weten over 'fils à papa' Filips.

 

'Philips karakter mishaagt de Duitsers' bloklettert Robertson in zijn boek. 'Het karakter van de jonge vorst, in wiens voordeel dit buitengewoon voorstel gedaan was, maakte de Duitsers onbehaaglijk. Filips toont zich onverzadigbaar in zijn begeerte naar macht en bezat niets van de kunst om zich de genegenheid van iemand te verwerven. Trots, achterdochtig en streng, vervreemdde hij zich van de oudste en ijverigste aanhangers van het Oostenrijks huis, en dat in plaats van nieuwe vrienden te maken. Hij verwaardigde zich niet eens om de taal van het volk te leren over het welk hij wenste te heersen. En gedurende zijn verblijf in Duitsland toonde hij niet de minste beleefdheid om zich te schikken naar de zeden en de gebruiken van het land.'

 

'De keurvorsten en de aanzienlijkste prinsen moesten in zijn aanwezigheid altijd hun hoofddeksels afzetten en de wijze waarop hij zich jegens hen gedroeg was zo trots en statig dat Karel zelf in al de luister van zijn macht en glorie zich er nooit zou durven van bediend hebben.'

 

Wat een hemelsbreed verschil toch met Ferdinand die sinds zijn aankomst in Duitsland alles aangewend had om aangenaam te zijn en om zich naar de lokale zeden te schikken. 'Zijn zoon Maximiliaan, hier geboren, bezat dezelfde beminnelijke hoedanigheden die hem de lieveling van zijn landgenoten maakten en wiens verkiezing zij voor zich als de wenselijke gebeurtenis beschouwden.' Beter Maximiliaan dan die woeste norsheid van Filips die niet eens de moeite deed om zijn volk te groeten. De weerstand bij de keurvorsten en bij de geestelijke wereld tegen de zoon van de keizer is vrijwel unaniem. Karel moet zijn plannen noodgedwongen laten varen, maar die blijven natuurlijk wel hangen in zijn agenda.

 

Het is diezelfde agenda die logischerwijze zorgt voor tweedracht binnen het huis van Oostenrijk. Waar Karel zich profileert als alleenheerser over het lappendeken van de Duitse deelstaten, probeert zijn broer Ferdinand met deze lokale landvorsten op een goed blaadje te staan. Maurits van Saksen, de voornaamste opstoker tegen Interim, komt zo ook terecht in het kamp van koning Ferdinand. Ik kan me de frustraties bij de keizer best inbeelden. Zoontje Filips wordt met de wind in de rug teruggestuurd naar Spanje waar hij zich ter beschikking moet houden moest er zich een nieuwe gelegenheid voordoen.

 

'Als mijn volk niets over heeft voor mij, dan ik ook niet voor mijn volk'. Ik vraag me af of er geen gevoelens van revanche rondtollen in de geest van de oppervorst. De inhoud van de tekst verraadt mijn veronderstelling toch wel een beetje: 'Hij meende dat hij nu al zijn tijd moest besteden aan het invoeren van een gelijkvormigheid van de godsdienst in het Duitse rijk, door alle twistende partijen te dwingen zich aan de uitspraken van het concilie van Trente te onderwerpen.'

 

Maar dat is echt dweilen met de kraan open voor mijn man. Onbegonnen werk is het. 'Zijn staten waren zo wijd uitgestrekt en verwarde hem in zo veel verschillende gebeurtenissen. Het was hem simpelweg niet mogelijk dit gevaarte te besturen. De minste onregelmatigheid bracht telkens een ganse beweging van wanorde met zich mee, het aantal onvoorziene toevallen brachten zoveel hinderpalen teweeg die de uitvoering van de godsdienst dwarsboomden.' en tot overmaat van ramp dreigt er weer een nieuwe oorlog in Milaan.

 

De zoveelste in de rij. Politiek, grondgebied, paus en Franse koning. Moet ik nog meer vertellen? Sommige dingen zullen nooit veranderen. Frankrijk en Engeland zoeken en realiseren een toenadering waardoor Henri II nu plots weer Franse voet op Italiaanse bodem probeert te zetten. De rest van de nieuwe oorlog hier kan me maar matig boeien en klasseer ik als volslagen vervelend. Die eindigt trouwens op een flop voor alle partijen.

 

De kerkvergadering van Trente ondervindt zeker moeilijkheden door deze nieuwe strijd, maar gaat toch verder zijn gang. De kerkelijke dictatuur van Karel houdt ondertussen aan. Enkele Augsburgse predikanten van protestantse strekking worden uit het rijk gezet omdat ze zijn bevelen negeren. Andere topfiguren worden afgezet en brutaal aangepakt. 'Het volk werd gedwongen de dienst van de Roomse priesters bij te wonen, pastoors die zij met afgrijzen voor afgodenbedienaars hielden en ten zeerste verfoeiden.'

 

'De keizer, na door deze gewelddadigheden duidelijker dan ooit van zijn doel om de Duitse staatsgesteltenis omver te werpen en de protestantse godsdienst uit te roeien, begaf zich naar Innsbruck in Tirol waar hij zich vestigde. Door zijn nabijheid van Trente was deze stad zeer geschikt om de verrichtingen van de kerkvergadering te volgen, om de oorlog met Frankrijk in de gaten te houden zonder hierbij zijn oog af te wenden van wat er in Duitsland kon voorvallen.'

 

In Magdeburg heeft hij naar verluidt nog wel wat werk aan de winkel. Het is ook in deze regio dat Maurits van Saksen weer van zich laat spreken wanneer hij zijn gewezen vriend de keizer het vuur aan de schenen legt door zijn militaire interventie in de regio. De belegering van Magdeburg sleept een heel jaar aan. De Duitsers kijken vol bewondering naar het lef van de stedelingen en naar het openlijk verzet van Maurits die er toch wel in slaagt om een soort vrije enclave te vormen in het grote keizerrijk. De druk van de protestanten op de onderhandelingen te Trente wordt door deze plaatselijke ontwikkelingen duidelijk opgevoerd, waarbij Maurits van Saksen zijn mannetjes de opdracht geeft om met de voeten van de katholieken te rammelen en de zaken opzettelijk te compliceren.

 

'De keizer werd te Innsbruck van alles wat er te Trente voorviel nauwkeurig verslag gedaan. De vorst, door een te sterke ijver of door een te groot zelfvertrouwen vervoerd, zocht de beide partijen te bevredigen maar vond zich gewikkeld in een doolhof van onoplosbare onderhandelingen. Al deze kuiperijen begunstigden ondertussen het oogmerk van Maurits en terwijl de keizer er al zijn energie aan verspilde en zijn aandacht over niets anders liet gaan, kon de keurvorst de laatste hand leggen aan zijn voorbereidingen van een actie die hij reeds lang aan het beramen was.'

 

De laatste passage heeft me nieuwsgierig gemaakt. William Robertson laat me even wachten. Hij wil het eerst nog eens hebben over de omwenteling in Hongarije die ook al in het voordeel van deze Maurits van Saksen aan het uitdraaien is. Ferdinand heeft er zijn handen meer dan vol met de Turken en de lokale agressie. Maurits beseft dat hij niet te veel moet rekenen op koning Ferdinand en zoekt bescherming bij de koning van Frankrijk die gretig van de geboden kans gebruik maakt om de keizer een loer te draaien.

 

Het doel van de Frans-Saksische alliantie wordt duidelijker met de dag: ze verbonden zich op 5 oktober 1551 om te beletten dat de oude regeringsvorm en de gebruikelijke wetten niet ondersteboven zouden worden gekeerd. 'Om deze beide oogmerken te bereiken, kwam men overeen dat de verbonden partijen op een zelfde tijdstip de oorlog aan de keizer zouden verklaren en dat geen van beiden zou ingaan op een verzoek tot enige wapenstilstand. En dat Maurits erkend zou worden als het hoofd van de Duitse bondgenoten, voorzien van een volstrekt gezag in al de krijgsverrichtingen.' Maurits zorgt voor de manschappen en Henri II voor de financiële middelen en voor een leger om aan te vallen aan de zijde van Lotharingen.

 

Maurits kijkt nu naar Engeland. 'Edward, kan je me helpen?' De minderjarige koning van Engeland heeft wel goesting om bij te springen maar wordt hiervan belet door zijn bokkig parlement dat weigert om enige Engelse medewerking aan dit project te verlenen. Enkele gezanten bieden zich met veel poeha aan in Innsbruck met de pertinente vraag tot vrijlating van de keurvorsten van Saksen en Hessen-Brandenburg. Het is duidelijk dat Maurits vertrouwen heeft bijgetankt nu hij kan beschikken over notoire Franse steun. Karel blijft bij zijn standpunt: beide mannen blijven in verzekerde hechtenis. Er komt nog meer lobbywerk bij te pas, maar de keizer blijft bij zijn mening; 'vertel maar aan Maurits dat ik mijn mening niet zal veranderen.'

 

Keizer Karel is ook niet van gisteren. Achter de façade van deze wollige diplomatie schuilt een nieuwe oorlog. Maurits probeert zijn opperleider gerust te stellen en de keizer durft Maurits niet te laten vallen als vertrouwenspersoon. Bij een conflict in Mecklenburg begint hij zich toch wel serieuze vragen te stellen over de integriteit van Maurits, maar daar blijft het vreemd genoeg bij.

 

'De campagne van de Fransen wordt ondertussen koortsachtig voorbereid en ook in Saksen is er al sprake van troepenbewegingen. Aan het keizerlijk hof van Innsbruck is iedereen er gerust in, daar houden ze zich bezig met de oppositie, met de kuiperijen van de paus in Trente en met de eisen van de protestantse godgeleerden om er alsnog toegelaten te mogen worden. 'Het is een haast achteloze gerustheid', staat er geschreven. In Karels glorietijd zou dat zeker niet waar geweest zijn.

 

Erg goed gaat het trouwens niet met zijn gezondheid. 'Hij werd met grotere hevigheid dan ooit door de jicht aangevallen en was, verzwakt zijnde, zelden in staat de natuurlijke kracht van zijn geest te oefenen of zich met zijn gewone vlijt en doordringendheid met zijn staatszaken bezig te houden.' Op Granvelle, de bisschop van Arras en zijn eerste minister, moet hij ook al niet te veel staat maken want die staat hier omschreven als de grootste 'totentrekker' van allemaal. Met een pretentie die reikt van Duitsland tot aan de maan, doet hij niet eens de moeite om de vele verontrustende berichten die Innsbruck bereiken door te spelen aan zijn staatshoofd.

 

De hertog van Alva is veel achterdochtiger ten opzichte van keurprins Maurits en roept Granvelle bij zich om hem hierover te interpelleren. 'Met hun dronken koppen zijn ze veel te dom om een oorlog te beramen', reageert die. Achter de schermen speelde Granvelle een zeer bedenkelijke rol en werd hij geregeld gebriefd door zijn spionnen aan het hof in Saksen. Ik schrijf de voorbije zin in de verleden tijd. Maurits had de spionnen betrapt en sindsdien chanteert hij hun opdrachtgever Granvelle en zet hij de man voortdurend op een vals spoor. Niet te verwonderen dat de eerste minister niet veel anders doet dan zijn keizer te paaien en gerust te stellen.

 

Hoe doortrapt en gehaaid deze Maurits wel is, lees ik meteen. Hij maakt een afspraak om naar Innsbruck op audiëntie te komen, excuseert zich op het allerlaatste moment, rept zich naar Thuringen waar hij zich aan het hoofd stelt van zijn leger van 25.000 man en er de aftrap van de oorlog geeft.

 

De campagne gaat vergezeld van een officiële publicatie waarbij hij zijn redenen kenbaar maakt: 'Om de protestantse godsdienst te beschermen welke met een dadelijke vernieling bedreigd werd. Om de regeringsvorm en de wetten in het keizerrijk te handhaven en Duitsland te behoeden voor de heerschappij van een willekeurige monarch. En uiteraard ook om de landgraven van Saksen en Hessen te verlossen uit hun ellendige en langdurige gevangenschap.' Met zijn manifest weet hij vrijwel heel Duitsland achter zich te krijgen, katholieken en protestanten, oud en jong. De tekst vertaalt de bitterheid en de hevigheid die er bij het volk heerst.

 

De koning van Frankrijk doet er nog een schepje bovenop. Hij zwaait met de oude verbintenissen tussen de Franse en Duitse volkeren die van dezelfde voorouders afstammen, de Franken uiteraard, en dat hij zijn Duitse vrienden wil verlossen uit de handen van deze dictatuur. Henri II stelt zich op als grote beschermer van de vrijheden van Duitsland en al zijn landvorsten.

 

De dubbelrol van Maurits is afgelopen. Hij moet zich nu met de wapens bewijzen en doet dat met bravoure. Een snelle optocht door heel Duitsland waar al de steden graag hun poorten openen en waar de afgevaardigden van keizer Karel afgezet worden. De oude magistraten keren terug, de protestantse leraars krijgen hun kerken terug. Op 1 april van 1552 ondergaat Augsburg hetzelfde lot. Van een verdediging is er eigenlijk amper sprake.

 

Karel moet in shock zijn. Hoe heeft hij het zo ver laten komen? De ene blunder na de andere heeft hij op zijn conto. Een deel van zijn Spaanse troepen vechten in Hongarije tegen de Turken. Anderen zitten in Italië. De bende oude Duitsers heeft hij moeten afdanken omdat hij ze niet meer wou of kon betalen en die werken nu voor Maurits. Zijn eigen garde in Innsbruck is amper in staat om zijn eigen veiligheid te garanderen.

 

'De keizerlijke schatkist was uitgeput. Het leger vervallen. Sedert enige tijd was hem geen geld uit de nieuwe wereld overgemaakt en hij had alle vertrouwen verloren bij de kooplieden van Genua en Venetië die, in weerwil van het verleidelijk aanbod van een buitensporige intrest, weigerden geld aan hem te lenen.' De grootste potentaat van zijn tijd zit in diepe shit. Er zit voor hem niets anders op dan te onderhandelen. Nee, rechtstreeks wil hij niet praten met deze Maurits en konsoorten. Broer Ferdinand zal de kolen uit het vuur moeten halen. Maurits, vol zelfvertrouwen gaat direct akkoord om te praten met Ferdinand. De onderhandelingen zullen doorgaan in het Oostenrijkse Linz. Hij laat het leger over in de handen van de hertog van Mecklenburg en reist naar de plaats van afspraak.

 

De aanval is ondertussen ook al op gang gekomen aan de grens met Lotharingen. De Franse koning houdt zich aan zijn woord en kan rimpelloos en zonder bloedvergieten de streek en de steden van Verdun en Metz innemen. Wat een schitterende aanwinst toch voor Frankrijk. Hij koekeloert al naar de Elzas waar hij hoopt op een vervolg van zijn veroveringen en extra grondgebied voor de natie.

 

Linz blijkt een maat voor niets en bovendien een ideaal schijnmanoeuvre om de Fransen vrijuit hun gang te laten gaan. Karel denkt er niet aan zich te onderwerpen aan de voorwaarden die Maurits er op tafel legt. Alles met goede en vredelievende bedoelingen voor zijn mensen, hij kan het voorwaar goed expliceren. Natuurlijk 'uiterlijke schijn' zoals Robertson het eveneens opmerkt tweehonderd jaar na datum. Tijd rekken, daar komt alles op neer. Op 26 mei 1552 zal er een nieuwe meeting komen. In Passau zal dan geprobeerd worden om een wapenstilstand te bekomen tot aan de 10de juni.

 

Op 9 mei stelt Maurits zich weer aan het bevel van zijn leger dat al gevorderd is tot op 380 km van Innsbruck. Ik krijg meteen een beter beeld van wat er zich aan het ontwikkelen is. Maurits heeft het plan opgevat om nog voor de 26ste binnen te vallen in het keizerlijk hoofdkwartier te Innsbruck. In de geplande wapenstilstand heeft hij geen zin, want hij heeft er niets bij te winnen. De voortgang van zijn leger is best indrukwekkend. Fiessen aan de grens met Tirol ondergaat een blitzkrieg-scenario en het meest kritieke punt ter hoogte van Ehrenberg wordt op listige manier ingepakt. Innsbruck ligt nu nog amper twee dagen verwijderd.

 

De ruiters moeten hier achterblijven. In de bergen kan Maurits niets met paarden aanvangen. De manschappen haasten zich richting Innsbruck, er is geen tijd te verliezen. Omdat zijn soldaten niet mochten deelnemen aan de plundering van het net veroverde Ehrenberg, slaan ze aan het muiten en het kost hun bevelhebber veel moeite om de gemoederen te kalmeren. 'Het was met grote moeite en gevaar en niet zonder tijdverlies dat Maurits deze opstand stilde en de soldaten overhaalde hem naar een stad te volgen waar ze een rijke buit zouden aantreffen welke hen rijkelijk voor al hun diensten zou belonen.'

 

Aan die vertraging heeft de keizer zijn veiligheid te danken. Hij wordt laat in de avond verwittigd van het naderend gevaar en slaat op de vlucht. Een haast apocalyptisch tafereel ontvouwt zich voor mijn ogen. 'Hij begaf zich terstond weg uit Innsbruck zonder op de duisternis te letten of zich te storen aan de bakken regen die uit de lucht vielen. En hoewel hij door de jicht zodanig verzwakt was, en dat hij geen andere beweging dan deze van een draagstoel kon uitstaan, reisde hij bij fakkellicht via de bijna ontoegankelijke wegen van de Alpen. Zijn hovelingen volgden hem met dezelfde spoed, sommigen te paard maar de meesten te voet en in de uiterste verwarring.'

 

In deze ellendige toestand, wat een verschil toch met de prachtige stoet die Karel vijf jaar geleden als veroveraar van Duitsland begeleid had, komt hij volledig uitgeput aan in Vilach. Tussen Innsbruck en aankomstplaats Vilach gaapt een onwaarschijnlijke afstand van 300 kilometer. Enkele uren na het overhaast vertrek van Karel arriveert Maurits. Op 23 mei 1552. Woedend omdat de vogel gaan vliegen is. Zijn mannen mogen nu naar hartenlust plunderen in de bezittingen van de opperheer en die van zijn ministers terwijl Maurits direct vertrekt richting Passau waar hij binnen drie dagen zijn nieuwe afspraak heeft met Ferdinand.

 

Voor zijn vlucht heeft Karel beslist om de oude keurvorst van Saksen die hij nu al vijf jaar gevangen houdt, op vrije voeten te stellen. Misschien kan hij zo voor wat verwarring zorgen in de discussie wie nu de echte keurvorst van Saksen zal zijn. De oude man siddert bij de idee om in de handen van zijn bloedverwanten te vallen en kiest ervoor om samen met Karel weg te vluchten en eerst eens te zien wat er zal gebeuren tijdens de onderhandelingen in Passau.

 

De deelnemers aan de kerkvergadering te Trente reageren geschrokken op de gebeurtenissen in Innsbruck. De Duitse prelaten vertrekken direct naar huis om er hun eigen staten in veiligheid te brengen. Dat gedrocht van een concilie wordt uitgesteld voor een periode van twee jaar tot dat de vrede in Europa weer zal hersteld zijn. Ik kom te weten dat de volgende bijeenkomst er pas zal komen in 1562 wanneer er al lang geen sprake meer zal zijn van keizer Karel en de zijnen. Tijdens al die jaren van vergaderen in Trente hebben de menselijke hartstochten en slechte karakters de hoofdrollen gespeeld. Van de eenvoud van het hart, de zuiverheid van de zeden en de liefde voor waarheid was niet te bespeuren. Laat staan dat elke mens voor zichzelf zou kunnen kiezen op welke manier hij God graag zou willen zien.

 

De Fransen staan ondertussen al in Straatsburg. Wat een idioten toch die Duitsers. Terwijl ze vechten en onderhandelen in het zuiden, zetten ze hun achterdeur wagenwijd open in het westen. De geschiedenis zal er nog een vette kluif aan hebben. 'Henri II hoopte zich van Straatsburg meester te maken en zich een veilige overtocht over de Rijn en een doorbraak tot in het hart van Duitsland te verzekeren.' De bewoners hier laten zich niet vangen zoals de burgers van Metz. De poorten blijven gesloten, ze zullen zich met hand en tand verdedigen tegen een inname van de Franse soldaten die ondertussen overdreven agressief te werk gaan in de buitengebieden van de stad.

 

Enkele lokale keurvorsten roepen Henri II op tot rust. Het was de bedoeling dat hij de verlosser zou zijn van Duitsland en niet de verdrukker ervan. Dat krijg je ervan als je een nest muizen loslaat in een kaaswinkel. Gelukkig beginnen de Fransen wat moeilijkheden te ondervinden met de ravitaillering van hun troepen en dat stokt zonder twijfel hun plannen om Straatsburg lange tijd in de tang te nemen. De zus van Karel mengt zich ook in de problematische situatie van haar broer. Maria, koningin van Hongarije en landvoogdes van de Nederlanden stuurt een leger in de richting van de Champagne onder leiding van Maarten van Rossem en dwingt de Fransen tot een algemene terugtrekking der manschappen.

 

Naast het leger van Maurits is er ook een afzonderlijke divisie onder leiding van Albert van Brandenburg. Achtduizend huurlingen die meer meestappen uit een zucht tot plunderen dan in de hoop om hiervoor een soldij te ontvangen. Een groep gespuis. Een zootje wanhopige gelukzoekers. De bende ongeregeld laat een spoor van vernieling achter in Opper-Duitsland, de regio van Neuremberg en Ulm, in het zuidoosten bij München. Die baldadigheden onder de noemer van het vrij protestantisme wekken natuurlijk grote weerstand op bij de pausgezinde kerkelijken. Maurits ziet het niet graag gebeuren. Op het moment dat hij de Duitsers als één man achter zich heeft gekregen, scheurt het land zich weer in twee door de stommiteiten van zijn medestander. Albert weigert echter in te binden.

 

In Beieren mogen de inwoners weer hun vertrouwde Lutherse leer in gebruik nemen. Op 26 mei ontmoeten Ferdinand en Maurits elkaar te Passau. Met in hun kielzog de voornaamste bisschoppen en keurvorsten. De drie eisen van Maurits komen er uiteraard op tafel. Ik vertel er nog bij dat Albert van Brandenburg zich niet stoort aan de tijdelijke wapenstilstand en zijn leger ongestoord verder aan het woekeren is. De burgeroorlog loert om het hoekje. 'Verscheidene staten van het keizerrijk voelden reeds de vernielende woede van Alberts wapens, anderen vreesden ervoor en allen verlangden naar een vergelijk tussen de keizer en Maurits, waardoor ze zouden bevrijd worden van die verschrikkelijke plaag.'

 

Aan de andere kant is er natuurlijk de frustrerende onmacht van de keizer. 'Zijn schatkist was uitgeput, zijn oude troepen waren verspreid of afgedankt. De vorsten van Duitsland wantrouwden hem en dan is er nog die nieuwe jonge koning van Frankrijk die hem zure oprispingen bezorgt. En tot overmaat van alle rampen blijken de Turken zich ook weer te roeren in het zuiden en het oosten.

 

Na de gesprekken met Maurits, haast Ferdinand zich naar Vilach om de toestand te bespreken met zijn broer. Ook hij verlangt naar vrede. Maar het Duitsland waar hij per slot van rekening nog altijd de koning van is, mag niet langer op die mate gedomineerd worden door de wil van de keizer. Die mag best een toontje lager zingen. Of beter; het land aan zijn zorgen toevertrouwen. Zijn relatie met de keurvorsten is best oké. 'Hij was daarom zeer geneigd om zo veel mogelijk het keizerlijk gezag te beperken door zichzelf te verzekeren van de lokale macht.'

 

Veel tijd is er niet te verliezen. 100.000 Turken staan aan de grens van Hongarije te drummen om er binnen te vallen. De interne oorlog in Duitsland moet absoluut ophouden en iedereen moet geld en middelen samen brengen om dat immens gevaar aan de grenzen te bezweren. Maurits heeft ondertussen al zijn steun aangeboden aan Ferdinand. Keizer Karel zwicht voorlopig niet. Koppig is hij wel. Vooral de kwestie van het geloof ligt erg gevoelig. Als verdediger van het katholicisme in Europa kan hij toch onmogelijk het protestantisme carte blanche geven? En daarbij komt hij nog met extra eisen tot schadevergoeding voor de geleden schade door de troepen van Albert van Brandenburg.

 

Een geste van Ferdinand trekt Karel over de streep. Ferdinand wil wat water in de wijn doen. En als nu ook Maurits dat zou willen doen, zijn er misschien mogelijkheden voor een vergelijk. Er gaan natuurlijk weken over hetgeen ik hier op enkele regels neerschrijf. De keizer is natuurlijk de hele tijd bezig met het herstellen van zijn verloren positie van Innsbruck en timmert onverdroten verder aan een nieuwe krijgsmacht. Maurits beseft natuurlijk dat zijn gewonnen positie slechts een kwestie van tijd is. En dan is er nog de interne oppositie van Albert van Brandenburg en de op til zijnde vrijlating van de oude keurvorst van Saksen.

 

Op 9 augustus wordt er een vredesverdrag ondertekend. Het verdrag van Passau. De wapens worden neergelegd, de legers ontbonden, de oude keurvorst komt nu helemaal vrij en wordt overgebracht naar zijn kasteel aan de Rijn. Er zal binnen de zes maanden een rijksdag georganiseerd worden die zal beslissen over de geschillen van het geloof. Nog maar eens. De keurvorsten zullen hier in alle onafhankelijkheid beslissen zonder druk of inmenging van Karel of van andere vorsten. De Augsburgse geloofsbelijdenis moet worden toegestaan en geweld tegen de protestanten is niet langer getolereerd. Ik vertel er ook nog bij dat Albert van Brandenburg betrokken is bij de vrede. Op 12 augustus van 1552 worden zijn nietsnutten van hun opdracht ontslagen.

 

Met dit verdrag ziet Karel al zijn werk van de voorbije tientallen jaren in één pennentrek vernietigd. Gedaan met de bescherming van de kerk en met de erfelijkheid van de keizerlijke titel voor zijn nageslacht. Maurits van Saksen komt er schitterend uit. De pluim van de grote omwenteling in Duitsland kan hij op zijn hoed steken. Frankrijk wordt amper genoemd in het verdrag. Henri's veroveringen in Lotharingen moeten maar voldoende zijn.

 

Ik kom direct terecht in het elfde boek van de 'History of the Reign of the Emperor Charles V'. Maurits rukt met 20.000 man naar Hongarije in navolging van zijn afspraak met Ferdinand. Zijn campagne draait uit op een flop. De overmacht van de Turken en de muiterij onder zijn eigen soldaten en bij de andere Duitse en Spaanse manschappen is er te veel aan. De Spaanse commandant Castaldo die het opperbevel moest afstaan aan Maurits ziet het met het nodige leedvermaak aan.

 

In eigen land blijft het labiel en onrustig. De revolutie is helemaal niet afgelopen. Maria van Hongarije ziet zich weer verplicht om in te grijpen. Haar broer Karel is ondertussen in alle staten met het verlies van Metz en Verdun aan Frankrijk en maakt al direct aanstalten op een nieuwe oorlog om het verloren gebied terug te winnen. De regio is strategisch van groot belang, Duitsland kan het zich niet veroorloven deze belangrijke grensregio te ontberen in de verdediging van zijn grenzen.

 

De keizer verlaat zijn schamele verblijfplaats en verhuist naar Augsburg waar hij zijn intrede doet van een aanzienlijke bende Duitse, Italiaanse en Spaanse soldaten. Het lijkt er op dat zijn omvangrijk leger zich naar Hongarije zal begeven. De Fransen denken hetzelfde en dat is precies wat Karel wil. Henri II vertrouwt het zaakje niet en drijft de verdediging van zijn nieuw veroverde gebieden op onder leiding van de te duchten hertog François van Lotharingen. De Franse adel, de prinsen van den bloede, reppen zich naar Metz, en hopen zich voor hun koning te onderscheiden met hun dapperheid en moed.

 

Ze vinden in en rond Metz een moeilijk te verdedigen bastion. 'De stad was van een wijde omtrek, met grote voorsteden, zwakke muren en onbewald. De grachten waren nauw, de oude torens welke tot bolwerken dienden te ver van elkaar gelegen om de muren te bestrijken die hen van elkaar scheidden.' De hele buitenomgeving moet plat gaan voor François, zelfs kloosters en kerken mogen niet gespaard worden.

 

Het verslag van de voorbereidingen in beide kampen biedt een mooi beeld van wat oorlog in die tijden echt betekent voor de mensen. Ik begin met de verdediging van de Fransen. 'De hertog vulde de magazijnen met krijgs- en mondbehoeften, stak de molens in brand en vernielde al het koren en het gras, verscheidene mijlen rondom de stad.' 'De keizer bleef zijn tocht naar Metz verderzetten. Door de steden aan de Rijn heen trekkend, zag hij de ijselijke vernieling die de losbandige troepen van Albert er hadden aangericht. Diezelfde Albert trok weer al eens aan het hoofd van 20.000 man naar Lotharingen alsof hij zich bij de koning van Frankrijk zou voegen.'

 

Het leger van Albert van Brandenburg kan in elk geval geen rechtstreekse confrontatie riskeren met dat van de keizer. Hoe mijn man het op dergelijke korte tijd bekokstoofd heeft blijft ook voor mij onduidelijk maar mijn schrijver is duidelijk: 'de keizerlijke troepen bestonden uit minstens 60.000 man en was een van de talrijkste en best uitgeruste legers die er deze eeuw te zien waren geweest bij de christelijke prinsen.' Opperbevelhebber is de hertog van Alva die bijgestaan wordt door een elite van ervaren Spaanse en Italiaanse veldheren.

 

Alva wijst op het risico van nu nog aan de belegering van Metz te beginnen. Het is al oktober, niet bepaald een tijdstip om een oorlog op te starten zo vlak voor de wintertijd. Karel wil van geen uitstel weten. 'Begin er maar aan', we kennen ondertussen zijn legendarische stijfkoppigheid. 'Zo haast de hertog van Alva voor Metz verscheen, deed een aanzienlijke bende der Franse bezetting een hevige uitval op zijn voorhoede die hij in verwarring bracht, dodende en makende een aanzienlijk getal manschappen krijgsgevangen. De plaats echter werd volledig ingesloten, de loopgraven werden geopend en al de arbeid werd begonnen.'

 

En Albert van Brandenburg? Voor welke partij zal hij nu kiezen? 'Elk deed zijn best om deze vorst te winnen die zich in de nabuurschap bleef ophouden, met de besluiteloosheid van een man die niet wist wat te doen en gedreven door tegenstrijdige gevoelens en belangen.' De Fransen schermen met zeer voordelige aanbiedingen, de keizer moet er echter niet voor onder doen. Albert kiest uiteindelijk partij voor Karel die al meteen zijn entree viert met een lokale overwinning. Karel veegt meteen de spons over Alberts baldadigheden uit het verleden en bevestigt hem in het bezit van de landen die hij gedurende de oorlog zo gewelddadig ingenomen had.

 

Er volgen weken van zware gevechten. De tegenstand van de Fransen is opmerkelijk, de keizerlijke troepen boeken amper progressie. Karel die zich al een tijd in Thionville bevond na hevige jichtaanvallen, is vergramd om de hardnekkige tegenstand van Henri II en laat zich in een rosbaar, een soort van draagstoel tussen twee paarden in, overbrengen naar het slagveld. Kwestie van zijn mannen aan te moedigen. Veel soelaas brengt zijn komst echter niet voor zijn zwoegende en lijdende soldaten.

 

De oorlog in close-up. Het lijkt er op dat de sneeuw en de ontberingen de oude teksten doen klappertanden van de kou. 'Maar door het ruwe winterweer werd het legerveld beurtelings door de regen overstroomd en door de sneeuw overdekt. De levensmiddelen waren ongemeen schaars geworden. De ziekten begonnen te heersen onder de soldaten, voornamelijk onder de Italianen en de Spanjaarden die zulk ruw weer niet gewoon waren. Veel onder hen stierven en de meesten raakten buiten staat om nog verder te dienen.'

 

'Aanvallen en bressen slaan'. Karel is onverbiddelijk. En die bressen lijken er stilaan te komen. Maar zijn militaire staf is het er niet mee eens. Het zou onvoorzichtig zijn om een verdere doorbraak te wagen met zijn afgematte en moedeloze troepen en met aan de overzijde de elite van de Franse adel. 'De keizer die de moedeloosheid van zijn troepen bemerkte, keerde schielijk naar zijn tent terug en klaagde over het verraad van zijn soldaten die niet langer de naam van echte mannen verdienden.'

 

In deze omstandigheden zal hij er nooit in slagen om Metz in te nemen. In plaats van een frontale aanval, kiest hij nu voor het aanleggen van ondergrondse tunnels. Van terugplooien kan geen sprake zijn. Ondertussen blijft het maar regenen en sneeuwen en lijden zijn manschappen ongelooflijke ongemakken. 'Hij zag daarenboven nog zijn troepen ten prooi aan een besmettelijke ziekte waardoor dagelijks een groot getal veldheren en soldaten weggerukt werden. Om die redenen besloot hij eindelijk het oor te lenen aan de ernstige betogen van zijn legerhoofden die hem smeekten het overschot van zijn leger door een spoedige aftocht te sparen.'

 

Het beleg van Metz is aan zijn 56ste dag bezig als Karel op 26 december de opdracht geven om de aanval te staken. De waanzin van de oorlog vertaalt zich in de harde realiteit dat er tijdens die twee maanden 30.000 mensen gesneuveld zijn. Deels door ziekte en ongemakken en de rest door het zwaard van de vijand. Er kleeft nu toch al wel heel veel bloed aan het eerstencommuniezieltje van mijn keizer die ik voortaan best mag catalogeren als oorlogsmisdadiger.

 

De aftocht zelf gebeurt in de grootste wanorde waardoor de Fransen de rest van het miserabele leger zouden kunnen afmaken. 'Maar toen de Fransen de stad uittrokken om de vijand te belemmeren, veranderde hun woede eensklaps in gevoelens van mededogen op het zicht van een allerverschrikkelijkste vertoning. De legerplaats van de keizer lag vol met zieken en gekwetsten, van doden en stervenden. De wegen waren bezaaid met ongelukkigen die, terwijl ze poogden te ontvluchten onderweg uit zwakheid neervielen en bij gebrek aan hulp vergingen. Ze ontvingen van hun vijanden een vriendelijkere bijstand dan hun vrienden vermogend waren hen te bewijzen.'

 

Ik vervolg mijn macabere weg langs de ellenlange sliert lijdende soldaten. 'De Franse hertog De Guise gaf terstond bevel om levensmiddelen aan te brengen voor hen die van honger lagen te sterven. Hij belastte de wondhelers voor zieken en gekwetsten zorg te dragen. Enkelen van die laatsten werden naar de omliggende dorpen gebracht en anderen die niet konden vervoerd worden, werden in de gasthuizen van de stad opgevangen. Naarmate zij herstelden zond hij hen naar huis, beschermd door soldaten en met geld in de zakken om hun reiskosten te kunnen betalen. Deze daad van menslievendheid was bijzonder zeldzaam in deze eeuw wanneer de oorlog nog met woede en wreedheid werd gevoerd.'

 

1552 is voor keizer Karel een rampjaar geweest. Tot overmaat van ramp heeft hij nog extra gebieden in Italië moeten afstaan aan zijn schuldeisers. Zo bijvoorbeeld de schitterende stad Siëna waar dan nog eens een opstand uitbreekt. En verderop in het zuiden landen de Turken nog eens in het koninkrijk van Napels. In het Franse kamp heerst euforie. Karel laat Metz achter zich en reist naar de Nederlanden, verlaten door dame Fortuna die hem de rug heeft toegekeerd en gefolterd door hevige jichtpijnen die 'de kracht van zijn gesteltenis gebroken hadden.' Hij is nog amper in staat om te denken en om zich te onderhouden met de dagelijkse staatszaken.

 

'Indien hij echter bij tussenpozen enige verlichting voelde, dacht hij aan niets anders dan om zich te wreken. En om zich met niets anders bezig te houden dan middelen te beramen om Frankrijk te vernederen en de smet uit te wissen die nu rustte op zijn verloren roem en luister. De zaken in Duitsland interesseren hem niet langer. 'De haat tegen Frankrijk was de voornaamste hartstocht die hem beheerste.' In Duitsland gaat het ondertussen van kwaad naar erger. Albert van Brandenburg zaait er grote verdeeldheid na zijn deal met de keizer. Hij werft massaal de afgedankte troepen van de keizer aan en terroriseert er het land mee. Het komt tot een open oorlog tussen Maurits en Albert. Op 9 juli, na maanden van ellende, draait de tweestrijd uit op een overwinning van Maurits van Saksen die zelf sneuvelt. Albert zelf gaat nog verder met oorlogen maar wordt na een tweede veldslag op 12 september 1553 dan toch uit Duitsland verdreven.

 

De dood van Maurits van Saksen zal ook zo zijn gevolgen hebben voor de Nederlanden. Maurits' enige dochter zal later trouwen met Willem, de prins van Oranje met wie ze een zoon zal krijgen met dezelfde strategische en doordrijverscapaciteiten als wijlen zijn grootvader. Ik keer terug naar de realiteit van het najaar van 1553 waar er in het hertogdom van Saksen natuurlijk een zware strijd voor de opvolging van de overleden keurvorst losbreekt. Zijn broer Augustus en zijn afstammelingen zullen het pleit in hun voordeel beslechten.

 

De kop in de linkerkolom liegt er niet om: 'Vijandelijkheden in de Nederlanden.' De oorlog met Frankrijk kent zijn vervolg op Vlaamse bodem. 'De keizer, ongeduldig om de hoon te wreken welke hij voor Metz geleden had, bracht al vroeg een leger te velde en sloeg het neder voor Terwaan.' De oude stad heeft nog altijd haar strategisch belang voor de Fransen, 'één van de twee hoofdkussens waarop de koning kan rusten', heeft François I ooit gezegd over deze mythische plek. Terwaan ligt er in tegenspraak tot haar aura echter vrij slecht verdedigd bij, de vestingen laten er te wensen over.

 

Henri II, koning van Frankrijk, blijft er rustig bij. Zijn adel zal wel weer een kopie produceren zoals in Metz. Zijn veldheer Esse wordt echter in de junimaand van 1553 doodgeschoten en Karels troepen nemen de stad stormenderhand in. De Fransen mogen voortaan hun oorkussen vergeten. Ik heb het al zo vaak gehad over godsdienst in deze kroniek. Wel, wat Karel nu uitspookt, mag ik zeker als een grove doodzonde bestempelen. De eeuwenoude bisschopsstad en uitzonderlijk Vlaams erfgoed, wordt brutaal afgebroken: 'om te voorkomen dat de stad niet door de Fransen zou heroverd worden, gaf Karel bevel om niet alleen de vestingswerken, maar ook de hele stad tot aan de grond toe te slechten en de inwoners in de omliggende steden te verspreiden.'

 

Na de val en de vernietiging van Terwaan, wordt Hesdin veroverd en daarna toevertrouwd aan de goede zorgen van Emanuel Filibert van Savoye, de vorst van Piëmonte en blijkbaar een erg bekwame veldheer. Het verlies van beide steden en de krijgsgevangenschap van heel wat notoire Fransen betekent een domper voor de Franse koning. Henri II heeft de veerkracht van zijn opponent ferm onderschat. Een blunder, de koning zou zichzelf voor het hoofd kunnen slaan van zelfverwijt. 'Om echter alles te herstellen, bracht hij spoedig een talrijk leger op de been met hetwelk hij naar de Nederlanden toog.'

 

'Op de nadering van een zo geduchte vijand verliet Karel Brussel, waar hij zeven maanden opgesloten was geweest, zodat het gerucht van zijn dood zich al over verscheidene streken van Europa verspreid had. Niettegenstaande hij door de jicht zo zeer verzwakt was dat hij nauwelijks de beweging van de rosbaar kon dulden, spoedde hij zich om bij zijn leger te zijn.' Zowat heel Europa kijkt argwanend toe hoe deze slag tussen de twee onverzoenbare vijanden zal aflopen. De keizer blijft voorzichtig, hij lijkt zijn lesje wel geleerd te hebben. De geweldige herfstregens zorgen er voor dat zijn leger zich onverrichter zake moet terugtrekken.

 

De opbouw van het keizerlijk leger in Vlaanderen gaat ten koste van de krijgsmacht die nog altijd aan het vechten is in Italië en er ginder op hun donder krijgen van de Fransen en de Turken. In Oostenrijk gaat het al even slecht. 'De troepen van Ferdinand hadden al maanden geen betaling ontvangen en leefden er naar goeddunken op de rug van de landzaat. Hun baldadigheden en roofzucht stoorden iedereen en vervreemdden de natie van de nieuwe oppervorst. Het spel eindigt hier met de realiteit dat Ferdinand zijn schup moet afkuisen en zich weer mag gaan concentreren op zijn zaken in Duitsland. Ondertussen kan ik ook al spreken van jaren van kommer en kwel aan het Turkse hof waar de 'hitte van de streek de hartstochten ten top heeft doen stijgen en gezorgd heeft voor de nodige treurige tonelen en daaropvolgende rampzalige gevolgen.'

 

Engeland verschijnt weer op het toneel. Karel is zoals gewoonlijk altijd op zijn qui-vive om leden van zijn familie uit te huwelijken en de strategische positie van zijn nageslacht hiermee te versterken. Edward VI, al zes jaar koning van Engeland, sterft op 6 juli 1553. Zijn dochter Mary Tudor erft de Engelse troon. Met haar achtendertig jaar een prima occasie voor zijn zoon Filips (27), maar die heeft er geen bek op.

 

'Karel nam dan maar het besluit om ondanks zijn eigen jaren en zijn vele zwakheden zichzelf aan te bieden als echtgenoot voor zijn nicht Maria.' Zijn oudste zoon moet het voorstel van zijn vader vermoedelijk te belachelijk voor woorden vinden en stemt dan toch in om zelf met die Mary te trouwen. Voor haar uiterlijk moet hij het alleszins niet doen als ik het zo allemaal lees. Ziehier het verslag uit de 'Dag Allemaal' van 1761: 'Maar hoewel Maria zo vele jaren telde en ontbloot was van alle persoonlijke bevalligheden en zedelijke hoedanigheden welke anders genegenheid of achting inboezemen, gaf Filips zonder bedenken zijn toestemming tot het huwelijk dat door zijn vader werd voorgesteld.'

 

Ik krijg heel wat interessante randinformatie. De deal was al beklonken nog voor de dood van Edward. De Engelse bevolking is er niet gelukkig mee. Mary des te meer. Ze wordt de echtgenote van de grootste monarch van Europa en zal zich verenigen met de familie van haar moeder. De alternatieve godsdienst speelt wel zijn rol als spelbreker. Filips staat bekend als een bestrijder van de protestantse kerk en bestrijdt die naar verluidt met 'een bloeddorstige ijver die de aanhangers van de Engelse hervormers doet gruwelen.'

 

'De Castiliaanse trotsheid en statigheid behaagden vooral niet aan de Engelsen. Ze konden het denkbeeld niet dulden van een vreemde vorst toe te laten bij hun vergaderingen. Ze vreesden dat Filips haar onderdanen van geld en vreemde troepen zou voorzien.' De Spanjaarden verzetten zich dus met hand en tand tegen dit huwelijk van hun koning. En toch dringt Mary aan op een huwelijk. De onderhandelingen verlopen vooral aan het keizerlijk hof. De voorwaarden en de artikelen van een verdrag worden maandenlang besproken.

 

Van een huwelijk zou ik eigenlijk niet mogen spreken. Eerder van een huwelijksregeling, een combine, een zakelijke transactie die toch wel van groot belang is voor alle betrokken partijen en hun nageslachten. Filips zal de titel mogen voeren van koning van Engeland, maar Mary zal wel de broek dragen en het bewind voeren in eigen land. Hun kinderen zullen niet alleen de troon van Engeland erven maar ook die van Bourgondië en van de Nederlanden. Filips heeft al een zoon uit een eerste huwelijk. Karel. Als die kinderen krijgt, dan zullen die voorrang hebben op de Spaanse troon en van de rest van de keizerlijke staten. Als Karel kinderloos blijft, zullen ook de kinderen van Mary en Filips deze landen erven. Dat is het zowat in een notendop. Ik vertel er voor de volledigheid nog bij dat Engeland buiten de oorlog tussen Spanje en Frankrijk gehouden zal worden.

 

In Engeland zijn de mensen er niet gerust in. Het imago van de keizer pleit zeker niet in zijn voordeel. De oppositie tegen het huwelijk wordt aangevuurd door ridder Thomas Wyat die de massa mobiliseert in een mars op Londen. De entourage van de koningin kan de lont uit het kruitvat halen en neemt Wyat gevangen. Mary Tudor blijkt een vrouw met ballen te zijn. Niets zal deze alliantie in de weg staan. De bruiloft zelf is natuurlijke een grootse bedoening. Filips kan natuurlijk niet verstoppen dat hij een stijve hark is. Hij doet toch zijn best om de Engelse edelen te charmeren en te behagen en dat is beduidend meer dan zijn lompe aanpak van de Duitsers twee jaar geleden. Zijn vader is er niet helemaal gerust in en houdt 12.000 mannen klaar langs de Vlaamse kust om in geval van nood de oversteek naar Engeland te kunnen maken.

 

Mary is Roomsgezind en dat laat zich onmiddellijk opmerken van bij het begin van haar regering. De protestantse leer wordt helemaal niet getolereerd. De oude wetten van haar vader ten voordele van de hervorming worden ongedaan gemaakt. De protestantse priesters worden verdreven en de Roomse erediensten worden overal in ere hersteld. Rome vergeeft de misstappen die Engeland in het verleden heeft begaan en bedekt ze met de mantel van de katholieke liefde af wat daar tenminste moet voor doorgaan.

 

Het is Mary duidelijk menens. Ze stelt zich bijzonder categoriek op. Haar volk moet net zo diepgelovig zijn als zijzelf en daar zal op worden toegezien. 'Er werden zekere lieden aangesteld om op de ketterij te letten en wat men nooit eerder in Engeland gezien had, werden deze lieden met een macht bekleed die nog geduchter was dan deze van de inquisitie.' De protestantse predikers gaan hardnekkig verder met de verspreiding van hun overtuiging en bekopen hun dweperij met afgrijselijke straffen en met een nooit geziene barbaarsheid. De bevolking ziet met de grootste schrik toe hoe hun priesters nu als de afschuwelijkste booswichten worden gemarteld en gedood.'

 

Veel respect oogst de koningin niet met haar doortastende maatregelen. De predikers worden martelaars, Mary publieke vijand nummer één. De koningin met zoveel bloed aan haar handen zal blijven voortleven tot in onze tijd. Wie kent er niet de 'Bloody Mary, een agressieve roodgekleurde cocktail, de bloeddoorlopen tabasco pitbull kater-remedie voor de fuifnummers onder ons? Het moet in elke betekenis van het woord een wreed vrouwmens geweest zijn. Terwijl de rechters in 1554 handen te kort komen om veroordelingen uit te spreken, verwittigen de bekwaamste staatsmannen hun koningin ervan hoe onvoorzichtig en gevaarlijk het is om haar volk te vergrammen. Haar echtgenoot blijft de hele tijd buiten beeld en laat zijn madame maar verder aanmodderen.

 

In Frankrijk heerst er uiteraard grote ongerustheid. Het intens lobbywerk tegen het huwelijk heeft geen resultaat opgeleverd. Met deze transactie heeft de keizer nog meer de Europese touwtjes in handen. Hoe lang zal het trouwens duren vooraleer Engeland zich zal moeien in een oorlog tegen de Fransen? Een snelle afwikkeling van de oorlog in de Nederlanden en in Italië lijkt aangewezen. 'Henri II stelde alles in het werk om vroegtijdig een talrijk leger op de grenzen der Nederlanden te verzamelen. En terwijl hij een gedeelte van zijn manschappen gebruikte om het open land van Artesië te verwoesten, rukte de rest onder het bevel van aanvoerder Montmorency door het bos van de Ardennen naar de provincies van Luik en Henegouwen.

 

Bouvines en Dinant vallen in Franse handen. Artesië is nu aan de beurt. De Vlamingen lijken te gaan bezwijken onder de grote druk, maar houden zich staande. De keizer zit alweer zonder de nodige middelen en dat laat zich natuurlijk zien door de massale plunderingen en de losbandigheid van de Vlaamse soldaten. Op 13 augustus wordt de veldslag van Renty uitgevochten, een strategische locatie aan de grenzen van Artesië. Na een hardnekkige strijd met Karel aan het hoofd van zijn troepen zijn het toch de Fransen die het laken naar zich toe trekken en de keizerlijke troepen achteruit kunnen drijven.

 

De situatie is maar tijdelijk. De Fransen zitten door hun proviand, de manschappen mogen beschikken, het doel is nu toch bereikt. Karel laat ze ongestoord vertrekken en rukt dan met een aanzienlijke bende Picardië binnen, een streek die zijn soldaten 'nu te zwaard en te vuur verwoestten om zich te wreken voor de vernielingen door de Fransen in Artesië en in Henegouwen. Maar niet sterk genoeg zijnde om enige plaats van belang te veroveren, trokken zij zich uit deze barbaarse en schandelijke wijze van oorlogen terug.'

 

Het gaat de Fransen in Italië evenmin voor de wind. 'Maar terwijl de verdediging van de Nederlanden de volledige aandacht van de keizer bezig hield en hij door het overmaken van grote geldsommen aan Engeland zijn schatkist had uitgeput, was het klaar dat zijn krijgsverrichtingen in Italië zeer gering zouden zijn.' Siena moet zijn plan zelf maar trekken. Henri II maakt een strategische fout met zijn keuze van bevelhebber en jaagt hiermee zowat heel het Italiaanse land tegen zich in het harnas.

 

Na een slepende oorlog krijgen de Fransen op 3 augustus van 1554 de rekening gepresenteerd met een klinkende nederlaag tijdens de veldslag van Marciano, gevolgd door een beleg van 10 maanden, tot diep in het jaar 1555. Nadat de inwoners van Siena al hun paarden, honden en andere dieren hebben moeten opeten, zien ze zich wel verplicht om zich over te geven op 22 april 1555.

 

In 1555 herschikt Karel zijn leger en zet hij de hovaardige hertog van Alva aan het opperbevel van de oorlog in Piëmonte. De heerszuchtige leider krijgt daarbij een haast onbegrensde macht toegewezen. Hij wordt officieel aangesteld als 'algemeen stedehouder in Italië en krijgt de titel van opperkrijgsbevelhebber van al de keizerlijke en Spaanse staten van dat land.' Het duurt niet lang voor de opschepperige nietsnut een lesje krijgt van de Franse aanvoerders.

 

Het loopt de spuigaten uit. Ik heb het eigenlijk al een hele tijd gehad met de onfrisse praktijken van Karel en de Fransen. Iedereen zit zowat op zijn tandvlees na een winter vol verraad en intriges. Mei 1555. Het komt onder druk van kardinaal Polus tot een soort van vredesonderhandelingen. Ergens op een plek tussen Grevelingen en Ardres. De wil tot vrede ontbreekt echter, 'de opgelegde voorwaarden zijn van beide kanten zo buitensporig dat het onmogelijk was om deze in te willigen.'

 

In Duitsland blijft de controverse tussen de katholieken en de protestanten de gemoederen beroeren. Rome blijft maar stokken in de wielen steken. Gelukkig sterft aanstoker nummer één, paus Julius aan een of andere onbekende ziekte en gaan de kardinalen op zoek naar een nieuwe opperpriester. Koning Ferdinand probeert ondertussen de vorsten van het Duitse rijk aan zich te binden met een gematigd en billijk bewind. Iets wat zijn imperialistische broer Karel beter ook zou gedaan hebben.

 

Die blijft trouwens de stommiteiten opstapelen. De kwestie van zijn opvolging rispt weer op als kwalijk maagzuur in een verziekt lichaam. Zijn zoon Filips zou eigenlijk al zijn landen moeten erven. Er volgt een financieel voorstel waarbij Ferdinand zou vergoed worden voor het afstaan van de rechten van het Oostenrijkse huis. Die weet zich gesterkt door de steun van de regionale landvorsten. Het is nu nog een kwestie van de protestantse leiders achter zich te krijgen.

 

Op 25 september 1555 volgt iets wat ik niet voor mogelijk heb gehouden. De Duitse katholieken en protestanten engageren zich tot een godsdienstvrede. 'De vorsten en de steden zouden de vrijheid hebben de eredienst van hun keuze te eren zonder hierbij door de keizer of door de Roomse koning verontrust te worden. De protestanten zouden ermee ophouden om de leerstukken en de kerkplechtigheden van de katholieken aan te vallen. En zo verder en zo verder.' Mijn mond valt open van verbazing.

 

Tijdens de bewuste rijksvergadering sijpelt het nieuws binnen dat kardinaal Cervino aangesteld wordt als nieuwe paus die opnieuw de naam van Julius zal dragen. De nieuwe is helemaal niet zo bedorven als zijn voorganger. Maar daar koopt hij niets mee. Drie weken na zijn verkiezing kan hij het al gaan uitleggen aan zijn patroon in de hemel. 'Het ontwerp van al zijn hervormingen welke hij voornemens was te maken, putte zijn zwak gestel zodanig uit dat hij op de twaalfde dag na zijn verkiezing ziek werd en op de twintigste stierf.'

 

Dus begint er een nieuw conclaaf van vooraf aan. William Robertson heeft er geen al te hoge dunk van. En zelfs dat is een understatement, zeg nu zelf: 'de fijnste kunstenarijen en kuiperijen eigen aan conclaven, werden in het werk gezet om een opvolger te vinden. De kardinalen van de keizerlijke en de Franse kant ijverden even sterk om het nodig aantal stemmen te winnen voor hun eigen aanhang.' Uiteindelijk verenigen ze zich toch in de keuze voor Johannes Petrus Caraffa, een goed opgeleide 79-jarige telg uit een rijke Napolitaanse familie. Hij zal zijn ambt uitvoeren onder de toenaam van Paulus IV.

 

Tijdens het leven van keizer Karel heb ik al heel wat zonderlinge figuren de revue zien passeren hier in het Vaticaan. De nieuwe Paulus moet met zijn decadente achtergrond niet onderdoen voor zijn illustere voorgangers. De laatste jaren voor zijn verkiezing heeft hij het echter over een andere boeg gegooid met een sober leven in een klooster, wat een verschil met het rijk en wulps leven dat hij tot nog toe geleefd had. De schrijver typeert de man als 'een bittere vijand van nieuwigheden, de oprichter van het geduchte en hatelijke gerechtshof van de inquisitie in de pauselijke staten, een strenge en meedogenloze paus die een gezonde staatskunde opofferde aan de bekrompen vooroordelen van zijn priesterlijke ijver.'

 

Wie denkt dat hij die lijn als paus zal doortrekken, heeft het verkeerd voor. 'Ik zal leven zoals dat een vorst betaamt', beweert hij. De macht over Rome schenkt hij aan zijn twee neven, de zonen van zijn broer, de graaf van Montario. De nieuwe clan met de paus als opperhoofd natuurlijk stelt zich erg rancuneus op tegenover de keizer. Sporen uit het verleden die niet uitgewist werden. De gevoelens blijken trouwens wederzijds te zijn. Wie de voorgeschiedenis van deze kroniek kent, voelt nu al aankomen dat deze bejaarde paus de kant van de Fransen zal kiezen.

 

Dat gebeurt inderdaad. Onderhandelingen over een aanvalsverdrag drukken op de politieke agenda's. De Franse koning ruikt zijn kansen, zijn rechterhand de Montmorency is veel minder toeschietelijk. Deze paus is veel te oud en hij is de voorgeschiedenis niet vergeten waarbij de Franse natie hevig gebloed heeft voor zijn interventies in Italië samen met drie opeenvolgende pausen. Het zou trouwens erg onverstandig zijn om de Engelsen hiermee wakker te maken.

 

Verstandige woorden uit de mond van een wijze staatsman. Ze kunnen echter niet op tegen het lobbywerk van hertog de Guise die een fervente voorstander is van deze alliantie met de paus. Terwijl de ambtelijke entourage van paus en koning de diverse standpunten kauwt en herkauwt, gooit de godsvrede in Duitsland hele vaten olie op het sluimerend vuur. 'De ketterij is er nu dus officieel toegelaten!' Het inquisitie-verleden van paus Paulus IV komt direct in actie: hij bedreigde de keizer en de Roomse koning met de verschrikkelijkste uitwerkselen van zijn wraak'. De toon van de paus tegen koning en keizer is buitensporig scherp. Hun afgezant hoort deze eisen en bedreigingen met een gestreken gezicht aan. De onderhandelaars in Rome en Parijs zetten hun taak met nieuw enthousiasme verder.

 

Het is keizer Karel zelf die er de brui aan geeft. De geplande krijgsactiviteiten worden opgeschort. Ik heb het persoonlijk ook gehad met de kronieken van dit leven. Karelmans heeft ondertussen ook al wel door wat voor zinloos parcours en leven hij heeft afgelegd sinds zijn benoeming als keizer in 1520. Het is genoeg geweest. 'De keizer toonde het voornemen om zich van alle wereldse zaken en bezigheden te onttrekken en de rest van zijn leven in stilte en afzondering door te brengen.'

 

Robertson heeft het uitgebreid over de complexiteit van het vorstendom. Ik denk aan de honderdduizenden doden die ongetwijfeld knagen aan het roestig en eeltig geweten van deze Karel. Mijn man is moe en uitgeteld en wil zich nu voor de tijd die hem rest wijden aan God. De nazi Albert Speer zal in 1946 levenslang krijgen in het proces van Neurenberg. Meer verdient mijn hoofdpersonage in 1555 eigenlijk ook niet.

 

Allemaal de schuld van zijn jichtaanvallen, roepen de historici in rij. De kwaal was al vastgesteld in zijn jeugd en is er met de jaren alleen maar erger op geworden. De aanvallen komen steeds vaker voor en worden met de dag moeilijker om dragen. 'De smarten die hij uitstond, ondermijnden niet alleen de kracht van zijn natuurlijke gesteldheid maar krenkten tevens de vermogens van zijn geest.' De verwijzing naar de alles overheersende jichtaanvallen klinkt warempel als een soort van excuus voor de eindeloze reeks debiele daden tijdens zijn leven.

 

'Onbekwaam om zich met staatszaken te bemoeien wanneer hij van de jicht werd aangevallen, kon hij zich enkel bij tussenpozen van verlichting met iets ernstig bezighouden. De rest van de tijd bracht hij beuzelend door en zelfs met kinderachtige bezigheden die dienden om zijn geest op te beuren die door de hevigheid van de pijnen afgesloofd en verzwakt was.' Feitelijk laat hij al veel jaren het bewind over aan zijn staatslieden die in toenemende mate de scepter zijn gaan zwaaien aan het keizerlijk hof.

 

De rampen van de voorbije jaren zijn natuurlijk allemaal deels de schuld van zijn entourage. Maar als er te oorlogen viel, was Karel er wel altijd van op de eerste rij prominent aanwezig. Afrika, Spanje, Hongarije, Metz, Duitsland, Italië heeft aan den lijve ondervonden hoe onschuldig mijn arme hoofdfiguur door het leven ging. Hopelijk kunnen jullie mijn sarcasme vergoelijken.

 

Tja. 'Oud geworden zijnde voor zijn tijd, oordeelde hij wijselijk dat het gevoeglijker zou wezen om zijn zwakheden elders in afzondering te gaan verbergen dan deze nog langer openlijk te laten zien. Hij besloot veiligheidshalve zijn roem niet op het spel te zetten om de faam van zijn vorige bedrijven op te offeren aan zijn trotse hardnekkigheid om de teugels van zijn regering in de handen te houden, iets waar hij eigenlijk niet meer toe in staat was.'

 

In de gedenkschriften van kardinaal Granvelle, de man die wel en wee heeft gedeeld met Karel, staat een andere reden vermeld. Zoon Filips, ondertussen achtentwintig, leeft al enkele jaren in vijandelijke modus met zijn vader en dwarsboomt diens plannen. Het afstaan van de macht in Italië aan hertog Alva is er zeer tegen zijn zin gekomen. Sinds zijn huwelijk met Mary eist hij het bewind van de Nederlanden op. Als Karel zich niet schikt naar Filips wil, zal hij niet nalaten om zijn titel met geweld op te eisen. 'Iets wat zijn vader smartelijk en onaangenaam zou vallen en daarom het besluit nam om liever al zijn staten aan zijn zoon af te staan en zich van de wereld te onttrekken.'

 

Er komen nog andere mogelijke redenen voor de dag waarom Karel tot in 1555 gewacht heeft om zich terug te trekken. Op 12 april van dat jaar overlijdt zijn eigen moeder na een internering van 50 jaar in het kasteel van Tordesillas. De hele tijd is zij, weliswaar op papier, mede bewindvoerder gebleven en droegen Johanna en Karel gezamenlijk de vorstentitel over Spanje. De Spanjaarden hebben hun oude koningin tot op het allerlaatste met de nodige schroom gerespecteerd en aarzelden om haar kleinzoon Filips als nieuwe oppervorst te aanvaarden zolang ze in leven was.

 

De kust is vrij in Spanje om het land nu officieel over te dragen aan Filips. En het liefst zou hij ook een einde willen zien komen aan de oorlog met Frankrijk zodat hij zijn koninkrijken in volle vrede aan zijn zoon zou kunnen overdragen. Henri II en de nieuwe paus zorgen er tot zijn frustratie wel voor dat er verder in de Europese stront geroerd wordt. De vrede zal helaas nog niet voor direct zijn. Karel wil niet langer vruchteloos wachten en hakt voor zichzelf de knoop door om er dan toch de brui aan te geven.

 

De overdracht van de macht moet natuurlijk een evenement zijn waar de wereld en omgeving naar zal moeten opkijken. Een afscheid van zijn opperheerschappij met een overdosis aan luister en praal die diepe indruk zou maken op zijn onderdanen. En het hart van zoon Filips zou verwarmen. De hashtag #Filips zou ongetwijfeld een populair item zijn moest Twitter al bestaan hebben in de zestiende eeuw.

 

Filips wordt uitgenodigd om naar Brussel te komen voor de Staten-Generaal van de Nederlanden die zal doorgaan op 25 oktober 1555. Zoonlief verheugt zich om weg te muizen uit Engeland. Hij kan geen huis houden met zijn vrouw Mary, van kinderen of een spoor van bevruchting is er geen sprake. Zijn frigide del maakt hem niet bepaald gelukkig en enig perspectief op een machtspositie over de Engelse bevolking mag hij vergeten. Brussel wenkt hem glorieus toe.

 

Ik teken ook present bij de bewuste plechtigheid. 'De keizer plaatste zich voor de laatste keer in zijn stoel van staat met langs hem aan de ene zijde zijn zoon en aan de andere zijde zijn zuster, de koningin van Hongarije en landvoogdes van de Nederlanden. De rest van het decor wordt opgevuld met het luisterrijk gevolg van Spaanse grootheden en prinsen van het Duitse rijk.'

 

'De voorzitter van de raad van Vlaanderen gaf eerst een korte uitleg over de bedoeling van de zitting. Hij las vervolgens een geschrift voor waarbij Karel afstand deed van zijn staten, rechtsgebied en gezag aan zijn zoon Filips, zijn wettige erfgenaam.' Filips de nieuwe sterke man van Vlaanderen. Een onvervalste Spanjaard met Vlaamse roots. Mijn gedachten dwalen af naar de voorbije jaren van mijn kronieken van de Westhoek. In het bloed van de nieuwe leider stroomt warempel nog het bloed van Gwijde van Dampierre en Robrecht van Bethune. Ik denk aan al die graven en hertogen die achteraf niet meer gebleken zijn dan figuranten, speelgoedsoldaatjes in de eindeloze arena van de verdwenen tijd.

 

Nota van de schrijver: het is technisch niet langer mogelijk om de rest van deze kronieken van illustraties te voorzien - waarvoor mijn verontschuldigingen -

 

Ik bekijk ze één na één. Filips vader Keizer Karel en diens vader Filips de Schone, omgebracht met gif. Die was het kind van Maria van Bourgondië, gevallen van haar paard, de dode dochter van Karel de Stoute, zelf gesneuveld op het slagveld van Nancy, kleindochter van Filips de Goede, achterkleindochter van Jan zonder Vrees, vermoord op een brug in Frankrijk. Ik denk nog eens aan die tomeloze Franse ambities van die Jan zonder Vrees en aan zijn ouders Filips de Stoute en Margaretha van Male.

 

Margaretha was de dochter van Lodewijk van Male, vermoord door een dolksteek. Zijn vader was Lodewijk van Nevers kind van Robrecht van Bethune en kleinkind van Gwijde van Dampierre. Al hun daden schemeren door in het verleden van Filips van Spanje. Gwijde is uiteindelijk niet meer dan een springplank naar een verder verleden. Zijn mama heb ik gekend als Margaretha van Constantinopel, samen met haar zus Johanna de in Frankrijk opgevoede dochters van Boudewijn van Constantinopel die rond het jaar 1200 zijn leven eindigde aan een boom in Marquette na een aanslag van zijn schoonzoon Ferrand.

 

Boudewijns moeder Margaretha van de Elzas stuurt me nog dieper in de bronnen van het verleden. Ik eindig bij de stamvader van het Vlaamse vorstendom. Bij Diederik van de Elzas, de papa van Margaretha, de man die Vlaanderen onder zijn hoede nam na de moord op Karel de Goede in 1127. Keizer Karel en zijn nageslacht zijn er dus gekomen dank zij de aanslag op de graaf in de Brugse Sint-Donaaskerk.

 

Mijn gemijmer wordt onderbroken door Karel die het woord neemt tijdens de ceremonie daar in Brussel. Vijfenvijftig is hij nog maar, een oud ventje die moet steunen op de schouder van de prins van Oranje om rechtop te blijven. Wat hij te zeggen heeft, is al vooraf op papier gezet. Hij kijkt terug op zijn eigen leven, de retrospectie van een afgeleefde vorst. Al van zijn zeventien heeft hij het bewind op zich genomen. Aan rust en vermaak heeft hij zijn tijd niet verspild. Doorheen tijden van vrede en oorlog heeft hij negen tochten naar Duitsland ondernomen. Zes naar Spanje, vier naar Frankrijk, zeven naar Italië en tien naar de Nederlanden. Hij is twee keer gereisd naar Engeland en naar Afrika en elf keer heeft is hij overzee gegaan.'

 

Nu is hij daar allemaal te zwak voor geworden. Natuurlijk heeft hij vergissingen gemaakt tijdens al die jaren. Hier en daar zal hij onderdanen verongelijkt en beledigd hebben en daar vraagt hij vergiffenis voor. Aan de wellicht miljoenen verspilde mensenlevens denkt hij niet. Hij richt zich nu tot zijn zoon die hij door en door vertrouwt en dat hier ook laat blijken. God wordt er nu uitdrukkelijk mee gemoeid. Filips moet er voor zorgen dat de zuiverheid van het katholieke geloof intact zal blijven en nog veel patati's en patata's.

 

'Zo haast Karel deze aanspraken aan zijn onderdanen en de nieuwe oppervorst uitgesproken had, zeeg hij op zijn stoel neer, op het punt gekomen om door de vermoeidheid van zulk een ongemene poging te bezwijken. Terwijl hij sprak, smolt de hele vergadering in tranen weg, vol bewondering voor de tederheid tegenover zijn zoon en voor de liefde waarmee hij zijn volk bejegend heeft.' Ik blijf er zelf onbewogen bij. Filips richt zich op vanuit zijn neergeknielde houding, dankt zijn vader en richt zich tot de aanwezige beau monde. Hij verontschuldigt zich dat hij geen Nederlands kent om zijn volk toe te spreken.

 

Bisschop Granvelle doet het in zijn plaats. Het traditioneel nietszeggend gepalaver. Doordravende welsprekendheid en dat allemaal met holle en lege woorden en zinnen. Ook Maria wil nog een laatste keer haar zegje doen. Filips zweert daarna dat hij de rechten van zijn onderdanen zal blijven respecteren en daarna is de ceremonie van de troonsafstand afgelopen. Op 6 januari 1556 volgt er een doorslag van deze ceremonie waarbij de kronen van Spanje en die van de nieuwe wereld eveneens worden opgedragen aan Filips.

 

Exit keizer Karel. Maar ik wil mijn hoofdfiguur niet zomaar achterlaten omdat hij van het publiek toneel verdwijnt. Ik was er bij ten tijde van zijn geboorte te Gent en wil ook wel zijn laatste jaren beleven. Karel wil de rest van zijn leven in het droge en warme klimaat van Spanje vertoeven, maar de winter houdt hem voorlopig vast in Brussel. Tijdens zijn laatste maanden probeert hij nog tot een verzoening te komen met Frankrijk. Een geste rond de uitwisseling van krijgsgevangenen en een vergadering in de abdij van Vaucelles bij Kamerijk resulteren in een tijdelijke wapenstilstand en een status quo in de veroverde gebieden, iets wat eerder in het voordeel van de Fransen pleit, maar Karel en Filips hebben er schijnbaar vrede mee. Er is maar één persoon, onze zeveraar in Rome, die er niet om kan lachen.

 

De vrede van Vaucelles brengt de hele pauselijke poppenkast weer in beweging waarbij het dit keer Filips is die in het oog van de storm terecht komt. Zijn vader Karel is nooit bang geweest om een robbertje te vechten met Rome. Filips is anders. Hij doet me denken aan Fabiola. Orthodox en puriteins katholiek tot diep in hun poriën. Oppositie tegen de pauselijke dada is totaal onbespreekbaar. Als Paulus in de beek springt, zal Filips wel mee springen. Ik vertel het in mijn eigen woorden maar laat jou mijn beste lezer zeker de vrijheid om zelf je conclusies te trekken.

 

'Maar terwijl Paulus zich door de heftigheid van zijn wraakzucht liet vervoeren, toonde Filips een ongemene bezadigdheid. De Spaanse geestelijken die met zijn opvoeding belast waren geweest, hadden hem een diepe invloed voor de heilige stoel ingeboezemd. De jaren hadden die eerbied merkelijk vermeerderd in een ziel die peinzachtig en ernstig naar bijgelovigheid overhelde. Toen hij voorzag dat er een vredesbreuk tussen hem en de paus moest ontstaan, had hij zulke hevige wroegingen om de wapens op te vatten tegen de gemene vader van de christenen, dat hij de Spaanse godgeleerden er over raadpleegde.'

 

Het 18de-eeuwse Vlaams kent het woord 'gemeenschappelijk' nog niet en gebruikt er nog het woord 'gemeen' voor. De typering van paus Paulus als 'gemeen' slaat voor wat mij betreft meteen de nagel op de kop. Filips blijft ondertussen zijn beslissing uitstellen. Dat is niet naar de zin van de hertog van Alva die in Italië dan maar zelf de wapens opneemt en in de clinch gaat met de pauselijke armee. De 'campagna Romana' begint op 5 september 1556 en eindigt met een wapenstilstand op 19 november. Lang zal die niet duren met deze Paulus die niets anders uitademt dan wraak en oorlog.

 

Ik begin aan het twaalfde boek van William Robertson. Voor Karel is de avond al gevallen. Hij heeft nog één resterend ei te pellen. Dat van zijn opvolging in Duitsland. Hij mag zich dan wel teruggetrokken hebben, maar hij is nog altijd de keizer van het Roomse rijk. Het is die eretitel die hij absoluut zou willen overdragen aan Filips. Die kan toch onmogelijk de tweede viool spelen hier in dit land waar hijzelf zijn hele leven de oppervorst is geweest? De hele zomer van 1556 besteedt hij aan lobbywerk om zijn broer Ferdinand te overtuigen om de kroon af te staan aan Filips en die misschien om te wisselen met de macht over een Italiaanse provincie of eventueel zelfs over de Nederlanden. Uiteraard tegen een passende vergoeding.

 

Ferdinand doet niet eens de moeite om te antwoorden aan zijn broer. Er blijft voor Karel niets anders over dan toe te geven. 'Hij ontdeed zich van het keizerlijk bewind en schonk aan zijn broer het oppermachtig gezag over het Duitse lichaam. Dit geschrift werd in handen gegeven aan Willem, de prins van Oranje, die gemachtigd werd om het over te dragen aan het college van de keurvorsten.'

 

William Robertson wordt zelf weemoedig bij het vertrek van Karel naar Spanje. Zijn woorden lijken wel te wenen. 'Niets verhinderde Karel thans om zich op reis te begeven naar zijn rustplaats die hij zo sterk verlangde. Hij begaf zich naar Zuidburg in Zeeland waar zijn vloot zich verzameld had. Hij nam zijn weg over Gent waar hij enkele dagen bleef vertoeven om zich aan de zachte en aangename droefgeestigheid over te geven. Een ervaring die wellicht ieder mens in de afgang van zijn jaren gewaar wordt bij het bezoeken van zijn geboortestad en bij het opnieuw bezoeken van de plaatsen en de voorwerpen die hem in zijn vroege jeugd het sterkst hebben getroffen.'

 

'Eindelijk vervolgde hij zijn reis.' Ik blijf in het gezelschap van schrijver Robertson. Hoe omschrijft hij dit afscheidstafereel toch mooi. 'Vergezeld door zijn zoon Filips, zijn dochter de aartshertogin, zijn zusters de koningin-weduwen van Frankrijk en Hongarije, zijn schoonzoon Maximiliaan en een talrijk gevolg van Vlaamse edelen. Alvorens zich aan boord te begeven, nam hij afscheid van hen. Hij omhelsde zijn zoon Filips met de teerhartigheid van een vader die zijn zoon voor de laatste keer ziet, en ging onder zeil op de 17de september, begeleid door een aanzienlijke vloot van Spaanse, Vlaamse en Engelse schepen.'

 

Zijn schoondochter, 'bloedige Maria' had hem nog graag op bezoek gehad, maar Karel legt de uitnodiging handig naast zich neer. Wat heeft een gewone edelman zoals hij nu geworden is nog verloren bij de koningin van Engeland? Elf dagen later meert hij aan in Laredo, waar hij de Spaanse grond kust.

 

'Van Laredo zette hij zijn reis voort naar Burgos, door zijn lieden dan eens in een draagstoel en dan weer in een rosbaar gedragen wordend, de hevigste pijnen lijdende bij ieder stap.' De ontvangst in Burgos is eerder koel. Een handvol Spaanse edelen komt hem verwelkomen. Geen macht, geen vrienden. Karel wordt er op een pijnlijke manier attent op gemaakt. Tot overmaat van ramp moet hij nog weken in Burgos wachten op een beloofde som geld die zijn kinderen hem zouden overmaken en die hij nodig heeft om het merendeel van zijn medewerkers te betalen voor hun laatste diensten.

 

'Hij nam eindelijk afscheid van zijn twee zusters en vertrok verder richting Valladolid en van daar naar zijn eindbestemming het klooster van St. Just bij Placentia in Estramadura. Hier, op deze plek wil hij de laatste jaren van zijn leven slijten, in stilte en in complete afzondering. Zijn bouwmeester heeft er een gebouw laten optrekken in de stijl van het klooster. Zes vertrekken, waarvan vier in de vorm van monnikencellen. De andere twee kamers meten zes op zes meter en werden behangen met een eenvoudig bruin laken. Waar zijn twaalf overgebleven huisbedienden moeten slapen, wordt er niet bij verteld. 'Daar begroef hij in stilte zijn grootheid, zijn staatszucht en al zijn reusachtige projecten die Europa een halve eeuw verontrust en in rep en roer gesteld hadden.'

 

Het contrast tussen Karel en Paulus is toch wel bijzonder te noemen. Karel is in de luwte teruggekeerd na een leven in de schijnwerpers en oud geworden voor zijn leeftijd. Paulus heeft zich pas ontbolsterd als man van de oorlog op een ouderdom en dit na een leven van studie en bezinning. Een driftige en verwaande fanaticus die er niet voor terugdeinst om de zaden van de tweedracht te verspreiden en het oorlogsvuur over heel Europa te ontsteken zonder zich hierbij aan de gevoelens van de mensen te storen.

 

Oorlog in Italië, de Fransen naderen Rome, de Spanjaarden verzwakken. Paus Paulus koelt zijn woede op Filips. Voorjaar 1557. Op Witte Donderdag laat de paus de vervloekingen neerdalen over alle vijanden van de kerk en allen die het hebben aangedurfd om de kerkelijke landen te bestoken. Hoe meer de Vaticaanse en de Franse troepen afzakken naar het zuiden, hoe moeilijker ze het echter krijgen. De hertog de Guise komt er zichzelf tegen terwijl Filips de Vlamingen mobiliseert en met 50.000 man uitbreekt in het noorden van Frankrijk.

 

Filips hoopt op de steun van de Engelsen. Zijn vrouw, koningin Mary, is daar wel bereid toe, maar het is ook voor haar een kwestie om het Engels parlement achter deze plannen te scharen. Iets waar ze duidelijk niet in slaagt waarop ze dan maar zelf het roer in in handen neemt en op 20 juni 1557 eigenhandig de oorlog verklaart aan de Fransen. Achtduizend Engelsen gaan het leger van Filips in de Nederlanden ondersteunen.

 

Filips zelf is geen oorlogsman. Hij geeft de leiding van het leger over aan de hertog van Savoye. Emanuel Filibert slaat zijn kamp op in Kamerijk en begint aan een succesvolle campagne tegen de Fransen. De veldslag in de buurt van St.-Quentin draait uit op een debacle voor de Fransen die er 4.000 soldaten verliezen. Parijs beeft onder zijn grondvesten terwijl Filips in de omgeving van de stad van St.-Quentin er als grote triomfator zijn intrede doet. Mijn droogstoppel blijkt nu plots zelfs te kunnen lachen.

 

Filips toont zich voorzichtiger dan zijn vader. Het lijkt er op dat Parijs klaar is voor verovering, maar de risico's om dat te proberen, zijn veel te groot. Hij kiest ervoor om eerst in het noorden orde op zaken te stellen. Op 27 augustus 1557 valt de stad St.-Quentin in zijn handen. Koning Henri II roept zijn leger in allerijl uit Italië terug, de Fransen rechten de ruggen en kunnen na een zomer gevuld met oorlog de schade finaal beperken tot het verlies van twee steden.

 

Paulus is woedend om het vertrek van de Franse legers van hertog de Guise. Nu staat hij plots helemaal alleen tegenover een overmacht van Spaanse soldaten en kan er plots wel een vredesverdrag van af met Filips. Paulus maakt een einde aan zijn verbond met de Fransen en zal zich voortaan afzijdig opstellen 'zoals dat een vader van het christendom betaamt'. Filips van zijn kant herstelt de vroegere situatie zonder nadeel voor de pauselijke stoel.

 

Alles gaat natuurlijk gepaard met de nodige kwezelachtige ceremonie. Nee, niet Fabiola in het wit maar wel de hertog van Alva die smeekt aan de voeten van de paus. 'Zodanig was de bijgelovige eerbied voor het pauselijk karakter, dat zelfs Alva, de hoogmoedigste man van zijn eeuw amper durfde op te kijken in de nabijheid van deze kerkelijke idioot.' Enfin, om een lang verhaal tot een strikt minimum te beperken: op 29 september is de terugkeer van de Guise en zijn leger in het Franse thuisland een feit. Hij neemt het opperbevel van de Franse troepen meteen op zijn schouders.

 

De oorlog verlegt zich nu dus helemaal naar het noorden van Frankrijk. Een eerste reactie op de deelname van de Engelsen volgt op 1 januari van 1558. Een aanval op de haast onoverwinnelijke enclave van Calais, al meer dan 200 jaar in het bezit van de Engelsen, maar de laatste tijd wel erg verwaarloosd door de bezetters. In wintertijd wordt de stad beschermd door een netwerk van moerassen en daar profiteren de Engelsen van om hun manschappen wat rust te gunnen en naar het thuisland te laten vertrekken. De beleidsmakers in Londen zijn verwittigd dat hiermee grote risico's genomen worden, maar de focus van Mary ligt op de godsdienst. Calais kan haar gestolen worden. 'Ze lieten nauwelijks een vierde toe van de troepen die de stad als verdediging nodig had.'

 

De Guise kent de toestand in en rond Calais en verwondert zich erover. Een beter moment om deze stad te heroveren, zal er wellicht niet meer komen en dus 'zette hij de aanval in met een wakkerheid en een heftigheid die in deze eeuw zelden gezien werd.' Na twee weken heeft hij de 500 overgebleven Engelsen murw gekregen en neemt hij de strategische havenstad in. Enkele dagen later volgt Guisnes. De Engelsen zijn hun pied-à-terre in Frankrijk kwijt. St.-Quentin is vergeten, hertog de Guise wordt uitgeroepen tot dé Franse veldoverste van zijn eeuw. De vreugde is ongezien. In Engeland is Maria kop van jut. Hoe kon ze? Ze wordt letterlijk uitgespuwd door haar bevolking.

 

Ik denk terug aan Eustache en de zijnen die in 1347 na een beleg van zowat een jaar genoodzaakt werden om hun stad over te geven aan de Engelsen. Uitgehongerd en vernederd hadden ze gestreden tot het uiterste. Jullie konden het zelf meemaken in mijn twee episodes over het bewuste beleg. En nu krijgen de Engelsen in 1558 van hetzelfde laken een pak toegemeten: 'de koning van Frankrijk gedroeg zich net zoals Edward III de eerste overwinnaar van deze plaats. Hij gebood al de Engelse ingezetenen de stad te ontruimen en gaf hun huizen aan zijn eigen onderdanen die hij, door hen verscheidene vrijdommen te schenken naar ginder lokte om zich daar te komen vestigen. Hij voorzag de stad van een talrijke bezetting onder een ervaren bevelhebber.'

 

Frankfort. Op 24 februari 1558 officialiseert het college van de Duitse keurvorsten de overdracht van de keizerlijke kroon naar koning Ferdinand. 'Allemaal dikke zever', laat paus Paulus achteraf weten. Alleen Rome kan een keizer aanduiden. Het gaat hier over een exclusief pauselijk recht. Als vervanger van Jezus hier op aarde zijn de sleutels van de hemelse en de aardse regering in zijn handen. De hele verkiezing is onwettig. 'Maar', voegt hij er plots poeslief aan toe, 'als Filips openlijk berouw toont voor zijn vorig gedrag, kan hij misschien alsnog hopen op zijn vaderlijke gunst.' Uiteraard moest hij hiervoor persoonlijk naar Rome komen en zich ootmoedig aan zijn voeten werpen.

 

De geëiste knieval kan er dus komen als Ferdinand de godsdienstvrede in eigen land weer op de helling zet. Ik kan me goed inbeelden dat dit een onredelijke eis is van het Vaticaan. Het wordt meteen duidelijk dat Ferdinand er niet moet op rekenen om officieel als keizer erkend te worden zolang deze Paulus leeft.

 

De sfeer tussen Frankrijk en Engeland verbetert er ondertussen niet op. De Fransen stoken de Schotten op in hun verzet tegen Mary Tudor. De jonge koningin van Schotland treedt op 14 april 1558 in het huwelijk met de Franse kroonprins. Kort na dit societygebeuren hervatten de Fransen de oorlog tegen de troepen van Filips. De Franse krijgsmacht komt goed uitgerust en gefinancierd voor de dag. De troepen van Filips staan nergens want de meeste soldaten werden tijdens de voorbije wintertijd bedankt voor bewezen diensten. Het gevolg laat zich raden daar in Luxemburg.

 

Maar ook in de Westhoek is de oorlog uitgebroken. 'Maarschalk De Termes, bevelhebber van Calais was zonder tegenstand in Vlaanderen binnengedrongen en bestormde Duinkerke met een leger van 14.000 man en nam de stad na een beleg van vijf dagen stormenderhand in. Van daar rukte hij verder naar Nieuwpoort, welke stad zeer schielijk in zijn handen zou vallen, indien de nadering van de graaf van Egmont met een veel talrijker leger hem niet genoodzaakt had de wijk te nemen.'

 

Nieuwpoort mag dus van geluk spreken. De Fransen stouwen de buit die ze in Duinkerke hebben gestolen en die vertraagt hun terugtrekking. Egmont en zijn troepen gaan er in volle snelheid op af en vallen de Fransen op de nek. De clash is hevig. De Vlamingen zijn ruim in de meerderheid. De dapperheid van de Fransen compenseert dat overtal. Soldaten afkomstig van een Engelse vloot die vrij toevallig langs de Vlaamse kust voorbij vaart lopen de rivier de Aa op en hakken nu in op de rechterzijde van het Franse leger.

 

Ik schakel over op een getuigenis: 'De Vlamingen, aangemoedigd door deze onverwachte bijstand lieten de vijand geen tijd om zich van deze slag te herstellen. De Fransen kregen de algemene nederlaag aan hun broek gesmeerd. Bij de tweeduizend bleven er op het slagveld liggen, een groot getal viel in de handen van de boeren, die uit weerwraak over de wreedheid waarmee hun land verwoest en geplunderd was geworden, de vluchtenden achtervolgden en alles wat hen in de handen viel onmeedogend ombrachten. De overigen die konden ontkomen aan deze woede, werden krijgsgevangen gemaakt, onder wie hun legerhoofd De Termes en verscheidene veldheren van aanzien.' De Kerels hebben gesproken, de geest van Nikolaas Zannekin is even uit de fles gekomen.

 

De Guise moet zich nu in allerijl naar Picardië reppen om de vijand af te stoppen. Twee legers van elk 40.000 manschappen zullen een overwinnaar moeten aanduiden. Ze liggen op korte afstand van elkaar en wachten om te beginnen aan de finale veldslag. Hendrik lijkt absoluut niet zeker van zijn stuk en Filips is te bang om aan te vallen. 'Ze vermeden beiden elke mogelijke schermutseling of ontmoeting die aanleiding zou kunnen geven op het hoofdtreffen.'

 

Misschien is vrede een andere mogelijkheid? In beide kampen wint dit idee duidelijk veld. 'De koninkrijken van Frankrijk en Spanje hebben nu al een halve eeuw oorlog tegen elkaar gevoerd, welke onnoemelijke geldsommen heeft gekost en nog altijd niet het minste voordeel voor de ene of de andere heeft opgeleverd.' Ze snakken allebei naar rust. Filips wenste naar de vrede, vurig verlangend om terug te keren naar zijn thuisland Spanje en Henri II zou niets liever willen dan een einde te maken aan de kommer van de oorlog. Zo kan hij zich tenminste toeleggen op het bestrijden van de ketters en de godsdiensthervormers die zowel in Parijs als in de andere Franse steden het vuur aan de schenen legden van de gevestigde kerk.'

 

Een vat vol Franse intriges kan Henri II er niet van weerhouden om een geheim vredesverdrag af te sluiten met Filips. De Guise had graag nog een beetje verder oorlogje gespeeld, maar moet zich gedwee plooien naar de wil van zijn koning. In de abdij van Cercamp wordt begin 1559 een tijdelijke wapenstilstand getekend die een einde maakt aan al de krijgsverrichtingen.

 

Ik haast me naar Spanje. Naar het klooster van St. Joost. Het bobijntje van de oude Karel is bijna afgerold. De touwtjes van zijn leven hangen nog met haken en ogen aan het leeg bobijntje. Het milde klimaat heeft aanvankelijk voor een verbetering van zijn gezondheidstoestand gezorgd. Hij kon eindelijk het rustig leven leiden dat hij zo gewenst had. Bidden en boeken lezen over godsdienstige onderwerpen. Werken van de heiligen Augustinus en Bernardus. Het eerste jaar van zijn verblijf brengt hem de rust die hij zo dringend nodig had. Lange gesprekken met zijn biechtvader en met de prior. 'Hij stond op het punt om naar een andere wereld te verhuizen' schrijft Robertson.

 

De verbetering van zijn jichtkwaal is niet van lange duur. Een maand of zes voor zijn dood herbeginnen de aanvallen. De voetstappen van zijn ziek lichaam en zijn bijgelovige geest slepen zich voort. Karels gekwelde en getormenteerde gedachten kunnen alleen maar worden gepaaid met een sober kloosterleven en met veel boetedoening. Het lijkt er op dat hij de ballast van zijn zondig en meedogenloos leven van zich wil afschudden. Precies zoals een afgetakeld dier die een plaatsje zoekt om te sterven.

 

'Om voor zijn zonden boete te doen, tuchtigde hij zich heimelijk met zulk een gestrengheid dat de zweepkoord van welke hij zich bediende rood van het bloed werd teruggevonden. Zelfs met deze zelfkastijding was hij nog niet voldaan. De kwelling, angst en vrees die bijgeloof meestal vergezellen, hielden hem in gestadige onrust en porden hem aan voor verregaande vrome daden en handelingen. Zo besloot hij alvast om zijn eigen uitvaart te vieren. Hij liet een kerktombe oprichten in de kerk van het klooster. Zijn huisgenoten gingen in de lijkstaatsie met zwarte toortsen in hun handen. Hijzelf volgen gekleed in een doodskleed. Met veel plechtigheid werd hij in zijn kist gelegd. De lijkdienst werd gezongen en Karel bad al de gebeden die voor de rust van zijn ziel gedaan werden gewoon zelf mee. Zijn tranen mengden zich met die van zijn omstaanders die een droefheid etaleerden alsof hij inderdaad al overleden was.'

 

Mijn zielige hoofdfiguur gaat letterlijk en figuurlijk tot aan het laatste randje. 'De plechtigheid werd afgesloten met wijwater dat rijkelijk besprenkeld werd over de kist. Pas daarna vertrekt Karel naar zijn privé vertrekken, moe en afgemat van de lange begrafenisceremonie en met het beeld van de dood nu definitief in zijn ziel geprent. De volgende dag krijgt hij een zware koortsaanval die er te veel aan is voor zijn uitgeput gestel. 'Korte tijd daarna gaf hij de geest, op de eenentwintigste september van het jaar 1558, nadat hij achtenvijftig jaren, zes maanden en vijf dagen bereikt had.'

 

De loftrompetten steken op, nabeschouwingen op een complex leven. Ik distantieer me er een beetje van. Jazeker, hij was een mens van vlees en bloed met een onverzadigbare staatszucht om de alleenheerser te worden van heel Europa. Op het einde van de rit laat hij een verdeeld en uitgeput continent achter. Zijn dwangmatige verzuchting naar macht heeft de levens van miljoenen mensen geteisterd. Zijn territorium bleek veel te groot om te dragen voor één man. Jaloezie heeft de rest gedaan. Ik denk aan de roedel Franse en Engelse koningen en aan de cavalerie van pausen die net als de overledene dood en verderf hebben gezaaid.

 

Het leven na Karels afscheid is natuurlijk blijven verder gaan. De regen is blijven vallen, de zon schijnt nog altijd. De vredesonderhandelingen te Cercamp krijgen er zelfs een positieve boost van want Filips wil niets liever dan zo snel mogelijk naar Spanje terug te keren. Het is echter zijn eigen vrouw Mary Tudor die dat belet.

 

Tijdens een sporadisch bezoek in 1557 van Filips is ze dan toch zwanger geraakt. De baby werd uitgerekend om in maart 1558 ter wereld te komen, maar de zwangerschap eindigt op een misval. Mary gaat daarna sukkelen met baarmoederkanker, cystes of iets van die aard. 'Bloody Mary all along the way'. Vergeef me mijn sarcasme. Helemaal verzwakt sterft ze op 17 november 1558 aan de gevolgen van een griepepidemie, op 42-jarige leeftijd. Haar halfzuster Elisabeth wordt de nieuwe koningin. De bijrol van Filips in Engeland is uitgespeeld. Filips schrijft vanuit Brussel dat het spijtig is dat ze dood is, maar doet niet eens de moeite om naar de begrafenis van zijn eigen vrouw te komen. De Fransen sturen er wel een uitgebreide delegatie naartoe.

 

De onderhandelingen krijgen nu natuurlijk een heel ander gezicht. Filips had er altijd op toegezien dat Engeland met zijn stem sprak aan de groene tafel, maar Elisabeth ziet dat nu natuurlijk anders. Ik begrijp meteen waarom de Fransen op de begrafenis zijn geweest. Op 6 februari 1559 sluiten de partijen na het nodige getouwtrek dan toch hun deal. Vooral Calais blijkt een tere materie te zijn. Ik ga er niet dieper op in.

 

Een aantal artikelen van het verdrag tussen Frankrijk en Spanje zullen wel grote invloed hebben op het leven in de Westhoek. Weten de onderhandelaars veel begin 1559 dat de beeldenstorm binnen de tien jaar een verwoestende ravage zal aanrichten in de kerken en de geesten van de streek? 'Tussen Frankrijk en Spanje wilden ze komen tot een oprechte en duurzame vriendschap.

 

Beide monarchen zouden zich beroepen op een algemene kerkvergadering en samen de voortgang van de ketterij stuiten en samen de vrede en de eensgezindheid in de christenkerk herstellen.' Ik houd mijn hart vast. Zowat alle prinsen en koningen sloten zich aan bij dit voornemen en ik mag daarbij natuurlijk de paus niet vergeten. 'Dus werd door dit verdrag de vrede in Europa hersteld.' Wat Karel er in het hiernamaals over denkt is me niet helemaal duidelijk. Zijn strijd is gestreden, de politieke nabeschouwingen laat ik voor wat ze waard zijn. Mijn reis naar het leven van keizer Karel zit er op. Veel meer dan een stapel vuile was blijft er niet van over.