P1488100

In het jaar 1482 sterft gravin Maria van Bourgondië aan de gevolgen van een val tijdens een jachtpartij in de buurt van Wijnendale. Ze laat een man en twee kinderen na. Maximiliaan met de kleintjes Filips en Margaretha. In principe zal haar zoon Filips de Schone de nieuwe hertog van Bourgondië en meteen ook graaf van Vlaanderen worden. Het ventje is bij de dood van zijn moeder zelf nog amper de pampers ontgroeid en dus staat het in de sterren geschreven dat zijn vader Maximiliaan van Oostenrijk plaatsvervangend regent zal worden voor de volgende 10 à 15 jaar. Enfin, dat is toch de bedoeling.

 

Maximiliaan heeft het er sinds zijn huwelijk met Maria in 1477 eigenlijk goed van af gebracht. Hij is er in geslaagd om de Franse koning Lodewijk XI uit Vlaanderen te weren en dat is niet zonder slag of stoot verlopen. Over die gebeurtenissen heb ik het al uitgebreid gehad in mijn vorige hoofdstukken. Ik weet niet hoe zit met jou, beste lezer, maar het jaar 1500 staat bij mij volledig gereserveerd voor de geboorte van keizer Karel.

 

Mijn vroegere geschiedenisleraars hebben er prima voor gezorgd dat keizer Karel voorgoed in mijn geheugen gegrift werd. Ik wil het later zeker uitgebreid hebben over het reilen en zeilen van deze icoon, maar eerst heb ik nog andere te katten te geselen. Mijn bewuste keizer Karel zal bij zijn geboorte de oudst geboren zoon worden van Filips de Schone. Met de gebeurtenissen van dit verhaal kom ik dus terecht bij zijn opa Maximiliaan die het nu verder moet zien te rooien met zijn kinderen Filips en Margaretha in het voor hem vreemde Vlaanderen. De hele voorgeschiedenis van keizer Karel biologeert me uitermate.

 

Het lijkt er op dat ik zijn prominente plaats in mijn hersencellen op een of andere manier wil rechtvaardigen. De periode tussen 1450 en 1485 heb ik hier en daar al aangesneden met de dagboeken van Jan van Dadizele, maar met diens dood in 1481 ben ik meteen ook mijn voornaamste getuige kwijtgespeeld.

 

Ik prijs me bijzonder gelukkig dat ik in het Ieperse stadsarchief kennis kan maken met een proefschrift uit 1937 van een zekere Arie de Fouw. 'Philips van Kleef, een bijdrage tot de kennis van zijn leven en zijn karakter', luidt de titel. Het hoofdpersonage van de Fouw blijkt een vertrouwenspersoon van het huis van Bourgondië. Hij groeit uit van speelkameraadje van Maria van Bourgondië tot een belangrijke pion in het bestuur van Vlaanderen in de periode tussen 1456 en 1528. En dat is precies de periode die me werkelijk interesseert.

 

De studie van kandidaat-doctor in de letteren en wijsbegeerte Arie de Fouw (1898-1945) biedt me een gouden kans om de interne keuken van Vlaanderen te leren kennen. Lectuur met insider-informatie is vaak belangrijker dan officiële geschiedenis. De wetenschap dat Filips van Kleef trouwens een stief achterkleinzoon is van graaf Jan zonder Vrees, maakt zijn aanwezigheid in mijn kronieken dubbel zo interessant. Ik neem mezelf dan ook voor om me de komende maand te buigen over het proefschrift van de gewezen student aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

 

Hier, vanuit mijn bureaustek van het jaar 2014, pal in het midden van de Westhoek, wil ik wel eens weten hoe diezelfde Westhoek de hele periode heeft beleefd. Ik verplaats me onmiddellijk naar de jeugdjaren van mijn hoofdrolspeler. Filips van Kleef dus. De ouders van Filips zijn Adolf van Ravenstein en prinses Beatrix van Portugal. Adolf en zijn broer Jan zijn kind aan huis bij het hof van graaf (hertog) Filips de Goede en krijgen er een elitaire opleiding en een riddereducatie om 'u' tegen te zeggen.

 

Ze worden door de graaf 'les enfants de Cleve' genoemd. Jonge edelen met een vorstelijke allure. We mogen niet vergeten dat Adolf van Ravenstein een kind is van de zuster van Filips de Goede en dat Jan en Adolf dus 'nonkel' moeten zeggen tegen de sterke man van Vlaanderen en Bourgondië. Adolf van Ravenstein schopt het tot ridder van het Gulden Vlies en kan zich beroemen op een schitterende carrière gevuld met krijgsroem en hoge functies in het bestuur van het land. De Fouw worstelt met het geboortejaar en de geboorteplaats van zoon Filips van Kleef, maar besluit die vast te pinnen ergens in de periode rond 11 november 1456 in het Franse Le Quesnoy.

 

Als hij 6 jaar is, sterft zijn moeder Beatrix. Vader Adolf rouwt en blijft weduwnaar tot in 1470 wanneer hij in het huwelijk treedt met Anna van Bourgondië, een natuurlijke dochter van Filips de Goede. Het blijft allemaal in de familie en wat hier zedig aangegeven wordt als 'natuurlijk', betekent uiteraard dat de stiefmoeder van de 14-jarige Filips van Kleef eigenlijk een bastaarddochter is van graaf Filips de Goede.

 

Die laatste is trouwens in 1467 overleden en de macht is nu in handen van zijn zoon, de 34-jarige Karel de Stoute. De nieuwe sterke man, hertog Karel, is op het moment van zijn aantreden getrouwd met Isabella van Bourbon. Samen hebben ze één dochtertje: Maria van Bourgondië. Maria werd geboren in 1457 en Filips van Kleef in 1456.

 

Ze beleven hun kinderjaren in elkaars buurt. Vanaf 1470 maakt de jonge Filips deel uit van de grafelijke entourage en wordt hij steevast in de buurt van Maria van Bourgondië gesignaleerd. Ik wil zelf niet te diep ingaan op zijn jeugd en me hiermee in oeverloze details storten. Hij behoort kort samengevat zonder twijfel tot de top tien van de hoogste adellijke knapen in de naaste omgeving van Karel de Stoute.

 

Het kleine decadente wereldje van de graaf heeft lak aan wat er gebeurt in de Vlaamse steden. Enige vorm van moraliteit is ver te zoeken als ik Arie de Fouw mag geloven: 'in 1467 was Filips van Kleef er nog wel te jong voor en de uitbundige feesten in 1468 te Brugge bij gelegenheid van Karels huwelijk met Margaretha van York, waarbij vader Adolf in de tornooien weer de voornaamste rol speelde, zullen zijn kritiek niet wakker geroepen hebben. Toch is het haast ondenkbaar, dat de tegenstelling tussen de verspilling en schraapzucht der aanmatigende edelen en de vlijt en spaarzaamheid der burgers op de duur aan de zoon van Beatrix niet opgevallen zouden zijn.'

 

De bal gaat aan het rollen in 1475. Karel de Stoute en de Franse koning sluiten in het najaar van dat jaar een wapenstilstand voor een periode van 9 jaar. De hertog van Bourgondië wil van deze adempauze profiteren om af te rekenen met de Lotharingers en de Zwitsers. Karel de Stoute benoemt Adolf van Kleef tot luitenant-generaal van zijn Bourgondisch territorium om zich zelf te concentreren op zijn strijd in Lotharingen.

 

Zoon Filips is op dat moment 19 jaar en hij staat klaar om in de voetsporen van zijn vader te treden. De Franse koning kent de bedoelingen van zijn opponent en denkt bij zichzelf: 'doe maar man, je zal hier veel energie verspillen en uiteindelijk toch het onderspit delven.' Hij heeft het uitstekend gezien want Karel de Stoute zal sneuvelen in januari 1477. Noch hij, noch zijn geweldige leger zullen de Fransman nog verder parten spelen. En met Maria zal hij een zachtgekookt eitje op zijn bord krijgen.

 

Op 11 april 1477, Karel de Stoute is al dood en begraven en verleden tijd, plaatst Maria van Bourgondië haar gewezen speelkameraad op het zelfde niveau als zijn vader Adolf. De Franse koning is ondertussen al begonnen met zijn speldenprikken ten opzichte van Vlaanderen. Vader en zoon van Kleef moeten er samen voor zorgen dat de Vlaamse edelen stand zullen bieden aan deze Franse agressie. Filips wordt verantwoordelijk voor de organisatie van de verdediging. Het is bepaald een vergiftigd geschenk.

 

De finefleur van de Vlaamse adel is ten onder gegaan in de slag van Nancy en nu moet hij maar de brokken proberen te lijmen in het thuisfront. Eigenlijk is het een kwestie van te redden wat er te redden valt en zich te concentreren op de meeste kritiek te verdedigen plaatsen. Het goed aangevoerde en omvangrijke Franse leger is belust op de rijke Vlaamse buit. De zuidelijke Vlaamse steden in Vlaanderen, Artesië en Henegouwen worden bemand door zwakke garnizoenen en eigenlijk geen partij voor het Franse leger.

 

Ondertussen probeert Maria van Bourgondië haar vel te redden door te onderhandelen met de Franse koning die notabene haar eigen peter is. Na de eerste Franse aanvallen wil Lodewijk zelf ook wel onderhandelen met de entourage van Maria van Bourgondië. Misschien kan hij zonder oorlog zijn slag binnenhalen. De Vlaamse steden met Gent op kop jutten hun volk op om in opstand te komen tegen het Bourgondische strafbewind van de voorbije decennia en proberen hun verloren stedelijke autoriteiten terug te winnen van de jeugdige en onervaren hertogin.

 

Waarom zou de Franse koning niet even wachten tot dat het Bourgondisch bestuur in Vlaanderen van zichzelf implodeert? Dank zij de toekenning van het 'Groot Privilege', slaagt Maria er in om de steden opnieuw aan haar zijde te krijgen en ook de Vlaamse adel blijft grotendeels achter het Bourgondisch bestuur staan. De garnizoenen aan de Franse grens kunnen nu van meer volk worden voorzien. In april 1477 gaan St.-Quentin, de Somme-steden en Terwaan echter verloren. St.-Omer staat op vallen en het platteland van de Westhoek is nu overgeleverd aan de willekeur van de Franse soldaten van Lodewijk XI.

 

Het is zonder meer een vuile oorlog. Een relaas van belegeringen, plunderingen, brandschatting en brandstichting, van onmenselijke wreedheden tegenover mens en dier. In deze wereld van angst en wanhoop, van wreedheid en ellende, moet de jonge en onervaren Filips van Kleef zijn eerste militaire ervaring opdoen. Zijn debuut zal wel niet gemakkelijk zijn. Dat is heel wat anders dan zijn deelnames aan de prestigieuze tornooien uit het verleden. Hij en zijn vader konden zich bogen op de graaf die gekend was als een onverschrokken doorzetter en durfal.

 

En nu moeten ze maar zelf het ijzer uit het vuur weten te halen voor dat bang jong meisje dat onervaren is in de oorlog en in de diplomatie. Filips is trouwens al pertinent aanwezig bij de officiële inhuldiging van Maria te Gent in de loop van de maand februari van het jaar 1477 en ook de huwelijksplannen van de hertogin verrassen hem niet. Op 26 maart, kort nadat de Staten van Vlaanderen hebben besloten om Maria te dwingen tot een huwelijk met de 7-jarige Franse kroonprins Karel, voert die haar eigen willetje uit.

 

Ze wil niet gedwongen worden om met die Fransman te trouwen en ze dringt er op aan bij haar verloofde Maximiliaan van Oostenrijk om snel af te komen. Kwade tongen beweren trouwens dat Filips van Kleef zelf een huwelijk ambieert met zijn vroeger vriendinnetje. Filips moet nog veel leren. Dat stellen we vast wanneer hij ter hulp wordt geroepen om Douai te beschermen tegen een Franse invasie. En ook in Bergen krijgt hij het aan de stok met de schepenen. De lokale bestuurslieden blijken erg lange tenen te hebben. Van Kleef moet nog snappen hoe hij moet omgaan met de stedelijke gevoeligheden.

 

De jonge ridder kan echter nooit betrapt worden op impulsiviteit. In oorlogszaken zal hij zeker niet blindelings in de dood rennen à la Karel de Stoute. Zijn koele berekendheid zullen zijn vijanden later lafheid noemen. In 1477 kan ik hem dan gerust al bestempelen als een militaire strateeg die vooral oog heeft voor de praktische kant van de zaken. Ondertussen lijdt vooral Henegouwen zwaar onder de oorlog en Filips krijgt er alle bevoegdheden om de verdediging te organiseren. Hier de leiding voeren over de militaire verrichtingen is trouwens geen sinecure. De troepen zijn eigengereid en ongehoorzaam. Er is op een enkel moment sprake van eenheid in de geesten en in de verdediging. Valenciennes wordt ondertussen het middelpunt van een bittere strijd.

 

In juli 1477 bekampen de partijen elkaar hard tegen onzacht. Tussen Valenciennes en Ghislain gaan de meeste dorpen in vlammen op. Gelukkig is er het huwelijk van Maria met Maximiliaan in augustus 1477. Ik heb het er al uitgebreid over gehad. Met de winter in zicht komt er een tijdelijke wapenstilstand met Frankrijk. Het lot van Filips van Kleef ligt voortaan in de handen van het nieuwe echtpaar.

 

Op 1 oktober 1477 wordt hij aangesteld als kapitein-generaal van Rijsel, Douai en Orchies en een maand later benoemen Maximiliaan en Maria hem tot 'chef et capitaine d'une des compagnies de cent hommes d'armes, cent archiers à cheval et deux gens de trait à pied, aux gages et pension de 100 francs par mois.' Filips kan tijdens de winter opnieuw genieten van het hofleven in de omgeving van Maria en Maximiliaan. Daarna sleept de oorlog met Frankrijk zich naar de slag van Guinegate. Het Vlaamse leger slaagt er in om de Fransen neer te slaan.

 

De rol van Filips van Kleef bij deze victorie lijkt me minder positief. Een aura van lafheid en verraad zal hem hierdoor de rest van zijn leven achtervolgen. Tijdens de overtocht van de Leie vecht Filips in de voorhoede zo goed als onder de ogen van Maximiliaan. Hij weert zich als een dapper man, maar hij heeft blijkbaar af te rekenen met een nukkig paard dat hem tegen zijn wil voor de anderen uit brengt. Tot overmaat van ramp wordt hij zwaar ten val gebracht door de Franse tegenstand.

 

Maximiliaan ziet het allemaal voor zijn eigen ogen gebeuren en is er van overtuigd dat zijn kapitein gesneuveld is. In werkelijkheid is er enkele sprake van schade aan de teugels van het paard en kan Filips zich weer in het zadel hijsen. Door de kruitdampen heen kan hij op dat moment niet onderscheiden waar hij zich precies bevindt en zo raakt hij met enkele andere edelen tot zijn grote schrik afgezonderd van het hoofdleger.

 

Daar worden ze opgemerkt door een Franse eenheid van zeker 100 ruiters die in de keurig uitgedoste ruiter Maximiliaan menen te herkennen en de achtervolging op hem inzetten. Van Kleef kan alleen zorgen dat hij zich uit de voeten maakt, er volgt een ongetwijfeld spectaculaire achtervolging van 9 km die hem tot in Arien leidt bij een divisie Vlamingen die denken dat de slag van Guinegate verloren is. Van Kleef weet wel beter. De zaken zien er goed uit voor de Vlamingen.

 

Met 400 ruiters keren ze nu terug naar het slagveld. Er wordt opnieuw veel geëist van de mannen en de paarden. Ondertussen is de nacht aangebroken en pas bij het aanbreken van de volgende ochtend slaagt Filips er in om zijn troepen tot bij Maximiliaan te leiden. Die is zeer gelukkig om zijn kapitein ongedeerd zien. Er volgen geen verwijten. Nu nog niet. De vreugde om zijn behoud is hiervoor te groot. Maar de twijfel is gezaaid. Waarom is zijn rechterhand op de vlucht geslagen? Die vraag zal hem voor de rest van zijn leven achtervolgen. Guinegate zorgt niet voor een einde van de oorlog. Lodewijk XI blijkt stoken.

 

Tot een rechtstreekse confrontatie komt het niet meer. De diplomatie komt nu weer op de voorgrond. Maximiliaan probeert Bretagne en Engeland aan zijn kant te krijgen. De jonge echtgenoot van Maria heeft hoge ogen gegooid bij zijn entree, maar beetje bij beetje helt dat positief gevoel over naar een gevoel van wrevel. Vooral Gent stelt zich van langs om halsstarriger op onder leiding van Jan van Dadizele. Die laatste wordt door de Fouw omschreven als 'spiritus auctor' en ik ben geneigd om dat te vertalen in 'stokebrand'. Voor het eerst krijg ik onze Westhoekautoriteit onder een andere gedaante te zien.

 

Zijn vermoording in oktober 1481 en het feit dat er hiervoor geen schuldigen worden opgepakt, zal de verhouding tussen Gent en Maximiliaan alleen maar slechter maken. De eerste verzetsdaden tegenover de hertog spelen zich af in een schimmige zone. Tussen de diplomatieke hoop en de vrees voor een heropflakkering van de oorlog. Maximiliaan bevindt zich meer in de zuidelijke steden dan aan zijn eigen hof. Het jaar 1480 brengt niet veel belangrijks. Een brief van Maria & Maximiliaan aan de van Kleefs illustreert de treurige toestand in de welke de Westhoek en het zuiden van Vlaanderen zich bevinden na 3 jaar van oorlog.

 

Noem het maar gerust een guerrillaoorlog. Adolf en Filips moeten er voor zorgen dat de soldaten van de garnizoenen het platteland niet afstropen. Ze dienen de soldaten 'trouvés en vagabondage' naar hun garnizoenen terug te sturen en de schuldigen streng te straffen. Het moet gedaan zijn dat kapiteins van het eigen leger zomaar geld eisen en aftroggelen van de steden en de dorpen. In augustus 1481 wordt er een nieuwe wapenstilstand ondertekend tussen Maximiliaan en de zieke Lodewijk XI die nu ook wel heeft ingezien dat de verovering van de erfenis van Karel de Stoute op een sisser is afgelopen. Ook Maximiliaan is dringend toe aan rust zodat hij zich kan concentreren op de stijgende onrust in het Vlaamse binnenland.

 

In januari 1482 roept hij de drie leden van Vlaanderen samen. Gent weigert en stuurt zijn kat. Op 27 maart 1482 treft Maximiliaan de zwaarste slag die hem als vorst en als mens kan treffen: de dood van Maria. Hij blijft alleen achter. Er zijn grote veranderingen op komst. De positie van Maximiliaan in Vlaanderen wordt na de dood van zijn vrouw bijzonder wankel. Begin mei 1482 wordt hij wel nog door de Staten-Generaal aangesteld als voogd en regent voor zijn zoon, maar de Vlamingen hebben tezelfdertijd ook ondubbelzinnig hun wens voor vrede met Frankrijk uitgesproken. Op 3 mei wordt een adviesraad opgericht die onze gewesten zal besturen in zijn naam.

 

In die raad zetelen Filips van Kleef, Wolfert van Borselen, de bisschop van Luik, de heer van Gruuthusen en de heer van Rassenghem. Ik verduidelijk even dat met de heer van Gruuthusen hier Adolf van Kleef bedoeld wordt. De vorming van die adviesraad werd trouwens ingeluid door een akkoord dat de drie Leden van Vlaanderen in naam van het hele land met elkaar afsluiten op 22 juli, de 'XIIe dach van Hoymaent'.

 

Na de dood van Maria engageren Ieper, Gent en Brugge zich tot een eeuwige verbintenis. In de gevallen dat er zich spanningen zullen voordoen tussen twee steden zal de derde er alles aan doen om het geschil te regelen. De regent die tijdens de minderjarigheid van Filips de Schone benoemd zal worden, zal zich dienen in te spannen voor het algemeen belang en voor de publieke vrijheden. De steden maken zich sterk om de handel en de nijverheid te beschermen en ze zullen gezamenlijk de staatszaken behartigen. Die staatszaken zullen ongetwijfeld te maken hebben met de Franse zuiderbuur die nogal wat in de pap te brokken heeft in Vlaanderen en vooral in het Ieperse en het Kortrijkse.

 

De brieven aan het stadsbestuur getuigen van een grote autoriteit van de Franse koning betreffende een textielconflict tussen Ieper en Neerwaasten. De oorlog met Frankrijk flakkert in 1482 trouwens weer op maar deze keer worden de vredesonderhandelingen gevoerd door de Vlamingen zelf. Conform hun onderling akkoord. Zeker nadat de Fransen in juli Arien aan de Leie weer hebben ingenomen. Het verhindert Maximiliaan om zijn eerder beloofde steun aan de Luikse Lodewijk van Bourbon tegen de door Lodewijk XI opgejutte geuzenleider Willem van der Marck, 'het zwijn van de Ardennen', uit te voeren.

 

Hij krijgt daarvoor op 30 augustus 1482 de rekening gepresenteerd wanneer de bisschop vermoord wordt en de moordenaar zich door de kanunniken van Sint-Lambert laat uitroepen tot regent van het Luikse bisdom waar, tot overmaat van ramp, ook Brabant toe behoort. Deze coup betekent meteen ook het begin van een burgeroorlog in het Luikse. Nog diezelfde dag trekken de Leuvenaars ten oorlog. Op de voet gevolgd door de troepen onder leiding van Filips van Kleef die meteen ingrijpen in de Luikse chaos.

 

Op 3 september capituleert Sint-Truiden. Opvallend hierbij is de menselijkheid en gematigdheid met de welke Filips ingrijpt. We stappen weer naar de Franse grens. De onderhandelingen met de Vlamingen leiden in december 1482 tot de vrede van Atrecht. De Vlaamse steden hebben hun buik vol van die Bourgondische oorlogen en ze weigeren nog verdere militaire steun te verlenen aan Maximiliaan die verplicht wordt om een deal te maken met de Fransen. Bourgondië, Artesië en Picardië blijven bij Frankrijk. Maximiliaan moet, willen of niet, toestaan dat zijn tweejarig dochtertje Margaretha een verloving aangaat met de Franse kroonprins Karel.

 

Het proefschrift van Arie de Fouw leest chaotisch. Ik roep de hulp in van historicus Paul Morren die wat structuur stopt in de gebeurtenissen van die periode en die me met zijn werk 'Van de dood van Karel de Stoute tot de troonsbestijging van Aartshertog Karel, 1477-1515' bijzonder behulpzaam is. Zo heeft hij het over de toestand in Henegouwen tijdens de winter 1482-1483. De situatie in de Westhoek zal niet anders zijn.

 

Aan de hand van de memoires van Jean Molinet kan ik zo de koude aan den lijve ondervinden. Henegouwen en de Westhoek bevinden zich in het scheidingsgebied tussen Bourgondië en Frankrijk. De vorige winter was al niet van de poes, maar ook nu is de winter tussen 23 december 1482 en 7 februari wreed en verschrikkelijk koud. De wind blaast ononderbroken vanuit het noordoosten. 'Kleine kinderen worden dood aangetroffen in hun bedsteden en wiegen. Verschillende ruiters bevroren in de velden en stierven bij het afstijgen.

 

Pelgrims, voetgangers, woudbewoners en dezen die zich in de bossen waagden waren niet bestand tegen de ondragelijke koude en gaven de geest midden de eiken, hagen, boscagiën en struikgewas. Vogels werden dood opgeraapt op de velden, binnenplaatsen en jachtterreinen. Heel wat bomen stierven uit door de vrieskoude en de onvruchtbaarheid, als gevolg van de uitgesproken droogte van de samengekoekte en onbewerkte grond. Zelfs de maanden april en mei waren vreemd en ongewoon, waardoor de daaropvolgende tijd zich weerbarstig toonde om fruit te dragen.' Ik heb het vaak over de nood aan empathie als we schrijven over geschiedenis. Dit keer heb ik er vermoedelijk wat te veel. Kan ik anders?

 

Als je volgende passage leest, kan je dan iets anders dan mee te gaan in de huid van het landvolk en de eenvoudige mensen van 500 jaar geleden? De lezer kan het best voor zichzelf uitmaken als hij onbewogen wil blijven bij volgende passage: 'Het moet daarbij gezegd worden dat de wapenlieden zoveel voedsel hadden aangeslagen en zoveel gronden hadden verwoest, dat de hongersnood toesloeg in het hele land van Henegouwen en in de steden van de omgeving…. Heel wat arme lieden, die in deze noodsituatie de koude van de winter hadden overleefd, slaagden er niet in de grote hongersnood van de zomer te overleven en stierven miserabel op de mesthopen, in de straten.'

 

Midden in deze menselijke ellende concentreert de oorlog zich verder in het Luikse. Op 6 januari 1483 zal de slag om het kasteel van Hollogne de teerling op de goede zijde doen vallen. Het leger van Filips van Kleef, 6000 à 7000 man, neemt het op tegen de belegerde manschappen van Willem van der Marck.

 

Ik ga niet dieper in op de details van de moorddadige slag. Filips van Kleef verovert Hollogne en van der Marck slaat op de vlucht naar Luik. Zijn strategische capaciteiten hebben het verschil gemaakt. Op 10 januari 1483 wordt Filips de Schone, het zoontje van Maximiliaan en Maria door de Staten-Generaal gehuldigd als soeverein van Vlaanderen. Onze vorst heeft ondertussen de leeftijd van 4 jaar bereikt. De nood om vader Maximiliaan aan de kant te schuiven moet groot zijn.

 

Vooral de Gentenaars oefenen hiervoor grote druk uit. 'Zo ordonneerde men daer die voornoemde onbejaerde prince metten zelven ooc vier voochden, te wetene: Jacques van Savoyen, die grave van Rommont, daer die coninck Loys van Vranckerijcke die zustere of ghetraut hadde; Adolf van Cleven, die grave van der Marcke, heere van Ravesteyn, Wijnendale ende Torhout; Adolf van Borsele, die grave van Grootvelt, heere van der Vere, ende mer Philips van Boergoegnen, die heere van Bevere, zuene van mer Antheunis, den grooten bastaert van Boergoegnien, die noch ter tijd in Vranckerijcke ghevangen lach, als voorzeit es, omme ghezamelick voortan tlandt te gierene, zoot behoorde, by den advyse nochtans van de generale staten ende drie leden van Vlaenderen.

 

Men can wel peynsen ende dincken hoe dese nieumare die eerdthertoghe Maximiliaen greyen mochte'. Vier raadsleden zullen dus, in opdrachten van de Staten-Generaal, de nieuwe soeverein bijstaan bij zijn beleid: Adolf van Kleef, Filips van Beveren, Lodewijk van Gruuthusen en Adriaan van Rassenghem. Maximiliaan concentreert zich nu volop op zijn militaire activiteiten. Hij en Van Kleef voeren tot halfweg het jaar 1483 een bittere en gruwelijke oorlog in het Brabantse en rond Luik die ze in ruïnes achterlaten.Zomer 1483. Maximiliaan vertrekt naar het noorden, naar Utrecht, om de stad te doen gehoorzamen aan de bisschop van Bourgondië. In Vlaanderen heeft hij amper nog iets in de pap te brokken.

 

Hij moet er in berusten dat zijn oudste zoon in handen is van de Gentenaars en dat zijn dochtertje, drie jaar oud, een teer en fragiel meisje, conform het verdrag van Atrecht naar Frankrijk wordt gebracht om er te trouwen met de kroonprins. De macht over de zuidelijke Nederlanden is toevertrouwd aan Filips van Kleef terwijl zijn vader Adolf de bijzondere zorg voor Filips de Schone toevertrouwd krijgt. Het illustreert de macht van vader en zoon van Kleef. Ik gebruik de term 'zuidelijke Nederlanden'. Eigenlijk is het aangewezen om Vlaanderen even te plaatsen in het Bourgondische rijk van de 15de eeuw. Anno 2014 is Vlaanderen het noordelijk deel van België. Het België van nu is enigszins te vergelijken met het Bourgondië van die dagen.

 

Met dat verschil dat Nederland (met uitzondering van Friesland) er ook deel van uitmaakt. Het groothertogdom Luxemburg valt in die jaren ook onder de gebieden van de hertogen van Bourgondië, net zoals het hele noordoostelijke gebied van Frankrijk. Lotharingen, de Bourgogne, Franche-Comté. Het hele land tot aan de Alpen. De meeste regio's zijn van oudsher Franse (Frankische) gebieden en werden nog geen eeuw geleden door Jan zonder Vrees ingepalmd.

 

Wanneer je de kaart bekijkt, begrijp je meteen hoe de machtige Bourgondische staten Frankrijk als het ware in een wurggreep houden en versta je meteen waarom de Fransen er zo tuk op zijn om hun verloren gebieden opnieuw onder controle te krijgen. De dood van Maria van Bourgondië, de achterkleindochter van Jan zonder Vrees, is zonder meer een opportuniteit voor de Franse koning. Wees er maar zeker van dat het verzet van de Vlaamse steden tegen Maximiliaan van Oostenrijk met plezier wordt gadegeslagen aan het Franse hof. Maximiliaan is taaier dan verwacht. Hij mag zich dan wel geboycot voelen door de Vlamingen, maar voor de rest van zijn Bourgondisch rijk ziet het er naar uit dat hij weer controle krijgt over de zaken.

 

De rust in Brabant, Utrecht en Luik lijkt teruggekeerd en de dwarsliggerij van de Vlaamse steden mag meteen ook gerelativeerd worden in de context van het machtige Bourgondië. Het feit dat de goede steden van Vlaanderen; Ieper, Brugge en Gent zo veel op hun neus zetten, wordt trouwens niet overal in dank aanvaard. Vooral het eigenzinnige Gent wordt wantrouwig bekeken. Ook Brugge gaat in september 1483 zwaar in de fout door de Heilige Kruisfoor van Antwerpen te boycotten. Ze organiseren op hetzelfde tijdstip hun eigen jaarmarkt en verbieden hun poorters om deze van Antwerpen te frequenteren. Beide markten draaien finaal uit op een fiasco.

 

De Vlaamse steden kijken alleen maar door hun eigen enge bril. Hun houding wordt met een geleerd woord 'particularisme' genoemd. De belangen van hun eigen stad primeren op deze van het land. Niemand in Vlaanderen en in Brabant heeft zin om naar de pijpen van Gent en Brugge te dansen. Het is dus maar logisch dat de moederschoot van Bourgondië het enige alternatief is. Een prima zaak dus voor de aartshertog, goed nieuws dat trouwens nog gevolgd wordt door meer gunstige tijdingen voor onze weduwnaar. 30 augustus 1483. Exit Lodewijk XI.

 

De dood van de zieke Franse koning komt voor Maximiliaan op een gegoten moment. Zijn zoon Karel VIII volgt hem op. De puber is dertien en als ik Wikipedia mag geloven werd zijn opvoeding door zijn vader zwaar verwaarloosd en kan de jongen op het moment van zijn troonsbestijging lezen noch schrijven. Met dat kereltje is Maximiliaans dochter verloofd.

 

Lodewijk is waarschijnlijk nog niet koud als Maximiliaan zijn berustende houding ten opzichte van de 4 Vlaamse regenten laat varen en hij hen schriftelijk beschuldigt van verraad ten opzichte van zijn eigen persoon. Maximiliaan stuurt een gezant richting Karel met de vraag om opnieuw te onderhandelen over de vrede van Atrecht. Maar ook de regentschapsraad laat zich niet onbetuigd. Een Vlaams gezelschap met onder andere Filips Wielant vertrekt met vriendschapsbetuigingen naar Frankrijk om Karel VIII te feliciteren met zijn regeringsaanvaarding.

 

Ze gaan zelfs zo ver om hem militaire hulp aan te bieden in zijn strijd tegen Maximiliaan. Tja. Militaire hulp is eigenlijk een understatement. Een algemene mobilisatie is het. De 27ste september beslist de Raad van Vlaanderen hiertoe. In naam van de jonge Filips de Schone. Alle Vlaamse mannen tussen de 18 en de 70 jaar dienen zich op 12 oktober aan te bieden als soldaat. Verkleed in de kleuren van Vlaanderen. Wit en paars, 'wit ende persch'.

 

De mannen zullen in elke parochie gescreend en beoordeeld worden door de lokale officieren die er de sterkste, beste bewapende en best geklede mannen zullen uitpikken. Honderdvijftigduizend mannen worden geselecteerd. Blijkbaar wordt het menens. De streek van Ieper, Cassel en Belle wordt verplicht om 40.000 strijders ter beschikking te stellen. Bij hun terugweg uit Frankrijk wordt de Vlaamse delegatie gevangen genomen door de mannen van de Henegouwer Lancelot van Barlaymont. 14 oktober zijn we. De delegatieleden worden naar het slot van Barlaymont gevoerd waar ze hun 'brieven van secrete' moeten afgeven. Groot protest in Vlaanderen natuurlijk, maar de Henegouwse Staten-Generaal verklaart zelf geen jurisdictie te bezitten over Barlaymont.

 

Maximiliaan zelf neemt de ontvoering laconiek en lichtzinnig op en het lijkt er zelf op dat hij die stilzwijgend goedkeurt. Dat zal wel. Zelfs de Vlaamse boden mogen voor wat hem betreft, gearresteerd worden. Een oorlog tussen Vlaanderen en Henegouwen is niet veraf. Voor Filips van Kleef wordt het ondertussen dansen op een slappe koord. Hij handelt zowat als rechterarm van de hertog op het moment dat zijn vader Adolf volop de oppositie aangaat tegen diezelfde Maximiliaan. De Vlaamse regenten laten niet op hun kop zitten en dienen de hertog op 15 oktober 1483 van antwoord: Maximiliaan heeft geen rechten om voogd te worden over zijn zoontje Filips en al zeker niet om zich graaf van Vlaanderen te noemen.

 

Het is grotendeels zijn schuld dat Vlaanderen onder ondraaglijke lasten gebukt gaat. Hij heeft de juwelen van Maria verkocht, luistert naar diezelfde vreemde raadgevers die wel de moord van hun broeder Jan van Dadizele op hun kerfstok hebben. Vlaanderen en Brabant kunnen zich best buitenbeentjes noemen in het hele Bourgondische rijk dat Maximiliaan wel als voogd erkent. De Vlamingen zien er de noodzaak niet van in. Ze willen dat de jonge Filips een Vlaamse opvoeding krijgt. Ze dromen over een toekomst met een vorst die in staat is om de behoeftes van het volk te begrijpen en desnoods haar belangen te verdedigen.

 

De oude handschriften weerspiegelen hun verzuchtingen en hebben het meteen over de reactie van vader Maximiliaan. 'Men maekte zich van den jongen vorst meester, en huldigde hem in als graef van Vlaenderen. Zes edelen werden tot voogden aengesteld, om gedurende Philips minderjarigheid in zynen naem de zaken te besturen. Maximiliaen, over zoo veel stoutheid gebelgd, bezigde geweld, en dwong de vlaemsche steden hem als voogd te erkennen. Hy strafte Gent, als het hoofd van den oproer, schonk een aental nieuwe ambten aen vreemdelingen, liet duitsch krygsvolk in het land, en wilde weldra nieuwe schattingen ligten.

 

De toetste ridder, gelyk zyne levensbeschryvers hem noemen, bekreunde zich weinig over het morren van een vryheidademend volk, en wellicht droomde hy van eene onvoorwaerdelyke ouderwerping.' Ik ben wat vooruit gelopen op de feiten en haast me terug naar het moment dat Maximiliaan op de hoogte gesteld wordt van de Vlaamse grieven. Hij ontvangt het nieuws in de vorm van een brief in Den Bosch en vindt het opmerkelijk dat het schrijven afkomstig is van de regenten en niet van de Staten-Generaal.

 

Hij vermoedt dat het in Vlaanderen ook niet allemaal koek en ei en eensgezindheid is. In zijn scherp antwoord van 23 oktober speelt hij daar handig op in door een scheiding uit te lokken tussen de vier regenten en het Vlaamse volk. Iets wat op het eerste zicht niet aanslaat, maar amper zes maanden later distantiëren Adolf van Kleef en Filips van Beveren zich wel degelijk van de Gentenaars. Maximiliaan heeft het goed gezien. Hoe dan ook: op 23 oktober 1483 verbreekt hij eenzijdig de autoriteit van de door de Vlamingen ingestelde voogdijraad. Hij en hij alleen kan voogd zijn voor zijn minderjarig zoontje.

 

Ondertussen zit de situatie met de gevangen genomen onderhandelaars muurvast. Barlaymont wil niet toegeven. Henegouwen heeft geen rechtsmacht om iets aan de situatie te doen en Maximiliaan vertikt het om Barlaymont op andere gedachten te brengen. Waarom zou hij? In november gaat de nieuwe Franse koning zich met de zaak bemoeien. Hij stuurt twee gezanten, Lauzières en Luillier naar Maximiliaan om zich te beklagen over de arrestatie van de Vlamingen. Maar dat brengt geen aarde aan de dijk. Op 12 december 1483 vertrekt een nieuwe delegatie Vlamingen naar Frankrijk met onder andere Filips van Beveren van de voogdijraad zelf. Half januari 1484 verplaatst Maximiliaan zich naar Bergen om het verontruste Henegouwen een hart onder de riem te steken.

 

Op 27 januari legt hij in Valenciennes de eed van regent en voogd af over zijn zoon Filips. Wat ze in Vlaanderen denken en doen, laat hem koud. Ondertussen werkt onze man Filips van Kleef als onderhandelaar achter de schermen om de situatie in Henegouwen op te helderen. Op 2 februari forceert hij zelf een niet al te orthodoxe oplossing. Hij laat Lancelot van Barlaymont na een etentje met hem vermoorden. Dat gebeurt in de abdij St.-Aubert te Kamerijk.

 

Ik krijg een uitgebreid verslag en nogal veel giswerk te lezen rond het waarom van de aanslag. Ik vind het in elk geval erg gewaagd. Lancelot en Maximiliaan zijn persoonlijk bevriend. Hoe ver die vriendschap gaat, lijkt me niet duidelijk omdat Barlaymont nauw gelinkt is met Willem van der Marck. Hij is namelijk getrouwd met de dochter van 'het zwijn van de Ardennen' met wie Filips en Maximiliaan al ferm in de clinch zijn gegaan tijdens de Luikse burgeroorlog. Speelt diens aanhouding van de Vlaamse gezanten een rol?

 

Er blijkt ook nogal wat heisa door Barlaymonts lacherige houding rond de 'baby face' uitstraling van Filips van Kleef die op zijn 23 jaar nog de allure heeft van een schooljongen. Wat en hoe dan ook. Een driftige en hevig verontwaardigde van Kleef voelt zich op zijn ridderpik getrapt en geeft zijn manschappen formeel de opdracht om zijn eer te wreken. De hele daaropvolgende week mag Filips van Kleef zich gaan verantwoorden bij Maximiliaan. Filips weigert op zijn beurt om zijn eigen manschappen te straffen en negeert hierbij een uitdrukkelijke vraag van zijn hertog. Uiteindelijk wordt de zaak blauw blauw gelaten en wordt er zelfs zwaarder getild aan de ongehoorzaamheid dan aan de moord.

 

Het feit dat ridder Filips van Kleef nooit geaccepteerd wordt als ridder van het Gulden Vlies, zoals zijn vader, kan gerust met de gebeurtenissen van februari 1484 te maken hebben. Ik krijg een vertrouwelijke brief te lezen die Maximiliaan schrijft een zekere Sigmund Prüschenk. Hij laat zich ontvallen dat hij er naar uitkijkt om de oorlogen achter zich te laten om opnieuw naar hartenlust te kunnen dansen en te gaan jagen. En opnieuw steekspelen te kunnen organiseren.

 

Maar eerst en vooral wenst hij af te rekenen met de Vlamingen. Ik waag me aan zijn antieke Duits: 'doch so besorg ich der Flemming, ich werd einst mueszen ein 10.000 zue todt schlagen, so wern sie mich frieden laszen darnach'. Vrij vertaald: ik zal eerst nog 10.000 Vlamingen laten doden, zodat ze me dan eindelijk met rust zullen laten. Tot aan de zomer van 1484 blijft het bijzonder onrustig Vlaanderen.

 

De verwachte breuk tussen Adolf van Ravenstein en Filips van Beveren wordt nu officieel. Er volgen een aantal bemiddelingspogingen maar de onrustige revolutionaire krachten in Gent verhinderen elke toenadering tussen de Vlaamse partijen onderling. De impasse is compleet. Aan de vriendschap tussen Filips en Maximiliaan verandert er niets. Ze pronken zij aan zij tijdens een aantal luxueuze feesten in het Brusselse.

 

Hier is niets te merken van de ware toestand die er heerst in de landen van de hertog. Tussen Vlaanderen en Brabant kan elk moment een burgeroorlog losbarsten. De Vlamingen hebben een soort blokkade gebouwd ter hoogte van Kallo en schaden hiermee opzettelijk de handel tussen Holland, Zeeland en Brabant. Vooral Antwerpen en Mechelen zijn de dupe van de blokkade en het zijn die steden die er bij Maximiliaan op aandringen dat er gewapend zal opgetreden worden tegen de Vlamingen. Ondanks verdere perikelen in Henegouwen blijft de verstandhouding tussen Filips van Kleef en Maximiliaan prima.

 

Van Kleef heeft zijn eigen visie voor wat betreft het aanpakken van Bergen en Maximiliaan probeert die te respecteren. Hun eendracht is geen overbodige luxe. De situatie wordt ernstiger met de dag als de Vlamingen een nieuw verdrag afsluiten met Frankrijk. Er komt een nieuwe baas voor het Vlaamse leger. Jacob van Savoye, de graaf van Romont, wordt aangesteld als nieuwe luitenant-generaal. Zijn bijnaam 'de agressieve' vertelt voldoende. Maximiliaan wacht dit keer niet gelaten af. Onze aartshertog is bezield van wraak tegenover die van Gent.

 

Op 26 november 1484 rukt hij Vlaanderen binnen. En met een list slaagt hij er in om Dendermonde in te nemen. Een twaalftal zwaargewapende soldaten verkleden zich als monniken en zusters en slagen er bij het krieken van de dag in om de stadspoorten te laten openen en even later kan Maximiliaan zelf ongehinderd de stad binnentreden. De graaf van Romont probeert Dendermonde te heroveren maar hij slaagt niet in zijn opzet. Daardoor wordt zijn energie niet gedoofd, beweert schrijver de Fouw. Met een leger van 16.000 man verlaat hij begin december de stad Gent en bestookt hij de hele regio van Brabant tot Brussel.

 

Een geplande aanval op Henegouwen gaat niet door als zijn leger geteisterd wordt door ziekte. Jean de Ligne, een vertrouwenspersoon van Filips van Kleef, wordt aan het hoofd van de Henegouwse verdediging geplaatst. Na zijn eerste succes in Dendermonde brengt Maximiliaan enkele genoeglijke dagen door in Brussel. Met in zijn nabijheid Filips van Kleef en de hele hofhouding. Deze periode van rust wordt onderbroken als Gent Filips van Kleef op de hoogte brengt van hun plannen om Oudenaarde aan te vallen. De aartshertog zint van zijn kant op wraak ten opzichte van Gent. De rust is de voorbode van een campagne die deze stad zuur zal opbreken.

 

Tegen die tijd staat het leger van Maximiliaan, met hemzelf aan het hoofd, gepositioneerd op de grens van Brabant en Henegouwen. Bij Ath. Op dezelfde dag van de waarschuwing t.o.v. Oudenaarde, zetten zijn troepen hun mars in richting noorden. Van bij het begin loopt de herovering van Oudenaarde verkeerd. Maximiliaan stuurt Filips van Kleef met een bescheiden militie vooruit om er zonder veel ophef en rumoer het lokale kasteel te gaan bezetten. Daar woont de bevriende Wouter van Rechem die uiteraard bereid is om de nodige hand- en spandiensten aan te reiken bij de verovering van Oudenaarde.

 

Hij heeft beloofd om tijdig de poort te openen. Maar Filips verdwaalt op zijn weg naar het bewuste kasteel. Hij heeft geen gids mee en dat speelt hem parten. Hij arriveert zo ongewild bij één van de zwaar bewaakte stadspoorten waar hij halsoverkop rechtsomkeer moet maken in de duisternis van de stikdonkere januarinacht. De kronieken hebben het over de gebeurtenis en vooral over het slechte weer. 'Pluie, gresle, vent, gelée, neige, ryme, froidure, morfondure et aultres inconveniens.' Gsm's en smartphones bestaan nog niet. Van Kleef doolt verloren rond en slaagt er niet in om Maximiliaan op het spoor te komen.

 

Die laatste is ondertussen wel al het kasteel van Wouter van Rechem binnengekomen. Hij verdenkt de lokale kasteelheer zelfs even van verraad. Gelukkig daagt zijn rechterhand de volgende morgen dan toch op bij het kasteel. De Vlamingen zien in dat het geen zin heeft om de overmacht van Vlamingen uit het kasteel te verjagen en roepen de hulp in van Frankrijk. Maar verder dan wat beloften reikt de Franse steun niet.

 

Een arrest van 20 maart 1485 biedt me bijzonderheden rond de fragiele toestand in de welke Ieper zich bevindt. Het stadsbestuur vindt het moment aangebroken om extra eisen te stellen aan Maximiliaan. Als die de stad te vriend wil houden, zou hij zich best wat toegeeflijk opstellen. Een deel van de belastingen mag terugkeren om eigen noden te lenigen. Een brief van het stadsbestuur schetst een somber beeld van hun stad. De belastingen die Ieper moest betalen, zijn nog gebaseerd op de toestand van 1408 en toen gold de stad nog als een van de sterkste steden van Vlaanderen. Rijk en goed bevolkt en met een navenante handelsactiviteit.

 

De voorbije 77 jaren zijn er tussen de 3000 à 4000 jobs verloren gegaan in de lakennijverheid die zich in een staat van verval bevindt. Er blijven al bij al nog 30 jobs over. De glorie is al lang voorbij, de stad is geruïneerd. Vroeger woonden er nog tussen de 80.000 en de 100.000 mensen. Als er nu nog 5000 à 6000 overgebleven zijn, dan mogen ze van geluk spreken. Een derde van de inwoners is arm en bedelt om brood. Ze overleven met de aalmoezen die ze van de rijkere burgers toegestopt krijgen. In heel Ieper wonen er een vijftigtal personen die nog in het bezit zijn van 100 pond. De taksen die Maximiliaan de stad oplegt, overschrijden in ruime mate de inkomsten van de stad. Tijdens het voorjaar van 1485 loopt de veroveringstocht van de Bourgondiërs verder.

 

Filips van Kleef wordt benoemd tot admiraal in alle landen van Maximiliaan van Oostenrijk. Zijn ster blijft stijgen. Daarboven komt de toezegging dat hij het commando over Sluis zal krijgen van zodra de Vlamingen onderworpen zullen zijn. Geraardsbergen en Ninove vallen. Filips zorgt er voor dat Aalst wordt ingenomen. Gent begint zich ongerust te maken en stelt zich hardop vragen over de bekwaamheid en de goede trouw van bevelhebber Jacob van Savoye. In mei 1485 krijgt Filips opdracht om alle beschikbare manschappen te verzamelen.

 

Er zal nu definitief worden afgerekend met het Vlaams verzet. In juni doen de soldaten van Maximiliaan hun intrede in het belangrijke bastion Sluis en wordt van Kleef er zoals afgesproken kapitein-generaal van Sluis. Gent is nu van drie kanten ingesloten. Een eerste aanslag op de stad mislukt echter door de waakzaamheid van de Gentenaars. De schrijver heeft het uitgebreid over de rijkdommen die Filips van Kleef binnenrijft tijdens deze periode van veroveringen en afrekening. Elke inbezitneming van een kasteel of een stad zorgt voor nieuwe kunstschatten. Ook de zomer van 1485 zorgt weer voor nieuwe inkomsten met de verbeurdverklaring van de heerlijkheid van Edingen. Ondertussen gaat de oorlog tegen Vlaanderen verder.

 

De Fransen zijn onder de indruk van de machtsontplooiing van de Duitse troepen van Maximiliaan en houden zich wijselijk gedeisd. Diegenen die zich binnen de stadsmuren van Gent zelf bevinden, werken trouwens danig op de zenuwen van de lokale inwoners dat ze er zelfs tegen in het verzet komen. Op 19 juni opent Brugge zijn poorten voor Maximiliaan die er twee dagen later zijn plechtige intrede doet. Op 28 juni 1485 sluiten de Staten van Vlaanderen vrede met Maximiliaan. Gent staat nu volledig voor schut en kan niet anders dan inbinden.

 

Ik blader even door de tekst van het vredesverdrag. Maximiliaan spreekt in naam van zijn minderjarige zoon en in naam van de drie Leden van Vlaanderen. Hij wil een eind maken aan de onrust die heerst in Vlaanderen sinds de dood van zijn echtgenote. De Staten-Generaal is bereid om Maximiliaan te erkennen als vader en natuurlijke voogd en in die functie zal hij aangesteld worden om het bestuur van het land op zich te nemen. Op 6 juli vertrekt Maximiliaan van Brugge naar Gent die dwars blijft liggen. De Raad van Vlaanderen heeft er voor gezorgd dat de kleine Filips tot buiten de stadsmuren zal worden gebracht zodat Maximiliaan zich niet hoeft te riskeren in de Gentse binnenstad.

 

Ter hoogte van Mariakerke komt Adolf van Ravenstein hem tegemoet. In zijn gezelschap zie ik Filips de Schone, de zesjarige zoon van Maximiliaan en de overleden Maria van Bourgondië. Het is drie jaar geleden dat vader en zoon elkaar nog hebben gezien. De oude handschriften vertellen over de ontroerende ontmoeting: 'et quand le fils perceut le père, il osta son chapeau, et à l'approche firent ensemble les honneurs; et quand vint au joindre, ils accolèrent et baisèrent l'un l'autre, dont les coeurs de ceulx qui le voyoient furent tant espris de joye, qu'ils en plourèrent à grosses larmes.' De volgende dag, 7 juli, doet Maximiliaan zijn intrede in Gent.

 

Vlaanderen is nu helemaal onderworpen. De resolutie die de drie Leden van Vlaanderen opstellen, is duidelijk: 'we erkennen monseigneur van Oostenrijk als vader en voogd van zijn zoon monseigneur hertog Filips en vertrouwen hem in die hoedanigheid het voogdijschap over zijn zoon en over het gebruikte land toe. De heer van Oostenrijk zal al de privileges, rechten, costuymen en de gebruiken van Vlaanderen eerbiedigen'.

 

Filips van Kleef wordt nu, zoals eerder aangegeven, de nieuwe commandant van Sluis. Volgens de 'Excellente Cronicke' maakt hij zijn opwachting in juni. 'Hy dede ruymen alle dye duytschen die in tcasteel waren ende ooc in tcleen kasteel ende ooc alle die duytschen die binnen der Sluys waren. Ende Philips monsieur stelde alle saken in ordonnancie eer dat hi van daer trackende die van der Sluys bleven met paeyse.' Van Kleef brengt rust in de gemoederen en het zelfde kan ook gezegd worden over de situatie in Gent.

 

De 1ste juni van 1486 komt de toestand van het wegennet in de Westhoek ter sprake. Er komt een verordening rond het onderhoud van de publieke wegen die de voorbije 12 jaar zwaar te lijden kregen door verwaarlozing van de burgers zelf. De straten zijn zo goed als onberijdbaar. Zelfs in de zomer. Het loopt zodanig de spuigaten uit dat zelfs de handelaars er van afzien om nog naar Ieper te komen. De situatie is er al precair en nu nog die klotewegen er bovenop. Het decreet van Maximiliaan is duidelijk: er moet dringend gewerkt worden aan herstel en onderhoud van het wegennet. Blijkbaar ligt die zorg in handen van de inwoners zelf.

 

Als de wegen palend aan hun eigendommen niet tijdig in orde zullen worden gebracht, zullen die op hun kosten hersteld worden door de manschappen van de procureur-generaal van Vlaanderen. Op 11 juli ontstaat er in Gent een oproer wegens de wandaden van enkele Duitse soldaten. Maximiliaan straft zijn mannen, maar het oproer stilt niet. Een bende goed bewapende Gentenaars stelt zich ostentatief op aan de markt en wil van geen rede weten. De hertog weet niet goed hoe hij hen moet aanpakken.

 

Vertrouweling Engelbert van Nassau adviseert hem om hardhandig in te grijpen. Die Gentse etterbuil moet dringend worden weggesneden. Enkel zo kan hij zich voor 100% meester maken van Vlaanderen. Maar Filips van Kleef en meerdere vooraanstaande burgers werpen zich op de knieën voor de hertog om de bloem en de parel van de landen van Vlaanderen te sparen van moord, brand, verwoesting en soldatenbaldadigheid. Maximiliaan beseft dat hij misschien wat opgehitst werd door van Nassau en zo kunnen ze hem op andere en mildere gedachten brengen.

 

De volgende ochtend loopt het dan toch nog bijna verkeerd als de oproerkraaiers opnieuw voor amok zorgen. Een geregelde aanval van de hertogelijke troepen is niet meer veraf, maar van Kleef slaagt er in om het volk te kalmeren. De hooligans trekken zich terug. Daarna komt hij met een Zwitserse garde van 200 à 300 man Gent binnen en worden er 50 aanstokers opgepakt. De bevolking wordt grotendeels gespaard en van Kleef wordt om zijn diplomatie bewierookt. Dat laat niet na dat Gent zwaar moet boeten voor zijn dissidentie de voorbije jaren.

 

De Gentenaars hebben zich met hand en tand afgezet tegen de aanwezigheid van de Duitse troepen van Maximiliaan en vooral de bandeloosheid van de troepen van Engelbert van Nassau hebben voor grote ergernis gezorgd. Zeven oproerkraaiers worden terechtgesteld. Meer dan 100 mannen worden verbannen naar andere oorden. Er volgt een monsterlijke boete van 100.000 gouden schilden.

 

Filips van Kleef speelt een prominente rol bij de strafuitvoering. Op 22 juli moeten de schepenen, dekens en notabelen in boetekledij voor Maximiliaan verschijnen. De boetedoening gaat door in het Hof ter Walle op 22 juli 1485.

 

De privileges die de Gentenaars eerder in handen kregen van de Franse koning, worden voor hun ogen gescheurd. Er volgt een algemene ontwapening en alle Franse wapenborden vliegen de stad uit. Maximiliaan heeft de scheve situatie in Vlaanderen recht gezet. Hij en zijn veldheren kunnen weer vrij ademen. Hij kan zich nu beginnen voor te bereiden op zijn kroning tot Roomse koning in Duitsland. Hij wordt trouwens binnenkort verwacht in Ieper. Op 14 augustus 1486 sturen de Ieperse schepenen Olivier Belle en Pierre Van Eyzacker een lijst op van de beschikbare plaatsen die er voor de nieuwe koning en zijn entourage worden gereserveerd.

 

335 kamers worden er voorzien en in de stallen is er plaats gemaakt voor 745 paarden. Ik krijg een lijst van oude Ieperse straatnamen voorgeschoteld waar logies wordt aangeboden: 'de Zuut-strate, de Wedinc-strate, de Mond-strate, Bachten Vleeschuuse, Bueter-strate, Beenhouwers-strate, Auwer-strate, Rollinc-strate, de Hondes-strate en de Cauwertinc-strate' die later de naam van 'Kauwekind-strate' zal toegemeten krijgen. Tijdens de septembermaand komt de rechterhand van de 'koning der Romeinen', Filips van Kleef een tijd resideren in Brugge.

 

De kroniekschrijvers zijn er vol van. 'Up den 21sten dach in September anno 85, doe quam mynheere monseigneur Phlype bin der stede van Brugghe, met zeere schoone state, ende elc trac in zyn herberge met goeder ghezondhede'. Op 3 november 1485 vertrekt Maximiliaan vanuit Antwerpen richting Duitsland om er zijn vader, de keizer, bij te staan in zijn strijd tegen de Hongaren. Vooraf heeft hij zijn regering op orde gesteld. Adolf krijgt de hoede over zoontje Filips de Schone.

 

De regering zelf wordt geleid door de hoge adel waarvan Filips van Kleef de eerste in rang is. Mijn hoofdpersonage heeft het dus geschopt tot premier in een tijd waarbij de term nog niet eens is uitgevonden. Ook Engelbert van Nassau maakt deel uit van de nieuwe regering. 1486. Helemaal rustig wordt het niet in Vlaanderen.

 

'Up den XXIsten dach in Maerte doe was ter Sluys onthooft ende ghequarteleirt een soudenier van den groten casteele, ende was een maetsenare, dye welcke een grote somme van penninghen ghehadt soude hebben, midts dat hy een groot gat ghemaect soude hebben inden thorre vanden Casteele neffens den watere, ende soude daer alsoo inne ghelaten hebben des Roomschen Conincx volck. Ende dit quam huyte bi sijns sels clap in dronckenschepe.' De man die in een dronken bui aangeeft dat hij een sabotagedaad gepleegd heeft op Sluis is Jacob van Ghistele.

 

Halfweg het jaar komt koning Maximiliaan terug naar Vlaanderen. En met hem de typische trekjes van de vader van zijn overleden vrouw, Karel de Stoute. Veroveringsdrang en oorlogszucht gaan weer hand in hand. De strijd tegen Frankrijk flakkert logischerwijs weer op. De Franse koning heeft gedaan wat hij kon om te vermijden dat Maximiliaan zelf ook koning zou worden. Maximiliaan zoekt revanche voor de vrede van Atrecht en wil vooral de machtigste vorst van het Westen worden. Hoogmoed. Macht. Despotisme.

 

Zijn onderdanen verzoeken hem tevergeefs om redelijk te zijn. De 14de juni vallen zijn troepen Terwaan binnen en begint er een militaire campagne die zich vooral in het zuiden concentreert. Douai, Rijsel, Bouchain. Ook Filips neemt actief deel aan de campagne tegen de Fransen. Die verloopt trouwens helemaal niet naar wens. Zijn Duitse troepen zijn weerbarstig en weinig gedisciplineerd. Een deel van de krijgsmensen die zich ophouden in Douai, kunnen er niet blijven wegens de armoede in de stad en de manschappen worden nu naar Ieper versast. Het is een zielige en zielloze oorlog waarbij het nooit tot ernstige gevechten komt met de Fransen.

 

Ondertussen is het al oktober geworden en met de winter in aantocht moet de dwaze veldtocht beëindigd worden. Tijdens zijn verblijf in Brussel ontvangt Maximiliaan op kerstmis 1486 brieven uit Terwaan waarbij de inwoners smeken om hulp. Er heerst een enorme hongersnood door gebrek aan voedsel. Onze nieuwe koning reageert op de smeekbede en vertrekt met een militair konvooi. Via Kortrijk en Ieper gaat het naar St.-Omer die op 5 januari 1487 de autoriteit van Maximiliaan officieel erkent. Er komt echter geen brood op de plank in Terwaan. Onze nieuwe koning worstelt met de ongehoorzaamheid van zijn slecht betaalde en dus plunderende troepen die zelfs hier en daar overlopen naar de Fransen.

 

Filips van Kleef is er trouwens niet bij in St.-Omer en dat zal waarschijnlijk wel iets te maken hebben met het amateuristisch gehalte van de hulpverlening ter plekke. De Franse kroniekschrijvers vervolledigen het plaatje. De Fransen hebben Maximiliaan niet willen hinderen bij St.-Omer en bij hun campagne voor de voedselvoorziening van Terwaan. Ze noemen de 3000 à 4000 Vlamingen die deel uitmaken van Maximiliaans leger spottend 'schaapherders' die onbekwaam zijn om oorlog te voeren. Ik blijf zelf een beetje (figuurlijk dan) op mijn honger zitten of het voedsel uiteindelijk zijn bestemming zal bereiken.

 

Ik beland in het voorjaar van 1487. Van geen van beide kanten wordt de oorlog doorgezet. St.-Omer gaat wel weer verloren aan de Fransen die trouwens een bericht sturen naar Ieper dat ze er voor zullen zorgen dat de toevoer van graan naar deze stad maar ook naar Gent en Brugge niet belemmerd zal worden. Het typeert de charme die de Fransen aan de dag leggen om de Vlaamse steden zeker niet voor de borst te stoten.

 

In juni flakkert de hongersnood in Terwaan weer op en worden er noodgedwongen driehonderd wagens met levensmiddelen aangevoerd voor de hongerige sukkelaars. Tweehonderd karren zijn voor de stad zelf en de rest is voor de soldaten. Deze keer leidt Filips van Kleef persoonlijk de kolonne. Een mix van Duitse en Vlaamse troepen onder leiding van 200 vooraanstaande edelen begeleiden de voedselkaravaan. Ook de artillerie is van de partij. De Franse verkenners laten betijen. Ze wachten op eigen versterking.

 

Op 24 juni bereikt het bevoorradingsleger de stad Terwaan. De Fransen blijven werkloos toekijken hoe het voedsel wordt uitgeladen en hoe de soldaten via de smalle ophaalbrug hun terugweg naar Brugge aanvatten. Als de troepen op 26 juli verdwenen zijn, wordt het stadje opnieuw ingenomen door de Fransen. Filips van Kleef wil nu Bethune binnenvallen en veroveren. Hij denkt dat hij over een Franse handlanger beschikt die een gat in de stadsmuren zal aanbrengen, maar de bewuste Franse soldaat speelt onder één hoedje met zijn commandant die maar al te graag deze valstrik aanbrengt. 'Laat de Duitsers en de Vlamingen maar komen', denkt hij.

 

De aanval wordt voorzien voor de nacht van de 28ste juli. Een sterk leger bereikt de slapende Franse stad en wordt eigenlijk per toeval en net op tijd op de hoogte gebracht dat ze in een hinderlaag dreigen te lopen. De voorziene aanval gaat niet door. De hoop op een algemene overrompeling van Bethune mag opgeborgen worden. Veel tijd om ontgoocheld te zijn, krijgen de manschappen niet, want de Fransen hebben ondertussen ook wel door dat de aanval niet doorgaat en ze komen nu zelf uit hun schuilplaatsen.

 

Er ontwikkelt zich in de nabijheid van Bethune meteen een heuse veldslag die eerst leidt tot een woeste achtervolging en uiteindelijk ontaardt in een slachting. De ruiterij vlucht het eerst. Engelbert van Nassau en Karel van Egmond trappen het niet af. Ze zouden liever sterven dan hun eer te verliezen. Ze verzamelen het niet gevluchte voetvolk in de omgeving van enkele moerassige plaatsen. Uiteindelijk lijden ze een gevoelige nederlaag waarbij Engelbert van Nassau ternauwernood aan de dood kan ontsnappen maar zwaar gewond in het zand moet bijten. De afloop van de confrontatie is rampzalig voor de Vlamingen.

 

Hoe hebben de militaire bevelhebbers zich laten inpakken door dergelijke doorzichtige valstrik? Iedereen wist toch dat de Fransen niet te vertrouwen waren? Ik kom pas achteraf te weten dat het de ruiters van Filips van Kleef waren die op de vlucht sloegen terwijl de rest er voor koos om zij aan zij te vechten met het voetvolk. Enkele geschiedschrijvers buigen zich over de vreemde veldslag. Ze zeggen het niet met zoveel woorden. Maar zou het kunnen dat van Kleef toen al mee heulde met de Fransen en zelf de hinderlaag in scene heeft gezet?

 

Dat hij opzettelijk zijn rivaal Engelbert van Nassau in de steek gelaten heeft? Maximiliaan voert begin september beraadslagingen met de schepenen van Douai om de stad te versterken en om de oorlog verder te zetten. Maar Douai wenst vurig vrede. De arme stad en zijn buitenomgeving kan de last van een garnizoen niet langer dragen. De onophoudelijke plunderingen zijn er te veel aan. Ook in Vlaanderen zijn ze de ellende spuugzat. Vooral in Brugge zit het de mensen hoog. Het zijn per slot van rekening de Bruggelingen die de soldij betalen van het garnizoen daar in Douai.

 

De vrijlating van Adriaan van Rassenghem die lange tijd gevangen gezeten heeft in Vilvoorde, doet het verzet tegen de oorlogsmiserie escaleren. Rassenghem en zijn neef Liedekerke zien elkaar terug in Gent en willen maar al te graag opnieuw in actie komen tegen Maximiliaan. Wat heeft die Duitse koning nu eigenlijk bereikt het voorbije jaar? De belastingen zijn hoger dan ooit. De plaag van de Duitse huurlingen is nog erger geworden. Geen enkele militair succes. Ja. Die dwaze en smadelijke nederlaag bij Bethune.

 

Maximiliaan heeft zich gehaat en belachelijk gemaakt. Douai en de andere zuidelijke steden zitten op hun tandvlees. Ze kunnen niet meer. En de grote Vlaamse steden, Brugge en Gent, die willen niet meer. Wie heeft er nu eigenlijk de vrede van 1482 verbroken in het jaar 1486? Maximiliaan en niemand anders. Brugge is goed genoeg om de achterstallige soldij van de Vlaamse steden en die van de Duitse huurlingen te betalen, maar wil nu vooral vrede met Frankrijk. Ook in Gent wordt het rumoeriger met de dag.

 

Op 31 oktober wordt er door de neringen en de wevers een lange lijst van grieven voorgelezen. Begin november wordt Rassenghem aangesteld als eerste schepen en Liedekerke tot kapitein-generaal van de stad. Beide raddraaiers zijn op dat moment trouwens gedagvaard om zich voor hun gedrag te komen verantwoorden in Dendermonde maar het zijn de dekens van de Gentse gilden die hun vertrek verhinderen. Ondertussen blijft de macht van Filips van Kleef daar in de schaduw van Maximiliaan maar toenemen.

 

Op 25 november 1487 wordt hij benoemd tot kasteelheer van Genepien, één van de sterkste plaatsen van Brabant. Het valt mij op dat Arie de Fouw zo zijn twijfels heeft over zijn hoofdfiguren. Was Filips zo geslepen en Maximiliaan zo argeloos? De groeiende onrust in Vlaanderen noopt Maximiliaan tot een bezoek aan Brugge dat doorgaat op 16 december. Twee weken later stelt hij er een financiële raad in met alleen maar hoge edelen die dagelijks tussen 9 en 11 uur toezicht zullen uitoefenen over de stad. Onder hen twee prinsen 'van den bloede', het zal dus wel blauw bloed zijn, Filips van Kleef en Filips van Beveren.

 

Ze zetelen samen met de heren van Walhain, Polhain, Molembais en Maingoval. De Bruggelingen moeten al koude rillingen krijgen van hun Franstalige namen alleen al. Filips van Kleef zal wel zelf niet al te veel uitvoeren daar in Brugge. In diezelfde periode krijgt hij er trouwens nog een ander ambt bij. Dat blijkt uit een brief die hij vanuit Sluis stuurt naar Ieper, een brief die hij ondertekent als 'Philips van Cleve, ende van der Marke, admiral van der zee, capitaine generael van 's lands van Vlaenderen'. Het vertrouwen van Maximiliaan in zijn rechterhand Filips moet wel oneindig zijn. Hij krijgt warempel de autoriteit over de Vlaamse steden volledig in handen.

 

Tijdens het begin van 1488 nemen de Vlaamse zaken plots een bruuske wending. Alle verzoeningspogingen tussen Maximiliaan en Gent hebben gefaald. De combine tussen Frankrijk en Gent schiet in werking als een leger van 6000 Gentenaars onder leiding van Coppenolle en Liedekerke Kortrijk inneemt terwijl de Fransen hetzelfde doen met Broekburg. Gent verzekert zich zo van de toevoer van zijn voedsel. Dat beweren ze toch. Brugge en Ieper staan op dat moment nog achter Maximiliaan. Gent staat in Vlaanderen dus nog moederziel alleen.

 

Een vrijgeleide van 8 januari 1488 toont aan dat het in de Westhoek niet allemaal koek en ei is tussen de steden onderling en dat de situatie niet als 'veilig' kan omschreven worden. Waarom zouden de drie leden van Vlaanderen anders dergelijke vrijbrief moeten meegeven met een gezelschap van Poperingse schepenen en keurheren zodat ze in alle veiligheid naar Nieuwpoort kunnen reizen en er de boeken, geschriften en andere Poperingse eigendommen kunnen gaan terughalen? Ze krijgen trouwens ook de toelating om er een zekere Willem die er gevangen zit, terug mee te voeren naar hun thuisstad Poperinge.

 

Op 11 januari vertrekt Filips van Kleef uit Brugge met een sterk bewapend legertje van 400 man voor een tournee door Vlaanderen om er de Vlaamse garnizoenen te inspecteren. De Gentenaars hebben honger. Blijkbaar is hun alliantie met de Fransen vooralsnog geen denderend succes. Niemand zou er in verwonderd zijn, moesten ze ook nog andere steden aanvallen. Ze hebben al eerder een aanslag gepleegd op Aalst. De eerste stop van Filips is Kortrijk, maar die stad is en blijft verloren. Van daar gaat het nu naar Ieper die geen vuur op de olie wenst te gooien en de poorten sluit voor Filips en zijn troepen die nochtans bereid zijn de stad te willen vrijwaren voor Franse invallen.

 

Het is een teken aan de wand. De Franse coup op Vlaanderen ontrolt zich nu bliksemsnel. Op 15 januari 1488 plaatst Karel VIII de stad Gent onder officiële Franse bescherming. De stad wordt een autonome republiek onder de koninklijke 'suzereiniteit'. Maximiliaan wordt volledig buitenspel gezet en ziet zich nu wel verplicht om in te grijpen. Hij roept de Staten-Generaal samen om ergens eind januari te vergaderen in Brugge. Zelf arriveert hij enkele dagen voordien in de stad. De stemming in de lucht belooft niet veel goeds voor koning Maximiliaan. Brugge beleeft barre tijden en dat wordt op zijn conto en op dat van zijn creaturen geschreven.

 

Ondertussen doen ze in Gent alle pogingen om Brugge en Ieper in het bad te gooien en eveneens in het verzet te komen tegen de Duitse heerser. Tijdens de onderlinge gesprekken van de 3 goede steden van Vlaanderen komt volgende tekst naar boven: 'Vlaanderen wordt bijzonder slecht en ondoeltreffend bestuurd. Kijk maar naar het enorme verval in alle steden die stelselmatig verarmen door het wanbestuur van de bedenkelijke raadsheren van de Roomse koning. Met de oorlog als excuus, bestaat hun enige ambitie er eigenlijk in om hun eigen potje en beurs te vullen.'

 

Er komt ook een uitdrukkelijke vraag dat de minderjarige hertog Filips, de zoon van Maria van Bourgondië, de natuurlijke heer en vorst van Vlaanderen, zich meer zou ophouden in Brugge en in Gent in plaats van in Mechelen. Mijn ogen dwalen door het verslag van de vergadering. '1485. In dit jaer is Maximiliaen tot Gend gedeclareert geweest voogd van zynen zoon Philippus, hy heeft ter oorzaek van de overtollige onkosten die hy deed en ook om zyne verkwistingen den haet van het volk zoodaenig op zig getrokken dat de troubels onder Vlaemingen daer voor zyn opgestaen by zooverre dat zy Maximiliaen zelf gedagvaerd hebben om te verschynen voor het magistraet van Brugge ende gedeputeerde van Gend, alwaer hy verpligt wierd om de gemeenten te stillen de 25 dekens van de ambachten te groeten en hun met eerbied toe te spreken den hoed in den hand, hun abordeerende elk in het byzonder.'

 

Het hek is van de dam. De eisen blijven maar komen. De oude koeien komen uit de gracht. Vroeger stond de wijde buitenomgeving van Brugge, het Brugse Vrije, volledig onder controle van Brugge, maar onder het beleid van die van Bourgondië is het Vrije een volwaardig vierde lid van de Raad van Vlaanderen geworden.

 

De Brugse onderhandelaars proberen gebruik te maken van de nieuwe machtspositie van de Gentenaars en willen het Vrije opnieuw buiten gebonjourd zien uit die raad. Samen met Ieper en Gent zullen ze de jonge hertog Filips de Schone getrouwheid zweren en de vrede van Atrecht van 28 december 1385 naleven, zodat er weer op goede voet met Frankrijk kan worden geleefd. Wantrouwen en ontevredenheid heersen in Brugge. De winkeliers en de ambachtslieden beleven slechte tijden. Maximiliaan wil hierop anticiperen door Duitse troepen in de stad te laten komen.

 

Hij wil niet dat de situatie van Gent van juli 1485 zich deze keer anno 1488 in Brugge zou voordoen. 'Maximilianus begaf zich naer Brugge, met voornemen van de staten te doen vergaderen, om spoedig een eynde van den oorlog met Frankryk te maken, en de oneenigheden by te leggen welke het inwendig zyner staten ontroerden, maer den aertshertog vermoedde het gevaer niet dat hem bedreygde.' De plannen van Maximiliaan om militaire indruk te maken, brengen hem nog meer in de problemen. De Bruggelingen steken er een stokje voor. De poging om zijn troepen samen te roepen aan het plein voor de Burg mislukt.

 

De Bruggelingen die hem trouw gebleven zijn, worden opgeroepen om samen met zijn mannen op brutale manier een einde te maken aan het lokaal verzet. Zijn mobilisatie heeft een averechts effect. De gilden zien hier voldoende redenen in om zich te wapenen. Op 2 februari blokkeren ze zijn verblijfplaats, huis Cranenburg, en zetten ze hun koning gevangen in zijn eigen woning. Ik krijg warempel te maken met een regelrechte staatsgreep. Een gijzeling van de koning notabene. Zelfs de Gentenaars hadden niet durven dromen dat die van Brugge zo ver zouden durven gaan in hun verzet. 'Zy hielden hem 18 dagen in arrest in het hotel van Cronenbourgh, in welken tyd hy hem gemeen maekte met de borgers hem voegende naer hunne manieren. De Bruggelingen, door de Gentenaers opgehitst zynde, weygerden hem de verpligte onderdanigheyd en gehoorzaemheyd.

 

Het ging zoo ver dat zy hem praemden om in hoedanigheyd van graef van Vlaenderen, rekening te doen van de jaerlykse inkomsten en uytgaven des lands en van het geld welk hy gevorderd had om den oorlog tegen Frankryk te voeren. Zy eyschten ook het vertrek der uytheemsche troepen, en dat alle staetsambten aen Vlamingen zouden gegeven worden.' De analisten van de geschiedenis hebben allemaal hun eigen visie over de gebeurtenissen van die dagen.

 

Ze stellen zich eerst en vooral de vraag hoe Filips van Kleef eigenlijk zal reageren op de aanhouding van Maximiliaan. Naast Maximiliaan worden ook een groot aantal edelen en raadslieden gevangen gezet en op uitdrukkelijke eis van Rassenghem aan Gent uitgeleverd. Op 23 februari 1488 worden ze in het Gravensteen opgesloten. De kroniekschrijvers gaan dieper spitten in de aanleiding van de Brugse opstand.

 

Op 1 februari zijn de gedeputeerden van de Staten-Generaal op komst naar Brugge om er hun vergadering te houden. Door de grote opwinding die er heerst, besluiten ze om zich naar Sluis te reppen en om daar de gebeurtenissen af te wachten en te hopen op beterschap. Na enkele dagen is de hemel niet opgeklaard en keren de mannen op aanraden van Filips van Kleef terug naar Bergen. Het getuigenis van een zekere Guilbert d'Homme die op 29 februari gefolterd en gedood wordt om zijn aandeel in de revolte, geeft me een goed inzicht in rol die rechterhand Filips van Kleef gespeeld heeft bij de Brugse volksopstand.

 

Hij is in elk geval in Sluis wanneer Maximiliaan aangehouden wordt. Guilbert is hem de vroege morgen van de 2de februari komen opzoeken om hem te vertellen dat de zaken er voor de koning slecht voorstaan en 'dat die heren al tonder bleven waren'. Van Kleef beslist om beide kastelen in Sluis hermetisch te sluiten. 'Ende hy ontboot ghesellen om die te houdenen yeghens wie dat waren.' Nochtans is hij op het moment van de aanhouding zelf, op 1 februari dus, wel degelijk aanwezig in Brugge. Hij moet dus, wanneer de zaken aan de Burg verkeerd dreigen te lopen, zijn schup afgekuist zijn via Biervliet richting Sluis. Het lijkt op een vaandelvlucht, maar een manuscript relativeert die vlucht toch enigszins.

 

Als Filips opmerkt dat het volk in oproer dreigt te komen, geeft hij Maximiliaan het dringende verzoek om niet in Brugge te blijven en de Staten-Generaal in Sluis te ontvangen. Maximiliaan en zijn entourage willen niet weten van het advies van Filips van Kleef terwijl de houding van de Bruggelingen alsmaar dreigender wordt. De koning wil niet plooien en bij van Kleef groeit de vrees dat hij de pineut van de situatie zal worden. Hij is per slot van rekening toch de commandant van Sluis en als het oproer daadwerkelijk zou uitbarsten, zal hij ongetwijfeld ook aangehouden worden en in handen van die van Brugge vallen.

 

Voor wie het van mijn lezers nog niet schijnt te beseffen: de commandant van Sluis bezit op zich de macht om de toevoer van de zee af te sluiten voor Brugge. In realiteit is er een wel doordachte strategie uitgevoerd. Die werd vooraf doorgesproken met Maximiliaan zelf. De koning wil graag het advies inwinnen van Adolf van Kleef en vraagt aan Filips om eerst naar Brussel te rijden om er overleg te plegen met zijn vader.

 

Onderweg verovert hij Biervliet op de Gentenaars. Bij zijn aankomst in Brussel verneemt Filips pas over de arrestatie van Maximiliaan en krijgt hij de opdracht om zich naar Sluis te reppen om van daaruit de koning bij te staan. 500 gewapende mannen verspreid over de 2 kastelen zullen hem bijstaan. De zware bezetting van beide kastelen is ook de reden waarom de bevolking van Sluis niet ingaat op de dringende vraag van de Bruggelingen om hen bijstand te bezorgen.

 

Een kluwen van waarheden omhult de maanden februari en maart van 1488. Gelukkig zijn er de brieven die de Ieperse onderhandelaars in die dagen naar hun stadsbestuur zenden. Dankzij archivaris Lucien Diegerick werden die in de 19de eeuw gepubliceerd in zijn 'Correspondance des magistrats d'Ypres'. Ik besluit om de Brugse crisis te vertellen vanuit het oogpunt van deze Ieperse gezanten die dagelijks verslag uitbrengen van de gebeurtenissen en die proberen een gematigde en verzoenende houding aan te nemen. Ze merken trouwens over zichzelf op dat 'de voorseide van Brugghe en Ghendt zegghen dat wy dobbele zyn, ende met twee tonghen te mart gaan… dat wy metter herten anders meenen dan wy spreken ofte toghen van buuten.' Ik permitteer het mezelf om de brieven in mijn eigen taal te transformeren.

 

Op 2 februari 1488 krijg ik een eerste bericht te lezen: 'het gemeen loopt in volle beroering rond. Het gerucht doet de ronde dat de koning zijn gewapende milities wil binnenbrengen in de stad. Hier en daar heeft hij al geprobeerd om wachters aan de poorten weg te sturen. De ambachtslieden hebben zich bij valavond verscholen in hun woningen en het gaat er best rumoerig aan toe. De woensdagmorgen komt de koning met een bende Duitsers naar het schepenhuis op de Burg. Allemaal voorzien van lange pieken die ze nu en dan eens zouden durven te laten zakken.

 

Ze zorgen ervoor dat de sfeer nog meer geprikkeld en geagiteerd wordt. 'Er ontstond eenen schrikkelyken oproer; het volk kwam gewapenderhand op de markt, een park geschut van 52 kanons achter zich slepende. De winkels en de werkhuyzen wierden gesloten en de oproerige verklaerden dat zy de wapens niet zouden nedergeleyd hebben vooral eer Maximilianus hun rekening zond gedaen hebben van zyn bestier. Eene bende muytelingen begaf zich naer het huys van den schoutheet Pieter Lanchals, die voor den koning der Romeynen genegen was; maer dezen oversten niet gevonden hebbende, plunderden zy zyn huys, en zochten overal de officieren van Maximilianus om hun vastezetten.'

 

De Ieperse gezanten blijven vaag over wat er daar echt gebeurt aan de Burg. Gelukkig zijn er de kronieken van de privébiograaf van het huis van Bourgondië die al sinds de tijd van Filips de Goede de gebeurtenissen aan het hof neerschrijft. Jean Molinet heet hij en ik ben maar wat gelukkig dat hij me op cruciale punten verder helpt met zijn getuigenissen uit eerste hand. Ik kom direct te weten dat het de timmerlieden zijn die de stad hermetisch gesloten houden vanuit hun stellingen aan de Gentse poort, de Sinte-Katelijnepoort en vanop de wallen. De koning moet in de vroege morgen gehaast uit bed gestapt zijn bij het horen van de onrust die zich in de Brugse straten ontrolt.

 

Een aantal edellieden onder leiding van de graaf van Sorre en nogal wat piekeniers van de koning wachten aan het Sint-Donaasplein op zijn komst waar ze zich warmen aan een groot vuur. Bij wijze van tijdverdrijf voeren ze enkele militaire parades uit rond het vuur en marcheren ze met de piek in de hand rond het plein. Per drie of per vier in het gelid en met hun dreigende pieken maken ze grote indruk op de aanwezige Bruggelingen. De graaf van Sorre bemerkt de onrust en beveelt dat die pieken naar beneden moeten.

 

'Laat de pieken zakken' brult hij, wat direct gebeurt maar meteen de illusie schept dat er gechargeerd zal worden. Vele inwoners slaan verschrikt op de vlucht. Ze hollen naar hun huizen die ze onmiddellijk vergrendelen. Sommigen reppen zich naar de kerken. Er moet grote paniek heersen, schrijft Molinet: 'zo groot was het gekrijs, het gejouw, het gedrum van die menigte zonder orde of maat, dat de ene over de andere marcheerde.' Het tafereel doet me denken aan de paniek tijdens het Heizeldrama. 'Ze geleken op de ontredderde en verweesde lieden van een verloren veldslag.'

 

De komst van Maximiliaan en het 'leve de koning' gebrul van zijn Duitse soldaten vervolledigen het plaatje. Maximiliaan heeft niet de minste intentie getoond om zijn wapens te gebruiken en toch verschansen de stedelingen zich als opgeschrikte en opgejaagde dieren in hun woningen. Rond de middag komen ze naar het marktplein en ze nemen er hun plaatsen in. Elk volgens zijn staat van verdienste en zijn beroep. 52 vaandels van evenveel ambachten.

 

Ik heb ze ooit ergens in één van verhalen opgesomd. Er is één vaandel die de rest domineert: die van de graaf van Vlaanderen, een in gouddraad geweven gele leeuwenvlag, wordt parmantig geplant voor het stedelijk belfort. Het marktplein wordt nu hermetisch gesloten. Hier zullen ze dag en nacht hun eisen opleggen aan de koning en zijn entourage. De toestand op het marktplein krijgt trouwens nog wat meer kleur en geur als ik lees wat Jean Molinet schrijft: 'eenieder begon in zijn kwartier het logies in te richten, tenten en paviljoenen op te stellen, zoals een leger te velde dat pleegt te doen. Ze werden onderhouden en gevoed op kosten van de ambachten.'

 

De Ieperse gezanten schrijven het ook in hun brief van 6 februari. De syndicaal aanvoelende actie duurt ondertussen al 3 dagen: 'er zijn er die denken dat de koning gisteren vertrokken is, maar plots verschijnt hij weer op de markt. Twee van zijn edellieden verklaren dat hij helemaal niet van plan is om Brugge te verlaten en dat hij nu graag met rust zou worden gelaten in zijn hof en in zijn kamer. Voor wat hem betreft mogen er 100 Bruggelingen op de markt blijven en als ze dat echt wensen mogen dat er zoveel zijn als ze wensen.

 

Het is een antwoord dat de protesterende ambachtslieden niet kunnen smaken. Ze willen niet luisteren naar Maximiliaan, hoewel er veel poorters en goede lieden zijn die het aanraden om dat wel te doen.' 'Om de vrede te bewaren, begeeft de koning zich nu naar Cranenburg, een specerijenzaak op de markt waar hij ook al de vorige nacht heeft geslapen. De Bruggelingen verlangen dat hij daar zou blijven tot dat ze gesproken hebben met hun broeders van Gent.' Het zal dus wel onder dwang gebeurd zijn. Wat wordt het hier toch subtiel aangebracht.

 

'Ze verlangen dat hij daar zou blijven' komt in feite op hetzelfde neer als 'ze zetten hem gevangen'. Mijn gedachten dwalen af naar Brugge. Zie ze daar staan op de markt. Nog altijd op volle sterkte. Met hun tenten en hun paviljoenen. Terwijl de koning binnenin zit wachten ze op de komst van die van Gent en van Ieper. Ze willen samen overleggen en dan de volgende stap zetten.

 

De koning heeft inschikkelijk geantwoord op hun verlangens. Zeg eigenlijk maar een heel reeks eisen. Plotseling is alles mogelijk. Hij kan er niet bij dat ze hem verwijten dat hij de vrede heeft verbroken. Zijn zoon Filips mag gerust terugkeren naar Vlaanderen en naar Brugge. En de Staten-Generaal mag zelf doen met het Vrije wat het wil. En ook zijn vreemde Duitse snuiters van soldaten wil hij buiten de grenzen van Vlaanderen bevelen.

 

Er mogen trouwens gerust enkele afgevaardigden van de ambachten helpen toezien op het financieel beheer van Brugge en van Vlaanderen. De Gentenaars wanen zich in de zevende hemel als ze het nieuws vernemen van de aanhouding van de koning hier in Brugge. 'Hebben jullie hulp nodig?' schrijven ze, 'we kunnen jullie zoveel mannen sturen als jullie wensen.' In Brugge hebben ze zo hun reserves met betrekking tot een al te grote toevloed van die van Gent, ze zijn sowieso al met meer en een ander machtsvertoon dan dat van hen zelf kunnen ze missen als kiespijn. 'Kom af met 30 paarden' laten ze weten. De reactie van Gent is kort en bondig: een kleine 800 ruiters zullen hun opwachting maken.

 

De rijke handelaars die zich in het hart van de binnenstad hebben genesteld, vrezen dat er grote problemen van zullen komen en proberen de ambachtslieden ervan te overtuigen om zich onderdanig op te stellen. Het is de Gentenaars er vooral om te doen om de koning in handen te krijgen. Hun leger wordt aan de Brugse stadsmuren staande gehouden. 80 ruiters mogen er binnen komen. Geen één meer. Ondertussen smeekt koning Maximiliaan bijna op zijn blote knieën om toch maar niet uitgeleverd te worden aan die van Gent. Het was deerniswekkend dat zo'n edele prins moest smeken en zich vernederen tegenover dat stout Vlaamse gepeupel' schrijft de koningsgezinde Jan Surquet in zijn kroniek over de troebelen in Vlaanderen.

 

Gelukkig voor onze Maximiliaan denken de Bruggelingen er zelfs niet aan om in te gaan op de Gentse verzoeken. In Ieper willen de gedeputeerden absoluut niet weten van de gijzelingsactie die zustersteden Gent en Brugge aan het voeren zijn. Op 26 februari 1488 dienen ze officieel protest in bij de keizerlijke notaris Jacques Bevele. De neerlegging ervan gebeurt in de Brugse Onze LieveVrouw kerk. De Ieperlingen protesteren tegen de alliantie die de Gentenaars zijn aangegaan met de koning van Frankrijk.

 

Die heeft zich recent meester gemaakt van Kortrijk en hij heeft 300 cavaleriesoldaten naar Vlaanderen gestuurd om iedereen aan te pakken die zich niet houdt aan de vrede van Arras van 1482. De Ieperse gedeputeerden keuren het gedrag van de Bruggelingen af. Ze hebben op verzoek van de Gentenaars de koning en zijn raadslieden aangehouden en dat ondanks het uitdrukkelijk verbod van die van Ieper.

 

De Bruggelingen zijn al een tijd op zoek geweest naar hun schout Pieter Lanchals. Ze krijgen hem dan toch in handen en pakken de man meedogenloos aan. Ik verstijf zowat als ik het oude relaas van de gebeurtenissen onder ogen krijg: 'het volk was bezonderlyk vergramd op Pieter Lanchals, wiens schoonzoon gepynigd wierd om dat hy niet wilde verklaren waer den schoutheet verborgen was. De overste die de oproerige aengesteld hadden deden alsdan afkondigen dat indien eenen borger aen Pieter Lanchals eene schuylplaets verleende, hy met zyne vrouw en kinderen aen de deur van zyn huys zoud opgehangen worden, dat men zyne goederen zoud verbeuren en zyne bloedvrienden bannen.

 

Dezen schrikkelyken maetregel had eenen slegte uytslag voor den schoutheet die sedert vyf weken verborgen was by eenen hoedmaker die men meende zynen vyand te wezen. Wanneer Pieter Lanchals geheel verkleed zynde, uyt de stad meende te trekken, wierd hy herkend, op de merkt geleyd en onthoofd zonder gevonnisd te worden.'

 

Maximiliaan vastgezet in Brugge. Zijn rechterhand Filips van Kleef op zijn posities in Sluis. Gent dat Brugge wil verleiden en tussen al die spelers hangt dan nog eens de Staten-Generaal, zeg maar het Vlaamse parlement van de 15de eeuw. Het zijn allemaal de hoofdrolspelers in een merkwaardig stuk geschiedenis die niet zomaar in een twee drie afgelopen zal zijn. Uiteindelijk zal Brugge de koning zes volle maanden gegijzeld houden.

 

Brugge zoekt hulp en ondersteuning bij die van Sluis en ook bij de Staten-Generaal. Dat wordt duidelijk in de maanden maart en april van 1488. Waarom zou Filips van Kleef zich niet bij hen aansluiten? Per slot van rekening wil toch heel Vlaanderen dat de zoon van Maria en Maximiliaan het land zal leiden? De Staten-Generaal adviseert Brugge om in eerste instantie de plooien glad te strijken met Filips van Kleef. Pas dan kan er gesproken worden over steun. Van Kleef van zijn kant stelt zich stug en terughoudend op. Hij kan en wil niet zomaar zijn band met Maximiliaan op de helling zetten.

 

De brief die Filips van Kleef op 15 februari 1488 richt aan (o.a.) het stadsbestuur van Ieper laat weinig aan de verbeelding over. Hij toont zich verheugd dat Ieper zijn neutraliteit van begin van het jaar heeft laten varen en zich nu tegen Gent heeft gekeerd. Hij vraagt hen om trouw te blijven aan Maximiliaan en geen veranderingen in het stadsbestuur aan te brengen zonder zijn toestemming of zonder die van Filips de Schone, in casu dus de Staten-Generaal zelf. Op 22 februari bezetten enkele Maximiliaan-gezinden onder leiding van de eerder genoemde Guilbert d'Homme de versterkte burcht van Middelburg.

 

Meteen een tegenvaller voor de Bruggelingen, want ze dromen luidop van de inname van Sluis. Maar wat zijn ze nu met Sluis zonder ook de macht te hebben over het nabijgelegen Middelburg? Het lokale kasteel wordt echter maar schaars bemand en wordt 3 dagen later heroverd. Dus daarom wordt commandant d'Homme de 29ste februari na een voorgerecht van foltering terechtgesteld. De man moet boeten voor zijn trouw aan Maximiliaan en aan Filips van Kleef. In diezelfde week verhuist Maximiliaan van zijn kruidenierszaak in Cranenburg naar de woning van meester Jan de Groos. Ik vind de details van de verhuis in de mooie kroniek, 'Het boeck van al 't gene datter geschiedt is binnen Brugghe.'

 

'Up den 27sten dach in Sporkele, anno 88, doe quamen de ghedeputeerde nottable van der goeder stede van Gend, ende ooc bailju ende schoudheete, ende de wet van der stede van Brugghe, quamen int huus geheeten in Cranenburch, staende up de grote merct, up den houc van de strate van Sinte Amand, daer den voorseyden hertoghe Maximilyaen in ghelegen hadde 22 daghen. Hy in zinen persoon met zynen state, quam huuten huuse voorseyd, ende hy ghync metten voorseyden ghedeputeerden van lede te lede, naer dhoude costume ende de ordenancie van der voorseyde merct, den ghemeenen buuc van der stede bedanckende van der goeder bewaernesse, heere, duechd, reverencie ende weerdichede die men hem ghedaen hadde, ende hy bad voord om noch voord bewaerd te zine, ende hy ghync alzo te voed de voorseyde merct hover ende weder hover.

 

Item voord, hy hadde an, eenen zwarten keerel van laken damast ghevoedert met sabels, ende daer was een peerd bruun bay, al becleed met gouden lakene, daer zad hy up voor de thente van den makelaers, ende hy reed alzo met zoete ende manierlicker manieren, ende princhelic ghelaet, voorby Sinte Kartoffels kerke, duer de Cuper strate, ende alzo ten huuse in van meester Jan de Groos, wylend was het, behoord nu toe zyn kinderen te parlemente te Parys, om daer te liggene in behouder hand ende in goeder bewaernesse.'

 

Ik probeer het tafereel voor mijn geest te halen. Nu. Hier aan mijn schrijftafel ergens tijdens september 2014, 526 jaar na datum. Ik hoor het hoefgetrappel van zijn met gouden laken omfloerst paard. Een bruine vos met daarbovenop een man die bovenal stoer en waardig wil blijven ondanks de vervelende situatie in de welke hij zich bevindt. Man, wat konden ze toch geurig en fleurig de dingen omschrijven in die dagen.

 

Met zoete en manierlijke manieren, met een prinselijk gelaat stapt hij naar zijn nieuwe 'bewaarnisse', door de Kuipersstraat naar het huis van meester Jan de Groos. Ik keer terug naar de geschiedenisboeken. De poppen zijn ondertussen ook op andere plekken aan het dansen geslagen. De Duitse keizer Frederik III reageert alsof hij door een wesp gestoken is. 'Zijn zoon Maximiliaan is wel de koning hé?' Ook paus Innocentius VIII reageert: wat ze in Brugge doen is gewoonweg onaanvaardbaar. De banvloek ligt al te wachten. Zoon Filips de Schone mag ook al een keer iets zeggen. In wezen is hij de enige natuurlijke vorst, maar hij is pas 10 jaar.

 

Zijn entourage met Adolf van Kleef aan het hoofd, adviseert hem om de Staten-Generaal samen te roepen. Eind februari 1488 komt de vergadering dus voor de eerste keer samen. Plaats van het gebeuren is Mechelen. De drie leden van Vlaanderen vaardigen eigenaardig genoeg enkel een Gentse delegatie af om er aanwezig te zijn. Ook Filips van Kleef tekent present. Hij stelt onmiddellijk zijn luitenant Anton van de Fonteyne aan als verbindingsofficier met Maximiliaan in Brugge. Zijn gevangenschap zal dus wel niet hermetisch afgesloten zijn.

 

De Staten van Vlaanderen nemen zelf het voortouw bij de onderhandelingen. Ook Henegouwen met wie Maximiliaan in de zomer van 1486 alle contacten had verbroken, wordt uitgenodigd. Ondertussen, op 7 maart, doet de Franse koning er een schep bovenop door officieel te verklaren dat alle Vlamingen die zich keren tegen Maximiliaan voortaan op extra Franse bescherming mogen rekenen.

 

Diksmuide blijft aan de zijde van de koning staan. Ik lees het uitgebreid in 'De Geschiedenis van Diksmuide'. De meeste Vlamingen zijn echter verbitterd op Maximiliaan en ze komen in 1487 in opstand. 'Slechts eenige steden, waaronder Dixmude, bleven het getrouw' en de stad ontpopt zich tot schuilplaats voor de Duitse soldaten.

 

De Vlamingen van hun kant versterken hun linies in Werken, 'op omtrent twee uren gaans van Dixmude', waar ze verschansingen en bolwerken optrekken. Het Vlaams leger besluit in 1488 om het nest van de Duitsers te overrompelen en stormenderhand in te nemen. De actie staat gepland op 7 maart. Zo begint de belegering van Diksmuide. Met de Bruggelingen aan het hoofd en voorzien van ladders en ander oorlogsgereedschap beginnen ze aan de oploop. Het Duits garnizoen, flink geholpen door de inwoners, laten zich niet kennen, slaat de aanval af en dwingt de Vlamingen tot de aftocht.

 

Tijdens de ochtend van 9 maart 1488 komt Anton van den Fonteyne weer op bezoek bij Maximiliaan. De koning ziet er bleek en mager uit, rapporteert hij. Zijn boodschap is afkomstig van de Brugse en de Gentse leiders. Het wordt wel geen gesprek onder vier ogen. Tel er die maar bij van 8 personen van Brugge en van Gent. De gevangen koning geeft de boodschapper een brief mee in dewelke hij de Staten-Generaal aanspoort om hun gedeputeerden naar Gent te sturen. Ook Filips van Kleef, de heer van Gruuthusen, moet er bij zijn, 'car ledit de la Gruthuse estoit affecté d'eulx'.

 

De Statenvergadering stemt in met de koninklijke vraag. Filips van Kleef zelf heeft er niet veel zin in. 'L'incertaineté qui est ésdits Flamens' schrikt hem af. Ondertussen heeft hij persoonlijk wel al af te rekenen met het gerucht dat hij Brugge veel te veel vrij spel gelaten heeft daar vanuit zijn bastion in Sluis. Waarom heeft hij bijvoorbeeld niet ferm ingegrepen als de Bruggelingen zomaar Middelburg konden innemen? Begin maart verklaart van Kleef in Mechelen, 'alwaer hy sich ter presentie van de Staeten ontschuldighde over het gerucht datter liep, dat hy den oorlogh aen die van Brugge om den coninck te verlossen niet dede met oprechte meyninghe'.

 

De beschuldigingen worden scherper met de dag. Ook de Gentenaars zouden liever praten met zijn vader, maar Adolf is ziek en kan trouwens niet gemist worden in Mechelen. Zijn tact en zijn diplomatie zijn er broodnodig. De besprekingen in Gent verlopen trouwens allesbehalve vlot. Telkens opnieuw figureert Filips van Kleef, hij mag dan wel omstreden zijn, als centrale pion in alle gesprekken. Brugge moet er absoluut voor zorgen om beleefd te blijven tegenover hem want ze hebben een heilige schrik dat Sluis wel eens hun toevoer van en naar de zee zou kunnen afsluiten. Er heerst kort samengevat een nooit gezien wantrouwen tussen alle partijen.

 

Tekenend voor dat wantrouwen is bijvoorbeeld de Gentse eis aan Brugge om hen een schriftelijke en van zegel voorziene belofte toe te sturen om Maximiliaan nooit eigenhandig in vrijheid te stellen zonder de toestemming van de drie leden van Vlaanderen. De vrede is nog veraf. De Gentse volksmenner Jan van Coppenolle kan Maximiliaan noch zien noch luchten en stookt de Vlamingen op tot publiek verzet tegen hem. Aan het hoofd van een bende Vlamingen en Fransen trekt hij vanuit Geraardsbergen richting Henegouwen om er plundertochten te houden.

 

Hij komt tegemoet aan de verzuchtingen van de wanhopige boeren en dorpelingen om iets te doen aan de wandaden van de troepen van Maximiliaan die zich niet inhouden om te moorden, te plunderen en te branden. De zaken van Maximiliaan staan er in elk geval niet goed voor zolang de onverzoenlijke en energieke Coppenolle de gewone Vlamingen tegen hem blijft opstoken. De Franse maarschalk Desquerdes komt op 23 maart 1488 met een divisie Franse soldaten naar Ieper waar hij door de lokale magistraten en door de heer van Vleteren welkom wordt geheten.

 

Ieper is bereid om hun soldij voor de eerste maand op te hoesten. Ik krijg wat cijfers te zien rond de omvang van de Franse aanwezigheid. 150 ruiters en 50 man voetvolk. Desquerdes verklaart dat hij de Ieperlingen verder met rust zal laten en dat zijn troepen op het platteland op zoek zullen gaan om bijkomende middelen te ronselen. Ik zie zo voor me wat dit in de praktijk zal betekenen voor de landbewoners.

 

De dorpen in het Gentse hebben zwaar te lijden onder de oorlog. Ook de parochies tussen Ieper en Veurne krijgen te maken met vernielingen en met ongehoorde afperspraktijken. Wat dat in praktijk betekent, kan ik aan den lijve ondervinden bij het lezen van een 'brandbrief' die op 9 april 1488 door de Duitse troepen overgemaakt wordt aan Vlamertinge.

 

Ik laat de tekst ongemoeid zodat de woorden volop kunnen doorsijpelen: 'Prochianen ende alle de inwonende vander prochie van Vlamertinghe. Ic ontbiede ende bevele ulieden dat ghylieden tusschen dit ende zaterdaghe eerstcommende my bringhen of zenden wilt, hier in de stede van Veurne, de somme van hondert vichtich guldens, twintich stuvers voor elke gulden, dat voor 't brandscatten van der zelver prochie, ende indien ghylieden van desen in ghebreke weist, zo zal ic ulieden de gheheele prochie branden ende in gloeyen stellen ten eersten dat ik zal connen ende moghen. Ghegheven te Veurne, onder name hieronder ghestelt den IX dach van april anno LXXXVIII.'

 

De bewuste brief is ondertekend door Lienhart Wallser. Op de rugkant van het document lees ik 'Ande ghemeene prochianen ende inwonnenden van Vlaemertinghe'. Gelijkaardige brieven worden natuurlijk ook verstuurd naar de omliggende dorpen. Woesten moet 100 florijnen afdokken. Reningelst en Loker worden identiek getaxeerd als Vlamertinge en de bewoners van Elverdinge mogen 200 florijnen ophoesten om te vermijden dat de Duitse bezetter hun eigendommen in brand zal steken. Ik sta weer met mijn twee voeten op de grond. Dat is het wat oorlog in de praktijk betekent. Ondertussen lopen de onderhandelingen van geen meter. En tot overmaat moet Filips van Kleef dringend gaan ingrijpen in Namen waar de ambachten op straat zijn gekomen.

 

April 1488. De resultaten van de besprekingen zijn maar magertjes. De partijen beloven elkaar om verder pogingen te doen om op vreedzame manier met elkaar tot overeenstemming te komen. Deze keer wel vanuit Gent, 'omme aldaer endelinghe alle voorleden questien ende geschillen int vriendelicke gheel ende al ter nedere te legghene, indient doenlick ware.' Die laatste drie woorden zijn niet zomaar een oratorisch bloempje, schrijft Arie de Fouw. De geplande vergadering is er enkel met heel lange tanden gekomen. Vlaanderen wil vrede, maar de Gentenaars voelen die behoefte niet zo als de rest.

 

Die houding wordt uiteraard gevoed door de Duitse troepen van Maximiliaan die hun voeten vegen aan zijn waarschuwingen en geenszins het land van Aalst, Hulst, Oudenaarde, Dendermonde en andere plaatsen ontzien. Keizer Frederik III, Maximiliaans vader, richt ondertussen dreigende woorden aan het bestuur van Brugge. De katholieke koningen van West-Europa maken aanstalten om de keizer te steunen en ook paus Innocentius VIII samen met Herman, de aartsbisschop van Keulen leggen hun autoriteit in de weegschaal om de Vlamingen tot inkeer te brengen.

 

Met Pasen (15 april 1488) volgt er een publieke reprimande van paus Innocentius VIII: 'Ik heb de opsluiting vernomen van onze dierbare zoon Maximiliaan, roemrijke koning van de Romeinen, door de Bruggelingen die het geriskeerd hebben om met list en bedrog en niet zonder groot misdrijf hun heer en meester vast te houden. Het is een gevaarlijke zaak en een slecht voorbeeld dat wij als herder niet kunnen tolereren.' Ondertussen wachten de Gentenaars tevergeefs op de komst van de heren van het blauw bloed.

 

De Vlaamse burgeroorlog woedt volop. Maximiliaan moet maar wat geduld hebben. Filips van Kleef is voorlopig met zijn eigen belangen bezig. Namen en consoorten. De drie leden van Vlaanderen spenderen hun tijd om een afspraak vast te leggen met de aartsbisschop van Keulen. In hun brief schrijven ze dat het nooit hun doel is geweest om Maximiliaan te beledigen, maar dat zijn arrestatie geschied is in het belang van het geteisterde Vlaanderen.

 

Achter de schermen blijft zich een schimmig spel afspelen. Jaloezie en haat spelen er de hoofdrol bij de hoge edelen. Enkelen onder hen maken Filips van Kleef opzettelijk verdacht en belasteren hem met hun kwade wil. Het wordt allengs duidelijker dat die laster zijn leven bederft en zijn autoriteit op losse schroeven zet. Tijdens de laatste week van april is er dan toch eindelijk sprake van een samenkomst in Gent. Op 25 april worden de zittingen geopend.

 

Filips van Kleef laat zich vertegenwoordigen door Anton van de Fonteyne en hij verontschuldigt zich 'tot cause van zekere affairen ende occupatie die hy hadde ende te remedierene zeker spraken ofte woorden'. Hij spreekt in droedels en ook andere heren 'van den bloede' laten zich door iemand anders vertegenwoordigen. De Fouw vraagt zich af waar van Kleef op dat moment mee bezig is en ik verneem het al gauw: hij maakt een inspectietocht door het Westerkwartier van Vlaanderen.

 

In Le Quesnoy laat hij de garnizoenen van Broekburg, Duinkerke en Grevelingen opdoeken en hiermee gaat hij in op een Brugse eis. Van Kortrijk gaat het weer naar Sluis. De gevangenschap van Maximiliaan duurt hem te lang. Hij weet dat Maximiliaan met de idee speelt om geweld te gebruiken, maar slaagt er in om hem te overtuigen om hiermee te wachten tot dat hij zeker is dat de onderhandelingen van de Staten-Generaal tot niets zullen leiden.

 

Filips van Kleef zal wel niet gek zijn. Waarom zou hij zijn gewicht in de schaal leggen van een op voorhand op mislukken gedoemde vredesconferentie? In Gent houden de delegatieleden zich ondertussen onledig met het voorlezen van muggezifte teksten en instructies. Waarom zouden ze Maximiliaan niet doen zweren dat hij in een welomschreven Vlaamse stad zou blijven tot dat de vrede met Frankrijk een feit is? De Duitse keizer is onderweg met een leger om zijn zoon te bevrijden en ze hebben nog juist de tijd om Maximiliaan de opdracht te geven om die inval tijdig af te remmen.

 

Tijdens de vergadering beseffen de meeste leden dat elke belofte die Maximiliaan 'van moeten' zal afleggen tijdens zijn gevangenschap eigenlijk van nul en generlei waarde zal zijn. Het gepekel met de teksten blijft maar aanslepen. Alles wordt 'zeere notabelic int langhe vertoocht', precies alsof de legers van Frederik III niet in aantocht waren, alsof de opgehitste Duitse vorsten van plan zich om zich ook al te verdrinken in eindeloze betogen.

 

De brief die de Ieperse gedeputeerden op 27 april vanuit Gent naar hun thuisbasis sturen, geeft een goed beeld van de toestand en schetst hun voorgevoel van een onheilspellende troebele periode voor Vlaanderen. Lees het zelf maar: 'men ducht van grooten zwaren verdriete binnen deze goede lande, en men heeft hier heden ghedreghen processie generale omdat het noodt es omme God te bidden.' Uit diezelfde brief blijft trouwens dat zowel Brugge en Gent bereid zouden zijn om Maximiliaan vrij te laten, als ze maar goede gijzelaars in zijn plaats kunnen vastzetten, 'mids hebbende goede ostagiers'. Op 27e april dineren Adolf van Kleef en Filips van Beveren met Maximiliaan.

 

Ze zijn per boot uit Sluis gekomen en beginnen meteen ook te onderhandelen met het Brugse stadsbestuur. De Bruggelingen hebben ondertussen koude voeten. Plots blijken ze tot alles bereid. De gedachte aan de naderende wraak heeft hen murw gemaakt. Hoeveel generaties Bruggelingen hebben nu eigenlijk de voorbije eeuwen diezelfde fout gemaakt om tegen beter weten in hun stad als centrum van de wereld te beschouwen? En kan hetzelfde niet gezegd worden van die van Gent?

 

Op 1 mei wordt er in Gent een akte van eenheid van de gewesten opgesteld en ondertekend. Een parlementair gedrocht waar iedereen een beetje zijn zin krijgt en waarmee alle partijen hun achterban kunnen sussen. Zelfs de Franse koning is bereid er zijn zegel aan te hechten. Op papier is Vlaanderen de grote overwinnaar. Maximiliaan is niet langer regent over Vlaanderen, die eer komt toe aan de edelen. Aan Adolf en Filips van Kleef en aan Filips van Beveren. Het papieren succes wordt overschaduwd door de signalen van een naderende strijd.

 

Op 2 mei worden er al Duitse troepen gesignaleerd vlak bij de Brugse stadspoorten. Op 5 mei mobiliseren de drie Leden van Vlaanderen de Vlamingen van de buitengebieden om zich te wapenen tegen de Duitsers. Gent stuurt 200 Franse ruiters naar Brugge. Onderweg raken ze al slaags met Duitse pelotons die al geleid worden door Filips van Kleef. De wraak van de koning is al begonnen. Op 6 mei verovert Filips van Kleef Middelburg en legt er een Duitse bezetting in. Twee gevangen spionnen weten in Brugge te vertellen dat Filips van Kleef van plan is om 'Brugge den oorlog aan te doen.'

 

De jonge hertog Filips laat op 9 mei weten dat Vlaanderen niets mag beslissen over het lot van zijn vader zonder de toestemming van zijn grootvader, de keizer. Maximiliaans bevrijding komt eindelijk in zicht. Adolf van Kleef vertrekt de 13de naar Sluis om het lokaal garnizoen wat te kalmeren en vooral om er tijdelijk zijn zoon Filips te vervangen. Het staat toch zo neergeschreven: 'omdat sijn sone mer Phelips van Ravesteyn te Brugghe soude commen ende meer andere heeren dye ter Sluys waren ende oock Tardenburch (Aardenburg).' De 14de mei vertrekken alle gedeputeerden uit Gent richting Brugge om er 'den coninc te slakene'.

 

We beleven 16 mei 1488 aan de hand van de Ieperse gezanten die het plechtige gebeuren in geuren en kleuren aan hun achterban vertellen. 'Wij wilden wel dat ghy ghesien hadt de groote solemnicheden die hier ghehouden zijn int sluten ende bezweeren van den vors, payse, want wy ulieden by ghescrifte daerof te vollen niet en zouden connen adverteren.' Ze vertellen over de misviering, 'solemnelic ghedaen' en over de processie, 'een processie generale', waarin ook Maximiliaan paradeert. In het voor de gelegenheid rijk gestoffeerde huis van Cranenburg bezweert en verzegelt hij de vrede. Het zou eens waar en gemeend moeten zijn.

 

Op de markt is een stellage opgeslagen met daarbovenop een altaar. Maximiliaan bezweert hier publiekelijk het tractaat te respecteren, 'en grande révérence et crainte comme il sembloit'. Na de koning volgt de eed van de andere aanwezigen; de heren van 'den bloede', de Staten van Vlaanderen, de Staten van de andere gewesten. De bisschop van Doornik zegent allen die de vrede zullen respecteren en vervloekt hen bij voorhand als ze die zouden breken. De eed van Maximiliaan staat woordelijk neergeschreven in de 'Excellente Cronicke': 'wi beloven huyt onsen vryen eyghenen wille ende in goeder trauwen sweeren up theleghe sacrament hier yegenwoordich'.

 

Het verdrag bestaat uit bijna 30 artikelen. Al in het eerst artikel worden de namen van de gijzelaars genoemd die de plaats zullen innemen van de koning. De heren Falckenstein en Anhalt, de markgraven van Baden en van Beieren. Filips van Kleef behoort er ook bij. Hij werd aangewezen door de Gentenaars. Maximiliaan belooft plechtig om de akte van eenheid van de 1ste mei te respecteren en ziet af van zijn regentschap over Vlaanderen. Hij belooft algemene amnestie en de aftocht van de Duitse troepen uit Vlaanderen.

 

De hele ceremonie eindigt met een etentje in de woning van Jan Caneele waar de vriendschappen bezegeld worden. Tijdens de maaltijd arriveert Filips van Kleef met honderd ruiters. Hij zweert er nog een keer om de Vlamingen bij te staan tegen iedereen die de vrede zou willen breken. Hij vertrekt nu naar Gent waar hij zal blijven tot alle onderdelen van het traktaat nageleefd zullen zijn. 'Ende dat met jonstegher herten zegghende hem gereedt, met live ende met goede, dit landt van Vlaendren te helpen beschermen van alle oppressien ende infracteurs van payse.' Maximiliaan is een vrij man. Hij verlaat Brugge via de Kruispoort. Ik ben benieuwd hoelang de vrede zal aanhouden.