P1501100

6 januari 1521. Nieuwbakken keizer Karel belegt zijn eerste rijksvergadering. Zes weken eerder, om precies te zijn op 23 oktober 1520, werd hij te Aken tot keizer gekroond. Jullie konden de jeugdjaren van deze Karel aan den lijve ondervinden in mijn kroniek genaamd 'De jeugd van Keizer Karel.' Na zijn kindertijd in Vlaanderen en zijn geanimeerde jaren in Spanje is mijn hoofdfiguur nu aanbeland in Duitsland. In die tijd nog het Heilig Roomse rijk genoemd waarbij de term 'Rooms' nog altijd verwijst naar 'Romeins'. Keizer Karel is dus een late opvolger van keizer Octavianus en al die Romeinse pipo's die dachten de wereld in eigendom te hebben.

 

En waarom is dat rijk dan 'Heilig', vraag ik me af? En dan nog met een hoofdletter geschreven? Dat zijn zo van die niet voor de hand liggende vragen die me intrigeren. Ik neem nu eenmaal niet graag de dingen 'for granted'. In het Duitsland van de middeleeuwen is het al eeuwen de gewoonte dat de koning er verkozen wordt door de keurvorsten. Dat is ook zo geweest voor Karel. Omgekocht zou eigenlijk een betere naamkeuze zijn als ik zie welk fortuin Karel veil had om zich tot staatshoofd te laten kronen. Het is echter de paus die de koning van Duitsland de eretitel van 'keizer' schenkt en daarmee impliciet aangeeft dat de keizerlijke waardigheid eigenlijk een cadeautje is van God in eigen persoon.

 

Als ik dat allemaal mag geloven, bemoeit heer God zich dus persoonlijk met dat keizergeval en geeft hij de autoriteit volledig in handen van zijn rechterhand op aarde; in casu de paus. Ik geef geen kik en probeer deze baarlijke nonsens op mijn eigen manier te negeren. Vermoedelijk stoot ik nu al regelmatig een of andere gelovige tegen de borst met mijn cynische opmerkingen over dit al dan niet bestaand opperwezen. Maar goed, ik wil even niet verder uitweiden en houdt me bewust afzijdig van verdere sluikse commentaren. God en de paus hebben er toch maar netjes voor gezorgd dat Duitsland weer een nieuwe keizer heeft.

 

'Wie denkt de paus van zichzelf dan wel te zijn?' Het lijkt een atheïstische opmerking van ondergetekende, maar verrassend genoeg zijn een aantal mensen in Duitsland zich in het begin van de jaren 1500 diezelfde vraag gaan stellen. Karel is eenentwintig als hij plots te maken krijgt met iets wat de westerse wereld nog nooit eerder heeft meegemaakt. Dissidentie tegen het ware katholieke geloof is een volstrekt onbekend fenomeen waar mijn kersverse keizer plots mee te maken krijgt.

 

Ik keer terug naar het oude Hollandse boek uit 1772, een vertaling van de studie die de Schotse historicus William Robertson enkele decennia eerder heeft neergepend over het leven van Karel van Oostenrijk. In de brieven die uitgestuurd werden naar de verschillende vorsten die deel uitmaken van deze vergadering heeft hij het over één belangrijk agendapunt: de aanpak van een nieuwe godsdienst die blijkbaar geweldig de kop aan het opsteken is in Duitsland. Karel heeft het over 'de voortgang van nieuwe en gevaarlijke gevoelens die de vrede van het land dreigen te verstoren en de godsdienst van de voorvaderen omver willen werpen.'

 

Hij heeft het over Luther en zijn leerlingen. De beeldenstorm die in de Westhoek pas 45 jaar later zal losbarsten, vindt hier al enkele jaren eerder zijn oorsprong. In 1517. Toen begon die Luther met het verspreiden van zijn mening dat de bestaande godsdienst absoluut dient te worden hervormd. Het christendom is voor Luther veel te streng, de paus te hardvochtig. Het geloof moet milder omgaan met mensen en met hun gevoelens. Daar kwamen die eerste basisgedachten van Luther wel op neer.

 

Het geloof is al eeuwen een samenraapsel van oude en diepgewortelde vooroordelen. In stand gehouden door macht en geweld. In de begindagen van het christendom stond de hemel nog open voor iedereen van goede wil. Gaandeweg is het katholiek geloof een aanhangsel geworden van de staatskunde. De koningen en de potentaten bepalen nu zelf wel wie er geschikt is om na de dood binnengelaten te worden door Sint-Pieter. De tijd dat Jezus de kant koos van de zwakkeren in de samenleving is iets van een ver verleden, godsdienst is verworden tot een kwestie van machtswellust. De wetenschap dat alles zuiverder en puurder moet terugkeren zoals het was in het begin, dat is precies het stokpaardje van die Luther.

 

Mijn schrijvers schenken gelukkig de nodige aandacht aan het ontstaan van Luthers afvallige gedachten en zijn dissidente geloofsdaden. Paus Leo X trof bij zijn aantreden als paus een lege kassa aan. Zijn voorgangers Alexander VI en Julius II moeten het geld blijkbaar door de deuren en de vensters van het Vaticaan gekeild hebben. En dat terwijl de nieuwe paus grote en ambitieuze plannen koestert. Ik citeer even: 'zijn ontwerpen om het huis der Medici groot te maken, zijn praalzucht, zijn smaak voor 't vermaak en de prachtige wijze waar op hij lieden van vernuft beloonde, wikkelden hem dagelijks in nieuwe kosten.'

 

'Om dezelve goed te maken, nam hij toevlucht tot al de hulpmiddelen, welke de vruchtbare verbeelding van de priesters wisten uit te denken en door welke de lichtgelovige menigte uitgeput werd.' Terwijl ik wat heimelijk moet gniffelen om de term lichtgelovig, vervolgt het oude boek zijn weg en moet ik me haasten om de schrijvers ervan bij te benen. 'Onder andere bediende hij zich van de verkoop van aflaatbrieven. Volgens de leer van de Roomse kerk worden al de goede werken van de heiligen samen met de oneindige verdiensten van Jezus Christus in één en dezelfde schatkist bewaard, waarvan de sleutels eerst aan de heilige Petrus en dan later aan zijn opvolgers de pausen toevertrouwd.'

 

De oude verbazingwekkende volzin is nog niet ten einde: 'de pausen kunnen deze schatkist naar welbehagen ontsluiten en die met een deel van de overtollige verdiensten en tegen bepaalde sommen geld aan een bijzondere persoon overdragen om hem vergiffenis van zijn eigen zonden te kunnen schenken en zijn ziel alsnog te verlossen uit het vagevuur.'

 

Het systeem van de aflaten werd voor de eerste keer ingevoerd in de 11de eeuw. Paus Urbanus II beloonde er zijn wapenmannen mee, zij die bereid waren om het heilig land te gaan heroveren tijdens de eerste kruistochten. Later zouden deze aflaten uitgedeeld worden aan iedereen die bereid was om geld in het pauselijk laatje te brengen. 'Julius II had dezelve uitgedeeld aan de zulken die iets toebrachten tot het bouwen van de Sint Peterskerk te Rome. En terwijl Leo X dat prachtig en trots gebouw bleef voortzetten, bediende hij zich in het schenken van aflaten van het zelfde voorwendsel.'

 

In Duitsland wordt een zekere Albertus door Leo aangesteld om het aflatensysteem op punt te stellen en te reactiveren. Albert, keurvorst van Mainz en aartsbisschop van Maagdenburg in de rol van de nieuwe 'minister van uitlaten' als het ware. Uiteraard met de belofte van een percentje voor zijn inspanningen. Het komt tot een eerste proefproject in Saksen waarbij een monnik met de naam van Tetzel ingezet wordt om fondsen te werven. De man beschikt naar verluidt over een 'vaardige geest en munt uit door een ruchtige en volksbehagende welsprekendheid'. Een type marktkramer denk ik bij mezelf. Twee kopen en drie betalen. Tetzel en zijn collega-monniken voeren de opdracht uit met de grootste ijver en vooral op een manier die allesbehalve netjes is.

 

Ik probeer een bijlage van twee bladzijden kleine lettertjes terug te brengen tot de kern. Tetzel pretendeert dat hij de absolutie kan verlenen, de kwijtschelding van de zonden, hoe zwaar en verschrikkelijk ze ook mogen zijn. Ik zie mezelf nota bene nog bangetjes zitten in dat biechtgeval van mijn kinderjaren, die houten kooi, waar een of andere paljas van een pastoor net hetzelfde claimde. 'De poorten van de hel zullen gesloten blijven en de poorten van het paradijs der vreugde zullen geopend worden. Ofschoon gij niet terstond moogt sterven, zal deze genade echter in volle kracht op u blijven tot op uw sterfuur. In de naam des vaders, des zoons en des heiligen geestes en mits een zo groot mogelijk voorschot.' Tetzel brainwasht zijn publiek, hypnotiseert de mensen, maakt ze zo zot als een achterdeur en laat ze aflaatbrieven kopen zoveel hij wenst.

 

Psychologische bedreiging, terreur van de simpele geesten. Hoe kan ik anders Tetzels woorden bestempelen? 'Wie aflaten koopt, kan zijn ziel wegens haar zaligheid gerust stellen. De kracht van de aflaten is zo groot dat zelfs de gruwelijkste zonden daar door kwijtgescholden en vergeven en de persoon bevrijd zal worden van straf en schuld. Ziet, riepen zij: de hemel wordt geopend; indien gij nu niet op ons aanbod ingaat, wanneer zult gij het dan wel doen? Voor twaalf stuivers kunt gij uw ziel uit het vagevuur verlossen.'

 

Dergelijke praktijken stuiten tegen de borst van de andere keurvorsten. Hun bevolking wordt op droog zaad gezet om de schatkist van de kwistige opperpriester te vullen. En wat dan nog het meest stoort, is de wetenschap dat Tetzel en zijn kompanen al deze giften op hun beurt weer verbrassen; 'zuipen, dobbelen en in ongebondenheden verspillen'. Er moest dringend paal en perk gesteld worden aan deze schadelijke praktijken die nadelig waren voor godsdienst en maatschappij.

 

Zo arriveer ik bij Maarten (Martinus) Luther. Hij kon geen betere tijdsomstandigheden aantreffen om zijn redevoeringen kracht bij te zetten. Hij trekt de kracht van de aflaten in twijfel en begint uit te varen tegen het ongeregeld gedrag en de valse leer van Tetzel en de zijnen. Luther werd geboren in Eisleben, in Saksen. Hij komt uit een familie van boeren. Zijn vader heeft echter zijn soelaas gezocht in de kopermijnbouw en heeft het in Mansfeld geschopt tot rijkste man van de stad. Maarten heeft dus zeker een degelijke opvoeding gekregen. 'Hij liet zich al vroeg opmerken door de sterkte van de doordringendheid van zijn geest. Maarten vond plezier in de afzondering en besloot om kloosterling te worden en nam het kleed van de Augustijner monniken aan'.

 

Hij is de traditionele revue van schoolse wijsbegeerte en godgeleerdheid gepasseerd. Als pientere gast moet hij ongetwijfeld grote ogen trekken over al hetgeen zijn leraars hem op de mouw willen spelden. Hij beschikt over een karakter dat niet rond de pot draait en wil meestal direct 'to the point' gaan. In de jaren 1700 illustreren ze dat eigenlijk wel perfect: 'er ontbrak hem geen schranderheid van geest en de natuurlijke bondigheid van zijn oordeel, ver boven al het beuzelachtige verheven, kreeg ras een afkeer van deze nutteloze en ijdele wetenschappen.'

 

Ik kan Maarten Luther niet meteen van ongeloof verdenken. Hij wantrouwt enkel de interpretatie die de kerk gegeven heeft aan het oorspronkelijk verhaal van Jezus en gaat op zoek naar de bron van de waarheid. Hij laat al zijn studies varen en gaat zich voortaan concentreren op de bijbel. Hij ontpopt zich tot een heuse godgeleerde en schopt het tot hoogleraar in de hogeschool van Wittemberg aan de Elbe. De Rik Torfs van zijn tijd.

 

Terwijl Luther op het hoogtepunt van zijn carrière is, begint deze Tetzel al die nonsens over zijn aflaten te prediken. Aanvankelijk met het nodige succes. Het geld stroomt binnen. Kassa kassa. In Saksen zijn ze niet verlichter dan in de rest van Duitsland. Luther stoort zich aan de lichtgelovigheid van de massa en ziet 'met de uiterste smart wat voor een loosheid de aflaatveilders in het werk stelden en hoe eenvoudig diegenen waren die de aflaten van hen kochten.' Tetzel baseert zijn autoriteit op de bijbelkenner Thomas Aquinas die ooit het systeem van de aflaten uitgevonden heeft. Maar in de heilige schrift, Luthers enige bron van waarheid, worden dergelijke praktijken als verderfelijk beschouwd.

 

'De driftigheid en oplopendheid van zijn karakter lieten hem niet toe deze gewichtige ontdekking lange tijd verborgen te houden. Van op de kansel van de grote kerk van Wittemberg voer hij uit tegen de ongeregeldheden en ondeugden van hen die de aflaten predikten. Hij durfde de leer onderzoeken welke zij leraarden en deed het volk duidelijk zien hoe gevaarlijk het was zijn zaligheid te bouwen op andere middelen dan die, welke God in de heilige schrift had aangewezen.'

 

Zijn woorden maken diepe indruk op de toehoorders. Maarten Luther ziet zich hierdoor in zijn overtuiging gesterkt. Ietwat overmoedig en vooral naïef meent hij dat de kerkelijke autoriteiten het wel met zijn stelling eens zullen zijn. Hij schrijft een brief naar Albertus, de aartsbisschop van Maagdenburg, waarbij hij op 'een levendige wijze de valse gevoelens en het goddeloos gedrag van de aflaatpredikers afschildert.' De prelaat is niet geneigd om er een stokje voor te steken. Uiteraard niet natuurlijk want hij is waarachtig de opdrachtgever van de aflatenveiling in Saksen. Mijn godgeleerde is bij de duivel te biecht gegaan en heeft daarbij een kettingreactie op gang gebracht die tot diep in de 17de eeuw zijn verwoestende invloed zal hebben op het leven in West-Europa.

 

Luther besluit dan maar om op zoek te gaan naar de goedkeuring van de intelligentsia. De geleerde lieden. Hij publiceert op 31 oktober van het jaar 1517 een proefwerk waarbij hij vijfennegentig stellingen tegen het licht houdt in zijn aversie tegen dat aflatensysteem. Hij organiseert een symposium waarbij hij belooft om mondeling toelichting te geven. Daarbij bevestigt hij zijn totale eerbied en onderdanigheid aan de paus. Hij ziet echter geen kat op zijn vergadering. De academische wereld weigert zijn hersenen te gebruiken. Is het uit schrik of is het uit vooringenomenheid? Ik vraag het me af. Ondertussen vindt Luthers lijst van stellingen vlotjes zijn weg in heel Duitsland. 'Men las dezelve met eene ongemene gretigheid en men bewonderde de onversaagdheid van een man, die de volheid van de pauselijke macht in twijfel durfde te trekken en de Dominicanen aantaste, zij die gewapend waren met al de verschrikkelijkheden van de inquisitie.'

 

De Augustijner monniken steunen hun collega Luther. Waarom zouden ze dat niet doen? Ze respecteren hun paus. Blijkbaar beseffen ze niet dat hij de opdrachtgever is van de katholieke aftroggelpraktijken. Dat hij uitvaart tegen de orde van de Dominicanen vinden ze hier excellent, want tussen beide kloosterorden blijkt er een oude vete te bestaan waar ik niet dieper wil op ingaan. Het belangrijkste voor de Augustijnen is de wetenschap dat ze plots wel een heel goede stok hebben gevonden om mee te slaan naar hun collega's. Het klinkt als muziek in de oren van de Luthers opperheer, de keurvorst van Saksen, die hem heimelijk aanmoedigt om verder te gaan in zijn verzet.

 

Zijn tegenstanders rijzen als paddenstoelen uit de grond. De tentakels van de macht schieten vuur om de bacteriën die de rijkdom van het kerkelijk imperium willen aantasten te gaan bestrijden. Christelijk antibioticum denken ze. Tetzel zelf die reageert met enkele tegengeschriften. Godgeleerden zoals Eccius en Prierias verwijten Luther ervan dat hij een ordinaire onrustzaaier is. Hoe meer Luther afkomt met bewijsstukken, hoe meer de wijsgeren zwaaien met besluiten van canoniek recht, gevoelens van schoolgeleerden en met pauselijke vonnissen. Prietpraat. De man in de straat begint dat ook te beseffen: 'de uitspraken van zulke partijdige rechters voldeed het volk niet. De mensen begonnen het gezag van deze eerbiedwaardige leidsmannen in twijfel te trekken, toen zij het zelf strijdig vonden met de redenen en de beslissingen van de Goddelijke wetten.'

 

Paus Leo laat de onrust in Duitsland niet aan zijn hart komen en slaat er nauwelijks acht op. De pogingen van die verachtelijke Duitse monnik laten hem onverschillig. De hele zaak is niet meer dan een storm in een glas water, een geschil tussen monniken van verschillende strekking. Later zal blijken hoe verkeerd zijn inschatting wel is. Pas wanneer de etterbuil echt uitgebarsten is in Duitsland, wordt Leo wel verplicht om in te grijpen. Hij dagvaardt Luther op 23 augustus 1518 om binnen de zestig dagen in Rome te verschijnen voor de rekenkamer die onder de leiding staat van Prierias.

 

'Een stoute monnik die de gans orde van de Augustijnen onteert en de gehele kerk verontrust en beledigt', de dreigementen verdwijnen niet meer uit de lucht. De toon ervan laat niets aan onduidelijkheid over. Rechter Prierias is zo bevooroordeeld als de pest, Luther weet wat hem te wachten staat in Rome. Waarom kan hij niet berecht worden in neutraal gerechtshof in Duitsland? Luther bevestigt nog maar een keer dat hij de autoriteit van de paus zelf nog nooit in twijfel heeft getrokken. Enfin, na veel vijven en zessen stemt Leo toe dat kardinaal Cajetanus zelf naar Duitsland zal afreizen om te oordelen over deze zaak. Ter titel van inlichting: deze Thomas Cajetanus is eveneens een Dominicaan. Ook keizer Maximiliaan is er ondertussen als betrokken partij bijgesleurd.

 

Luther heeft eigenlijk opnieuw alle redenen om zich niet te onderwerpen aan Cajetanus, maar accepteert niettemin om zich in Augsburg te gaan aanbieden. De kardinaal ontvangt zijn gast met eerbied en met de afstandelijkheid van iemand die duidelijk wil aangeven dat hijzelf de meerdere is. Maarten Luther mag eerst zelf wat praten en dan zal Cajetanus het zelf wel even expliceren. 'Stop met die dwalingen en die zever. Bemoei u niet langer met het verspreiden van uw gevaarlijke nonsens.' Daar komt het allemaal op neer.

 

Luther staat er bij en kijkt er naar. Hij weet dat hij de waarheid in pacht heeft. Zijn tegenstrever doet zelfs niet eens de moeite om te luisteren naar wat hij te vertellen heeft. Hij heeft geprobeerd om zich zo goed als mogelijk voor te bereiden. Hij voelt zich bekakt door de onkunde en de kwaadaardigheid van de tegenpartij. 'Vergeet het maar dat ik mijn woorden inslik', de hautaine kardinaal krijgt het dan toch op zijn boterham. 'Mijn overtuiging verraden betekent voor mij hetzelfde als het beledigen van God, en dat kan u niet van mij verlangen. Mijn grootste respect voor paus Leo en zijn apostolische stoel kan u wel krijgen.'

 

Terwijl ik hier anno 2016 het idiote van die term 'apostolische stoel' aan het uitbenen ben, loopt de ontmoeting van half oktober 1518 tussen de kardinaal en de dissidente monnik verder. Luther stelt voor om een periode van radiostilte in te lassen in afwachting van een grondige inhoudelijke discussie voor enkele hogescholen. Op voorwaarde dat ook de tegenpartij zich even gedeisd houdt. Voorstel geweigerd natuurlijk, de ban van de kerk, het verbod om ooit nog erediensten te leiden, laat staan om nog verder priester en monnik te blijven. Veel goeds belooft het hier allemaal niet voor mijn monnik waarvoor ik warempel wat sympathie aan het koesteren ben.

 

Ondanks de vrijgeleide die hij ontvangen heeft van Maximiliaan, vinden Luthers vrienden het aangewezen om het onderhoud onaangekondigd te verlaten. De vergadering sleept nu al drie dagen aan, het zou nu beter zijn om niet meer terug te keren en heimelijk te vertrekken van het land. 'Cajetanus, vergramd over Luthers schielijk vertrek, klaagde daarom in geschrifte aan de keurvorst van Saksen en verzocht van hem, uit hoofde van 't belang van deze vorst, in de rust der kerke en in het gezag van haar opperhoofd die oproerige monnik gevangen naar Rome te zenden of hem uit zijn staten te verbannen.'

 

Wie is eigenlijk deze keurvorst aan wie Rome dit verzoek toestuurt? Frederik. De weggeglipte monnik heeft aan deze Frederik een belangrijke vriend. Het bijzonder religieus staatshoofd van Saksen is één van de zeven keurvorsten van het land, en dus mee bevoegd voor de latere aanstelling van keizer Karel. Keurvorst Frederik de Wijze is helemaal niet geïnteresseerd in het welles-nietesspelletje rond de aflaten. Als staatsman houdt hij zich ver van dit rumoer vandaan. De geschiedenis schetst hem als een integer man die zich bijvoorbeeld niet heeft laten omkopen om te kiezen voor Karel als keizer. Frederik heeft Luther nog nooit persoonlijk ontmoet en toch steunt hij deze man heimelijk en met de grootste omzichtigheid. Luthers naam en faam weergalmt door heel Duitsland en dat is Frederik niet ontgaan.

 

Keurvorst Frederik houdt er een speciale verzameling op na. Zijn vreemde collectie typeert zijn eigenzinnigheid. Hij spaart relikwieën. Geen postzegels of sigarenbandjes, maar relikwieën. Die haalt hij vandaan uit Rome of uit het heilig land. Stukken van heiligen en pausen. Knoken, beenderen, plukjes haar. Splinters van lansen waarmee Jezus doorboord werd, botten en lichaamsresten van martelaren. Op een bepaald moment zal de verzameling bestaan uit 19.000 relikwieën. De waarde ervan staat equivalent met het ontlopen van 2 miljoen jaar vagevuur.

 

Hij heeft zich rijk geboerd met zijn beentjes en bouwt er onder andere de brug over de Elbe mee. Wittemberg is de hoofdstad van Saksen en het is diezelfde Frederik die er in 1502 de universiteit sticht en er een aantal humanisten aan verbindt. Onder hen de nog jonge Luther die trouwens erg meewarig en schamper doet over Frederiks relikwieënhandeltje. Iets wat de keurvorst niet lijkt te storen, want hij blijft onverminderd achter deze predikant staan. Al is het maar om de zuiverheid van zijn betoog.

 

De oproep van de kardinaal om een burger uit zijn land op te pakken, schiet bij Frederik in het verkeerd keelgat. De investeringen aan zijn nieuwe hogeschool waren niet min en de verwijdering van Luther zou grote schade kunnen toebrengen aan de roem het prestige van deze universiteit. Frederik weigert categoriek om in te gaan op het verzoek van de kardinaal. Veel tralali en tralala over al de achting die hij toont voor hem en voor de paus, maar ze moeten niet denken dat ze Maarten Luther zo maar kunnen ontvoeren.

 

Cajetanus blijft aandringen. 'De rechters van Rome, voor welke Luther gedagvaard was geworden, waren zo gretig om hun ijver tegen zijn dwaling te tonen, dat zij, zonder de zestig dagen te laten verlopen die hem gegeven waren om naar Rome te komen, hem reeds als een ketter veroordeeld hadden.' De aanhangers van de monnik kunnen er niet om lachen. Het lijkt duidelijk dat de hele geloofszaak aan het escaleren is dat het geen naam heeft.

 

Ik vraag me af hoe Luther zelf zal reageren. Hij beseft dat de macht van de pauselijke kliek ontzaglijk is. Hoe lang zal zijn beschermheer Frederik de bliksems van de kerk en de paus kunnen tarten? De meest prestigieuze Duitse keizers hebben zich altijd al geschikt naar de wil van de katholieke loge. Hier in zijn Saksische schuilplaats bevindt hij zich momenteel in veiligheid, maar hoe lang zal hij er nog van kunnen genieten? Toch blijft Luther ferm en resoluut. 'Hij bleef volharden met zijn gedrag en zijn gevoelens te rechtvaardigen, en hij weerhield zich niet om heviger nog dan te voren uit te varen tegen de gevoelens van zijn wederpartijders.'

 

De paus heeft een bok geschoten. Juridisch hangt Luthers veroordeling tot ketter met haken en ogen aan elkaar. Er is niet eens een kerkelijk proces geweest, de paus heeft zich van zijn meest rancuneuze kant laten zien. Alleen een algemene kerkvergadering, een soort hof van cassatie, kan het falen en dwalen van paus Leo ongedaan maken. Luther tekent dus beroep aan bij deze instantie. 'Hij appelleerde aan een algemene kerkvergadering, welke hij bevestigde van hoger gezag te zijn dan de paus, die een feilbaar mens zijnde, dwalen konde, gelijk de heilige Petrus, de volmaaktste van zijn voorzaten, gedwaald had.'

 

Een klein kind kan zien dat de paus het spel belazert en bedriegt. Luther heeft zich niet vergist. De pauselijke bulle waarbij hij het systeem van de aflaten legitimeert en verplichtend maakt voor alle christenen werd zogezegd ondertekend op een datum van voor zijn proces. Zuivere valsheid in geschrifte is het. De typische truc van het antidateren van documenten maakt trouwens weinig indruk bij aanhangers van Maarten Luther. 'Het is een onbillijke poging om de grote inkomsten te behouden welke hij van de aflaten trok.'

 

Terwijl de paus de druk in Duitsland overal opvoert, wordt het overlijden van keizer Maximiliaan bekend gemaakt. Paus Leo verliest daarmee zijn belangrijkste medestander. Frederik wordt aangesteld als tijdelijke opvolger in afwachting van de nieuwe keizer. Luther kan plots weer vrijuit ademen. Leo bindt in, hij kan het zich niet permitteren in onmin te leven met de hoogste autoriteit van Duitsland. 'Hij scheen niet geneigd om tegen Luther het banvonnis uit te spreken, ofschoon onophoudelijk door het vervelendste geroep van Luthers tegenpartij daar toe werd aangedrongen.'

 

Een interbellum van zestien maanden. De handelingen tegen de rebelse monnik verdwijnen even in de koelkast. Er komen pogingen om de kwestie in der minne te regelen. Luther krijgt nu plots alle gelegenheid om de dwaling van de paus scherp te stellen en te bewijzen. Maar eigenlijk legt hij de vinger op de voornaamste wonde, die van de vooringenomenheid, trouwens weer al eens prima weergegeven in de oude teksten.

 

'Luther kreeg meermaals de gelegenheid om het bederf van het hof van Rome, zijn halsstarrige gehechtheid aan de vastgestelde dwalingen en onverschilligheid omtrent waarheden op te merken. Dit maakte dat hij enige twijfels begon te voeden wegens de goddelijke oorsprong van het pauselijk gezag.' Luther zaagt verdorie de poten van onder de troon van paus Leo en zorgt hiermee voor een hevige controverse in grote delen van Europa. Zo bijvoorbeeld in Zwitserland waar Zwinglius niet moet onderdoen voor Luther en de hele maatschappij zich door zijn toedoen van het pauselijk gezag afscheurt.

 

De grondvesten waarop de kerk gebouwd is, gaan wankelen. Waggelen staat er eigenlijk geschreven, maar ik snap het plaatje wel. De pauselijke entourage dringt er bij Leo op aan om af te rekenen met de Duitse ketter. 'Hoe lang zal hij nog op zijn kop laten zitten?' De waardigheid van de heilige stoel verplicht de paus ertoe om deze ketterij op de strengst mogelijke manier te vervolgen. De nieuwe Duitse keizer zal zich hopelijk solidair opstellen ten opzichte van de paus. De katholieke machinerie komt op gang. 'Het college van kardinalen kwam dikwijls bijeen om met rijp overleg een vonnis te bereiden. De canons werden geraadpleegd hoe het zelve op de onwraakbaarste wijze uit te spreken.'

 

Het verdict valt op 15 juni van 1520. Op dat moment is Karel al op komst om zich tot keizer te laten kronen. De tegenstand van Frederik is niet langer relevant. Vanuit het oerconservatieve Spanje kunnen de geestelijken eindelijk de nodige steun verwachten om hier in Duitsland de puntjes op de i te plaatsen. Eenenveertig stellingen uit de werken van Luther worden in een pauselijke bulle veroordeeld als ketters, ergerlijk en beledigend voor godsvruchtige oren. De mensen krijgen een formeel verbod om Luthers geschriften te lezen en wie dat toch doet, zal onmiddellijk in de ban van de kerk worden geslagen. Wie in het bezit is van zijn boeken, moet ze verbranden.

 

Maarten Luther krijgt nog welgeteld twee maanden om zijn dwalingen te herroepen en als hij dit niet doet, dan zal zijn straf niet min zijn. Lees maar: 'indien binnen de tijd van zestig dagen Luther niet openlijk zijn dwalingen herriep en zijn werken in 't vuur wierp, werd hij verklaard van een halsstarrige ketter te zijn, in de ban gedaan, en zijn ziel overgegeven aan Satan. Ook werden alle wereldlijke vorsten onder dezelfde strafbedreiging gelast, zich van zijn persoon meester te maken om naar verdienste van zijn misdaden gestraft te kunnen worden.' Mijn monnik is vogelvrij verklaard.

 

De bulle van de paus verspreidt zich ook in Vlaanderen. In Leuven bijvoorbeeld worden Luthers boeken op straat verbrand. De nieuwe gedachten van Luther lijken op het eerste gezicht amper doorgedrongen te zijn in het Westland en in Brugge. Het stof van de geschiedenis speelt zo zijn parten. Ik zie me verplicht om verder te graven in mijn eigen archieven. Een Ieperse Franciscaan schijnt al vanaf 1519 te prediken in de kerk van Sint-Maarten om de lokale gelovigen te wapenen tegen de nieuwe leer.

 

De Ieperse jaarboeken geven na wat zoekwerk uiteindelijk toe dat de vogelvrij verklaarde Luther maar al te goed bekend is hier in mijn eigen streek. De getuigenis van mijn pausgezinde kroniekschrijver is veelzeggend: 'anno 1517 zaaide Martinus Luther het onkruid op de akker van de paus Joannes Medecis Florentius, genaamd Leo X. Hij was geassocieerd met Alricus Swinglius en meer goddeloze maar geleerde mannen. Zij noemden zich gereformeerden of hervormers. Luther was geboren te Isleven in Saxenland, wierd religieus in het klooster der paters Augustijnen te Erfort en werd in het jaar 1512 doctoor in de Godheid.'

 

'De wetenschap blies ('blaasde' staat er eigenlijk geschreven) hem op en miek hem hovaardig en hij begon met een geweldige haat de Roomse kerk aan te vallen. De aflaten dienden hem om met meerdere vrijheid zijn gramschap op de kerk uit te voeren. Hij heeft zijn kap verworpen en een huisvrouw aangenomen. Deze misleider veroorzaakte veel bloedstorting die men in de historie vindt. Vlaanderen heeft het afgezien met vrees en flauwe reden kavelinge. Men moet de universiteit van Leuven toeschrijven dat Vlaanderen daar van zulke doling bevrijd is geworden.'

 

Het is in elk geval duidelijk dat de jaarboeken van Ieper pas later aan het papier werden toevertrouwd. En zeker na 1525 want het is pas dan dat de predikant, tegen de zin van zijn aanhangers trouwens, in het huwelijk zal treden met de zestien jaar jongere Katharina van Bora met wie hij trouwens zes kinderen zal krijgen. Er is trouwens een aardige dubbelzinnigheid geslopen in de oude geschriften. Luther wordt hier omschreven als een misleider. Ik moet er hartelijk om lachen. Volgens de letters van het woord mag ik dus voortaan elke celebrant van een of andere religieuze dienst met gerust gemoed als een misleider pur sang beschouwen.

 

De Ieperlingen worden gewaarschuwd om de nodige afstand van deze alternatieve godsgedachten te bewaren. In Veurne, Nieuwpoort, Poperinge, Diksmuide zal dat ongetwijfeld ook het geval zijn. Ze krijgen allemaal hun plakkaat. 'Anno 1518, op de 30ste december was er in de stad van Ieper vanwege de koning gepubliceerd, present François Thorin en Joris de Bruyne met de poortbaljuw een plakkaat dat niemand wie hij zijn mag en zal vermogen te zweren, vloeken, blasphemeren, (godlasteren) en de naam van God loochenen, nog die van de heilige maagd Maria, noch grote verfoeilijke en grauwelijke eden te doen waarmee zij hierdoor opnieuw de pijn en de wonden van Jezus Christus op zijn kruis openrijten en verversen.'

 

De waarschuwing is ondubbelzinnig. De eerste overtreding wordt bestraft met een geldboete: 'op peine voor de eerste maal van een geldboete volgens de middelen van de persoon, de tweede maal publiekelijk aan het pelorijn gesteld te worden of op een schavot en voor valse eed de tong doorstoken te worden en voor de derde maal op alle hoeken van de straten van de stad gegeseld te worden en alsdan voor eeuwig uit het land verbannen te worden op peine van de galge.'

 

De orders komen van Margaretha van Oostenrijk, de tante van keizer Karel, die op dat moment andere katten te geselen krijgt in Spanje en die zoals de Ieperse kronieken het aangeven op dat moment in 1518 inderdaad nog de status van koning bezit en niet die van keizer. De kwestie van het geselen van die katten in Spanje, mag ik hier in Ieper overigens eigenlijk wel letterlijk opvatten.

 

Op 20 oktober volgt er een nieuwe verordening. Een eeuwig edict met als getuigen Pieter van de Capelle, Pieter Coekele en de Ieperse schout van dienst. De tienden die de kerk opeist bij de mensen moeten voor veel kwaad bloed zorgen bij de man in de straat en zal vermoedelijk reden nummer één zijn waarom het nieuw geloof zo aanslaat bij de burgers. Met welk recht kan de kerk geld blijven eisen van de mensen? Luther zal blijkbaar een gevoelige snaar geraakt hebben. De voorbije tijd moet het aftroggelsysteem bestemd voor de bouw van pauselijke extravagantie en voor de zakken van de geestelijken nog toegenomen zijn. Na honderden jaren van gedwee tienden betalen op voedsel en landbouwopbrengsten, heeft de zwarte kerkbrigade er nog een schepje bijgedaan. Hun geldhonger blijkt amper te stillen.

 

De levensomstandigheden op het platteland zijn op dat moment bepaald zorgwekkend. Miljoenen keuterboertjes in Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen. Arme stakkers, de naam van boer niet waardig, leven er hun erbarmelijk leven. In koterij opgetrokken uit hout, leem en gestapelde stenen, met een strooien dak en één kamer waarin het hele gezin slaapt, eet en leeft. Voeg daarbij een lapje grond. Een kippenren, een varkenshok, een koestal en wat tuin waarop met wat geluk groente probeert te groeien. Van hygiëne is er geen sprake. Onhoudbaar koud en kil tijdens de winter. Snikheet in de zomer. Luizen, vlooien, ratten, muizen, muggen, ziekte, koorts. Water en droogte. Stank en verrotting. Smeulende en tergende levens die wel eindeloos lijken te duren.

 

Tien percent van wat deze sukkelaars hier produceren, moet als sinds jaar en dag dan nog afgestaan worden aan de kerk. Voeg daarbij de pacht voor huis en grond die twee keer per jaar moet betaald worden aan de heer. En alsof dat nog niet allemaal genoeg is, moeten de bewoners nog enkele maanden per jaar gratis gaan werken voor de eigenaar. Het leven in de middeleeuwen. Een verschrikking. Heffingen op zowat alle levensmiddelen. Zout. Vee. En alsof dat nog allemaal niet volstaat, is er de voortdurende terreur van onbetaalde rondzwervende soldaten die tussen de oorlogen in op zoek zijn naar goed om te plunderen. Hoe vaak heb ik al geschreven over de roof en de verkrachting die hele dorpen van de kaart veegden?

 

Het bestaan moet uitzichtloos zijn. Gelukkig is er de dood als uiteindelijke verlossing. Hopelijk voorzien van het beloofde extraatje van het eeuwig leven, de definitieve afrekening met alle ellende hier op aarde. En ook deze belofte lijkt nu plots meer te gaan kosten. Ik kan me de weerstand van de mensen goed inbeelden. Het nieuw edict wil paal en perk stellen aan extra kerkelijke belastingen. Als er belastingen komen, zullen die wel geheven worden door de magistraten. En niet door de priesters. De kapittels moeten zich tevreden stellen met wat ze van oudsher konden vragen aan de mensen. Het beteugelen van extra kerktaksen heeft trouwens het voordeel dat de haat tegen de kerk in de kiem gesmoord zal worden. Hopelijk zal de onrust ermee gestild worden.

 

De nieuwe wet is duidelijk: 'de geestelijke en andere personen die pretenderen de tienden te doen betalen op verscheidene opbrengsten die groeien uit de aarde, zoals hout, gras of weidinge en van alle vette hoornbeesten zoals schapen, varkens, kalveren, ganzen, enz.., insgelijks van rapen, kolen, appelen, peren, noten en dergelijke vruchten. Dat het niet betaamt en dat er bevolen wordt dat geen geestelijke, lid van een of ander kapittel, van welke soort of slag of stad het zal vermogen om andere tienden op te eisen of te lichten dan die welke hun voorzaten gewoon waren op te eisen 40 jaar of langer geleden in de tijd. Niemand heeft nog het recht om extra tienden op te eisen op risico van nulliteit.'

 

De eis om Luthers geschriften in brand te steken, zorgt natuurlijk voor een tegenreactie van zijn kant. Actie zorgt zoals altijd voor reactie. 'Als de kerk het zich permitteert om mijn boeken te verbranden, waarom zouden wij ons dan inhouden?', vragen Luther en zijn medestanders zich af. Hij eist het recht op wedervergelding op en 'wierp de pauselijke bulle en decretalen den 20 december 1520 te Wittemberg insgelijks openlijk in het vuur.' Door dat te doen, kan Luther trouwens niet meer terug. Deze prediker verbrandt letterlijk en onherroepelijk zijn schepen. Van een terugkeer naar de schoot van de kerk kan er nooit nog sprake zijn. Er rest nu alleen nog maar de werkelijkheid van een open oorlog met de officiële kerkinstanties.

 

Die oorlog vertaalt zich in heftige reacties in Duitsland. De voorstanders zegevieren, het dissidente geloof zal uitgeroeid worden. Luthers aanhangers lezen de bullen met verbijstering en met stijgende verontwaardiging. Het beetje eerbied dat ze allemaal nog wel hadden voor de paus smelt als sneeuw voor de zon. Protest en massale optochten van het gemeen leiden in veel steden tot geweld en tot het provocatief verscheuren van de bewuste bulle.

 

Luther zelf is niet verbaasd. Wat de paus allemaal oplegt, is het levende bewijs dat hij zichzelf schuldig maakt aan onrechtvaardigheid en ongodsdienstigheid. Leo als antichrist, zo'n exemplaar die zijn macht alleen maar met dwingelandij en overheersing uitoefent. Het nieuw testament had het goed voorspeld. Hij vermaant alle christelijke vorsten om zich van zulk schandelijk juk te ontdoen en zich achter de vrijheid van het mensdom te scharen. De lokale regeringen komen zwaar onder spanning. De kampen staan als kemphanen tegenover elkaar, de gemoederen raken van langs om meer opgehitst. Duitsland schudt en beeft in zijn voegen.

 

Dat is zowat de toestand als de twintigjarige Karel het roer overneemt in Duitsland. 1520, het is bij hem altijd makkelijk om te rekenen. De keurprinsen hebben zich een tijd op de vlakte gehouden en zeker niet gereageerd voor of tegen Luther. Zijn werk en zijn overtuiging hebben zich verspreid over heel Duitsland en die maken vooral indruk op de studenten. 'Deze twist had echter op de gemoederen van het volk een diepe indruk gemaakt. De eerbied van het gemeen voor de oude leer en zijn instellingen was verminderd, en de brandstof die gans Duitsland in vuur en vlam moest zetten, was reeds overal verspreid.'

 

De schrijver heeft het natuurlijk over Luthers fameuze boeken. 'De studenten kwamen bij benden uit alle delen van het keizerrijk naar Wittemberg. Melanchton, Carlostadius en andere meesters reisden naar Luther om uit zijn mond dezelfde gevoelens te leren, welke zij bij hun terugkeer verder verspreidden bij hun landslieden, die dezelve aanhoorden met diezelfde levendige aandacht, die men besteedt aan de waarheid wanneer die vergezeld gaat van de nieuwigheid.'

 

Met een beetje diplomatie kon paus Leo dat allemaal wel voorkomen hebben. Dom van hem, hij heeft van deze brave monnik een verbitterde tegenstander gemaakt. Zijn aanhang is zo groot, dat niemand het hier aandurft om deze Luther in de ban van de kerk te slaan. Deze gaat stapje bij stapje verder in zijn aanvallen op Rome.

 

'Hij ontdekte, bij trappen, de nutteloosheid van de bedevaarten en boetedoeningen, de ongerijmdheid van de tussenkomst der heiligen en de goddeloosheid van hun aanbidding. Het misbruik van de biecht en het hersenschimmig bestaan van het vagevuur.' Hoe verder hij gaat in zijn kritisch onderzoek, hoe meer hij beseft dat ze de mensen al veel eeuwen blaasjes hebben wijsgemaakt. Hij ziet ook wel waarom ze de mensen zo expres dom en klein hebben gehouden. 'Hij meende de voornaamste bronnen van hun verdorvenheid te bespeuren in hun onmatige rijkdommen, in de gestrenge wet van een ongehuwd leven en de ondraaglijke strafheid van de kloostergeloften.'

 

De mensen moeten zich houden aan de woorden van God en Jezus, de paus is bijzaak, helemaal niet onfeilbaar zoals beweerd. De paus is een mens van vlees en bloed zoals alle mensen. Het verwondert mij niet dat het volk aan Luthers lippen hangt. Eigenlijk is de scheuring in de kerk nu al een feit. Kerk en staat zijn één pot nat. Luther doet er nog een schepje bij. Eigenlijk zou ik hier snel overheen moeten gaan, maar zijn woorden snijden als een mes. De zedeloosheid en de straffeloosheid van de betere kringen worden als nooit voordien aan de kaak gesteld en zorgen voor een onuitgegeven crisis van het gezag.

 

'De gemakkelijkheid waarmee de rijken zich aan de schrikkelijkste euveldaden schuldig gemaakt hadden en toch vergiffenis verwierven, vermeerderde de ergernis. Het hof van Rome, dat nooit uit het oog verloor om zijn eigen inkomsten zo veel mogelijk te vermeerderen, volgende de rechters in hun straffen en gestrengheid, schonk vergiffenis aan alle zondaars die een som geld konden betalen. Het denkbeeld om misdaden met geldboetes af te kopen, was in de oude tijd niet vreemd. Het gebruik ervan werd zelfs algemeen geaccepteerd, de officieren van de Roomse kanselarij gaven zelfs een boek uit waarin de juiste som voor de vergiffenis van elke zonde bepaald was.'

 

'Een diaken die een moord begaan had werd voor twintig kronen vrijgesproken en ontslagen. Een bisschop en een abt konden een moord plegen voor driehonderd pond. Iedere kerkelijke kon zich op de verfoeilijkste wijze bevlekken voor het derde gedeelte van die som. De hatelijkste misdaden zelf, waarvan men in één mensenleven zelden voorbeelden van vindt werden gewoon met de mantel der geldliefde toegedekt.'

 

'Maar toen er eindelijk in de wereldlijke hoven een betere manier van rechtspraak werd ingevoerd, raakte de gewoonte om misdaden af te kopen in onbruik. De voorwaarden van het hof van Rome om vergiffenis te schenken, werden voortaan als goddeloos beschouwd en als de bron van het verderf van de geestelijken.'

 

Luther is scherp en zijn publiek luistert met ingehouden adem. 'En moest het dan nog gebleven zijn bij die zedenverbastering van de geestelijken. Maar neen. Hun buitensporige rijkdom en macht stelden hen tezelfdertijd in een positie om al de andere mensen te onderdrukken.' Hun zogezegd geloof was niet meer dan een ordinair en platvloers bijgeloof, 'hetwelk altoos met pracht of grootheid is ingenomen om gewijde lieden rijkelijk en onbepaald te begiftigen. Van daar de bron van hun onmetelijke inkomsten en dat van dit onbepaalde rechtsgebied door de kerk in elk land van Europa bezeten en waarvoor de leken voor opdraaiden. En dat die rijkdom eigenlijk hun geld was.'

 

De schrijvers blijven terugblikken in de tijd. Wat zich hier afspeelde in Duitsland kan je perfect kopiëren naar Vlaanderen. De politieke instabiliteit en de aanslepende oorlogen hebben de kerken groot gemaakt. In tijden van oorlog werden alleen de kerkgebouwen van vernieling gespaard. Men behoedde ze uit eerbied voor de kerkelijke waardigheid maar vooral uit bijgelovige vrees van de kerkelijke ban, een dreigement waar de geestelijken te pas en te onpas mee zwaaiden.

 

'Velen die dit bemerkten, droegen hun land over aan de clerus om achteraf hun eigendommen in leen te houden van diezelfde kerk. De kerk kreeg met verloop van tijd zo veel eigen leenmannen waardoor haar macht nog groter werd. Met zeer veel uitwendige praal tot de priesterlijke bediening gewijd, werden ze van de rest van de mensen onderscheiden door hun bijzondere kleding en een andere levenswijze. Ze konden uit hoofde van hun staat genieten van verscheidene exclusieve voorrechten waar andere christenen niet in deelden.'

 

'Naarmate de geest van bijgelovigheid toenam, werden ze aanzien als wezens verheven ver boven de ongewijde leken. Ze meenden dat men hen niet volgens dezelfde wetten kon beoordelen of aan dezelfde straffen kon onderwerpen. De burgerlijke rechtbanken maakten een uitzondering voor de priesters. Deze ongezonde vrijheid werd trouwens geruggensteund door pauselijke vonnissen en kerkelijke vergaderingen en bekrachtigd door de voornaamste keizers die het land ooit bestuurden.'

 

De kerkelijke gewaden als schild voor immuniteit. Zo kan ik dit het best interpreteren. En weeral eens dat gesjoemel met de term 'gewijd'. Gewijd water en gewijde ambten. Even kruisgewijs zwaaien met de handen was voldoende om iets of iemand te wijden. Bepaald hallucinant om vast te stellen dat het dit zwart volk was die zo hard inkerfde op bijgeloof en afgoderij. Het ergste van allemaal was de wetenschap dat ze ervan overtuigd waren dat ze zelf een heilige dimensie konden geven aan de dingen.

 

Hoe waanzinnig het er allemaal aan toe ging, blijkt verder in deze oude teksten. ''Zo lang een kerkelijke met de geestelijke waardigheid bekleed was, werd zijn persoon geheiligd gehouden en ten ware dat hij van zijn bediening was afgezet, kon de ongewijde hand van wereldrijke rechters zijn persoon niet aanraken.' De macht om een kerkman af te zetten kwam alleen toe aan geestelijke hoven. 'Het viel moeilijk en kostelijk om een vonnis tegen hem te verkrijgen, zodat de meeste beschuldigingen volstrekt onbestraft bleven. Veel schelmen namen om geen andere redenen de kerkelijke orde aan, dan om daar door hun straf te ontwijken welke zij voor hun misdaden verdiend hadden.'

 

'De Duitse edelen klaagden openlijk dat deze gezalfde kwaaddoeners zelden, zelfs niet om de gruwelijkste misdaden, met de dood gestraft werden. Deze immuniteit voor de burgerlijke rechter was een smet op de maatschappij van toen en hielp allerminst om vooruitgang te zien in het gedrag van de geestelijken.'

 

Vooruitgang? Bach, ik kan nog niet eens het topje van de ijsberg vatten. Het leven van de mensen is verknocht met en verknoeid door de geestelijken. Ik blijf het me afvragen hoe deze mannen en vrouwen in hemelsnaam kunnen geloven in waarden die eeuwen en eeuwen gezorgd hebben voor de smerigste corruptie en wantoestanden. Ik kan het echt niet beter vertalen dan wat ik hier te lezen krijg: 'terwijl de geestelijkheid met zo veel ijver haar voorrechten zocht te verzekeren, maakte ze een gedurige indrang op die van de leken. Alle zaken, het huwelijk, uiterste wille, woeker, wettige geboorte als mede het kerkelijk inkomende rakende, werden verondersteld zo nauw aan de godsdienst verbonden te zijn, dat ze allemaal door geestelijke hoven konden gevonnist worden.'

 

'Hierdoor kregen de kerkelijken nog grotere vermogens en geldsommen welke in die tijden betaald werden aan diegenen die de bedieningen van het recht hadden.' Ik kan me perfect de vrees van de mensen inbeelden. Een heilige schrik voor de opgelegde straffen. Ik besef nu waarom schrik in mijn eigen taal nog altijd gelinkt wordt aan het bijvoegsel 'heilig'. Heilige schrik om rond de oren geslagen te worden met de kerkelijke ban bijvoorbeeld. In de Westhoek en in Vlaanderen kunnen ze er over mee vertellen.

 

'Die ban werd oorspronkelijk ingesteld om de kerk in haar zuiverheid te bewaren. Men bediende zich daarvan om uit de vergadering van de gelovigen zulke hardnekkige zondaars te weren, van wie hun goddeloze gevoelens en hun ergerlijk leven de christelijkheid tot schandvlek strekten.' En dat was nog maar het begin van de ellende.

 

'In het vervolg durfden de kerkelijken zich daar van onbeschroomd bedienen om hun wereldlijke macht uit te zetten en er in de beuzelachtigste gevallen gebruik van te maken. Wie hun uitspraken naast zich neerlegde of verachtte, zelfs in burgerlijke zaken, haalde zich direct deze verschrikkelijke ban op de hals, door welke hij niet alleen van al de voorrechten van een christen verstoken werd, maar zelf de rechten van burger en van mens ontnomen werd. Deze heilige vrees die men voor deze monsterlijke ban had, hield de stoutste en meest oproerige geesten in teugel en onderworpen aan het kerkelijk gezag.'

 

De kerk zorgt deksels goed voor haar vermogen en haar rijkdommen die ze met zo veel ijver en behendigheid bij elkaar heeft gebracht. 'De bezittingen van de kerk werden verklaard om onvervreemdbaar te zijn, als aan God toegewijd, zo dat de inkomsten van de naamloze vennootschap 'kerk' dagelijks de winst verbazingwekkend deed aangroeien. In Duitsland werd gerekend dat de kerkelijken meer dan de helft van de eigendom der natie in handen hadden, net zoals dat het geval was in de buurlanden.'

 

'Deze uitgestrekte bezittingen waren daarenboven aan geen belastingen onderhevig zoals dat het geval was bij de gewone burgers. De geestelijkheid was volgens de wet vrijgesteld van belastingen en alle gevallen van eventuele bijstand werden aanzien als zuivere giften en edelmoedigheid van de kerk. Door deze vreemde ongerijmdheid in de regering vonden de leken van Duitsland zich beladen met al het gewicht van de belastingen. Dit terwijl de rijkste eigenaars of grootste landbezitters niet verplicht waren de staat bij te springen of te verdedigen.' Ik lijk wel beland bij de Interbrews, de Electrabels en de Microsofts van de eenentwintigste eeuw.

 

En dat het dan nog mensen uit eigen land waren. Maar neen. 'De rijkdom en de voorrechten waren niet in het bezit van kerkelijken die hun verblijf hadden in Duitsland. De bisschoppen van Rome hadden zich al vroeg het stoutste recht aangematigd, namelijk dat van de onfeilbare opperhoofden van de christelijke kerk te zijn. Hun doortrapte staatskunde, hun behendigheid om geen gunstige gelegenheden te verzuimen..' en zo gaat het maar verder.

 

De helft van een land bezitten, laat natuurlijk zijn sporen na tot op het hoogste niveau: 'Duitsland was het land waar de kerkelijke oppervorsten met het willekeurigst gezag heersten. Ze sloegen enige van de voortreffelijkste keizers in de kerkelijke ban, zetten hen af en hitsten hun onderdanen, hun staatsbedienden en zelfs hun kinderen op om tegen hen de wapens op te nemen. In het midden van die twisten breidden de pausen voortdurend hun eigen rechten uit en beroofden ze de wereldlijke vorsten van hun dierbaarste voorrechten.'

 

De kerk heerst over het puin die de wereldlijke macht met zijn oorlogen is kwijtgespeeld. De mannetjes van Rome zitten werkelijk overal. 'De pausen konden het hele rijk met hun schepsels vullen, allemaal onderdanen die exclusief afhingen van de pauselijke zetel en waar de wereldlijke leiders niet het minst vat op konden krijgen. 'De rijkste bedieningen werden in elk land aan vreemden gegeven en de rijkste schatten overal uitgeput om de pracht en de weelde van hun hof te voeden.'

 

Waarom zou ik verwonderd zijn van de steun die Luther krijgt van de man in de straat? 'In de bijgelovigste eeuw zelf toonden de volken zich oproerig tegen deze onderdrukking en hun menigvuldige klachten en gemor maakten dat de pausen hen niet langer durfden vergrammen en een stuk van hun autoriteit zouden afstaan.' Er werd met andere woorden weer ruimte gemaakt om eigen mensen aan de leiding van lokale kerken te krijgen. Maar het hof van Rome beknotte deze maatregelen door elke benoeming te laten afhangen van de pauselijke goodwill. De hoogste in rang, de kardinalen, werden enkel door de paus aangesteld, een fenomeen dat we anno 2016 nog altijd kennen.

 

Er waren natuurlijk meer kandidaten dan postjes. De gebieden moesten eerst vrijkomen. Een beetje zoals bij een notariskantoor. 'Daarom voerden ze de pauselijke toezeggingen in, 'expectative graces'. Een wachtlijst waarmee de paus iemand tot het eerst open vallend kerkgoed benoemde. Het maakte dat Duitsland vol was van kerkelijken die enkel van het Roomse hof afhingen, het welk zij uit hoofde van hun toezeggingen aankleefden, insgelijks zorgde het ervoor dat de vorsten hun persoonlijke voorrechten kwijt raakten, terwijl de rechten van de heren tot onbeduidend werden teruggeschroefd.'

 

Het marchanderen met deze ambtstitels steekt de ogen uit. 'De schraapzucht en de knevelarij van het Roomse hof waren zo groot dat ze bijna tot een spreekwoord werden.' Ik schud er zo een uit mijn mouw. Als de paus de passie preekt, boer pas op je ganzen. Met de paus in de rol van vos natuurlijk. Het passiespel van Pasen en het gegoochel met god als één doortrapte leugen. 'Het verkopen van kerkelijke bedieningen was zo kenbaar dat er niet eens moeite werd gedaan om het te verbergen of te bedekken. Gehele benden kooplieden kochten openlijk ministerfuncties en kerkelijke waardigheden doorheen de verschillende staten van Duitsland en verkochten die weer verder met een flink stuk winst.' Alsof je vandaag de functie van bisschop zou kunnen kopen op Kapaza of eBay.

 

Mensen die echt gelukkig waren met hun geloof, overtuigde en goedhartige christenen, zagen deze praktijken met lede ogen aan. Deze koophandel van geestelijke functies was de katholieke kerk onwaardig. De economen op hun beurt klaagden over het teloor gaan van zo veel financiële middelen die bij zulke ongewijde handel verloren gingen.

 

'Inderdaad, de geldsommen welke het Roomse hof uit deze geregelde en wettige belastingen trok van al de landen die zijn gezag erkenden, waren zo aanzienlijk dat het helemaal niet te verwonderen is dat de mensen morden. Iedere kerkelijke betaalde bij het aanvaarden van zijn bediening de 'annaten' aan de paus. Het gaat hier over de toekomstige inkomsten uit zijn waardigheid van één jaar. Deze belasting werd met uiterste gestrengheid ingevorderd en bracht onnoemelijk veel geld in het laatje. Voeg hierbij de vrije giften door de pausen menigmaal van de geestelijkheid opgeëist, als mede de buitengewone tiendenheffingen van de kerkelijke inkomsten, onder voorwendsel van de kruistochten tegen de Turken, militaire operaties die nog maar sporadisch werden uitgevoerd. Dit alles te samen kan men opmaken welke onmetelijke inkomsten gestadig door Rome verzwolgen werden.'

 

'Zo was het dus gesteld met de bedorven zeden, de buitensporige rijkdom, de macht en de voorrechten van de geestelijkheid.' De komst van Maarten Luther was blijkbaar hoognodig. De Schotse historicus William Robertson die in 1769 deze woorden voor de eerste keer aan het papier toevertrouwde, hoedt er zich voor van vooringenomen te zijn. 'Ik heb deze schets geenszins getrokken uit de twistschrijvers van die tijd', geeft hij aan. 'Deze zouden de dwalingen van de kerk nog veel omvangrijker hebben omschreven.' Zijn bronnen zijn registers en betogen uit officiële rijksvergaderingen, zakelijke documenten, zonder emoties, koel en bezadigd neergeschreven en waarbij maar al te duidelijk bleek hoezeer dat oude keizerrijk probeerde zich los te wrikken van deze kerkelijke dictatuur.

 

Ik hoef er eigenlijk geen plaatje rond te maken. De boodschap van Luther om het Roomse juk af te werpen, wordt door de burgers met grote gretigheid omarmd. De passionele prediker laat niemand onberoerd. 'De hevigheid en vinnigheid van Luthers karakter, het vertrouwen waarmee hij zijn leer verkondigde'. Zijn kleine kantjes worden aanvankelijk door zijn aanhangers met de mantel der liefde bedekt, maar die zijn er wel. 'De verwaande en verachtelijke wijze waarmee hij al diegenen behandelde die met hem van mening verschilden, zouden pas veel later als grote mankementen in zijn karakter opgemerkt worden.'

 

De man moet zijn supporters werkelijk opjagen en beroeren. Hoewel zijn boodschap terecht lijkt, krijg ik toch een wrange smaak over de man die hij is. Zou hij dan zo'n type prediker zijn die we zo vaak zien op tv? Charismatische sprekers zijn toch wel echt gevaarlijk als ze zelf gaan beseffen hoeveel invloed ze kunnen opdringen aan hun publiek, hun sekte. Zo ook voor een flink stuk in Duitsland rond 1520. 'Zijn gebreken stoorden zijn tijdsgenoten niet, wier gemoederen hevig beroerd werden door de gewichtige geschillen welke hij voorbracht, hij, de man die daarenboven nog zelf de gestrengheid van de paapse dwingelandij gevoeld had en in de kerk met eigen ogen de verdorvenheid gezien had tegen welke hij zo sterk uitvoer.'

 

Ik krijg nog meer details te lezen over zijn karakter. 'Zijn aanhangers waren niet gebelgd over zijn grote onbeschoftheid welke zo dikwijls in zijn geschriften voorkomt. Of over de platvloerse boertigheid die hij vaak in zijn redevoeringen vermengt. Het was in die barbaarse tijden de gewoonte om alle twistschriften met scheldwoorden op te vullen en bij de plechtigste gelegenheden en in het verhandelen van de heiligste onderwerpen de laffe boert te gebruiken.' Ik denk meteen aan Donald Trump. Precies een doorslag. Schelden en schuttingtaal die direct begrepen worden door de massa simpelen van geest. Ik stel hetzelfde vast in het Duitsland van Maarten Luther en korte tijd later bij ons in de Westhoek. 'Deze schimp en spotternij, in plaats van Luthers zaak te benadelen, was van die uitwerking om het volk de dwalingen van de paperij te doen inzien en de mensen te overreden om de paus te laten varen.'

 

Dat zijn revolutionaire gedachten zo snel ingang vinden in Europa heeft ook met andere factoren te maken. De Duitser Gutenberg had in datzelfde Duitsland rond 1450 de drukkunst uitgevonden. Maarten Luther zal de eerste zijn om er gretig gebruik van te maken. 'De verkrijging en voortplanting van kennis was door deze gewichtige ontdekking ongemeen gemakkelijk geworden, en Luthers boeken die anders maar een trage en twijfelachtige voortgang zouden gemaakt hebben in afgelegen landen, werden nu eensklaps, door die kunst, over gans Europa verspreid. Zij werden niet enkel van rijken en geleerden gelezen, maar zij kwamen ook in de handen van 't volk, dat op het appèl van het zelve het durfde te wagen om de leerstellingen van de kerk te onderzoeken en te verwerpen.'

 

Er moet toch echt wel een heel nieuwe wind waaien daar in het begin van de jaren 1500. De Spanjaarden die opduiken, graven en hertogen en lokale histories in de steden die elk van zich dachten het centrum van de wereld te zijn maken plaats voor heel andere fenomenen. De wereld is plots een stuk kleiner en bevattelijker geworden. 'De opleving van de oude letteren stuwt die vernieuwing verder en verder. De studie van de oude Griekse en Romeinse schrijvers, de ontdekking van de bondige schoonheden en de goede smaak in hun werken, wekten het menselijk verstand. Het leek er wel op dat het menselijke brein ontwaakte uit een diepe slaapziekte waarin het vele eeuwen achtereen in gedompeld was gebleven.'

 

Revival. Verlichte geesten. Wedergeboorte. Renaissance. 'De mensen schenen eensklaps het vermogen van denken en redeneren wedergevonden te hebben. Zaken die ze al lange tijd verloren hadden. Verrukt met deze nieuwe kennis, bedienden ze zich van alle onderwerpen. Zij waren niet langer bang om een onbekend pad in te slaan of om nieuwe gevoelens toe te laten. Luthers stoute handen die de sluier van de pauselijke leer aan één zijde trokken of verscheurden waarmee de aangenomen dwalingen bedekt waren gebleven, werden toegejuicht en geholpen.'

 

Het is tot aan die tijd aan weinigen gegeven om te kunnen lezen en schrijven. De adel en de clerus en de rijke burgerij. Boeken zijn een absolute nieuwigheid maar die komen in één gulzige geut toegestroomd, samen met de revolutionaire gedachten van deze Luther. Ze worden over dezelfde kam geschoren. 'Diezelfde onkundige en barbaarse monniken die zo zeer tegen het invoeren van de geleerdheid verzet hadden, waren ook diegenen die zich het sterkst tegen Luthers gevoelens deden horen. De zaak der letteren en die van de hervorming werd derhalve beschouwd als zeer aan elkander verknocht en zij vonden in alle landen dezelfde vrienden en vijanden.'

 

'Deze stoute en onderzoekende geest waar door de herleving van de letteren in Europa voortgestuwd werd, was de hervorming zo gunstig, dat lieden die niets met Luther te zien hadden, hem nochtans in zijn onderneming verder hielpen.' Mensen met gezond verstand zo blijkt het: 'de meeste mannen van verstand die zich omtrent het laatste van de vijftiende en in het begin van de zestiende eeuw op de studie van de oude letterkunde toelegden zonder hierbij het oogmerk te hebben om het gevestigde stelsel van de godsdienst omver te werpen.'

 

Ik maak de geboorte van het 'humanisme' mee, hoewel de schrijvers hier van deze term geen gewag maken. 'Ze hadden de ongerijmdheid van de kerkelijke gebruiken vastgesteld en de zwakheid bemerkt van de redeneringen die imbeciele en ongeletterde monniken gebruikten om die te verdedigen.' In de Nederlanden laat een zekere Geert Geerts zich opmerken. Erasmus is een theoloog, priester en kanunnik die zich bijzonder kritisch uitlaat tegenover de pietluttigheid en de regeltjes van de kerk.

 

'Dezelfde oorzaak gaf Erasmus aanleiding om zich af te zetten tegen de dwalingen van de kerk en tegen de onwetendheid en ondeugden van de geestelijkheid. Zijn roem en gezag waren in het begin van de 16de eeuw zo groot in Europa en zijn werken werden met zo veel bewondering gelezen zodat die ongemeen veel toebrachten tot de voortgang welke Luther maakte. Zijn doordringend oordeel en zijn geleerdheid deden hem in de leer en in de erediensten van de katholieke kerk verscheidene dwalingen ontdekken, tegen de welke hij met korte en bondige redeneringen te keer ging.'

 

Erasmus laat zich net zoals Luther opmerken door zijn welsprekendheid. Erg gesmaakt door de massa. Wat Luther vertelt zal ook al eens berispt en bespot geweest zijn door Erasmus. 'Toen Luther de Roomse kerk begon aan te vallen, scheen Erasmus zijn onderneming goed te keuren. Hij zocht de vriendschap van zijn aanhangers en veroordeelde het verwoede gedrag van zijn tegenstrevers. Hij koos openlijk partij tegen de schoolse godgeleerden en voer geweldig uit tegen deze meesters der dwalingen die een leerstelsel predikten dat even ergerlijk als onverstaanbaar was.'

 

En toch volgen beide persoonlijkheden een verschillend pad. Erasmus heeft niet het lef van Luther. Een beetje een broekschijter die het maar op veilig wil spelen als het er op aankomt, hoewel dat natuurlijk met andere omschrijvingen wordt beladen: 'Hij was van een natuurlijk vreesachtig karakter en hij ontbrak de sterkte van ziel. Zijn eerbied voor lieden van een hoge rang, zijn vrees van de jaargelden en andere voordelen te verliezen.' Ik weet voldoende en breek deze volzin af. Hij positioneert zich als bemiddelaar tussen Luther en de bestaande kerkelijke loge en speelt het dus sluw en vooral veilig.'

 

Het lijkt er hoe dan ook op dat Erasmus bijzonder beredeneerd, verstandig en intelligent omgaat met de waarheden van Luther. Hij berispt Luther om zijn stout en hevig karakter die de kerk verscheurt tussen voor- en tegenstanders. Erasmus wil terug naar Christus en de bijbel, de kerk in zijn puurste gedaante zoals ze ooit moet geweest zijn. En waarom zouden de gewone mensen voor een stuk niet zelf op zoek gaan naar de roots die terug te vinden zijn in de bijbel?

 

De schrijver besluit om de draad van de geschiedenis weer op te nemen. De eerste klus van nieuwbakken keizer Karel is inderdaad de rijksvergadering van Worms. Veel papierwerk, administratie, juridische handelingen en plechtigheden om het rechtsgebied van de nieuwe keizerlijke raad te bekrachtigen. Er wordt een regering aangesteld die de zaken in het Duitse keizerrijk moet besturen wanneer Karel er niet is. Zijn jongere broer Ferdinand zal als leider van deze regering optreden.

 

En dan is er al eerst de kwestie van het geloof en die Luthertoestanden. Karel heeft geen grote boodschap aan Luther. In wezen kan zijn alternatieve geloofsovertuiging hem maar matig interesseren hier in Duitsland. Er vallen heus wel andere katten te geselen dan die in ongenade gevallen prediker. Frankrijk en zijn koning François zijn andere koek voor de jonge keizer. De steun van paus Leo is in deze optiek allerbelangrijkst.

 

Luther heeft op 30 augustus van 1520 al persoonlijk een brief naar Karel gestuurd, maar die deed niet eens de moeite om de inhoud ervan te lezen. Er spelen andere belangen. En daar is Maarten Luther uiteraard de dupe van: 'om zich van de pausen vriendschap te verzekeren, deed die reden hem besluiten om Luther met grote gestrengheid te behandelen, als het krachtdadigste middel om Leo te overhalen zich aan zijn zijde te voegen.'

 

Karel voelt zich dus erg geneigd om de dissident te laten veroordelen tijdens zijn eerste rijksvergadering van 1521. Precies wat er door de afgevaardigde van de paus gevraagd wordt. Eigenlijk hoort hier een burgerlijk vooronderzoek naar de feiten, maar de kerkelijke lobby dringt aan: 'de rijksvergadering hoort een man te veroordelen die reeds door de paus in de ban was gedaan als een ketter waar er geen beteren aan was.' De leden van de rijksvergadering delen die mening echter niet. Dergelijke handelswijze is in strijd met de wet en is ongehoord en onrechtvaardig. Luther zal zich absoluut eerst zelf moeten komen verantwoorden vooraleer hun vergadering zich kan uitspreken over een eventuele vervolging.

 

De keizer moet trouwens op eieren lopen. De inmenging in de burgerlijke zaken door de Roomse gezagdragers voelt bij veel Duitse keurvorsten aan als een dictatuur. De voorbije tijd heeft het reclamaties geregend. Een groot klachtenboek gericht aan de heilige stoel te Rome maakt het eigenlijk duidelijk dat de Duitse gezagsdragers heimelijk genieten van de scherpe oppositie van deze predikant. Karel zelf is al die ruziemakerij over de godsdienst zo moe als koude pap. Hij moet orde op zaken stellen. Een zuivere katholieke leer die overal exact dezelfde is in de Nederlanden, Duitsland als in Spanje kan nu eenmaal geen alternatieve denkpistes bevatten.

 

Mijn opstandige priester wordt zo gedagvaard om op 6 maart 1521 in Worms te verschijnen. De keizer en alle Duitse vorsten garanderen Luther een beschermende vrijgeleide en een immuniteit tegen alle hoon, arrestaties en geweld onderweg. Luther twijfelt geen seconde en vertrekt met Karels heraut om zich ter plekke te gaan rechtvaardigen. Zijn vrienden wijzen erop dat de vrijgeleide van de keizer niet van zoveel tel is, maar Luther is koppig om zich te gaan verantwoorden. Hij beseft dat de tegenstand en de gevaren immens zijn en vertelt dat ook aan zijn aanhangers. 'Ik trek er naar toe in de naam van God, al ware het dat er zoveel duivels zich tegen mij verenigd hebben als er pannen op de huizen zijn.'

 

Hij wordt er opgewacht door een zee van volk. De menigte is verdorie groter dat bij de openbare intrede van de keizer zelf. Luther, ondertussen zelf zevenendertig en volksheld nummer één, verschijnt rustig en vastberaden voor de volksvergadering. Ja. Hier en daar is hij wat scherp uit de hoek gekomen en hiervoor wil hij zich zeker verontschuldigen. Dat verandert echter niets aan zijn overtuiging. De geestelijke heeft alles getoetst aan Gods leer en hij ziet daarom geen reden om te twijfelen aan zijn stellingname.

 

'Ik geloof in God'. Luther staat diep bewogen voor deze jonge keizer Karel. 'Mijn geweten is zuiver. Het doet me pijn om vast te stellen dat het de paus zelf is die de kern van het geloof gevangen en gegijzeld houdt. Maar ik geloof in de oude boodschap van Jezus Christus. Ik kan net anders, ik moet mijn geweten volgen. Hier sta ik, God helpe mij. Amen'. De sereniteit van de beschuldigde is opvallend, hier in deze plechtige ruimte. Wat een verschil met de pausgezinden in de zaal. De geestelijke afgevaardigden molenwieken en schuddebollen als eersteklas oppositieleden. 'De besluiten van de kerk zouden onverminderd moeten toegepast worden terwijl de stichter van deze pestige ketterij nu in hun macht was en zo zou de kerk in een keer van deze kwaal verlost zijn.'

 

De rijksvergadering wil het spel spelen zoals het hoort. De rechtsgang hoort correct te verlopen en Karel sluit zich daar bij aan. Hij kan het zich aan het begin van zijn ambtsperiode allerminst veroorloven om zelf de wetten niet te respecteren. Er is trouwens ook nog dat fameus klachtenboek. Luther mag ongemoeid vertrekken in afwachting van zijn vonnis. De vrijgeleide telde ook nog tot na de vergadering. De procedure op zich verloopt inderdaad zoals het hoort.

 

Karels vooringenomenheid tegen Luther is natuurlijk verre van eerlijk. De paus moet te vriend gehouden worden en deze wetenschap vertaalt zich natuurlijk in de uitspraak van 26 april 1521. Het kan niet zijn dat wat de kerk al 1000 jaren vertelt nu plotsklaps door één man kan worden tegengesproken. Dat keizer Karel het niet oprecht meent, bewijst zijn terloopse opmerking bij het binnenkomen van Luther in de vergadering zelf. Het 'deze man zal van mij geen ketter maken', vertelt alles. Wat Maarten achteraf uit zijn botten slaat, heeft niet het minste belang. Het oordeel van de keizer staat al lang van te voren vast.

 

Deze man moet veroordeeld worden en zwaar gestraft. Op diezelfde dag vertrekt er een bevelschrift die aan de ribben kleeft. 'Luther wordt als een hardnekkig en afgesneden misdadiger verstoken van alle voorrechten waar hij normaal als onderdaan van het rijk recht op heeft. Het wordt aan alle vorsten verboden om hem voortaan de huisvesten of te beschermen en ze worden allemaal verzocht om zich tegen hem te verenigen om hem te vatten en zich van zijn persoon meester te maken nog voor het verstrijken van de termijn van zijn vrijgeleide.' Maarten Luther is dus vogelvrij verklaard. Persona non grata in zijn eigen land, een beetje een Dutroux in latere tijden.

 

Bij ons vertaalt de Duitse beslissing van Worms zich in een verordening. 'Plakkaten', zoals ze in die tijd worden genoemd. De leerstellingen en de boeken van Luther zijn vanaf april 1521 strikt verboden in de Nederlanden. Ketterse boeken dienen voortaan onder trompetgeschal verbrand te worden op de plekken waar normaal gezien de misdadigers berecht worden. 'Ik ben de keizer', claimt hij, 'ik ben de voornaamste gangmaker en verdediger van de universele kerk.'

 

De kliklijnen worden opengezet. Wie aanhangers van Luther ontmaskert, zal recht hebben op een derde van de boetes die dat zal opleveren. En die zijn niet van de poes: op goddelijke majesteitsschennis staat een tarief van levenslange verbanning en het aanslaan van alle eigendommen. Een brief van 4 september 1521 aan de hervormingsgezinde Martin Buccer geeft me eindelijk wat meer details. In de Nederlanden wordt Luther elke dag opnieuw verbrand en toch lijkt het er op dat de Vlamingen hier nog meer fan zijn dan op andere plekken. Er is sprake van boekverbrandingen in Antwerpen, Brugge en Gent.

 

De uitvoering van het vonnis van Worms wordt gedwarsboomd door de politieke drukte en zorgen over onlusten in Spanje en oorlogen in Italië en in de Nederlanden waar ik later over zal berichten. Frederik, de keurvorst van Saksen, profiteert van de verwarring om zijn poulain alsnog in veiligheid te brengen. Bij zijn terugweg wordt hij ter hoogte van Wartburg door gemaskerde lieden te paard onderschept, ontvoerd en naar een versterkt kasteel gebracht. 'De keurvorst gaf bevel om hem daar van alles te voorzien wat hem nodig en aangenaam kon zijn, en de plaats van zijn verblijf werd zorgvuldig verborgen gehouden tot dat een verandering in de staatkundige gesteldheid van Europa de woede van het dreigende onweer enigszins gestild had.'

 

Maarten zal er negen maanden in compleet isolement doorbrengen. 'Mijn Patmos' noemt hij zijn verblijf, de naam van het eiland waar ooit de apostel Johannes verbannen werd. Hij blijft echter in nauw schriftelijk contact met zijn aanhangers te lande. Eerst waren ze allemaal verbaasd en misnoegd om zijn plotse verdwijning, de nieuwe hardnekkige brieven van hun leider zorgen voor nieuwe moed en hoop. Frederik stimuleert ondertussen zijn vriend om tijdens zijn verblijf op het kasteel het Nieuw Testament in het Duits te vertalen. Vanuit zijn verblijf hier zullen de komende maanden talrijke publicaties vertrekken.

 

Dissidentie kan ik zijn overtuiging trouwens nog moeilijk noemen. De publieke opinie schaart zich van langs om meer aan Luthers zijde. Zowat alle steden in Saksen behoren al tot zijn kant. De Augustijner monniken gaan al een stuk verder terwijl de hogeschool van Wittemberg en de keurvorst een oogje dichtknijpen: een aantal openbare erediensten worden afgeschaft en vervangen door missen die gecelebreerd worden door lekenpriesters. Als dat geen doodzonde is dan weet ik het niet meer.

 

Luther kan er de nodige moed uit putten. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. De universiteit van Parijs keldert zijn principes en probeert zo een verdere verspreiding ervan in Europa te verhinderen. Ook de Engelsman; koning Hendrik en zijn oppas Wolsey keren zich tegen de alternatieve Duitse stromingen. Luthers kritiek op de stellingen van Thomas van Aquino kan niet door de beugel en Hendrik vindt er niets beter om dan maar zelf een verweerschrift neer te pennen als antwoord op Luther.

 

Het levert hem een hevige vriendschap op van paus Leo: 'de paus, aan wie het boek in een volle vergadering van kardinalen met de grootste plechtigheid werd aangeboden, sprak er met zo veel eerbied over, als ware het een geschrift van goddelijke ingeving geweest. Om Hendriks ongemene ijver in naam van de kerk te erkennen, schonk hij hem de titel van 'verdediger van het geloof'. De tegenstand wordt er dus niet minder om, maar kan niet verhinderen dat zijn principes zich als lopend vuur door heel het Europees vasteland verspreiden.

 

Keizer Karel heeft voorlopig weinig in te brengen tegen de vogelvrij verklaard predikant daar in Saksen. De wolken trekken zich samen over een dreigende oorlog met Frankrijk waardoor de kwestie van het geloof even in de koelkast verdwijnt. Ik laat Maarten Luther voorlopig achter in zijn verbanningsoord te Wartburg om me verder te concentreren op de 'avonturen' van mijn Vlaamse keizer.