P1492100

De gijzeling van koning Maximiliaan is eindelijk afgelopen. Na eindeloos gepalaver hebben de Bruggelingen hun vorst laten gaan na een gevangenschap van meer dan drie maanden. Tussen 2 februari en 16 mei van het jaar 1488 hebben ze hun actie volgehouden. De ceremonie en de rituelen van vrijlating zijn nu achter de rug. De belofte van amnestie voor alle Vlamingen is er gekomen. De Duitse troepen zullen de aftocht blazen. Maximiliaan heeft gezworen dat hij de Vlamingen zal bijstaan tegen ieder die hun vrede wil komen bedreigen. De koning heeft Brugge verlaten. Zijn rechterhand Filips van Kleef staat voortaan in Gent garant voor het nakomen van de gedane beloftes. Zal het leven in Vlaanderen nu weer eindelijk in zijn gewone plooi vallen?

 

Ik stap meteen in het volgende hoofdstuk van het boek van Arie de Fouw dat dieper ingaat op de gebeurtenissen van die jaren. Wie de Fouw is, heb ik uitgelegd in mijn voorafgaande episode 'Gijzeling in Brugge'. De titel van zijn nieuwe paragraaf belooft in elk geval niet veel goeds: 'De Strijd tussen Maximiliaan en Filips van Kleef'. Het hoofdstuk begint met een uittreksel van de 'Jaerboeken van Veurne en Veurnambacht', dat meteen met de deur in huis valt: 'desen pays en gedeurde maer tot daegs naer dat dien vercondicht was geweest'.

 

Ik had het kunnen weten. Mijn vermoeden zou wel eens een nare werkelijkheid kunnen worden: de Vlamingen zullen bloeden voor hun publieke ongehoorzaamheid. Ik kom te weten dat het Maximiliaan zelf was die Filips van Kleef heeft voorgesteld om zijn plaats als gijzelaar in te nemen. Aanvankelijk zonder succes trouwens, Filips is niet gek om zich zo maar onbeschermd in het hol van de leeuw te begeven.

 

Er zijn op dat moment inderdaad nog geen eden gezworen, er zijn nog geen waterdichte garanties dat hij het er levend vanaf zal brengen. Hij, de gezagsdrager van Sluis, gevangen in de handen van de Bruggelingen? Het was nu eenmaal vragen om problemen. Van Kleef weigerde dus halsstarrig om in te gaan op de voorstellen van Maximiliaan. Maximiliaan gaf de idee niet op. Het was wel heel opmerkelijk dat vader Adolf van Kleef maar liefst 19 dagen in Brugge verbleef in die laatste weken voor zijn vrijlating. Twee loyale partijsoldaten, vader en zoon. Ze mochten onder elkaar uitmaken wie wilde dienen als 'contregaige' voor de koning.

 

Het duurde zowat 3 weken vooraleer Filip van Kleef over de brug kon worden gehaald om dan toch als gijzelaar te dienen. Adolf drong er bij Filips zeer sterk op aan om de gevraagde dienst te bewijzen en tot op het moment van eedaflegging is van Kleef blijven twijfelen om verder mee te gaan in het verhaal van zijn koning. Het meest delicate moment was ongetwijfeld de vereiste eedaflegging voor het altaar op de Brugse markt. Maximiliaan verplichtte Filips om net zoals hem te zweren op het vredestraktaat. Filips weigerde de hele tijd om zich hiervoor te lenen. Hij vroeg of hij niet kon worden ontslagen van deze moeilijke taak.

 

Vermoedde hij dan al dat al de beloften en dure eden van Maximiliaan vals waren en wilde hij geen deel uitmaken van die opgezette show? Artikel 2 van het verdrag vereist onverbiddelijk de goedkeuring van Filips van Kleef. De twijfels moeten van Kleef door het lijf gegierd hebben. De weerzin om te tekenen moet viriel aanwezig geweest zijn. Van Kleef besefte toen al dat zijn baas niet te vertrouwen is. Hij kon er echter niet aan onderuit dat hij zijn macht te danken had aan Maximiliaan. Vriendschap en affectie zal er tussen die twee wellicht nooit bestaan hebben. Alleen hun wederzijdse posities hielden beide mannen in een wurggreep.

 

Wat kan Filips van Kleef anders? De schrijver van mijn boek verdiept zich verder in de psychologie van het moment en eindigt met de wetenschap dat Filips uiteindelijk dan toch zijn dure eed heeft afgelegd; 'sur le précieulx corps de notre seigneur, sur le fust de la vraye croix, sur le saint canon de la messe et les sainctes euvangilles et sur la foy et honneur.' Ik vertaal het even in mijn eigen Vlaams en bovendien op mijn manier, zo wordt het misschien iets duidelijker voor u beste lezer. Hij zweert op God de Vader en de Zoon en al de evangelisten en vooral op zijn eigen eer.

 

Achteraf. Na het etentje. Net buiten de Brugse stadspoorten. Tijdens de vroege morgen van de 17de mei 1488, moet een twijfelende Filips van Kleef effectief nog eens de cruciale vraag gesteld hebben aan Maximiliaan die op het punt staat om te vertrekken. Het is een erg zakelijke vraag: 'wil u het nu zeggen of u van plan bent u aan uw eed te houden?

 

Zo niet kan ik me zelf nog tijdig uit de voeten maken!' Ik herken weer de wezelachtige figuur die hij was ten tijde van zijn tijdelijke vlucht naar Terwaan tijdens de strijd van Guinegate. Hij is voor zichzelf niet bereid om ook maar de minste risico's te nemen. Wat hij hier moet doen voor de schone schijn van Maximiliaan moet frontaal indruisen tegen zijn eigen karakter. Maximiliaan zal op het moment van zijn vertrek wel de bedoeling gehad hebben om zijn eed te respecteren, vertelt de Fouw.

 

Van een conflict tussen Maximiliaan en Filips van Kleef is er nog geen sprake. De kleine lettertjes van het vredestraktaat zullen binnenkort hun cruciale rol spelen. Maar dat is nu nog lang niet het geval. Maximiliaan laat daar, veilig en weg vertrokken van de Brugse stadspoorten, voor het eerst uitschijnen dat het akkoord nog dient bekrachtigd te worden door zijn vader, keizer Frederik III. Twee dagen later is er al sprake van Duitse troepen die al aan het brandstichten geslagen zijn in de buurt van Brugge, maar de daders worden door Maximiliaan gestraft vanuit zijn voorlopige verblijfplaats in Male.

 

De revanchegevoelens bij de keizer en bij de Duitse vorsten zijn zo groot dat Maximiliaan er niet in slaagt om hen te doen afzien van een strafexpeditie tegen Vlaanderen. Dat is de nuchtere realiteit. De gedane beloftes in Brugge betekenen niet meer dan schimmen en fantomen waar Maximiliaan zich tegen beter weten nog aan vastklampt. Nochtans pleit de koning aanvankelijk in het voordeel van de Vlamingen. Maar zijn vader wil van geen lievemoederen weten. Maximiliaan moet toch geweten hebben dat hij niet de autoriteit had om dergelijke afspraken te maken in Vlaanderen. De Duitse legerleiding oordeelt dat de Vlamingen moeten gestraft worden en dat Maximiliaan in eigen persoon moet deelnemen aan de strafexpeditie in zijn land.

 

De weduwnaar van Maria van Bourgondië zal uiteindelijk zijn geweten sussen met de gedachte dat zijn persoonlijke eed er pas is gekomen onder dwang en volledig in dat die tegenspraak is met eerder afgelegde geloftes. De week na de eedaflegging zien we al de eerste tekenen van naderende moeilijkheden. De 21ste mei is er nog een grote processie in Gent wanneer de vrede geofficialiseerd wordt. Filips van Kleef en de Raad van Vlaanderen zijn aanwezig.

 

Het gezelschap dankt er uitgebreid hun God, 'zeere solemnelick lovende Hem voor zyner gracie van den vorseiden payse'. De Brugse gedeputeerden, met Jan van Nieuwenhove aan het hoofd, keren naar hun thuisstad terug met de blijde boodschap dat Maximiliaan van plan is om zich aan zijn woord te houden maar hebben het eveneens over het feit dat de Duitse troepen van plan zijn om 'qualic te rumen' uit Vlaanderen.

 

De koning beweert dat hij geen autoriteit heeft over die soldaten en dat alleen een bevel van de keizer de troepen kan doen vertrekken. Hij zal hier zelf aan meewerken en stuurt twee in Gent gevangen gijzelaars mee naar Brugge. Als onderpand en bewijs van zijn goede wil. Ook zijn bondgenoten Falckenstein en Rudolf van Anhalt zitten trouwens nog als gijzelaars vast in Brugge. De kat komt al snel op de koord als Maximiliaan de vrijlating van die twee laatsten gaat opeisen. Op 23 mei verklaren de Staten van Vlaanderen met Filips van Kleef op kop nog eens klaar en duidelijk dat ze nog altijd van plan zijn 'den paix naer zijne inhoudene wel ende duechdelick te vulcommene'.

 

Maximiliaan eist op dat moment al de vrijlating van het duo Falckenstein en van Anhalt en feitelijk is de verklaring van 23 mei een antwoord op zijn verzoek. De koning kan in principe zijn gijzelaars wel terugkrijgen, maar de Vlaamse steden zijn vastbesloten om niets toe te geven in verband met de belangrijkste principes van het verdrag. Het feit dat die Duitse soldaten niet zomaar Vlaanderen lijken te verlaten, druist duidelijk in tegen het afgesloten akkoord en het lijkt er op dat dit voor moeilijkheden zal zorgen.

 

De Ieperse afgevaardigden laten het ferm uitschijnen in hun brieven van 24 mei: 'myn voornoemde heere Philips es vulcommelic ghedelibreert, eist nood dit land te deffendere, ende met machte de duutsche t' expluserene ende te wederstaene met groote affectie'. Filips van Kleef is dus van plan om de Vlamingen te mobiliseren en om het op te nemen tegen de bezetting van de Duitsers. Als dat nodig mocht blijken. De rook trekt op. Van Kleef heeft zich de voorbije jaren handig weten te manoeuvreren in het kielzog van Maximiliaan en het is niet altijd duidelijk geweest of hij nu wel of niet aan de zijde stond van de Vlamingen.

 

Dit keer kiest hij duidelijk partij. De vraag zal er ongetwijfeld ook gekomen zijn van de Staten van Vlaanderen die Filips een vast inkomen aanbieden en daarnaast de leiding over de politieke scène. Zijn diplomaten vertrekken naar Frankrijk, Henegouwen en Duitsland met de boodschap dat Vlaanderen niet van plan is om zich te laten inpakken door enige Duitse agressie. Ondertussen worden de stadsbesturen waar nodig gewijzigd zodat alle neuzen in dezelfde richting zullen wijzen. Diezelfde 24 mei reist Maximiliaan naar Leuven waar hij zijn eed herroept. Hij bezwijkt onder de druk van de keizerlijke entourage. Vanaf nu zullen de zaken een dramatische wending nemen. De koning begint aan de voorbereidselen voor zijn wraaktocht door Vlaanderen dat zich op zijn beurt voorbereidt om zich tot het uiterste te verzetten.

 

De Gentse volksleider Coppenolle vertrekt naar Béthune op zoek naar hulp van Franse troepen. Op 26 mei zweert Filips van Kleef trouw te blijven aan de Gentenaars. De Fransen worden aangemaand om zich te haasten want Gent wil vermijden dat het door de Duitsers zal worden ingesloten. Filips stuurt twee gezanten naar Leuven om er te vragen aan Maximiliaan of hij nu echt van plan is om de vrede te breken. Diens antwoord laat aan duidelijkheid niets te wensen over: beide mannen worden door Frederik III gevangen genomen en naar Vilvoorde overgebracht.

 

De volgende dag slaat de keizer zijn kamp op bij Evergem. Op 8 km van de Gentse stadsmuren. Hij wil de noordelijke zijde van de stad aanvallen. Daar op de plek waar de verdediging het zwakst staat. Filips van Kleef staat nu aan het hoofd van de Gentse bevolking. Alle mannen tussen de 17 en de 70 zijn gemobiliseerd voor de komende strijd. En voeg daarbij nog de huurtroepen. Tegenover hen staat een leger van 20.000 Duitse soldaten onder leiding van Maximiliaan en Frederik III, de Duitse keizer. De band tussen Filips en Maximiliaan is nog niet definitief doorgesneden en er worden pogingen ondernomen om met elkaar te onderhandelen.

 

Van Kleef blijft de hele tijd erg alert en laat zich niet in slaap wiegen. De baljuws van de Vlaamse steden worden verplicht om achter het vredestraktaat te staan. De edelen worden aangeschreven, de garnizoenen die zich in het zuiden van West-Vlaanderen bevinden, worden naar het noorden gedirigeerd. Einde mei 1488 neemt Filips van Kleef persoonlijk deel aan een confrontatie tussen Gentenaars en een compagnie Duitse troepen die binnen de stadsmuren zijn geraakt. De Duitsers delven het onderspit en de Gentenaars vinden er niets beter op dan hun tegenstanders op te knopen. De 2de juni volgt er een ingrijpende vergadering tussen de drie leden van Vlaanderen en Filips.

 

Ze leggen er de nadruk op dat ze zich zullen blijven inzetten om de belangen te verdedigen van Filips de Schone, hun natuurlijke prins. Alle Vlamingen die het de voorbije jaren uit Vlaanderen zijn afgetrapt worden teruggeroepen.Er wordt algehele duidelijkheid gevraagd aan de bevolking. Geen plaats voor tweespalt en afwijkende meningen. Sluis illustreert het: alle inwoners die hun eed van trouw aan Filips van Kleef niet wensen af te leggen, moeten de stad verlaten. De verdediging wordt tot in de kleinste puntjes op poten gezet en het stadsbestuur ondergaat een grondige reorganisatie. Vooral de Ieperlingen lijken in dat verband met vuur te spelen.

 

Wanneer de hoogbaljuw van Ieper een instructie krijgt om naar Gent te komen om er zijn eed af te leggen in de handen van 'mynen voorseiden heere end den paix te bezweerene', stuurt die zijn kat. Van Kleef stuurt twee waarschuwingen naar de Westhoek, 'tweewaerfs zegghende dat het hem vremde gheift dat hy hier niet en comt'. Begin juni ontslaat Maximiliaan zijn gewezen rechterhand Filips van Kleef als kapitein-generaal van Henegouwen. Hij wordt opgevolgd door de prins van Chimay. De brieven over en weer brengen de vrede geen stap dichterbij en hebben het alleen maar over de vraag of de afgelegde eed wel of niet gerespecteerd moet blijven.

 

Tussen de lijnen en de letters is de spanning tussen beide kampen voelbaar aanwezig. De Fouw steekt zijn bewondering voor Filips van Kleef niet onder stoelen en banken: hier staat een man met een grote liefde voor Vlaanderen. Hij showt een onkreukbaar gevoel voor recht in combineert dat met een flair van dapperheid en klare vastberadenheid tegenover het onverzoenlijke geweld van de vreemdeling Tijdens die eerste juniweek lopen enkele Westhoeksteden over naar de Duitse vijand. Zo bijvoorbeeld Broekburg die zich distantieert van Gent.

 

Coppenolle reageert door met een leger van 1000 Franse soldaten naar Gent te komen. De Duitse omsingeling is bijna compleet en hij kan op het nippertje zijn plaats innemen naast Rassenghem, onder het commando van Filips van Kleef. De verbittering in beide kampen groeit met de dag. Terwijl de oorlog al volop aan de gang is, proberen ze langs beide zijden om elkaar van het gepleegde onrecht te overtuigen. Maximiliaan kan er niet bij dat Filips zich tegen hem heeft gekeerd en nu aan het hoofd van die vermaledijde Gentenaars staat. Waar blijft hij met zijn eed van vroeger toen hij zwoer om zijn hele leven aan de zijde van Maximiliaan te staan?

 

Een mooi voorbeeld van de repliek van Maximiliaan lees ik in een brief van 14 juni die hij stuurt vanuit zijn kamp in Evergem. Zijn antwoord op het schrijven van Filips van Kleef van een weekje eerder. Hij vertelt dat hij verwonderd is dat Filips van Kleef besloten heeft om de Gentenaars te helpen. Hij moet toch beseffen dat Maximiliaan het aan zijn vader de keizer verplicht is om hem in deze oorlog te volgen. 'Jij hebt je eed van trouw aan mij afgelegd', schrijft Maximiliaan. Hij zou de keizer nu moeten helpen in zijn strijd tegen de eeuwig rebellerende Gentenaars. Uitvluchten zijn het. Maximiliaan moet ongetwijfeld last hebben van een oprispend geweten.

 

Hij zoekt helemaal onbeholpen uitvluchten die er niet zijn. 'Je zet de dingen op zijn kop', antwoordt van Kleef. 'Hoe kom je er bij om mijn betrokkenheid met mijn volk als een schanddaad te beschouwen?' Niets is hem eervoller dan zijn afgelegde eed voor de vrede te respecteren. 'Quel plus grand honneur poelt estre en noble homme, que de préserver, garder et deffendre les pais, villes et subjects de son seigneur et naturel prince, puppille et moindre d'ans, contre ceulx qui, hostillement, sans causse, envahissent, brulent, gastent et destuisent'.

 

De woorden van Filips van Kleef snijden als een klievend zwaard: welke eer kan er groter zijn dat het land en de steden van de jonge troonopvolger te beschermen tegen een bende vijandige barbaren die datzelfde land willen vernietigen? Wat een bizarre oorlog beleven we toch. Vader en de grootvader vechten tegen hun eigenste (klein)zoon. Hoe meer Filips van Kleef er over nadenkt, hoe kwader hij wordt. Met welk recht verwoest de keizer hele delen van Vlaanderen dat nota bene dan nog een leengebied van Frankrijk is? Welke boodschap hebben de arme onschuldige boeren eigenlijk aan de grillen van Maximiliaan en zijn vader?

 

Op 19 juni waagt de Gentse bevelhebber een uitval met een leger van 600 à 700 ruiters en slaagt hij er in een deel artilleriestukken buit te maken op de Duitsers die aanzienlijke verliezen lijden. Voorlopig laten de kronieken niet veel los over de toestand in de buitengebieden rond Gent. Ik vraag me af hoe het gesteld is met de Westhoek. Zouden de troepen van Frederik & Maximiliaan ook al tot hier doorgedrongen zijn? De bewoners van het platte land weten tijdens die dagen van oorlog en strijd vermoedelijk geen onderscheid te maken tussen vriend en vijand. Tegen het einde van juni 1488 staat Ieper in elk geval nu voor het volle pond achter Brugge en Gent en dat is ongetwijfeld van grote betekenis voor het hele Westland en de kust.

 

Ondertussen blijven de heren met elkaar communiceren. De ene partij geeft antwoorden op vragen die de ander niet heeft gesteld. Ja, natuurlijk zien we ook hier weer dat de waarheid handvatten heeft. Voor Maximiliaan is Filips van Kleef de grote schuldige aan de oorlog. Hemzelf treft geen schuld. Hij dient als een echte ridder de belangen van zijn keizer. Ik word haast misselijk van de manier waarop de briefwisseling ontaardt in een juridische worstelpartij. Terwijl deze correspondentie aan de gang is, blijft het zwaard niet in de schede. Voor het eerst hoor ik dat de oorlog nu wel degelijk is uitgebroken. Bij Koksijde wordt er hard gevochten. De Vlamingen krijgen er een nederlaag aan hun broek gesmeerd. Middelburg wordt ingenomen voor Cristoffel van Beieren.

 

Maximiliaan wordt al gehuldigd in Rijsel. Het ziet er naar uit dat Vlaanderen geen partij zal zijn voor de Duitsers. Tussen Doornik en Gent botert het niet al te best. Leuven en Brabant hebben zich ondertussen ook al gekeerd tegen Maximiliaan. Gent zelf wacht. Tot op de tanden gewapend. 200.000 mensen, Gentenaars en vluchtelingen bevinden zich binnen de stadsmuren. Ook de kleinere steden hebben zich sterk gemaakt. Op 18 juli vallen de Duitsers de muren van Damme aan, maar hun aanvalslust eindigt in een catastrofe: 'Menig Duitsch heer van hoogen adel sneuvelde hier, de anderen musten mit grossem schaden und gespot abziehen.' Ook het beleg van Gent levert de Duitsers niet de minste resultaten op.

 

Filips van Kleef en de zijnen worden hardnekkiger met de dag. De keizer moet noodgedwongen zijn beleg afbreken. Maximiliaan ziet meer heil in de verovering van het Westkwartier. Zo zal de Franse hulpverlening bemoeilijkt worden, meent hij. Begin juli komt hertog Albrecht van Saksen met een groot leger naar Vlaanderen om het onder de gehoorzaamheid van Maximiliaan te brengen. De hele buitenomgeving van Ieper zal dat geweten hebben. Alles wordt hier verwoest en de landbevolking moet zich reppen om binnen te raken achter de beschermende stadsmuren van de stad.

 

Een paar dagen later is Ieper dan toch aan de beurt en Albrecht heeft er goede hoop op dat een aantal magistraten die met hem meeheulen de zaken zullen vergemakkelijken. De Ieperlingen weigeren echter hun poorten te openen en beantwoorden het schieten van de Duitsers met kanonvuur. Ze druipen uiteindelijk af richting Menen. We beleven niet zomaar een oorlogje. Het is menens. Dat blijkt trouwens uit de correspondentie van de Engelse koning Hendrik VII. Hij adviseert de Vlamingen om zeker niet de kant te kiezen van de Duitse keizer maar zich samen met de Engelsen af te zetten tegen deze invasie.

 

De Engelsman stelt met ontzetting vast hoe onheil en ellende neergedaald zijn over Vlaanderen. Hij wil hier welvaart zien en stuurt zijn ambassadeur Thomas Billesden om hem van zijn intenties in dat verband te informeren. De vloot van Filips van Kleef haast zich naar de kust om er de 'zeeroof' van Nieuwpoort en Oostende tegen te gaan. De toevoer met Frankrijk dreigt hier afgesneden te worden. Het wegsturen van de vloot is problematisch voor Sluis dat ook al ernstig bedreigd worden door de mannen van Maximiliaan. Eind juli 1488 wil keizer Frederik III nog eens alle krachten bundelen om de oorlog tot een beslissing te brengen.

 

De Duitse troepen zouden na de mislukte aanslagen op Gent liever dit tot op het bot geplunderde land achter zich laten en terugkeren naar hun heimat. Maar de keizer ziet dat duidelijk anders: het grote leger wordt in drie onderdelen opgesplitst. Twee divisies trekken naar Zeeland en naar Hulst. De derde afdeling zakt af naar de Westhoek waar de sympathie voor Filips van Kleef de jongste tijd alleen maar is toegenomen. Duinkerke en Sint-Winoksbergen verzekeren de Ieperse afgevaardigden die zich nog altijd in Gent bevinden, dat ze hun hun poorten vrijwillig willen openen voor de manschappen van Filips. Van Kleef maakt trouwens indruk op de Ieperlingen. Hij gaat helemaal niet gebukt onder zijn verantwoordelijkheid.

 

Hij demonstreert integendeel een krachtige persoonlijkheid die duidelijk weet wat hij wil en die de touwtjes steven in handen houdt. Dat is natuurlijk ook nodig. Samen met zijn stafleden, de heren van Beveren en Spierre en de heer Desquerdes, moet hij maatregelen nemen om de terugkeer van Duitse eenheden naar Brugge en het Vrije te verhinderen. Op 24 en 25 juli vertrekt Filips naar Ieper want vooral de Westhoek lijkt bedreigd door Maximiliaan. Ter plekke komt er een ontmoeting tussen Filips van Kleef en de bewuste heren van Beveren en van Spierre, met 'seigneur' Desquerdes en met andere Franse aanvoerders. 'Sluis, Damme en Brugge zijn in gevaar'.

 

Hij krijgt het bewuste bericht in Ieper. Maximiliaan begint aan een nieuwe campagne met een pak nieuw aanvalsvolk dat te land gaat ter hoogte van Aardenburg, 'berrende bij daghe ende nachte'. De komst van de nieuwe lading Duitsers verplicht van Kleef om zich haastig naar Brugge te reppen. De 3de augustus arriveren Filips en de heer van Spierre er aan het hoofd van 900 ruiters. Onder hen bevinden zich zijn 150 persoonlijke lijfwachten. 'Zy quamen in heerlicken ryckelicken ende met princelicken state, met hopenen standaerden en met trompetten'. Brugge ontvangt de delegatie met open armen. Ondertussen krijgen de Staten van Vlaanderen een uitnodiging van Maximiliaan om samen met hem te vergaderen, maar de invitatie zet kwaad bloed. Het lijkt er wel op dat de echte oorlogsfurie pas nu aan het ontwaken is.

 

Op 12 augustus begeeft een leger van 1700 ruiters en 2000 man voetvolk zich vanuit Brugge richting Oudenburg, waar zich nog eens 4000 man uit het Brugse Vrije bij hen aansluiten. Dit grote leger onder leiding van Filips van Kleef en de heren van Peene, de kapitein van Brugge en de heren van Spierre en Vleteren, richt zijn steven op Nieuwpoort. De lokale garnizoenen en die van Diksmuide bezondigen zich blijkbaar aan plunderingen tot onder de poorten van Oostende. Ze worden hierbij gesteund door Denys van Moerbeke, de gouverneur van Veurne. Nieuwpoort lijkt te zwichten onder de druk en ook Broekburg komt na onderhandelingen aan de zijde van Filips te staan, gevolgd door Duinkerke de 16de, en twee dagen later Sint-Winoksbergen, Oostende en Grevelingen.

 

Het ziet er naar uit dat de hele Westhoek tijdens de maand augustus in handen van Filips van Kleef zal vallen. Op het einde van deze augustusmaand valt er een zware schaduw over de succesreeks van Filips. Nieuwpoort, Diksmuide en Veurne zijn niet uitgeteld en spannen samen in één alliantie die het opneemt voor Maximiliaan.

 

Filips van Kleef wordt met veel charme en tam tam zoet gemaakt om toch maar geen Vlaamse soldaten in de regio achter te laten uit vrees van plundering van de buitengebieden. Nochtans richten de Duitse soldaten zelf niet veel goeds aan in de omgeving van Diksmuide. De heer van Diksmuide laat op slinkse manier weten aan Brugge dat hij zijn lot met dat van zijn stadsgenoten wil delen en dat hij met hen wil leven en sterven. Hij vraagt de Bruggelingen om hulptroepen te sturen en een eind te maken aan de roofpartijen van de Duitsers.

 

Die sturen onmiddellijk een zekere kolonel Anthoon Van Houte met zijn brigade, maar de aanvoerder vermoedt onderweg dat er verraad in het spel zit en hij keert op zijn stappen terug. Terwijl de heer van Diksmuide zogezegd banden probeert te smeden met Brugge en van Kleef, laten de Duitsers 30 schepen van Maximiliaan binnenvaren in de haven van Nieuwpoort. Niet dat het allemaal van een leien dakje is gelopen, verneem ik. Filips van Kleef heeft er al eerder mee gedreigd om de haven te vernietigen moesten de Nieuwpoortnaars riskeren om er vijandelijke schepen te laten aanmeren. Lokaal zijn de meningen trouwens erg verdeeld tussen pro en contra.

 

Hoe dan ook: Nieuwpoort is verloren gebied en kort daarna volgt Duinkerke dat ingenomen wordt door Denys van Moerbeke. Filips van Kleef moet alle krachten ter zee en te land bundelen om het Westland onder controle te houden. Op andere plaatsen gaat het hem ondertussen ook niet voor de wind. Het kasteel van Namen gaat verloren. Het beleg van de Gentenaars op Hulst kan evenmin een succes genoemd worden. Begin september zien we ons hoofdpersonage terug in Brugge waar de situatie met de dag complexer is geworden. Het bevel over de Westhoektroepen ligt nu in handen van Desquerdes die opereert vanuit St.-Omer. De vergadering van de Staten-Generaal gaat, ondanks de oorlog, gewoon door. In Antwerpen.

 

Van de kant van Vlaanderen is er niemand aanwezig. De aanwezige staten krijgen een monoloog van de keizer te horen. Een lofrede voor Maximiliaan die nooit oorlog heeft willen voeren tegen de Fransen en die door de Bruggelingen op een smerige manier werd gevangen gezet en daarna niet vrij kon komen omdat dat 'by dien van Ravesteyn met subtilicheyt belet werd'. Filips van Kleef is kop van jut. De Duitsers eindigen met het argument dat ze tot nog toe nagelaten hebben om Vlaanderen echt pijn te doen. Ze konden net zo goed de haven van Sluis geblokkeerd hebben met opzettelijk gezonken schepen. Of ze konden de dijken her en der vernield hebben. Het lijken me nog altijd forse dreigementen te zijn.

 

De eerste dagen van september brengen succes in het Westland voor Desquerdes. Die vergadert in Ieper met Filips van Kleef. De heren spreken af dat Desquerdes in de omgeving van Ariën-aan-de-Leie en St.-Omer zal blijven terwijl van Kleef op Brussel zal marcheren. In Brabant is de bevolking grotendeels toegewijd aan Filips van Kleef. Alleen Antwerpen, Mechelen, Lier en Vilvoorde vormen een uitzondering.

 

De strijd woedt nu op drie fronten: Brussel en Brabant, Ieper en het Westland, Brugge en Gent. De 18de september 1488 verschijnt het leger van Filips van Kleef voor Brussel. 1800 man, ruiters en voetvolk konden niet worden afgestopt door de Henegouwers en de Duitsers. Filips heerst over de wegen. Na een hevige interne discussie openen de inwoners de Vlaamse poort voor de opgedoemde krijgsmacht. Het wordt een grootse intocht voor van Kleef. Als een echte vorst, begeleid door 60 à 80 hellebaardiers en ontelbare pages betreedt hij de stad Brussel. Te Vilvoorde weigeren ze op hun beurt om te praten over een Vlaamse intrede.

 

Er volgt een bittere en ellendige periode van wederzijdse plunderingen in het Brabantse. Terwijl Filips het ene na het andere gebied verovert, organiseert keizer Frederik in Antwerpen de oppositie van de Bourgondische staten tegen de Vlamingen. Maximiliaan en Filips zijn allebei vastbesloten: het zal hard tegen hard gaan.

 

De toekomst kleurt duister. Maximiliaan vermoeit zich bij de paus om van hem een uitgesproken banvloek over de hoofden van de rebellerende Vlamingen te horen uitspreken. Een vuile tjevenstreek in dit Godvrezende land. De angst om in de ban van de kerk te worden geslagen, wordt daarenboven nog extra gevoed door de Brabantse geestelijken die een dubbel spel spelen. Op het eerste zicht doen ze zich voorkomend en beleefd voor ten opzichte van Filips maar achter zijn rug stoken ze de gelovigen op om zeker de kant van de Duitsers te kiezen. Op 27 september maakt Maximiliaan bekend dat hij zich zal houden aan zijn vredesverdrag van 1482 met Frankrijk.

 

Wat een toegeving aan de Fransen is dit toch! Hij hoopt daarmee de Franse steun aan zijn tegenstander te neutraliseren. De vrede lijkt verder dan ooit. Op 25 september valt Middelburg in de handen van de Vlamingen en ook in Brabant evolueren de zaken gunstig. In de onmiddellijke omgeving van Brussel wordt er verwoed gestreden. Een clash tussen de Vlaamse en Franse troepen van Coppenolle en die van Maximiliaan kost 3000 à 4000 Vlaamse soldaten het leven. Het woord 'gunstig' mag in deze context gerust met een flinke korrel zout genomen worden.

 

De keizer wil begin oktober naar zijn heimat terugkeren en dat wordt hem niet eenvoudig gemaakt. De vreugde om zijn vertrek leidt tot een impulsieve uitbraak van de Brusselaars die hun overmoed bekocht zien met 2000 doden. Na deze catastrofe worden de Brusselse buitengebieden extra versterkt met Vlaamse en Franse troepen die op zich wel zorgen voor een scenario van schermutselingen en wrede slachtingen. Hoe en wat dan ook: Filips zwaait de scepter over Brabant. Maximiliaan is niet in staat om daar iets aan te veranderen. Van Kleef is er beducht voor dat Maximiliaan rechtstreeks onderhandelt met de steden afzonderlijk.

 

Hij waarschuwt de stadsbesturen om op te passen voor de praatjesmakerij van de man. Afgevaardigden die uitgenodigd worden met een vrijgeleide, zullen sowieso opgepakt worden, verwittigt hij. 'Luister niet naar zijn aanbod, hecht geen waarde aan zijn vredesvoorstellen, want de man in onbetrouwbaar en aarzelt niet om wie dan ook terecht te stellen!' Filips van zijn kant wil dat er sprake is van een verenigde nationale strijd: 'alle saken moeten eendrachtelic getracteert ende gesloten worden, generalic over al, sonder eenich particulier tractaet te maken.'

 

Begin november is er sprake van een persoonlijke confrontatie, een duel tussen Maximiliaan en Filips. Maar daar is niet veel van aan. Plaats van het gebeuren zou Rijsel zijn. De datum 4 november 1488. Maximiliaan verschijnt in Rijsel aan het hoofd van 3000 man terwijl Filips met 7000 à 8000 medestanders 'hors de la porte de ladicte ville' staat.

 

Van een rechtstreeks duel kunnen we niet spreken. Wat wel duidelijk wordt is dat de partijen uitgeput zijn. De kansen van Filips zien er trouwens niet al te best uit. De 6de november stemt van Kleef in met een tijdelijke wapenstilstand tot half november. Het valt bij de bewuste onderhandelingen op dat Gent en Filips van Kleef zonder ophouden de tussenkomst nodig hebben van de Franse koning Karel VIII. Erg sterk kan de positie van de Vlamingen blijkbaar toch niet meer zijn. De gezant van het bevriende Portugal merkt betekenisvol op dat elke vrede veraf is zolang de Vlamingen 'choses exédans raison' op tafel leggen. Ik vertaal dat laatste in 'onredelijke eisen'.

 

Zouden beide partijen eigenlijk nog weten waarom ze vechten? De twee weken van wapenstilstand kunnen amper beschouwd worden als een rustpauze. De plunderoorlog gaat onderverdroten verder. Dorpen en kastelen krijgen het zwaar te verduren. Filips van Kleef krijgt persoonlijk ook zijn deel van de tegenslag te verwerken. In Brussel zijn de levensomstandigheden van de mensen bedenkelijk. Met een pestepidemie tot gevolg. Filips moet de stad noodgedwongen ontvluchten en stoot ter hoogte van Aalst op een vijandelijk garnizoen. Tijdens de confrontatie gaan zijn kostbare bezittingen die hij met wagens met zich meevoert, verloren.

 

De kapitein-generaal wil zich revancheren en probeert met een sterke afdeling van ruiters en voetvolk Aalst in te nemen, maar die pogingen mislukken. Ik laat schrijver Arie de Fouw even zelf aan het woord. De man glimlacht vermoedelijk al even bedenkelijk als ikzelf: 'daarop ging hij "passer son vertin à une maison de plaisance près d'Anvers". Toevallig zijn daar ook Duitse soldaten. Filips laat ze ophangen.' Ook Maximiliaan heeft het niet onder de markt. Het 'Hoekje van Holland' ontketent een opstand tegen hem. Sluis begint daardoor warempel een verzameloord te worden van Hollandse en Vlaamse ballingen. Op 20 november vertrekt een vloot van 48 schepen vanuit de haven van Sluis op weg naar de Maas om er de confrontatie met de Duitsers aan te gaan.

 

Het nieuw front aan de Maas betekent zondermeer een nieuwe slag voor Maximiliaan en Henegouwen, zijn beste helper totnogtoe, begint ook al naar vrede te verlangen. Het valt niet te verwonderen dat er tijdens de maand december zowat op alle niveaus over een mogelijke vrede onderhandeld wordt. Hier en daar ontwaar ik een glimp van vrede, maar desondanks gaat de oorlog gewoon verder zijn brutale gang. Het is een teken aan de wand dat het ook al niet zo goed gaat voor Filips van Kleef. Hij reist naar Frankrijk op zoek naar hulp. De zaken voor hem en voor Brabant lopen allesbehalve naar wens. Tot overmaat van ramp heeft de Franse koning zelf af te rekenen met een opstand in Bretagne en is hij daarom maar karig met het verlenen van extra militaire hulp voor Vlaanderen.

 

Met 200 ruiters vertrekt van Kleef noodgedwongen naar Frankrijk in de hoop om Karel VIII op andere gedachten te brengen. 'En ce temps monseigneur Philippes de Cléves, accompaignié de deux cents chevaulx ou environ, se partit de Brabant pour aller vers le roy de France.' Hij heeft op de laatste dag van 1488 zowat 500 wagens met levensmiddelen buitgemaakt in het miserabele Brussel en is er mee onderweg richting Luik als zijn kolonne in handen valt van de Duitse troepen van Maximiliaan. Het arme Brabant gaat zijn tweede oorlogsjaar in. Er staat de lokale bevolking nog veel ellende te wachten. Ook voor het nu al zwaarbeproefde Vlaanderen moeten de zwaarste klappen nog komen. De trip naar Frankrijk brengt van Kleef in Kamerijk (Cambrai) waar hij eervol maar pas na interne strubbelingen binnengelaten wordt.

 

De eerste dagen van 1489 laten geen snelle vrede uitschijnen. De oorlog in de Westhoek laait weer op. Desquerdes lijkt een beetje op zijn tandvlees te zitten en hetzelfde mag best ook gezegd worden van Maximiliaan. Hij zich laat vervangen door de doortastende en kundige veldheer Albrecht van Saksen. In Brabant en in Henegouwen kan er gesproken worden van een tragische burgeroorlog. Een agonie. Een strijd van bende tegen kasteel, bende tegen bende, stad tegen stad, Aarschot tegen Mechelen, Tienen tegen Sint-Truiden.

 

Terwijl Filips in Frankrijk op zoek is naar hulp, maakt Brussel zich sterk om zich moederziel alleen schrap te zetten tegen Albrecht van Saksen die nu blijkbaar bezig is om Brabant stelselmatig kaal te plukken. In Vlaanderen zijn Nieuwpoort, Oudenaarde, Aalst, Dendermonde, Hulst, Veurne, Diksmuide, Duinkerke, Sint-Winoksbergen, Grevelingen en Lombardsijde in handen van de Maximiliaangezinden. In februari schrijven die van Brussel aan Gent dat ze, als ze niet tijdig levensmiddelen toegestuurd krijgen, ze noodgedwongen de kant van de Duitsers zullen moeten kiezen. Gent doet wat het kan om het nodige te doen, dat ondanks alle militaire gordels die Albrecht rond de stad heeft aangebracht.

 

Tot overmaat van ramp is er sprake van onenigheden tussen de Vlaamse legerleiders Coppenolle en de Fransman Desquerdes. Begin februari 1489 komt het in Kortrijk tot een uitbarsting tussen beiden. Desquerdes verwijt Coppenolle om het ware hoofd van de 'rebellicheyt' te zijn. Hij wil het voor bekeken houden. Als de Vlamingen hem nog willen als aanvoerder, dan moeten de aan hem achterstallige 12.000 gouden kronen eerst op tafel komen. Samen met twee gijzelaars die zich nog altijd in Gent bevinden. Politieke aftroggelarij is het.

 

Of is er meer aan de hand? Frankrijk aast op vrede met Maximiliaan. Gent zit hier natuurlijk in de weg en Coppenolle is bepaald een hinderpaal voor de Franse ambities. Het zou best kunnen dat de Gentenaar inderdaad de drijvende kracht is achter het hardnekkig verzet tegen Maximiliaan en dat hij zelfs Filips van Kleef voor zijn kar heeft gespannen in diens vendetta tegen de Duitsers. Er zijn nogal wat kroniekschrijvers die een welbepaald Brugs tafereel uit die dagen als het ware op papier hebben geschilderd.

 

Het gaat over een vechtpartij tussen twee groepen jongens die oorlogje spelen. De aanvoerder van het ene kamp wordt 'Moneta' genoemd, de scheldnaam van de eeuwig geld eisende Maximiliaan. Zo leer ik eindelijk eens wat er bij de gewone mensen leeft. De andere aanvoerder speelt Coppenolle. Coppenolle oog in oog met Maximiliaan. Zijn dit de werkelijke hoofdpersonages rond de welke deze vuile oorlog zich afspeelt? Het oude Vlaams is er met gedetailleerde verfkwasten aangebracht in de geschriften van ondermeer schrijver Nicolas Despars.

 

Hij vertelt 'dater horribelicke zeere ghevochten wiert dater vijve van hemlieden ter stede doot bleven.' Gelukkig heeft hij zijn lezers op tijd en stond verwittigd en op het ergste voorbereid. Het verhaal van het gevecht is eigenlijk precies 'ghelijck ment in zulcke tijden ghemeenlick ziet ghebeuren.' Filips van Kleef wordt ondertussen hartelijk en in stijl ontvangen aan het hof van de koning te Parijs. Hij wordt overladen met geschenken, geld en kostbaarheden. Ik moet onbewust denken aan Hyacint Bucket in 'Schone Schijn'. Veel show en tierlantijntjes. Oogverblinding. De koning vereert onze Vlaming met gesofisticeerde wapens en munitie voor zijn oorlog. 'Schone artijlerye, dat noeyt neyt vele sghelijcx ghesien en was'.

 

Vierentwintig stukken geschut in diverse formaten en vormen. Twaalf wagens met ijzeren kogels, Vier wagens met buskruit en twee wagens salpeter. 'Ende die coninck schanc het landt 1800 peerdevolcx drie maenden te voren betaelt'. Arie de Fouw kan Hyacint Bucket onmogelijk gekend hebben, maar hij heeft het heus ook wel door. 'Is die ruiterij er ooit gekomen', vraagt hij zich af. Hij heeft alle redenen om te geloven dat de koning op dat moment al begonnen is met de terugtrekking van zijn soldaten uit Vlaanderen. Het kan geen toeval zijn dat Filips van Kleef pas bijzonder grote verliezen begint te lijden in de dagen na zijn terugkeer uit Frankrijk.

 

Verraad zorgt ervoor dat St.-Omer in de tweede week van februari in de handen van Maximiliaan terecht komt. De bevolking van de buitengebieden rond St.-Omer is stomverbaasd omdat de heer van Fouqesolle overloopt naar de vijand. Het kasteel in de buurt blijft wel in Franse handen. De 13de februari krijgt Desquerdes al versterking van 6000 man en gaat Filips van Kleef zich persoonlijk bemoeien met het bedreigde kasteel. Onder de eigen troepen moet er nogal wat verzet bestaan tegen de poging om St.-Omer te heroveren. Een week later worden die plannen dan ook definitief opgeborgen. De verovering van deze belangrijke stad doet de zaken een slechte keer nemen in de Westhoek. 'Et lors toute la basse Flandre commencha à ployer, excempté Ypre.'

 

De Fouw vertaalt het woord 'ployer' in 'buigen', ik zie er eerder mijn eigen West-Vlaams in verschijnen. Die van de Westhoek moeten plooien voor de vijand. De val van St.-Omer betekent het begin van het einde van de oorlog in Zuid-Vlaanderen. Brabant zal het nu alleen moeten uitzingen. Naast de strategische nederlagen komt er ook een diplomatieke klap in de gezichten van Filips van Kleef en van de Franse koning: de 14de februari sluit Maximiliaan een verdrag met Hendrik VII van Engeland. Vlaanderen en Brabant staan er nu helemaal alleen voor. Van Kleef besluit om zich naar het noorden van Vlaanderen te verplaatsen. Alles wat hij in Artesië aan levensmiddelen kan scheef slaan, wordt op 100 wagens geladen en voorbestemd voor het hongerende Brussel.

 

Zijn groot leger verhuist nu via Veurne, Waasten en Kortrijk naar Gent. De tocht tussen Kortrijk en Gent duurt 4 dagen, van de 24ste tot de 28ste februari van het jaar 1489. De artillerie wordt via de Leie ter plaatse gebracht. In Gent zijn ze verheugd om hun leider te mogen verwelkomen, maar het noodlijdende Brussel verplicht van Kleef om snel door te reizen. De nood en de ontevredenheid scheren hoge toppen in Brussel en wees er maar zeker van dat Albrecht van Saksen daar zeer goed van op de hoogte is. Gent stuurt een extra divisie mee om de levensmiddelen te beschermen en om meteen ook enkele vijandelijke doelwitten die Brussel te bedreigen, aan te pakken. Vilvoorde en Halle zijn in handen van Maximiliaan en hier wordt aan de noordelijke en de zuidelijke kant de toevoer naar de stad afgesneden. De oorlog wordt trouwens wreder met de dag.

 

'De vader was tegen t'kint ende t'kint tegen de vader'. Vrijgeleides zijn niet langer van tel. Kloosters worden niet meer ontzien. Een plunderoorlog zonder meer. Met een steeds hogere intensiteit in het plunderen en het moorden. Voor Maximiliaan begint een snelle pacificatie van Brabant, Vlaanderen en Holland te dringen, want hij krijgt ook te maken met onrust in het oosten. Er wordt nu door beide partijen alles op alles gezet in deze niets ontziende oorlog. Asse, in handen van Filips van Kleef, wordt aangevallen door de troepen van Albrecht van Saksen.

 

We zijn begin maart 1489. In de lokale kerk worden 300 à 400 vluchtende burgers, vrouwen en kinderen inbegrepen, levend verkoold als het gebouw in brand wordt gestoken. Wie dergelijke daden op zijn kerfstok heeft, zal zich moeten verantwoorden voor God, beweren sommige kroniekschrijvers. 'Als die bestaat', denk ik onwillekeurig. 'Als die al bestaat.' Ook Overijse valt in die dagen. Maart moet een gruwelijke maand zijn voor de inwoners van het Brabantse. En het zal nog het hele voorjaar en de zomer duren vooraleer Brussel zal vallen. De ellende in Brussel is naar verluidt onbeschrijflijk. De prijzen van de levensmiddelen zijn er vier keer zo duur als in Rijsel. In de Westhoek staan de zenuwen bijzonder gespannen.

 

Ik lees het in 'De Geschiedenis van Dixmude'. De Duitse troepen die zich tot grote ergernis van de Vlamingen nog altijd kunnen en mogen verschansen in de Maximiliaan-bolwerken Duinkerke, Veurne en Diksmuide, ondernemen in het voorjaar van 1489 een wrede strooptocht door het platteland tot onder de poorten van Brugge. De bezetters van Dixmude en Nieuwpoort verenigen zich. Ze roven en plunderen de hele streek tussen Nieuwpoort en Oostende. Ze breken de Hoge Brug aan de Ijzer af en willen de kerk van Beerst overrompelen wat op hevige weerstand stuit van de omliggende bevolking.

 

De kerk blijft zwaar vernield achter en de overgebleven Duitsers en de Nieuwpoortnaars teisteren op hun beurt de gemeenten Leke en Keiem. 'De kerken van Woumen en Eesen werden verbrand met al het volk dat er in gevlucht was. Daerna overweldigden zy de stad Ghistel en staken er de kerk en het kasteel in brand, waerin vele gevlugte vrouwen en kinders den roof der vlammen wierden. 400 duytsche soldaten plunderden Varssenare en Jabbeke en het laetst genoemde dorp wierd afgebrand.'

 

De Brugse bevelhebber Dauchy besluit om in te grijpen en verlaat Brugge met 600 ruiters en 400 man voetvolk, gevolgd door 2000 Bruggelingen, Kortrijkzanen en Ieperlingen. Onder het gelid van Joris Picavet, kapitein en schout van Brugge. De aanvallers focussen zich op het kasteel van Handzame dat na een woest beleg van een week overweldigd kan worden. De Duitse bezetters worden er op staande voet geliquideerd of wat ze in het oude jargon omschrijven als 'omhals' gebracht. Ook in Werken en Esen worden de Duitse troepen beteugeld door de Vlaamse milities die uiteindelijk op 8 februari naar Brugge terugkeren.

 

Forestier Arnold Breydel, prominent lid van het steekspelgezelschap van de Witte Beer, komt in een slecht daglicht te staan door zijn fanatieke steun aan Maximiliaan. Hij werkt actief mee aan diens omwenteling in Vlaanderen en stelt zich aan het hoofd van een bende vrijwilligers en muitmakers waarmee hij de kasselrij van Veurne terroriseert en in brand steekt. Hij wordt op 9 april 1489 bij Diksmuide gevangen genomen en door zijn stadsgenoten eigenhandig aan de Burg onthoofd. De terechtstelling gaat trouwens door op de dag waarop het tornooi van 'De Witte Beer' zou hebben moeten plaatsgevonden. Het zal er nooit meer van komen.

 

Op 19 april laten de Duitse soldaten van Diksmuide en Nieuwpoort opnieuw hun waar gelaat zien. Er worden nieuwe uitvallen gesignaleerd. Een aantal Vlaamse overlopers hebben zich ondertussen bij hen gevoegd. De woestelingen sparen vrouwen noch kinderen tijdens hun moordpartijen. Ze worden op hun beurt verrast door de Vlaamse garnizoenen van Middelburg en Oostende. Met de hulp van de lokale bevolking kunnen 50 muiters omgebracht worden en slaat de rest halsoverkop op de vlucht. Filips van Kleef heeft zorgen. Het wordt allemaal wat veel voor één man. De strijd zit vast en dat maakt hem bitter. Vroeger stond hij open voor alles en iedereen, maar nu moeten de kooplieden niet al te veel meer gaan klagen tegen zijn soldaten. Het gaat nu over zijn imago. Een 'arme onderzaat' noemt de schrijver hem.

 

Ook zijn tegenstander Albrecht van Saksen behoort tot deze categorie. Allebei zijn ze krachtige persoonlijkheden, zonder wie de oorlog al lang zou zijn afgelopen. Hun persoonlijke eer staat op het spel. Ook Albrecht krijgt het niet gemakkelijk. In het voorjaar kan hij een muiterij in zijn leger bedwingen met veel tact en met het aanwenden van zijn eigen geld. Een voorschot dat hij pas veel later terug zal krijgen.

 

In de eerste dagen van april worden nieuwe onderhandelingen op gang getrokken. Beide partijen zijn aan elkaar gewaagd maar toch beseffen ze aan weerskanten dat het land in de eerste plaats vrede nodig heeft. Zoniet steven ze allemaal af op een totale verwoesting van een van de rijkste landen van Europa. De samenkomst vindt plaats 'in ein dorf, haist Werthern', schrijft kroniekschrijver Molinet. In de buurt van Leuven. De plek heet nu Werchter. De partijen hebben elkaar op voorhand schriftelijk de veiligheid gegarandeerd van hun delegaties van 100 man die pas na veel wantrouwen tot bij elkaar raken.

 

Albrecht arriveert er als eerste. Samen met zijn edelen. De wijn ontbreekt niet, lees ik. Van de andere kant komt Filips van Kleef aangereden. Hun paarden houden halt bij elkaar. 'Ils s'embraschèrent l'un l'autre' terwijl ze allebei nog in het zadel zitten. Een wederzijds manifest van ridderschap. Albrecht spreekt Duits en Filips Frans. De sfeer tussen de delegaties lijkt ongedwongen. 'Als je nu eens alle bezette steden zou terugschenken aan Maximiliaan?' vraagt Albrecht aan van Kleef. 'En hem om genade zou verzoeken.' Het antwoord van de Vlaming kan ik al raden: 'waarom, ik heb toch niets verkeerd gedaan?'

 

De ontmoeting in Werchter loopt af op een sisser. De standpunten liggen nog altijd even ver uit elkaar. Tijdens de nacht van 3 op 4 april, tijdens de onderhandelingen, plegen de Vlamingen een zware aanslag op het centrum van Vilvoorde. Alles wordt hier verwoest door brand en roof. Veel van Albrechts persoonlijke bezittingen gaan verloren. Het stadhuis, het vleeshuis en de lakenhalle worden evenmin gespaard. De aanslagen leggen een hypotheek op deze beloftevolle onderhandelingen. Het mag duidelijk zijn dat de aanvoerders hun soldaten al langer niet meer in de hand kunnen houden. Er volgen nog verdere pogingen om tot vrede te komen, maar de stemming is deze keer geprikkelder en wordt gekenmerkt door wederzijdse verwijten.

 

Beiden zijn vaster dan ooit besloten om een spoedig einde aan de tegenstand te maken. Wanneer het kasteel van Grimbergen met de grond gelijkgemaakt wordt, maakt Filips zich op zijn beurt meester van het belangrijke Beersel. Het spel kan zo wel eeuwig en een dag blijven doorgaan. Deze wetenschap noopt Albrecht van Saksen tot een wijziging in zijn strategie. Alle kleine bolwerken worden opgegeven en zijn manschappen moeten zich concentreren in zijn hoofdleger te Werchter. Van dit centraal punt kan hij gebald reageren in Henegouwen, Namen of Brabant. De Duitser beseft dat Filips het niet zal aandurven om een algemene veldslag aan te gaan met zijn groot leger. Met een leger van 12.000 man waagt van Kleef zich aan het beleg van Sint-Truiden.

 

Op 22 en 23 april moet de stad een hevig bombardement van ijzeren kogels en vurige pijlen ondergaan. De bevolking zwicht echter niet en kan het redden tot aan de komst van de troepen van Albrecht van Saksen. De Vlamingen moeten noodgedwongen afdruipen. De opmerking van de Duitse legeraanvoerder aan het adres van zijn opponent is zondermeer sarcastisch: 'hij heeft de gewoonte van weg te vluchten'. In werkelijkheid wil Filips zich niet laten verleiden door zijn persoonlijk eergevoel en wil hij het succes van de hele strijd niet in de weegschaal leggen door een impulsieve confrontatie aan te gaan met de troepen van Maximiliaan.

 

De zaken in Brabant gaan de verkeerde kant uit voor Filips van Kleef. Het door 400 Fransen extra versterkte Aarschot gaat verloren. De toestand in Vlaanderen is gewoonweg lamentabel. De Duitse garnizoenen van Diksmuide en St.-Omer zaaien paniek en verderf in de wijde omtrek. Het leidt een lokale dichter tot een treurdicht dat ik mijn lezers niet wil onthouden. Al is het maar om jullie mee onder te dompelen in de treurnis van die donkere dagen. Ik fixeer me trouwens meteen op de adembenemend mooie taal die het Vlaams daar op het einde van de 15de eeuw zonder meer is.

 

Complaincte up 'tland van Vlaendre

Zal trat van fortune niet willen keeren?

Zal tfirmament anders niet draeyen?

Zullen dolende zinnen den wech niet leeren?

jjZal men niet anders stoppen noch naeyen?

Zal den wyndt van gratie niet up ons blaezen?

Zullen de blende niet haestig ontdoen huer ooghen?

Zal redene en kennisse tvolk niet paeyen?

Zoo moet ons welvaert en fortune verdrooghen.

 

Want Vlaendre en heeft zulke groef noch smerte

Niet leden, als 't lydt, binnen mans ghedinckene

Want t'es ghewont zoo naer der herte

Dat cracht ende memorie begint te ontzinckene.

Dus gheeft hem balzeme van paeyse te drinckene

Ghi meesters notabele en wien macht es.

Want de wonden beghinne alzoo te stinckene

Datter vele in de correctie versmacht es.

 

Voortaan lukt niets meer in Brabant. De ene nederlaag volgt de andere. Filips ziet het echt niet meer zitten. Zo ook in West-Vlaanderen. Ik zie de Bruggelingen, de Kortrijkzanen en de Ieperlingen te velde trekken onder het bevel van Georges (Joris) Picavet en Antoon Van Nieuwenhoven. Ze blazen verzamelen te Beerst in de buurt van Diksmuide waar ze zich verschanst opstellen zodat ze aanvallen vanuit deze stad zullen kunnen weerstaan. Ze wachten er trouwens op Gentse hulpbenden met wie ze samen een poging zullen ondernemen om Diksmuide te overweldigen.

 

De Gentenaars sturen echter hun kat. Dan volgen ze maar het voorbeeld van het Duitse crapuul. Zielige oorlogstaferelen. Ze rukken Veurne-Ambacht binnen waar ze zich bezondigen aan roof- en plunderpartijen. Ze krijgen te maken met de Duitsgezinde bevelhebber Daniël van Praet die aan het hoofd van een grote krijgsmacht is afgezakt om de drieste Vlamingen aan te pakken. Ter hoogte van de brug van Beerst komt het op 13 juni 1489 tot een moorddadige confrontatie.

 

De Vlamingen hebben alle geluk van de wereld dat ze nog hulp krijgen van de soldaten van de heer van Spierre. Dank zij zijn ingreep wordt een bloedbad vermeden en kunnen de Vlamingen in paniek wegvluchten. Voor hen is op dat moment alles verloren. De smadelijke nederlaag van de Bruggelingen bij Beerst maakt voorgoed een einde aan de illusies van de Vlamingen. Nieuwpoort en Oostende vallen in handen van Maximiliaan. De Brabantse veldtocht toont aan dat van Kleef zijn meerdere moet erkennen in Albrecht van Saksen.

 

Toch is de strijd nog niet afgelopen. Desquerdes palmt het beruchte Diksmuide in, de stad die zo lang de stokebrand van de Westhoek is geweest. In normale tijden zouden de Fransen deze inname als het sein hebben gezien voor een hernieuwde actie, maar deze keer passen ze. De vrede tussen Frankrijk en Maximiliaan is nog slechts een kwestie van enkele dagen. Binnenkort mag Filips van Kleef fluiten naar steun vanuit Frankrijk. Het noorden is bedwongen door Maximiliaan en wat er overblijft van Brabant mag omschreven worden als een verarmde woestenij.

 

Net zoals Vlaanderen trouwens. Met uitzondering van zijn drie grote steden. De eindstrijd om Sluis kondigt zich aan tijdens de julimaand van 1489. Het laatste bolwerk van de Vlamingen komt nu onder grote druk te staan. Filips bevindt zich, na een zoveelste vlucht, in Oostende waar hij kennis maakt met de Franse onwil om hem te helpen. Van Oostende trekt hij noodgedwongen naar Brugge waar de ontevredenheid om de slechte gang van zaken hoge toppen scheert. Op 22 juli kondigt Maximiliaan aan dat hij in Frankfurt een vredesverdrag gesloten heeft met Frankrijk.

 

De teneur van de boodschap die een dag later in de handen van de Vlamingen valt, is duidelijk: 'wij hebben eene surceanse van orloghen ghenomen metten coninc van Vranckeryck, voor eenighen tydt, by de welke middele hy terstond doen vertrecken uut Brabant ende Vlaenderen alle zyne lieden van oirloghen.' Filips reageert prompt met een boodschap voor Karel VIII. Hij krijgt een geruststellend antwoord als reactie op zijn geklaag. Van Kleef mag helemaal niet denken dat dit vredesverdrag tot stand is gekomen zonder dat 'ceulx des pais de Flandres et de Brabant' er in genoemd worden. Ieper krijgt een kopie van deze brief die ongetwijfeld ook in andere steden aanspoelt.

 

Wollige woorden zijn het. Politieke dooddoenertjes. Dat wordt helemaal duidelijk als er zich de 28ste juli herauten aanbieden bij Desquerdes met de opdracht dat hij Vlaanderen achter zich moet laten. De aanvoerder kan alleen maar verbouwereerd en ongetwijfeld ietwat gegeneerd meedelen aan de aanwezige Brugse afgevaardigden dat de vrede gemaakt werd buiten zijn medeweten.

 

In feite lijkt Filips van Kleef er niet slecht weg mee te komen als ik de teneur van het verdrag bestudeer. Maximiliaan belooft hem welwillend te behandelen en hem en zijn vrouw landen en goederen terug te schenken. De Fransman Karel VIII belooft dat hij zich zal inspannen om de Vlamingen onder de gehoorzaamheid van Maximiliaan te brengen. De belofte van Maximiliaan staat in schril contrast met wat er zich in realiteit aan het afspelen is. De reeks van verse Duitse troepen zwelt nog elke dag verder aan. Hun baldadigheid kent nog altijd geen scrupules.

 

Het enige wat de Vlamingen te doen staat, is om zich te schikken in het vredesverdrag en zich over te geven aan Maximiliaan. Nog tijdens de afsluitende diplomatieke onderhandelingen gaat de rest van Brabant overstag. Ook Brussel moet achtergelaten worden. Albrecht van Saksen doet zijn intrede aan het hoofd van 4000 man. Hij blijft er maar één dag, bang als hij is om medeslachtoffer te worden van de pest die als een furie door de stad raast. Die dag alleen al sterven er 100 mensen. Er zullen in totaal 24.000 pestdoden te betreuren vallen.

 

Op 31 augustus schrijft Filips van Kleef vanuit Gent aan Ieper dat de Brabantse steden niet meer de moed en de kracht bezitten om zich verder te verzetten. 'Het is nu Vlaanderen tegen de rest'. 'We zijn aangekomen in Gent met het voornemen te leven en te sterven met u en de andere leden van Vlaanderen en niet in te gaan op enig verdrag, waarin gij niet begrepen zijt.' De eerste september doet hij nog een intrede in Brugge, de volgende dag gaat het richting Sluis. Hij zal zich voortaan niet meer buiten de driehoek Gent, Brugge en Sluis riskeren. Het belangrijkste is nu dat ze allemaal onder elkaar de vrede bewaren en dat ze zorgen dat de zee open blijft, want het is Albrecht van Saksen er nu om te doen om Sluis af te sluiten van de zee.

 

Zesentwintig schepen onder het bevel van Wilwolt van Schaumburg proberen zich een toegang te verschaffen tot Cadzand maar ze worden gecounterd door twee grote Vlaamse karvelen. Bij de Duitse krijgsgevangenen behoort een zekere Hans van Holldritt. Hij blijkt de man te zijn die Karel de Stoute eigenhandig gedood heeft tijdens de slag van Nancy in januari van 1477. Door zijn dood werd Maria van Bourgondië feitelijk verplicht om in het huwelijk te treden met Maximiliaan en hebben de Vlamingen dus de moordenaar van zijn schoonvader te pakken. De man ondergaat zijn tragisch lot: hij wordt op een wreedaardige manier doodgemarteld. De rest van de zestig andere krijgsgevangen wordt opgeknoopt.

 

De egelstelling van Vlaanderen blijft weken aan een stuk intact. Dat brengt vooral Ieper in de economische problemen. Zijn toevoer met Frankrijk dreigt afgesloten te worden en er moeten dringend een aantal zaken toegeleverd worden vanuit het zuiden. Op 11 oktober dringt het stadsbestuur er bij Filips op aan om af te komen naar Ieper en om 'de passaige van Vrankerike' weer te openen. Zijn verblijf van 14 dagen is zowat het laatste politiek optreden voor van Kleef. De vrede lijkt te wenken.

 

Dat is ook te merken in een document van de 4de oktober van het jaar 1489. Een reeks autoriteiten van beide kampen zorgt er voor dat de lont wat uit het Diksmuidse kruitvat wordt getrokken. Ze engageren zich gezamenlijk tegenover de ambachten van Woumen, Esen en Zarren, de parochie van Klerken en de heerlijkheid van Merkem. De sluizen in het Westkwartier en in de wijde omgeving dienen hersteld te worden. Arbeiders en materiaal voor die werken moeten voortaan ongemoeid gelaten worden. De bevolking van de genoemde dorpen moeten zich gedurende een periode van 3 maanden verplicht naar huis begeven en zich bezig houden met hun landerijen en hun dieren.

 

De oogsten dienen binnengehaald te worden en vervoerd te worden naar de steden van o.a. Brugge en Ieper. Ze zullen hierbij niet de minste hinder ondervinden van de troepen. En als dat toch moest gebeuren, zal de aangebrachte schade door de Duitse legerleiding vergoed worden. De beloftes kosten ook geld aan de ambachten. Er moet 100 ponden Vlaams geld overgemaakt worden ten behoeve van onze Maximiliaan, de koning van de Romeinen. Een financiële compensatie die slechts klein bier is in vergelijking met wat straks nog moet komen. Het voorlopig vredesverdrag van Frankfort wordt op 30 oktober 1489 definitief omgezet in de zogezegde vrede van 'Montil-les-Tours'.

 

Jan Coppenolle en Rassenghem hebben er wat onwennig en ongemakkelijk mee aan tafel gezeten. Maximiliaan en Karel VIII sluiten er vrede. Vlaanderen maakt nu integraal deel uit van het verdrag. Ook de positie van Filips van Kleef wordt nu helemaal uitgeklaard. Maximiliaan wordt erkend als voogd en regent en de staten van Vlaanderen moeten enorme sommen afdokken. 525.000 Doornikse ponden te betalen in drie schijven. Herstelbetalingen voor de aangerichte oorlogsschade. Nieuwpoort, Veurne, Diksmuide, Duinkerke, Sint-Winoksbergen en hun buitengebieden worden vrijgesteld van betaling. Brugge is blij dat er eindelijk vrede is. In Gent zijn het onbegrip en de ontevredenheid groot.

 

'Op den 4 November 1489 wierd een groot veurig verschynzel in de lucht gezien.' Het zal voor de bijgelovige mensen van die dagen wel een voorteken zijn dat de ellende nog niet voorbij is. Daar kom ik persoonlijk snel genoeg achter als ik verder vooruit stap in de tijd. 'Philips van Kleef erkende den vrede niet', bloklettert de Fouw in zijn boek. Hij sluit zich op in een hermetisch gesloten Sluis. Via Jan van Coppenolle zorgt hij ervoor dat 'het commun' niet rustig wordt. Dat zal wel niet zo moeilijk zijn nu de handel van Brugge en Gent zwaar te lijden krijgt door de diverse zeeblokkades. Op 14 december 1489 komt daar nog een muntdevaluatie bovenop waardoor de prijs van de ingevoerde levenswaren nog een stuk hoger wordt voor het gemeen.

 

Een maatregel van Maximiliaan die orde wil krijgen in de puinhoop van het geld. Het water moet stilaan tot aan de lippen van Brugge en Gent en van Kleef staan. Diezelfde 14 december arriveert die laatste in Brugge en de volgende dag gaat hij naar Gent. Voor beide steden is een onderwerping aan Albrecht van Saksen nog altijd niet bespreekbaar. Op 26 januari 1490 bezwijkt Brugge dan toch onder de druk. Engelbert van Nassau, vertrouweling van Maximiliaan en ridder van het Gulden Vlies, doet er zijn intrede. Gent weigert vooralsnog zijn voetval te doen.

 

Eind januari maakt Albrecht van Saksen zich meester van Damme. Nog een extra tegenvaller voor Filips van Kleef. Wanneer Albrecht definitief naar Brabant vertrekt, wordt Engelbert van Nassau aangesteld als bevelhebber over Vlaanderen. Van Kleef kent zijn opvolger natuurlijk maar al te goed. Hij zelf beseft dat hij nu 'man van buiten' is, zoals we dat in onze eigen taal zo plastisch kunnen omschrijven. Tijdens het voorjaar van 1490 komen er opnieuw onderhandelingen. De teneur van de voorstellen is duidelijk: het Sluise stadsbestuur moet aftreden en vervangen worden door een Maximiliaan-gezinde raad.

 

De Fransen beloven dat Filips van Kleef bevelhebber kan blijven van Sluis, maar die laatste vertrouwt geen enkele constellatie in de welke hij nog een keer Maximiliaan op zijn woord zou moeten geloven. Daar komt het in het kort een beetje mee overeen. De eens zo onverschrokken Bruggelingen, de mannen die Maximiliaan zo lang gevangen hebben gezet, zijn nu zo mak als een lammetje. Ze verzoeken heel nederig dat Filips zijn troepen uit Sluis zou willen laten vertrekken. Tussen de lijntjes kan ik lezen dat ze natuurlijk hem ook liever kwijt zijn dan rijk. Overal in Vlaanderen zijn de soldaten van het toneel verdwenen.

 

Als nu nog die in Sluis weggaan, dan kan de handel eindelijk weer op gang komen. Van Kleef staat nu alleen. En toch wil hij van geen wijken weten. Waarom zou hij Sluis uit handen moeten geven? Hij is toch altijd zijn plicht als krijgsman nagekomen? Hij ziet een toekomst voor zich als vrij man aan het hof van Maximiliaan en later aan dat van diens zoon Filips de Schone. De onderhandelingen gaan dus feitelijk alleen nog over zijn persoonlijke toekomst. Hij moet zich ongetwijfeld wanhopig vastklampen aan elk greintje toekomstperspectief. Albrecht van Saksen moet van al die retorische beschouwingen niet veel weten en dat zorgt er voor dat de onderhandelingen maar blijven aanslepen.

 

Het diplomatisch gesukkel van het voorjaar 1490 ergert me. Tot ik wordt opgeschrikt door de titel 'de moord van Philips van Kleef op Adriaan van Rassenghem op 12 juni 1490'. De 'Chronycke van Ghendt' vermeldt het kort en bondig: 'Int jaer neghentich, upden XII Wedemaent, dede mher Philips van Cleven dootslaan mher Adriaen Vilain, heere van Reesseghem, tusschen Meerelbeke ende Lederbeerghe'. Ik zit onmiddellijk met een pak vragen. Jan van Coppenolle en Adriaan van Rassenghem zijn toch altijd de trouwste helpers geweest van Filips van Kleef?

 

Ze waren bij uitstek zelf de promotoren van het communaal verzet tegen Maximiliaan. Van Coppenolle heeft zich nooit willen verzoenen met Maximiliaan. Van Rassenghem wel. Zijn verraad ligt aan de basis van de catastrofe die zich op 12 juni 1490 voordoet. Terwijl van Kleef star vasthoudt aan zijn feodale rechten, zwicht zijn vroegere medestrijder voor geld. De Fouw schrijft het ook zo: 'in de hoop van eener geldelijke belooning begon hij naar de partij van Maximiliaan over te hellen.' Het is dan ook niet moeilijk om te begrijpen waarom van Rassenghem de Gentse regering aanmaant om zich te schikken naar de wil van Maximiliaan.

 

Het vertrouwen van Filips van Kleef in Adriaan van Rassenghem is trouwens al een tijdje ver te zoeken, sinds diens medewerking aan het verdrag van Montil-les-Tours. Een verrader is hij, niet meer en niet minder. Hij kan sindsdien zijn bloed wel drinken. Filips heeft hem, zoals dat gebruikelijk is tussen ridders, een vete aangezegd. Arie de Fouw haalt zijn mosterd uit het 'Memorieboek der stadt Ghent'. Het verslag van een aangekondigde huurmoord is het. 'Na een bijeenkomst den 12den juni in het schepenhuis vertrok Van Rassenghem naar zijn kasteel, beschermd door veertien goed bewapende ruiters.

 

De soldaten van Filips, die Van Rassenghem moesten doden, waren 6 à 8 in het getal. Filips had hun gezegd dat, als ze zijn opdracht niet uitvoerden, zy nemmermeer in zyne ooghen en mochten commen.' Hij was het blijkbaar gewoon om belangrijke opdrachten op die manier te onderstrepen aan zijn medewerkers. 'Het gewapend geleide van Adriaan van Rassenghem vluchtte, de mannen van Filips doodden hem, gaven hem 17 dodelicke wonden, ende was weder te Ghent inne brocht ten huuse van sijnder vrauwe moedere met 8 tortsen, met swarten fluweele ghedect, ende de ghesellen trocken 's avonts by mynen heere van Ravenstein ter Sluus.'

 

Ik heb het ware beestje gezien van mijnheer van Kleef. Menselijkheid is ver te zoeken. Eigen eer en glorie. De rest kan stikken. Wat kan het hem schelen dat zijn volk lijdt. Ridderprincipes, ik schijt er op. Vooral als ik zijn zogezegde rechtvaardiging lees voor de moord op zijn gewezen medestander: 'Ik had hem gewaarschuwd omdat hij mijn dood heeft gezocht, heb ik hem zelf laten doden. Ik heb helemaal geen onridderlijke daad begaan.' Die van Gent krijgen verdere bijzonderheden te horen rond het waarom van de aanslag. Adriaan van Rassenghem was volgens Filips de voornaamste oorzaak van alle twist en oorlog, een woelzieke geest was hij en niets meer.

 

Er komt maar geen einde aan deze troosteloze oorlog. Deze woedt nu in volle hevigheid op zee. De hele zomer van 1490 is het stikgevaarlijk voor de handelsschepen die de Vlaamse havens willen aandoen of verlaten. Dagelijks zwermen er vanuit de haven van Sluis talrijke kaperschepen de zee op, bemand met 'alrehande volcke'. Vermits ze uit Sluis komen, moeten de rooftochten gebeuren in opdracht van Filips van Kleef. Zonder onderscheid van natie worden de schepen geënterd en geplunderd. Brugge kan net het hoofd boven water houden bij de gratie van de Sluise kapitein. De arme stad wordt ondertussen geteisterd door de bezetting van Damme door Albrecht van Saksen. Begin mei gaan de Bruggelingen klagen bij Albrecht en krijgen ze als antwoord nog een reeks nieuwe eisen te slikken.

 

De verhouding tussen Brugge en Albrecht geraakt daardoor gespannen. Een Brugse delegatie reist naar Mechelen met het verzoek aan van Saksen dat hij Damme zou willen ontruimen, maar die herhaalt zijn eis dat hij plaats zal ruimen als Filips van Kleef vertrekt uit Sluis. De Bruggelingen nemen dan op hun beurt weer contact met Filips met de vraag 'omme een goet middel te vindene dat alle die maniere van coopmanschepe soude moghen commen te Brugghe wantter van vele dinghen ghebrec was'. Een Brugs gezelschap gaat in 'alderdilligencie' op weg naar Sluis.

 

Maar waarom zou het Duits garnizoen van Damme in hemelsnaam deze heren zomaar laten passeren? Ze worden natuurlijk opgepakt door garnizoen overste Engelbert van Nassau die daarna pertinent weigert om de gearresteerde onderhandelaars vrij te laten. Zelfs de smeekbede van de bevriende Brugse schout Cornelis Mettenije krijgt de Bruggelingen niet los. Ondertussen blijft Brugge halsstarrig de 'afstellinghe' van Filips van Kleef weigeren en is de breuk tussen de Bruggelingen en Maximiliaan weer een feit. Het is duidelijk wie de boel achter de schermen blijft aanstoken en verzieken.

 

De 12de juli is de oorlog weer in volle gang geschoten en 'begonsten dye van Damme te roovene ende te barnene tot Brugghe voor die poorte ende daden der stede van Brugghe alle tleet dat si consten ende mochten.' Dat terwijl een nieuwe oorlogsvloot onder leiding van Frans van Brederode de haven van Sluis uitvaart op zoek naar nieuwe confrontaties ter zee. Het lijkt er op dat Maximiliaans macht opnieuw zou kunnen gaan wankelen. Dat laatste is in werkelijkheid alleen schijn. De opstand in Brugge is die van het zogezegd 'mindere volk'.

 

De finefleur en het stadsbestuur verlaat even de stad en laat deze zinloze en niet georganiseerde rebellie even de tijd om van zichzelf leeg te bloeden. Het vergaat de vloot van Frans van Brederode letterlijk en figuurlijk niet goed. Na een reeks roofpartijen in Zeeland en Holland lijdt die een zware nederlaag met de dood van 340 man tot gevolg. Dat verandert niets aan de uitzichtloosheid van de oorlog. De 9 overgebleven schepen varen Sluis binnen onder het commando van de nieuwe kapitein Jan van Naaldwijk.

 

De Brugse rebellen hebben ondertussen hun lot gelegd in de handen van Filips van Kleef die op zijn beurt een kleine krijgsmacht naar Brugge stuurt en onder de leiding van George Picavet brengt. De voornaamste taak van 'Jooris Pychavet' bestaat er in om Brugge van levensmiddelen te voorzien. Geen eenvoudige opdracht trouwens. Wanneer hij op 1 september 1490 honderdvijftig wagens met levensmiddelen uit Sluis naar Brugge brengt, heeft hij daarvoor 2000 man bewakingstroepen voor vandoen.

 

De Bruggelingen weten goed genoeg waarom ze van Kleef te vriend moeten houden. Beseffen ze dan zelf niet dat het juist deze man is die speelt met hun welstand? Ik vraag het me af. Hoe dan ook, ondanks de dappere uitvallen van Picavet, blijft de stad Brugge in de omknelling zitten. Ondertussen houdt Gent zich op de vlakte. Filips van Kleef stuurt tijdens het najaar van 1490 de ene 'messagier' na de andere van Sluis naar Gent om Gent te doen aansluiten bij de nieuwe opstand van Brugge.

 

Maar Gent blijft liever neutraal en gelooft niet echt in de Brugse revival van agitatie. De moord op hun leider Adriaan van Rassenghem zal er wel voor iets tussen zitten. Begin oktober begint het in het nauw gebrachte Brugge te onderhandelen met Engelbert van Nassau. De Bruggelingen lijden honger doordat diens troepen de toevoer tussen Sluis en Brugge hermetisch gesloten houden. Parallel praat die trouwens ook opnieuw met Filips van Kleef. En ondertussen blijven de schermutselingen op zee hun gewone gangetje gaan.

 

De gesprekken in Sluis kunnen amper onderhandelingen genoemd worden. Filips kan nu eventueel wel akkoord gaan met de verdragen die Maximiliaan afgesloten heeft, maar de financiële compensaties, waarborgen en het voortgezet commando over Sluis blijven onredelijke eisen die eigenlijk niet zouden mogen gesteld worden door een kat in het nauw. Hij wil ook Brugge betrekken in een eventueel akkoord. 'Hij wilde nochtan niet scheeden van dye van Brugge… aldus so en ghinc den paeys up dien tijt noch niet voort.' Kort samengevat: de vredesonderhandelingen van oktober 1490 leiden tot niets. Het zal nochtans niet lang meer duren voor Brugge definitief in de touwen ligt. Half november beginnen de onderhandelingen tussen de stad en Engelbert van Nassau.

 

Plaats van de gesprekken is Damme. Brugge moet zich in eerste instantie distantiëren van Filips van Kleef, eist Engelbert. Brugge aarzelt. De tijd dringt. Naar het einde van de maand worden de onderhandelingen hervat. De Duitse aanvoerder is perfect op de hoogte van de desastreuze toestand in Brugge en hij ergert zich mateloos aan de trouw van de Bruggelingen aan Filips. Bij hun aankomst in Damme stuurt hij in een kwade bui de Brugse gedeputeerden weer huiswaarts. Ze mogen eens terugkomen als ze het echt menen. Een stukje blufpoker van jewelste want 'hi soude doen dat in hem ware ende was tonvreden ende qualick ghemoveirt'.

 

Eind november wordt een voor Brugge levensbelangrijk voedselkonvooi onder leiding van Georges Picavet door de Duitsers onderschept en buitgemaakt. Het is de spreekwoordelijke druppel. Brugge moet nu wel vrede sluiten en dat gebeurt in Damme op 29 november van 1490. Zonder tegenspraak neemt de stad een aantal harde voorwaarden aan. Zonder overleg trouwens met Filips van Kleef. De vierde december doet Engelbert van Nassau zijn intrede in Brugge waar hij notabene gaat logeren in de woning van Filips van Kleef.

 

De vinger in de wonde: 'ende hy was ghelogiert int huys van Ravesteyn'. Arie de Fouw heeft er één klein zinnetje voor over, maar die enkele woorden betekenen wel dat het afgelopen is met de wulpse welvaart van de voorbije eeuwen. 'Voor Brugge was de crisis voorbij, het verval der stad begon'. De glorieuze jaren van Brugge zijn geëindigd op een fiasco. De stad zal nooit nog een rol van betekenis spelen op Vlaams en internationaal niveau. De aftakeling is ingezet.

 

De onderwerping van Brugge betekent meteen het startsein voor Engelbert om de aanval op Sluis in te zetten. Hij vestigt zich in Aardenburg en begint aan een belegering van de landzijde van Sluis. Een beleg dat zes maanden zal aanslepen en tot niets zal leiden. Zolang de toegang tot zee afgeschermd is, zit Filips er veilig. Een poging van de Duitsers, kort na Kerstmis, mislukt. Dan maar weer die diplomatieke onderhandelingen, 'maer ten ghinc niet voort'. Stilaan echter geraakt de omsingeling en de insluiting van Sluis geperfectioneerd.

 

Heel Vlaanderen heeft zich nu georganiseerd tegen dat bolwerk in het noordwesten. Daarbij komt nog dat een reeks oorlogsschepen klaar liggen in Biervliet 'om die vander sluys ooc te besluytene by der zee.' Filips van Kleef mag het op zijn buik schrijven als de zee op zijn beurt zou worden afgesloten. Zijn dagen zijn geteld. Het moet sneu en bitter aanvoelen dat nu ook Brugge tot zijn tegenstanders behoort. Maar daarvoor is hij en hij alleen verantwoordelijk met het sluiten van de Brugse toegangsweg naar de Noordzee. Die verdomde oorlog is precies een kwaadaardige ziekte.

 

Telkens als je denkt dat die bedwongen is, duiken de symptomen weer in volle hevigheid op. Op het ogenblik dat iedereen denkt dat Sluis zal begeven en dat er nu eindelijk een eind zal komen aan die jarenlange strijd, breekt er een conflict uit tussen Gent en Engelbert van Nassau. Reden: wrijvingen rond de vermindering van de waarde van het geld. Een maatregel die half maart in werking is getreden. De oorlog zelf begint in mei. Tot overmaat van ramp weigeren de Hollanders nog graan te leveren aan Vlaanderen. Het zit hen hoog dat ze op kosten worden gejaagd door een verordening van Maximiliaan dat ook de vreemde kooplieden moeten bijdragen tot de kosten van de oorlog tegen Sluis. Dan maar noodgedwongen weer naar die onderhandelingstafel. Pasen is al weer achter de rug.

 

De eisen liggen op tafel: een onvoorwaardelijke overgave, 'faire le serment au roy et a mondit seigneur l'archiduc, sans condition ou reservation.' Filips blijft bij zijn eis om commandant van Sluis en de kastelen te blijven. Het lijstje van de onderhandelaars wordt indrukwekkend maar de standpunten blijven ongewijzigd. Iedereen smacht naar vrede, maar toch geven de partijen elkaar nog altijd geen duimbreed toe. Sluis blijft in handen van Filips van Kleef. De Fouw omschrijft het plastisch: 'Vlaanderen verbloedt verder'.

 

In Cadzand leven er nog welgeteld twaalf mensen. De zee kan best vermeden worden: de kapers van Sluis zijn actief tot aan de kusten van Noorwegen. Eigenaardig genoeg wordt Gent dezer dagen opnieuw ondersteund door de Franse koning Karel VIII. Hoe onverzoenlijk de tegenstellingen ook lijken te zijn, toch wordt er verder gepraat. In de meimaand is er plots sprake van het opvoeren van Adolf van Ravenstein, notabene de vader van Filips van Kleef. Het is best lang geleden dat ik nog iets van de notoire Gulden Vliesridder heb gehoord. De man is ondertussen 66.

 

Ook zijn stiefmoeder, 'madame de Ravestain, sa bellemère et maistre Jan Sauvage' vergezellen hem. Ze komen allemaal op visite in naam van Maximiliaan en zijn zoon Filips de Schone. Blijkbaar wordt de rol van de jonge Filips belangrijker met de dag, hij is ondertussen dertien, want die heeft twee vragen voor van Kleef. Vooral de tweede vraag oogt gewiekst: 'op welke voorwaarden zou hij dan wel vrede willen sluiten met Maximiliaan?' Hij krijgt nietszeggende antwoorden terug waarbij Filips van Kleef vaagjes verwijst naar zijn verplichtingen t.o.v. de Franse koning.

 

Olivier de Kesele, de secretaris van Filips van Kleef, vertrekt op zijn beurt in mei 1491 naar Desquerdes om na te gaan of Karel VIII zich niet zou verzetten tegen een eventuele eed van zijn bevelhebber aan Maximiliaan. Ondertussen is de oorlog tussen Gent en de koning volop uitgebarsten. De Staten-Generaal vergadert ondertussen in Kortrijk waar ze in nauw contact blijft met Olivier de Kesele. Er komt effectief nieuws vanuit Frankrijk. De koning wil een samenkomst van alle partijen in Atrecht. Er volgt opnieuw een kluwen van onderhandelingsvoorstellen die heen en weer gelanceerd wordt.

 

Telkens opnieuw weigeren zowat alle partijen om in te gaan op welk voorstel dan ook van Filips van Kleef. Die begint er zijn geduld bij te verliezen. 'Waarom moet ik nu eigenlijk een verdrag met u afspreken?' riposteert hij. 'Ik ben toch altijd uw nederige dienaar geweest?' Inderdaad, zo ver zijn we dus gekomen. Niemand aan tafel weet eigenlijk nog precies waarom ze zo zwaar in conflict met elkaar zijn gegaan. Het enige dat ze weten is dat ze er niet uit kunnen raken. Van Kleef vindt het voorstel van Karel VIII om te vergaderen in Atrecht een prima idee.

 

Hij wil de Staten-Generaal erbij. Zijn zaken kunnen het daglicht verdragen. Alles is veel beter dan deze krampachtige onderhandelingen hier in Sluis met enkele Mechelse afgevaardigden. Hier in Sluis kan hij alleen maar de grond onder zijn voeten verliezen. De onderhandelingen in Atrecht duren tot in december van 1491. Weer geraken de partijen er niet uit. Ondertussen doet Filips van Kleef verwoede pogingen om die van Gent aan zijn kant te krijgen. Ginder is er zoals gewoonlijk sprake van twee kampen: het lagere volk dat zijn redding verwacht van de Sluise commandant en de adel die een aversie heeft voor elke vorm van rebellie.

 

In juni komt het gemeen op straat tijdens de St.-Lievenprocessie. De St.-Lievenszotten zijn gekleed in 'geluwe rocx', als jonge herdertjes. Ze spotten dat de edelen beter voor hun schaapjes moeten zorgen. Het ludiek ogende protest is de uiting van hun ontevredenheid over het beleid van de elite. Maar de manifestatie is verre van onschuldig. Driehonderd soldaten van Filips van Kleef hebben zich gemengd onder de St.-Lievenszotten.

 

De processie ontaardt binnen de kortste tijd in een oproer. Een gewelddadige betoging waarbij de meester-deken Lieven Gooris er het leven bij inschiet. De kreet 'leve Ravestein' is niet uit de lucht. De stadsrevolutie zorgt er voor dat het volk aan de macht komt terwijl Coppenolle aangesteld wordt als nieuwe chef van de dekens. Het Brugse verzet van de lagere klassen tegen Engelbert van Nassau heeft zich herhaald in Gent.

 

Filips van Kleef wordt de hele tijd financieel ondersteund door de koning van Frankrijk. Hij krijgt een jaargeld van 8000 Doornikse ponden en daarbovenop nog veel belangrijke sommen om de kosten te dekken. In de kwitanties wordt hij steevast betiteld als 'conseiller et champellan du roy', koninklijk kanselier. Het doet me er aan herinneren dat het fort van Sluis voor de Fransen nog altijd beschouwd wordt als de noordelijke toegangshaven tot Frankrijk. Een strategische plek in zijn ononderbroken vete met Engeland. Het Vlaamse land verlangt heftig naar vrede en rust. Maar het wordt in deze dagen nog vollediger leeggeplunderd dan ooit voordien. Het verbond tussen Gent en Sluis als groot boosdoener.

 

Hulst wordt op 10 juli 1491 ingenomen tijdens een verrassingsaanval van Filips troepen. Met Meeukin Bollaert aan het commando. Een poging om Brugge opnieuw te overweldigen mislukt echter. De kaperij ter zee neemt ongehoorde dimensies aan. De hele handel in Holland en West-Friesland ondervindt er zware hinder door en de alarmkreten sijpelen door tot in Vlaanderen: ''murmuracien bij het volk mits dat zy neeringeloes stille zittende zijn sonder huer broet te winnene ende coepmanscepe te doene', en dat het volk wil dat Holland eindelijk eens vrede zou willen sluiten met Filips van Kleef.

 

Tijdens augustus 1491 spannen zijn vader en moeder en andere personaliteiten zich nog eens extra in om vrede met hem te sluiten. De Staten-Generaal wacht in Kortrijk vol ongeduld op positieve signalen vanuit Sluis. Gent blijft een dubbeltje op zijn kant. Arie de Fouw vat de gebeurtenissen van het najaar van 1491 en het voorjaar van 1492 samen in vier slagzinnen. Plunderingen te land en ter zee. Het platteland wordt woestenij. De kleine Vlaamse steden en net zo goed Gent en Brugge verarmen. Dit terwijl de reeks van onderhandelingen niet het minste perspectief op vrede opleveren.

 

Ik begeef me naar het begin van 1492. Vlaanderen blijft de prooi van de benden van Engelbert van Nassau. In Brugge woeden ziekte en honger. In Gent groeit de burgertwist en het bolwerk van Sluis houdt zich staande met de vingers in de neus. In februari is er sprake van de opstart van omslachtige onderhandelingen in Mechelen. De vrouw van Filips van Kleef komt op dat moment terug uit Frankrijk en ze wordt 'eerlic ontfanghen' in Sluis met een pak Franse toezeggingen betreffende troepen en extra geld op zak. Die beloftes zorgen er voor dat Filips en de Gentenaars zich allesbehalve ootmoedig opstellen aan de onderhandelingstafel.

 

Een urenlange voordracht kan ik samenvatten in één woord. Eer. Het gaat Filips van Kleef enkel om zijn persoonlijke eer. Vooraleer er ook maar gepraat kan worden over vrede, moet de koning in het openbaar verklaren dat de oorlog ontstaan in buiten van Kleefs schuld. Zie ze daar zitten. De ene partij zit met het onbuigbaar rechtsgevoel van een gestraft kind met daartegenover aan andere partij die alleen maar sancties voorziet. De lucht is zwanger van de formaliteiten tijdens een ultieme vergadering. Anno 2014 zou ik dat mierenneukerij willen noemen.

 

Het zeggenschap en de macht zijn belangrijker dan de ellende die heerst op het land, de steden en de dorpen. Na veel gepalaver van weerszijden komen de gezanten van Filips van Kleef en van Gent met hun voorstellen over de brug. Een lijst van 33 artikelen. Hij wil o.a. hersteld worden als gouverneur van Vlaanderen en Henegouwen met al hun sterkten. De soldaten van beide partijen zouden het land dienen te verlaten en schulden die hij gemaakt heeft voor de oorlog zullen door Maximiliaan dienen te worden terugbetaald. En nog veel meer van dat moois. Het antwoord van de tegenpartij laat niet lang op zich wachten: zijn voorstellen zijn onredelijk en onrealistisch.

 

Er volgen nog enkele weken waarbij de Staten-Generaal hardnekkig op zoek gaat naar een oplossing. Het advies van de regering in Mechelen kan rond de 20ste maart niet duidelijker zijn: aangezien Filips van Kleef en Gent de vrede niet begeren, moet men zich voorbereiden op een nieuwe oorlog. Er zullen maatregelen genomen worden tegen de rovers op zee en tegen Gent. Er moet nu op zoek gegaan worden naar het benodigde geld om de strijd te kunnen uitvechten. In diezelfde maand maart poogt het wanhopige en door honger geteisterde Brugge vrede te sluiten met Filips van Kleef. Die gaat echter niet in op de voorstellen.

 

Als reactie roven de Bruggelingen een kostbare zending levensmiddelen die onderweg is tussen Sluis en Gent. Voor de boeren in de buitenomgeving betekent de Duitse bezetting een ramp. Telkens ze met hun lammeren en schapen naar de stad willen komen, worden ze beroofd door die vreemde soldaten die altijd wel een reden hebben om de landbouwers als kop van jut te beschouwen. In de stille week voor Pasen komen ze in Gent tot de vaststelling dat ze voor de kar van Filips van Kleef gespannen zijn en dat dit op zich weinig goeds meebrengt voor hun levensomstandigheden. Jan van Coppenolle is al een flink stuk van zijn invloed kwijtgespeeld. Sluis is sterk en trots. In de rest van Vlaanderen is de nood hoog.

 

'Er moest een einde komen aan den alles verterenden oorlog' staat er geschreven. Einde mei krijgt het Brugse stadsbestuur te horen dat Albrecht van Saksen op korte termijn zal beginnen met wat hij noemt 'de laatste dagvaart'. 'Tgat vander Sluys soude open gaen ende den coopman soude moghen varen ende keeren vry onghemolesteirt, ende tgarnisoen soude vertrecken huyten lande'. Kort daarna begint het beleg van Sluis. Admiraal Filips van Beveren komt met 100 schepen en nogal wat Engels krijgsvolk voor de haven van Sluis liggen. In het Zwin varen er 4 zware oorlogsschepen en begin juli voegen zich daar nog enkele Engelse schepen bij. 'Sy schoten den eersten nacht dat si commen ware seere vreeselicken up die casteelen ende ooc up die stede vander Sluys voorseyt.'

 

Ondertussen is de bom in Gent deerlijk gebarsten. De 16de juni worden Jan en Frans van Coppenolle onthoofd. Een ongeziene partijstrijd heeft maanden aangesleept. De gilde van de schippers grijpt de macht en maakt een einde aan de paardenbrilmentaliteit van de lokale gilden. Het was er Filips van Kleef de hele tijd alles aan gelegen om Gent af te houden van onderhandelingen met Albrecht van Saksen. De Gentenaars hadden in februari nog de euvele moed gehad om hun baljuw uit te leveren aan Sluis als die de stadspoorten voor Albrecht had willen openen.

 

De hardhandige aanpak van het regiment van de nieuwe kapitein-generaal (schoenmaker Hubert) staat sindsdien met bloedige letters in de geschiedenis van Gent omschreven. Maar dat is nu verleden tijd. Na de coup van de schippers en de terechtstelling van de tweelingbroers is de veer en meteen het verzet gebroken bij de Gentenaars. De stad sluit een vernederende en nadelige vrede met Albrecht van Saksen die er ondertussen in geslaagd is om de rust in Holland en Zeeland te herstellen. Er rest nu alleen nog de stad Sluis die zich verzet en die zonder ophouden zijn wijde omgeving, grote steden incluis, bedreigt.

 

De kroniekschrijvers vertellen verschrikkelijke dingen over de arme bewoners van het zo zwaar geteisterde Zeeuws-Vlaanderen, die door de honger en de ontbering krankzinnig worden en alleen maar uit hun lijden verlost worden dank zij de pest. Dit bijna ter ziele gegane Zeeuws-Vlaanderen moet nu dus nog maar eens die nieuwe strijd tegen Sluis ondergaan. De mensen hebben hier altijd hun steun voor Sluis betuigd en actief deelgenomen aan de zeeroverij. Op 10 juli wordt Zierikzee bezet door Albrecht van Saksen. Een slag op zee zal nu niet lang meer op zich laten wachten. Alles wordt in gereedheid gebracht voor een bombardement van Sluis.

 

De oevers van het Zwin, het Zwarte Gat, de twee armen die Sluis met de zee verbinden, worden van blokhuizen voorzien. Met deze blokkade wordt er een einde gemaakt aan de zeeroverij van de Sluise piraten. Kort daarop waagt Filips van Kleef een uitval. Hij steekt met 2000 man en veel geschut over naar het eiland Cadzand waar hij de bedreiging van Sluis wil opheffen. Zijn tegenstander, Wilwolt von Schaumburg, wil niet afwachten en maakt de omgekeerde beweging. Het is tijd voor een slag op zee en voor de echte belegering van Sluis.

 

De hoge waterstand speelt in het voordeel van de Sluizenaars. Ik lees verbaasd dat de toestand bij de Duitse en Engelse belegeraars bepaald desastreus is. Door de hoge waterstand kunnen ze hun eten niet koken. Ziekte en dood dunnen dagelijks de gelederen. De schaduwzijde van de oorlog die vaak verzwegen wordt door geschiedschrijvers komt hier pijnlijk bloot te liggen.

 

Terwijl de ellende op zee troef is, wordt de belegering van Sluis op het land nu ook ernstig aangepakt. We zijn begin augustus. Engelbert van Nassau trekt zijn troepen samen. Onder de manschappen bevinden zich heel wat arbeiders, 'pioniers' die graafwerk zullen moeten uitvoeren. Alle Vlaamse steden en ook het platteland moeten een voorgeschreven aantal gravers leveren. De Franse koning onderneemt pogingen om de Engelsen te laten afzien van hun deelname aan het beleg van Sluis, maar de Engelse koophandel is al zo fel geteisterd door de zeeroverij dat die weigert in te gaan op de Franse voorstellen. Half augustus 1492 'was dye stede van der Sluys ront omme beleyt'.

 

Half september ziet het er voor Sluis bedenkelijk uit. De 14de september gaat er binnen de stadsmuren een processie rond. Gehouden 'tonzen vrouwe, gode biddende om paix' en drie dagen later nog een exemplaar opgedragen aan Sint-Jan, 'gode biddende dat hy sparen wille in ghesondicheden myne heere van Ravestein d'oude.' Weer eens drie dagen verder loopt het nieuws binnen dat Adolf van Kleef overleden is in Souburg. Filips is bedroefd maar de oorlog loopt verder, 'nonobstant ceste doloreuse nouvelle, il persista en son labeur'.

 

Eind september reizen Engelbert van Nassau en de prins van Chimay vol vertrouwen naar Sluis. De omstandigheden om eindelijk tot vrede te komen hebben er lang niet meer zo goed uitgezien. Heel Vlaanderen hunkert naar vrede. De vredesonderhandelingen duren welgeteld acht dagen en de partijen ontmoeten elkaar op een open vlakte even buiten Sluis. Filips kan zich bij de dood van zijn vader Adolf nu wel een steenrijk man noemen. Sluis is ten einde raad en hij zelf krijgt nu een kans om als een groot man in de running te blijven.

 

Deze kans zou hij beter niet laten ontglippen. Op 10 oktober is het eindelijk zo ver. Vrede. Twee dagen later wordt de blijde boodschap tot in Brugge gebracht en geraakt het vredesverdrag tot tevredenheid van beide partijen op papier gezet en geratificeerd. Er maakt zich een wonderlijke ontroering meester van de Bruggelingen. De ellende is eindelijk voorbij. In Sluis zelf heerst er dolle vreugde bij het volk en de regering wanneer de trompetter en de heraut van Filips van Kleef de 'goede nieumaren vanden paise' binnenbrengen. De twee mannen worden met klinkend goud beloond.

 

Ondanks de berooide stedelijke kas. Filips belooft dat hij de eed van trouw zal afleggen in de handen van Albrecht van Saksen. Albrecht en zijn raad beloven dat ze alles in het werk zullen stellen om de keizerlijke ban op te heffen. Van Kleef krijgt onmiddellijk de beschikking van een groot kasteel. Hij belooft van die vesting op te geven als Maximiliaan of zijn zoon Filips de Schone het zouden opeisen. Ten minste als die laatste de leeftijd van 18 jaar zou hebben bereikt.

 

Filips van Kleef kan verder beschikken over zijn jaargeld. Zijn fortuin en dat van zijn vrouw worden ongemoeid gelaten. Alle inwoners van Sluis zouden 'ongeschonden blijven in lijf en goed'. Voor zijn moord op Rassenghem wordt hij buiten verdenking gesteld op voorwaarde echter dat er een financiële regeling getroffen wordt met diens familie. Een aantal eisen van Filips van Kleef aan Maximiliaan worden ook ingewilligd. 50.000 gouden guldens als vergoeding voor eerder verrichte services en als herstellingkosten voor zijn groot kasteel.

 

Van dat bedrag moet zestig procent opgehoest worden door de inwoners van Brabant, Vlaanderen, Holland en Zeeland. De oorlogsschepen van de Sluizenaars, die zoveel kwaad verricht hebben op zee, zullen 'paysivelic moghen bliven'. De vreemde schippers zullen binnen de 14 dagen vertrekken zonder schade aan te richten tijdens hun terugtocht. Er is er zo veel over gepalaverd. Van Kleef is er in geslaagd om haast onmogelijke en onrealistische eisen uit de brand te slepen. Als Filips belooft om een reeks van 20 artikelen tot uitvoer te brengen, zullen al zijn misstappen 'vergheven, ghequeten, ghermitteert en de ghaboliert' worden.

 

Ik sta zelf perplex. Deze schimmige oorlog zonder eigenlijke reden, in de geschiedenisboeken omschreven als 'de successieoorlog', een strijd die vele tienduizenden slachtoffers heeft geëist, wordt beëindigd met een doodgewone handdruk. De antecedenten ervan muteren plotsklaps en zonder verpinken van aartsvijanden tot gezworen vrienden. Alsof een ontaarde caféruzie de volgende morgen bijgelegd wordt door ondertussen nuchtere spitsbroeders. Twee dagen geeft Filips van Kleef het kasteel van Sluis over aan Albrecht van Saksen.

 

Het duurt niet lang meer vooraleer de banieren van Maximiliaan er gaan wapperen in de wind. Het is tijd voor de openlijke 'voetval'. Filips van Kleef op kop. Gevolgd door de heren van de regering van de stad Sluis gaan ze er verplicht op hun knieën en blootshoofds. Ze bieden hem de sleutels van het kasteel aan en bezweren hun trouw aan Albrecht. De eedaflegging duurt een half uur. De hele tijd blijven de heren van stand op hun knieën zitten.

 

Van boetedoening is er later in de avond geen sprake meer. Vergeten en vergeven. Of is het andersom? Hier, in het kasteel waar het de voorbije jaren allemaal om te doen was, wordt nu een groot feest georganiseerd. De vijanden van gisteren dineren er vanavond zeer vriendschappelijk samen. De 16de oktober vertrekt Filips van Kleef naar Brugge waar hij zijn zoveelste plechtige intrede doet, 'waer hy seer minlick ende blijdelijck ontfanghen was ende ghinc logieren int hof van Ravesteyn'.

 

Ik heb er zo mijn bedenkingen bij of dat de Bruggelingen werkelijk zeer enthousiast zijn om deze man weer in hun rangen te sluiten. Hoe kunnen ze ooit de door Filips veroorzaakte ellende, de 'grandis pestilentia Slusae' uit hun geesten bannen? Er volgt nog een verzoeningsfeest tussen Albrecht en Filips te Brugge zelf. Ik vraag me af wat de heren nu denken op deze zondag de 21ste oktober van het jaar 1492. De inwoners van de kleine plaatsen laten de grote steden achter zich en keren terug naar huis. Een derde van hun vrienden is omgekomen. Zij die terugkeren zijn zo arm als Lazarus. Dijken en sluizen zijn zo erg beschadigd dat ze niet eens meer behoorlijk hersteld kunnen worden. De gevolgen blijven niet uit.

 

Twee jaren later in de tijd staan de akkers er nog altijd verwilderd bij. Maximiliaan moet zijn opperjachtmeester van Vlaanderen opdracht geven om het vlakke land te zuiveren van de talijke roedes wolven en wilde zwijnen. De campagne zal duren tot in 1494. De hele tijd door kunnen de boeren niet op het land werken. Maar ze klagen niet meer. Er is eindelijk vrede.