P1410100

Op 15 april 1410 hebben de verzamelde tegenstrevers van Jan zonder Vrees het sein op groen gezet voor hun kruistocht tegen de kliek van Bourgondië. 'Une croisade antibourguignonne'. De oorlog van de Armagnacs begint. Jan zonder Vrees beseft dat de tijd van de schermutselingen voorbij is en dat er nu echt zal moeten worden gevochten. Hij voorziet dat deze tegenstand niet zomaar zal kunnen neergeslagen worden en dat er zeker een jaar zal moeten overgaan om orde op zaken te stellen. En vooral dat hij een leger moet hebben om dat laatste te doen. Hij besluit tijd te winnen en wat nog belangrijker is. Hij moet absoluut militaire steun krijgen vanuit Vlaanderen.

 

'In dese tyden na paesschen komt de graaf terug naar Gent. Ende daer soo ontboot hy al zine clergie van den lande ende zine eidele ende zinen steiden.' Hij vertelt hen dat hij veel vijanden heeft in Frankrijk en 'bad hemlieden dat zy hem zegghen souden wat bystand midt dat hys noot hadde.' Er bestaan natuurlijk grote reserves bij de stedelingen om zich te mengen in die Franse oorlog? 'Die van Ghent bedochten hem ende zy hadden raet in haar consilie ende die drouch so dat zy buten pale van den lande niet trecken wilden, daeromme dat myn heere droeve was.'

 

Jan zonder Vrees wil niet terug naar Frankrijk zonder de Gentenaars en steekt de Ieperlingen in het gat om nog eens te gaan aandringen in Gent. 'Maer niet ieghenstaende dat die van Ypre hemlieden zeiden te Ghent, hoe tland mynen heere belofte ghedaen hadde te ser noot, het was verlooren, die van Ghent ne wilden niet uut, ende die van Brugghe vielen ten accorde van die van Ghent.' Mooie woorden helpen niet. Plots zwaait de graaf met geld. Geld en toegevingen. En nu komt het Vlaamse land wel over de brug. 'Doe zo was so verre ghedaen dat tland ghmeenelike assenteerde mynen heere omme zine orloghe ende zyne lieden van wapene te betalene hondert ende twintich duust vlaemsche scilden, elken scilt te vier en twintich grooten, daerof dat myn heere den lande bedancte.' Met deze steun vanuit Vlaanderen kan hij met een enigszins gerust gemoed terugkeren naar Frankrijk.

 

De koning van Navarra, de hertog van Brabant, de heer van Nevers, de graaf van Savoye en een reeks van leenheren uit heel Frankrijk en Vlaanderen melden zich aan te Parijs. 'Ende uut Vlaendren menich rudder ende cnaepen daer of dat hooft was myn her Jan van Ghistele, vrijheer van Gistel en Ingelmunster, burggraaf van Bergen-Ambacht en heer van Reigersvliet, ende waren wel staerc de Vlaminghen van ruddren ende cnapen, vyf hondert glavien al te scone een gheselscip ende wel upgheseten, ende myn heere die ontboot sinen steiden van Vlaendren ende zy maecten groot ghereeschepe te Brugge, tYpre ende int Vrye omme te Vrankerike waert te treckene.'

 

Ondertussen is het legertje van de heer van Gistel in Parijs aangekomen. 'Ze quamen al logieren binder stede van Parys, ende doe quammer Jan van Ghistele metten Vlaminghen dat al te scone was te siene. Men hadde ghewaent dat men van daghe te daghe ghevochten zoude hebben, maar neent, tonghevallighe arme volc was alomme uutgheheiten ende vertert ontrent Parys ende gherooft, ende tcommun van Parys worden ooc al contrarie mynen heere al stillekinne omme dat zy zonder neringhe zaten.' Natuurlijk bestaat er misnoegdheid binnen Parijs. Er wordt geen brood meer gebakken, niet meer gewerkt, de stadseconomie ligt stil.

 

De 500 Vlamingen die meegetrokken zijn met de heer van Gistel begrijpen er ondertussen niets meer van. 'Ende aldus so beghonste myn heere hebben tvolc meest contrarie hem, ende bleiven aldus stille ligghende. Terwijl ze an allen cante van Parys tlant uut halen ende roofden bleiven zy daer aldus ligghende van half September tot aller Sinten avonde deen binnen ende dander buten.' Maar wie moet nu eigenlijk regent worden over Frankrijk? Terwijl beide clans de messen slijpen, biedt de universiteit van Parijs aan om te onderhandelen en met grondwettelijke voorstellen te komen die de zaak kunnen deblokkeren.

 

Wellicht tot ieders verrassing is er op 2 november 1410 sprake van het verdrag van Bicêtre dat er in slaagt om de dreigende oorlog af te wenden en het regentschap over Frankrijk in de handen te leggen van een vernieuwde raad van Frankrijk. De hertogen van Bourgondië, Berry en Orleans worden verplicht om weg te blijven uit Parijs, tenzij ze opgeroepen worden door koning Charles VI. Het verdrag van Bicêtre betekent zondermeer een nederlaag voor Jan zonder Vrees. Hij is op slag zijn autoriteit kwijt en verliest de controle over de Franse staatszaken. Waarom plaatst hij in hemelsnaam zijn handtekening onder een document dat hem wegdrijft van de macht?

 

Auteur Paul Colin vermoedt dat de hertog kost wat kost tijd wil winnen om in de lente van 1411 op de proppen te kunnen komen met zijn Vlaams leger en om daarna dat verdrag van november in de prullenbak te kunnen deponeren. Wat er ook van zij, de graaf verlaat Parijs op 9 november van het jaar 1410 en trekt naar Arras en later naar Rijsel waar hij een groot tornooi organiseert en er van profiteert om de rijke burgerij van de stad een weelderig banket aan te bieden. Van Rijsel gaat het nu naar Gent en naar zijn broer de hertog van Brabant die hij absoluut aan zijn zijde moet zien te houden. Er volgt een nieuw tornooi. Hij etaleert tijdens dit evenement een haast onbetamelijke en erg ongepaste decadentie.

 

Vierentwintig perfect uitgeruste ridders vergezellen Jan zonder Vrees. Hun wapenschilden fonkelen van het goud en zilver die er in verwerkt zijn. Het tornooi wordt trouwens afgerond door een militair defilé van zijn 'koninklijke' escorte. De somptueuze feestjes die de graaf van Vlaanderen organiseert voor de magistraten en voor de notabelen van Rijsel, Oudenaarde, Gent, Brussel en Douai gaan natuurlijk over de tongen bij de mensen. Hij smijt werkelijk met geld om zijn volk te plezieren en te charmeren en om de sympathie van zijn Vlaamse onderdanen voor zich te winnen. Als dat maar niet tegen zich keert….

 

De expliciete vraag of de Vlamingen in het voorjaar van 1411 naar Frankrijk willen optrekken tegen de vijanden van de graaf, blijft niet op zich wachten. Kort na Pasen koopt de stad Ieper voor eeuwig de rechten om taksen te heffen op dranken, levensmiddelen en verbruiksgoederen. Ze betaalt hiervoor 15.000 kronen. Het is een voorbeeld wat er nu aan het gebeuren is. 'Ende aldus so vercochte myn heere in anderen plaetsen ooc vryhede omme hem der mede te ghehelpene tjeghen zinen vianden.' Ongelooflijk hoe slim hij is. De steden zijn maar wat blij dat ze weer wat meer zelfstandig kunnen zijn en de graaf kan tezelfdertijd zijn kassa spijzen.

 

De 16de juli staat Jan zonder Vrees in Brugge waar hij een diner aanbiedt aan de Vlaamse gezagsdragers. De hele zomer door gaat hij Vlaanderen rond op zoek naar hulp van zijn vazallen. 'Hij bad hemlieden omme helpe ende troost.' De raad van Vlaanderen en de steden beloven de graaf dat zij zich zullen beraden over een eventuele nieuwe militaire bijstand. Maar mensen vinden is altijd delicaat. De vier beloofden 'daer up te beradene, ende een ander dachvaert omme te verantwoorden, twelke hemlieden myn heere vriendelike assenteerde, ende elc voer in sine steide, ende vergaderden al haren raet elc int zine.' Die van Gent komen als eersten met hun beslissing. Ze hebben gedaan wat ze konden, maar ze hebben het gemeen niet kunnen overtuigen om te gaan vechten voor de graaf.

 

Het antwoord van Brugge, het Vrije en Ieper is voorwaardelijk positief. Als die van Gent meegaan, stappen ze ook mee naar Frankrijk. 'Die van Ghent willen maar meetrekken tot aan de grens. Zy verantworden up dat zy gherne met myn heere uut trecken zouden toten palen van Vlaendren, maer niet voorder wilden trecken up welke myn heere zeer drouve was, ende bad dat zy hem te goede worden wilden.'

 

Dat 'bidden' van de graaf heeft trouwens meer weg van een dreigement. Hij dreigt met confiscatie van Gentse goederen, waardoor die van Gent nog meer verdeeld worden. De ene partij wil er op uit trekken en de andere niet. De impasse blijft maar aanslepen en dat is helemaal niet naar de zin van Jan zonder Vrees. 'Myn heere was so verstorbeirt en soude vertrocken hebben in grammenmoede.' De gezagsdragers in Gent smeken de graaf dat hij nog even in Gent zou blijven en dat ze het gemeen desnoods met geweld zullen verplichten om zich te engageren voor hun graaf. En uiteindelijk zwichten de mensen uit vrees voor represailles van de baljuw en de schepenen. Door de goedkeuring in Gent, staat Vlaanderen opnieuw op dezelfde lijn.

 

De Franse kronieken bevestigen het: 'als dat zyn voorseide lant van Vlaenderen hem dienen zoude van lieden, van wapenen, serganten ende scotters jeghen den hertoghe van Orleans.' Het heeft bloed, zweet en tranen gekost. En heel veel dreigementen. 'Zy souden al te velde trecken, omme twelk myn heere de meeste blydscap hadde ende hy trock van Ghent te Brugghe ende bedancte also zeere die van Brugghe ende die van den Vryen, ende daer na so quam hy tYpre, ende bedancte ooc der steide van Ypre ende bad elken dat sy hem haesten zouden al dat sy mochten, want sine vyanden quamen vaste neider omme hem ende den zinen te scadene ende doe waren alomme de banieren inde steiden uute ghesteiken ende wart open oorloghe.' De Vlamingen bereiden zich voor om met hun graaf ten oorlog te trekken.

 

De graaf heeft heel wat tijd verspeeld in Vlaanderen maar is zeker niet onledig gebleven. Het charmeoffensief van de graaf in Vlaanderen staat in schril contrast met wat zijn mannetjes ondertussen uitspoken in Parijs. Haat en paniek zaaien. Wat zal er gebeuren met de arbeiders als iemand van het kamp van Orleans de stad voor zich wint? De mensen worden bang gemaakt. De populariteit van de hertog van Bourgondië wordt opgevijzeld bij het gepeupel en ondertussen bereiken de provocaties tegenover de Armagnacs een hoogtepunt.

 

De ene valstrik volgt de andere. Het gebeurt allemaal achter de schermen en de clan van de Armagnacs verliest zijn kalmte. En dat is precies wat Jan zonder Vrees wil natuurlijk. Bernard VII van Armagnac en de oude Berry oordelen dat de vrede van Bicêtre geschonden is en rukken de hoofdstad binnen, waar hele benden de binnenstad van Parijs teisteren met geweld, brand en roofpartijen. De tactiek van de hertog van Bourgondië slaagt wonderwel. Het bewijst wat voor een sluw heerschap onze graaf eigenlijk wel is. De koninklijk raad van Frankrijk ziet alleen maar de publieke agressie van de kant van de Armagnacs en nodigt Jan zonder Vrees nu officieel uit om de Franse kroon te verdedigen. Het krijgt notabene de koninklijke toestemming om zijn militaire plannen uit te voeren en verzamelen te blazen voor een grote inval te Parijs.

 

De vijand staat voor de keuze: ofwel in mootjes gehakt worden, ofwel Parijs te ontvluchten en zich ten zuiden van de Loire in veiligheid te brengen. In de Ieperse kronieken lezen we het eveneens: 'binnen desen tyd so deide de conighinne van Vrankeryke ende myns heeren partie so bin dat de coninc siec was en dat niement so coene ware dat hy den hertoghe van Bourgoingen te goede werde noch ghewapent quamen binder crone up vyand sconincx te zine.' 21 augustus 1411. Het Vlaamse leger rukt op naar Douai om het leger van de graaf te gaan vervoegen. Vandaar gaat het naar Bapaumes. Op 1 september van het jaar 1411 staat de hertog van Bourgondië paraat met een leger 'en armes et à toute puissance'. En dat van zijn broer, de hertog van Brabant, moet amper onderdoen.

 

Aan het hoofd van de Vlaamse troepen staan Felix de Steenhuyse, de grootbaljuw van Vlaanderen, en Heylaert van Poucke. De troepen vertrekken naar de Somme waar ze de confrontatie zullen aangaan met de troepen van de vijandelijk coalitie. De witte vaandel van de Armagnacs en het Sint-Andreaskruis van de Bourgondiërs zullen binnenkort oog in oog staan met elkaar. Alles lijkt perfect naar wens te gaan voor graaf Jan zonder Vrees. Maar nog voor het einde van de maand september gebeurt er iets vreemd.

 

De duizenden Vlamingen die meestappen in het leger, keren hun kar van de ene dag op de andere en ze trekken vreemd genoeg terug naar hun vaderland. Ze laten hun graaf stikken met zijn oorlog in Frankrijk. De Franse schrijver begrijpt er niets van. Zijn ze niet betaald door de hertog? Of was er een afspraak dat er slechts een bepaalde termijn zou worden gevochten en is die termijn verstreken? Of hebben de Armagnacs een aantal Vlaamse kapiteins omgekocht? Paul Colin vindt geen enkele zinnige reden. Een blik op de 'Merkwaerdige gebeurtenissen van Olivier van Dixmude' laat uitschijnen dat we mogelijk hier wel eens de reden kunnen terugvinden. We gaan dus benieuwd verder op zoek naar wat er echt gebeurd is tijdens deze septembermaand van 1411.

 

We leren alvast iets over de omvang van het leger dat via Cambrai optrekt naar de Somme. 30.000 gewapende soldaten, 20.000 man voetvolk, 4.000 wagens, duizenden paarden. Op zowat 25 km ten zuiden van Péronne wacht een eerste uitdaging in het zwaar versterkte Ham aan de Somme waar dagenlang hevig gevochten wordt en waar aan weerszijden grote verliezen te betreuren vallen. De Vlamingen laten zich in positieve zin opmerken. Maar hier blijkt inderdaad wat loos te zijn. 'Ooc worden van de Vlaminghen doot ghescooten een deel by den welken zy zo verhit worden dat sonder ordenanche van haren capitaine, zy der steide up worden ende wonnen.'

 

Het zijn de woedende Vlamingen dus die zonder opdracht van hun kapitein de laatste obstakels die de stad beschermen kunnen afbreken en nu klaar staan om een doorbraak forceren. Nog even doorduwen en Ham valt in de handen van de Vlamingen. Maar de graaf ziet dat anders en geeft de heer van Roubaix de opdracht het beleg op te breken en om tijdens de nachtelijke uren verder te trekken. Ham is voor hem niet belangrijk. Parijs wel. De Vlamingen weigeren het bevel te aanvaarden. 'Myn heere van Roubays quam van myns heeren weghe hemlieden bevelende of te treckene tot sanderdaechs nuchtens, twelke zy harde noode deden, ende zeiker sy hadden de poorte ghewonnen hadde men by ordonanchen hemlieden ghevolcht.'

 

Ze negeren de bevelen van die van Roubaix en gaan de hele nacht verder met het bestoken en beschieten van het stadje. Als klap op de vuurpijl zijn het dan nog de Brabanders die er van profiteren om de stad in te nemen door de openingen die de Vlamingen in de stadsmuren hebben aangebracht. 'Ende was de steide ghewonnen den 2n dach in Septembre.'

 

Die van Vlaanderen hebben blijkbaar een probleem met het opvolgen van orders. Er bevindt zich veel voorraad en proviand in Ham en de graaf heeft zijn troepen gevraagd om enkel te roven en te plunderen. De stad mag worden afgebroken maar in geen geval in brand gestoken worden om te vermijden dat kostbare goederen zouden verloren gaan. De Fransen en de Vlamingen van het grafelijk leger vechten onder elkaar om het meest te kunnen plunderen. Een zootje ongeregeld is het. 'Maer de Vlamingen behielden den roof ende dreivent met fortsen duere by den wlken men seide dat de Waels van moede tvier staken in de steide alomme dat tgoed verbernen souden.'

 

De ruzie zorgt er voor dat de stad nu toch volledig afbrandt, 'omme twelke myn heere zeere gram was, ende also gramme als menne noyt sach, omme dat aldus de steide verbornen was, maer hy ne conste niet weiten wiet ghedaen hadde.' Na wat er gebeurd is, proberen de Vlamingen weer op een goed blaadje te komen bij de graaf en veroveren ze stad na stad in de Vermendois. Roye, Péronne, 'Sannin up de reviere dOyse.' Uiteindelijk komt het grote leger in de buurt van Montdidier waar het vijandelijk leger zich massaal heeft samen getroept om het pleit te beslechten hier in de weilanden ten noorden van de stad. We zijn aangekomen op 20 september van het jaar 1411.

 

De orders van de graaf zijn formeel: er moet gewacht worden tot die van Orleans zelf aanvallen. Maar na enkele dagen is er nog niets gebeurd. En dat maakt de Vlamingen meer dan ongeduldig. Er is hier in de streek nog zo veel te roven en te plunderen en buit te maken en ze moeten hier ergens in het niemandsland wachten op een leger dat maar niet opduikt.

 

'Ende de Vlaminghen ghemeenlike beghonsten zeere te murmurerene.' Er zijn grote geruchten ontstaan dat er zich in het leger van de graaf verraders bevinden en bovendien hebben ze afgesproken met hun graaf dat ze zich 40 dagen ter beschikking zouden houden voor hem. Een termijn die nu verstreken is. Bovendien is de soldij nog niet betaald. Onder impuls van de Gentenaars trekken ze naar Jan zonder Vrees en vragen de mannen of ze mogen terugkeren naar hun thuisland. De hertog van Bourgondië smeekt de Vlamingen met de handen ten hemel om toch zeker nog acht dagen te blijven. 'Myn heere van Bourgoingen quam an die van Ghent zeere biddende hemlieden daer noch acht daghen te blivene, up welke die van Ghent riepen 'Heere ghy hebt verraders by y, ende wy zouden zyn vercocht ende ghy verraden, ende certein wy ne willen hier niet langher bliven, ende doe hoorde men menighen voys roupen velle tenten, te Vlaendren waer, te Vlaendren waert.'

 

De Franse kroniekschrijver vertelt hetzelfde verhaal. In het oude Frans van Monstrelet, komen we te weten dat de onderhandelingen zowat de hele dag duren. Van de ene tent naar andere en terug. De gevraagde acht dagen worden smekend teruggebracht naar vier dagen. 'Het kan toch niet dat zijn keurleger zich terugtrekt op het moment van de waarheid.' 'Net op het ogenblik dat de veldslag zal beginnen kunnen jullie Vlamingen toch niet jullie schop afkuisen?' Maar de Vlamingen leggen deze smeekbedes naast zich neer en laten een radeloze graaf achter en trekken er rovend en brandend op uit. De voorsteden van Montdidier zullen het wel geweten hebben.

 

Het komt er nu op aan voor Jan zonder Vrees om zich terug te trekken en de schade te beperken. De trompetten geven het signaal voor de aftocht, maar daar komen de vijandelijke troepen al aan. De tijd ontbreekt om de tenten af te breken en de karren te laden. Die van Orleans beleven een mooie dag als ze met 200 gewapende soldaten binnenvallen in het kamp van de Bourgondiërs en er een rijkelijke buit zo maar op hun weg vinden.

 

De terugkeer van de Vlamingen gebeurt op de meeste chaotische manier. Vooral omdat het onderling niet botert natuurlijk. Er is grote onenigheid ontstaan omtrent de marsvolgorde tussen die van Ieper en het Vrije. Maar ook de moeilijke beslissing die moest genomen worden tijdens de zomermaanden om wel of niet mee te strijden met de graaf, een beslissing die nu gevolgd werd door een algemene terugtrekking, wordt van langs alle kanten gecontesteerd. Op hun terugkeer moeten een reeks Franse steden het ontgelden. Tussen die van Ieper en van Rijsel gaat het er vijandig en bijwijlen hardhandig aan toe.

 

De gemoederen in Vlaanderen zijn verhit. En ze zijn allemaal in het bezit van hun oorlogswapens. Ongetwijfeld wordt er flink aan de fles gezeten. Een al te gevaarlijke cocktail. Hebben we hier te maken met hooligans? De eeuwige tweestrijd tussen voor of tegen de graaf, en voor of tegen de steden, staat plots weer op scherp. De polemiek van de voorbije 10 jaar lijkt weer al eens te eindigen op een brutale catharsis. 'Die van Brugghe trecken onder leiding van Lieven de Scuetelaere duer Roesselaere, ende die van den Vryen scieden elc int zine ende trocken den naesten wech thuuswaert. Die van Brugghe trocken voort sanderdaechs ende quamen voor de steide van Brugghe.' Daar zijn ze dan. Op 6 oktober 1411 zijn ze terug van hun Frans avontuur met de graaf. 'Ende ze ghinghen staen bachten der Magdeleene Sint-Andries waert over up den Dixmude wech.'

 

Blijkbaar ligt het feit dat ze nog niet vergoed werden voor hun prestaties zwaar op hun maag. En dat moet het graafsgezinde stadsbestuur met al hun belastingen nu volop ontgelden. Ze sturen een delegatie met een eisenpakket naar de schepenen. Als het stadsbestuur wil dat ze de stad binnenkomen, moeten eerst en vooral de taksen op het graan worden opgeheven. En het is evident dat ze hun maandgeld zullen krijgen voor hun trip naar Frankrijk. En natuurlijk willen ze het Calfvel vernietigd zien. Het document waarop 'den zevensten penninc van al de revenuwen van der steide' werd opgeëist door de graaf. Ook het verbod om de banieren te gebruiken, willen ze ongedaan gemaakt zien. Met al zijn eisen en belastingen en 'pointingen brochten zy ooc voort, daer meide de stede van Brugghe al te nienten ghinc ende tland van Vlaendren ooc groote scade nam.'

 

Vooral de Brugse burgemeester Boudewijn de Vos en zijn schepenen zijn kop van jut. Ze hebben de stad op een valse manier bestuurd en hebben de stad en haar inwoners veel kwaad aangedaan. De milities weigeren hun wapens in te leveren. De magistraten en de ambtenaren die meezeulden met Jan zonder Vrees, moeten gestraft worden voor het opleggen van die schandalige belastingen en ontzet worden uit hun functies. We bevinden ons midden in een conflict waarbij al de Brugse ambachten het volledig herstel van hun vrijheden en privileges eisen.

 

Er wordt deze keer hard op tafel geslagen. De stad moet weer volledig autonoom bestuurd worden door haar inwoners en niet afhangen van de graaf van Vlaanderen of van graafsgezinden die de boel belazeren. De adellijke heren zijn opgeschrikt door het eensgezinde standpunt van de ambachten en vooral door de zeer agressieve taal die gesproken wordt. Jan, de heer van Uutkerke, Robert van de Cappelle en zijn broer Jan proberen te onderhandelen en de gemoederen tot bedaren te brengen. Maar de opstandelingen beseffen dat ze zich deze keer in een ideale positie bevinden om hun gram te halen.

 

Ze weigeren elke toegeving en tonen zich dermate bedreigend voor de rijke burgerij en de adel zodat de graaf zich genoodzaakt ziet om zijn 15-jarige zoon Filips de Goede, de hertog van Charolais, naar Brugge te sturen en te zwichten voor het opstandige Brugge. Lieven de Scuetelaere en zijn luitenanten Jan Hoste en Jan Broloos halen op 11 oktober hun slag thuis. Het gehate Calfvel mag worden vernietigd, de soldaten krijgen allemaal twee maand soldij in plaats van één en er komt een korting op de belastingen. Het fameuze Calfvel wordt in het bijzijn van de verzamelde milities en de dekens van de 52 ambachten ostentatief in stukken gescheurd.

 

En dan volgt de plechtige intrede in het centrum van Brugge. De Brugse troepen, met in hun zog de contingenten van Sluis, Blankenberge, Oostende, Torhout, Oudenburg, Oostburg, Aardenburg, Muide en Munikerede, krijgen een warm onthaal wanneer ze voor het belfort marcheren. De enthousiaste en uitgelaten menigte onthaalt hen als bevrijders van het land. Het valt heel erg op dat de raadslieden van de graaf pertinent zij aan zij staan met het stadsbestuur als de muiters op de grote markt worden verwelkomd.

 

Het lijkt er op dat ze de incidenten van de voorbije weken in hun ogen maar van secundaire aard zijn geweest. De welwillendheid van de graafsgezinden levert vooral het bewijs van een zeldzaam moment van wijsheid van graaf Jan zonder Vrees. Wat zich in Brugge afspeelt in die weken, blijft natuurlijk niet onopgemerkt. 'Als van Ghent ende die van Ypre ende van den Vryen saghe dat die van Brugghe ghepayt waren, trocken zy by mynen heere van Charolais', en krijgen ze gelijkaardige toezeggingen. De graaf heeft de scheve situatie in Vlaanderen weten recht te zetten en kan zich nu weer toespitsen op het eitje dat hij nog te pellen heeft met de clan van de Armagnacs en die van Orleans.

 

Ondanks de noodgedwongen terugtrekking aan de Somme en de troebelen in Vlaanderen, toont Jan zonder Vrees zich een godverdomse lepe vos. Alle middelen om oorlog te voeren, zijn welkom. Hij speelt zonder meer een vuile oorlog. Meer bepaald binnen de stad van Parijs, maakt hij gebruik van het gemeen om de stad volledig te destabiliseren. Een smerige volksmilitie met demagogische krachten zaait volop terreur onder de mensen. Die staat natuurlijk onder de bescherming van Jan zonder Vrees die natuurlijk wel voelt dat hij hier zijn voordeel bij kan doen.

 

Het zijn de ambachtslieden van de beenhouwers die de militie bevolken. Onder leiding van een zekere beenhouwer Legoix ontketent de bende een regelrechte burgeroorlog in de straten van de hoofdstad. Wat zich afspeelt komt neer op bloedige terreur op alles en iedereen die meezeult met die van Orleans. De situatie in de laatste week van september oogde erg kritiek voor die van Bourgondië. Maar hij heeft blijk gegeven van een bijzondere koelbloedigheid.

 

Zelfs zijn eigen achterban adviseert hem om op te geven en te onderhandelen met de tegenstrevers, maar hij blijft koppig volhouden. Einde september is de hertog al lang terug op zijn pootjes gevallen. Op 2 oktober neemt hij in Bapaume contact met Engelse afgezanten, de graaf van Arundel en andere ambassadeurs van de koning van Engeland die natuurlijk sterk geïnteresseerd zijn in de poging tot staatsgreep van Jan zonder Vrees. De hertog krijgt de bijstand van 1.200 Engelse huurlingen om zijn strijd verder te zetten.

 

Dat de hertog van Bourgondië op zo'n korte tijd een verloren gewaande situatie kan doen omslaan in een militair voordeel, komt aan als een volslagen verrassing in Frankrijk. Nog voor zijn troepen Parijs bereiken, zijn de aanhangers van Orleans en Armagnac al danig murw gemaakt door de hardhandige beenhouwers, en zijn ze de stad uitgevlucht. Na een nachtelijke rit dringt de hertog aan het hoofd van zijn 1.200 huurlingen, zonder enige vorm van tegenstand, de stad Parijs binnen. Op 23 oktober 1411 neemt hij de teugels van de stad en van Frankrijk resoluut in handen.

 

In Brugge is de putsch van de ambachten verre van afgelopen. Wie meende 'mense met soetheden te hebbene ghepayt, nemaer zine lietent also niet lyden.' De dekens van de ambachten komen naar de Burg en willen dat de baljuw, de schout en de schepenen die de Bruggelingen zo de duivel hebben aangedaan, nu plaats zullen ruimen voor figuren van betrouwbaarder allooi. 'Zy hadden nemmermeer maninghe van hemlieden te ontfanghen.' Maar de geviseerden weigeren op te stappen en dat leidt tot grote ongeregeldheden in de binnenstad. Enkele notoire Bruggelingen zien zich verplicht om zich naar Gent begeven om de zoon van de graaf en de kanselier van de Raad van Vlaanderen om een oplossing te helpen zoeken voor het conflict.

 

En dan toch. 'Den derden dach van Novembre so was daer ghebannen Jan Biese ende Jan van Oudenaerde, elc zesse jaer uuten lande van Vlaendren up haer hooft van tansemente, ende Jan Reiffin ende Jan de Veltere elc drie jaer van onprofitelic in de steide te sine.' Het is een verbanning 'op haer hooft' en dat komt er op neer dat ze als ze binnen de termijn van de verbanning toch opgemerkt worden in Brugge, ze onthoofd zullen worden. De ambachten hebben eindelijk hun zin gekregen, 'ende aldus vielt deisen de welke lettel gheclaecht waren binder stede van Brugghe noch binden lande van Vlaendre.' In Frankrijk heeft koning Charles VI de opdracht gegeven aan Jan zonder Vrees om de stal uit te mesten en af te rekenen met alle samenzweerders.

 

En die laat zich niet pramen, overal worden de Armagnacs als loslopend wild opgejaagd en zelfs paus Urbanus V mengt zich in de debatten door de banvloek uit te spreken over de Armagnacs. De hertog van Bourgondië laat de, voor deze speciale gelegenheid in het Frans vertaalde, excommunicatiebulle in elke kerk van Frankrijk voorlezen.

 

Op 12 januari 1412 heeft hij zijn politieke autonomie helemaal hersteld. Overal doorheen de Franse provincies wordt afgerekend met die van Orleans en met de Armagnacs. En dat leidt tot ongehoorde uitspattingen van alle soort en slag: aanslagen, moorden, brandstichting, plunderingen, en zinloze vernielingen. Wie kan, vlucht ten zuiden van de Loire, waar het veilig is. In Parijs begint het leven stilaan weer zijn gewone gangetje te gaan. Er is nu niemand meer die de leiderspositie van Jan zonder Vrees in vraag stelt. De nieuwe sterke man kan zich nu uitleven in een reeks van decadente feesten. Dat de zoon van beenhouwer Legoix gesneuveld is en dat dit de gemoederen van de beenhouwers diep beroert, lijkt een fait-divers te zijn voor de hertog.

 

Terwijl zowat heel Frankrijk doorspekt is van afrekeningen en geweld, en die van Engeland willens nillens daarbij betrokken zijn, geeft onze kroniekschrijver aan dat de koning van Engeland een brief schrijft 'an tland van Vlaendren, de welke inhilt dat hy begherde te weitene of Vlaendren den vrede houden wilde die met hem ghemaect was in 1407.' En dat op een moment dat notabene de graaf van Vlaanderen voortdurende vijandelijkheden uitvoert op de Engelse provincies in Frankrijk. De Engelsen proberen vuurtje te stoken tussen de Vlamingen en hun graaf. Zoveel is zeker.

 

De Engelse bode vertrekt nog diezelfde dag met een antwoord naar zijn koning, inhoudende dat 'zy meenden de vreide thoudene ende die niet by hemlieden te breikene in gheenre manieren.' Op de vraag of de Vlamingen nog bereid zijn om opnieuw te vechten in Frankrijk, wordt niet geantwoord. Rond de meimaand van 1412, was 'den pays ghemaect tusschen myn heere van Bourgoingen ende Orliens.' Maar die vrede is van korte duur nadat Jan zonder Vrees een medestander van die van Orleans laat liquideren en de hertog van Orleans woedend wegtrekt uit Parijs. 'Ende de hertoghe van Berry hadde ooc gherne uute ghetrect, maer hy ne mochte, tcommun begonste zeere roeren ende machtich worden, ende specialike de vleeschauwers van Parys.'

 

De mannen van Legoix roeren zich opnieuw. Er is nog geen gerechtigheid gezien om de dood van zijn zoon. Daarbij heeft een stuk van het leger van de koning zich afgescheurd van de hertog van Bourgondië en de zijde gekozen van die van Orleans. Die sluiten zich aan bij de onrustige beenhouwers onder leiding van Simoen Caboche. 'Deise quam metgaders den commune van Parys , wel tot achte duust of meer an den heere van Bourgoingen ende Berry, ende begherden justicie thebbene ghedaen zeer regoreuslike ende vyandelike.'

 

Na veel tralali en tralala slaagt de hertog er in om de rust enigszins te laten neerdalen over de woelige stad. Het lijkt er op dat hij zijn uiterste best doet om orde op zaken te stellen in zijn financiën en in de ontwikkeling van de Franse staat. Maar het blijft een nest vol van intriges. Zo glijden we 1413 binnen. Vanuit universiteitsmiddens wordt er alarm geslagen over de toestand van de Franse staatshuishouding. Wanorde en corruptie tieren welig. Een ingreep dringt zich op. Bepaalde middens wijzen al met beschuldigende vinger naar de hertog van Bourgondië. Waarom houdt hij de hand boven het hoofd van enkele notoire schurken?

 

De weerstand groeit. In het voorjaar van 1413 slaagt Jan zonder Vrees er nog maar een keer in om het volk van Parijs voor zijn kar te spannen en op straat te doen komen. Nu kan hij eindelijk een hoogdringende hervorming tot stand te brengen, beter bekend als de 'ordonnance des cabochiens'. Maar het feit dat hij het volk laat moorden en plunderen om zichzelf te beschermen tegen de kritiek van de hogere burgerij en de elite, drijft die laatsten recht in de handen van de Armagnacs die natuurlijk nog een eitje te pellen hebben met de graaf van Vlaanderen.

 

'Aldus so bleef myn heere eene zeer langhe tyt in bataelgen.' Parijs lijkt ver weg van de Westhoek, maar als puntje bij paaltje komt, griezelig dichtbij. Vooral als de graaf in geldnood komt te zitten. 'Nu moet ghy horen van Vlaendre. Het gheviel dat myn heere sende in al de steiden van Vlaendre ende Artois om finantse van ghelde, up twelke de vier leiden van Vlaendre te vergaderne de drie staten van Vlaendre, clergie, eidele ende de vier leiden ende ooc alle andre cleene steiden.' Iedereen die iets te zeggen heeft, wordt samengeroepen in een algemene vergadering: de clerus, de adel, de Raad van Vlaanderen en de kleinere steden.

 

Maar in plaats van geld, komen de Vlamingen met een klachtenbundel om 'u' tegen te zeggen. Filips de Stoute, zijn vader zaliger, heeft de Vlaamse wetgeving op 12 punten veranderd, en het wordt hoog tijd dat Jan zonder Vrees die wetgeving weer in zijn originele toestand herstelt. De oude struikelblokken komen weer boven water. Dat was dat 'hy residencie houden zoude bin zinen lande van Vlaendre, sinen raet te maken al gheborne Vlaminghen ende sine officiers ghelyc, ende tcasteel van Ryssele ende Sluus al ingheboorne Vlamingen capitainen en eene eendrachtighe munte.' Met die eisenbundel rond een Vlaamstalig bestuur en een uniforme munt, trekken ze naar Filips de Goede, de zoon van de graaf en 'baden ham dat hy den lande ghehulplich weisen wilde van deisen en dat te laten weiten aan myn heere te Compiengen.'

 

Er komt vrij vlug een antwoord uit Compiègne. Enkele medestanders van Jan zonder Vrees delen mee aan de Raad van Vlaanderen dat de graaf van plan is om naar Vlaanderen te komen. Er is echter één 'maar'. Hij moet afdoende beschermd worden om naar Vlaanderen af te reizen want de situatie in Frankrijk is kritiek. De Vlamingen delegeren kapitein Hugo van Lannoy en 200 soldaten die 'hemlieden bewaren soude theghen sine vyanden, ende beloofde hemlieden altoos te secoersene, mids dat zy noot hadden.'

 

Na veel vijven en zessen arriveert de graaf in Rijsel. Archivaris Lambin preciseert: 'hy hield daer, den Zondag voor Aller Heiligen 1413, eene luisterlyke feest, geduerende welke steekspelen plaets hadden, en alwaer zyne twee broeders en zynen zoon, de grave van Charolois, zich bevonden.' In werkelijkheid is de grond in Parijs te heet geworden onder zijn voeten en heeft hij zich in allerijl in veiligheid moeten brengen in het noorden. Zijn familie is noodgedwongen meegereisd naar Rijsel. De graaf van Berry en de Armagnacs verplichten hem om te wijken uit Parijs.

 

'Assistentie van volke', vraagt hij, 'ende ghelt omme liede van wapene thebbene omme te treckene te Compiegnen waert.' De graaf is geneigd om eventueel acht van de twaalf Vlaamse eisen die aan zijn zoon waren doorgegeven, in te willigen. 'Ende dander niet.' De Vlaamse delegatie in Rijsel vraagt bedenktijd om advies in te winnen bij hun achterban 'ende aldus so vertrocken zy elc in zine steide ende brochten myns heeren begherte over, up twelke was weider vergadert al de cleene steiden ende de drie staten te Brugghe ende was weider ghemaect eene dachvaert te Ghent omme dat daer elc zyn avys overbringhen soude.'

 

De conclusie is duidelijk: de Vlamingen blijven bij hun eisen. Vlaanderen is al veel te lang op onwettelijke manier bestuurd zodat het 'al te nienten ghinc.' De postjes in de wet worden nog altijd met geld gekocht. De twaalf punten blijven op tafel liggen. Neen: 'ze baden hem dat hy wilde doen tversouc van den gemeenen lande, up welke myn heere dede verandworden dat hyre raet up nemen zoude.' De zaak wordt dus nog maar eens op de lange baan geschoven. Maar het is nu al duidelijk dat die van Ieper, Brugge en Gent van langs om minder geïnteresseerd zijn in wat hun graaf allemaal aan het uitrichten is in Frankrijk.

 

Jan zonder Vrees wordt in Frankrijk gaandeweg als een publieke vijand beschouwd. In februari 1414 rukt hij op met een haastig gevormd legertje manschappen afkomstig van Brabant en Henegouwen. En natuurlijk met het relatief kleine peloton van Hugo van Lannoy. Die raid loopt af op een sisser als de gebruikelijke achterban van de beenhouwers niet beweegt en hij nu definitief het imago van een agressieveling op zijn figuur gekleefd krijgt. De Gentenaars eisen dat het gehavende Vlaamse peloton onmiddellijk terugkeert naar Atrecht, waarvoor 'myn heere zeer gram was up tland.' Zijn vijanden profiteren van de situatie door de koning Charles VI een decreet van verbanning te laten uitschrijven. De koninklijke banier wordt uit de kast gehaald en figureert nu in een campagne van de Armagnacs die nu oprukken in richting van het noorden.

 

Nu kent de hertog van Bourgondië de Vlamingen natuurlijk wel. 'Ende hy quam van daer te Brugghe ende verzochte omme secours, maer eenighe woorden quamen zo te Ghent uut int gemeene.' Zijn interne smeekbede wordt publiekelijk uitgesmeerd in de Gentse straten waar de gewone mensen opgeschrikt worden door de verplichting om opnieuw te gaan vechten. Zoals enkele jaren geleden al het geval was in Luik. Naast schrik bestaat er natuurlijk ook verontwaardiging bij de Gentenaars. Waarom probeert de graaf op een achterbakse manier Brugge in te schakelen om die Gent mee te krijgen? 'In twelke groote roere in Ghent was, ende waren zeere gram, ende myn heere deide zyn versouc te Brugghe.' En nu daagt de graaf op in Ieper. 'Waar hij van ghelyken deide. Maar tYpre deide hy eene nieuwichede.' Deze keer beperkt hij zich niet tot de bestuurders van de stad, maar trommelt hij al de poorters, 'cooplieden ende ander simpel lieden tote hem te commene spreiken, de welke eene groote quantitheit quamen voor de wet in de camere.'

 

De massa die opduikt voor de schepenkamer wil terugkeren naar die goede oude zelfstandigheid van indertijd. Ze vragen niets liever dan te kunnen terugvallen op hun vroegere vrijheden en wetgeving zonder al te veel inmenging van buitenaf. De wethouders en de voogd Nicolas Belle moeten achteraf wel hun redenen hebben om geen extra eisen te stellen aan Jan zonder Vrees. Dat is duidelijk niet naar de zin van de stedelingen die nu eens hun mening mochten geven. 'Twelke natuurlijk grooten nyd in brochte onder de goede, ende moesten vele dienen of doen dienen.

 

Aldus so ghinct tYpre in de goede steide, zo mer alle de quade costumen up liet loopen, ende men deider gheene correctie van quadoene ende vercochten dofficien ende niement conste gheweiten wat wet tYpre was, want men gaf den bailliu al dat hy wilde in de name van den heere by dat vooghd ende scepenen altoos duchten of te gane van haren officien, by den welken al de stede van daghe te daghe te nienten ghinc.' De kritiek van de goegemeente is duidelijk: in ruil voor de postjes, hebben de bestuurders alle macht gegeven aan de baljuw, die in naam van de graaf de wet dicteert in de stad terwijl de stedelingen niets meer in de pap te brokken hebben en waardoor de stad van dag op dag naar de klote gaat.

 

Het land van Vlaanderen wacht met zijn antwoord in Gent, waar de graaf zich dan ook verwachtingsvol naar toe begeeft. 'We zullen u graag met lijf en goed dienen als onze bestuurders Vlaams praten en een substantiële inbreng zullen doen in het land van Vlaanderen', is het antwoord van een eensgezinde raad. En daarbij nog maar eens de twaalfpunten eis, waar de graaf 'wel veel rond ghepayt heeft' en de nodige toertjes rond de pot gedraaid heeft, maar als puntje bij paaltje komt, er nog altijd geen antwoord op tafel is gekomen.

 

Paul Colin schrijft het eveneens in zijn boek van 1943. De burgers van Gent, en zeker die van Brugge, interesseren zich van langs om minder in de Franse ambities van Jan en weigeren financiële en militaire bijstand en eisen daarbij dat de vorderingen, gekend als de 'twaalf punten' eerst moeten ingelost worden door de prins. Er komt hier in Gent nog een ander pikant detail naar boven. De koning heeft achter de rug van Jan zonder Vrees contact opgenomen met die van Gent. 'Zo vonden die van Ghent een brief in een lederin zaxkin int sceipen huus, van den coninc van Vrankerike, de welke up ghedaen was, ende hilt in dat de concinc ontbood ende bad tland van Vlaendren te commen van den notabelsten tjeghen hem spreiken teenre certaine stede.'

 

Dat notabene de koning van Frankrijk wil praten met hen, slaat de doorgaans niet verlegen Gentenaars deze keer wel met verstomming. Ze sturen Gilles van Brecht naar het kamp van de overwinnaars (zover is het dus al gezet met de macht van Jan zonder Vrees) waar hij een onderhoud krijgt met Charles VI. Wat van Brecht daar te horen krijgt, doet de wenkbrauwen fronsen. De koning wil Vlaanderen bij zijn persoonlijke domeinen annexeren en Jan zonder Vrees van zijn leengoed verjagen. Zo eenvoudig is het. Dat de graaf bijzonder verlegen zit om zulke uitspraak is een understatement zonder meer.

 

Compiègne valt op 7 mei 1414. Laon, Saint-Quentin, Péronne, Roye en Bapaume kort daarna. De jongste broer van Jan zonder Vrees heeft zich al onderworpen aan de koning. De hertog van Brabant en de gravin van Henegouwen trekken naar Frankrijk om te bemiddelen. Ze moeten bijzonder veel moeite doen bij de graaf van Vlaanderen om zich alleen maar te kunnen verzoenen met de idee van een vredesbestand met de vijand. Maar er tekenen zich helaas geen andere alternatieven af. Aan de andere kant voelt Bernard van Armagnac zich allesbehalve bereid om te onderhandelen met die van Bourgondië. Hij wil dat hertog Jan capituleert en legt daarbij enkele haast onaanvaardbare eisen op tafel waarbij onder andere de afstand van het graafschap Artesië. De Vlamingen weten niet zo goed wat ze van de situatie moeten denken.

 

Wie moeten ze nu steunen? Maar die twijfel wordt bruusk opgeschrikt door de moord op Gilles van Brecht die volgens de Franse schrijver uitgevoerd is in opdracht van Jan zonder Vrees die de Gentenaar verdenkt van verraad en van een samenzwering tegen de Franse kroon. De machtsontplooiing van de Armagnacs is bepaald indrukwekkend. Een hele reutemeteut graven, prinsen en hertogen. 'Meer dan honderdduizend krygsknechten ende een nombre also men seide wel tachentich duust perden omringden Atrecht ende beleide aldus alomme de steide ten drooghe lande, ende de heeren uut Bourgoingen al diere binnen waren, scoten anxtelike met vele bussen uutewaert ende dander daden grooten pand der stede met mineerne ende metten grooten engienen die zy buuten hadden scooten zy zeere de mueren ende de porten af.' De situatie is bijzonder precair voor de graaf van Vlaanderen.

 

Maar over de man kan je zeggen en schrijven wat je wil. Hij blijft opnieuw kalm en koelbloedig en weet zich inderdaad te manoeuvreren op het terrein van de diplomatie. Hij wordt daarbij gediend door een nieuwe aanval van dementie bij de Franse koning die zijn macht tijdelijk moet afstaan aan zijn zoon Lodewijk van Guyana, de kroonprins, een 'dauphin', die geen erg hoge pet opheeft van die van Orleans en die verschrikt is dat Jan zonder Vrees in zijn ultieme wanhoop uiteindelijk de Engelsen zal betrekken bij de strijd. Zeer tegen de zin van de Armagnacs gaan de onderhandelingen voor een vredebestand van start.

 

Ook in Vlaanderen zijn ze bepaald geschrokken van de ernst van de situatie. 'Myn heere die ontboot zyn lant te Ryssele.' De vraag is pertinent: willen de Vlamingen de vijand verjagen uit Artesië? Als dat niet tijdig gebeurt, dan loopt ook Vlaanderen het risico van onder de voet te worden gelopen en 'dat zy daer den grooten spyt zouden van hebben van alle te ontervene, omme twelke hy begherde van sijnen lande van Vlaendere.' En nu kan Jan zonder Vrees wel toegeven aan de eisen van de Vlamingen. 'Hy maecte alomme een mandement van al dat hy conste ende mochtene.' Als de nood het hoogst is! De Vlaamse delegatie komt Vlaanderen weer binnen 'ende gaven te kennene myns heeren begherte, ende daer so was ghesloten eendrachtelike, dat men mynen heere gherne dienen zoude met live, met goede ende uuttrecken, mids dat noot ware alsoo veere als men vlaemsch sprake ende contribuerde met Vlaenderen.'

 

Maar blijkbaar liggen de twaalf punten nog altijd op de tafel. Als de Vlaamse delegatie zich terug aanbiedt in Rijsel, blijft het antwoord onherroepelijk het zelfde; 'geen oplossing voor de twaalf punten, geen bijstand vanuit Vlaanderen.' Hoe graag ze hun graaf ook zouden willen helpen. Dit was 'tgrosse van den antworde die myn heere hadde up zyn versouc, daer in dat men besief dat hy qualike ghepayt was, ende bleven de ghedeputeirde daer langhe ligghende te Ryssele. Daer zo ontboot myn heere mynen heere van Brabant ende mer vrauwe van Hollant ziner zustre, de welke daer quamen ende rechtevoort trocken van die van Vlaendren by hemlieden ende baden dat zy ten besten spreken wilden, omme een goet accoort te makene dat myn heere den pais van den coninc hebben mochte, daerof dat hemlieden die van den lande zeere bedancten.'

 

Op 4 september 1414 wordt een complex en nietszeggend vredesakkoord getekend. Er is geen sprake van een capitulatie, maar de termen zijn zo vaag en zo algemeen dat ze zeeën van ruimte overlaten voor allerhande interpretaties en natuurlijk de deur openzetten voor misbruik van al de partijen. Het beleg van Arras wordt opgebroken en de Armagnacs vertrekken met een woedend hart. Niemand beschouwt dit akkoord als definitief zolang de hertog van Bourgondië nog kan rondlopen in Frankrijk. De werkelijkheid is verrassend anders.

 

Er heeft zich een soort van machteloosheid genesteld bij het gepeupel en bij de ambachtslieden. Het is alsof de revolutie zichzelf niet meer ziet door een dichte mist en zich zo eigenlijk zelf opheft. Niemand weet nog eigenlijk voor wie of wat hij staat. Frankrijk leeft in een toestand van grote bezorgdheid en stuurloosheid. De invloeden van de Armagnacs en van die van Bourgondië verzanden in apathie bij de bevolking en daar heeft de kroonprins van Frankrijk veel mee te maken. Hij rukt zich definitief los van alle machinaties van beide partijen en grijpt resoluut zelf de teugels van de macht. De gevolgen van de onrust in Frankrijk de voorbije jaren, zijn ook zichtbaar geworden in en rond Ieper.

 

Verbannen Fransen en opraapsel van de straten is komen afgezakt naar de stad. Het moet om redelijk veel volk gaan, want er is sprake van een reeks illegale herbergen die door de inwijkelingen open gehouden worden. Maar dat is zeer tegen de zin van de bestaande café-uitbaters die verwijzen naar een reglement dat er in de hele ruime omgeving van Ieper geen nieuwe tavernes mogen worden geopend tenzij de overnames van de bestaande.

 

Ze verzoeken aan Loonis van Moerkerke, de Ieperse hoogbaljuw, om het privilege dat ze gekregen hebben van de graaf er op na te kijken 'up tgond dat men gheene taverne up de mile houden moeste zonder ten vryen plaetsen, twelke hy deide.' Dat blijkt inderdaad het geval. Als de cafébazen niet meewillen, zal de baljuw ingrijpen. En dat gebeurt ook. 'Hy verantworde dat hy al ghereet was als men met hem trecken wilde, twelke men deide stappans ende trac up alle straten daer men vant wyn of bier, dat deide de bailliu den boden in slaen.'

 

De bier- en wijnvaten worden vernietigd en alle overtredingen worden bestraft met een boete van 10 Parijse ponden. Dat die van Ieper stad de wet laten respecteren in de buitenwijken van Ieper, is erg tegen de zin van de kasselrij van Ieper die hevig protesteert, maar die er uiteindelijk niet veel kan tegen uitrichten. De kronieken hebben het ook over een geschil dat ontstaan is tussen Waasten en Ieper in het jaar 1413. De Ieperse poorter Roelant van de Woestine verwondt de Waastenaar Jan Lodinvoet bij een gevecht dat trouwens plaatsvindt in Waasten. Hijzelf komt ongedeerd terug naar Ieper, maar Lodinvoet dient klacht in bij de 'stede van Waesten' die daarop eist dat 'van de Woestine van deisen faite up ghebannen te zine uuten lande van Vlaendre up zyn hooft.'

 

Roelant wordt opgeroepen om te verschijnen voor de Ieperse schepenkamer waar hij te horen krijgt dat 'hy te Waestene berucht was van faitte omme twelk hy hem begherde te leghene ter purge, nader vryheit van der stede.' In plaats van een verbanning uit Vlaanderen, verkiezen de Ieperse wethouders om Roelant gevangen te zetten en in de ijzers te slaan en die straf bekend te maken aan de wetgevers in Waasten. 'Item de bailliu ende twee scepenen trocken stappans te Waestene ende deden de certificatie voor de vulle wet van Waestene.' Maar dat is niet naar de zin van die van Waasten 'de welke niet wilden obedieren maer ghinghen voort ende daden noch eene daghinghe ter preiudicie van de stede van Ypre.'

 

De Ieperlingen weigeren hun poorter uit te leveren omdat zij de jurisdictie claimen over hun eigen burgers, maar de Waastenaars houden voet bij stuk om recht te kunnen spreken over misdaden die gepleegd worden op hun grondgebied en dat Roelant van de Woestine voor hen verbannen moet worden uit Vlaanderen. 'Ach zit dat zo', denkt de Ieperse voogd, 'dan maar een koekje van eigen deeg'. 'Als de wet tYpre dit hoorde, zo ghinc de vooghd van Ypre ten eersten dinghedaghe', wat een prachtig Vlaams woord dat staat voor de dag waarop rechtszittingen plaatsvinden, 'ende deide so vele wettelichheden up den bailliu ende der wet van Waestene.'

 

Alle Waastense poorters die er van verdacht worden om onwettelijkheden gedaan te hebben binnen de stad Ieper worden op hun beurt zwaar gestraft. Ieper laat dus niets meer blauw blauw. Roelant blijft nog drie 'viertiennachten' gevangen in afwachting van zijn verschijning voor de vierschaar. In Ieper willen ze nu definitief de spons vegen over zijn misdaden. Maar Waasten wijkt niet, wat de Ieperlingen verplicht om naar de graaf te trekken. 'Bin desen zo quam myn heere te Ryssele, daer zo voeren die van Ypre tot hem ende gaven hem te kennene de foortse ende tonrecht, het geweld en het onrecht, dat die van Waestene ghedaen hadden up haren poorter, contrarie der vryheit van der steide van Ypre.'

 

Nu mogen die van Waasten het komen uitleggen bij Jan zonder Vrees. Met wat hij aan zijn hoofd heeft, kan hij dergelijke ruzies tussen Vlaamse steden ongetwijfeld missen als kiespijn. Voor hem zijn alle steden in principe gelijk, maar de Ieperlingen denken dat zij meer te zeggen hebben dan die van Waasten.

 

Het is in elk geval dat wat Olivier van Dixmude neerpent over die ontmoeting met de graaf. 'Ze verhalen over de fondacie van der stede van Ypre, van zo ouden tyden al eer Waestene yet was.' Ieper was er eerst dus. En dan staan ze te zwaaien met hun privileges, vrijheden, hun 'coustumen en hun usagen', allemaal gekregen van de graaf en zijn voorgangers. Zijn die dan niets meer waard? Jan zonder Vrees schuift de hete aardappel voorzichtig door naar de Raad van Vlaanderen die uitspraak zal doen. Enkele weken later komt de kanselier van Vlaanderen in Ieper waar ook die van Waasten zijn uitgenodigd. De vergadering gaat door 'in de vastene int jaer 13'. 1413.

 

Beide partijen krijgen nog eens hun specifieke rechten en vrijheden bevestigd. Die van Waasten beweren bij hoog en bij laag dat ze geen vijandschap of onrecht wilden aandoen tegenover die van Ieper, maar enkel en alleen die Roelant van de Woestijne wilden straffen voor zijn misdaad en zweren op hun communiezieltje om dat in de toekomst niet meer te doen 'en de goede steide' van Ieper voortaan te zullen respecteren. Ieper en Roelant van de Woestijne trekken aan langste eind. 'Ende so waren die van Waestene ghewyst der stede van Ypre te betaelne twee hondert croonen over hare kosten, ende den vorseiden Roelant van de Woestene hondert croonen, ende boven dese waren die van Waestene ghewyst ende ghecondempneert ewelike in een mudde corens ypresche mate alle jare nieudaghe te bringhene ende dat daer der wet presenteren by twee wethouders of meer, ende dat voor de stegher van der halle, up vier deniers de beste.'

 

Jean-Jacques Lambin legt het nog even uit: dit vonnis wordt uitgesproken op 5 december van het jaar 1414. De mudde koren, 6 zakken graan, moet aan de armen uitgedeeld worden. In de herfst van 1414 ontstaat er weer ruzie in de bestuursmiddens, 'so was gheschil tYpre onder de upperste der stede, by de eenighe van den goede lieden altoos in de wet waren ende andre niet.' Een jaarlijkse herverkiezing van het schepencollege zal inderdaad wel geen evidentie zijn.

 

Ze gaan klagen bij de graaf en bij de kanselier dat er onterechte afspraken gemaakt worden tussen een aantal aan het roer zijnde schepenen. Kliekvorming, waarbij de postjes beurtelings van jaar tot jaar afwisselen. Voorganger als opvolger en opvolger als voorganger. En wie in het bestuur wil, kan er alleen maar naar kijken hoe de zetels door dergelijke praktijken zo goed als onbereikbaar zijn. Ze wijzen met een beschuldigende vinger naar Michiel Van Schoten, Joris Belle, Jan van Provyn, Claeis Belle, onze kroniekschrijver Pieter van Dixmude en Andries Paeldynck die nu al meer dan 10 opeenvolgende jaren in wisselende volgorde aangesteld zijn als voogd, schepen of lid van de raad. 'Ook in Brugge hadden van ghelycx en zijn ook gaan klagen bij hun heere.'

 

De kanselier duikt op in Ieper om te praten over een mogelijke aanpassing van de verkiezingsprocedure. Wie voogd is, kan de twee volgende jaren volledig buiten het college blijven. Wie schepen is moet daarna minstens één jaar aan de kant gaan staan. Voogd en schepenen moeten geboren zijn in Ieper en de andere schepenen dienen minstens drie jaar poorter geweest te zijn van de stad en er binnen die periode effectief hebben gewoond. Op 1 oktober 1414 wordt de wijziging in de wet via een open brief gepubliceerd. Na het akkoord van 4 september 1414, blijven de zenuwen in Frankrijk gespannen.

 

De kroonprins had in elk geval het gelijk aan zijn kant met zijn vrees dat Jan zonder Vrees een alliantie zou aangaan met de Engelsen. In Frankrijk beseffen ze maar al te goed dat Engeland en Vlaanderen een handelsakkoord hebben dat onder grote druk van de Vlaamse Raad tot stand is gekomen. Tijdens de opmars van de Armagnacs in mei, is er al sprake van een contactname via de toenadering van Roeland de Meester, de proost van de Brugse Sint-Donaassproosdij, met vertegenwoordigers van de Engelse monarchie in Leicester. In augustus 1414, nog tijdens het beleg van Arras, vatten de onderhandelingen aan met een uitgebreide delegatie Engelsen. De gesprekken over een alliantie gaan door in Ieper en worden door Jan zonder Vrees persoonlijk meegevolgd.

 

De kroonprins heeft een heilige schrik dat een verzwakt en verscheurd Frankrijk ten prooi zal vallen aan de Engelsen en probeert die onderhandelingen in de war te sturen door de hertog van Bourgondië weer te betrekken bij de Franse bestuurszaken en zeker niet te isoleren waardoor hij vijand nummer één kan worden van de monarchie. De palavers tussen Jan van Bourgondië duren zo hun tijdje, maar worden opgebroken met de wapenstilstand van 4 september. Het vreemde manoeuvre van de kroonprins zorgt ook voor de nodige verwarring bij koning Hendrik V.

 

Na een korte pauze worden de gesprekken einde september echter verder gezet in St.-Omer. Maar Jan zonder Vrees heeft wat van zijn geloofwaardigheid ingeboet bij de Engelsen en maakt daarbij nog de fout door zelf niet aanwezig te zijn bij de gesprekken. De delegatie wordt nu geleid door zijn broer, de hertog van Brabant. De situatie is op zijn minst verwarrend te noemen. Vooral nu de Engelsen achter de rug van Jan zonder Vrees ook aan het onderhandelen zijn geslagen met Parijs. Iedereen probeert iedereen messen in de ruggen te steken.

 

Valt het dan ook te verwonderen dat de onderhandelingen in St.-Omer niets opleveren? Geen formele alliantie maar ook geen breuk. Wachten en zien. Tijdens de winter van 1414-1415 werkt de Franse kroonprins, de hertog van Guyana, met volle overgave aan een eensgezind front tegen de Engelsen die er nog altijd van overtuigd zijn dat hun doorbraak in Frankrijk alleen een kwestie van tijd is.

 

Tussen 9 februari en 13 maart 1415 wagen Engelsen en Fransen zich aan een gezamenlijke conferentie in een poging om elkaars zwaktes te vinden. Hendrik V speelt grof spel door hele delen van Frankrijk op te eisen. Waaronder Vlaanderen tot aan de Somme. Hij stelt daarbij voor om te trouwen met de dochter van de Franse koning Charles VI. Nog terwijl de hertog van Berry alle voorstellen van de Engelsen afwijst en de Engelse onderhandelaars hun biezen pakken, zijn er al schaduwonderhandelingen ontstaan in St.-Denis.

 

Het initiatief komt van de Franse kroonprins. Zo spelen de woordvoerders van Charles VI, de hertog van Brabant en de bisschop elk hun rol in deze gesprekken met de Engelsen. De onderhandelingen van St.-Denis zijn lang en hard. Er is gewoonweg te veel rancune opgebouwd langs alle zijden. Er worden massa's oude koeien op tafel gegooid. De hertog van Guyana is nochtans bereid grote toegevingen te doen. Jan zonder Vrees heeft echter maar één bezorgdheid, zijn eer hoog houden, niets toegeven, niets doen dat ook maar kan wijzen op een 'sorry' aan de Engelsen. Hij wil achteraf van geen kanten verweten worden dat hij Frankrijk verkocht heeft aan de Engelsen. Op 23 februari 1415 komt er toch een akkoord tot stand tussen de ambassadeurs.

 

Een akkoord dat op gejuich wordt onthaald in Parijs. Bals en banketten en een dienst in de Notre-Dame. Jan laat zich vervangen door zijn broer, de hertog van Brabant, die zich waardig gedraagt tijdens de ceremonie. De kroonprins wordt vergezeld door Charles van Orleans en zijn oom, de hertog van Berry, die amper moeite doet om zijn slecht humeur te verstoppen. Wat bezielt er Jan van Bourgondië toch? Het akkoord is eerbaar en er is niet al te veel water bij de wijn gevloeid. Hij heeft zich teruggetrokken in Dijon waar hij een totale amnestie vraagt voor zijn partizanen, maar daar hebben de adviseurs van de koning geen oren naar. Waardoor de graaf natuurlijk bokkig blijft.

 

De ene provocatie aan het establishment in Londen en Parijs volgt de andere op. De recente vrede wordt danig onder druk gezet en de spanningen tussen Frankrijk en Engeland lopen geleidelijk aan op. En vreemd genoeg wil Engeland absoluut in alliantie blijven met de graaf van Vlaanderen. Van een paradox gesproken. In juli 1415 volgt er in Winchester nog een ultieme poging om de vrede helemaal te herstellen. Vooral de Engelse onderhandelaars laten zich onderscheiden door veel goede wil, maar uiteindelijk volgt dat toch een Engels ultimatum die elke mogelijke verzoening direct onmogelijk maakt.

 

Achter de schermen is het natuurlijk Hendrik V die aanstuurt op oorlog. Hij gelooft stellig dat dit de enige manier is om een samensmelting van de twee koninkrijken te realiseren. Tijdens diezelfde zomer van het jaar 1415 wil Gilles Walins, de Ieperse baljuw, nog maar eens paal en perk stellen aan de wildgroei van herbergen en alcohol rond de stad. Zy hadden hemlieden alle ghemeenlike gheinformeert dat men tapte up alle straten, contrarie haren previlege. Sinds 3 april 1410 hebben de Ieperlingen het voorrecht verworven dat er niemand dranken mag verkopen in de uitgestrektheid van een mijl (5 km) van de stad. 'Twelke hij ommegaens dede ende daer yemant was de contrarie doende, daer was tvat den bodem in ghesleghen ende de boete gheinnet van tiene ponden paresise.'

 

Vaten vernietigen en boetes opleggen, zijn zowat de gebruikelijke maatregelen tegen illegale drankslijterijen. Maar de baljuw riskeert zich deerlijk als hij zich op het grondgebied begeeft van de proosdij van Sint-Maarten. 'So verre dat hy quam up de Tempelstrate, up een heerscip dat mynheere de proost van Sinte-Maertins daer heift.'

 

Walins bevindt zich daar op het grondgebied 'Upstal' dat al sinds 1110 in handen is van de kerkgemeenschap. 'Omme twelke de proost Nicolaus Zondelin groote clachte deide an myn heere de vooghd ende an den bailliu.' De kronieken van Olivier van Dixmude wijden er zowat één bladzijde aan om te vertellen dat het er bovenarms opzit tussen de kerkelijke en de wereldlijke macht te Ieper. Inbreken in de rechten van de kerk is 'not done'. Vooral er al sinds 1217 een verdrag bestaat dat de stad het klooster van Sint-Maarten vrij zal houden van belastingen.

 

Het stadsbestuur is blijkbaar niet in het bezit van de documenten die dat moeten bewijzen en ze geloven niet in het bestaan ervan. 'Ende wilden zy dat niet ghelooven, men zoude hemlieden tooghen toriginale ghezeghelde previlege die zo notabelike ghegheven waren van opnsen gheduchten heere ende zinen voorders.' De ruzie escaleert. Het stadsbestuur van Ieper kent dit soort aanvaringen natuurlijk. Voor de wethouders in de stad is het al eeuwen verre van evident dat de mensen die wonen op kerkelijk goed niet onderhevig zijn aan de stedelijke wetgeving. In 1415 durven de schepenen en de voogd het aan om zich openlijk te verzetten tegen de macht van Sint-Maartens.

 

Proost Zondelin dreigt er mee zijn gelijk te halen voor de Raad van Vlaanderen. Zulke vrijheden kunnen niet eeuwig blijven bestaan zeggen ze in het stadsbestuur. 'En zo deide men een ghebod ter halle uut dat gheen poorter van Ypre moeste van Bamesse, 1 oktober, voordan onder den proost wonen. Item dat niement die ervelike rente sculdich was der kerke en dat gheen poorter daer drinken moeste of wyn doen halen, up zeiker boeten. Item dat men voorder al de ghone die onder den proost woonde, panden zoude up tpoortgerechte.'

 

Het nieuwe reglement komt over als een heuse staatsgreep. De stad neemt de proosdij alle wetgevende macht af voor wat betreft de poorters die op Iepers grondgebied wonen. Iedereen gelijk voor de wet. Een eeuwenlang in stand gehouden traditie wordt bruusk doorbroken. Je kan je de reactie inbeelden van de proost. 'Als dit de proost wiste zo was hy zeere gram ende trac te Ghent ligghen, ende deide van al desen groote clachte voor myns heeren raed, ende ooc voor de goede lieden van Ghent.' Een delegatie van de Raad onder leiding van meester Heinric Uutenhove, komt in oktober ter plekke poolshoogte nemen van de situatie.

 

De stad vertelt dat de proost het stadsbestuur voortdurend tegenwerkt in zijn wetgeving en de proosdij zwaait met zijn oude rechtsperkamenten. Er komen heel wat overleg en dagen van diplomatie bij kijken, maar uiteindelijk komt er een akkoord uit de bus. De proosdij van Sint-Maarten mag zijn voorrechten en machten behouden op voorwaarde dat de inwoners op hun grondgebied zich schikken naar de regels die het stadsbestuur hen oplegt. Voor wat de drankhuizen betreft, belooft de proost 'nemmermeer up zin eerscep te laten tappene noch taverne houden ende al de processe te nienten te doene up zinen cost en alle de goede lieden van der steide hilden hem hier mede ghepayt.'

 

De Ieperse schermutselingen zijn klein bier vergeleken met het conflict tussen Frankrijk en Engeland. In de buurt van Southampton ligt al sinds het voorjaar een oorlogsvloot van 1.400 schepen klaar om op te stomen naar Frankrijk. Na de breuk te Winchester wordt de laatste troepen gemobiliseerd en de rantsoenen vervolledigd. De 12de augustus van 1415 begint de raid op Frankrijk. Harfleur wordt binnen de kortste tijd onder de voet gelopen en de Engelsen vervolgen hun weg naar het noorden waar ze al doordringen tot in Picardië.

 

Jan zonder Vrees blijft ondertussen op een vreemde manier toekijken. Zijn manschappen laten de indringers betijen. De hertog is ongetwijfeld gefrustreerd omdat hij nog altijd moedwillig verwijderd is van de macht in Frankrijk en vooral omdat zijn schoonbroer, de hertog van Brabant, blijkbaar niet erg geneigd is om zijn plaats in de koninklijke raad van Frankrijk terug aan hem af te staan. Aan de andere kant ziet hij er de voordelen van in om zijn pijlen niet te vroeg te verschieten. Daarbij moet hij ook oppassen, want de Vlamingen hebben een goede band met Engeland, en een breuk tussen Vlaanderen en Engeland is het laatste wat hij wenst.

 

Hij ziet trouwens het voordeel er van in om zich klaar te houden om in geval van nood als redder van het vaderland te kunnen opduiken. Nee nee. Jan zonder Vrees blijft netjes waar hij is, brult wat van de aan zijlijn en verbiedt ook uitdrukkelijk aan zijn zoon, de latere graaf van Vlaanderen, Filips de Goede, om zich aan te sluiten bij het leger van koning Charles VI. En die doet dat duidelijk niet met zijn volle goesting, want zijn twee ooms zijn wel prominent aanwezig bij de Franse troepen. De Engelsen walsen voorbij de Somme en staan op 25 oktober 1415 oog in oog met de Franse cavalerie. We bevinden ons in de nabijheid van Azincourt.

 

Enkele uren volstaan om de Fransen een zware nederlaag aan de broek te smeren. Duizenden doden blijven achter op het terrein. Onder hen de twee broers van Jan zonder Vrees, de aanvoerder Albret en zo veel leiders van grote families van leengebieden ten noorden van de Loire. 1.500 Fransen worden krijgsgevangen gemaakt en afgevoerd naar Engeland. Charles van Orleans, de irritante en onverzoenbare vijand van de hertog van Bourgondië is één van die krijgsgevangenen die nu aan de vooravond staan van 25 lamentabele gevangenisjaren in een reeks van Engelse burchten.

 

Waarom rukt Hendrik V op dat moment niet op naar Parijs? Zijn troepenmacht is na Azincourt nog op volle sterkte. Zijn manschappen zouden niets liever willen. Als ze natuurlijk de kans krijgen om de steden onderweg te plunderen. Ze hebben niets meer te vrezen. Bij het verliezende kamp is de ontreddering onnoemelijk. Koning Charles VI en zijn zoon, de kroonprins, Lodewijk van Guyana, hebben het nieuws van de nederlaag vernomen in Rouen en haasten zich om zich daar uit de voeten te maken uit vrees dat de Engelsen zich daar al zouden aanbieden. De volgende dagen regent het slechte tijdingen. Veel van hun trouwe vazallen staan op overlopen naar de Engelsen. De rancune en de verbittering tegenover de Armagnacs is immens.

 

Ze hebben zich laten meeslepen in deze uitzichtloze oorlog en hun prestige daardoor te grabbel gegooid. Waarom moesten ze het spel zo hard spelen tegen de hertog van Bourgondië? De afwezigheid van zijn troepen heeft nu geleid tot deze desastreuze nederlaag. Maar het is allemaal praten achteraf. De situatie blijft zoals ze is. De graaf van Vlaanderen zelf, stuurt na het bericht van de dood van zijn broers Antoon en Filips, een delegatie naar de Engelse koning, om die laatste pro forma te provoceren voor een duel, maar Hendrik V moet daar waarschijnlijk eens om lachen en scheept in richting Londen.

 

Charles en kroonprins Lodewijk rapen hun verstand samen en nemen via hun ambassadeurs contact op met Jan zonder Vrees. Ze ontmoeten de geduchte Valois op zaterdag 23 november van het jaar 1415 in de Champagnestreek. Troyes. Niemand weet wat de afgezanten daar allemaal uit de doeken doen tijdens de gesprekken die wel drie dagen aanslepen. Wat wel geweten is, is dat de hertog van Bourgondië na die dagen, besluit om gewapend op te rukken naar Parijs waar hij zich installeert in Lagny-sur-Marne, in de onmiddellijke omgeving van de hoofdstad.

 

Wil hij met deze machtsdemonstratie duidelijk maken dat de koning de macht over Frankrijk aan hem moet overdragen? Probeert hij de Parijzenaars op te hitsen zodat hij opnieuw steun zal krijgen van de hele bevolking? Een ding is zeker: zijn escorte is absoluut niet sterk genoeg om zelf de macht te grijpen over de stad. De onverwachte dood van kroonprins Lodewijk maakt de zaken nog ingewikkelder. De achttienjarige hertog van Guyana sterft als een uitgeput en emotioneel wrak. Zijn broer volgt hem op. Op 27 januari 1416 komt Jan zonder Vrees tot de vaststelling dat zijn vis niet gebraden is. De Franse kroon heeft niet gecapituleerd. Hij trekt weg naar de Lage Landen waar een stapel problemen hem liggen op te wachten.

 

Zo bijvoorbeeld de opvolging van zijn broer in Brabant. Kort na zijn vertrek wijst de demente Charles VI de controle over het leger en over de staatsfinanciën toe aan Bernard van Armagnac. Het lijkt er op dat ze Jan zonder Vrees op 12 februari 1416 wel in de armen van de Engelse koning willen duwen. De nieuwe 'connestabel' probeert zich ondertussen te bewijzen in Frankrijk, boekt een aantal kortstondige militaire successen, maar uiteindelijk zullen de wapens nu voor een goed jaar zwijgen. Op geen enkel moment zien we ook maar een glimp van een mogelijke verzoening tussen de Bourguignons en de Armagnacs. Jan zonder Vrees en Bernard Armagnac willen geen van beiden het verleden achter zich laten. De ene rivaal wacht gewoon de geschikte tijd af om de andere af te maken. De 20e februari 1416 arriveert Jan in Brussel. In vol ornaat, maar wel, als teken van rouw, zonder de gebruikelijke klokken en fanfaretoestanden.

 

Hij zou er de zoon van zijn broer Antoon moeten installeren maar die van Brabant hebben van zijn afwezigheid geprofiteerd om een eigen raad met volle bevoegdheid aan te stellen. Politieke complicaties en zorgen alom en ook in Henegouwen, Holland en Zeeland gaat het al niet veel beter. Niet alleen zorgen, want de geschiedenisboeken hebben het ook over de grandioze feesten en tornooien die overal worden aangeboden in Vlaanderen en Artesië. Ondertussen begint Bernard Armagnac te wegen op Parijs. Alle vrienden van Jan zonder Vrees worden verwijderd uit de universiteit van Parijs. Een algemene zuivering. Of is het terreur?

 

Op 2 mei 1416 laat Armagnac hele groepen Parijzenaars om het leven brengen op verdenking van een aanslag op zijn eigen persoon, terwijl de bewuste mensen alleen maar bekend staan als supporters van de nieuwe sterke man. De situatie in Parijs is zo angstwekkend dat zelfs de koningin op de vlucht slaat. Jan zonder Vrees maakt zich zorgen over de toestand in Frankrijk. De koning en zijn zoon lijken apathisch te zijn voor het geweld in Parijs. Naar buitenaf pretendeert de graaf zich niet te interesseren in Frankrijk. De grote Gentse feesten van juni 1416 laten hem toe om zich publiekelijk te vermaken zonder daarbij te veel de aandacht te trekken van de spionnen van Armagnac en de Engelse agenten die zich in zijn entourage nestelen als gieren. Het resultaat van die Engelse toenadering wordt met de dag duidelijker. Op 20 juli starten er gesprekken tussen een Engelse delegatie waarbij ook de Duitsers zich mengen in de debatten.

 

Ook hier maken de tornooien, banketten, bals en jachtpartijen deel uit van de politieke verleidingsdans van Jan zonder Vrees. De graaf wordt trouwens bijgestaan door een erg professioneel onderhandelingsteam. Alles gaat over één zaak: de geplande ontmoeting tussen Jan zonder Vrees en de Engelse koning te Calais. Die ontmoeting komt er tussen 4 en 11 oktober 1416. Hendrik V heeft wel moeten zorgen voor een vrijgeleide voor de hertog van Bourgondië en acht van zijn medewerkers. De graaf van Gloucester, de broer van de koning, verblijft als gijzelaar in St.-Omer tijdens de duur van de conferentie in Calais. Jan zonder Vrees en Sigismond, de koning van Duitsland, worden met de grootst mogelijke eer ontvangen in Calais. Veel komt er niet op papier. Discrete steun van de graaf van Vlaanderen voor Hendriks ambities voor de Franse troon in ruil voor het ongemoeid laten van Vlaanderen en Artesië. Daar komt het een beetje op neer.

 

Tot een echte publieke alliantie komt het niet. De koning van Engeland wil zich zo ver als mogelijk houden van de interne geschillen die Frankrijk teisteren. Na het overlijden van de graaf van Berry, speelt Bernard Armagnac nog meer zijn wrede soloslim. De kroonprins verhuist om strategische redenen naar Rouen, uit de weg dus, en zijn vader de koning zakt steeds verder weg in zijn schimmig onderbewustzijn. Jan zonder Vrees kan niet rekenen op Engelse troepen, maar hij beschikt natuurlijk nog steeds over zijn privé milities die zich ophouden in de buurt van Parijs. Hijzelf verblijft te Hesdin in het noorden waar er momenteel geen tijd meer is voor politiek of voor de jacht. Het mag niemand verrassen dat hij zijn operaties met grote zorg voorbereidt en daarbij niets aan het toeval overlaat. Hij beschikt trouwens over een buitengewoon goed georganiseerde inlichtingendienst.

De voortdurende druk op Parijs verplicht de Armagnacs om hun krachten te spreiden. De bodem van de Franse schatkist is al zichtbaar. De hertog van Bourgondië, die wordt stouter met de dag. Op 30 april 1417 capituleert Troyes en hij is ook al volledig baas over de Champagne waar hij een gouverneur heeft aangesteld.. Het overlijden van de tweede kroonprins op 4 april heeft de laatste aarzeling laten varen en zijn opvolger, Charles, de jongste zoon van de koning heeft precies diezelfde verdomde ziel van Bernard Armagnac.

 

Hij beschouwt die van Bourgondië als zijn persoonlijke vijanden. In juni laaien de vijandelijkheden tussen de Engelsen en de Fransen weer op in de buurt van Harfleur, Caen en Lisieux. Voor het einde van 1417 is zowat de helft van Normandië Engels grondbezit. Jan zonder Vrees profiteert van de opflakkerende oorlog om hele reeksen Franse steden in te nemen. Hijzelf neemt vanaf september zelf de leiding over zijn troepen. Parijs geraakt stilaan afgesneden van de buitenwereld. Bernard Armagnac en de kroonprins worden knettergek van zijn succes. 'He drives them crazy'.

 

Ze wanen zich nog altijd de vertegenwoordigers van de koning en gaan het broodnodige geld en het zilver brutaal confisqueren bij de Parijse burgerij. In naam van de koning, stellen ze Jan zonder Vrees buiten de wet. De hertog reageert met een totaal misprijzen voor de entourage van de koning. Maar hij heeft nog een andere verrassing in petto. Koningin Isabeau leeft nu al één jaar in haar ballingsoord te Tours waar ze een vrij miserabel leven leidt in een klooster.

 

De hertog van Bourgondië laat haar door zijn mannen ophalen en brengt haar over naar Bonneval waar hij haar met de grootse honneurs behandelt en haar laat omringen door een uitgebreide hofhouding en een reeks bestuurders. Het lijkt er op dat hij de rol van de koning aan het overnemen is. Geniaal. En madame waant zich natuurlijk de regentes van Frankrijk. Haar jongste zoon roept zich op zijn beurt uit tot luitenant-generaal die in de naam van de koning Frankrijk bestuurt. De strijd om de controle over Frankrijk tussen de Armagnacs en de Bourgondiërs, geflankeerd door moeder en zoon, brengt een totale en niet te ontwarren chaos over het land.

 

Geen wonder dat de Engelsen met de dag en met hun vingers in de neusgaten 'à volonté' Frans grondgebied kunnen bezetten. In het begin van 1418 wordt het zo mogelijk nog erger met de koning van Aragon die de koning te hulp komt om de Engelsen en die van Bourgondië af te stoppen. Ondertussen onderhandelen de hertog van Bretagne en de hertogin van Anjou met de vijand. Het land is zich in snel tempo aan het rechten tegen de betutteling, misbruiken en wreedheden van Bernard Armagnac. De horror van de Armagnacs en de bezette toestand in het westen van Frankrijk, staan in schril contrast met het mondaine en publieke leven aan het hof van koningin Isabeau en hertog Jan.

 

De ambassadeurs uit Spanje, Portugal, Duitsland schuiven aan om in audiëntie te mogen worden ontvangen. En ze zijn niet alleen. De hele fine fleur van Frankrijk biedt zich aan en met hen de vertegenwoordigers van de hoge clerus. Het lijdt geen twijfel dat de weg naar succes aan deze kant van Frankrijk te vinden valt.

 

Niemand kan vermoeden dat Parijs zal vallen dank zij een waagstuk van Jan zonder Vrees. Terwijl verschillende colonnes op zoek zijn naar levensmiddelen voor de stad, profiteren de grafelijke inlichtingendiensten van de verzwakte bewaking van Parijs, om zich te mengen tussen de lokale bevolking. Een groep partizanen dringt de stad binnen in de nacht van 28 op 29 mei van het jaar 1418. Het duurt niet lang voor de poorten van Saint-Germain wijd openstaan voor de Bourgondische soldaten die onmiddellijk de vitale gedeelten van de stad innemen.

 

Bernard Armagnac wordt opgepakt, de koning wordt in verzekerde bewaring geplaatst. Maar ze laten de kroonprins uit hun handen ontglippen. De Bourgondische troepen worden de volgende dag als bevrijders ontvangen door de Parijse poorters die nu zelf een heksenjacht op poten zetten tegen de aanhangers van de Armagnacs. Kroonprins Charles geeft zich niet zo maar gewonnen. Met de moed van de wanhoop slaagt hij er in om zijn troepen te reorganiseren. Op drie uur van de morgen van 1 juni dringen hij en zijn milities verrassend de stad binnen waar er zwaar slag geleverd wordt in de straten. Maar zijn milities worden in mootjes gehakt door de soldaten van de hertog. Slechts 500 man kunnen zich redden uit het bloedbad.

 

Samen met de kroonprins vluchten ze halsoverkop richting Melun en dan naar Bourges, de stad die Charles later trouwens zal uitroepen tot de nieuwe hoofdstad van Frankrijk. Met de aftocht van de koningszoon is het kookpunt van de revolutie bereikt. De overwinnaars breken de gevangenissen open en bevrijden het gevangen gepeupel. De opgestapelde haat en frustratie van de maandenlange terreur van de Armagnacs vertaalt zich vandaag in een ongeziene wraakuitbarsting van het volk. Bernard VII wordt vermoord en met hem alle parlementsleden, de agenten van de fiscus, de officieren en de soldaten die aangehouden waren in de Bastille.

 

De professoren aan de universiteit, de bisschoppen, de edelen, de hoogwaardigheidsbekleders die zich in het verleden ooit vijandelijk gedroegen tegenover die van Bourgondië worden om het leven gebracht. Ook vrouwen. Zesduizend van hen ondergaan op 1 juni 1418 deze bloedige afrekening. Jan zonder Vrees blijft de hele junimaand weg uit Parijs. Het lijkt er op dat hij zich wil distantiëren van het gruwelijk geweld. Op zondag 3 juli ontvangt hij in Troyes het bezoek van de kapiteins die zich meester hebben gemaakt van de hoofdstad die hem verzoeken om het bestuur in handen te nemen. Hij veinst verrast te zijn met het nieuws en de uitnodiging. Maar wees er maar gerust van dat hij een knap stuk komedie speelt.

 

Op 8 juli zet de escorte van de hertog van Bourgondië en koningin Isabeau zich in route voor Parijs. Op 14 juli staan ze triomfantelijk aan de poorten van de hoofdstad. Vijfduizend tot op de tanden gewapende mannen voetvolk vergezeld door een schitterende cavalerie. De Picardiërs aan kop, gevolgd door de Bourgondiërs met hun lange lansen De blauwe lelievlaggen van Frankrijk worden gedragen door volk van Bourgondië, Vlaanderen en Artesië. De koningin is gezeten in een met goud en paarse gordijnen versierde koets. Aan haar zijde galoppeert Jan zonder Vrees in vol ornaat en getooid in een glanzende wapenuitrusting. De kreten van bewondering van de Parijzenaars zijn niet uit de lucht. Het is al lang geleden dat ze nog dergelijke uitstraling van macht en présence hebben gezien.

 

Het wordt een hartelijke ontvangst door een hoog gezelschap en dan begeven ze zich naar het Louvre waar de zotte koning zich in de armen werpt van zijn vrouw en de handen schudt van hertog Jan en hem bedankt voor alles wat hij gedaan heeft voor de koningin. De hertog trekt zich nu terug in het 'Hotel d'Artois'. Het is een 'quattorze juillet' avant la lettre, want de Parijzenaars zullen pas binnen 371 jaar de Bastille bestormen, maar vanavond is het groot feest in Parijs. Het lijkt er op dat er een nieuwe era aangebroken is.

 

De ontnuchtering volgt al de volgende morgen als Jan zonder Vrees zich realiseert welke puinhoop hij hier aantreft. Een verschrikkelijke wanorde in de geesten. De wraakoefeningen, plunderingen en politieke moorden gaan gewoon verder. Ondanks zijn instructies dat deze afgelopen moeten zijn. Hij beseft dat er nog serieus op tafel zal moeten worden geklopt om de rust te laten terugkeren. Een nieuwe plundertocht op 20 en 21 juli biedt hem de ideale kans. De belangrijkste leiders van de moordbrigades, met onder andere de beul Capeluche, worden opgepakt en naar het schavot gebracht. De les is begrepen. Vanaf nu zal orde heersen in Parijs.

 

De definitieve nederlaag van de Armagnacs heeft de Engelsen er niet van weerhouden om hun offensief verder te zetten. In augustus zijn ze al opgerukt tot in Rouen en Cherbourg. Cherbourg valt al op 29 juli maar Rouen, de hoofdstad van Normandië, biedt meer weerwerk. De stad wordt voor vijf maanden in een omknelling gehouden. De honger zal de rest doen verklaart Hendrik V. Het volk van Rouen smeekt Parijs om hulp. Maar de hertog is niet gek om het in deze lamentabele toestand op te nemen tegen de Engelsen. Hij laat Rouen aan zijn lot over. Op 13 januari 1419 geeft de stad zich over. De Engelse koning toont zich mild en laat de stedelingen zelfs hun bestaande privileges behouden. De verovering van Normandië is zo goed als gerealiseerd.

 

Toch wordt er onderhandeld. De Engelsen zijn baas in het westen en noordwesten. De koning en de koningin hebben zich teruggetrokken in Provins, 100 km ten oosten van Parijs waar de hertog van Bourgondië zich ook regelmatig bevindt. Hij regeert niet alleen over Parijs maar ook over grote delen ten noorden en ten oosten van de hoofdstad. De kroonprins heeft te Poitiers een nieuw parlement en een administratieve structuur op poten gezet die heerst over zuid en zuidwest Frankrijk. Hendrik V en de kroonprins lonken naar elkaar. Zoveel is zeker. Er zijn gesprekken maar de Engelsen blazen warm en koud en blijven ook praten met Jan zonder Vrees.

 

Ook tussen de kroonprins en de hertog van Bourgondië zijn er schuchtere gesprekken aan de gang. Er zijn trouwens nogal wat goede zielen die aansturen op een nationale verzoening en ook de 46-jarige en door de wol geverfde hertog ziet er geen kwaad in om zonder voorafgaande voorwaarden te praten met die derde kroonprins die trouwens een pak jonger is dan zijn eigen zoon. Een eerste gesprek wordt voorzien op 8 juli 1419 in Pouilly-les-Melun waar er gepraat wordt met een delegatie van zijn jonge rivaal Charles die op zijn leeftijd van zestien nog groen achter de oren moet zijn.

 

De twee leren elkaar kennen tijdens die week van gesprekken die in een verrassend ontspannen sfeer verlopen. De verdachtmakingen en de haat die al zo lang was opgeslagen was in de geesten van de onderhandelaars lijken plaats te willen maken voor een gemeenschappelijk project. De omstandigheden lijken de twee rivalen naar elkaar toe te drijven als de Engelsen op 10 juli Pontoise innemen en vooral de jonge Charles verplicht zal worden om verdere militaire stappen te moeten nemen.

 

De 14de juli gaan Jan en de kroonprins uit elkaar met een informeel akkoord. De gezichten van de onderhandelaars glunderen, koeriers spoeden zich naar Parijs om het goede nieuws te vertellen. Maar wat gebeurt er dan? Een aantal van de raadgevers van de kroonprins kan je best bestempelen als oude creaturen uit de vroegere entourage van de vermoorde Lodewijk van Orleans en die kunnen natuurlijk nog steeds het bloed drinken van Jan zonder Vrees. Die haat is verder gefulmineerd onder hun samenwerking met Bernard Armagnac. Jan zonder Vrees vertegenwoordigt voor hen de antichristus die zonder medelijden verdelgd moet worden. En nu zal die jonge schijter die vreselijke hertog de hand toereiken?

 

Charles wordt onthaald op hevige verwijten en op een totaal onbegrip van zijn oude krokodillen. Eén van die raadgevers is Tanneguy du Châtel, de vroegere proost van Parijs, die met een schoon aangezicht meelacht en zich voordoet als een vriend van de kroonprins maar die maar één agendapunt heeft. De liquidatie van Jan van Bourgondië. Als leider van de onderhandelaars krijgt hij natuurlijk een schitterende gelegenheid om zijn plannen uit te voeren. Hij is het die volop werkt aan de uitwerking van de succesvolle slotconferenties die op 14 augustus doorgaan in Troyes en begin september in Braye-sur-Seine.

 

In de tweede week van september wordt een laatste vergadering tussen Jan zonder Vrees en kroonprins Charles verplaatst van locatie omdat die laatste zich op dat moment bij zijn neef in Montereau bevindt. De valstrik wordt gespannen. Zijn adviseurs adviseren de hertog om niet in te gaan op die verraderlijke en ronduit gevaarlijke uitnodiging, maar du Châtel communiceert zo onhandig en stuntelig en verplaatst tot twee keer toe de ontmoeting naar een later tijdstip en naar een andere plaats dat niemand er nog kwaad in ziet. Maar achter de schermen wordt de liquidatie tot in de kleinste details voorbereid.

 

Uiteindelijk wordt 10 september 1419 uitgeprikt als nieuwe datum. De partijen zullen elkaar om 17u ontmoeten aan de brug te Montereau. Timmerlieden hebben er een soort gebouw opgetrokken met twee toegangen voor elk van de partijen die vanuit een andere richting zullen aankomen. Er is overeengekomen dat beiden een delegatie van 10 man zullen binnenlaten in de houten afspanning Iedereen zal een eed moeten afleggen vooraleer toegelaten te worden. De hertog twijfelt tot op het laatste moment, maar beweegt zich uiteindelijk over de brug richting ontmoetingsplaats. Ongewapend.

 

De sfeer is gespannen, maar hij kan niet anders dan die jonge gast te vertrouwen. Jan van Bourgondië neemt zijn fluwelen hoofddeksel van het hoofd, gaat knielen voor de kroonprins en legt respectvol zijn hand op de hand van Charles. Tanneguy du Châtel heeft nu lang genoeg gewacht. 'Sla hem dood' roept hij, 'tuez, tuez'. Hij zoekt niet het minste voorwendsel. Enkele welgemikte slagen van de bijl doorklieven het hoofd en het lichaam van Jan, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen. De moordenaars van dienst zijn Guillaume de Chaimont en Arnault Ghuilier. Charles blijft koel en onbewogen toekijken hoe zijn opponent recht voor zijn ogen als een beest wordt afgemaakt.

 

Hoe is het mogelijk dat zijn tien medestanders niet ingrijpen en hun hertog niet proberen los te rukken, weg van de verwoestende slagen? Niemand weet het antwoord. Voor ze het goed en wel beseffen, staart hun hertog met amorfe ogen, een opengereten hersenpan, een afgehakte arm en met een open gescheurde buik naar zijn ergste vijanden. De mannetjes van de kroonprins beroven hem nu van zijn juwelen en van een deel van zijn kleding en dan slaan ze op de vlucht zonder zich verder om zijn lijk te bekommeren. Het is de pastoor van Montereau die Jan zonder Vrees laat begraven op het kerkhof van de stad.

 

De kroniekschrijvers vertellen dat de wenende Bourgondiërs het kadaver enkele dagen later terug opgraven en laten terugbrengen naar zijn thuisstreek, waar het bijgezet wordt niet ver van waar zijn vader Filips de Stoute begraven ligt. Olivier van Dixmude heeft de laatste jaren van de graaf van Vlaanderen niet echt beschreven. In zijn 'Merkwaerdige Gebeurtenissen' staat geschreven; 'memorie. Ik meene dat de hertooghe Jan staerf ontrent deiser tyd, ende was de voorseide Jan vermoort te Monstreuil sur Fautyonne den 20n in Septembre anno 1419.' En dan gaat hij weer verder over het misdrijf in het huus van Robrecht Cortosyn in de Elverdingstrate op den 27n dach van April in tjaer 1421. Maar daarover later meer!