P1341100

We stappen naar 17 december van het jaar 1322 waar we terecht komen in het boek 'Artevelde, de Mythe en de Man' van auteur, journalist en oorlogsveteraan Paul de Mont. Het boek uit 1948 zal de leidraad vormen van een nieuw verhaal dat de gebeurtenissen van de periode 1322-1345 uit de doeken doet. De teksten van Paul de Mont worden aangevuld, gecorrigeerd of verhelderd met aanvullende informatie van andere schrijvers die een breder licht werpen op de context van die tijd.

 

In 1322 zal graaf Robrecht van Bethune overlijden. De nieuwe baas over Vlaanderen zou normaliter zijn zoon Lodewijk moeten worden, maar de Franse koning die het opperleenheerschap over Vlaanderen claimt, heeft er al lang voor gezorgd dat niet zijn zoon, maar wel zijn in Frankrijk opgevoede kleinzoon de nieuwe graaf zal worden.

 

De wil van de koning wordt achterhaald door de feiten als grootvader van Bethune en zijn zoon Lodewijk allebei binnen een korte tijdspanne overlijden. Robrecht mag dan wel oud en versleten geweest zijn, maar allerhande roddels over vergiftiging gaan sindsdien de ronde doen als het gaat over de dood van Robrecht van Bethune en zijn zoon Lodewijk I van Nevers. Lodewijk II van Nevers is precies 18 als zijn grootvader Robrecht van Bethune sterft. In zijn jeugdige overmoed, verschalkt hij zijn Franse voogden en rept hij zich naar Vlaanderen om zijn erfdeel op te eisen. De puber wil lopen, maar kan feitelijk nog niet alleen stappen.

 

In Vlaanderen wordt hij geestdriftig ontvangen door de steden Gent, Brugge en Ieper. Hier zijn ze maar wat blij dat het niet zijn oom Robrecht van Cassel is die de nieuwe graaf zal worden. Maar in Frankrijk kunnen ze niet lachen om de ongevraagde en impulsieve demarche van de jongeling. Hij wordt prompt terug gefloten door koning Karel de Schone. Op dat moment moet het Franse parlement, de pairs, zich nog definitief uitspreken over wie nu precies de nieuwe graaf zal worden. En daarbij: 'Waar haalt de jonge Lodewijk het in zijn hoofd om niet eerst de eed van trouw af te leggen aan zijn soeverein?'

 

In januari 1323 krijgt hij dan toch het graafschap toegewezen. Maar van eigengereide bevliegingen zal er voorlopig geen sprake meer zijn. Hij wordt onder de hoede geplaatst van de bisschop van Arras en de abt van Vezelay. De jongeman die zich in de lente van 1323 komt vestigen in het kasteel van Male, komt er meer als slaafse rechterhand van de Franse kroon dan als Vlaamse vorst. Nochtans heeft het welvarende Vlaanderen nood aan een echte landvoogd, een Vlaming met ballen, die haar economische welvaart kan omzetten in een onafhankelijke grootmacht.

 

Vlaanderen mag de voorbije 30 jaar dan wel zwaar geleden hebben onder de patronage van Frankrijk, maar de weerbaarheid van de Vlamingen is in 1323 vrijwel ongeschonden. In feite staat Vlaanderen op dat moment veel verder dan Frankrijk. Maar in plaats van dit Vlaanderen haar eigen identiteit te gunnen, beschouwen de Fransen hun leengebied Vlaanderen enkel als een ordinair wingewest. Voor de nieuwe jonge graaf betekent zijn graafschap een 'terra incognita'. Hij interesseert zich hoegenaamd niet voor de gebruiken, belangen en gewoonten van het Vlaamse volk. Het enige wat hij voor ogen heeft, is om baas te spelen.

 

Hij, de heerser die alle wetten aan zijn zijde heeft en die met volle teugen kan genieten van het 'bon plaisir' van die privileges. Voor de rest kan Vlaanderen hem geen barst schelen. Met zijn beslissing om de wateren van de Schelde en het Zwin in handen te geven van zijn grootoom Jan van Namen, legt hij een strop rond de Brugse nek. De Bruggelingen pikken dit natuurlijk niet en dwingen de graaf om de crisistoestand samen met hen op te lossen en Sluis te heroveren op Jan van Namen. Wat een gezichtsverlies voor graaf Lodewijk! Hij is meteen het vertrouwen van de Bruggelingen kwijtgespeeld.

 

Zannekin begint zich te roeren in het kustgebied en krijgt meteen de steun van Brugge. Het valt niet te verwonderen dat de Brugse arbeiders het in het najaar van 1324 voor de West-Vlaamse boeren opnemen als de agrarische opstand opflakkert. Het gaat er van beide zijden ruw aan toe. De Westhoekse kerels zijn natuurlijk geen lammetjes! Maar Lodewijk van Nevers eist een keiharde repressie zonder enig mededogen. Geweld tegen geweld zorgt er voor dat de lokaal begonnen onrust zich als een vloedgolf over heel Vlaanderen verspreidt.

 

In 1325 komt Ieper in rebelse handen en is Lodewijk nu al twee van de drie grootsteden kwijtgespeeld. Alleen Gent en zijn hinterland zijn nog graafsgezind. Hier hebben de patriciërs het nog voor het zeggen. De toestroom van gevluchte edelen en graafsgezinden in Gent is bepaald indrukwekkend. Na de val van Ieper, laat de jonge graaf zich verrassen in Kortrijk en wordt hij door de opstandelingen gevangen gezet en naar Brugge gevoerd. De verwarring is nu compleet. Oom Robrecht van Cassel wordt nu door de opstandelingen aangesteld als ruwaard. De Gentenaars kiezen Jan van Namen. De man die zo gehaat wordt in Brugge.

 

De graaf heeft het op drie jaar tijd ver gebracht! Maar de Franse belangen in Vlaanderen zijn veel te groot om alles hier blauw blauw te laten. De Franse koning grijpt in. De Vlamingen worden op de bon geslingerd. In die tijd is dat de kerkelijke banvloek. Robrecht van Cassel wordt dringend verzocht om af te treden en alle handelsbetrekkingen met Vlaanderen worden stopgezet. De Gentenaars krijgen volop Franse steun. Een impressionant Frans garnizoen wacht de gebeurtenissen af ter hoogte van St.-Omer.

 

Robrecht van Cassel krabbelt achteruit. De graaf komt vrij. Op 29 april 1326 wordt de vrede hersteld door het verdrag van Arques. De graaf heeft een lesje gekregen maar krijgt een nieuwe kans om zich begaan te voelen met zijn onderdanen. Maar daar komt niets van in huis. De Vlaamse mensen blijven de melkkoe van Lodewijk. De macht van het volk wordt, volgens de Fransman Lodewijk van Nevers, omschreven als 'een absolute gruwel'. Samen met de edelen en de patriciërs die zich natuurlijk uit eigenbelang naast hem hebben geschaard, voeren ze een bekrompen en harteloos bestuur op de kap van de mensen.

 

Een nieuwe strijd voor sociale rechtvaardigheid breekt los. De verhalen van Jacob Peyt staan uitgebreid beschreven in de 'Kronieken van de Westhoek'. De boeren en de vissers van het Westland willen een behoorlijk deel van wat ze op zee hebben buitgemaakt of op de natuur hebben veroverd. Maar de gulzigheid van de adel en van de grondbezittende abdijen en de kerkfabrieken kent geen grenzen. De opstand wordt meer en meer antiklerikaal maar eindigt abrupt op de Casselberg. In 1328 waar de nieuwe Franse koning Filips van Valois korte metten maakt met de opstandige Vlamingen van Nikolaas Zannekin. De opstand van het volk is op sommige momenten barbaars geweest. De reactie van de Fransen kondigt zich al even gruwelijk en hardhandig aan. De Franse ambtenaren strijken als sprinkhanen neer op het platteland en vreten het kaal. Iedereen die deelnam aan de rebellie wordt uitgeleverd en gevonnist. De leiders worden gevierendeeld en geradbraakt.

 

De finale inlijving van Vlaanderen bij Frankrijk is nog nooit zo dichtbij geweest. Van de vijf vroegere grootsteden zijn Rijsel en Douai al door de Fransen ingepalmd. Brugge en Ieper liggen ontmanteld en ontredderd onder de plak van de graaf die zich allengs meer en meer als een ambassadeur van Frankrijk gaat beschouwen. Alleen Gent blijft staande. Vlaanderen zelf is leeggebloed, onder de voet gelopen, uitgezogen.

 

Het loden gewicht van de grijpgrage feodale systemen weegt als een molensteen op de schouders van de Vlaamse steden en dorpen. De ooit zo fier en wulps wapperende leeuwenvlag is opgerold en vervangen door de zo diep gehate leliënstandaard. Graaf van Nevers kan er opnieuw op los regeren. Gulzig, grillig, bandeloos en verkwistend. Tot 1333 blijven de relaties met Gent min of meer intact. Maar de schatkist van de graaf is als een vat zonder bodem. West-Vlaanderen is totaal leeggezogen. De tijd om ook de overkant van de Leie aan te pakken is aangebroken.

 

Onder het mum van het versterken van het centraal gezag worden 26 zogezegde overtredingen tegenover het grafelijk gezag aangeklaagd. Die zijn natuurlijk ingegeven door het voortdurende geldgebrek van de graaf. Na twee jaar gebakkelei kopen de getergde Gentenaars hun vrede af met een zware geldboete. De graaf zal hen nu even ongemoeid laten. De Gentse patriciërs voelen zich bekocht door hun eigen graaf. Die tweede flater van Lodewijk van Nevers zal binnenkort een onherstelbare blijken te zijn. Hij heeft Gent tegen het zere been geschopt en dat zal hij geweten hebben.

 

In die periode maken we kennis met Jacob van Artevelde. In het Franstalige milieu van de 14de eeuw, wordt hij Jacques d'Artevelde of Jacque genoemd. Onder het volk staat hij bekend als Jacoppe. Ik besluit om Jacob van Artevelde voortaan zijn volkse koosnaam terug te geven. Jacoppe Artevelde. Wat een mooie naam. Van zijn jeugd weet schrijver de Mont weinig. De verhalen die over hem de ronde doen, zijn pure verzinsels en vooral pogingen om hem al dan niet een status toe te kennen door zijn afkomst en zijn jeugd in te kleden in één of ander Frans, Engels of Vlaams maatpak.

 

De chronologie doorheen de fantasievolle verhalen lijkt nergens op. We droppen ze met een gerust gemoed. Het lijkt er op dat Jacoppe Artevelde pas begint te leven op zijn veertigste. In 1337 staat hij daar plots. Onverwacht. Onaangekondigd. Hij woont in een typische stenen burgerswoning op de Kalandeberg, in het centrum van de stad Gent. Hier beleeft Jacoppe zijn jeugd. Als de Guldensporenslag zich voltrekt in het Kortrijk van 1302, moet hij ergens een kind zijn van een jaar of acht. Zijn familie is welstellend en is verder nog eigenaar van drie grote en stevige huizen op diezelfde Kalandeberg.

 

Zijn vader Willem bezit een reeks paardenstallen aan de Paddenhoek. Hij houdt zich bezig met het kanaliseren en ontginnen van gronden aan de Schelde. In Baasrode, Assenede en Bornem, de regio van de Vier Ambachten. En dan zijn er nog die verloren gronden in het West-Vlaamse Vijve, geconfisqueerd door de Franse koning Filips de Schone. De Arteveldes hebben dus alle redenen om Vlaams- en graafsgezind te zijn te midden van het weifelende Gent in 1301 en 1302.

 

De Leliaardse patriciërs staan recht tegenover de ambachten en de gewone burgerij die de Klauwaards goedgezind zijn. De Engelse soldaten die in de stad verblijven in 1301, maken ongetwijfeld grote indruk op de jonge Artevelde. Het is best een goede zet van hun geliefde graaf om steun te zoeken bij de Engelsen en zo de Fransen een hak te zetten! De jonge Jacoppe treedt ongetwijfeld in de voetsporen van zijn vader en gaat verder met de exploitatie van gronden in de Vier Ambachten. Rond 1320 trouwt onze man voor de eerste keer. Maar niemand weet wie de gelukkige is. In hetzelfde jaar wordt een dochtertje geboren, Margaretha.

 

Kort na de geboorte sterft mevrouw Artevelde. Lang zal het weduwschap van Jacoppe niet duren, want 3 jaar later wordt zijn eerste zoon Jan geboren. Zijn tweede vrouw, de pittige en dynamische Katelijne de Coster, komt uit de welstellende Gentse burgerij. Jacoppe Artevelde is nog lang niet politiek actief, maar de rijping van zijn geest gebeurt in een sfeer van vijandschap tussen de burgerij en de adel. Rond 1320 zijn de patriciërs baas over de stad en bevindt Gent zich officieel in het Franse kamp. Brugge en Ieper hellen over naar de Vlamingen en dan zijn er nog die West-Vlaamse rebellen met hun fanatieke leiders Zannekin en Peyt die het leven van de Fransgezinde graaf Lodewijk van Nevers en zijn achterban meer dan zuur maken.

 

De alliantie tussen de Brugse voogd Willem de Deken en de Engelse koning Edward III moet ongetwijfeld indruk maken op Jacoppe. We leven nu al in 1328. Maar de situatie in Schotland is van dien aard dat de Vlamingen het tijdens de dramatische slag op de Casselberg zonder Engelse steun moeten zien te rooien. Het gevolg is bekend. Nog voor het jaar voorbij is wordt de onfortuinlijke Willem de Deken opgehangen aan een Franse galg.

 

De Gentse gilden, de ambachtslieden en de arbeiders kreunen onder de Franse repressie terwijl hun leiders vrolijk in de pas lopen van de Franse monarchie. Fransgezinden schuimen de Gentse straten af en slachten hun tegenstanders op de meest brutale wijze af. Maar de gilden worden stilaan fanatieker en gedrevener. Terwijl de ambachtslieden dag na dag hardvochtiger worden, groeit bij Jacoppe Artevelde het besef dat de macht in Gent ooit in handen zal vallen van de wevers, de volders en de kleine neringen die nu nog van alle macht zijn uitgesloten.

 

Wanneer zal ooit een einde komen aan dit wanbeleid? Wat nog niemand weet op dit moment, is de wetenschap dat Lodewijk van Nevers stilaan het bed aan het opmaken is voor deze Artevelde. De welingezeten burger Jacoppe Artevelde ergert zich in toenemende mate aan de onberekenbaarheid van de graaf. Het Gentse establishment heeft Lodewijk van Nevers jarenlang gesteund en gedoogd, maar die boetes en bestraffing voelen aan als een mes in de rug. Kan het welvarende Gent eigenlijk nog rekenen op die Fransgezinde despoot?

 

De welbespraakte Artevelde stelt Vlaanderens bestuur gaandeweg meer en meer in vraag en begint opgang te maken met zijn scepticisme. Stoutgebekt als hij is, vindt hij stilaan gehoor. De situatie in Gent is nog niet eens gestabiliseerd als in 1337 het conflict uitbreekt tussen Frankrijk en Engeland. Het begin van de honderdjarige oorlog waarbij de Engelsen de macht zullen proberen te grijpen over Frankrijk en waarbij Vlaanderen het toneel zal worden van bitter wapengeweld en een dreigende wolcrisis waarbij niemand weet waar die zal eindigen. Lodewijk van Nevers laat zonder aanwijsbare redenen enkele Engelse handelaars oppakken in Vlaanderen.

 

De Engelsen pikken die gevangenname van hun mensen niet en reageren op 12 augustus van het jaar 1336 met de afkondiging van een algemeen wolembargo tegen Frankrijk en zijn noordelijke provincie Vlaanderen. De maatregel zorgt voor opschudding, misnoegdheid maar vooral voor grote onrust in Vlaanderen. Wanneer de Engelsen in december 1336 ook de uitvoer van graan en andere eetwaar verbieden, verbetert de stemming er niet op. De Engelsen blokkeren de toegang tot het Zwin. De oorlog escaleert. Het Engelse textielembargo heeft natuurlijk ook andere beweegredenen. In Londen hebben ze ook die flukse opgang gezien van de Vlaamse steden.

 

Het succes en het geldgewin van de Vlamingen is gebaseerd op hun eigen Engelse wol notabene. Waarom zou Engeland zelf niet ijveren voor een eigen lakenindustrie? Wevers, volders en arbeiders die uit Vlaanderen verbannen zijn, worden maar al te graag opgenomen in Engeland. En die roep wordt steeds luider. Een prima verloning, mooie meisjes en lekker bier staan te wachten voor wie de nodige vakkennis in huis heeft. De voorbije 10 jaar is er sprake van een charmeoffensief om jonge avontuurlijke Vlaamse textielarbeiders over het Kanaal te lokken.

 

De welvaart in Gent, Brugge en Ieper staat of valt met het succes van het wolembargo. In het begin van 1337 laten de eerste gevolgen zich zien in Vlaanderen. Het wordt roerig, het volk mort en slaat aan het muiten. Malcontenten worden aangehouden, gefolterd en onthoofd.

 

De steden worden geteisterd. De leiders van de steden beseffen dat er zal moeten onderhandeld worden met de Engelsen en met graaf om erger te voorkomen. Met de lente in het land, bereikt de crisis haar hoogtepunt. Dagen, weken en maanden zijn door de wederzijdse onbuigzaamheid, verstreken in eindeloze discussie en rond de pot draaien. Maar nu zijn de getouwen echt stilgevallen. De mondvoorraad is zo goed als op.

 

Een algemene werkloosheid wordt nu gevolgd door het spook van de hongersnood. Vlaanderen is een land van hongerlijders geworden. De beschikbare landbouwgrond in Vlaanderen is ontoereikend om het grote aantal monden te voeren. De Franse graanzolders blijven gesloten. De volderskuipen staan leeg. De graanvoorraad is uitgeput. De mensen zitten door hun laatste spaargeld. Ook het fiere Gent is overgeleverd aan deze noodtoestand. Hier en daar wordt wat werklozensteun uitgedeeld aan de arbeiders, maar de wevers zijn nog altijd kop van jut na hun laatste amokmakerij en mogen op hun kin kloppen.

 

De nering stokt, de arbeidsklasse verpaupert en het stadsbestuur weet er geen raad mee. Hele slierten verhongerde schooiers en bedelaars zoeken tevergeefs hun heil op andere plekken. En ondertussen ronselen Engelse afgezanten om steun voor hun vorst. In mei 1337 sluiten alle Dietse landen (Brabant, Limburg) een bondgenootschap met de Engelsen. Vlaanderen volgt zijn buurlanden voorlopig niet. De meningsverschillen tussen de graaf en de steden rond de aanpak van het embargo groeien met de dag. Terwijl diezelfde Engelsen de bronnen van Vlaanderens welvaart blokkeren, strooien ze met beloftes en toegevingen voor de toekomst.

 

Ondertussen, terwijl de stapelhuizen in Brugge leeg staan, verhuist de Engelse wol al naar Brabant en naar Dordrecht. Lodewijk van Nevers blijft koel en onbewogen met zijn aanpak van de Engelsen en zo groeit de kloof met zijn volk zienderogen. 'Waarom grijpt de graaf in Godsnaam niet in?' Engelse afgezanten proberen de gezagsdragers van Gent aan hun kant te krijgen. De meest prominente persoon van Gent is op dat moment de Vlaamse ridder Zeger van Kortrijk, die al geruime tijd de aanvoerder is van de Gentse milities.

 

Zeger is niet van de minste. Hij zat rond de jaren 1300 vast in een Franse gevangenis en deelde toen zijn lot met graaf Gwijde van Dampierre. In 1328 stond hij in Cassel aan de zijde van de betreurde Zannekin. De Kortrijkzaan geniet van een bijzondere status in Gent. De stadsrekeningen bepalen dat de wijn die geschonken wordt in zijn woning vrij is van belasting. Elk jaar krijgt hij een nieuw uniform om ter processie te gaan. Hij krijgt zijn loon van de Franse koning en zou dus eigenlijk uit diens handen moeten eten, maar hij ziet als geen ander dat Vlaanderen niet kan overleven zonder Engelse wol.

 

Hij neemt zelfs het initiatief om hierover te onderhandelen met John de Thrandeston, de speciale gezant van Edward III. Ongetwijfeld is ook Jacoppe Artevelde betrokken bij die gesprekken. Jacoppe en Zeger zijn vermoedelijk twee handen op één buik. Zeger is op het toppunt van zijn kunnen en roem. Artevelde voelt zich sterk verwant met de standpunten van de krachtige figuur die Zeger van Kortrijk is. Zeger roept het Vlaamse parlement samen in een poging om de situatie te deblokkeren en hen te informeren over zijn onderhandelingen met de Engelsen.

 

De graaf kan er niet om lachen dat er achter zijn rug onderhandelingen gevoerd worden met zijn vijanden. Hij vermoedt een op til zijnde machtsgreep en laat Zeger van Kortrijk in volle vergadering aanhouden. De bijzonder populaire Vlaamse ridder wordt beschuldigd van hoogverraad. Zeger wordt naar het kasteel van Rupelmonde gevoerd en in de kerker gegooid. Wat de graaf blijkbaar niet lijkt te beseffen, is dat de actie van Zeger van Kortrijk al beladen is met de ziel van Jacoppe Artevelde. De Gentenaars bewegen hemel en aarde om hun geliefde 'oppermaarscalc' vrij te krijgen.

 

De demarches hiertoe spelen zich tijdens het hele najaar op zowat alle niveaus af. Maar graaf Lodewijk is niet te vermurwen. Hij blijft resoluut bij zijn standpunt van een radicale opstelling tegen de Engelsen en met het vasthouden van Zeger van Kortrijk. Hij wil een voorbeeld stellen. Ondertussen kruipt en smeekt iedereen om wol. De drie steden gaan heel erg ver om hun goodwill tegenover hun graaf te tonen en bieden zelfs manschappen aan in een wanhoopspoging hem te helpen een vloot van 440 Engelse wolschepen op hun weg naar Dordrecht te onderscheppen.

 

Maar die poging in Cadzand loopt af op een sisser. Dan maar actie bij de Franse koning Filips van Valois. Er komen nu eindelijk wat toegevingen van de Fransman. Blijkbaar wil de monarch de snel verpauperende Vlamingen te vriend houden want op 15 augustus worden een deel van de meeste gehate boetes kwijtgescholden en wordt de hele Franse woloogst toegezegd aan de noordelijkste provincie van Frankrijk.

 

Wat de Vlamingen niet weten, is dat er een prijskaartje hangt aan deze toegevingen. Lodewijk van Nevers zegt toe dat de Vlamingen aan de zijde van de Fransen zullen strijden als de oorlog tegen de Engelsen zal losbreken. De belofte van die hele Franse woloogst blijkt een lachertje. Vooral vergeleken met de 10.000 balen wol die zopas ontglipt zijn naar Dordrecht waar de voorraden zich massaal aan het opstapelen zijn. De paniek in Vlaanderen is nu compleet. De Engelsen voeren hun blokkade verder op zodat naar het einde van 1337 toe geen enkel schip nog kan aanmeren in de Vlaamse havens. De toestand is kritiek.

 

Een reeks van diplomatieke acties levert niets op. De graaf slaagt er zelfs niet in om Franse schepen te laten binnenvaren. Er zit weinig anders op dan het plan van de gevangen Zeger van Kortrijk opnieuw op te rakelen. Het gezag van Lodewijk van Nevers is nu compleet verdwenen. Er moet gepraat worden met de Engelsen. Jacoppe Artevelde komt stilaan in beeld. Hij heeft zich in 1336 en 1337 verscholen achter de brede rug van Zeger van Kortrijk. Nu is hij de centrale pion aan het worden en treedt hij, zelfbewuster met de dag, voor het voetlicht. Hij ziet met lede ogen hoe honderden wevers telkens opnieuw en moedelozer met de dag naar het belfort trekken in de hoop er grondstoffen aan te treffen. Hij voelt en proeft de wanhoop bij de ambachtslieden.

 

De bedelaars, de wanhoop bij de mensen en de hongerige kinderen maken grote indruk. Hoe kan een grote stad zo afhankelijk zijn van één grondstof en zo overgeleverd worden aan de willekeur van elkaar bestrijdende naties? Zo kan het echt niet verder. Vlaanderen kan niet langer een pion zijn in het politieke spel tussen Edward en Filips. Waarom moeten de Vlamingen toch steeds die zinloze trouw zweren aan de Fransen waardoor ze zich de vijandschap van de Engelsen op hun hals halen? Het is tijd dat iemand in Vlaanderen eens de koe bij de hoorns gaat grijpen en dat de situatie op een realistische manier aangepakt wordt.

 

Vlaanderen moet het recht hebben om zich neutraal op te stellen. Jacoppe Artevelde voelt dat de tijd rijp is om zelf in actie te treden. Zoniet wacht de hongerdood. Hij wordt de 24ste december van het jaar 1337 op de hoogte gebracht van het principeakkoord tussen de Fransen en de Engelsen om geen vijandelijkheden aan te vatten voor de 1ste maart van 1338. Het is nu een kwestie van leven of dood, van enkele maanden geworden, om aan die verdomde Dordrechtse wol te geraken. Maar drie dagen later komen de Gentse afgevaardigden met het nieuws dat alles bij het oude blijft.

 

Filips van Valois en Lodewijk van Nevers willen niet onderhandelen met de Engelsen. De schepenen beseffen dat een algemene revolutie onder het volk nakend is en legt de stad Gent in een soort intern beleg. Een gewapende trance. Het Gentse volk wordt op zondag 28 december 1337 opgetrommeld op het grote plein van de Bijloke. Het is er ijzig koud. Een bitse noordenwind jaagt nu en dan verse sneeuw door de straten. De maat is vol! Zeker 1000 wevers, volders, leerlooiers, schoenbewerkers en ambachtslieden van elke slag of soort negeren de koude en komen luisteren naar wat Artevelde te vertellen heeft. Hier en nu spreekt Jacoppe Artevelde voor de eerste keer het volk toe.

 

Van paniek en agressie is geen sprake. Noch bij de spreker, noch bij het volk. Hij ontpopt zich als een welbespraakt redenaar. Bezielend en enthousiasmerend. Jacoppe brengt het volk in de ban van zijn woorden. Het lijkt er op dat de Gentenaars allemaal al lang weten wat er zal verteld worden. Wat gisteren nog in de groezelige achterkamers van de drankhuizen werd doorverteld, wordt hier nu officieel te berde gebracht. De Gentenaars willen wol, werk en neutraliteit.

 

En dat kunnen ze bereiken door zich volledig te distantiëren van de oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Artevelde wil geen breuk met zijn graaf en met van Valois, maar wil wel praten met de Engelsen. De begeesterende toespraak van Jacoppe Artevelde zorgt voor een ongeziene eensgezindheid bij de Gentenaars. Artevelde heeft hen de weg gewezen die hen zal wegvoeren uit deze ellende. Zijn woorden hebben een diepe indruk gemaakt. De weg naar een nieuwe leiding over de stad wordt in ijltempo voorbereid.

 

Op 3 januari 1338, amper één week na zijn toespraak, wordt een officieel en buitengewoon bestuur van vijf hoofdmannen ingesteld. Het bestaat uit Jacoppe zelf, de lakenhandelaars Willem van Vaernewyck en Gelnoot van Lens, de welgestelde wever Willem van Huse en een zekere Pieter van den Hovene. Ze krijgen allen een staf medewerkers en lijfwachten toegewezen en een salaris van de stad. De kring van medewerkers en lijfwachten rond Artevelde is duidelijk de grootste. Het is duidelijk dat Jacoppe Artevelde de hoogste in rang geworden is. De stedelijke ambtenaren worden deze keer wel gekozen uit alle lagen van de bevolking. Het hoorde al jaren zo te zijn, maar met de komst van Jacoppe, wordt er eindelijk een einde gemaakt aan de discriminatie van de wevers in het stadhuis

 

Het is knap wat de bezadigde Artevelde heeft onderhandeld de voorbije week! Een nooitgeziene democratie in de middeleeuwen. Aan elk van de vijf hoofdmannen zijn vertegenwoordigers van de diverse gilden verbonden, waardoor het medezeggenschap van het gewone volk in het bestuur van de stad gegarandeerd wordt. De zo lang geviseerde wevers krijgen met onmiddellijke ingang van zaken hun rechten terug en worden voortaan opnieuw beschouwd als eersterangsburgers. Er kondigt zich hoog bezoek af te Gent. Gillis van Coudebrouck, de burgemeester van Brugge, komt tijdens de eerste week van 1338 op visite bij de vijf hoofdmannen.

 

Hij belooft hun onbetwiste leider Jacoppe Artevelde krachtig zijn steun toe. En ook Ieper sluit zich aan de Gentenaars. De verspreide slagorde heeft eensklaps plaats gemaakt voor een eensgezinde politiek waarbij Ieper en Brugge de autoriteit van Jacoppe Artevelde vrijwillig aanvaarden. De nieuwe koers betekent niets anders dan een staatsgreep. Er is geen geweld aan te pas gekomen maar de graaf wordt bij deze alliantie tussen Gent, Brugge en Ieper simpelweg op een zijspoor gezet. De leiding over Vlaanderen ligt nu onmiskenbaar bij hun Artevelde.

 

Graaf Lodewijk doet aanvankelijk alsof zijn neus bloedt en dat de komst van Jacoppe een banale interne Gentse aangelegenheid is. Maar wat er zich in Gent afspeelt, is ook de Engelse koning niet ontgaan. Hij stelt de hertog van Gelder aan om te gaan praten met die van Gent. De noodtoestand wordt uitgeroepen in Gent. Een lijfwacht van 134 mannen waakt ondertussen over de veiligheid van de 5 hoofdmannen.

 

Terwijl begin 1338 de onderhandelingen tussen de Engelsen en die van Gent starten, belegt van Nevers op 15 januari te Eeklo een parlementaire sessie 'omme der neringhen ende vriheden wille' met alleen maar de intentie om een pad in de korf te leggen van de Gentenaars en de andere steden opnieuw voor zich te winnen. Terwijl het grafelijke initiatief vastloopt, haalt de vermetele Artevelde wel zijn slag binnen en worden de eerste Engelse voorstellen verwacht bij het parlement van de Vlaamse steden. De hooghartige graaf wil de Gentse hoofdman voor het eerst persoonlijk aan de tand voelen en ontbiedt hem op het Gravenkasteel.

 

'Als Jacoppe weerspannig blijft, zal hij hetzelfde lot ondergaan als Zeger'. Maar Jacoppe Artevelde blijft stoïcijns beleefd en vertrekt. De tabloids van die dagen verwijzen naar de bedenkelijke methodes van de grafelijke entourage. Artevelde weet ook wel welk vlees hij in de kuip heeft. In elk geval is hij nog voor 22 januari 1338 uit Gent verdwenen. De onderhandelingen slepen aan. Drieëntwintig dagen lang. De procedureslag van Lodewijk van Nevers zorgt er voor dat alles tergend langzaam evolueert. En ondertussen lijden de mensen honger en liggen de weefgetouwen stil.

 

Maar half februari is het zover. Jacoppe is er in geslaagd het definitief akkoord door het parlement te laten sluizen. Vlaanderen heeft beslist om zich voortaan neutraal op te stellen in het conflict tussen Frankrijk en Engeland. In de eerste dagen van maart komen de zo langverwachte balen wol vanuit Dordrecht eindelijk in de haven van Gent binnen.

 

De wolhuizen van Gent, Brugge en Ieper vullen zich weer met wol. De crisis der crisissen is afgewend. Samen met de wol komen ook de hoop en het brood terug. En komt er hopelijk opnieuw tijd en ruimte voor welvaart. Wat een succes voor Artevelde en de zijnen! Maar de onverzoenlijke landsheer Lodewijk van Nevers zint op wraak. Ook de koning van Frankrijk is niet van plan om dit alles over zich heen te laten gaan en de ontrouw van de Vlamingen te accepteren.

 

De Gentse afgevaardigden Jan uten Hove en Symoen Parijs worden ontboden bij Filips van Valois. Diplomatie, bla bla bla, veel mooie woorden. De graaf van zijn kant voert achterhoedegevechten om alsnog het verdrag met de Engelsen niet te moeten ratificeren. Maar wat ze in Gent nog niet weten, is dat de Franse agenda al lang vast ligt: oorlog, repressie en geweld tegen die Gentse smeerlappen. Plots, de Vlaamse onderhandelaars zijn niet eens terug vanuit Parijs, zonder enig voorafgaandelijk signaal, wordt de in Rupelmonde gevangen gezette Zeger van Kortrijk door de Fransen om het leven gebracht. Het oude en zieke boegbeeld van de Gentenaars wordt op 28 maart 1338 in zijn bed onthoofd.

 

Tijdens dezelfde week krijgen de Gentenaars het koninklijk bevel om hun vestingen te slopen en slingert de bisschop van Senlis vanuit Doornik de pauselijke banvloek over de hoofden van de Vlamingen. De reeks van mokerslagen komt hard aan in de Scheldestad waar op dat moment duizenden bezoekers vertoeven voor de jaarmarkt en van plan zijn om hun paasplicht te vervullen.

 

Jacoppe Artevelde blijft kalm. De toestand is kritiek, maar overdreven en impulsief reageren zou hem in een staat van wetteloosheid brengen. Het laatste wat hij wil is om zelf vogelvrij verklaard te worden. Kijk maar naar de vermoorde Brugse voogd Willem de Deken en Zeger van Kortrijk. Hij tekent beroep aan bij de kerkelijke hiërarchie en hij toont zich bijzonder sluw door de hulp en de bemiddeling van de graaf in te roepen. Die voelt zich plots weer belangrijk. Het is een handige zet om vooral tijd te winnen. Filips van Valois wil er van zijn kant een machtsdemonstratie van maken.

 

Op 9 april 1338 rukt een Frans legerkorps Doornik binnen, van waaruit het Vlaanderen gaat bedreigen. Het ziet er naar uit dat het doelwit Gent zal zijn. Wat zullen de Gentenaars als puntje bij paaltje komt, anders kunnen dan te capituleren tegenover die Franse overmacht? Het is niet helemaal duidelijk of het in opdracht is van de graaf, maar tientallen Fransgezinde edelen ondernemen 's anderendaags vanuit hun kamp in Biervliet een offensieve verkenningstocht tot onder de muren van Gent. In Gent roept klokke Roeland storm.

 

In geen tijd staat de stad in rep en roer. De ambachtslieden grijpen de wapens en zoeken de confrontatie op met die arrogante ruiters aan hun stadspoorten. De ruiters rijden weg maar wat ze niet beseffen is dat ze de Gentenaars vanuit hun winterslaap plots wakker gemaakt hebben. Het Gentse vechtersbloed bruist op in één krijgshaftige roes.

 

De ondoorgrondelijke sfinx Jacoppe Artevelde ruikt zijn kansen. Hij ziet het gevaar opduiken vanuit de Schelde en laat, onder andere in Deinze, de bruggen over de Leie en de Schelde opbreken. En ook die Leliaards in hun nest te Biervliet worden aangepakt. Artevelde trekt met een aanzienlijke troepenmacht naar hun burcht die hij na twee dagen belegering inneemt. Jacoppe wil geen wraak en geen bloed aan de handen. De edelen die het zich enkele dagen geleden veroorloofden om de Gentenaars voor hun eigen stadswallen op te jutten, worden in hun hemd naar datzelfde Gent verjaagd.

 

De geestdrift en het jolijt bij zijn mensen bij het zien van de in hun hemd gezette edelen voelt hemels aan! De ogenschijnlijk passieve Artevelde heeft geloerd op een fout van zijn tegenstander en heeft dan fluks en instinctmatig toegeslagen. Ook het aanvankelijk gepaaide Brugge dat daarna 'bi foortse ende ghewelt' bezet was door de grafelijke troepen, wordt ontzet. De graaf en zijn ontredderde aanhangers nemen de wijk naar zijn kasteel te Male. Ze hebben nog maar eens bewezen hoe onbetrouwbaar ze wel zijn. De graaf ziet in dat ieder verder verzet vruchteloos is, en onderwerpt zich aan de wil van Vlaanderen dat zich tijdens de maand juni nu formeel achter de nieuwe Vlaamse politiek schaart.

 

Daar zal de rondreis van Jacoppe Artevelde door heel Vlaanderen wel voor iets tussen zitten. Het is alleen nog kwestie van grote baas Filips van Valois te overtuigen om hetzelfde te doen. De Vlamingen halen deze keer hun slag wel binnen. De Franse koning ziet in dat een weigering wel eens kan leiden tot een echte, doorgedreven Vlaams-Engelse alliantie en stemt toe in de neutraliteit van Vlaanderen dat nu officieel zijn handelsactiviteiten met Engeland verder mag zetten. Op 23 juli 1338 wordt het kerkelijk interdict opgeheven.

 

De zo gekoesterde Vlaamse neutraliteit is een feit. Ook Edward III laat weten de Vlaamse neutraliteit te erkennen en hij staat de Vlaamse kooplieden toe om nu vrijuit naar Engeland te komen om er de gewenste wol te kopen. Onderhuids blijft de spanning tussen de Fransen enerzijds, en de Engelsen en de Vlamingen anderzijds, natuurlijk om te snijden. De toon van de Engelsen is mild en vriendelijk, maar wat de Fransen schrijven, staat bol van de verwijzingen naar de middeleeuwse eigendomsrechten van Frankrijk over Vlaanderen en hoe zijn Vlaamse vazallen op hun knieën moeten kruipen voor hun opperleenheer.

 

Voeg daarbij nog de decadente en niet te vertrouwen graaf Lodewijk van Nevers die niet de minste scrupules kent om iedere Vlaming die zijn vazallenplicht niet onderhoudt, onder handen te nemen. Een echte verzoening lijkt een illusie. Maar Artevelde blijft bewijzen dat hij een handige staatsman is. Hij is er in geslaagd om zich te positioneren als scheidsrechter tussen de Franse en Engelse kemphanen en gebruikt deze positie natuurlijk om langs beide kanten nieuwe concessies los te weken.

 

Telkens opnieuw laat hij een mogelijke Engels-Vlaamse alliantie doorschemeren om verdere toegevingen af te dwingen van Filips van Valois. Eind november 1338 slaagt hij er in om herstelbetalingen te krijgen voor de Vlaamse kooplieden van wie hun goederen aangeslagen werden gedurende 1336 en 1337. Tot algemene voldoening van Vlaanderen trouwens. Ook de zo gehate verdragen van Athis (1305) en Arques (1326) komen op tafel. De Vlamingen moeten in 1338 nog steeds het fenomenale bedrag van meer dan 300.000 Parijse ponden afdokken aan de Franse kroon.

 

Op de 27ste december van 1338 stipuleren de Gentse stadsrekeningen dat de koning 'gracie dede ende gaf quite den ghemeenen lande dachterstelle van al dat hem tland schuldech ende tachter was van den zoenengelde van de paisen die voertijds ghemaeckt waren'. De Franse koning verzaakt nu officieel aan zijn laatste schuldvorderingen. Jacoppe glundert, Filips knarsetandt omdat die balorige onbeschaafde lummels, die 'gens simples, rudes et ignorants' hem zo in de tang houden. Terwijl de Franse koning zijn woede tegenover de Vlamingen amper kan onderdrukken, fleemt Edward III met de 'ses très chiers amis' langs hier en de 'très saiges personnes' langs daar.

 

Het kan allemaal niet op. Maar de Vlamingen mogen niet vergeten dat het slechts een kwestie van tijd is vooraleer de oorlog van de Fransen tegen de Engelsen als een etterbuil boven het land zal uitbarsten. Als het nieuwe jaar 1339 aanbreekt, lijkt het er op dat de Fransen militair verder gevorderd staan dan hun Engelse opponenten. Het garnizoen in Doornik is aanzienlijk versterkt en overal in Frans-Vlaanderen worden troepenconcentraties gemeld.

 

Veurne, Ieper, Diksmuide en het hele Westland voelen al nattigheid. De Leliaards hebben zich verzameld in een partizanenleger ter hoogte van St.-Omer waar ze zich langzaam verplaatsen richting Vlaamse grenzen. Sint-Winoksbergen valt in Franse handen en ook Veurne en Diksmuide vallen in Franse handen. Lodewijk van Nevers ziet het graag gebeuren. Vanuit Kortrijk snelt hij naar Diksmuide waar hij de leiding neemt over de Leliaardse krijgsbende. Het kan tellen als oorlogsverklaring. De Franse koning heeft hem het voorbije jaar als een onnozelaar afgezonderd tijdens zijn onderhandelingen met de Vlamingen van Jacoppe Artevelde en de Engelsen.

 

Het moet nu gedaan zijn met die idiote diplomatie. Hij zal nu zelf ingrijpen. Vanuit het bolwerk 'Westhoek', dat hij al een tijdje met zijn propaganda heeft overstelpt, zal hij nu proberen Brugge en Ieper te heroveren en de macht te grijpen. De Bruggelingen beseffen het gevaar en rukken in ijltempo naar Diksmuide dat ze in de nacht van 12 op 13 februari bestormen. De totaal verraste graaf kan maar net op tijd ontzet worden.

 

Hij krijgt niet eens de tijd om zijn harnas aan te trekken en vlucht holderdebolder naar St.-Omer. Een aantal van zijn medestanders worden gedood. De graaf verliest zijn grafelijke zegel tijdens de schermutselingen en dat is uiteindelijk symbolisch voor de landsheer die, weer door eigen dwaasheid, Vlaanderen moet afstaan aan de verrassend alerte Vlamingen. Nu de graaf weer al eens kop van jut is in Vlaanderen, voert de Engelse koning de diplomatieke druk op bij de Vlaamse steden om officieel toe te treden tot het Engelse kamp.

 

De krachtlijnen van een Vlaanderen, inclusief Bethune, Douai en Rijsel, worden uitgetekend en er is zelfs sprake van een eigen Vlaamse munt. Lodewijk van Nevers kokhalst bij dit idee maar ook de steden gaan niet in op het aantrekkelijke aanbod. De druk op Jacoppe Artevelde moet immens zijn. Maar de tijd is nog niet rijp om definitief te breken met Frankrijk. Ondertussen blijft Edward III ook hengelen naar Duitse steun in zijn conflict met Frankrijk. We mogen hierbij niet vergeten dat het Duitse imperium vlak over de Schelde ligt.

 

De steden zijn zich van langs om meer bewust dat de oorlog nu nakend is. Op 25 augustus 1339 beraadslagen ze in Brugge 'omme sorloghen wille dat es van den Ingelscen'. De machtsbasis van Jacoppe Artevelde is tijdens de voorbije zomer alleen maar sterker geworden. De orde en de wet zijn de hele tijd vrijwaard. Het bewijs is geleverd dat Vlaanderen de graaf niet nodig heeft en ook zonder hem bestuurbaar is. Omdat hij het afgebold is tijdens in het voorjaar, zetten de Vlamingen het dik in de verf dat ze zichzelf perfect kunnen beredderen zonder zijn hulp.

 

Je voelt het zo: de vijandigheid tegenover alles wat Frans is neemt hand over hand toe. De alliantie van de Engelsen met die van Brabant en Henegouwen is nu een feit. Het wapengekletter aan de oostelijke grenzen van Vlaanderen neemt grote proporties aan. Iedereen maakt zich klaar voor een veldtocht tegen hun Franse erfvijand. De positie van Lodewijk van Nevers is ondertussen heel delicaat. Hij zou graag terugkeren naar zijn graafschap.

 

Wat kan hij anders doen dan toegeven aan de eisen van de steden om weer enigszins op de voorgrond te kunnen treden in Vlaanderen? Hij mag terugkomen op voorwaarde dat hij instemt met een raad van vijf leden die als het ware samen met hem de Vlaamse regering zullen vormen. De 'blijde herintrede' van de gefnuikte graaf Lodewijk van Nevers in Gent is een feit. Dat zal de geslepen en scherpzinnige Jacoppe Artevelde ongetwijfeld veel plezier hebben bezorgd.

 

De graaf staat nu volledig onder zijn gezag en zal naar zijn pijpen dansen. Ondertussen wordt het heet aan de oostelijke grenzen van Vlaanderen. Het grootste probleem van het Vlaamse bestuur bestaat er nu in om de mensen rustig te houden en te vermijden dat zij zich samen met die van Brabant en Henegouwen zouden mengen in een inval van Frankrijk. Hoe cynisch is dit alles om vast te stellen dat het nu de graaf zelf is die alles doet wat hij kan om de neutraliteit van Vlaanderen te allen prijze te behouden. Het perspectief om Rijsel, Douai en Bethune terug bij Vlaanderen te krijgen, moet ongetwijfeld een natte droom zijn voor Jacoppe Artevelde.

 

Voor het eerst sinds Robrecht van Bethune die, met zijn bedenkelijke diplomatie en zijn niet te stillen melancholie naar macht over Vlaanderen, bereid was om de Vlaamse kroonjuwelen zo maar af te staan aan opperleenheer Frankrijk, groeit zijn besef dat als er al kansen bestaan om dit ongedaan te maken, het nu zal moeten gebeuren. Lodewijk is nu diegene die bedelt om Vlaamse neutraliteit. De Gentse hoofdman is vooralsnog niet van plan die op te geven. Hij acht zijn tijd gekomen om de Fransen een prijs te doen betalen voor het niet aangaan van een pact met Edward III. Op 21 oktober stuurt hij de graaf naar het legerkamp van Filips van Valois. Simon Parijs, Boudewijn van de Walle en Willem de Boovere vergezellen hem.

 

Tezelfdertijd rukt Artevelde met een sterke troepenmacht demonstratief en uitdagend richting Kortrijk. Het opzet is duidelijk: 'omme wider te gekrighene de paelen van Vlaendren'. Zijn logica is duidelijk. De betreffende gebieden werden enkele decennia geleden ingepalmd als voorlopig pand voor de schulden van Vlaanderen aan Frankrijk. Omdat die schuld nu kwijtgescholden is, dient deze borgstelling niet langer. Jacoppe Artevelde werkt en denkt zeer logisch. Eenmaal de Vlaamse territoriale integriteit hersteld in zijn originele toestand, zal Vlaanderen geen belangen meer hebben om in een anti-Franse coalitie toe te treden.

 

Meer zelfs; dank zij zijn neutraliteit zal het de kwetsbare noorderflank van de Fransen veel beter beveiligen. De redenering van Jacoppe houdt steek. Terwijl de Vlaamse afgezanten hun diplomatieke inspanningen ter zake doen, daagt Edward de Fransen uit tot een beslissende veldslag en is hij het Franse grondgebied binnengedrongen. Dat Engelse manoeuvre zal een bedenkelijke invloed hebben op de uitkomst van de gebiedsonderhandelingen.

 

Eind oktober, het gure weer en de winter zijn al volop in aantocht, spelen de Fransen een kat en muis spel met de Engelsen. Die laatsten willen volop de confrontatie aangaan, maar telkens geven de Fransen verstek. De Engelsen rukken steeds verder op, en de Fransen deinzen steeds verder achteruit. Het spelletje duurt net zo lang tot dat de winter de Engelsen dwingt om zich terug te trekken en de lente van volgend jaar af te wachten om af te rekenen met die Fransen. Dank zij zijn ontwijkende strategie heeft Filips van Valois zijn opponent schaakmat gezet en kan hij nu zijn volle aandacht besteden aan de Vlaamse eisen. Valt het te verwonderen dat er een 'njet' volgt?

 

Op 28 oktober vernemen de Vlamingen dat de Engelsen zich aan het terugtrekken zijn. Nog vooraleer de Vlaamse gezanten terug zijn, marcheert het expeditiekorps ter hoogte van Kortrijk opnieuw richting Gent. Al met al een vreemde en onbegrijpelijke beslissing om op dat moment de druk van de ketel te halen en om nu opendeur te houden aan de grens met het verraderlijke Frankrijk. De 30ste oktober is gezant van Nevers onverrichterzake terug in Gent. Vanuit Doornik, Kamerijk en andere grenssteden voeren Franse garnizoenen een reeks van strooptochten uit in de Westhoek, die het zonder de rugdekking van de Engelsen en de Gentenaars, zwaar te verduren krijgt.

 

Ondertussen zijn er in Calais kapers opgedoken die het gemunt hebben op Vlaamse en Engelse schepen. Het lijkt er op dat Vlaanderen en Engeland wel in elkaars armen worden gedreven. De Franse weigering voor de Vlaamse verzuchtingen, gevolgd door die agressie in de Westhoek en dan die aanvallen op hun beider vloten. En ook Edward heeft zijn lesje geleerd. Er is maar één weg om Frankrijk op de knieën te krijgen. Hij moet te allen prijze de steun verwerven van het machtige Vlaanderen. Alle indicatoren wijzen onweerstaanbaar in dezelfde richting.

 

Jan de Coster, de broer van Katelijne, de echtgenote van Jacoppe Artevelde, speelt een bijzondere rol in die periode. Na de terugkeer van Lodewijk van Nevers einde oktober 1339, verblijft de Engelse koning in Brabant, meer bepaald in Brussel, waar hij contact opneemt met Jan de Coster. De hele maand november wordt er op hoog niveau onderhandeld tussen zowat alle betrokken partijen. Iedereen onderhandelt met iedereen. Brabant, het Duitse keizerrijk, Vlaanderen, Engeland en Frankrijk spelen allemaal hoog spel. Er wordt van alle kanten aan de Vlaamse kar getrokken. Als december aanbreekt, sijpelen de vertegenwoordigers van de Brabantse en van de Vlaamse steden binnen te Gent. Hertog Jan van Brabant heeft zijn hele hofhouding meegebracht. De hoogste adel is ook van de partij. Zou er een akkoord zijn?

 

Er heerst waarachtig een feeststemming in Gent als op 3 december, in het bijzijn van graaf Lodewijk van Nevers en van Hertog Jan, een plechtig Vlaams-Brabants akkoord wordt afgekondigd. Er is een samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen en Brabant uit de bus gekomen. Een pact dat hoe dan ook tegen Frankrijk is gericht want ze erkennen Edward als legitieme koning van Frankrijk. Er is sprake van vrijhandel, munteenheid, verplichte scheidsrechterlijke beslechting van de geschillen, een solidaire landsverdediging, een gemeenschappelijke bondsraad en vooral een grote lotsverbondenheid tussen de twee gemeenschappen. Ligt hier de echte geboorte van Vlaanderen zoals we het op vandaag kennen?

 

Wat begonnen was als een tijdelijk spel van de graaf om de Vlamingen op een vals spoor te zetten, wordt nu geniaal uitgespeeld door Jacoppe Artevelde, die de graaf van zijn kant moreel verplicht die enorme ommezwaai te maken. Het is er eentje die kan tellen: de Franskiljon die een pact aangaat tegen zijn eigen achterban en daarmee zijn eigen Franse wortels verloochent. De altijd bescheiden Jacoppe Artevelde, staat op het akkoord nergens maar dan ook nergens vermeld. Maar zijn inbreng voel je in alles. Het pact verspreidt, hoe je ook draait of keert, de exuberante geuren van de vernuftige Gentse hoofdman.

 

Door de adel mee te betrekken in dit akkoord, is er nu voorgoed een einde gemaakt aan het eeuwenoude feodale stelsel van landeigendom en van het leenheerschap 'tout court'. De gebiedsrechten van de Vlaams-Brabantse unie primeren voortaan op de belangen van de lokale adel en meteen ook op die van de grote steden. Jacoppe Artevelde heeft op 3 december 1339 zeer zeker een belangrijke aanzet gegeven heeft voor de nationale eenmaking van Vlaanderen. Zo lijkt het toch althans. De plechtige afkondiging van het Vlaams-Brabants verdrag tilt Arteveldes' prestige en status tot op ongekende hoogten.

 

Zijn volk aanbidt hem. De hoofdman is ook maar een mens: hij koestert en wentelt zich in zijn persoonlijk succes en laat zich deze verheerlijking welgevallen. Het mag trouwens aangestipt worden dat de altijd bescheiden Artevelde, als 'grand seigneur', wel gediend is met de erkenning van zijn leiderschap en dat hij in die machtsfunctie helemaal niet wars is van de luxe en het ietwat decadente leven van de rijke burgerij.

 

Paul de Mont heeft gelijk als hij Lodewijk van Nevers een sneer geeft om wat hij in die weken wel of niet aanvangt met deze nieuwe situatie. Een klein kind kan zien dat de nieuwe Vlaams-Brabantse alliantie afstevent op een akkoord met Engeland met de bedoeling om Frankrijk buitenspel te zetten. Hij krijgt volop de kansen om zelf de Franse koning te benaderen en zelf te onderhandelen over de terugkeer van de verloren Vlaamse gebieden. Hij weet goed genoeg dat de modale Vlaming niet echt geïnteresseerd is in de Engelsman, maar alleen zijn wol graag ziet.

 

Met wat overredingskracht en wat toegevingen kan het spel van Jacoppe Artevelde en Edward III in de war gestuurd worden en kan hijzelf opnieuw de grote man worden in Vlaanderen. Wie is er uiteindelijk beter geplaatst dan Lodewijk om Filips van Valois tot toegevingen te dwingen, daar waar het de Gentse hoofdman vooralsnog niet is gelukt. Welk een open kans mist deze dwaze graaf in die verwarrende weken? Er is zelfs sprake van een mogelijk huwelijk van zijn zoon Lodewijk van Male met Isabelle, de dochter van de Engelse koning. Neen. In de plaats daarvan slaat hij op de vlucht. Ongetwijfeld onder zware druk gezet van Filips, meldt hij zich ziek en reist hij af naar het Franse Mezières en wat later naar Parijs.

 

De overeenkomst van 3 december die hij hielp tot stand komen, wordt niet eens door hem geratificeerd. De Engelsen beseffen ondertussen dat die Vlaams-Brabantse alliantie een gouden zaak kan betekenen in hun strijd tegen onderbuur Frankrijk en proberen alle middelen uit om tot één groot allesomvattend Vlaams-Engels pact te komen. De hele maand december van 1339 door wordt er verder onderhandeld. Ook Willem van Henegouwen meldt zich aan. Het vertrek van de graaf wekt de indruk dat alles nu mogelijk is. De enige die de relatie met de Engelsen kon tegenhouden is van het toneel verdwenen. Artevelde heeft nu werkelijk in alles vrij spel.

 

Rond de jaarwisseling zweren die van Brabant trouw aan Edward III en treedt Willem van Henegouwen toe tot het Vlaams-Brabants bondgenootschap. De Gentse kopman aarzelt vooralsnog om in zee te gaan met de Engelsen. De paus doet wat hij kan om de Vlaamse steden de les te spellen. Artevelde wordt nooit genoemd maar er wordt vanuit de kerk maar al te ondubbelzinnig gewaarschuwd tegen zijn verderfelijk beleid. Een oorlog zal vreselijk onheil brengen over het land. Het wisselen van meester zal de Vlamingen zuur opbreken.

 

Vanaf 15 januari zitten alle partijen aan tafel te Gent om er de grondslagen van hun bondgenootschap vast te leggen. Er is nu sprake van een economische, een militaire en een politieke overeenkomst. De partijen komen overeen rond een gewaarborgde wolstapel, financiële steun, militaire uitrusting, bescherming tegen de Franse agressie. Het graafschap van Vlaanderen moet opnieuw in zijn oorspronkelijke toestand worden hersteld. Op 26 januari komen koning Edward III en koningin Philippina met een groot gevolg aan te Gent waar op de Vrijdagmarkt het bondgenootschap plechtig wordt afgekondigd. Edward III de Plantagenet laat zich nu officieel tot koning van Frankrijk kronen. De Gentse vrijdagmarkt is rijkelijk versierd voor de grootse plechtigheid.

 

Artevelde, de magistraten en het Gentse volk zweren hun trouw en brengen een uitgebreide leenhulde aan Edward III als nieuwe koning van Frankrijk en Engeland. Daarna zweert Edward met de hand op de Bijbel dat hij de Vlamingen zal beschermen tegen hun vijanden en dat hun privileges gerespecteerd zullen blijven. De mensen schreeuwen hun goedkeuring uit. Een Gentse kleermaker heeft gezorgd voor een nieuw koninklijk gewaad. Het jaar 1340 wordt voor de nieuwe alliantie het jaar één.

 

Jacoppe Artevelde heeft er netjes voor gezorgd dat het engagement van de Engelse koning zodanig groot is, dat er van een terugkeer naar vroegere toestanden geen sprake meer van kan zijn. De strijd tussen de Valois en de Plantagenets voor de Franse kroon heeft zich afgespeeld te Gent. Vlaanderen heeft van nu af aan Edward III als souverein. De kans dat de paus zal ingrijpen, wordt klein geschat gezien de nieuwe machtsontwikkeling. Achteraf blijkt die inschatting correct. Althans op korte termijn want voor de paus van Avignon blijft zijn boezemvriend Filips van Valois de enige echte koning van Frankrijk.

 

Jacoppe Artevelde en Edward III leren elkaar voor het eerst persoonlijk kennen tijdens het eerste verblijf van de Engelsman in de Sint-Baafsabdij. Na een maand vertrekt het koninklijk gevolg opnieuw naar Engeland. De Vlamingen zijn er niet echt gerust in. Staan ze er niet alleen voor nu de Engelsen vertrokken zijn? De zenuwachtigheid stijgt. Hier en daar ontstaat er oproer. Maar in het voorjaar van 1340 bezegelen de Vlaamse steden Gent, Brugge en Ieper onder ede hun trouw en verbondenheid aan de nieuwe koning. Filips van Valois stelt zich te weer.

 

Hij verbreekt alle handelsbetrekkingen met Vlaanderen en beteugelt elke vorm van smokkelhandel op gewelddadige wijze. De Fransen aarzelen niet om de grensgebieden af te schuimen en vernielingen aan te richten. Het noopt de Westhoekers om zich waakzaam op te stellen en zich militair te verweren. Zo gaat een legertje van Ieperlingen, versterkt met een Engels contingent, Armentières in brand steken maar wordt het later zelf teruggeslagen en in de pan gehakt bij Marquette. Tussen die van Doornik en Oudenaarde komt het ook tot een confrontatie.

 

In mei komt een leger van 4269 man onder leiding van Jacoppe Artevelde zich moeien en komt het tot een militair treffen aan de Henegouwse oever van de Schelde. Het komt nog niet tot een open oorlog. Jacoppe Artevelde heeft nog te veel werk aan de winkel om een heuse legermacht op te bouwen. Nu teert hij vooralsnog op stedelijke milities. Maar beide partijen slaan hun kampen op aan weerskanten van de Schelde. De goedkeuring van het Vlaams-Engelse verbond door het Engelse parlement te Westminster in april, wordt nu onmiddellijk gevolgd door een reactie van de Paus te Avignon.

 

De Franse koning heeft sinds het desastreuze verdrag van Athis in 1305 van de paus het recht gekregen om het interdict op te leggen aan Vlaanderen. De rebelse Vlamingen worden dus nog maar eens getrakteerd met de kerkelijke banvloek over hun hoofden: 'un excommuniement si grand et si horrible qu'il n'estoit prestre qui osât célébrer le divin service'. De steden wijken van geen vin, maar de Vlaamse clerus kiest van hoog tot laag de kant van Filips van Valois die zij als de enige Franse koning erkennen. De spanning is te snijden in de straten van Vlaanderen.

 

Edward belooft om Engelse priesters te sturen, maar daar lijkt voorlopig niet veel van in huis te komen. Artevelde van zijn kant, zorgt wel voor een hele prestatie; nog voor de zomer van 1340 is hij er in geslaagd om een legermacht van tienduizenden vrijwilligers op de been te brengen. Samen zullen ze strijd leveren voor hun groot Vlaams ideaal. Op 23 juni 1340 verschijnt een imposante Engelse vloot voor de kust van Blankenberge. De Fransen die de monding van het Zwin bezet houden, wachten voorlopig af en zijn totaal verrast als de Engelsen kiezen voor de aanval. De zeeslag houdt de hele nacht aan en eindigt met een totale vernietiging van de vloot van Valois.

 

De Fransen die proberen te ontsnappen vallen op de oevers van het Zwin in de handen van de Vlamingen. De Engelse overwinning betekent een bijzonder gelukkige tijding voor Vlaanderen dat het hele voorjaar in grote spanning en zenuwachtigheid heeft gevreesd voor een slechte afloop van de oorlog. Jacoppe feliciteert Edward III met zijn overwinning. Samen smeden ze nu plannen om de zuidelijke grens van de Westhoek open te breken op zoek naar Vlaanderens' verloren grondgebied. De tijd is tijdens de zomermaanden van 1340 rijp om een beslissend offensief op te starten.

 

Edward III krijgt voorrang op de vorsten van Brabant en Henegouwen om de geallieerde troepen te leiden. In Gent en in Brugge worden de plannen gesmeed voor een beslissende heirvaart tegen Frankrijk. Om 'die paelen van Vlaendren'. Binnen een kleine week worden er 140.000 man op de been gebracht. Hoeveel zullen er effectief deelnemen aan de veldtochten? Er marcheren zowat 10.000 man mee uit Oost-Vlaanderen.

 

Het laat vermoeden dat de echte militaire slagkracht van Jacoppe Artevelde ergens rond de 70.000 man moet schommelen. De leider enthousiasmeert zijn volk dat niet eens soldij wil om ten strijde te trekken. Heel ongebruikelijk in die dagen. Iedereen strijdt 'ter eren, ten profite ende ten beaude vander neeringhen, vrieden, wive ende kindre vanden lande van Vlaendren ghemeenlike'.

 

De Oost-Vlamingen trekken half juli zo goed als samen met de Engelsen over Oudenaarde richting Doornik. Terwijl we trouwens spreken over 'wive ende kindre', schenkt Katelijne de Coster haar man Jacoppe een flinke zoon. Op 18 juli 1340 wordt Filips Artevelde geboren. De Bruggelingen, met de milities van Ieper, Veurne, Poperinge, Cassel en Sint-Winoksbergen, zakken af naar St.-Omer waar zich ook al een korps van Engelse boogschutters bevindt. Hun leider is Robrecht van Artois die er natuurlijk als de kippen bij is om zijn Artesische gebieden te heroveren op de Franse kroon. Op 24 juli 1340 wordt de stad Arques in de as gelegd.

 

De Fransen reageren hierop met een verwoede uitval en botsen op het Vlaamse leger dat zich langs de weg van Arques naar Sint-Omaars heeft ingegraven. De Bruggelingen en de Engelse boogschutters onder leiding van Robrecht van Artois verslaan de hertog van Bourgondië en zetten de achtervolging in op de vluchtende Fransen. Aan de andere zijde van het slagveld laten de troepen van het Vrije, Sint-Winoksbergen en Veurne zich verleiden tot een uitval waardoor de op de linkerflank opgestelde Ieperlingen nu plots dreigen overrompeld te worden door de Fransen.

 

Terwijl Robrecht van Artois onder de muren van St.-Omer een bloedbad aanricht onder de wijkende Fransen, dreigt de totale overvleugeling voor de Ieperlingen. De paniek slaat toe bij die van Ieper, Poperinge, Cassel en Belle. Ze zien geen andere uitkomst dan halsoverkop hun kamp nabij Arques te verlaten en op de vlucht te slaan.

 

De slag doet me denken aan die op de Pevelenberg van 1304 waar een deel van de Vlamingen dacht dat de overwinning binnen was terwijl het andere deel al op de vlucht was en berustte in de nederlaag. De Fransen besluiten in 1340 niet verder te jagen op de vluchtende Westhoektroepen, maar zich te focussen op de milities van Robrecht van Artois die er op dat moment nog niet in geslaagd zijn om St.-Omer in te nemen. Bij valavond komt het tot een hevig treffen.

 

De Bruggelingen weten zich wel meester te maken van het slagveld, maar kunnen niet vermijden dat de Fransen zich terugtrekken richting St.-Omer. De Vlamingen besluiten zich terug te plooien op hun basiskamp dat ze verrassend genoeg leeg en achtergelaten aantreffen. Waarom zijn de West-Vlamingen hier spoorloos verdwenen? De plannen om samen St.-Omer te bestormen, mogen opgeborgen worden. De Bruggelingen zakken nu af naar de streek van Ieper, terwijl Robrecht van Artois en zijn Engelse boogschutters vertrekken naar het Doornikse om er zich op 31 juli 1340 te voegen bij de troepen van Jacoppe Artevelde. De verovering van Doornik is voor de Vlamingen een belangrijke aangelegenheid. De stad is een belangrijke vooruitgeschoven post van de Franse monarchie en herbergt het bisdom dat de scepter zwaait over Vlaanderen.

 

Het beleg vangt aan op diezelfde 31 juli. De Engelsen nemen hun posities in ten zuidwesten van de stad. Ondertussen positioneert Artevelde zijn troepen stroomafwaarts aan beide kanten van de Schelde. Stroomopwaarts doen die van Henegouwen hetzelfde waar ze aan de overkant van de rivier vanaf 11 augustus geassisteerd worden door de troepen van de hertog van Brabant.

 

Binnen de imposante muren van de stad Doornik kazerneert een sterk Frans garnizoen dat de vijandelijke druk goed kan weerstaan. Filips van Valois is op komst met zijn troepen maar lijkt geen haast te maken om Doornik te ontzetten. De aanvallers zullen zichzelf de das omdoen! De anders zo gevatte Artevelde, krijgt te maken met spanningen en grondige jaloezie tussen de Vlamingen en de Brabanders. De spanningen leiden tot gewelddadige conflicten die zich afspelen tot in de tent van Edward III en zorgen er uiteindelijk voor dat die van Henegouwen het bijzonder gewelddadig afbollen. De Engelsen en de Vlamingen staan er nu alleen voor.

 

Vanuit het zuiden rukken de Fransen van Filips van Valois nu op richting Doornik. Edward laat een beperkte basisomsingeling van Doornik in stand houden, en besluit noodgedwongen om met een hoofdmacht op te trekken tegen de vijand en hen een halt toe te roepen. Op 7 september wordt het Engelse kamp opgeslagen ter hoogte van Bovines. De Fransen verroeren zich niet, daar achter de moerassige oevers van de Marcq, en de Engelsen wagen het niet om hun echt aan te vallen. Het blijft bij schermutselingen. Met de eerste herfstnevels slaat ook de oorlogsmoeheid toe in beide kampen. Het Doornikse kan op dat moment niet bepaald omschreven worden als een lustoord. De belegeraars hebben nagelaten om de ingewanden van hun slachtvee te begraven zodat een walgelijke geur de hele lucht verpest.

 

Binnen de stadsmuren is de situatie goed vergelijkbaar. Door het gebrek aan water zijn alle dieren omgekomen en met de proviand kan hoogstens nog enkele dagen overleefd worden. De totale uithongering dreigt en de milities hunkeren naar hun heimat. De tijd is rijp om te onderhandelen over een wapenstilstand. Dank zij Johanna, de gravin van Henegouwen, en met de steun van paus Benedictus XII komt het tot gesprekken. De Fransen en de Engelsen zouden al blij zijn dat alles bij het oude zou kunnen blijven.

 

Maar dan leren ze pas echt Jacoppe Artevelde kennen. Hij alleen stelt voorwaarden en wijkt er niet van af. Dagenlang houdt hij een vergelijk tegen. Onbuigbaar en hardnekkig. Wat een verschil met Robrecht van Bethune en zijn vader Gwijde van Dampierre die ooit hun Vlaamse ziel versjacherden aan de Fransman. Op 25 september van het jaar 1340, wordt er te Esplechin uiteindelijk een wapenstilstand afgesproken die in werking zal blijven tot de 24ste juni van 1341.

 

Jacoppe Artevelde heeft met zijn vuist op de groene tafel moeten bonken om voor Vlaanderen aannemelijke voorwaarden af te dwingen. Als puntje bij paaltje komt, staat hij hier weer alleen en vereenzaamd en blijkbaar zonder bondgenoten. Maar toch geven de feiten hem achteraf gelijk als Lodewijk van Nevers uiteindelijk zelf gaat pleiten bij de Franse koning om de Vlaamse eisen in te willigen. De resultaten van de mislukte militaire operaties zijn zeker niet van dien aard om de Vlamingen enige ambities op eisen te mogen geven. Het staatsmanschap van Jacoppe Artevelde leidt verrassend genoeg tot toegevingen van de Fransen!

 

Aan die 'paelen van Vlaendren' zal de hoofdman moeten verzaken. Hij ziet zelf wel in dat de militaire toestand geen territoriale eisen wettigt. Maar wat hij op politiek vlak uit de brand sleept, is zonder meer indrukwekkend. De Leliaards die aan de zijde van de Fransen hebben gestreden tegen de Vlamingen, blijven verbannen. Net zoals Lodewijk van Nevers die enkel mag terugkeren als zijn onderdanen dat toelaten.

 

Alle bestaande schulden tegenover de Franse schatkist worden kwijtgescholden. En Filips van Valois doet afstand van zijn recht om de Vlamingen eigenhandig te kunnen excommuniceren. De kerkelijke ban wordt opgeheven! De Franse hypotheek die nu al zo lang op het bloed, op het goed en op de ziel van de Vlamingen heeft gewogen, wordt vernietigd. De afrekening wordt notarieel als bindend vastgelegd. Het beleg van Doornik is geëindigd in een persoonlijke apotheose voor Jacoppe Artevelde. Hij is nu op het hoogtepunt van zijn carrière aangekomen. Vanaf nu kan het alleen maar bergaf.