P1303100

Het eenvoudige Vlaamse volksleger heeft het elitaire ridderleger van de Fransen verslagen. Zowat in heel Vlaanderen luiden en jengelen de uitbundige klokken om de overwinning van het volk te vieren. De mensen zijn uitgelaten en opgewonden. Nu gaat alles veranderen in Vlaanderen! Victorie. Victorie. Victorie. De mensen van de Gentse achterbuurten komen geestdriftig op straat met de banieren van Gwijde van Namen en Willem van Gulik. Al snel zwelt de massa aan tot een uitbundige feestelijke stoet. Het voelt aan als de bevrijding. De bassen van de trommels en het geschal van de trompetten bezwangeren de Gentse lucht.

 

Alles wat ruikt naar Leliaards wordt vertrappeld. De blauwe vlaggen worden verscheurd. De tot op eergisteren machtige Leliaards verschansen zich of verlaten de stad in paniek. Het is een tijd van brutale en meedogenloze afrekening. De Vlaamsgezinden verwijderen de Leliaardvlaggen en vervangen die door leeuwenvlaggen. Vanaf vandaag is Gent opnieuw op en top een Vlaamse stad. Gent wordt overgedragen in de handen van Gwijde van Namen. Het zegevierende leger doet op 14 juli zijn uitzinnige intrede in de grootste stad van Vlaanderen: Gent.

 

Het wordt een ongeziene gebeurtenis. De hele bevolking is samengetroept om de met bloed besmeurde wapens van de strijders te aanschouwen. Pieter de Coninck en Jan Borluut worden door de Gentenaars als grote helden onthaald. Ze zorgen voor een nieuw stadsbestuur, deze keer mét inbreng van de ambachten.

 

De Vlaamse prinsen van hun kant zorgen voor twee gouverneurs die de financiële toestand van de stad moeten zien uit te klaren. Het gevolg van Gwijde van Namen en Willem van Gulik trekt op 23 juli 1302 naar Brugge. Ze worden er door de Brugse bevolking als helden onthaald. Tijdens een groot feest wordt Jan van Namen, de broer van de nog steeds gevangen Robrecht van Bethune tot "ruwaard van Vlaanderen" ( vervanger van de graaf) aangesteld. Iedereen zweert om de strijd tegen de Fransen tot het bittere einde voort te zetten. Tijdens een grootse opgezette plechtigheid beloven de prinsen en de Bruggelingen elkaar trouw en bijstand. Ze bekijken zichzelf als één grote familie. Na die plechtige ontvangst in Brugge reizen Gwijde en Jan door naar Rijsel.

 

Zuidwaarts. Richting Frankrijk, het land in shock. In Parijs heerst algemene consternatie. De smadelijke nederlaag tegen de Vlamingen betekent een affront zonder meer voor de hovaardige Filips de Schone. De klap is als een mokerslag aangekomen. De Franse nederlaag haalt de eer, de status en de roem van de oude adel neer. Ze maakt komaf met de zogezegde dapperheid van de Fransen. De bloem van de ridderschap van de wereld is verslagen en vernederd door haar eigen onderdanen.

 

Verslagen door het, in Franse ogen, laagste volk van de wereld, verslagen door het gemeen: de wevers, volders en andere gewone handwerkers van ambachten en neringen, verslagen door mensen die hoegenaamd niet verondersteld waren om oorlog te kunnen voeren. De Franse elite is vernederd door lui die door hen geminacht werden vanwege hun lage rang. Door deze overwinning zijn de inwoners van de Pagus Flandrensis plots zo zelfverzekerd dat één Vlaming te voet met zijn goedendag het aandurft om te strijden tegen twee Franse ridders te paard.

 

Gwijde van Dampierre weet niet wat hij hoort als hij ontboden wordt bij de Franse koning. De Vlamingen hebben de Fransen een les geleerd? Hoezo? Is dit een droom? Hij krijgt de gemeenste verwijten naar het hoofd geslingerd. Ook graaf Robrecht van Bethune moet het ontgelden. Hij wordt voor zes weken opgesloten in de donkerste en kilste cel van het kasteel van Chinon. Er woedt een diepe crisis in Frankrijk. Niet alleen een militaire maar eveneens een financiële. En dan spreken we nog niet over de onrust die her en der de kop opsteekt. De oorlog heeft een diep gat in de begroting geslagen. Er komen nieuwe belastingen. Vele militaire sleutelposities zijn weggevallen door de dood van belangrijke Franse graven. De positie van Vlaanderen in Frankrijk moet herbekeken worden. Een nieuw leger, een nieuwe oorlog lijkt onafwendbaar.

 

Het gemeen heeft samen met de adel gezorgd voor een historische overwinning. De macht van het volk noopt de machtshebbers tot democratische hervormingen. Nieuwe keuren worden geïntroduceerd. Meesters en gezellen zullen voortaan op gelijke voet gesteld worden. Er komt een vast loon voor de arbeiders. De steden krijgen hun vrijheden terug. De leiders van de opstand worden beloond. Pieter de Coninck en zijn zonen worden tot ridder geslagen. De stad Brugge betaalt hen jaarlijks duizenden ponden en stelt hen in de mogelijkheid om in een luxueuze herenwoning te trekken. Ze krijgen een klerk en een knecht ter beschikking. Ook Jan Breydel en Jan Heem vallen in de prijzen als ze mogen beschikken over een Brugs Leliaardhuis.

 

De Vlamingen beseffen natuurlijk dat één zwaluw de lente niet maakt. Ze hebben één veldslag gewonnen, maar de oorlog is niet voorbij. Integendeel! Waals Vlaanderen is nog steeds in de handen van de Fransen. Voor dat de Franse koning ook maar de kans krijgt om een nieuw leger samen te stellen, moeten de Vlamingen optreden. Ondanks de oproep van koning Filips om zich krachtig te verzetten tegen de Vlamingen wordt Rijsel op 15 augustus ingenomen. Ook Douai, Bethune en Kassel vallen vrij gemakkelijk in de handen van de Vlamingen. De grafelijke troepen worden na vijf jaar Franse bezetting door het gewone volk als bevrijders binnengehaald. De leeuwenvlaggen wapperen al snel als erkenning van het Vlaamse grafelijk gezag. Over geheel Vlaanderen wordt nu het huis van de Dampierres in ere hersteld.

 

Filips de Schone heeft ondertussen een nieuw leger en een nieuwe opperbevelhebber. De troepen van Guy de Châtillon staan klaar om Vlaanderen binnen te vallen. De Vlamingen zijn echter heel alert en houden de Franse troepenbewegingen nauwkeurig in de gaten. Voorlopig wachten de Franse soldaten ten zuiden van Douai en gebeurt er niets. Een schaakspel.

 

Zowel de Fransen als de Vlamingen aarzelen om opnieuw te vechten met de kans om gezichtsverlies te leiden. Ze brengen allebei een delegatie aan de onderhandelingstafel. De Vlamingen stellen een wapenstilstand voor maar willen Gwijde van Dampierre met zijn zonen Robrecht van Bethune en Willem van Dendermonde bevrijd zien uit hun Franse gevangenis. De Franse koning eist dat hij en hij alleen de leenheer wordt van Vlaanderen en dat iedereen die deelgenomen heeft aan de Brugse metten aan het Franse gerecht wordt uitgeleverd en gestraft wordt. De Vlamingen weigeren resoluut in te gaan op de voorstellen van Filips de Schone.

 

De onderhandelingen lopen af op een sisser. Ondertussen staat de winter voor de deur. De troepen trekken zich tijdelijk terug in afwachting van volgende zomer. In maart 1303 wordt de burcht van Lessen door de Vlamingen ingenomen. Guy de Châtillon wil de Vlamingen verschalken en verhuist zijn troepen naar Sint-Omaars om van daaruit via het minder zwaar verdedigd kustgebied Vlaanderen binnen te vallen en van daaruit op te rukken naar Ieper en Kortrijk.

 

Een nieuwe lente, een nieuwe oorlog op komst. Filips de Schone heeft tijdens de winter niet stil gezeten. In het voorjaar van 1303 is het Franse leger flink aangedikt. Jan van Namen stuurt in maart een delegatie naar Edward I van Engeland om te onderhandelen over een mogelijke alliantie tussen Engeland en Vlaanderen en over een bundeling van de militaire krachten tegen aartsvijand Frankrijk. De timing zit verkeerd. Door de aanslepende oorlog tegen de Schotten kan Edward geen bijkomende krachten ter beschikking stellen zoals de Vlamingen het vragen. Het enige dat de Engelsen uiteindelijk willen is het openhouden van de handel met Vlaanderen. Het verzoek naar een partnership loopt af op een sisser. Vlaanderen mag de Engelse hulp op zijn buik schrijven.

 

Wat ze niet beseffen is dat Edward simultaan vredesonderhandelingen voert met Filips de Schone. De Franse koning aanvaardt gretig de uitgestoken hand van de Engelsen die het bestuur van Aquitanië opnieuw toevertrouwt aan Edward. De laatste voorbereidselen van het huwelijk tussen de dochter van Filips de Schone en de Engelse kroonprins worden getroffen. Het komt tot een eerste Frans-Vlaams treffen bij Arques en bij Sint-Omaars. Op Witte Donderdag dringt Willem van Gulik met een legermacht van 5000 man de streek van Artois binnen. Zijn leger bestaat uit vijf afdelingen: in het rood geklede Ieperlingen, groepen van Sint-Winoksbergen, Kassel en Veurne-Ambacht.

 

De Vlamingen nemen Arques in en steken het in brand. De Fransen trekken zich terug binnen de beschermende muren van Sint-Omaars. De Vlamingen komen gevaarlijk dichterbij maar de vijf divisies sluiten niet nauw genoeg aan bij elkaar. De Franse ridders, 1300 in totaal, profiteren van de Vlaamse slordigheid en slagen er in enkele Vlaamse afdelingen te omsingelen. Het komt tot een zwaar treffen waarbij de Fransen de Vlaamse voorraden kunnen bemachtigen. Voor dat de andere Vlamingen ook maar kunnen tussenkomen worden de twee divisies van Sint-Winoksbergen genadeloos vernietigd.

 

Het resterende leger van Willem van Gulik kan pas als het al te laat is de echte slag met de Fransen aangaan. De slag duurt uren. De Vlamingen slagen er met veel moeite in om de Fransen te verdrijven en terug te dringen tot binnen de stadsmuren van Sint-Omaars. Aan Vlaamse kant zijn er door de slordigheid van van Gulik zo'n 1000 soldaten gesneuveld. De Fransen hebben 300 man verloren. De Vlamingen mogen de slag dan wel gewonnen hebben maar het is gebeurd met onnodig bloedverlies. Er wordt besloten om de belegering van Sint-Omaars op te breken.

 

Ondertussen dreigen de Avesnes, de Waalse aartsvijanden van de Dampierres, om Vlaanderen binnen te vallen vanuit Zeeland. Gwijde van Namen die nu kan beschikken over een krachtig leger ruikt zijn kansen om het graafschap Zeeland opnieuw in te nemen. De aanval van Gwijde van Namen op Zeeland zal de druk op Brugge wat doen afnemen en de inname van de streek zou trouwens de periferie van de stad in ruime mate kunnen uitbreiden. Onder luid klokkengeluid vaart de Vlaamse vloot op 23 april 1303 de haven van Sluis uit. Het is een indrukwekkend schouwspel: om en bij de 150 schepen met ongeveer 5500 soldaten vertrekken naar Zeeland. Ze zullen in Vlissingen opgewacht worden door het imposante leger onder leiding van Willem van Avesnes, de zoon van graaf Jan van Henegouwen.

 

Gwijde van Namen stuurt zijn vloot echter naar Veere en verplicht zo zijn opponent van plaats te verhuizen. Op 25 april gaan enkele duizenden Vlamingen aan land waar de slag begint. Het gaat er hevig aan toe, maar de Vlamingen slagen er in om de Zeelanders te omsingelen maar door een spijtig misverstand van Gwijde laten ze de tegenstander de dans ontspringen.

 

De gehavende troepen van Willem van Avesnes vluchten naar Middelburg waar ze zich binnen de stadsmuren verschansen. Uiteindelijk geeft de graaf van Henegouwen zich op 6 mei gewonnen. Walcheren is weer in het bezit van Vlaanderen. Maar de strijd om Zeeland is niet voorbij. Er is een nieuw leger op komst en ook de Vlamingen sturen aanvullende troepen naar Zierikzee waar de poorters bereid zijn om hun huid duur te verkopen aan de Vlaamse strijders. Uiteindelijk komt het tot een overeenkomst tussen beide partijen. Gwijde van Namen krijgt Zeeland met uitzondering van Zierikzee. Er wordt afgesproken dat er een normale handel mag gedreven worden tussen Holland en Zeeland.

 

De Vlaamse veldtocht tegen Holland eindigt dus op een succes. De Noordergrens is afgedicht. Nu kunnen ze zich exclusief concentreren op de zuidergrens met Frankrijk! De Franse koning zit met kopzorgen. Hij kan zijn troepen amper betalen. De manschappen die gelegerd zijn in Arras (Atrecht) zijn het wachten op hun soldij beu en gaan aan het muiten en plunderen. De Vlamingen zijn maar al te goed op de hoogte van de financiële problemen van de Franse koning en dat stimuleert hun zelfvertrouwen.

 

Ze weten dat de Franse edelen niet zo happig zijn op een nieuwe ontmoeting met de Vlamingen. De Vlamingen zijn de vijandelijke plundertochten in de grensstreek meer dan moe en besluiten om een nieuw leger samen te stellen. Begin juli 1303 verzamelt het leger van Filips de Chieti, Gwijde van Namen en Willem van Gulik in Kassel. Van Kassel trekken ze naar de streek van Arques. Een eerste slag ter hoogte van de Aa eindigt in beduidend bloedverlies aan beide kanten. De Franse troepen onder leiding van Châtillon besluiten om zich niet te laten opsluiten in Sint-Omaars en zich te positioneren achter de beschermende bedding van de Aa. Op 10 juli 1303, zo goed als één jaar na de desastreuze Guldensporenslag, dreigt opnieuw een zware veldslag voor de Fransen.

 

Aanvankelijk is het erg onduidelijk of de Fransen het risico willen nemen. Hun smadelijke nederlaag in Kortrijk ligt iedereen nog vers in het geheugen. De ene wil vechten, de andere aarzelt. Wat te doen? Tot hun stomme verbazing stellen de Vlamingen vast dat het Franse leger zich terugtrekt. Eerst trekken ze nog geordend naar Terwaan, maar bij het naderen van het Vlaamse leger verandert die geordende terugtrekking in een chaotische vlucht. De Fransmannen zijn doodsbang voor de Vlamingen!

 

Het Vlaamse leger rukt op naar Sint-Omaars maar ze besluiten de stad niet te belegeren. Ze trekken door naar de bisschopsstad Terwaan dat ze na een korte schermutseling innemen. De stad wordt in brand gestoken, de bisschoppelijke kerk gaat op in de vlammen. Achteraf zal deze Vlaamse terreur in het illustere heiligdom van de katholieke kerk een flater van formaat blijken. Van Terwaan gaat het naar Aire-sur-la-Lys en naar Bethune. Een hele week lang teisteren en plunderen de Vlamingen de Franse dorpen in het noorden van Frankrijk. Alles moet er aan geloven, de prachtigste buitenverblijven van de adel, hun kastelen, hun oogsten. De Vlamingen slepen alles mee naar Vlaanderen.

 

Ondertussen blijft het wachten op enige reactie van Filips de Schone. Waar blijft die toch? Waarom reageert hij niet op de beledigende plunderingen van de Vlamingen op zijn eigen grondgebied. Waar is het fiere Frankrijk van vroeger gebleven?

 

Op 16 augustus wordt er voor het eerst gepraat over een mogelijke wapenstilstand tussen Frankrijk en Vlaanderen. Filips probeert tijd te winnen. Een tijd die hij nodig heeft om de nodige fondsen bij elkaar te krijgen. De graaf van Savoie onderhandelt met Filips de Chieti. De koning zelf laat zich niet zijn, ook niet bij zijn troepen. Zijn troepen morren en houden zich onledig met plundertochten in de streek van Rijsel. Ze trekken naar Amiens om te klagen dat ze nog steeds hun soldij hebben ontvangen. De bevelhebbers van het leger sturen een memorandum naar Filips dat er geen sprake is van oorlog zolang ze niet vergoed worden voor hun prestaties.

 

Op 20 september 1303 sluiten de onderhandelaars van Filips de Chieti en de graaf van Savoie een akkoord. Er komt een wapenstilstand tot Sinksen 1304 (tot 17 mei). Er blijft echter een handelsverbod bestaan tegenover Vlaanderen. Een onderdeel van de wapenstilstand is voor de Vlamingen emotioneel ontzettend belangrijk! Gwijde van Dampierre (77) en zijn zoon Willem van Dendermonde komen tijdelijk vrij na een gevangenschap van 3 jaar. Hun vrijlating beperkt zich tot de duur van de wapenstilstand. Robrecht van Bethune blijft in de cel. De borg die de Vlamingen moeten bieden om hun graaf vrij te krijgen is niet min.

 

De vrijlating kost veel inspanningen maar uiteindelijk kan Gwijde op 14 december 1303 zijn kasteel ten noorden van Parijs verlaten. Het wordt een ontroerend weerzien met de Vlamingen. Op 8 januari trekt de fel verzwakte graaf onder luid trompetgeschal de stad Brugge binnen. Hij is ondertussen 74 en stelt Filips de Chieti officieel aan als landvoogd in afwachting van de vrijlating van zijn zoon graaf Robrecht van Bethune. Tijdens de eerste weken na zijn vrijlating krijgt hij de intrieste boodschap dat zijn dochtertje Filippina na 9 jaar gevangenschap in haar Franse verblijf is overleden.

 

Vlaanderen wordt nu vanuit Rijsel bestuurd door Filips de Chieti. Jan van Namen en Gwijde van Namen controleren respectievelijk Gent en Brugge. Ieper wordt bestuurd voor Willem van Gulik. Op 29 november 1303, nog voor de vrijlating van Gwijde van Dampierre, lopen de potjes over in Ieper. Een meute van ontevreden ambachtslieden valt het stadhuis binnen. Schepen en raadsheren worden uit de ramen van de lakenhalle gegooid en vermoord. Filips de Chieti wordt er bij geroepen en aanhoort de klachten. De ambachten zijn de financiële mistoestanden van hun stadsbestuur méér dan moe en eisen financiële compensaties aan een aantal superrijke poorters.

 

Filips gaat in op de eisen van de Ieperse ambachtslieden en verordent een meer rechtvaardige verdeling van de middelen. Op 15 januari 1304 ondertekent hij een wet waarbij in heel Vlaanderen doodslag ten strengste verboden wordt en bestraft zal worden met terechtstelling van de moordenaar. Tezelfdertijd legt hij de rechtspraak in de handen van het stadsbestuur. Maar er komt voorlopig geen rust in de stad. De mannen van de lakenindustrie hebben tijdens de eerste maanden van 1304 het roer in handen genomen en dicteren de wet. Het is zij die de belastingen bepalen.

 

Ze eisen buitensporige belastingen en schadevergoedingen voor de misbruiken uit het verleden. Een zuivere dictatuur is het. Ze doen zich te goed aan spijzen en drank die ze aftroggelen van de rijkere burgers. Pas begin april grijpt Filips de Chieti in. Omdat het stadsbestuur geen vat krijgt op de ambachtslieden sticht hij een nieuw rechtsorgaan waarbij schepenen van Gent, Brugge, Rijsel en Douai de mistoestanden in Ieper moeten uitklaren. Het toont aan hoe indrukwekkend de macht van de steden ontwikkeld is als de landvoogd noodgedwongen de uitvoering van wetten in de handen van de grootste Vlaamse steden moet leggen!

 

Het nieuw bestuursorgaan gaat op zoek naar de schuldigen van de lynchpartij van 29 november 1303. Op 4 mei 1304 worden 43 Ieperlingen beschuldigd van moord. Ze zullen worden geradbraakt en vooraf door de straten van Ieper naar het rad worden gesleept. De meeste van de beschuldigden zijn er ondertussen van onder gemuisd maar uiteindelijk zullen 27 Ieperse poorters hun opstandigheid met de dood bekopen.

 

De onterecht geïnde belastingen worden in beslag genomen en worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars. Elke ambacht moet één leider naar voor schuiven die zijn ambacht zal vertegenwoordigen. Er komt een nieuw stadsbestuur van 13 man, samengesteld uit de 6 schepenen die de moordpartij hebben overleefd aangevuld met vertegenwoordigers van de ambachten. Het zal uiteindelijk duren tot 21 juli voor de rust enigszins zal terugkeren in de stad Ieper.

 

Ondertussen is Filips de Schone van een belangrijke kwelduivel verlost. Met de dood van paus Bonifatius en met de komst van zijn opvolger Benedictus IX krijgt hij er plots een vriend bij. Op het verzoek van de Franse koning veroordeelt de nieuwe kerkleider op 28 maart 1304 de Vlaamse vernieling van Terwaan. Er wordt een interdict uitgeroepen over de Vlaamse legers. Bovendien krijgt Filips de toelating om de volgende drie jaar belastingen te heffen op de Franse geestelijkheid. Iets wat onder het beleid van zijn voorganger Bonifatius taboe was en had geleid tot grote ruzies tussen Frankrijk en het Vaticaan.

 

Geldgebrek had er voor gezorgd dat het militaire beleid van Filips de Schone sinds 11 juli 1302 maar povertjes is geweest. Het volk mort om de wapenstilstand die hun vorst noodgedwongen diende af te sluiten met die brutale Vlamingen. Maar, verlost van zijn kwelduivel Bonifatius, kan Filips zich weer volop concentreren op zijn binnenlands beleid. Dank zij de steun van de geestelijkheid slaagt hij er tijdens 1304 in om driekwart miljoen pond aan inkomsten binnen te halen. Een absoluut record tijdens zijn hele regeerperiode.

 

Centen doen zoals steeds wonderen! De Engelse koning belooft 20 oorlogsschepen aan Frankrijk en verbiedt opnieuw de export van Engelse wol naar Vlaanderen. Alle Vlaamse kooplieden worden verzocht het Engelse grondgebied te verlaten. Frankrijk heractiveert zijn diplomatieke inspanningen in Spanje, Italië en Duitsland. Ondertussen laat hij de onderhandelingen met de Vlamingen aanslepen en dient Gwijde van Dampierre zich opnieuw aan te bieden aan de poorten van zijn Franse gevangenis.

 

Terwijl de Vlaamse legerleiding met de Fransen onderhandelt over een eventueel vredesverdrag, breekt de alliantie in Zeeland en is er weer druk ontstaan vanuit Holland dat Vlaanderen wil inpalmen. Het vredesverdrag met Holland wordt door de Vlamingen eenzijdig opgezegd. Een indrukwekkende Vlaamse vloot stoomt op naar de Hollandse wateren. In maart 1304 wordt er serieus slag geleverd. De Avesnes krijgen een pak rammel van de Vlamingen en Zeeland valt opnieuw in handen van de Vlamingen. Het bericht van de Vlaamse overwinning bereikt Brugge tijdens de Goede Week van 1304. We schrijven 29 maart 1304. De Vlaamse troepen trekken verder om de inwoners van Holland aan hun gezag te onderwerpen.

 

De weerstand groeit bij de Hollanders. Graaf Floris is ondertussen aangekomen met een nieuwe oorlogsvloot en bij de Vlamingen stokt het offensief. Meer nog: hier en daar moeten ze zich terugtrekken. Uiteindelijk laten ze zich insluiten in de regio van Ijsselmonde en Gouda terwijl enkel de stad Utrecht kon worden veroverd. Het zo geviseerde Zierikzee is nog steeds in de handen van de vijand.

 

Gwijde van Namen stuurt op 11 mei een nieuwe vloot naar Zierikzee. Aan boord duizenden Bruggelingen, Ieperlingen, Gentenaars, mensen van het Land van Waas, van de Vier Ambachten. Op 20 juni volgt een nieuwe vloot. Er volgt een zware zeeslag. Het Beleg van Zierikzee. De Vlamingen krijgen het hard te verduren maar komen geen stap verder. Voor het einde van juni heeft Willem van Avesnes gezorgd voor een aanzienlijke versterking van Hollandse edelen en poorters die ervoor beducht zijn om Zierikzee aan de Vlamingen te moeten afgeven.

 

Ondertussen is op 24 mei 1304 de wapenstilstand tussen Frankrijk en België afgelopen. Elk mogelijk voorstel voor vrede door Filips de Schone werd door Robrecht van Bethune als onaanvaardbaar beschouwd. De Franse koning is dermate sluw om voor de Vlamingen onhaalbare voorstellen op tafel te leggen. Er komt een verlenging van één maand, maar eigenlijk is die verlenging bedoeld om tijd te kopen in de opbouw van een nieuw en krachtig Frans leger.

 

Eind juni 1304 is het zover. Een groep Franse ruitervoorhoeden dringt enkele dorpen in de buurt van Rijsel en Douai binnen en steken die in brand. Er volgt een heuse strooptocht op de Vlamingen. Op 25 juni is immers de wapenstilstand definitief voorbij. De oorlog is nakend. Filips de Chieti verzamelt tegen half juli 1304 in Kortrijk een indrukwekkend leger met divisies uit Gent, Ieper, Brugge en de omliggende dorpen. Willem van Gulik reist naar Veurne-Ambacht om het grensgebied in de Westhoek te verdedigen.

 

En er valt nog meer desastreus nieuws te verwachten voor de Vlamingen. De Franse koning sluit een gehaaide alliantie met de Genuese zeekapitein Reynier Grimaldi die zich op dat moment in Calais bevindt. Voor de Vlamingen wordt deze alliantie fataal. Grimaldi beschikt over 30 Franse en 8 Spaanse koggen en elf Genuese galeien. In Schiedam wordt zijn vloot uitgebreid met 5 Hollandse koggen, waarmee het totaal dus op 54 grote schepen ligt. Hiermee vaart hij naar Zierikzee, waar Gwijde beschikt over in totaal 37 grote schepen en een aantal kleinere.

 

In de avond van 10 augustus woedde op de gedeeltelijk verzande Gouwe een relatief korte maar zeer intense zeeslag tussen de twee vloten. Aanvankelijk lijken de Vlamingen aan de winnende hand, doordat de Franse schepen aan de grond lopen. Met de komst van de vloed kunnen de vastgelopen Franse schepen weer aan de strijd deelnemen, waarop de kansen keren in het voordeel van admiraal Grimaldi en zijn Hollandse bondgenoten.

 

Tegen middernacht lijkt de Vlaamse nederlaag een feit. Bij verkenning van het slagveld de volgende ochtend, blijken de Vlaamse schepen van elkaar losgekoppeld. Doorgesneden door een spion. Of was hier een Vlaamse verrader aan het werk? De Vlaamse schepen drijven stuurloos rond en staan nu plots hulpeloos tegenover een Frans-Hollandse vloot in volle slagorde. Grimaldi brengt zijn galeien in de strijd, die snel de laatste resten van de Vlaamse weerstand breken. De Vlamingen lijden een smadelijke nederlaag. Hun overmoedige bevelhebber Gwijde van Namen wordt door de Hollanders gevangen genomen en verdwijnt in een Franse gevangenis. De tweede zoon van Gwijde van Dampierre zal er tot in mei 1305 vastzitten.

Het beleg van Zierikzee is afgelopen. Willem van Avesnes krijgt er zijn blijde intocht in de stad. Hij wordt de nieuwe graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Brugge en het graafschap Vlaanderen moeten grote sommen geld (34.500 pond) dokken om de schade van de Vlaamse en buitenlandse schippers te vergoeden.

 

De opmars van de Vlamingen naar de zuidergrenzen loopt door het fiasco in Holland vertraging op. De Fransen opereren ondertussen al op Vlaamse bodem. De Fransen rukken het graafschap Vlaanderen binnen, steken er 16 dorpen in brand en doden alles en iedereen wat ze op hun tocht ontmoeten. De Vlamingen onder leiding van Filips de Chieti verliezen ondertussen kostbare tijd door een idiote ruzie tussen de Gentenaars en de Bruggelingen die allebei aan het hoofd van het leger willen marcheren tijdens de opmars.

 

Uiteindelijk komen de Vlamingen aan te Arras, waar ze de Franse opmars kunnen stoppen. Vooralsnog vinden er nog geen grote veldslagen plaats maar wel constante schermutselingen rond Doornik, Rijsel, Douai, Arras. Ook in Grevelingen wordt er hard gevochten. Er wordt echter getalmd om elkaar frontaal te bestrijden. Filips de Schone is op zoek naar een geschikt terrein om de finale veldslag tegen de Vlamingen te beslechten. Op 10 augustus 1304 laat hij zijn oog vallen op de Pevelenberg, 15 km ten noorden van Douai, een zacht glooiende helling waarvan de top zo'n zestig meter boven de rest van het landschap uitsteekt. Vlamingen en Fransen installeren zich tegenover elkaar.

 

Het wachten begint, een kat-en-muisspel dat weken aansleept. Telkens opnieuw veranderen de posities rond en op de Pevelenberg tussen Marke en Rijsel. Het Vlaamse leger bestaat uit 13.000 man. Iedereen is te voet, voorafgegaan door een muur van kruisboogschutters. Het Franse leger telt 3000 zware ruiters, voorafgegaan door de kruisboogschutters en gevolgd door 10.000 man voetvolk. Filips de Schone, de "king himself", leidt persoonlijk de Franse troepen. Op 18 augustus is het eindelijk zo ver: de grote veldslag tussen de Fransen en de Vlamingen begint. Om 9u begint de strijd tussen de kruisboogschutters. Franse lepelkatapulten zorgen voor zware verliezen bij de Vlamingen, maar de tuigen kunnen onschadelijk worden gemaakt.

 

Het is een snikhete dag. Om 3 uur in de namiddag bevinden de Vlamingen zich in een moeilijke positie met gevechten aan de zuidelijke en aan de oostelijke flank. De Fransen nemen de Pevelenberg in en doden elk Vlaams verzet op de heuvel. Ze denken dat de slag voorbij is. Veel Franse ruiters hebben het zwaar met de verzengende augustuszon op hun harnassen. Hitte en dorst eisen hun tol. Ze laten hun harnassen achterwege.

 

Net op dat moment komt het gros van het Vlaamse leger in beweging en stormt roepend en tierende vooruit. Het is een onoverzichtelijk kluwen van vechtende soldaten. Terwijl de rechterflank van het Vlaamse leger de Fransen op de vlucht aan het jagen is, druipt de linkerflank uitgeput, dorstig en hongerig af. Als zombies zwalpend richting Rijsel, overtuigd van hun nederlaag.

 

Ondertussen verrast Willem van Gulik de Franse koning Filips die door de stekende hitte zijn helm heeft afgezet en plots een makkelijke en kwetsbare prooi lijkt voor het zegevierende Vlaamse leger. Maar de 38-jarige koning wijkt niet. Hij gaat geweldig tekeer. Hij wordt van zijn paard geslagen en komt op de grond terecht. Uiteindelijk wordt de gewonde Filips door een schare Franse ruiters uit zijn netelige situatie verlost. De Franse kroon is gered. Tijdens de confrontatie Willem van Gulik gedood. Achteraf zal zijn dode lichaam niet meer teruggevonden worden.

 

De gevechten gaan door tot aan de duisternis en eindigen onbeslist. Filips de Chieti stelt vast dat zijn linkerflank niet gevolgd is in zijn offensief en besluit om zijn manschappen te hergroeperen. De Vlamingen hebben 3000 man verloren maar voelen zich niet verslagen. De Fransen zijn niet onder de indruk van minstens evenveel gesneuvelden maar eisen wel de overwinning op. Duizenden doden blijven naamloos en zielloos liggen, beroofd van hun kleren en uitrusting, tussen de lijken van de paarden.

 

's Anderendaags, op 20 augustus is de stank van de rottende kadavers niet meer te harden. Maar neen. De Vlaamse en Franse legers hebben elkaar in evenwicht gehouden. De oorlog is niet voorbij! Op 23 augustus rukken de Fransen plunderend en moordend op naar Rijsel. De Vlamingen hebben zich onbegrijpelijk genoeg teruggetrokken uit de regio ten zuiden van Rijsel in afwachting van de vorming van een nieuw leger te Kortrijk. De Fransen ontmoeten dan ook geen weerstand. Pas op 21 september meldt het nieuwe (indrukwekkende) Vlaamse leger zich aan in de regio van Rijsel. Zo kunnen ze beginnen aan een wekenlange belegering van de Vlaamse stad. Ondertussen starten er onderhandelingen om na te gaan of de partijen tot een vergelijk kunnen komen. De druk op de Vlamingen groeit. De Franse koning zwaait met een mogelijke heraanstelling van de Dampierres als grafelijke leenheren van Vlaanderen.

 

Het is een belofte die de Vlamingen doet twijfelen. Het Vlaamse leger dat te Marquette, op ongeveer 5km van Rijsel, in gevechtsorde opgesteld staat, is zeker de evenknie van het Franse leger. Maar de belofte van Filips om de graven in eer te herstellen weegt op elke mogelijke beslissing aan Vlaamse kant. Ondertussen zijn de eerste schermutselingen tussen de Fransen en de Vlamingen ter hoogte van Marquette van start gegaan.

 

Beide partijen slagen er echter in om op 23 september in de abdij van Marquette tot een vergelijk te komen dat een einde maakt aan de oorlog. Er komt een voorlopige wapenstilstand van onbepaalde duur die wel dient bevestigd door een definitief akkoord (dat van Athis-sur-Orge nabij Parijs). Targetdatum: 6 januari 1305.

 

Alle gevangenen worden vrijgelaten, de Leliaards mogen terugkeren naar Vlaanderen en dienen vergoed te worden voor hun aangeslagen goederen. De Vlamingen beloven binnen de 4 jaar een oorlogsschadevergoeding te betalen van niet meer dan 800.000 zilveren ponden. Belangrijk is dat Vlaanderen de onschendbaarheid van zijn grondgebied krijgt en dat de vroegere vrijheden behouden blijven.

 

De steden van Vlaanderen worden in hun toestand van voor de oorlog hersteld. De Dampierres worden opnieuw ingesteld als grafelijke macht. De Franse koning zal Robrecht van Bethune, Gwijde van Dampierre, Willem van Dendermonde en Gwijde van Namen vrijlaten. Robrecht zal opnieuw de graaf van Vlaanderen worden. Het graafschap moet wel de kasselrijen van Rijsel en Douai in onderpand van de te betalen schadevergoeding als onderpand voorzien voor de Franse koning. Het is uiteindelijk de terugkeer van de Dampierres die de onderhandelaars heeft doen zwichten voor de eisen van de Franse monarch.

 

Eind september trekken de krijgers naar huis. Het is nu kwestie van de voorlopige vrede van Marquette om te zetten in een echte vrede. Het kat-en-muisspel van de Franse koning met zijn Vlaamse leenheer kan weer van vooraf aan beginnen. Op 30 november 1304 zullen de onderhandelingen tussen de partijen zich hervatten in Parijs. In het bolwerk van de slinkse kater. Op 30 november gebeurt er niets. Geen spoor van onderhandelingen. En ook de Dampierres zijn nog steeds niet op vrije voeten. Ondertussen hebben Gent, Brugge en Ieper en de hele grafelijke familie schriftelijk beloofd om het akkoord van Marquette te zullen naleven.

 

Stamvader Gwijde van Dampierre zal het allemaal niet meer meemaken. Hij overlijdt op 7 maart 1305 op 75-jarige leeftijd in het kasteel van Compiègne. Van de Franse koning mag hij begraven worden in het klooster van Flines bij Douai. De plaats waar ook zijn moeder Margaretha van Constantinopel begraven ligt. Gwijde had zelf de voorkeur gegeven aan een begraafplaats in Petegem, maar Filips behoudt uiteindelijk liever de controle over de begraafplaats van de oude graaf.

 

De illustere graaf van Vlaanderen wordt zonder boe of ba bijgezet in het prachtige marmeren mausoleum van de abdij van Flines dat hij persoonlijk liet bouwen in november 1263 voor zijn eerste vrouw Mathilde van Bethune. Geen dienst, geen aanwezigen, geen familie die hem ten grave dragen. De Vlamingen riskeren het niet langer om zich op Frans grondgebied te begeven. Naast hem rusten de overblijfselen van Blanche van Anjou (de eerste vrouw van Robrecht van Bethune), zijn eigen moeder Margaretha van Constantinopel en twee van zijn kinderen Jan en Johanna. Ook zijn jongste zuster Maria van Dampierre ligt begraven in Flines. Het grafmonument zal 500 jaren lang de stille souvenir blijven aan die illustere telgen van de Dampierre dynastie tot het ergens in de 18de eeuw zal vernield worden door (alweer) Franse sansculotten.

 

Een belangrijk pijnpunt in de onderhandelingen is de Franse eis dat 3000 Bruggelingen een pelgrimstocht moeten ondernemen, waarvan één derde overzees. Het is een oude eis, een represaillemaatregel tegen de Brugse Metten van 1302. Dat zou betekenen dat zo'n 8% van de Bruggelingen deze straf zouden moeten ondergaan. De Vlaamse onderhandelaars hebben niet de minste autoriteit om dit op te leggen aan één van de belangrijkste steden van Vlaanderen. Vooral ook omdat de Bruggelingen zich nog steeds overwinnaar wanen van de strijd tegen Frankrijk.

 

De onderhandelingen over vaste en jaarlijkse boetes verlopen al even stroef. Maar na heel veel vijven en zessen wordt in maart 1305 een principeovereenkomst gesloten. Daarmee kan ook de handel tussen Frankrijk en Vlaanderen weer 100% vrij verlopen. Om de principeovereenkomst te willen overzetten in wetteksten wil Filips zich eerst verzekerd zien van de loyauteit van de Vlamingen. Twee Franse gezanten met name Jacques de Saint-Aubert en Hugues de la Celle komen de eed afnemen van de Vlaamse edelen en de steden. In hun zog de Vlaamse onderhandelaars. Op 11 maart 1305 is het verzamelen geblazen op de Burg van Brugge. Filips de Chieti en de broers Jan en Hendrik van Namen tekenen er eveneens present.

 

Na een speech van de la Celle moeten alle Brugse edelen en schepenen met de hand op het evangelie zweren het vredesverdrag te zullen respecteren en zich achter de Franse koning te scharen. Daarna is het volk aan de beurt. Met luide stem en met de hand in de hoogte herhalen ze de eed die de schepenen en edelen hebben afgelegd.

 

De volgende weken zal het zelfde scenario zich herhalen in Damme, Aardenburg, Torhout, Diksmuide, Ieper en Poperinge waar ook de schepenen en poorters van Veurne en Nieuwpoort aanwezig zijn. Tot slot komen de steden van de kasselrijen van Sint-Winoksbergen, Kassel, Duinkerke, Broekburg, Grevelingen en andere aan de beurt. Belle sluit de rij op 21 maart 1305. Het zal nu nog maanden duren vooraleer de tekst van het akkoord volledig en precies op papier zal staan. Ook de oorlog in Holland wordt afgerond. De Avesnes krijgen definitief het gezag over Holland.

 

De familie van de graaf van Vlaanderen krijgt zijn bezittingen weer toegewezen. Grote uitzondering is Filips de Chieti die al zijn Italiaanse bezittingen kwijtspeelt. Hij zal in het najaar van 1305 terugkeren naar Napels en er in 1308 berooid sterven. Op 13 juni 1305 wordt het vredesverdrag tussen Frankrijk en Vlaanderen plechtig afgekondigd. De ceremonie gaat door in Athis-sur-Orge, een dorp aan de Seine ten noorden van Parijs. Filips is er. De Vlaamse en Franse prominenten eveneens. De gevangen Robrecht van Bethune ontbreekt. Enkele hoofdrolspelers maken het al niet meer mee. Zoals gezegd is de oude Gwijde in zijn gevangenis te Compiègne overleden. Ook de fervente Vlamingenhaatster Johanna van Navarra, al sinds haar 13de de echtgenote van Filips de Schone is onlangs op het kraambed gestorven.

 

Na de ondertekening van het verdrag van Athis-sur-Orge blijft het heikel punt over van de vrijlating van de Dampierres. De hele familie Dampierre moet zich nog maar eens door het slijk wentelen om Robrecht weer in Vlaanderen te krijgen. De Franse koning eist hun volledige bezittingen als onderpand en als zekerheid dat Robrecht van Bethune zijn afspraken met hem zal naleven. Het is een verschroeiende keuze.

 

Robrecht van Bethune moet toezeggen dat er een algemene mentaliteitswijziging moet komen van zijn bevolking tegenover het Franse hof en dat alle Franse eigendommen in Vlaanderen moeten worden teruggeschonken. Uiteindelijk! In juli 1305 keert een in zijn grafelijke rechten herstelde graaf Robrecht van Bethune na een ballingschap van vijf jaar terug naar zijn Vlaanderen. Wat is er niet allemaal gebeurd tijdens zijn lange afwezigheid? De vreugde om de terugkeer van hun graaf is immens bij de Vlamingen. Eindelijk kan iedereen weer gewoon aan de slag. Na zeven jaar van oorlog en ontbering kan er weer gewerkt worden. De lakennijverheid kan weer openbloeien. Het Vlaamse leger zat sowieso op zijn tandvlees na de dood van Willem van Gulik. De Franse koning van zijn kant wint met het akkoord kostbare tijd om zijn militaire kracht uit te breiden en zijn financiën bij te stellen.

 

Op 5 juli 1305 legt Robrecht van Bethune de leenhulde af aan de Franse koning. Op 23 juli wordt het definitief akkoord van Athis-sur-Orge geproclameerd in aanwezigheid van Filips de Schone, Robrecht van Bethune en een schare Franse en Vlaamse edelen. De bereikte akkoorden van Marquette worden zo goed als behouden. Nieuw is echter wel dat de versterkingen rond de vijf grote Vlaamse steden Brugge, Gent, Ieper, Rijsel en Douai binnen de vijf jaar afgebroken dienen te worden met een verbod om die nog ooit te herbouwen. Die laatste toezegging bleek noodzakelijk om Robrecht vrij te krijgen. Een verplichte keuze tussen de pest en de cholera.

 

De kasselrijen van Rijsel, Doornik, Orchies en Douai zullen door de Fransen bezet worden als waarborg indien de Vlamingen hun verplichtingen niet zou nakomen. Het komt er op neer dat dit gebied niet langer meer aan Vlaanderen toebehoort en aangeslagen wordt de Filips de Schone. Bovendien behoudt de koning zich het recht om te allen tijde bijkomende waarborgen te eisen. Geen enkele Vlaming kan er bij waarom Robrecht van Bethune dit schadelijk verdrag ook maar heeft kunnen aanvaarden. Wat heeft de graaf er toe aangezet om zo'n ellendig akkoord te sluiten? Blijkbaar verkoos Robrecht een zelfstandig graafschap Vlaanderen met zijn eigen vrijheden boven de verplichtingen tegenover de Franse heerser.

 

De Franse koning heeft het leep en slim gespeeld. Beetje voor beetje heeft hij de Vlamingen, met op kop de Dampierres, schaakmat gezet. Hij heeft zonder scrupules zijn belangrijkste opponenten gevangen gezet. Samen met een hele batterij advocaten heeft hij de Vlaamse edelen tegen de steden uitgespeeld. Een perfecte verdeel-en-heers politiek. Politiek gezien gewoonweg geniaal gedaan. En uiteindelijk heeft hij geprofiteerd van de gretigheid van de Dampierres om weer de voogdij over Vlaanderen te kunnen herwinnen. Maar het mag duidelijk zijn: waar beide partijen voor de onderhandelingen zowat op gelijke voet stonden, blijkt achteraf Vlaanderen de dupe van zowat alles!

 

De inwoners van de Vlaamse steden zijn verbijsterd en woedend. Ze voelen zich bedrogen door de vier Vlaamse onderhandelaars die niet eens durven terugreizen vanuit Parijs. Hebben zij daarom zo lang strijd gevoerd tegen de Fransen? Waarom heeft de graaf hen overgeleverd aan de totale willekeur van Filips de Schone? De stedelingen weigeren het verdrag te ratificeren en denken er nog niet aan het "zoengeld" te betalen.

 

Een kleine 2 jaar later, we zijn mei 1307, heerst er nog altijd een immense onrust en onvrede wegens het verdrag van Athis-sur-Orge. Er heerst een nooit geziene crisis in de belangrijke lakennijverheid waardoor heel veel handarbeiders zonder werk zitten. De Bruggelingen die hardnekkig weigeren om het verdrag van Athis te ratificeren, dwingen Robrecht van Bethune om nieuwe onderhandelingen te starten. Ondertussen is Clemens V aangesteld tot nieuwe paus en die wil een nieuwe kruistocht organiseren. De aanhoudende problemen tussen Frankrijk en Vlaanderen staan zijn plannen in de weg. Hij wil een definitief einde aan deze ongezonde situatie.

 

Te Poitiers start in het bijzijn van de paus een bemiddeling tussen Robrecht van Bethune en Filips de Schone. De Vlamingen die hun hoop stellen op de paus zien al snel in dat de paus de Franse macht nodig heeft om zijn kruistocht te organiseren. Het verdrag van Athis wordt hier en daar wat bijgesteld maar blijft overeind. De gemeentelijke gedeputeerden zijn verschrikkelijk ontgoocheld door het vonnis. De onrust houdt aan. De spanningen tussen voor- en tegenstanders van de vrede lopen hoog op. In alle Vlaamse steden breken onlusten uit. Het graafschap evolueert naar de totale anarchie!

 

Januari 1308: Filips de Schone is de situatie in Vlaanderen meer dan moe en na veel vijven en zessen laat hij in een oorkonde weten dat hij het land van Vlaanderen in de situatie terugbrengt als die van voor de oorlog. De Vlamingen hebben hun echte zelfstandigheid terug en dat wordt vastgelegd in het verdrag van Parijs op 9 april 1309. Volgens het verdrag vervallen de boetes, volgt er algemene amnestie en moeten de steden hun stadsversterkingen niet afbreken. Ieper en Gent laten zich overtuigen. De Bruggelingen niet. Ze weigeren in te gaan op de nieuwe voorstellen van de Franse koning.

 

De listige en wispelturige Franse vorst gooit het nu over een andere boeg om de Vlamingen onder de knie te krijgen. De zoon van Robrecht van Bethune en rechtmatige opvolger als graaf van Vlaanderen is de 36-jarige Lodewijk van Nevers, berucht om zijn losbandig leven en wegens zijn voortdurende geldnood. Filips de Schone stelt voor aan Lodewijk om zijn erfrechten te kopen en diens kinderen op hoog adellijk niveau te laten uithuwelijken. Het plan mislukt als de zoon van Robrecht van Bethune de voorstellen weghoont.

 

De economische en sociale twisten in de steden laaien weer op. Met de hulp van de graaf hebben de patriciërs opnieuw de schepenambten onder controle. Ze slagen er in om de boetes die betaald dienen te worden aan Frankrijk door te schuiven naar het gemeen. Hun gewelddaden op het platteland zijn schering en inslag. Robrecht zelf zit zo diep in de schulden dat hij zich verplicht ziet om zijn kroonjuwelen te verpanden aan een zekere Italiaanse bankier Thomas Fini die hij noodgedwongen benoemt tot de algemene ontvanger van het hele graafschap Vlaanderen.

 

De belastingsontvanger van Fini zijn uitpersers tot en met. Ze drijven het zo ver dat uiteindelijk de mensen van het Waasland ertegen in opstand komen. Robrecht trekt er met zijn ridderleger naartoe en onderdrukt de opstand op hardvochtige manier. 25 volksleiders worden verbannen en 5 worden opgeknoopt. Nog datzelfde jaar zal Thomas Fini door Robrecht het land uitgezet worden wegens fraude en bedrog.

 

Maar Robrecht slaagt er niet in om de weerstand van de steden te breken waar de burgers hun keuren en vrijheden met hand en tand verdedigen. De gilden zetten hun strijd voort tegen de patriciërs die de belastingen naar hun hand zetten en niet aarzelen groot geldgewin te maken op de kap van het gewone volk.

 

In 1310 brengen de Bruggelingen één van de schepenen om het leven en op 14 augustus 1311 breekt er een zware opstand los in Gent. Er wordt zelfs enige tijd gevreesd voor het leven van Robrecht van Bethune. De wevers krijgen er de bovenhand, maar het enige resultaat van de opstand is uiteindelijk het betalen van een boete aan de graaf.

 

Ondertussen gaat Filips de Schone weer een stap verder als hij de kinderen van Lodewijk van Nevers laat ontvoeren. De geschiedenis van Filippina herhaalt zich. De kinderen worden in december 1311 in Parijs opgesloten. Lodewijk volgt hen naar Parijs en scheldt de Franse koning uit voor "vorte vis". En dat wordt natuurlijk door de arrogante koning niet in dank afgenomen: hij wordt zonder veel tralala wegens majesteitsschennis opgesloten in de gevangenis van Moret, in de buurt van Parijs. L'histoire se répète.

 

De Franse koning wil absoluut Waals-Vlaanderen inlijven bij Frankrijk en heeft Robrecht van Bethune in de tang nu hij zijn kind en kleinkinderen in zijn "bezit" heeft. Filips nodigt Robrecht uit naar Pontoise en stelt zijn eisen. Robrecht doet afstand van de heerlijkheid Bethune en van Waals-Vlaanderen (met o.a. Rijsel, Douai en Orchies) ten gunste van Frankrijk. Hij krijgt hiervoor een jaarlijkse rente van 10.000 pond. Alle "misdaden" die de graaf ooit bedreven heeft tegenover de Franse koning worden hem vergeven. Alle verbroken handelsbetrekkingen tussen Vlaanderen en Frankrijk worden hersteld.

 

Op 11 juli 1312, precies 10 jaar na de glorierijke Guldensporenslag, voorziet Robrecht van Bethune dit akkoord van de grafelijke zegel. Alles waar de Vlamingen het voorbije decennium voor gevochten hebben wordt in één beweging ongedaan gemaakt. En wat het nog onbegrijpelijker maakt: er is geen sprake van vrijlating van de gevangen genomen nazaten van de Vlaamse graaf.

 

Het blijft tot op vandaag een mysterie. Wat heeft de 65-jarige Robrecht bezield om dit schandelijk akkoord te ondertekenen? Heeft hij gehoopt op de fair-play van de Franse koning om achteraf zijn kinderen vrij te laten? Misschien ligt de waarheid bij het feit dat een ontmoedigde Robrecht van Bethune niet langer kan rekenen op het gemeen van de grote steden die zich door de Dampierres bedrogen voelen. Of was hij bedwelmd door de plotse vrijgevigheid van de koning?

 

Op Driekoningendag van 1313 ontsnapt Lodewijk van Nevers uit zijn Franse gevangenis. Hij vlucht naar Gent en gaat zich spoedig vestigen op de rechteroever van de Schelde (buiten de tentakels van Filips, in het Roomse Rijk). De Franse koning is furieus. Lodewijk verspreidt al heel snel het gerucht dat zijn vader Robrecht achter zijn ontsnapping zit. Na 6 weken verklaart Filips de Schone de erfenisrechten van Lodewijk op Vlaanderen en Nevers vervallen. De zoon van Robrecht van Bethune is allerminst onder de indruk en veroordeelt de Franse koning om de gevangenneming van zijn kinderen als een inbreuk tegen de Goddelijke Macht en tegen de goede zeden. Opruiende taal die het gemeen van de Vlaamse steden opzet tegen de Franse koning.

 

De verklaringen van Lodewijk vallen niet in goede in aarde bij Filips. Een nieuwe oorlog kondigt zich aan. Paus Clemens die nog steeds vruchteloos zoekt naar zijn nieuwe kruistocht, probeert opnieuw de partijen te verzoenen. Er wordt een Frans-Vlaamse conferentie georganiseerd in Atrecht op 20 juli 1313.

 

Een hoopvolle Robrecht van Bethune en de top van Vlaanderen staan er tegenover Filips de Schone en de zijnen. Al snel blijkt opnieuw dat ze behandeld worden als ordinaire vazallen en vreest hij een slechte afloop. Hij wil zijn eigen zoon laten stoppen met zijn provocerende taal tegen Filips en stelt voor om zijn andere zoon, Robrecht van Kassel, tot diens eigenste frustratie als gijzelaar aan te bieden. Robrecht van Kassel weigert in te gaan op het dwaze voorstel van zijn vader. Ook het Vlaamse volk is erg verwonderd over de voortdurende toegevingen van hun slappe graaf.

 

Robrecht van Bethune staat voor een dilemma: moet hij zijn engagementen ten opzicht van de Franse koning aanhouden of moet hij de kant kiezen van zijn zonen? Maar hij herpakt zich en kiest uiteindelijk hij de kant van zijn erfopvolger Lodewijk. De rest van het jaar 1313 en 1314 verloopt al met al vrij rustig want Filips de Schone heeft het in die periode bijzonder druk met het proces van de Tempeliers (hij aast op hun rijkdommen) en zijn relatie met de paus. (zie een afzonderlijk verhaal op westhoek.net).

 

Pas in juni 1314 wordt het Frans-Vlaamse geschil in volle hevigheid heropend. De Vlaamse graaf - het proces van de Tempeliers en zijn eigen ervaringen indachtig - publiceert op 26 juni 1314 een plechtig manifest waarbij hij de koning van Frankrijk openlijk beschuldigt van bedrog, woordbreuk en rechtsverkrachting. Robrecht en Lodewijk sluiten een verbond met Brugge en Gent om de vijandelijkheden tegenover Frankrijk te hervatten.

 

Filips kan niet meer terugvallen op de autoriteit van paus Clemens want die is overleden en er is nog geen nieuwe kerkleider aangesteld. De koning zwaait nu met een kerkelijke veroordeling wegens de schending van het verdrag van Athis. Robrecht doet alsof zijn neus bloedt. Hij weigert zich aan te bieden in Frankrijk. Het Franse parlement vonnist dat de grafelijke territoriale bezittingen van Robrecht van Bethune vervallen zijn en slaat de Vlaamse graaf in de ban van de kerk.

 

Vlaamse milities rukken op naar Frans-Vlaanderen en bezetten Rijsel. Vier Franse legereenheden rukken op naar de Vlaamse grens, maar tot een open oorlog komt het vooralsnog niet. Begin september 1314 is er al opnieuw sprake van een wapenstilstand. Een gewapende vrede die Filips de mogelijkheid biedt om nieuwe financiële bronnen te vinden.

 

De Franse koning is zijn hele leven een gepassioneerd jager geweest. Hij kan gerust tot 5 keer per jaar verschillende weken uit het beeld verdwijnen en zich wijden aan zijn favoriete hobby in de uitgestrekte bossengordel rond Parijs. Zijn laatste jacht vindt plaats op 4 november 1314. Filips de Schone valt van zijn paard. Is het een ongeval of krijgt hij een beroerte? De kronieken zijn niet eensluidend. Hoe dan ook: door zijn val gaat zich een oude wonde heropenen en infecteren. De vloek van de grootmeester van de Tempeliers gaat in vervulling als de 46-jarige koning op 29 november 1314 overlijdt.

 

Lodewijk X le Hutin (de Woelzieke), de oudste zoon van de overleden koning wil als een van zijn eerste maatregelen de vrede herstellen tussen Vlaanderen en Frankrijk. Het komt tot onderhandelingen tussen hem en Lodewijk van Nevers. In mei 1315 komen ze (buiten het medeweten van Robrecht van Bethune) overeen dat Lodewijk de erfgenaam van Vlaanderen wordt moest zijn vader Robrecht van Bethune komen te overlijden. Zijn broer Robrecht van Kassel grijpt naast de grafelijke titel en is woedend op de nieuwe Franse koning.

 

De gemeenten zijn woedend en sluiten de gelederen rond de graaf. Ze geven geen acht op de bedreigingen van de Franse koning die met een gigantisch leger klaar staat om Vlaanderen eindelijk een lesje te leren. Maar hevige stortregens herschapen zijn legerkamp te Bondues. Zijn manschappen kunnen niets anders doen dan op een lamentabel verzopen manier terug te keren naar Frankrijk.

 

Tijdens de zomer van 1315 regent het trouwens de hele tijd. Heel West-Europa verandert in een gigantische modderpoel. Oorlog voeren is sowieso niet mogelijk. De oogsten verzuipen en nog voor de herfst is er al geen sprake meer van voedselreserves. Er dreigt een periode van grote honger. Als de winter aanbreekt slaat de hongersnood genadeloos toe over het hele Europese vasteland. Ook zo in Vlaanderen. In Leuven worden er dagelijks 20 karren vol met lijken buiten de stadsmuren vervoerd. In Antwerpen worden de lijken effenaf in de stadsgrachten gedeponeerd.

 

In Ieper worden er in oktober 1316 bijna drieduizend lijken (2794 om exact te zijn) op stadskosten begraven. In Brugge tweeduizend! Tot overmaat breekt de pest - de zwarte dood - uit. Het is een donkere ellendige periode. Eén derde van de hele Europese bevolking zal tussen 1315 en 1318 aan de gevolgen van honger, watersnood en pest overlijden.

 

Pas na de zomer van 1317 lopen in de haven van Damme eindelijk graanschepen vanuit Spanje en Italië binnen. Het ingevoerde graan komt helaas wel tegen woekerprijzen op de zwarte markt terecht. Prijzen tot 20 keer hoger als voordien zijn geen uitzondering. Het zijn enkel de rijken die zich brood kunnen veroorloven.

 

De kersverse Franse koning overlijdt in 1316 (hij is pas 27). Hij wordt opgevolgd door zijn broer Philippe de Poitiers met de bijnaam 'de Lange". De 70-jarige Johannes XXII wordt na een machtsvacuüm van 2 jaar de nieuwe paus. Hij staat bekend als voorvechter van Europese vrede en dat stelt de Vlamingen hoopvol die dan ook onmiddellijk aansturen op een herziening van Athis.

 

Delegatieleider Robrecht van Kassel haalt zijn slag thuis. De paus stelt een grondige herziening voor van het bewuste verdrag en vraagt meer engagementen aan Frankrijk in ruil voor hogere financiële compensaties door de Vlamingen. Philippe de Lange lijkt akkoord te gaan maar eist echter een buitensporige schadevergoeding van 200.000 pond. In deze tijd van hongersnood en pest een onhaalbare kaart voor de Vlamingen.

 

Tot groot ongenoegen van de paus gaan de Vlamingen dwars liggen. Johannes XXII laat op 20 maart 1317 een bul verschijnen waarin hij nog langer weigert de sacramenten te laten toedienen aan de inwoners van de Vlaamse steden. In het jargon heet dit een "interdict". De Vlamingen laten het "hun gat" horen. Robrecht van Bethune en de zijnen negeren de bul. Ze negeren de dagvaarding om naar Parijs te komen. Uiteindelijk wordt inderdaad het pauselijk interdict over Vlaanderen geworpen. Na een brief van 29 april 1317 waarbij de paus Robrecht van Bethune beschuldigt van oorlogszucht, ontstaat er een onherstelbare breuk met het pauselijk Avignon en met Frankrijk.

 

Er dreigt opnieuw een ernstig militair conflict. Robrecht van Bethune laat de stedelijke milities oproepen en laat ze stellingen innemen langs de Leie ter hoogte van Kortrijk. Robrecht van Kassel stelt zich op in Kassel. Bedoeling is om via Artesïe een aanval te plannen op Rijsel en Waals-Vlaanderen. De winter steekt echter stokken in de wielen en tijdens die winter groeit er binnen de steden een niet mis te verstane weerstand tegen de oorlogsplannen van Robrecht. De reden voor die weerstand is niet ver te zoeken: iedereen zit op zijn tandvlees na die beroerde hongersnood. Een oorlog daarbovenop is echt te veel gevraagd aan de bevolking.

 

De druk van de mensen om nu eens eindelijk vrede te sluiten met Frankrijk is hard om te slikken voor graaf Robrecht. Finaal stemt hij toe om de weg van de vrede op te gaan. Het is een moeilijke beslissing, maar hij trekt in april 1320 met een bezwaard hart naar Parijs om er koning Philippe te ontmoeten. Het gesprek verloopt gemoedelijk en Robrecht belooft nu eindelijk het verdrag van Athis te zullen naleven. Maar hij weigert (tot consternatie van het Franse hof) om Waals-Vlaanderen over te maken aan Frankrijk. Dank zij de tussenkomst van zijn zoon Lodewijk van Nevers gaat een gebroken Robrecht van Bethune op 5 mei 1320 uiteindelijk door de knieën.

 

Er volgt een handige zet van de koning. Robrecht steigert wanneer het huwelijk aangekondigd wordt van zijn kleinzoon Lodewijk van Nevers junior (16 jaar) met Marguerite, de 8-jarige dochter van Philippe de Lange. Maar uiteindelijk kan hij niet anders dan deze Koninklijke beslissing te aanvaarden. Op 1 juli 1320 wordt het huwelijk ingezegend. Pas in 1328 zal Marguerite voor het eerst voet zetten op Vlaamse boden, in 1330 zal ze bevallen van een zoon, Lodewijk van Male, de allerlaatste telg uit het huis van Dampierre. Het gezamenlijk achterkleinkind van Gwijde van Dampierre en Filips de Schone. Een bittere oorlog is voorbij.

 

Robrecht van Bethune vertoeft vaak in Ieper. De Gravenmote of het Zaelhof is zijn thuisbasis van waaruit hij nog steeds een actief beleid voert. Zo verbiedt hij de Ieperlingen in 1320 om de aarde van de dieper uitgegraven Ieperleet terug in het water te gooien. Hij laat een tolboom plaatsen aan de kapel van Sint-Elooi, op het kruispunt van de wegen naar Wervik en Mesen. Hij laat de vijver van Dikkebus aanleggen aan de Kemmelbeek op het grondgebied van de parochies Vlamertinge, Dikkebus en Voormezele. Op vandaag zijn er ontelbare beleidsdaden van Robrecht van Bethune in en rond Ieper gearchiveerd.

 

Toch zijn de Ieperlingen niet bijster gelukkig met de medewerking van Robrecht. Hij heeft (net als zijn vader Gwijde) duidelijk een boontje voor Brugge dat gaandeweg dé internationale handelsplaats geworden is van Vlaanderen. De conjunctuur is al sinds 1280 aan het verslechteren en tegen die dreiging staat Ieper er vaak alleen voor. Van een samenwerking met graaf Robrecht van Bethune is geen sprake. Het mag gezegd dat de Ieperse rechten in de periode tussen 1310 en 1320 beschermd en vrijwaarden worden door de Franse koning zelf. Zoals dat bijvoorbeeld gebeurt als Ieperse goederen aangeslagen worden door schuldeisers van de spilzieke graaf.

 

Ondanks de vijandelijke houding van Robrecht tegen de Engelsen, slaagt Ieper er in zijn aan- en afvoerkanalen met Engeland open te houden. Maar hoe dan ook: de economische repressie zal aanslepen tot in 1350. Tegen die tijd zal de Ieperse lakennijverheid met de helft ingekrompen zijn.

 

Op 2 januari 1322 sterft de 30-jarige Philippe de Lange aan buikloop. Lodewijk van Nevers, de zoon van Robrecht overlijdt onverwacht in Parijs op 49-jarige leeftijd. Op 3 augustus woont vader Robrecht van Bethune zijn herdenkingsdienst bij in Kortrijk. Net op tijd is hij tot verzoening gekomen met zijn zoon na bittere jaren van bedroevende twisten. Na afloop van de mis roept hij de aanwezige abten, prelaten en edelen samen en vraagt hij hen om de in Parijs geregelde troonsopvolging over Vlaanderen te willen respecteren.

 

Vijf weken later, op 17 september 1322 overlijdt de 75-jarige Robrecht van Bethune in het Zaelhof te Ieper. Hij wordt op 16 oktober opgevolgd door zijn zoon Lodewijk II van Nevers. Vlaanderen heeft een nieuwe graaf. Of die nieuwe graaf eindelijk rust en vrede zal brengen is vooralsnog onduidelijk.

 

Robrecht van Bethune wilde absoluut begraven worden in Vlaamse grond. In de abdij van Flines zoals zijn voorouders en bij zijn eerste vrouw Blanche. Hij liet het vastleggen in zijn testament. Maar zolang Flines geen Vlaams grondgebied was wilde hij begraven blijven in Ieper. In Vlaamse aarde. De tekst waarin Pieter, proost van St.-Maartens te leper, belooft het lichaam van de graaf naar Flines te laten overbrengen, als het grondgebied van de abdij, samen met Douai en Rijsel, weer grondgebied van het graafschap Vlaanderen zal worden, is nog steeds bewaard. Het is een voorwaarde die nooit in vervulling zal gaan .

 

De Ieperse stadsrekeningen voor het jaar 1322 vermelden dat zeven gewone "scerrewetters" (stadssergeanten) op de zaterdag, feest van Sint-Denijs, worden bijgestaan door honderd dertien knechten om de poorten te bewaken "quant mesires de Flandres fu enterés a Ypre". Hij wordt begraven in de Sint-Maartenskathedraal te Ieper, waar hij tot op vandaag begraven ligt.

 

Een oordeel vellen over de "Leeuw van Vlaanderen" is niet zo eenvoudig. Op het eerste zicht heeft hij zich verschillende keren bezondigd aan impulsieve daden ten nadele van de Vlamingen met als opzet het behoud van de onafhankelijkheid van zijn Vlaanderen. Maar uiteindelijk heeft heel zijn leven in teken gestaan van financiële beslommeringen. Deels geërfd van zijn vader, deel te wijten aan een decadente levensstijl, maar vooral door de buitensporige financiële eisen die zijn leenheer Filips de Schone met zijn verdrag van Athis eiste van de Vlaamse bevolking.

 

Robrecht was niet bepaald een zachtmoedig man en hij kon nogal vlug van gedachten veranderen naargelang het voor hem persoonlijk goed of slecht uitkwam. Bovendien was hij een verkwistend man die constant in geldnood zat, er talrijke maîtressen op nahield en een onbekend aantal bastaardkinderen, die echter, dat mag wel gezegd worden, nooit aan hun lot werden over gelaten, maar altijd, meestal met hun moeder, onderdak kregen in één of ander klooster waar ze dan later ook mochten studeren.

 

Toch kan niet worden voorbijgegaan aan het historisch feit dat dankzij de taaie en jarenlange strijd van Gwijde en Robrecht (en de solidariteit van hun familie) de grenzen van Frankrijk op vandaag niet uitstrekken tot aan de Schelde. Het Nederlandssprekende gedeelte van Vlaanderen, Ieper inbegrepen, is ontsnapt aan de annexatie in het toenmalige kroondomein, waaruit zich met de jaren de Franse eenheidsstaat zal ontwikkelen. Dank zij de dynastie van de Dampierres liggen West-Vlaanderen en een groot deel van Oost-Vlaanderen op de dag van vandaag niet in de republiek Frankrijk.druk