P1500100

Ik ga aan land in het illustere jaar 1500 en ga zo meteen op bezoek te Gent waar Karel van Oostenrijk, de zoon van hertog Filips de Schone en zijn Spaanse vrouw Johanna hun pasgeboren zoontje tegen het licht van de geschiedenis zullen houden. Diezelfde geschiedenis zal van hem stukje bij beetje 'keizer Karel' maken en dat kind hier laten uitgroeien tot een van de markantste figuren uit de historie van Vlaanderen en die van West-Europa. Keizer Karel, 'Karel den Vijfden' of 'Charles-Quint' zoals hij door de oude historici in hun boeken achterblijft.

 

Voor mij liggen enkele van die boeken. Zo bijvoorbeeld 'Histoire de l'empereur Charles-Quint, d'après Robertson' geschreven in 1838, gedrukt en uitgegeven te Tours in datzelfde jaar. Die Robertson blijkt William Robertson te heten, een Schotse historicus die het tot minister schopte en die leefde tussen 1721 en 1793. Het vierdelig werk uit 1769 waar naar verwezen wordt, noemde oorspronkelijk 'History of the reign of the emperor Charles'. De naam van de Franse schrijver-vertaler staat niet vermeld, ik moet het stellen met de wetenschap dat de man zijn werk heeft laten reviseren door een raad der wijzen met kerkelijke achtergrond.

 

Hun inleiding geeft wat extra duiding aan het werk. Dit is meer dan zo maar een vertaling uit het Engels. Bepaalde passages werden onder de loep genomen door Franse historici en werden hier en daar aan de realiteit aangepast en bijgestuurd. Robertson is een uitstekend geschiedkundige geweest. Hij vertelt de feiten, hij omschrijft, hij schildert zijn personages, hij zet ze in scene en zet ze aan tot actie. De Schot was geen filosoof maar een historicus. De Franse geschiedkundigen ambiëren het om het origineel te kruiden vanuit een breder perspectief en gevoed vanuit de belangen van de diverse hoofdrolspelers uit die dagen van ons verleden.

 

'Hopelijk weer niet dat typisch Frans chauvinisme', denk ik bij mezelf, maar ik verplicht me om toch verder te kijken dan mijn neus lang is en op zijn minst te luisteren naar wat ze in de jaren 1830 te vertellen hebben over mijn 'Vlaamse' keizer. Het voordeel van de twijfel. Een verslag, ontdaan van overbodig en ongewenst gepalaver, maar met aandacht voor enkele personages die deel uitmaken van het leven van keizer Karel.

 

Het boek van Robertson kan ik prima gebruiken als reisgids door het leven van de voor mij onbekende Karel. Een aantal andere bronnen zullen waar nodig de resterende grijze vlekken moeten invullen. Zo is er een boek van maarschalk Marchal uit 1856 met als titel 'Histoire politique du règne de l'empereur Charles-Quint.' En de kroniek geschreven door Amédée Pichot uit 1854 helpt me eveneens vooruit. Ook in Vlaanderen vind ik een aantal interessante studies van historici zoals Hellinga, Blockmans, Soly, Burke en anderen. Zij zullen waar nodig zorgen voor extra accenten en me helpen om de juiste invalshoek te vinden en vooral de nodige precisie garanderen.

 

Ik krijg al onmiddellijk de namen van de voornaamste hoofdrolspelers voorgeschoteld. François blijkt een erg typische Franse koning te zijn. Ridder Pierre de Bayard die zal sterven als een trouwe volgeling van God en koning. De connestabel van de Bourbons die de rol van verrader voor zijn rekening neemt. Maarten Luther die als een vallende ster zijn licht laat schijnen over een flink stuk van Duitsland. Hendrik de achtste in zijn rol van Engelse koning, aanvankelijk hevig verdediger van het christelijk geloof maar een figuur die met de jaren corrupter zal omgaan met dit geloof en met de tradities van zijn volk en zijn voorvaderen.

 

Dan is er nog de sombere hovaardige figuur van Calvijn met zijn schandalige trots en zijn onverzettelijke weerstand tegen elke mogelijke hervorming. Ook prinses Mary, een legitieme dochter van Hendrik, die zo goed en zo kwaad mogelijk al de misdaden van haar vader probeert uit te wissen. Koningin Elisabeth wordt al een eerste keer vermeld. De algemene samenvatting van wat er te gebeuren staat, laat ik moedwillig links liggen. Het eerste hoofdstuk roept me vanuit de verte en het is ook naar ginder dat ik mijn aandacht laat afglijden.

 

Karel wordt op de wereld gezet op 24 februari 1500 te Gent. Zijn vader Filips de Schone is aartshertog van Oostenrijk en zelf de zoon van Maximiliaan van Oostenrijk en Maria van Bourgondië, de dochter van Karel de Stoute, de laatste prins van het geslacht uit Bourgondië. In mijn kronieken van de Westhoek heb ik al veel aandacht besteed aan hun hebben en houden. De moeder van de zuigeling heet Johanna van Castilië. Zij is een dochter van haar Spaanse ouders Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië.

 

Heel wat overlijdens en nog meer toeval hebben er voor gezorgd dat de pasgeborene erfgenaam zal worden van een Europees grondgebied om er je sokken van af te laten blazen. Geen enkele monarch heeft ooit zo veel land in bezit gekregen sinds Karel de Goede rond het jaar 800. Neem nu dat 'toeval'. Het lot. Vermoedelijk het vreemdsoortigste beestje dat een mens in zijn leven kan treffen. Als God ergens moet bestaan dan zal het wel in het fenomeen 'toeval' zijn. Hoewel de natuur natuurlijk volstrekt apathisch en onbewogen blijft wanneer de mens zijn pad kruist met zijn al dan niet voorbestemd levenslot.

 

De Westhoek, Vlaanderen, Holland en Bourgondië werden eigendom van Maria van Bourgondië na de dood op het slagveld van haar vader Karel de Stoute in 1477. Het stond helemaal niet in de sterren geschreven dat de keizer van Oostenrijk dat grondgebied ooit zou verwerven. De hand van Maria was beloofd aan de enige zoon van Lodewijk de elfde, de koning van Frankrijk. Maar deze bizarre koning kon het geslacht van Bourgondië niet uitstaan en koos ervoor om haar gebied met geweld binnen te vallen. Vraag het maar aan Jan van Dadizele die zijn handen vol had met het opvangen van deze militaire agressie in het zuiden van West-Vlaanderen. De stommiteiten van Lodewijk lieten Maria in de handen glijden van zijn rivaal Frederik, de keizer van Duitsland die de ziel van zijn zoon Maximiliaan daaropvolgend maar al te graag liet koppelen aan die van de jonge Vlaamse freule.

 

Isabella van Castilië, de dochter van Jan II van Castilië, was aanvankelijk helemaal niet voorbestemd voor de macht in haar land. Ze leidde een obscuur en verborgen leven tot haar broer Hendrik sterft en zij de troon in handen krijgt. Haar latere man, Ferdinand van Aragon, maakt zich na de dood van zijn oudste broer meester van de koninkrijken van Napels en Sicilië. Hij veegt hierbij zijn voeten aan elk bestaand recht op troonopvolging. Christoffel Columbus, een avontuurlijke en stoutmoedige geluksvogel, voegt daarbij al die recent ontdekte koninkrijken van zijn nieuwe wereld. De morbide rijkdom ervan zullen de belangrijkste fundamenten vormen van de ongelooflijke rijkdom en macht van het Spaanse rijk.

 

De fusie van Ferdinand en Isabella, want zo kan je hun huwelijk eigenlijk noemen, levert een mannelijke erfgenaam op. 'Don Juan' of Johan zal op tijd en stond een huwelijk afsluiten met Margaretha van Oostenrijk, de dochter van Maximiliaan. Johan sterft kort daarna aan tuberculose zonder levende nakomelingen na te laten. De rol van Margaretha is meteen uitgespeeld. Johans zus Johanna en haar man Filips de Schone, de zoon van Maria en Maximiliaan en de toekomstige ouders van Karel, zullen de volgende in rij zijn om bij de dood van Ferdinand en Isabella het zuiders imperium in te nemen.

 

Het huwelijk tussen de ouders van Karel vindt plaats in 1496. Twee jaar later wordt een eerste dochtertje, Eleonora geboren en in 1500 komt de mannelijke troonopvolger Karel ter wereld. Ik blijf even stilstaan bij zijn geboorte op 24 februari. Omdat het eerste kind van Filips en Johanna geboren werd in Brussel, staan ze er op dat de bevalling dit keer in Gent moet gebeuren. En zeker in Vlaanderen, want de consignes van Maximiliaan zijn duidelijk. Zijn Vlaamse geboortegrond zullen zijn kansen om hem later als keizer op te volgen met stip doen stijgen.

 

Op Vastenavond, bijgenaamd 'Vette dinsdag' of 'Mardi gras', is Johanna nog hoogzwanger aanwezig op het bal van de aartshertog. De dansavond gaat door in het Prinsenhof. De doorgaans wat wereldvreemde 'infante' Johanna wil absoluut van de partij zijn. Opgedirkt in haar exclusiefste kledij, getooid met haar duurste juwelen en de neus à volonté gepoederd wil ze vooral haar flierefluiterige echtgenoot niet uit het oog verliezen. Ze is er zeker van dat hij zijn oog heeft laten vallen op een Vlaamse schoonheid.

 

Op een bepaald moment, midden in de nacht vertellen de kronieken, verlaat ze plotsklaps de balzaal. De weeën zetten zich op gang, haar water breekt en als ze wat te lang op zich laat wachten, gaan enkele hofdames naar haar op zoek. Ze vinden Johanna die zich een half uur lang verstopt in het kleinste kamertje en pas daarna tevoorschijn wil komen. Net op tijd om er assistentie bij te halen. Om halfvier in de ochtend bevalt ze van haar zoontje. Van de obligatoire lengte en gewicht blijf ik verstoken. Kareltje zal de machtigste en meest onvermoeibare heerser worden van zijn eeuw. De eerder primitieve toiletruimte zal de volgende weken omgebouwd worden tot een rijkelijk versierd boudoir. Pas in 1769 zal de damesruimte door een brand verwoest worden.

 

Dertien dagen later wordt de koninklijke baby gedoopt in de kerk van Sint-Jan die vandaag bekend staat als de Sint-Baafskathedraal. Zijn naam krijgt hij in goede herinnering van grootvader Karel van Bourgondië. De kroniekschrijvers van die tijd hebben een vette kluif aan het society gebeuren. De details spatten in het rond. De paparazzi moeten in het jaar 1500 ongetwijfeld een stuk minder opdringerig zijn zoals dit nu het geval is. Ik baan me een weg door hun verslagen.

 

'De vreugdetaferelen van de Gentse ingezetenen waren prachtig. Op veel plaatsen bouwden de mensen podia waar toneel en spelen vertoond werden. De hele stad baadde in het licht, in veel straten werden grote vuren ontstoken terwijl op andere plekken de huizen versierd waren met brandende toortsen en fakkels. Tijdens de namiddag van 5 maart vertrok er een grote stoet in de richting van Margaretha van Oostenrijk, de weduwe van de prins van Spanje. Ook hertog Filips en een groot gevolg reden haar tegemoet tot net buiten de Peterseliepoort. De schepenen ontvingen haar aan de stadspalen, een half uur buiten de stadsmuren. Ze verwelkomden haar blootshoofds. Vrouwe Margaretha arriveerde er in een draagkoets, een 'rosbaar', die nu verder vergezeld werd door haar broer Filips te paard.'

 

'Het doopfeest van de kleine prins zelf ging door op 9 maart. Van 's Hertogenhof tot aan de Sint-Janskerk was een gaanderij gebouwd van wel één kilometer lang. 3008 voeten om precies zijn. De plankenvloeren constructie was zwevend gemonteerd, dertig centimeter boven de grond, en helemaal bedekt met tapijt. Aan beide zijden afgeboord met leuningen. Twee rijen toortsen, 1800 in totaal verspreidden hun helder licht over deze extravagant bebloemde promenade.'

 

Het oude Vlaams neemt het even van me over: ' drie groote zegenbogen waren boven dezen gang opgericht: de boog der wysheid aen de Hoofdbrug; de boge der rechtvaerdigheid op de Groenselmerkt, by het ingaen der Hoogpoort; en die der eendracht by het Belfort. Op elk dezer arken zag men de vaendels van Vlaenderen en van Gent wapperen. Boven de poorten waren speellieden geplaetst, die by den doortocht een aengenaem muziek lieten hooren.'

 

'De burgemeester, de schepenen en de wethouders openden de stoet. Ze zijn met zowat driehonderd. Gevolgd door de heren van de raad en het hof voorafgegaan door een meute jonge edelen. Grootmoeder Margaretha van York, de weduwe van Karel de Stoute, droeg de vorstelijke kroost, gevolgd door Margaretha van Oostenrijk en Karels zusje Eleonora. 'De prins van Chimay, de heer van Bergen, vrouw Margaretha van York en Margaretha van Oostenrijk hieven het kind boven de vonte. De bisschop van Doornyk doopte hetzelve en het kreeg den naem van Karel, ter gedachtenis van Karel den Stouten, zyn oud grootvader.'

 

'De hertog zijn vader schonk hem het hertogdom van Luxemburg. De stad Gent vereerde de dopeling met een zilveren schip van wel 10 kilo. Goud en zilver in overvloed. De prins van Chimay overhandigde een zilveren helm en de heer van Bergen een gouden zwaard. Het cadeautje van Margaretha van York, een gouden kop, was helemaal bezet met edelstenen. Dat van Margaretha van Oostenrijk was zo te zien een gouden schaal, vol diamanten en parels. De Vlaamse geestelijkheid bood de prins een exclusieve bijbel aan. De kleine wordt prompt aanvaard als lid van de orde van het gulden vlies.'

 

'Na de doopplechtigheid keerde de stoet op zijn stappen terug. Voorafgegaan door twee schildknapen die in opdracht van de hertog en de stad strooien met gouden en zilveren penningen. 's Avonds werd er deftig gevierd. De stad had een galerie van touw laten aanbrengen tussen de Sint-Niklaaskerk en het belfort. 'Deze als in de lucht hangende gang werd met toortsen en lanteernen verlicht, en van de straet zag men daar volk heen en weer op wandelen. Zoo hoog in de lucht en en men vierde met lanternen, en deze allée was vaste gemaakt boven de voye van sinte Nicolaes toren, tot het Beelfrood; en dat was het vreemste dat men ooit zag.'

 

Nog voor hij zelf zijn eerste stappen kan zetten, wordt Karel al gekoppeld aan een meisje van koninklijke afkomst. De gebruikelijke verloving van troonopvolgers. Maximiliaan heeft het geregeld dat Karel zich verlooft met Claudia, de dochter van Lodewijk XII, koning van Frankrijk. In het kraambed van moeder Johanna zullen dichter bij huis nog drie zussen en één broer volgen.

 

Ik laat even de kindertijd van Karel op zijn beloop en focus me even op wat er zich allemaal tijdens zijn jonge jaren gaat afspelen. Johanna en Filips worden naar Spanje geroepen waar Filips geacht wordt om zich klaar te stomen om zijn schoonvader als heerser op te volgen. Over de machtsstrijd tussen de Vlaamse en Spaanse clans achter de schermen hoor ik voorlopig niets. De reis naar Spanje verloopt over Frans grondgebied waar het koppel in grootste stijl ontvangen worden en waar het project 'verloving' van Karel en Claudia herbevestigd wordt.

 

In het thuisland van Johanna krijgt het koppel een warm onthaal en het nodig respect van de Spaanse onderdanen. Hun recht als troonopvolgers zal binnen de kortste termijn goedgekeurd worden door de parlementen van Castilië en Aragon. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht te zijn. Veel van dat allemaal is in realiteit slechts opgeblazen lucht. De relatie tussen Johanna en haar man is onderhevig aan hevige ruzies en spanningen. De verwachtingen hier in Spanje wegen als lood op de schouders van Filips. Hij is nog een jonge speelvogel en mist zijn onbezorgde entourage in Vlaanderen waar hij zich kan uitleven aan de vrouwen en aan de jacht. De geestelijke toestand van zijn echtgenote blijkt nog een groter zorgenkind. Johanna kampt met psychische problemen die uiteraard wel extra zullen gevoed worden door de jaloezie ten opzichte van het playboy gedrag van haar man.

 

Ik kan me wel inbeelden dat koning Ferdinand zich grote zorgen maakt over wat zou gebeuren als zijn labiele dochter de macht over zijn territorium zou moeten afstaan aan zijn schoonzoon. De druk vanuit Brussel zorgt voor nijd, afgunst en grote ongerustheid aan het Spaanse hof. Het lijkt er sterk op dat ze hier hun ongebreidelde macht zullen moeten gaan delen met de clan van Maximiliaan van Oostenrijk.

 

Moeder Isabella piekert zich onnozel over de neerbuigende en onverschillige houding van Filips voor haar dochter. Johanna aanbidt en verafgoodt haar man maar eist van hem een onvoorwaardelijke affectie en bakken vol aandacht. Haar versmachtende liefde voor hem leidt tot een averechts effect waardoor de buien van jaloezie en 'wiedergutmachung' elkaar in een steeds hoger ritme gaan opvolgen. Filips besluit uiteindelijk om alleen af te reizen naar Vlaanderen en zijn echtgenote pas na de winter te laten terugkeren naar het noorden waar Karel en Eleonora hun kindertijd doorbrengen.

 

De smeekbedes van Isabella en de tranen van Johanna kunnen hem niet van zijn plannen afbrengen. Hij weigert zelfs om te luisteren naar zijn schoonvader die hem dringend verzoekt om zeker niet via Frankrijk terug te keren, een land met wie hij momenteel een open oorlog aan het uitvechten is. Na zijn vertrek vervalt Johanna in een diepe lethargie en het is in deze ziekelijke toestand dat ze bevalt van haar tweede zoontje Ferdinand. Haar desastreuze geestestoestand zal finaal alleen maar verbeteren wanneer ze man en kinderen een jaar later zal terugzien in Brussel.

 

Het lijkt er sterk op dat Filips zich na zijn vertrek naar Brussel helemaal niet meer bezig houdt met enige bestuurszaken in Spanje. Hij wacht rustig tot Ferdinand en Isabella hun hoepels zullen keren en tot de weg naar hun beide tronen wijd open zal liggen. Lang zal hij in elk geval niet meer moeten wachten op de dood van zijn schoonmama. Isabella ziet haar krachten zienderogen wegvloeien en sterft in Medina del Campo op 26 november van 1504. In haar testament heeft ze laten weten fel mistevreden te zijn van Filips de Schone. Nooit zal hij de troon in Castilië bezitten. Ze benoemt haar man Ferdinand tot regent over haar gebied in afwachting van de volwassenheid van kleinzoon Karel. Die zal de troon daar overnemen als hij twintig wordt.

 

Weduwnaar Ferdinand krijgt het niet onder de markt om zich te laten kennen in Castilië en ook aan het Brusselse hof is de frustratie duidelijk voelbaar. Filips beweert dat hij als echtgenoot van Johanna zijn rechten kan laten gelden. Als curator van zijn onbekwame vrouw en als natuurlijke vader van zijn zoon. Het duurt niet lang voor een machtige vloot ontscheept in Vlaanderen. De adel van Castilië schaart zich achter de Vlaming. Ferdinand kunnen ze sowieso niet uitstaan en die moet zich terugtrekken met uiteindelijk slechts enkele troostprijzen: hij blijft leider van de militaire strijdkracht van Castilië en blijft erfgenaam van een belangrijk deel van de inkomsten uit de overzeese gebieden.

 

Filips viert zijn overwinning en zijn heuglijke intrede met de blijheid en de intensiteit van een jonge snaak. En met een jeugdige overmoed die hem zuur opbreekt. Wanneer hij zijn echtgenote Johanna door de verzamelde volksvertegenwoordigers onbekwaam wil laten verklaren, stuit hij op hun veto. De Castilianen voelen zich geenszins bereid om de bloedband van hun koningen zomaar te verbreken en Filips druipt af.

 

Deze hele schizofrene bedoening met twee niet gerespecteerde koningen en een zotte koningin sleept maanden aan. Tot de jonge Filips in het Spaanse binnenland plots sterft na een zware koortsaanval. 'Veroorzaakt door een losbandig bestaan', beweren mijn Franse schrijvers. Vergeet dat maar beste lezer, gif heeft doelbewust een einde gemaakt aan het leven van de Vlaamse hertog die op zijn achtentwintig sterft. Zijn vertroebelde regeerperiode over Castilië heeft welgeteld drie maanden geduurd.

 

Johanna slaat helemaal door bij de dood van haar man. Nadat hij begraven werd, beveelt ze om zijn lijk opnieuw uit de graftombe te verwijderen en laat ze zijn stoffelijk overschot overbrengen naar haar appartement waar ze zijn lijk op een praalbed legt. Gekleed in schitterende paradekledij. Zo blijft ze bij hem, houdt hem voortdurend in het oog in de hoop dat hij weldra zijn ogen zal openen en de draad van zijn leven weer zal opnemen. En dat allemaal terwijl ze dan verdorie nog zal bevallen van haar dochtertje Catharina.

 

Ik dubbelcheck een en ander op Wikipedia. Het verhaal kan kloppen. Filips stierf in september 1506. Zijn gebalsemd lichaam zal inderdaad in een loden kist in haar slaapkamer terechtkomen waar ze elke ochtend het deksel opent om zeker te zijn dat hij niet tot leven is gekomen. Einde 1506 beslist Johanna dat haar geliefde man begraven moet worden in Granada. Een begrafenisstoet door regen en wind, onderbroken door de geboorte van dochter Catharina op 14 januari 1507. Daarna trekt de lugubere stoet verder in het richting van het zuiden tot een diep bewogen en huilende koning Ferdinand het zes maand later tot immense opluchting van Johanna's omgeving welletjes vindt en Filips op retour gezet wordt naar zijn oorspronkelijke begraafplaats.

 

Johanna is totaal onbekwaam om te regeren en toch weigert ze obstinaat om een regent aan te stellen. Ze beperkt zich tot het tekenen van de noodzakelijke beleidsdocumenten en om zoveel mogelijk de rust in haar landen te bewaren. De aartsbisschop van Toledo kan haar er tenslotte van overtuigen om het regeerwerk over te laten aan haar vader. Ferdinand slaagt wonderwel in zijn opdracht en doet in die periode trouwens nog enkele niet onbelangrijke acquisities.

 

Filips heeft er tijdens zijn leven sterk aan gehouden om zijn zoon Karel in Brussel te laten en hem ver verwijderd te houden van elk mogelijke beïnvloeding vanuit Spanje. Een eis van opa Maximiliaan uiteraard. Ferdinand heeft zijn kleinzoon en toekomstige opvolger nooit in levende lijve ontmoet. Ik ben dan ook niet verwonderd om te lezen dat hij Karel dan ook eerder als een rivaal beschouwt. Hij straalt van vreugde als zijn nieuwe Franse echtgenote, de jonge (18-jarige) Germaine de Foix, hem een zoon schenkt. De kleine kan zo helemaal onverwacht de koninkrijken van Aragon, Catalonië, Napels, Sicilië en Sardinië ontfutselen van Karel.

 

Dit scenario en Ferdinands lol zijn echter van korte duur. Zijn erfgenaam Juan van Gerona wordt geboren in mei van 1509 en zal kort nadien prematuur sterven. Ferdinand ziet het van dan af aan niet echt meer zitten maar blijft zich als een duivel in een wijwatervat verzetten tegen de Vlaming Karel als troonopvolger. Diens jongere broer Ferdinand I (geboren in 1503 en opgevoed in Spanje) is voor de oude koning wel aanvaardbaar en dus promoveert hij zijn Spaanse kleinzoon tot grootmeester van zijn militaire troepen. Zijn raadgevers vrezen dat deze benoeming wel eens zou kunnen zorgen voor een burgeroorlog en net voor zijn dood kunnen ze Ferdinand ervan overtuigen om toch maar het hele beleid over te laten aan Karel de vijfde, zijn Vlaamse kleinzoon en gedoodverfde opvolger. Koning Ferdinand sterft op 23 januari van het jaar 1516. Karel is nog niet eens zestien geworden.

 

Karel. Hoog tijd om even in de tijd terug te keren en me te verdiepen in zijn pamperjaren. Hoe zou hij eigenlijk de dood van zijn vader verwerkt hebben? Welke jeugd heeft hij doorgesparteld? Hoe gaat het eigenlijk met de gedoodverfde troonopvolger? Maximiliaan trekt zich het lot van zijn kleinzoon erg aan. Hij zal het vaak vertellen: 'ik heb mijn zoon Filips dodelijk bloed geschonken maar hij heeft op zijn beurt wel mijn eigen bloed onsterfelijk gemaakt door mijn kleinzoon Karel op de wereld te zetten.'

 

Een Spaanse onderwijzer, Laurent Vacca, geeft de kleine vanaf zijn vier jaar zijn eerste onderricht, maar zijn rol blijkt uitgespeeld na het verdwijnen van Filips en Johanna. In de zomer van 1507 begint Maximiliaan zich persoonlijk te bemoeien met de opleiding van zijn kleinzoon. Maximiliaan is een man van brieven, duizenden schrijft hij er tijdens zijn leven, sommigen ervan zijn echt briljant te noemen. Een zuivere staatsman, behendig met het zwaard en de pen. Hij heeft niemand nodig om hem raad te geven over de opvoeding van de kleine Karel. De correspondentie met zijn dochter Margaretha maakt het duidelijk dat zij de opdracht krijgt om de rol van moeder over te nemen.

 

Onmiddellijk na de dood van hun vader, heeft Anna de Beaumont Johanna's kinderen onder haar hoede genomen en de kinderen blijven tot einde 1508 vooral in vrouwelijk gezelschap vertoeven. Met de komst van Maximiliaan naar Mechelen komt daar verandering in. Hij zal zorgen dat zijn opvolger een degelijke opvoeding krijgt.

 

De Venetiaanse gezant Vicenzo Quirini heeft Karel ontmoet in 1506 of 1507 en schrijft over deze ontmoeting volgende getuigenis neer: 'De eerste is prins Carlos, 6 of 7 jaar oud, een mooi gastje, welgebouwd. Hij laat in alles zien dat hij levendig en vurig is. Zo te zien heeft hij veel trekken mee van de oude Karel van Bourgondië. De residentie van hertog Carlos bevindt zich te Mechelen in Brabant. De plek wordt bijzonder goed beveiligd door zijn volk. De mensen daar zouden zich liever zelf in stukken laten hakken, dan hun kleine prins te zien vertrekken naar het buitenland.'

 

Margaretha schrijft aan haar vader in 1509 dat Karel plezier vindt in het jagen. Maximiliaan reageert geamuseerd op dat nieuws. Apetrots zoals alleen een opa kan zijn. Kareltje bewijst meteen dat hij geen bastaard is. 'Laat hem maar veel oefenen.' En dat gebeurt ook. De ene jachtpartij volgt de andere. In mei 1513 schiet Karel zijn eerste bok. Figuurlijk dan. Hij schiet per ongeluk een ambachtsman neer met zijn kruisboog. De jongeling voelt zich verveeld en aangedaan door zijn blunder. Een 'sorry, ik heb er niet om gedaan', lijkt voor hem persoonlijk niet echt voldoende. Maar tante relativeert een en ander. Dat hij een dronkenlap geraakt heeft, een nietsnut waar niemand om zal rouwen. Daar kan hij toch niet echt bij stilstaan zeker? Karel blijft dus op jacht gaan, hoewel hij nooit hetzelfde jagerstemperament zal hebben als dat van zijn grootvader Maximiliaan.

 

De Franse schrijvers komen nu en dan voor de dag met een staaltje van hun adembenemende taal: 'Charles touchait alors à sa seizième année'. De erfgenaam verbleef nog altijd in de Nederlanden onder begeleiding van zijn tante Margaretha van Oostenrijk en zijn grootmoeder Margaretha van York, de weduwe van Karel de Stoute en de zus van koning Edward IV van Engeland, alle twee rustige, deugdelijke en talentvolle prinsessen die Karel met al hun zorgen omringen en hem de opleiding geven om van deze puber een echte koning te maken.

 

Het is toch tante Margaretha die de grootste invloed uitoefent op de adolescent. Zij speelt haar moederrol op een uitstekende manier. Ze heeft zelf al een erg bewogen leven achter de rug. In mijn episode 'Johanna en Filips in de storm' heb ik het er uitgebreid over gehad. Margaretha heeft haar hele leven gediend als pion in de politieke ambities van haar vader en pas bij de opvoedingsopdracht van haar neef vindt ze rust en evenwicht in haar eigen leven. Ze wordt omschreven als zeer welopgevoed en beschaafd. Een uitstekende diplomate en staatsvrouw, zo een die haar wereld kent. Haar positie en bekwaamheid in de strategisch gelegen Nederlanden zullen met het verloop van de jaren alleen maar aan belang winnen.

 

Voorlopig speelt Willem van Chièvres de hoofdrol. Bij de dood van Filips de Schone, hadden de Vlamingen het bestuur terug in handen gelegd van vader Maximiliaan die alleen in naam de nieuwe regent wordt, maar deze taak in de praktijk doorschuift naar zijn vertrouweling Willem van Chièvres, die meteen ook verantwoordelijk wordt voor de opleiding van Karel en die deze opdracht volgens de Fransen ook plichtbewust voor zijn rekening neemt. Kanunnik Florenszoon, door ingewijden Adriaan van Utrecht genoemd, wordt aangesteld als opvoeder en raadsman aan het hof van Karel van Oostenrijk zoals de prins op dat moment nog altijd genoemd wordt.

 

De kanunnik is een wat wereldvreemde theoreticus die zich onbewust is van het gekonkelfoes en het lobbyen achter de schermen die typisch zijn voor elk prinselijk hof. Zijn relatie met Karel verloopt trouwens nogal stroef. De puber toont weinig interesse voor de hem onderwezen kunst en wetenschap. Weet hij veel dat diezelfde Adriaan van Utrecht een verstandige en erudiete man is, een van de slimste mensen van zijn generatie. Deze hoogleraar en kerkelijk deskundige, een man die ooit nog Erasmus tot zijn leerlingen mocht rekenen, spreekt vloeiend Frans, Spaanse en Italiaans.

 

En Latijn. Karel heeft trouwens de pest aan Latijn. Adriaan moet hem vaak discreet terecht wijzen omdat hij er te weinig van bakt. Zelfs op volwassen leeftijd zal hij problemen blijven ondervinden met het gebruik van deze klassieke taal. Zijn voorkeuren liggen elders. Karel kiest duidelijk voor de krachtpatserij en de militaire opleiding die jonge edelen voorgeschoteld krijgen. In dit domein valt er eer en glorie te rapen, Willem en Karel kunnen het goed met elkaar vinden. Willem van Chièvres overtuigt zijn adept ervan dat staatsmanschap en kennis van het land en zijn geschiedenis noodzakelijk zijn om later zijn rol als leider grondig te kunnen uitoefenen.

 

De moedertaal van Karel is ongetwijfeld het Frans en ik vraag me af af hij ook weg kan met het Vlaams. Zijn vader Filips de Schone praatte perfect Frans, beter dan de meeste Fransen. Dat vertelt een zekere historicus Gregorio Leti. Helemaal anders dan het Frans dat overal gesproken wordt in Vlaanderen. De vulgaire taal van Brussel, Artesië, Henegouwen, Namen, Waals Brabant, het zuiden van Limburg en dat van Luxemburg. Eigenlijk spreken ze bij ons geen echt Frans. Het is duidelijk dat Vlaanderen en Frankrijk alleen al hierom twee verschillende landen zijn.

 

Leti maakt een interessante indeling van het zuiden van de Nederlanden. Er zijn drie soorten van mensen: de Walen, de ongeletterde Vlamingen en de Vlamingen die Frans en Vlaams kunnen spreken en schrijven. De staatsadministratie te Mechelen verloopt in het Frans, de wetten verschijnen in het Frans en dat blijkt niet altijd naar de zin te zijn van de Hollandse provincies. De ongeletterde Vlamingen hebben op dat moment niets in de pap te brokken.

 

Toch is het vrij zeker dat Karel een behoorlijk woordje Vlaams kan praten, vooral omdat hij een flink stuk van zijn jeugd in Mechelen heeft doorgebracht. Op 17 juli 1513 schrijft Maximiliaan aan zijn dochter Margaretha dat zijn kleinzoon zeker de taal moet kennen die gesproken wordt aan de Vlaamse kust. Heeft het te maken met de gemeende bescherming die de Vlamingen hem hebben geboden tijdens zijn kinderjaren te Mechelen? De Franse kroniekschrijvers vermelden in elk geval zijn voorliefde voor de Vlamingen. Iets wat hem later in Spanje zal verweten worden. Ze komen tevoorschijn met een anekdote uit de jeugd van de jonge prins.

 

Het verhaal gaat over een jachtpartij waarbij Karel en de jonge Vlaamse edelman Bossu met elkaar optrekken en die laatste zich laat verrassen door de beet van een getroffen hert. In die tijd was men ervan overtuigd dat dergelijke beten giftig en fataal waren. De andere jagers lamenteren en beklagen zich over het trieste lot van hun vriend. Maar Karel doet niet mee aan deze stemmingmakerij en buigt zich over zijn vriend en probeert met zijn eigen mond het bloed uit de wonde te zuigen. Met gevaar voor eigen leven dus. Het is iets wat die Bossu nooit meer zal vergeten. Hij blijft voortaan trouw aan de zijde van zijn prins staan en zal het later schoppen tot ambassadeur in Frankrijk, beter bekend onder de naam van Boussu-Longueval.

 

In 1515 neemt Karel het bestuur over Vlaanderen en de Nederlanden in handen. De relatief onbezorgde jeugdjaren zijn voorbij. Zijn aantreden verloopt vrij simultaan met dat van de tegenstander waar hij zowat zijn hele leven mee te maken zal krijgen: op 1 januari is François in de voetsporen getreden van zijn overleden vader Lodewijk XII. Karel is van het begin af aan geen kartonnen koning. Hij laat aanvankelijk een impressie achter van een wat stille en teruggetrokken jongen die zich moet weten te adapteren aan de vaak geheime agenda's van zijn raadslieden en de gewoonten van zijn hofhouding. Je weet wel; het protocol.

 

En toch popelt hij om de macht over te nemen, het kan allemaal niet snel genoeg gaan. Eigenlijk kan hij nog gerust enkele jaren rijpen in de schaduw van Margaretha, maar in 1515 zet hij haar zonder pardon aan de kant en gaat ze voortaan deel uitmaken van de staatsraad. Het zal niet lang duren voordat Karel zich dominant zal gaan gedragen ten opzichte van zijn broer en zijn zussen en hij hun huwelijken zelf en eigengereid zal regelen in functie van zijn rijk. De coming man kan ik het best beschouwen als een doorslag van zijn grootvader Maximiliaan, zoveel is duidelijk.

 

Willem van Chièvres verplicht hem in elk geval om al zijn bestuursdocumenten persoonlijk te lezen, de beraadslagingen van zijn adviseurs actief bij te wonen en hun effectief te interpelleren naar hun oordeel en raadgevingen, zodat hij zich een eigen opinie kan vormen over de zaken van belang. Dat hij dergelijke zaken al uitvoert op zijn vijftien, geeft hem al onmiddellijk een imago van serieusheid die weinig gebruikelijk is voor de jeugd.

 

Zijn eerste bestuursdaad is een vaste geplogenheid die ik altijd al gezien heb bij de Vlaamse graven en hertogen die hem vooraf gegaan zijn: in Frankrijk de eed gaan zweren als leenman van Vlaanderen en Artesië. Bij diezelfde François. Want hoe je het ook draait of keert, hoe schizofreen en bizar het ook mag klinken: Vlaanderen is juridisch gezien altijd Frans grondgebied gebleven. Veel aandacht wordt er aan die eed niet besteed. Standaardprocedure. Net zoals de reeks blijde intreden in de Vlaamse provincies.

 

Zo dus ook een bezoek aan Brugge. Van Ieper is er geen sprake. Het stadsbestuur is in de wolken en verwittigt zijn inwoners: 'onze geduchte heer heeft besloten om in de avond van 18 april 1515 zijn blijde inkomst te Brugge te doen.' Het woord 'geducht' vertelt voldoende over de eerbied en het (bang) respect die ze hier wel hebben voor hun nieuwe grote baas.

 

De instructies volgen asap. 'Elk die woonachtig is of er een ijdel huis heeft waar de heer zal voorbijkomen, zal dit moeten versieren en behangen. Liefst met rode, witte en blauwe lakens. Dat behangen en versieren is een vaste gewoonte in de meeste steden. Oude Brugse geschriften hebben het er uitgebreid over: 'dit behangen herinnert aan de manier waarop men vroeger huizen en straten ter gelegenheid van openbare feesten versierde. Sparrenbomen werden op bepaalde afstanden, langs beide kanten van de straat geplant en daartussen (ofwel dwars over de straat) werd lijnwaad van verschillende kleuren gespannen. In Brugge primeren het wit en het blauw. Wapenschilden, wimpels en vaandels. Triomfpoorten vulden deze versiering aan.' De straten moeten proper gemaakt worden, alles netjes en blinkend. Winkels en boetieks moeten hun deuren sluiten. Ambachtslieden en neringdoenden langs het parcours moeten hun activiteiten staken.

 

De prins zal trouwens enkele dagen blijven logeren in de stad. Wat een prima gelegenheid toch om een 'processie generaal' te laten rondgaan om de almogende God te danken en merci te zeggen voor de grote gratie die hij ons verleent dat onze geduchte heer hier op bezoek wil komen. De instructies vliegen de mensen om de oren. Ook de geestelijken zullen hun deel van de show moeten doen.

 

'Men geeft u te kennen hoe door de kerkelijke personen en de goede lieden van de wet besloten werd om morgenvoormiddag een plechtige algemene processie te laten uitgaan tot aan de Sint-Donaaskerk. De samenkomst is voorzien aan de Burg, zoals dat de gewoonte is, en daarna zal het heilig sacrament rondgedragen worden over de markt, door de Steenstraat, de Dwarsstraat, de Noordzandstraat voorbij mijns geduchtens herenhof waar men een schone statie zal houden. Van daar verder door de 'Ghelthuustrate' naar de voorkant van de markt om zo binnen te treden in de kerk van Sint-Donaas waar men een zeer schone en devote dienst zal doen om de here God te bedanken en patati en patata voor zijn gezond, lang leven met veel prosperiteit en welvaren.' Wat zou een vijftienjarige puber eigenlijk echt denken over al dat gedoe?

 

De processie moet bewijzen hoe graag de Bruggelingen eigenlijk hun prins zien. Het is vaak anders geweest hier en de Brugse weerbarstigheid heeft hen al dikwijls de nodige parten gespeeld. Nu nemen ze het zekere voor het onzekere. 'Bijzonder plechtig moet deze processie zijn: ze is immers een betoging van trouw en gehechtheid aan de vorst! Derhalve dat al de oude burgemeesters, notabelen, hoofdmannen, dekenen ende een afgevaardigde van alle ambachten en neringen zich bevinden in de Burg, bij mijnhere van de wet. Allemaal gekleed in zwarte habijten, elk met een brandende wassen kaars in de hand en blootshoofds. En verder al de anderen die het hen belieft om in dezelfde processie mee te gaan.'

 

Dat graag zien zal wel van moeten zijn en de oude teksten voelen zich niet te beroerd om dat ook aan te geven. Iedereen moet devoot meestappen in de processie, anders zwaait er wat. 'Elk die zich in dezelfde processie hebbe, houde en gedrage als devotelijk zo goed hij kan en mag en hij zal zich voegen en gedragen naar de gratie van de almogende God, zonder zich te laten betrappen op ongeregeldheden, te klappen of te lachen, anders zal hij scherp en discreet gecorrigeerd worden door de schepenen.'

 

Ik focus me opnieuw op de jonge Karel. Aanvankelijk toont hij zich niet speciaal slim of scherpzinnig, pas op latere leeftijd zullen die kwaliteiten zich gaan manifesteren. Hij is onstuimig als een adolescent en mankeert vaak een stuk eerbied voor de adviezen van zijn entourage. Karel charmeert zijn onderdanen wel al met zijn gracieus figuur en de mannelijke behendigheid die hij etaleert tijdens zijn lichaamsoefeningen. Hun nieuwe prins zal ongetwijfeld een schitterende glans geven aan de kronen die hij geërfd heeft van zijn grootvader Ferdinand.

 

De Spaanse koninkrijken bevinden zich na Ferdinands dood in een toestand waarbij een sterk gecentraliseerd bestuur noodzakelijk is. Spanje of beter gezegd 'Hispania' is al jaren de roepnaam voor het Iberisch schiereiland. Al van in de tijd van de Romeinen en de Feniciërs. Maar als land bestaat Spanje eigenlijk niet. Het rijk is een samenraapsel van de koninkrijken Castilië, Aragon, Valencia, Navarra en Catalonië. Ze bezitten nog allemaal hun eigen autonomie, hun grenzen en grensposten, en hun zelfstandige parlementen. De deelstaten hebben echter één ding gemeen: de koninklijke autoriteit zit er overal diep ingebakken.

 

De adel heeft zo zijn voorrechten en de mensen zijn er aan gewend. De oude koning is altijd een sterke persoonlijkheid geweest die kon omgaan met de turbulentie van dissidente edelen en de jaloezie van de Spaanse steden. Of het veel met persoonlijkheid te maken heeft, durf ik te betwijfelen, de harde hand ja. Repressie en terreur hebben jarenlang de geesten gefnuikt. Met de dood van de koning laaien de onderlinge vetes en de diepe ontevredenheid weer op. Gewelddadiger en brutaler als ooit.

 

Ferdinand had deze rebellie wel zien aankomen en zijn voorzorgen genomen. In zijn testament heeft hij aartsbisschop Francisco Ximenes van Cisneros aangesteld als regent van Castilië in afwachting van de komst van zijn kleinzoon naar Spanje. Mijn schrijvers houden even halt bij de figuur van Cisneros. Een man met een speciaal karakter en buitengewone kwaliteiten, afkomstig uit een bescheiden en eerlijke familie, een roeping om 'u' tegen te zeggen. Een vrome carrière doorheen de kerkelijk echelons waar hij opvalt door zijn standvastig karakter. Hij schopt het tot biechtvader van koningin Isabella, een taak die hij pas na lang aandringen wil uitvoeren, want Cisneros is helemaal geen tafelspringer.

 

Een erg sobere en eenvoudige geestelijke. Hij verplaatst zich te voet, leeft van aalmoezen en onderwerpt zichzelf regelmatig aan pijnlijke verstervingen en zelfgekozen kwellingen. Isabella is zo tevreden over haar biechtvader dat ze hem aanstelt als aartsbisschop van Toledo, het hoogste kerkelijke ambt van heel Spanje, de aanspreekpartner van alleen maar de hoogste huizen van het koninkrijk. Cisneros weigert deze functie met zijn typische hardnekkige bescheidenheid, maar kan uiteindelijk niet anders dan die te accepteren wanneer hij hiertoe het persoonlijk bevel krijgt van de paus.

 

Maar aartsbisschop of niet, hij blijft zijn armoedige manier van leven aanhouden. Een bescheiden habijt van de orde van Franciscus. Wanneer die gescheurd is, herstelt hij zijn kledij eigenhandig. Hij draagt nooit linnen kleren, slaapt in zijn habijt, vaak gewoon op de grond of op een plankenvloer, zelden in een bed. Hij doet niet eens de moeite om te proeven van de delicatessen die zijn koks hem voorschotelen. Het verorbert alleen maar simpele en spaarzame voeding zoals de regels van zijn kloosterorde hem voorschrijven.

 

Cisneros is buitengewoon intelligent en etaleert grote kennis in verband met de bestuurszaken waarmee Ferdinand en Isabella te maken krijgen. Zijn inzichten en zijn genie mogen gerust op hetzelfde niveau geplaatst worden als zijn vroomheid. Zijn inzichten zijn nieuw en stoutmoedig en geven aanleiding tot stevige, stabiele en klassevolle projecten. Hij koestert de wetenschappers en de geleerden en houdt van de mensen. Onrecht is niets voor hem. Zijn omgeving verwijt hem niettemin dat hij scherp uit hoek kan komen en dat hij een te grote eigenwaarde toekent aan zijn eigen gevoelens. Ik vraag me af in hoe ver deze man te vergelijken valt met een arrogante oude zak, zo een type met een opgeblazen ego, een man die altijd en overal overtuigd is van zijn eigen grote gelijk. En waarom moet ik nu toch altijd de hele tijd denken aan die pezige kardinaal Suenens en aan de vermolmde Fabiola?

 

Het is dus deze man die na de dood van koning Ferdinand de nieuwe regent wordt van Castilië. Cisneros mag dan al bijna tachtig zijn, maar hij beseft dat deze nieuwe opdracht niet eenvoudig zal zijn. Zowat één maand na de dood van Ferdinand krijgt kardinaal Cisneros bezoek vanuit de Nederlanden. Dit bezoek moet zich dus afspelen ergens in februari van 1516. Adriaan van Utrecht presenteert zich met een stapel volmachten van hertog Karel. In afwachting van Karels meerderjarigheid dient hij, Adriaan zelf dus, de zuidelijke provincies te besturen.

 

Adriaan moet zich geen illusies maken. Regent Cisneros functioneert als puntje bij paaltje komt slechts als de top van een ijsberg. Een raderwerk van Spaanse adel en belanghebbenden die aanleunen bij te troon. Allen met hun rechten en voorzien van een eigen mening. Ze haten de wetenschap dat Spanje bestuurd zal worden door een vreemdeling. En dan nog door deze kleurloze Adriaan die in niets kan vergeleken worden met het intellect van hun eigen Cisneros. Het onderhoud tussen Adriaan en Cisneros verloopt zeer hoffelijk en respectvol. Het resultaat; 'loop naar de maan, wij zullen dat hier zelf wel beredderen', zal veel diplomatischer meegedeeld worden, maar inhoudelijk zal de boodschap daar wel op neer komen.

 

Spanje mag zich dan wel ver van mijn Westhoek bevinden, maar de ontwikkelingen hier aan het hof, zullen op termijn zeker en vast het wel en wee gaan uitmaken van de bewoners in Ieper, Poperinge, Nieuwpoort en konsoorten. Jullie moeten me op mijn woord geloven als ik vertel dat ook ik voor het eerst op bezoek ben in de geschiedenis en dus met grote ogen toekijk hoe telkens opnieuw de teerlingen gegooid worden en zo straks de toekomst van mijn eigen verleden zullen vastleggen.

 

Teerlingen, toekomst, dobbelstenen. De machtspositie van de oude Cisneros is fragiel. Op zijn leeftijd zal hij het niet lang meer uitzingen. Hij moet en hij zal de macht van de monarchie stabiliseren. De Spaanse adel ligt op de loer om zelf de macht over te nemen en een einde te maken aan het geslacht van de overleden koningen. De kardinaal-regent probeert zo goed en zo kwaad mogelijk hun claims en privileges te kelderen en grootschalige hervormingen door te voeren.

 

De heren van stand slaan alarm en gaan in het verzet. Een delegatie van de meest prominente edelen vraagt dringend een onderhoud. Waar haalt Cisneros eigenlijk al die autoriteit vandaan om alles in dit land zomaar ongebreideld te hervormen? De kardinaal ontvangt hen met een flinke portie politieke frigiditeit en zwaait met het testament van Ferdinand waarin hij tot regent werd benoemd. Zelfs Karel V heeft het document geratificeerd. De gemoederen raken verhit, maar koelen direct af als Cisneros hen op zijn balkon wijst op een peloton zwaargewapende soldaten die zijn leven en veiligheid beschermen. 'Zo zal ik Castilië besturen', bevestigt Cisneros. Het komt er op neer dat hij een militaire dictatuur vestigt tot de nieuwe koning zich zal komen aanmelden om hem te vervangen. De delegatie druipt af, de rust in het land zal voorlopig niet meer in gevaar worden gebracht.

 

En dan zijn er nog de Vlaamse ministers van Karel die jaloers zijn op Cisneros' talenten en vooral op zijn onafhankelijke houding hier in Spanje. 'Zoiets kan toch niet', klagen ze bij de jonge Karel, 'u moet op zijn minst twee nieuwe regenten aanstellen die het land zullen helpen besturen.' De Vlaming La Chau en de Hollander Amerstoff reizen naar het zuiden om Cisneros te chaperonneren. Ze worden er eervol ontvangen maar de stoïcijnse geestelijke laat het achterste van zijn tong niet zien, laat staan dat hij hen informeert over zijn zaken. Met goedkeuring trouwens van de Spanjaarden die geen hoge dunk hebben van deze onbetrouwbare noorderlingen.

 

En of dat nog niet allemaal volstaat voor de kardinaal, vecht hij op dat moment nog twee buitenlandse oorlogen uit. Eentje ervan in Navarra dat aangevallen werd door een zekere Johannes van Albret die prompt op zijn plaats gezet wordt. Ik ga er niet dieper op in. De tweede strijd, die in Afrika, loopt niet zo van een leien dakje. De avonturier Barbarossa, Roodbaard, neemt Algerije en Tunesië in en hele legers van Spaanse soldaten verliezen er hun leven. Diegenen die de strijd overleven, worden achteraf trouwens geliquideerd. Kardinaal Cisneros ondergaat deze blamage op een hautaine manier en een best hatelijke sereniteit zoals die van een eend waar de gutsende regen alleen maar van af druppelt.

 

Karels eerste minister, Willem van Chièvres, laat zich opmerken door zijn hebzucht. Ik heb er voorlopig het gissen naar wat mijn schrijvers hier bij bedoelen. Zoals altijd zal het wel iets te maken hebben met geldtransfers, die gezien de welstand van de nieuwe wereld, vermoedelijk erg gewenst worden in de Nederlanden. De Spanjaarden reageren bijzonder gepikeerd op de inhaligheid van het Vlaamse hof. Cisneros weet zich handig tot spreekbuis van zijn volk te manoeuvreren en eist dat een Vlaamse delegatie naar Spanje komt om zich te komen verantwoorden voor de klachten van zijn volk.

 

Karel beseft dat hij eigenlijk al veel te lang gewacht heeft om zelf het bezit te nemen van zijn Spaanse rijk. Een aanslepend conflict met de Franse koning heeft hem hiervan verhinderd. De Vlaamse handel en nijverheid lijden onder de oorlog en de onderdanen smeken om vrede. Chièvres geeft toe en sluit op 13 augustus van 1516 vrede met Frankrijk. Dit verdrag biedt Karel de vrije toegang om zich via Frankrijk naar Spanje te begeven.

 

Die vrede met Frankrijk is het gevolg van het gefoefel van Willem van Chièvres, al eerder overeengekomen op 23 april van 1515. Een week na Karels intrede in Brugge heeft zijn Fransgezinde rechterhand het op een akkoord gegooid met de Fransen. De officiële akte luidt als volgt: François, koning van Frankrijk, laat de verkozenen op stuk van de oorlogsbeden in Artesië weten dat hij, ingevolge de overeenkomst getroffen met Karel, aartshertog van Oostenrijk, en het huwelijksproject van deze laatste met Renée de France, zijn schoonzuster, voor een termijn van tien jaar de beden en subsidiën die de Staten van Artesië zullen toestaan, aan Karel heeft toegekend.'

 

Zoals altijd zit er een heel verhaal verscholen achter deze overeenkomst. Wie is deze Renée de France? Dat blijkt Renate van Frankrijk te zijn, een zuster van die Claudia met wie Karel al van bij het begin van zijn leven gekoppeld werd. Claudia blijkt op 18 mei 1514 op vijftienjarige leeftijd getrouwd te zijn met François. Renate is dus niet alleen de zus van zijn oud lief maar ook de schoonzus van zijn rivaal, de koning van Frankrijk. Een fictieschrijver kan het niet zo goed bedenken. Karel zal de deal van zijn leermeester Willem van Chièvres wel gedwee gevolgd hebben, maar zal zich ongetwijfeld al vragen binnen te stellen rond de zin en de onzin ervan.

 

Nu ja. Er is weer vrede met Frankrijk. Dat ze in Vlaanderen opgelucht zijn dat er weer handel kan gedreven worden met de zuiderburen, verneem ik in Brugge waar ze nog maar eens met hun heiligen door de straten gaan zeulen. 'Bij brieve van 26 augustus 1516, berichten mijne heren van de edele raad van Vlaanderen te Gent aan alle baljuws, schouten, ammans, meiers, mannen van leen, burgemeesters, voogden, proosten, poortmeesters, landhouders, schepenen, keurheren en alle andere officieren en wethouders van onze geduchte here dat de ambassadeurs van de koninklijke majesteit en deze van de koning van Frankrijk een goede en vaste vrede, alliantie en confederatie hebben afgesloten. God zij daarvoor door middel van processies, bedingen en oracien alle dank verschuldigd.'

 

Naast een algemene processie krijgt het volk ook de mogelijkheid om aan deze heuglijke gebeurtenis deel te nemen. Er wordt besloten om vreugdevuren te ontsteken, om kampvuren aan te maken en 'andere tekenen van genoegten en prijzen toe te kennen aan hen die het heerlijkst en het schoonst zullen vieren en geneugten gaan bedrijven.'

 

Het gonst van de politieke ambities en verzuchtingen. Karels Vlaamse ministers die vrezen dat ze hun invloed op de jongeling wel eens zouden kunnen verliezen, slagen er in om de hertog nog voor één jaar langer in de Nederlanden te houden. In het najaar van 1517 komt het er dan toch van. Karel van Oostenrijk ontscheept naar Spanje met in zijn zog Willem van Chièvres, Adriaan van Utrecht en een hele achterban van Vlaamse heren van stand. Tante Margaretha zal de Nederlanden besturen tijdens hun afwezigheid. Zoals jullie kunnen lezen, gaat de reis over zee, het vertrouwen in de Franse koning zal maar matig zijn. Het gezelschap zet voet aan de grond in het noordelijke Villaviciosa waar ze op schitterende wijze verwelkomd worden.

 

Ook Cisneros is op komst om Karel te gaan begroeten. Zijn druk en ascetisch leven hebben van zijn lichaam een wrak gemaakt. Een tot op de draad versleten man zal zich binnenkort aanbieden bij de nieuwe koning. Wat is hij toch speciaal! Zijn eerbiedwaardige ouderdom, zijn ontzagwekkende houding, zijn stem die zijn woorden zo precies kan kleuren, zowel vleiend als krachtig, het alvermogen van zijn blik, het overwicht van zijn genie, de oerkracht van zijn handelingen en taal. Wat een overweldigende indruk zal deze kardinaal maken op de jonge en onervaren koning.

 

De twee zullen elkaar ontmoeten in Bos-Equillos. Onderweg sukkelt Cisneros met zijn gezondheid. Hij ziet er niet uit. Zijn medewerkers kijken met verbazing naar de symptomen van zijn ziekte. Ze menen er het gebruik van gif in te zien. De edelen die er al in geslaagd zijn om hun koning Filips de Schone te vergiftigen, zullen nu wel hun werk gedaan hebben om gif in het eten van de kardinaal te mengen. Het verraad moet zowat overal zitten. De trip loopt daardoor veel vertraging op en dwingt Cisneros om al eerder een bericht te sturen naar Karel.

 

Op zijn gebruikelijke manier, zonder al te veel tierelantijntjes laat hij hem weten dat de Vlaming op komst een heel pak van zijn delegatie naar huis zal moeten sturen. De massa noorderse vreemdelingen stellen de Spanjaarden in de schaduw. Hoe denkt hij dan om hun affectie te winnen? Hij dringt ook aan op een snel overleg tussen hen beiden. De staatszaken dienen dringend besproken te worden. Cisneros zit door zijn ziekte vast in het binnenland, in Aranda de Duero, een gemeente in de Spaanse provincie Burgos en in de buurt van Valladolid.

 

Ik probeer wat verder te kijken dan het steriel sfeertje dat neergeschreven staat in mijn Franse tekst. De koortsige Cisneros loopt op zijn laatste beentjes. Karel is gaandeweg zijn vertrouwen in de kardinaal kwijtgespeeld. Niet alleen lichamelijk zit hij in een straatje zonder einde, maar ook politiek wordt de kardinaal naar de uitgang begeleid. De vendetta van de Spaanse adel krijgt er nu nog een verlengstuk bij door de verontwaardiging van de Vlaamse betere klasse. Wie denkt deze man wel wie hij is? Vlamingen en Spanjaarden bundelen hun krachten om Karel ver verwijderd te houden van Aranda.

 

Cisneros' wensen worden genegeerd. Hij probeert tevergeefs het tij te keren. De invloed van de Vlamingen op hun baas zorgt voor een beleefde brief aan de kardinaal waarbij hij bedankt wordt voor bewezen diensten en hij nu de officiële toelating krijgt om de rest van zijn leven te slijten in een klooster van zijn eigen bisdom. De brief van Karel maakt een einde aan een regentschap dat 20 maand heeft geduurd. En meteen ook een einde aan zijn leven, want enkele uren na deze ezelsstamp sterft deze erg bekwame geestelijke die nu nog altijd geëerd wordt in het moderne Spanje.

 

Het brutaal opzij zetten van Cisneros door mijn hoofdpersonage Karel van Oostenrijk brengt me terug tot de realiteit dat de 'coming man' wel eens brutaler en meedogenlozer zou kunnen zien, dan wat de geschiedenisboeken uit mijn jeugd dat hebben laten uitschijnen. Al kan ik niet verhelen dat zijn raadgevers er achter de schermen fel op hebben aangedrongen om de antieke geestelijke uit de weg te ruimen. Junior Karel is ondertussen achttien geworden. Korte tijd na het verdwijnen van de regent maakt hij zijn publieke intrede in Valladolid waar hij meteen de regering van Castilië de laan uitstuurt. Als er één iemand recht heeft om aanspraken te maken op dit Castilië, dan is het zijn eigen moeder Johanna.

 

Hier in Spanje maakt hij voor de eerste keer kennis met zijn tienjarige zuster Catharina die woont bij haar geesteszieke moeder. Enfin, historicus Hugo Soly omschrijft het als 'gevangen'. Het meisje gelijkt heel sterk op haar overleden vader waardoor Johanna ze van geen vin wil lossen. Op een bepaald moment wordt het meisje in opdracht van haar broer ontvoerd uit Johanna's verblijf in Tordesillas. Omgekocht personeel en een gat in de muur. Enkele details. De emotionele ravage bij Johanna de waanzinnige op het verdwijnen van haar dochter is zo erg dat Karel zijn plannen noodgedwongen moet bijsturen. Catharina keert terug. Karel gaat zich nu persoonlijk moeien in de opvoeding van zijn zuster, haar hofhouding komt onder zijn controle. Ze dienen allebei in de grootste afzondering verder te gaan met hun leven, zodat ze voortaan geen roet meer in zijn eten kunnen gooien.

 

Er is niet alleen zijn zus Catharina. In Mojadas ontmoet hij voor de eerste keer zijn eigen broer Ferdinand. Ferdinand is vijftien. Karel achttien. Vreemden voor elkaar. De ene opgeleid in de Nederlanden, de andere in Spanje, twee verschillende werelden. Karel en zijn adviseurs stellen zich erg afstandelijk op ten opzichte van deze Ferdinand. Hoffelijk en gespeeld amicaal. Dat wel. In feite is hij een rivaal in handen van zijn Spaanse adviseurs die hen al bij al weinig vertrouwen inboezemen. Dat ze hem na de dood van de oude Ferdinand het advies gaven om zelf koning van Spanje te worden, ligt nog vers in het geheugen.

 

Karel neemt scherpe en zuivere beslissingen en draait niet rond de pot. De hele hofhouding van broer Ferdinand vliegt de laan uit en wordt vervangen door eigen mensen. Voor de buitenwereld lijken de broers beste vrienden, maar de historici weten wel beter. Het gaat er keihard aan toe. Voor compassie is er geen plaats. Beloftes, dat wel. Er wacht Ferdinand een grote toekomst, maar daarvoor moet hij eerst terug naar de basis en weg van Spanje. Enkele jaren bij de kachel in de Nederlanden. Ferdinand laat het allemaal gedwee gebeuren. Grootvader Maximiliaan denkt er aan om in te grijpen, maar een kordate en bitse Karel verhindert dat: hij en hij alleen zal de baas van de 'christenheid' in Europa worden.

 

Ik bekijk één van de vele schilderijen die er van Karel geproduceerd werden. Toch een speciale gast met een ietwat vreemd uitzicht. Zijn sterk geprononceerde onderkaak valt op. Een adonis kan ik hem zeker niet noemen. Met het verschijnen van zijn baard zal hij met verloop van tijd zijn bakkes wat kunnen camoufleren waardoor zijn kin wat minder zal opvallen. Blond en ros zoals alle Habsburgers. Een beetje vaal.

 

Er zijn vooral die vreemde boze ogen. De looks van een maffiabaas. Het lijkt wel alsof hij door de mensen heen kan kijken. Hij staart hautain en trots, je merkt het aan alles dat hij goed genoeg beseft wie hij is. Dat hij op zichzelf eerder stil en teruggetrokken is en vooral diepgelovig, kom ik dan te weten van de mensen uit zijn omgeving. Een beetje een gierigaard ook. Alleen wanneer het gaat om roem en om uitbreiding van zijn territorium ruimt zijn imago van sereniteit plaats voor een hardnekkige koppigheid en een ongelooflijke geldingsdrang. Er moet zich toch wel een en andere afspelen achter dat stel duistere ogen.

 

Castilië. De vergadering van de volksvertegenwoordigers stemt er voor dat het land zal bestuurd worden door Johanna en Karel, maar dat de naam van Johanna wel overal als eerste zal aangebracht worden in alle bestuursdocumenten. Moeder Johanna mag dan wel krankzinnig zijn, maar in de geval van een eventuele genezing, zal ze opnieuw alleen de koningin van Castilië kunnen worden. Karel krijgt 600.000 dukaten van het parlement, een fenomenaal bedrag dat over een periode van drie jaar zal uitbetaald worden.

 

Cisneros had het zo voorspeld. Het Spaanse volk raakt misnoegd door de wetenschap dat het eigenlijk niet Karel of Johanna zijn die Spanje besturen. Het land is onderworpen aan de autoriteit van Willem van Chièvres die goed omringd is door zijn Vlaamse adviseurs. De wetenschap dat hun leider amper hun eigen taal spreekt, Spaans met haar op, is voor de lokale belangengroepen onaanvaardbaar. Ik kan me er wel iets bij inbeelden wat er zou gebeuren indien de president van de Verenigde Staten niet in staat zou zijn om deftig Engels te produceren.

 

Als er een nieuwe bestuursfunctie vrijkomt, dan wordt die gegarandeerd ingevuld door een Vlaming. Naarmate de Vlaamse en Nederlandse roofzucht en hebberigheid toenemen, zakt het weinige krediet die ze nog hebben bij de Spanjaarden. Er stroomt zoveel geld naar de Nederlanden dat er niet meer voldoende is om de lokale ambtenaren te betalen. Karel legt deze kritiek netjes naast zich neer en gebruikt ongestoord al die nieuwe middelen om nieuwe postjes uit te delen aan zijn Bourgondische vrienden. Willem van Chièvres wordt aangesteld als schatmeester van Castilië, zeg maar de minister van Financiën. De opbrengsten en de rijkdom van de nieuwe wereld worden zonder scrupules getransfereerd naar Brussel waar ze ingezet worden om de hofhouding van Karel van Oostenrijk te versterken.

 

Het regent werkelijk klachten. En wat de Spanjaarden nog het meest stoort en verbittert, is de benoeming van Willem van Croÿ, de zestienjarige neef van Willem van Chièvres. Hoewel hij al eerder benoemd werd als bisschop van Doornik, is deze Willem nog niet eens afgestudeerd om deze hoge functie op zich te nemen. Een duwtje in de rug van de Paus, vrienden onder elkaar, zorgt er voor dat enkele zeer valabele Spaanse kandidaten om de illustere Cisneros op te volgen, de functie van aartsbisschop van Toledo aan hun neus zien voorbijgaan.

 

Karel laat Castilië achter zich op een ogenblik dat de algemene verontwaardiging zich zowat op zijn hoogtepunt bevindt. Hij vertrekt naar Zaragoza, de hoofdstad van Aragon waar de Aragonezen pas na lang aandringen een gedeeld koningschap van Karel met zijn moeder aanvaarden. Hij zweert hierbij om nooit hun rechten en privileges aan te tasten. Op zijn vraag om geld en giften, tonen de parlementsleden zich van hun meest gierige zijde; geen 600.000 dukaten maar slechts een derde van dit bedrag. En dat geld dient dan nog om oude schulden te vergoeden zodat slechts een fractie van dit bedrag effectief tot bij de nieuwe koning raakt. Verderop, in Catalonië, speelt het zelfde scenario zich af. Nog meer obstakels en nog minder geld voor Karel en zijn hofhouding.

 

Ondertussen verenigen enkele grote steden zoals Segovia, Toledo, Sevilla en andere zich in een soort confederatie en gaan ze hun beklag doen bij koning Karel. Ze wijzen hem op de willekeur die zijn administratie ten toon spreidt. Karel schenkt er niet al te veel aandacht aan en dat zou hij eigenlijk beter wel gedaan hebben. De confederatie groeit binnen de kortste tijd uit tot een unie van alle steden en gemeenten van Castilië die zich aansluit bij de confederatie van de genoemde steden. Deze unie zal voor de grootst mogelijke verwarring in het koninkrijk zorgen, doet de kroon op zijn grondvesten daveren en dreigt ermee de algemene grondwet op te blazen.

 

Er valt heel wat meer te vertellen. Details zoveel ik maar kan wensen. Toch is het geheel erg bondig gehouden. Het blijft gemakkelijk om volgen, ik vermoed dat ook jullie er niet kwaad om zijn dat de schrijvers voor mij meteen verder rijden tot in 1519. Karel verneemt in Barcelona de dood van zijn grootvader, keizer Maximiliaan van Oostenrijk. Ik heb veel aandacht besteed aan deze krachtpatser die onder andere Italië op de kaart heeft gezet. Tijdens zijn leven heeft Maximiliaan tevergeefs gepoogd om Italië te verbinden met het Spaanse rijk en zo één grote Europees bastion te vormen.

 

De Fransman heeft er altijd een stokje voor gestoken. Ik kan koning François en zijn voorgangers goed begrijpen. Karels vader Filips de Schone en zijn grootvader Ferdinand hebben er hun werk aan gehad. Europa onder spanning. Het keizerrijk van Duitsland en Oostenrijk en de nieuwe wereld van Spanje werden letterlijk en figuurlijk gescheiden gehouden door de barrière van Frankrijk.

 

De dood van Maximiliaan zorgt ervoor dat dit explosief mengsel weer gaat ontsteken. Karel vertegenwoordigt voortaan in één en dezelfde persoon de unie van Duitsland, Italië en Spanje. François verzet zich tegen deze constellatie. Juridisch en met dreigende taal. De Oostenrijkse keizerskroon kan zo maar niet overgegeven worden van vader op zoon. De status van keizer is niet overdraagbaar en kan enkel toegekend worden na verkiezingen. Trouwens, die jonge premier is helemaal niet capabel om het grote Ottomaanse rijk te verbinden met het Duitse keizerrijk.

 

De Fransen komen af met een alternatief. Het samengaan van het Franse en het Duitse leger is het enig mogelijk antwoord tegen de militaire dreiging van de Ottomanen van Selim. Met François zelf als nieuwe keizer zouden de logica van de christelijke wereld en de oude tradities ten minste gerespecteerd worden. Ik raak hier het tere onderwerp aan van de breuklijn tussen de christelijke en de islamwereld. De kruistochten hebben eerder al getoond dat het beter is om het deksel van dit broeierig nest gesloten te houden. Anno 2016, vijfhonderd jaar na de dood van Maximiliaan is er trouwens nog niets veranderd aan deze gevaarlijke breuklijn tussen religies en opvattingen.

 

De Franse ambassadeurs werken zich in het zweet met geschenken en beloftes. 'François for president'. Ze reizen door Europa met een gevolg van met goud beladen paarden, een corruptie-apparaat, niet om aan te zien. Geen punt van eer voor de eigenaar ervan en schandelijk voor de mensen voor wie al die schatten bestemd zijn. Ik lijk wel in een of andere lobby machinerie van de FIFA beland te zijn. De meeste Europese prinsen proberen zich te mengen in deze algemene politieke ruzie. De talentvolle paus Leo X bekijkt de discussies eerst van op afstand om dan zelf met een voorstel te komen. De belangrijkste Duitse edelen zullen zelf de keuze maken wie de opvolger wordt van Maximiliaan.

 

Frederik, de hertog van Saksen, lijkt een goede tussenoplossing. Een ideale kandidaat. Maar die verwerpt het aanbod om keizer te worden. Ze hebben in Duitsland, Oostenrijk en Italië geen baas nodig die zich bezig houdt met de privileges van de adel. Wat ze nodig hebben is een prins die zorgt voor veiligheid in deze troebele tijden. Van Karel van Oostenrijk kunnen ze die rust en vrede verwachten. Het debat houdt heel Europa in spanning. Vijf maanden na het overlijden van de oude keizer Maximiliaan, valt de keuze unaniem op zijn kleinzoon. Wat mijn Schotse schrijver blijkbaar niet weet, is dat Karel zijn titel van keizer eigenlijk heeft afgekocht van de zeven keurvorsten die de keuze moesten maken. Met geleend geld. In onze termen 100 miljoen euro, het equivalent van 3 ton zuiver goud. Allemaal geleend van de Habsburgse huisbankier Jakob Fugger die op datzelfde moment de kredietlijn van François blokkeert.

 

Mits de nodige waarborgen die er moeten zorgen dat Karel nooit of nummer zal sleutelen aan de Germaanse wetgeving en aan de verworven rechten van het Duitse volk. Karel belooft op zijn eerstecommuniezieltje dat hij zich daar effectief zal aan houden. Het nieuws van zijn aanstelling heeft negen dagen tijd nodig om zich te verplaatsen van Frankfurt naar Barcelona. Het wonder van de telefoon heeft de wereld nog niet bereikt. Karel is door het dolle heen en droomt van al hetgeen hij de komende jaren allemaal wil gaan realiseren in zijn een gemaakte rijk. Voortaan draagt hij de titel van majesteit. Nooit voordien heeft een Europeaan aanspraak mogen maken op deze aanspreking.

 

Hij accepteert de keizerlijke kroon en laat meteen weten dat hij naar Duitsland zal reizen om zich officieel te laten inhuldigen. De Spanjaarden hebben nu nog meer redenen om ongerust te zijn. Ze zullen nu potverdorie voortaan geregeerd worden door een vreemde keizer. De mistevredenheid is zodanig groot dat de Castiliaanse clerus weigert om nog langer haar belastingen, een tiende van de inkomsten, te betalen. Een belasting die nochtans opgelegd werd door de paus om de koning te helpen om zijn strijd tegen de Turken te helpen financieren.

 

1520. In het koninkrijk van Valencia zijn er hevige onlusten uitgebroken. Het volk heeft de wapens opgenomen en wil zich bevrijden van het adellijk bestuur. Keizer Karel is eveneens verbolgen over diezelfde edelen die geweigerd hebben om een toelage te betalen voor zijn hofhouding. De reden hiervoor zou te zoeken zijn omdat hij deze niet persoonlijk is komen vragen, zoals hij dat in de andere hoeken van Spanje wel heeft gedaan. Hij kiest helemaal onverwacht de kant van het volk. In een vlaag van onbedachtzaamheid keurt hij hun gebruik van wapens goed.

 

De afgevaardigden van Valencia komen stomverbaasd naar de eigen regio terug en worden er als verlossers van het land ontvangen. Hooligans die voortaan mogen met hun gereedschap mogen rondlopen, is natuurlijk vragen om problemen. De baldadigheid in de oostelijke provincie van Spanje neemt hand over hand toe. De edelen worden uit de stad verdreven, de regering wordt in de handen gelegd van een groep magistraten die zichzelf voortaan zullen verkiezen en die zich verenigen in een soort broederschap onder de naam van 'Germanada'. Een beslissing die desastreuze gevolgen zal hebben en die het koninkrijk van Valencia in het grootste onheil zal storten.

 

In Castilië is de toestand ook niet om over naar huis te schrijven. De voornaamste steden pikken het aangekondigd vertrek naar Duitsland niet. Ik vertel het hier natuurlijk snel en bruut. Een potsierlijke delegatie komt zijn omfloerste boodschap wel met de nodige stijl en flair aankondigen bij Karel. Die snapt natuurlijk het plaatje en weet het verzoek behendig te ontwijken. Hij heeft de sfeer van muitmakerij en revolutie duidelijk opgesnoven en probeert erop te anticiperen.

 

Hij roept de Cortes van Castilië samen in het afgelegen Compostella in de provincie van Galicië. De aanleiding voor deze vergadering is zijn noodzaak om meer middelen toegestopt te krijgen. Geld. Zonder nieuwe financiële middelen zal hij feitelijk niet in staat zijn om zich in Duitsland aan te melden met de luister en de pracht die samengaat met die van een keizerlijke waardigheid. Vermoedelijk heeft alles te maken met de voorafbetaling van een eerste schijf van een lening aan zijn bankiers.

 

Het afkalven van financiële middelen is een delicaat onderwerp. Geld ligt nu eenmaal gevoelig bij de bevolking en vooral bij de rijkere klasse. De mensen zijn al voor minder op straat gekomen. Dat is ook de reden waarom het parlement ver van het thuisfront bijeengeroepen wordt. De geschiedschrijvers geven het niet direct aan, maar ik proef een zekere leepheid en lef in de keizerlijke acties. Is Karel zelf al die lefgozer of komen de acties van zijn adviseurs? Ik heb er het raden naar.

 

De magistraten van Toledo kunnen er niet om lachen. De inwoners van Valladolid verwachten gewoonweg dat de Cortes hen toebehoort. Ze nemen woedend en gefrustreerd de wapens op. De komst van een hevige storm verandert de timing van zijn vertrek. Het blijkt zijn geluk te zijn, want zo voorkomen ze dat de Vlaamse achterban in een hinderlaag valt en vermoord zou zijn geweest.

 

Tijdens de trip naar Galicië regent het protestbrieven. Zowat elke stad komt met bezwaarschriften. Maar Karel blijft onverzettelijk. De sfeer is om te snijden bij het openen van de bewuste vergadering. Hoewel de ministers er alles aan gedaan hebben om alleen afgevaardigden te laten verkiezen die het eens waren met Karels beslissing. Toledo heeft niet eens afgevaardigden gezonden. Normaal gezien bepaalt een lottrekking welke twee personen er zullen gestuurd worden, maar de twee lieden die uit de bus kwamen, hadden de neiging om de mening te delen van de Vlaamse ministers en zo werd er geweigerd om ze naar Compostella te laten afreizen.

 

Twee advocaten, dat wel, die krijgen ze daar op hun dak. Om de wettigheid van de vergadering in vraag te stellen. Ook de afgevaardigden van Salamanca weigeren hun eed van trouw af te leggen tot dat de plaats van de bijeenkomst zal veranderen. Die van Toro, Madrid en Cordoba en nog andere plaatsen pretenderen dat alle eisen en oproepen om extra middelen ongrondwettelijk zijn. Ondertussen gaat de vergadering zijn volle gang. De leden worden naar verluidt in toom gehouden door middel van steekpenningen, beloftes en dreigementen.

 

Willem van Chièvres beseft dat het hof momenteel wel heel goed de steun van de Spaanse adel kan gebruiken en behandelt elk van hen met veel respect en hoffelijkheid. De geest van revolutie en onafhankelijkheid van elk van die steden is nu ook niet precies in het belang van het blauw bloed en zo slaagt de Karels uitgekookte eerste minister er in om hen aan zijn kant te krijgen. Een meerderheid van de Cortes stemt er mee in om de keizer te voorzien van een vrijwillige bijdrage. En dat in weerwil van de gevoelens van de natie en de verachting van de oude wolven. Hun bezwaarschriften en hun smeekbeden in naam van het Spaanse volk, worden zonder veel poespas geregistreerd, maar Karel en zijn regering kijken er niet eens naar.

 

Niets houdt de keizer nu nog tegen om naar Duitsland te vertrekken. Wie hem tijdelijk zal vervangen hier in Spanje, heeft hij zorgvuldig geheim gehouden. Het wordt kardinaal Adriaan die bijgestaan zal worden door twee Spaanse onderkoningen. Don Juan de Lanuza van Aragon en Don Diego de Mendoza van Valencia. De keuze van de twee Spanjaarden wordt op gemengde gevoelen onthaald. De bevolking kan er zich in vinden. De adel is verontwaardigd dat ze plots door twee van hun gelijken zullen worden bestuurd. En natuurlijk blijft de haat tegen de Vlaamse regent er diep ingebakken.

 

Karels verlangen om naar Duitsland te trekken en het ongeduld van zijn ministers om Spanje te verlaten zijn zo groot geworden, dat ze niet verder aandacht besteden aan het gemor van de Castilianen. Het eerste boek van het eerste boek van William Robertson zit er bijna op. Onderweg in mijn verslag van de jeugdjaren, ben ik gestoten op een variante van de Franse vertaling uit 1838. De Rotterdamse boekverkopers Dirk Vis en Pieter Holsteyn zijn de Fransen zelfs te snel af geweest met een vertaling in het jaar 1772. Ze zorgen er voor dat ik de jeugd van Keizer Karel met nog meer animo kan transformeren tot een eigentijds verslag van mijn reis door de geschiedenis.

 

Hun eerste boek eindigt trouwens met een waarschuwing voor Karel. Ik breng die bij wijze van spielerei even in de taal van 1772: 'Maar Karels verlangen om naar Duitschland te trekken, en het ongedult zyner Ministers om Spanje te verlaten, waren zoo groot geworden, dat hy, zonder acht te geven op 't gemor der Castilianen of zelfs zonder eenig hulpmiddel te beramen tegen eenen opstand, waarmede Toledo gedreigd werd en welke naderhand de schadelijkste gevolgen had, zich scheep begaf te Corunna, den tweeëntwintigste Mei van 1520. Op deze wyze zijn vertrek verhaastende om eene nieuwe kroon te gaan ontvangen, stelde hy zich bloot een vry gewigtiger te verliezen, daar hy reeds bezitter van was.'

 

Tweede boek. 1520. Karel moet absoluut verschijnen in Duitsland. De lange interim regering van de keurvorsten na de dood van Maximiliaan heeft de stabiliteit in de deelstaten danig ondermijnd. Hier en daar steekt oproer de kop op. De oorzaak is vooral terug te vinden in een nieuwe godsdienst die her en der furore maakt en zowat overal zorgt voor nieuwe sentimenten. Het lijkt er wel op dat de wereld in een snel tempo aan het veranderen is. Ook de troepenbewegingen van de Franse koning eisen Karels oplettendheid op.

 

Toen Karel en François campagne voerden om de titel van keizer te bemachtigen, hadden ze een afspraak gemaakt om elkaar hoffelijk te behandelen en niet met modder naar elkaar te gooien. Ik controleer even de antecedenten van deze Franse koning. Een afstammeling van het huis van Valois, gekroond in 1515 en vijf jaar ouder dan Karel. Beiden zijn dus adolescenten die op zoek zijn naar macht en roem. Ze hadden het aanvankelijk op een akkoord gegooid dat de ene de andere zou respecteren nadat één van hen als keizer zou worden verkozen.

 

Het vlees van de mens is natuurlijk zwak, ook bij koningen en keizers, en van zodra de Duitse keuze op Karel viel, verdwenen al die beloften als sneeuw voor de zon. 'De voorrang welke Karel voor het oog van heel Europa gegeven werd, trof François geweldig en boezemde hem wraak in.' Revanchegevoelens en een ongelooflijke afgunst die hun levens voortaan zullen beheersen. Ik had het jullie toch verteld dat het vlees zwak is. Hun tegengestelde belangen brengen tweedracht en zullen voortdurend zorgen voor vijandelijkheden tussen beide mogendheden.

 

Franse aanspraken in Navarra en Napels worden genegeerd door keizer Karel. Terwijl François in het hertogdom van Milaan met de Duitse voeten speelt. Dan is er nog het grondgebied van Bourgondië, de heimat van Karel van Oostenrijk. Zijn moeder Maria van Bourgondië droeg de naam van haar thuisland nog met grote trots en nu houdt François datzelfde Bourgondië netjes bezet als zijnde Frans grondgebied. In de noordelijke regio van de Nederlanden blijft François zich actief onderhouden met de rebelse hertog van Gelderland, de erfvijand van Karel en exponent van het geslacht die zich al veel jaren lang wil afscheiden van diezelfde Nederlanden.

 

Met zoveel potentiële bronnen van onrust zal de vrede nooit lang kunnen standhouden. Het staat in de sterren geschreven. Er is niet veel nodig om van deze explosieve cocktail een Europese oorlog te maken. Beide partijen lonken naar elkaar en beslissen binnenshuis om hun oorlogsmachine in staat van gereedheid te brengen. Men moet op alles voorbereid zijn. Het lobbywerk om zich te verzekeren van de steun van de andere Europese mogendheden draait op volle toeren.

 

Paus Leo houdt de mededingers in de gaten. Wie aan het langste eind zal trekken, wordt ook baas in Italië. Wat hem meteen tot betrokken partij maakt. Voor zijn part mogen ze heel hun leven oorlog voeren en hun krachten en energie verspillen. Zolang ze maar buiten Lombardije blijven, wat natuurlijk wishful thinking is van zijn kant. Hij ziet de bui al hangen: als de vrede sneuvelt zal het niet lang duren vooraleer de Franse en de Spaanse legers met elkaar in de clinch zullen gaan in de regio van Milaan. Veel anders dan actief te bemiddelen tussen Karel en François zit er voor deze paus eigenlijk niet op.

 

'Hij streelde en vleide de keizer en de koning van Frankrijk met even veel gedienstigheid en bekwaamheid, en schoon door beide de koningen even zeer aangezocht, vertoonde hij zich ten uiterste onzijdig, zoekende zijne ware gevoelens te verbergen onder die diepe veinzerij, welke plaats schijnt gehad te hebben bij de meeste Italiaanse staatskundigen van zijn eeuw.' Mijn Schotse historicus kijkt door de pauselijke façade heen. De paus heeft een voorkeur voor keizer Karel. Hij heeft meer te vrezen en te verwachten van hem dan van François. In de regio Venetië hellen de sympathieën dan weer over richting Frankrijk.

 

Het werkt danig op mijn zenuwen dat ik om de haverklap de namen van Karel en François in één adem moet noemen, dat ik me voorhoud om hen voortaan als 'K&F' te labelen, hoewel ze dergelijke merknaam eigenlijk niet verdienen. De voornaamste bekommernis van mijn K&F ligt in het winnen van de vriendschap van Hendrik de achtste, ik noem hem voortaan gewoontjes Hendrik. Hij is de koning met, je weet wel, die met al zijn vrouwen. De in 1520 29-jarige Engelsman zit al sinds 1509 op de Engelse troon en verenigt in één persoon de titels van York en Lancaster. Die sterke achterban zorgt ervoor dat zijn beleid kracht en gezag uitstraalt zoals geen enkele koning daar voor hem eerder in geslaagd was.

 

Hendrik kan het zich inderdaad veroorloven om zich ongestoord te moeien in Europa. Bovendien beschikt hij over een onmetelijke rijkdom, geërfd van papa. De Engelsman is zonder meer de rijkste vorst van Europa. De rust in eigen land is opmerkelijk en ongewoon, voor de verandering blijkt er al een hele tijd geen sprake van burgeroorlogen. Wat ik nu nog altijd moet vaststellen bij de Engelse gezagsdragers, was toen in de 16de eeuw zeker toen al een geplogenheid: 'ze waren zeer gretig om hunne moed en wakkerheid in eenen buitenlandse oorlog te tonen, en de gedachtenis te doen herleven der overwinningen door hun voorouders bevochten.'

 

Mijn 'ladiesman' is best ook wel een wakkere burger. Een eersteklas edele met kennis van staatszaken, geoefend in de wapenkunde. Een hartstochtelijk verlangen om zich te bewijzen op het veld van eer. Hij heeft al wat kunnen trainen. In de oorlog tegen de Fransen te Guinegate koos hij de partij voor de Vlamingen van Maria van Bourgondië, de belegering van Terwaan en Doornik, waren relatief onbelangrijk voor Engeland, maar hier heeft toch als eens kunnen tonen wat hij waard was.

 

Engeland houdt al bijna tweehonderd jaar Calais bezet en bezit daarmee een prima landhoofd om zich een doortocht te verschaffen in Frankrijk en de Nederlanden. Alles bijeen beschouwd kan ik deze Hendrik echt wel beschouwen als een scheidsrechter tussen de keizer en de Franse monarch. De pretentie dat hij de natuurlijke beschermer is van de vrijheid van Europa vind ik dan op mijn beurt wat overtrokken. Dat laatste blijkt al direct. Hendrik is veel te verwaand en te eigengereid om deze rol effectief op zich te nemen.

 

'Door zijn eigenzinnige verwaandheid, wraakzucht en lusten geregeerd, was hij onbekwaam. In zijn maatregelen bedoelde hij zelden het algemeen heil of zelfs zijn eigen belang.' Hendrik moet een driftkikker zijn. 'Zijn driften, die hem in alles leidden, sloten zijn ogen en beletten hem om enige gezag te krijgen in Europa of er voor zichzelf voordeel uit te halen.' Met wat politieke behendigheid kon dat in die jaren nochtans niet zo moeilijk geweest zijn.

 

En er is natuurlijk de grote invloed die zijn rechterhand op hem uitoefent. Kardinaal Wolsey moet het prototype van een tsjeef zijn. De valse stappen in het bewind van Hendrik waren de 'gevolgen van de hevige hartstochten en onverzadigbare staatskunst van zijne eerste minister en gunsteling, de kardinaal Wolsey.' Van eenvoudige afkomst is hij opgeklommen tot een functie die geen enkele Engelsman ooit bereikt heeft. Het is die intelligente Wolsey die op meesterlijke wijze, als een poppenspeler de onhandelbare geest van Hendrik bespeelt. De schrijvers lusten de Engelse kardinaal trouwens rauw. Ze fileren zijn karakter tot enkele vreselijke eigenschappen: 'schraapzuchtig, verkwistend, door geen rijkdommen en extra eretitels te verzadigen, hooghartig, hoogmoedig, verwaand.' Wie in de gunst van Hendrik wil raken, moest eerst voorbij aan al die smerige hartstochten van Wolsey.

 

De eerste die de klip van Wolsey diende te nemen was François. Dat was al in 1518. Zijn admiraal Bonnivet moest proberen de trotse prelaat voor zich te winnen. Veel beloven en nog meer geven, een gigantische jaarwedde bijvoorbeeld, trokken Wolsey over de streep. De gevolgen werden direct zichtbaar in de Engelse politiek ten opzichte van Frankrijk. Doornik werd weer afgestaan aan Frankrijk, er kwam een verloving tussen Hendriks dochter Maria met de Franse kroonprins. Tussen beide hoven heerst er vanaf die tijd een goede verstandhouding. François en Wolsey worden vrienden, hij geeft de kardinaal in zijn brieven de namen van vader, voogd en opzichter. Wat geld toch niet allemaal teweeg brengt.

 

Karel ziet die vriendschap met lede ogen aan. Ook hij heeft al zijn portemonnee aangesproken om Wolsey om te kopen. Een jaargeld van 3000 pond. Hij wil absoluut voorkomen dat Hendrik en François elkaar persoonlijk ontmoeten zoals dat op de agenda van beiden genoteerd staat. Hij slaagt niet in zijn opzet. Na maanden van protocol en procedures wordt in Engeland een vorstelijke show, met een groots opgezet steekspel en alle ceremonieel vandoen opgezet.

 

Veel van die show heeft te maken met 'window dressing'. De koningen zijn opgetogen over de grandeur die ze zullen kunnen presenteren. Het publiek bewijs dat de koningen van Frankrijk en Engeland doen wat Wolsey hen opdraagt, streelt diens ego als feitelijk Europees leider achter de schermen. En ondertussen probeert Karel alsnog hun tête-à-tête te voorkomen. Een echte alliantie op dit niveau is een nachtmerrie voor wat betreft zijn eigen ambities.

 

Na zijn vertrek uit Spanje in mei 1520, moet Karel absoluut een ontmoeting geregeld zien te krijgen met die Wolsey. De aankomst van de keizerlijke vloot in Dover verwondert de natie. De kardinaal weet wel beter. Hij wordt door diezelfde Karel als zijn dierbare vriend aangeschreven en daar mag eens mens wel wat voor over hebben. Dat jaargeld bijvoorbeeld mag opgetrokken worden tot 7000 dukaten.

 

Hendrik en Wolsey staan op dat ogenblik in Canterbury te wachten op beter weer om in te schepen naar Frankrijk. De kardinaal moet op staande voet met een postwagen naar Dover getransporteerd worden en ook hijzelf haast zich de ziel uit zijn lijf om die hoge gast met de nodige besognes te ontvangen.

 

Veel tijd heeft de jonge keizer niet. Hij heeft slechts vier dagen om de Engelsen op andere gedachten te brengen. De ontmoeting tussen de Fransen en de Engelsen staat wel helemaal vast en Wolsey zou wel gek zijn om die te annuleren. Wedden op twee paarden is natuurlijk een veilige optie. De natte droom van de kardinaal ligt hem in het feit dat hij graag de opvolger zal worden van paus Leo. François heeft hem voor die verkiezing al zijn volle steun toegezegd en tijdens die dagen in Dover kan keizer Karel deze corrupte Wolsey ervan overtuigen dat zijn stem vermoedelijk nog meer weegt dan die van de Fransen.

 

Paus Leo X is nog in de fleur van zijn leven en Wolsey zal dus nog heel wat geduld moeten oefenen. Maar voortaan zal hij de belangen van de keizer 'omhelzen'. Diplomatiek vertaalt dit zich in de belofte van Hendrik om na het bezoek naar de Fransman verder te reizen en zijn confrater Karel een tegenbezoek te brengen in de Nederlanden.

 

'Het mondgesprek tussen Hendrik en François geschiedde in een open vlakte, tussen Guines en Ardres (ietwat zuidelijk van Calais), waar de beide vorsten en hun gevolg hunne pracht en kostelijkheid met zo veel tegenijver en verkwisting ten toon spreidden, dat de plaats er de naam van verwierf van het goud-laken veld.' Het is niet gelogen wat de kroniekschrijvers daar in de jaren 1700 neerschreven: Google Maps geeft het anno 2016 nog altijd netjes aan: op de D231 tussen Guines en Ardres rijd ik voorbij aan het 'Field of the Cloth of Gold' of de 'Camp du Drap d'Or'.

 

Ik blijf nog even hangen in het weelderig Vlaams van 1772: 'ridderspelen, hoffelijke feesten en zodanige oefeningen en vermaken als in die eeuw manlijk en heerlijk gehouden werden, waren het tijdverdrijf waar de beide hoven, gedurende de achttien dagen dat de twee vorsten te samen bleven, zich mede verlustigden.' Deze omstandige omschrijving werd oorspronkelijk neergeschreven door de Engelse en de Franse historieschrijvers die de grootsheid van dit allemaal op papier neer hebben geschilderd. Beiden vergeten opzettelijk om daar nog een speciale informele gebeurtenis bij te vermelden.

 

Een zeker maarschalk Defleuranges schrijft in zijn kampverslag over een worstelwedstrijd tussen de Fransen en de Engelsen. Een erg ongebruikelijke evenement voor die tijd. 'Na de steekspelen, zegt hij, vertoonde de Franse en Engelse worstelaars, die in de tegenwoordigheid der koningen en jufferen worstelden. De wakkerheid en sterkte van sommige van die worstelaren verschafte een vermakelijk tijdverdrijf. Doch de Engelse worstelaars behaalden de prijs omdat de koning van Frankrijk verzuimd had om enige worstelaars uit Bretagne mee te brengen.'

 

Het verslag loopt verrassend verder. Vooral het stuk met de kraag kan je best dubbelzinnig opnemen. 'De koningen van Frankrijk en Engeland begaven zich vervolgens naar een tent, waar ze te samen dronken, waar na de koning van Engeland de koning van Frankrijk bij de kraag vattende tot hem zeide ''mijn broeder, ik moet met u worstelen”, trachtende één of tweemaal hem de voet te lichten, maar de koning van Frankrijk, een behendig worstelaar zijnde, vatte hem om de middel en wierp hem met eene grote behendigheid ter aarde neder. De koning van Engeland wilde de strijd opnieuw beginnen, doch hij werd er in weerhouden.'

 

De ontmoeting verloopt kort samengevat in opperbeste sfeer. De innemendheid van François en de gulle openhartige rondborstigheid van Hendrik hebben voor een 'perfect match' gezorgd. Maar 'werd wel haast uitgewist door de kunstenarijen van Wolsey en door het mondgesprek welke Hendrik te Grevelingen met de keizer had.' Karel houdt het in elk geval een stuk soberder dan François te Guines. Hij focust zich des te meer op zijn staatkundige belangen. En Hendrik die is gecharmeerd. De vlijt waarmee die Europese leiders hem proberen te charmeren is ongezien. Hij is ervan overtuigd dat de evenaar door zijn gat loopt. Wolsey weet wel beter.

 

Karel vertrekt daarna naar zijn geboorteland. De Nederlanden. Het wordt een kort verblijf. Hij wordt verwacht in Aken waar hij op 23 oktober tot keizer zal gekroond worden. In Vlaanderen wordt hij alvast gehuldigd. In Duitsland krijgt hij dat gouden geval van een kroon op het hoofd geplaatst. Uiteraard met alle pracht en praal en de hele santenboetiek.

 

Sultan Suleiman de Grote komt in diezelfde maand aan de macht in het Ottomaanse rijk. Hij is zowat de vroegere versie van de Turken en van Erdogan zoals we die kennen in 2016. De sultan kondigt zich aan als een hardnekkige en te duchten tegenstrever voor Karel. Hij maakt het rijtje van de Europese gezagsdragers van het begin van de 16de eeuw compleet. Leo, Karel, François, Hendrik en Suleiman zullen onder elkaar wel uitmaken wat ik nu eigenlijk over die jaren precies zal moeten neerschrijven. Ze maken me benieuwd.