P1130100

Onze goede graaf Karel werd gedood en de schuldigen achteraf zwaar aangepakt. Dit is in het kort het relaas van de gebeurtenissen die Vlaanderen in de ban hielden tijdens het illustere jaar 1127. Een periode om niet licht te vergeten. Hoe zou ik dat trouwens kunnen? Bruggeling Galbert heeft er met zijn getuigenissen keurig voor gezorgd dat wij dit stuk authentieke geschiedenis een vaste stek kunnen geven in onze eigen streekgeschiedenis. Ik blijf nog even steken in zijn werk. Galberts boek is nog niet helemaal neergeschreven. Zijn verhaal is nog niet volledig neergepoot en net niet klaar voor de annalen van de tijd. Ik blijf nog even in 1127 waar de augustusmaand al een flink stuk is opgeschoven.

 

De handelsfoor van Rijsel loopt uit op zware rellen. Graaf Willem Clito, de man van Normandië, krijgt het aan de stok met een van zijn lijfeigenen. Galbert beschrijft het gebeuren kort en bondig: wanneer hij die man wil laten oppakken, krijgt hij zowat de hele goegemeente op zijn dak. Erg graag zal de graaf dus wel niet gezien zijn in de stad. De minste vonk blijkt meer dan voldoende om een explosie van geweld te doen uitbarsten. De burgers van Rijsel grijpen naar de wapens. Ze jagen Willem Clito en zijn entourage buiten de stad en zijn omgeving.

 

Ze verjagen zijn volk tot in de moerassen ter hoogte van St.-Omer. 'Les Normands', staat er geschreven. Ik twijfel of ik dat nu moet vertalen in 'de Normandiërs', of dat ik me integendeel moet houden aan hun naam van oorsprong: 'de Noormannen', die een paar honderd jaar geleden het uitgestrekte leengebied Normandië op een bord aangeboden kregen in ruil voor pacificatie. Nu ja. Die Normandiërs krijgen er flink van langs als ze achterna gezeten worden door de kwade Rijselnaars. Een aantal onder hen worden danig toegetakeld.

 

Een tegenreactie van de graaf is het minste wat je kan verwachten en binnen de kortste tijd staat hij inderdaad te dreigen en stoer te doen aan de poorten van stad. Deze keer uiteraard met voldoende manschappen en met een niet mis te verstane boodschap: als de inwoners van Rijsel hem 1400 zilveren marken overhandigen, kunnen ze weer op een goed blaadje komen te staan bij hem. De bevolking bezwijkt.

 

Wat kunnen de mensen anders? Ze riskeren lijf, leden en eigendommen te verliezen. Er zal wel niet veel anders op gezeten hebben, vrees ik. De verstandhouding tussen die van Rijsel en graaf Willem Clito zal nooit meer goed komen. Hun ietwat meewarige houding ten opzichte van de Normandiër heeft plaats gemaakt voor intense haatgevoelens die nooit meer zullen wijken.

 

Op 3 februari van 1128 ontstaat er op zijn beurt trammelant in St.-Omer. De bevolking komt er in opstand tegen Clito omdat hij een stuk crapuul wil aanstellen als nieuwe burggraaf. Het is de gewoonte in de middeleeuwen dat elke stad in de gaten gehouden wordt door een mannetje van de graaf die vanuit zijn centraal gelegen burcht toezicht houdt en die er in principe moet over waken dat de stedelingen door hem beschermd worden tegen invallen van buitenaf. Hier in St.-Omer heeft de nieuwe man al een waslijst van misdaden en roofpartijen op zijn kerfstok en met zijn aanstelling als sterke man valt het zwaar te vrezen dat dit nog maar het begin is van nog veel meer ellende.

 

Willem Clito oogst wat hij zaait. De Audomarese bevolking komt in opstand tegen zijn beslissing en ook op hun beurt krijgen de mensen van St.-Omer te maken met een grafelijk beleg van hun stadswallen. De rebellie heeft zo zijn redenen. De mensen worden op stang gejaagd door Arnold, een neef van de overleden Karel van Denemarken die zich heeft handig en met de volle steun van de lokale bevolking genesteld heeft.

 

De sneeuw, vorst en de koude geselen ondertussen het gezicht van de aarde. En dat is volgens de schrijver de belangrijkste reden waarom ook hier besloten wordt om elk 6 zilveren marken te betalen om het beleg te doen ophouden. Het wordt echter duidelijk dat deze grafelijke chantage graaf Clito ook alleen maar vijanden bezorgt in de stad van St.-Omer.

 

In het noorden van Vlaanderen, in Gent, is de situatie niet anders. De 16de februari breekt het hek van de dam. De mensen zijn de unfaire behandeling van hun plaatselijke burggraaf spuugzat. Man toch. De onrechtvaardige en boosaardige manier waarmee de lokale kasteelheer de inwoners terroriseert, kent geen grenzen. Die gaat dan op zijn beurt natuurlijk een potje janken bij de graaf die er bij geroepen wordt om in te grijpen.

 

Van enige diplomatie heeft Willem Clito weinig kaas gegeten. Het is er aan te merken. In plaats van rust en overleg te prediken, vindt hij het beter om van de eerste keer met harde hand op te treden. Hij zal maar enkele dagen in Gent blijven om er zijn burggraaf met geweld opnieuw in zijn functie te forceren.

 

De Gentenaars hebben op hun beurt hun heil gezocht bij de prinsen Daniel en Jan, beide broers van Boudewijn van Henegouwen, de graaf van Henegouwen, die al van bij de dood van Karel de Goede aast op het graafschap Vlaanderen en die de steun van Gent natuurlijk koestert als een geschenk uit de hemel.

 

Ik werp eens een kritische blik naar het verleden. Wat zelfonderzoek kan geen kwaad. Galbert schildert de nieuwe graaf Willem af als een warse en brute graaf en hij zal wel gelijk hebben. Maar toch. In elke Vlaamse stad bevindt er zich een of andere ambitieuze schurk die het vermoedelijk niet al te moeilijk heeft om de ongeletterde en primitieve bevolking op te jutten en voor eigen kar te plaatsen tegen de huidige graaf en zijn entourage.

 

In Gent woon ik een algemene vergadering bij waar Jan van Henegouwen driftig het woord neemt. Clito is er trouwens aanwezig. 'Heer graaf', gooit Jan er in het midden, 'de burgers hier vragen dat je hen behandelt zoals de wetten dat voorschrijven. U doet het tegendeel. U bezondigt zich aan allerlei wreedheden en aan een ongeziene afpersing ten opzichte van de mensen hier.'

 

'In de plaats daarvan, zou u ons moeten beschermen tegen onze vijanden en ons met respect en eer behandelen. U hebt de eden verbroken die er wederzijds tussen u en de bevolking werden afgelegd.' De harde woorden vliegen als donderslagen door de lucht.

 

De verwijten dat hij de tradities van de vorige graven allemaal heeft verbroken. Zijn taks terreur, zijn gewelddadig optreden tegen de mensen hier en in Rijsel en St.-Omer. Jan van Henegouwen. Misschien heb ik de man dan toch onterecht verweten als een zuivere opportunist. Of beseft hij maar al te goed dat zijn eisen onbespreekbaar zijn voor Clito?

 

Ik citeer die even letterlijk: 'waarom gaat u niet zetelen in Ieper waarde graaf? U en uw regering netjes aan het werk in het centrum van Vlaanderen! Samen met enkele wijze mannen uit de clerus en enkele afgevaardigden van het volk. In vrede en zonder wapens. Met kalme geest, bedachtzaam, zonder verraad en zonder slechte intenties. U moet het land dienen, wat u nu doet is de eer van het land kwetsen. U moet integendeel zorgen voor de ziel van ons Vlaanderen.'

 

Nog altijd is de Gentse voortrekker niet uitgesproken. Clito regeert over Vlaanderen als een bedrieglijke heerser. Zijn beleid is doorspekt van leugens en meineed, enig respect voor wetten en geloof is ver te zoeken.

 

Als hij zo verder wil blijven aanmodderen, dan zou hij het beter aftrappen terug naar Frankrijk en het graafschap vrijwillig in handen geven van een capabele en legitieme man die wel in staat is om rekening te houden met de lokale bezorgdheden. Ik moet Galbert noodgedwongen onderbreken in zijn relaas van de scheldtirade die graaf Clito naar het hoofd geslingerd krijgt.

 

Het antwoord van de ongetwijfeld verbouwereerde graaf verbaast me enigszins. Als Jan van Henegouwen zijn afgelegde eed van manschap aan hem wil verbreken, dan mag hij dat altijd proberen via een onderling duel. Hij en hij alleen zit in het Vlaamse zadel en is in het bezit van de wettelijke en waardige autoriteit om te heersen over Vlaanderen. Jan van Henegouwen is uiteraard ook niet van gisteren en legt de uitdaging naast zich neer.

 

Er wordt wel een algemene verzoeningsvergadering op de agenda geplaatst. Die zal doorgaan in Ieper op woensdag 8 maart van 1128. Rond die tijd arriveert de graaf in Brugge waar hij de ridders van de streek de opdracht geeft om hem gewapend te vergezellen op weg naar Ieper. Ook de burgers worden samengeroepen. Hij vertelt hen op welke schandelijke manier Jan van Henegouwen en zijn Gentse kliek hem willen verjagen van zijn grond. 'Jullie zullen toch aan mijn zijde blijven staan?' Hij vraagt het op de man af en de Bruggelingen beloven Willem Clito om hem trouw te blijven.

 

Rond de afgesproken datum arriveert Clito met zijn ridderleger in Ieper. Samen met een bende huurlingen die Galbert als 'cotereaux' omschrijft. Een mengeling van avonturiers, schurken, rovers en hun benden en rondzwervende individuen overspoelt de stad en staat te popelen om te vechten. Jan en Daniel van Henegouwen zijn ook op komst. Ze houden halt in de buurt van Roeselare dat in de oude kronieken als 'Roslaër' neergepend staat.

 

Van daar uit sturen ze boodschappers naar graaf Willem. 'Meneer de graaf. We veronderstelden dat u in deze vastentijd op een vredevolle manier, ongewapend en zonder verraad wilde komen om met ons te overleggen. Maar dat hebt u dus niet gedaan. U bent blijkbaar zinnens om de wapens tegen ons op te nemen.' De boodschap laat aan duidelijkheid niets te wensen over: 'Jan, Daniel en de mensen van Gent beschouwen deze vijandige actie als een eenzijdig verbreken van de grafelijke eed die u aan ons hebt afgelegd. Wel, in de gegeven omstandigheden, zit er ook voor ons niets anders op dan onze eed van manschap te breken.'

 

De heren van Henegouwen hebben vooraf wel aangeklopt bij de diverse burchten van Vlaanderen. Die van Gent mogen zich verheugen in een uitgebreide steun om samen te vechten voor de eer van het land als ze zouden aangevallen worden door het leger van Willem Clito. Ze hebben allemaal dezelfde ambitie: zich ontdoen van deze graaf met zijn perverse maniertjes die er alleen maar op uit is om de burgers leed en ellende te bezorgen.

 

Uit hun getuigenissen blijkt overduidelijk dat de schaarse welvaart die ze de voorbije jaren, onder wijlen Karel de Goede konden opbouwen, brutaal opgesoupeerd werd door deze verraderlijke Clito. In Ieper blijft de nieuwbakken graaf zich ingraven en werkt hij samen met nogal wat edelen om die Jan en Daniel van antwoord te dienen. De meningen in Vlaanderen zijn duidelijk verdeeld.

 

De eerste zondag van de vasten, 11 maart, brengt nieuwe tijdingen met zich mee. De jonge Dirk, een neef van Karel van Denemarken, is vanuit de Elzas gearriveerd in Gent. Nu ze daar Willem Clito en zijn Normandiërs buiten gebonjourd hebben, hoopt hij nu zelf als nieuwe sterke man ontvangen te worden. Ik moet wat lachen met de wat naïeve opmerking die schrijver Galbert maakt. Die verbaast er zich over hoeveel heren Vlaanderen eigenlijk wel bezit en hoeveel er nu allemaal aanspraak maken om het roer over te nemen.

 

Hij verwijst naar de jonge graaf van Henegouwen die de nodige steun krijgt in de streek van Arras, maar ook naar Arnold die ze graag aangesteld willen zien in St.-Omer. En nu is er die Dirk uit de Elzas. Gertrude en Adèle, dochters van graaf Robrecht de Fries, waren de moeders van respectievelijk Dirk en die van de overleden graaf Karel de Goede. Dirk en Karel waren dus elkaars neven. Voldoende reden om zelf de functie van graaf op te eisen en de plaats in te nemen van deze weinig populaire Willem Clito.

 

Dirk van de Elzas geniet daarbij van de volle steun van Jan en Daniel van Henegouwen en die van Gent. De Diksmuidse burggraaf Diederik de Bevere, een achterneef van de vorig jaar geliquideerde graaf, steunt dan op zijn beurt de Normandiër. Nog geen week later krijgt Willem Clito ook problemen in Brugge. Het volk van Brugge heeft zich verspreid in en rond de Burg en gaat op zoek naar de voorraden van tarwe, wijn en andere levensmiddelen die Fromold de Jonge er opzij gezet heeft voor de graaf. Wanneer ze horen dat Gervaas van Praet, een intimus van Clito, op komst is naar Brugge, gaan de poorten van het kasteel dicht. Ze willen die man hier niet meer zien als chef. Dat moet flink tegen de zin zijn van Gervaas die er vorig jaar op toegezien heeft dat de Erembalden hun verdiende loon hebben kregen voor het vermoorden van graaf Karel.

 

De Brugse burggraaf laat op zaterdag 17 maart aan al zijn leenmannen weten dat ze zich klaar moeten houden om naar Torhout te reizen. Iedereen moet er zich volgende woensdag ter plekke gewapend komen aanbieden om samen met Willem Clito te vechten tegen Daniel en Jan van Henegouwen. De tweespalt in het Brugse is toch wel opmerkelijk: de adel staat achter het regime, de mensen niet langer.

 

Halfweg diezelfde week krijgen ze daar in Torhout het bericht dat Arnold zich in St.-Omer op een frauduleuze manier heeft laten installeren als nieuwe graaf van Vlaanderen. Voldoende reden voor Willem van Normandië om Ieper achter zich te laten en zich te reppen naar dat nabijgelegen St.-Omer. Vergezeld van een aanzienlijke krijgsmacht laat hij neef Arnold al vlug een toontje lager zingen. Zwaar onder druk gezet, zoekt deze zijn heil in de kerk van de Sint-Bertinusabdij die nu dreigt vernield te worden door een belegering van de grafelijke troepen. Er zit voor Arnold en zijn aanhang niets anders op dan af te zien van hun rechten op Vlaanderen.

 

Veel heeft het vermoedelijk allemaal niet om het lijf gehad, want nog diezelfde dag is Willem terug in Ieper waar hij de laatste voorbereidselen treft om de voor morgen geplande aanval van Jan en Daniel te weerstaan. We beleven een woensdag. Een dag waarop de Ieperlingen en de Vlamingen van de zeekant dure eden zweren dat ze hun stad en hun land zullen vrijwaren tegen deze agressie uit Henegouwen en Gent. De eer van Vlaanderen staat op het spel. 'Denk daar nog maar eens goed over na!' Dat is zowat de teneur van de brieven die de Ieperlingen te lezen krijgen in de brieven die ze toegestuurd krijgen van Jan, Daniel en de Gentenaars. Ook in Brugge stijgt de spanning en krijgt Gervaas van Praet de wind van voor. 'Eerst die vreemde graaf buiten werken en dan zal hij weer toegang krijgen tot zijn eigen burcht.'

 

Willem Clito zelf is via Aalst en Maldegem op komst naar de stad. Iedereen loopt in de wapens, Gervaas zal nu snel moeten weten aan wiens zijde hij wil blijven staan. De poorten van Brugge worden haastig gesloten. Nog diezelfde dag krijgen ze in Brugge het bezoek van Conon, een broer van de overleden Wouter van Vladslo, een grote man die ze in die dagen graag als 'edele' en 'ridder' betitelen. Conon belooft op zijn eerstecommuniezieltje dat hij voortaan de kant van het volk kiest. Ook de ridders Wouter van Lissewege en Hugo Snagaert samen met zijn Uutkerkse broers volgen zijn voorbeeld.

 

De titel van hoofdstuk 20 uit het boek van Galbert maakt het meteen duidelijk: 'de verkiezing van Dirk van de Elzas tot graaf van Vlaanderen' vergezelt het overlijdensbericht van Lambrecht van Aardenburg. Ik weet meteen waar we naartoe gaan in Vlaanderen. Zondag 25 maart. 'Jour de l'Annonciation' waarbij het evangelie wordt voorgelezen, staat er neergeschreven. De Vlaamse vertaling heeft het over 'Maria-Boodschap'. Mijn kennis van de gewijde geschiedenis staat op een laag pitje en verplicht me om even de betekenis van die zogezegde 'boodschap' uit te zoeken.

 

Het blijkt te gaan om de bevruchting van moeder Maria, precies 9 maanden voor de aangekondigde geboorte van de kleine Jezus op kerstdag 25 december. De maagd Maria wist dus nog dezelfde dag dat ze prijs had. De onbevlekte ontvangenis zou misschien de perfecte vertaling zijn van die 'Maria Boodschap'. Tja. Weinig reden tot vieren heeft Vlaanderen niet op 'Maria Boodschap' van het jaar 1128. Het evangelie wordt inderdaad voorgelezen.

 

Het diep verdeeld Vlaanderen heeft nochtans weinig reden om de zwangerschap van zijn 'first lady' te vieren. Petronilla van Saksen, de gravin van Holland, zwaait begerig met beloftes naar Gent om haar zoon Dirk VI van Holland als kandidaat-graaf te steunen. Alle Vlaamse handelaars kunnen voortaan vrije doorgang krijgen in Holland om er in vrede hun waren te slijten. Veel patati en patata die eigenlijk mijn koude kleren niet raakt.

 

Willem Clito bevindt zich nu in Maldegem en Van Praet rept zich naar ginder om zijn meester te waarschuwen dat hij daar dringend weg moet. De Gentenaars zijn op komst om hem hier te komen belegeren en hij zou zich best naar Ieper verplaatsen om dat te voorkomen. Dat is Daniel van Henegouwen inderdaad van plan. De Bruggelingen laten hem weten dat ze beter een ommetje maken via Brugge zodat ze zich kunnen aansluiten bij zijn troepen.

 

In St.-Omer is er nu toch weer sprake van dat ze Arnold erkend hebben als graaf. Hij krijgt de volledige steun van Hendrik, de burggraaf van Broekburg. Het duo krijgt forse steun van de koning van Engeland die zijn moment gekomen ziet om zich meester te maken van dit verscheurde land van Vlaanderen. Verscheurd. Dat is het minste wat ik er kan van zeggen. Er zijn nog altijd mensen die het opnemen voor de huidige graaf, maar de anderen, mensen zoals Daniel, Jan en het volk nemen het op voor Dirk, de man van de Elzas. In de regio van St.-Omer gaat de keuze dus naar Arnold en nog anderen zien de graaf van Bergen als ideale kandidaat om Vlaanderen te leiden.

 

Maandag 26 maart 1128. Gervaas van Praet distantieert zich nu volledig van Brugge. Sinds ze hem de toegang tot zijn burcht hebben ontzegd en de poorten van de stad gesloten hebben voor graaf Willem van Normandië en die Dirk van de Elzas hun trouw hebben beloofd, hoeft het voor hem niet meer. Hij roept nog eens de beste burgers bij zich om hen te verwittigen. Uit Galberts geschriften blijkt dus dat de Bruggelingen in die dagen van de geschiedenis nog geen werk hebben gemaakt van een eigen stadsbestuur en beperkt het stedelijk leiderschap zich tot het kijken in de richting van de slimsten onder hen.

 

'Ik geloof nog altijd in mijn heer Willem van Normandië', pleit van Praet. 'Ik ben niet van plan om mijn afgelegde eed aan hem te verbreken. Daarvoor is mijn eergevoel veel te groot. Ik kan onmogelijk in jullie gezelschap blijven met de wetenschap in het achterhoofd dat jullie hem met zoveel minachting en misprijzen hebben behandeld. Jullie weten dat ik nog altijd een boontje heb voor Brugge. Wees er maar zeker van dat de mannen van graaf Willem Brugge in de tang zullen nemen en gaan straffen voor zoveel ontrouw. Het enige wat ik voor wat mezelf betreft kan proberen te regelen, is dat hij daarmee nog een weekje wacht.'

 

'Ik zal ondertussen proberen om jullie met de graaf te verzoenen. Wie weet, komt hij nog met een aantal voorstellen over de brug, zodat jullie alsnog zijn zijde kunnen kiezen.' Gervaas van Praet gelooft het tegen beter weten in. Hij vraagt de Bruggelingen om ondertussen zorg te dragen voor zijn vrouw, zijn kinderen en zijn eigendommen die zich nog allemaal in de Burg bevinden. Iets wat de stedelingen hem ook stellig beloven. Ze hebben niets tegen hun burggraaf, wel alles tegen de persoon van Willem Clito.

 

Nog diezelfde maandag komen Etienne van Boelare en veertig van zijn ridders binnen te Brugge. Samen met de lokale adel wordt er een raid gepland op de eigendommen van Tancmaar van Straeten, het latere Varsenare. De stedelingen maken voor het eerst kennis met Dirk van de Elzas die binnengereden komt aan de zijde van Jan en Daniel van Henegouwen. Hij wordt hier op applaus onthaald en ontvangen als de enige echte graaf van Vlaanderen.

 

In de vroege dinsdagmorgen steken Tancmaar en zijn neven zelf hun eigendommen in brand. Beter dat dan de eer te laten aan de vijand. Galbert komt af met het nieuws dat Jan en Daniel eigenlijk zelf nog altijd geen manschap hebben afgelegd aan Dirk van de Elzas en dat ze zich momenteel beperken om de nieuwe te gaan voorstellen bij de diverse kastelen die Vlaanderen rijk is. Ze proberen het volk en de adel warm te maken voor deze Germaanse neef Dirk.

 

Jan en Daniel hebben daartoe de opdracht gekregen van Godfried van Lotharingen, beter bekend als Godfried met de Baard, de hertog van Leuven, markgraaf van Antwerpen en van het latere Brabant. Elke beslissing in verband met de aanstelling van Dirk van de Elzas zou blijkbaar van hem afhangen. Het feit dat Godfried van Lotharingen een trouwe vazal is van de keizer van Duitsland, bewijst nog maar eens hoe belangrijk het graafschap Vlaanderen eigenlijk is voor zijn buurlanden.

 

Nog diezelfde 27ste maart wordt Willem van Lo op vrije voeten gesteld. Je weet wel: de sterke man uit Ieper, die na de moord op graaf Karel als medeplichtige in het vizier kwam omdat hij toen door proost Bertulf naar voor geschoven werd als diens opvolger. Hij komt zijn services en die van zijn mannen aanbieden in Kortrijk. In Brugge en Gent is hij persona non grata geworden. Ik verneem trouwens dat hij ook de steun van de Engelse koning op zijn buik kan schrijven, want die is op zijn beurt voorstander van Arnold, de sterke man van Veurne, St.-Omer en van Broekburg.

 

In Brugge begrijpen er sommigen niet al te goed waarom Dirk van de Elzas naar voor geschoven wordt en waarom zij hier manschap moeten afleggen aan die vreemde man. Er zijn een aantal ridders uit Oostkerke die zelf naar Ieper trekken om zich solidair te tonen met Willem van Lo. De situatie is in elk geval warrig. Op vrijdag 30 maart lijkt er toch een doorbraak in de maak. Daniel en Jan en hun ridders komen naar Brugge met een onderling akkoord op zak dat de hele streek vandaag de keuze zal maken voor Dirk als graaf.

 

Het gezelschap nuttigt een avondmaal in de burcht bij de 'place des Arènes' en ondertussen verkiezen ze eensgezind Dirk van de Elzas als nieuwe graaf van Vlaanderen. Jan en Daniel van Henegouwen leggen er hun eed van trouw af in het gezelschap van iedereen. Er komt in elk geval een stuk menselijkheid terug. Ik ruik het in de eerste maatregel die door nieuweling Dirk wordt genomen: elk een die verbannen werd in de nasleep van de moord op Karel de Goede, mag zich (als hij dat durft tenminste) komen aanbieden bij zijn hof en krijgt recht op een nieuw en rechtvaardig proces, zoals dit hier in Vlaanderen altijd de gewoonte is geweest.

 

De nieuwe wind voelt zacht en zwoel aan. De graaf geeft aan iedereen, groot en klein, de kans om voorstellen te doen die de wetten en de jurisdictie van het land kunnen verbeteren. Alles wat bijdraagt tot de gewoonten, zeden en gebruiken van Vlaanderen is meer dan welkom. Wat een hemelsbreed contrast toch met wat er het voorbije jaar allemaal voorgevallen is. Dat valt Galbert trouwens ook op. Het is vandaag precies een jaar geleden dat Jan en Boudewijn van Aalst, Wouter van Vladslo en de andere prinsen van het land ingegaan waren op de vraag van de Franse koning Lodewijk de Dikke om Willem van Normandië aan te stellen als graaf en heer van Vlaanderen.

 

Een jaar later is er een grote stap gezet richting vernieuwing. Maar helemaal rond is de aanstelling van Dirk van de Elzas nog niet. Ik neem even poolshoogte in Ieper waar Willem van Lo spoedoverleg houdt in de lokale raadzaal. Een plaats die 'solarium' heet, laat Galbert van zijn tong rollen. Er is nog geen sprake van een lakenhalle, en het blijft helaas onmogelijk om die plek te lokaliseren. Het overleg tussen Willem en zijn baronnen spitst zich toe op één onderwerp: 'wat moeten en kunnen ze uitrichten tegen de nieuw verkozen graaf en tegen het volk en Brugge en Gent?'

 

Ik frons mijn voorhoofd bij de volgende passage. Humor is misschien aangewezen om het instorten van de plankenvloer in het Ieperse solarium te vatten. Is het aantal zwaarwichtige personen in de raadzaal te hoog? Galbert omschrijft het kurkdroog en laat deze keer de God waar hij zo sterk in gelooft buiten beschouwing.

 

'De plankenvloer begeeft het en sleurt iedereen die er zich bevindt een etage lager. Een onder hen bezwijkt bijna wanneer hij dreigt te verstikken onder het puin.' Hoe het afloopt, laat hij voorts in het midden. Een teken aan de wand zal het wel niet geweest zijn en of een teken aan de vloer ook zijn betekenis kan hebben, laat ik in het midden. Een Iepers standpunt blijft in elk geval voorlopig uit.

 

Op zaterdag 31 maart volgt de grote eedaflegging. De geestelijken en het volk keren terug naar de arena waar Dirk van de Elzas zweert op het zerk van de heilige Donaas. Jan en Daniel hebben zich tegenover het volk garant gesteld dat de nieuwe graaf geen beestigheden zal uithalen zoals de vorige en dat de nieuweling zich nu tenminste aan zijn afspraken zal houden. De Gentenaars en daarna de Bruggelingen zweren nu van hun zijde trouw en manschap aan graaf Dirk.

 

De eerste april gaan de inhuldigingsplechtigheden gewoon verder. De vasten is halfweg. Een wriemelende processie slingert zich door de Brugse Straeten richting de kerk van Sint-Donaas. Daarna volgt er een groot avondmaal voor de genodigden. Het eten staat te dampen in het huis van de graaf.

 

Er komt ook wat nieuws van Gervaas van Praet. Nogal wat Bruggelingen zijn toegewijd aan hun kasteelheer die vorig jaar zo resoluut hun zijde koos. Ze zouden hem maar al te graag willen zien terugkeren. Galbert plaatst daar een waarschuwende randbemerking bij. Niet iedereen is Gervaas goed genegen. Ze lopen er hier personen rond die zich tegen zijn terugkeer verzetten. Er is onderhuids een complot aan de gang met als gangmaker een zekere Wouter, een schoonbroer van zijn voorganger, kasteelheer Haket, die veel liever die laatste zou willen als lokale burggraaf.

 

Gervaas beslist om terug te keren naar zijn stad en legt er op maandag 2 april eed af tegenover Dirk van de Elzas. Zijn achterban van ridders en nogal wat Brugse volk wonen de ceremonie bij. Van Praet bevestigt met de hand op het hart dat hij zijn eerder afgelegde manschap aan Willem van Normandië herroept. Hij heeft lang zijn eed aangehouden. Maar de pairs van het land en de hele bevolking hebben de vorige graaf letterlijk uitgespuwd en veroordeeld. Hij was een leider zonder wetten en geloof, zonder Goddelijk recht en bediend door een achterban die nog altijd grote schade aan het aanrichten is in Vlaanderen.

 

Gervaas van Praet is resoluut terwijl hij zijn eed aflegt aan Dirk van de Elzas. Hij ontvangt hem met veel respect en affectie als legitieme en natuurlijke erfgenaam van dit land. Zo gaat het nog een tijdje verder, want ook al de leenmannen van Vlaanderen leggen op hun beurt de eed af. Het is een omslachtig gebeuren dat zowat de rest van de week in beslag neemt.

 

De 9de april komt er ook in Ieper schot in de zaak. Enkele Ieperlingen melden zich aan bij de zuilengalerij van zijn Brugse woning. Eigenlijk zouden ze Willem Clito willen verjagen uit hun stad. Als dat gebeurd is, zouden ze erg graag Dirk van de Elzas in zijn plaats willen zien komen en vragen ze meteen om beschermd te worden door zijn manschappen. De nieuwe graaf laat deze kans niet onbenut en al de volgende dag doet hij zijn blijde intrede in Ieper. Ik heb er het raden naar op welke manier de Ieperlingen ondertussen afrekenen met Willem van Normandië.

 

Galbert heeft me al de hele tijd verrast met vaak zeer precieze informatie uit zijn tijd. Maar nu slaat hij toch de bal mis. Eerst schrijft hij dat Dirk zich naar Ieper begeeft en in de volgende zin laat hij de graaf met de Bruggelingen er op uit trekken richting Aardenburg en Gistel om er af te rekenen met een vijandelijk gezind nest dat zich op verschillende plaatste verschanst ophoudt. De aangelegde versterkingen blijken bij nader inzien niet op een twee drie in te nemen. Halfweg de trip richting noorden, beslist het grafelijk gezelschap om op zijn stappen terug te keren.

 

Diezelfde dag arriveert er ook een boodschap van de koning van Frankijk. De klachten tegen Willem Clito dienen onderzocht te worden. Hij roept acht verstandige Bruggelingen en evenveel wijze kasteelheren bij zich zodat ze een getuigenis kunnen afleggen van wat er allemaal voorgevallen is onder zijn beleid. Hij en zijn pairs willen een onderzoekscommissie oprichten zodat er achteraf weer kan overgegaan worden tot een situatie van vrede tussen Frankrijk en Vlaanderen. Lodewijk de Dikke biedt zelfs een vrijgeleide aan zodat de Vlamingen in alle veiligheid de trip naar Arras kunnen ondernemen.

 

Wat moeten ze aanvangen met die brief uit Frankrijk? De Bruggelingen vertrouwen het zaakje niet helemaal. De keuze van Clito de vorige keer was oorspronkelijk als kosteloos aangekondigd, maar achteraf moest de bevolking dan toch nog duizend marken aan de koning ophoesten. Zuivere woordbreuk was het. En waarom zouden ze hem dit keer wel moeten geloven?

 

Ze doen nog eens een boekje open over het gepleegde verraad van de vorige graaf die hen zo schromelijk in de steek heeft gelaten. Hier in deze toestand van wetteloosheid wat Brugge als het ware verplicht heeft om Willem buiten te shotten. 'Hij heeft gehandeld tegen de wetten van God en heeft ons aan ons lot overgelaten. We hebben dus legitieme redenen gehad om hem uit ons land te verjagen.'

 

Al even legitiem is hun keuze voor Dirk van de Elzas. Hij is een terecht troonopvolger. Dirk is de zoon van de zus van graaf Karel, een trouwe en wijze man, opgegroeid en vertrouwd met de Vlaamse zeden en gewoontes. Waarom zouden ze zich dan nog moeten verantwoorden aan die vreemde Franse koning? Het Brugse antwoord laat niets aan onduidelijkheid over: 'we laten aan iedereen weten, zowel aan de koning als aan de prinsen dat ze niets in de pap te brokken hebben bij de aanstelling van Dirk van de Elzas als onze nieuwe graaf.'

 

Dat de Vlamingen in 1128 zich al zo duidelijk afzetten tegen opperleenheer Frankrijk, verbaast me enigszins. Galbert heeft geen glazen bol en weet dus nog niets van de eeuwen van streven naar onafhankelijkheid die Vlaanderen nog in het verschiet heeft. Het eerste orgelpunt, de Guldensporenslag van 1302, ligt te wachten in de coulissen van de geschiedenis om pas binnen twee eeuwen voltrokken te worden. En toch. In het begin van de 12de eeuw heeft de bevolking het toen al gehad met die Franse dominantie en hun zogezegde superioriteit. Ik blijf nog even hangen bij wat er geschreven staat. Of de graaf van Vlaanderen nu sterft met of zonder erfgenamen, het zullen altijd de Vlaamse pairs en de lokale burgers zijn die zijn opvolger zullen verkiezen. Die zal altijd afkomstig moeten zijn uit Vlaanderen zelf.

 

De nieuwe graaf van Vlaanderen zal zijn land vrijwaren als hoofdleenman van de koning van Frankrijk, maar ook niets meer dan dat. De Fransman kan niet de minste rechten doen gelden om ons in een of ander bestuur te wringen of om het aan de beste prijs te versjacheren.

 

Woensdag 11 april 1128. Het blijft onrustig in de streek. De neven van Tancmaar van Straeten ondernemen een raid tegen de Bruggelingen die in de buurt van de arena wonen. Ze stellen zich bijzonder uitdagend op tegen graaf Dirk en zijn ridders. Ze vallen de wachters van de kerk aan en de ridders die het aandurfden om op hun klaroenen te blazen, worden weggejaagd uit de stad. Ik vind het spijtig dat de schrijver nergens een idee geeft van de omvang van deze aanval. Het lijkt me in elk geval niet het werk van vier man met een paardenkop, maar integendeel het werk van een hele divisie ruiters die een flink uit de kluiten gewassen militaire actie uitvoeren.

 

De dapperste Brugse ridders vergezellen de burgers richting Gistel om er te onderhandelen met de geweldenaren. Zo glijdt de tijd verder tot dinsdag 23 april. De zondag na Pasen. Graaf Dirk onderneemt een actie in de regio van Rijsel waar hij zich meester maakt van de hele omgeving. Tijdens zijn afwezigheid heeft Brugge het weer vlaggen: Lambrecht van Vingenne, enkele van zijn ridders en de neven van Tancmaar, vallen nog maar eens Brugge binnen, waar ze grote schade aanbrengen aan de woning van Frumold de jonge, de secretaris van de graaf. De bewuste woning, ergens in de buurt van 'Berinchem', bevindt zich in een staat van bezetting. Dat is zowat alles wat ik te weten kom.

 

Willem van Normandië is nog niet uitgespeeld. Hij begeeft zich op diezelfde dinsdag naar Compiègne om er overleg te plegen met de Franse koning. 'Op welke manier kan hij zich opnieuw meester maken van Vlaanderen?' De top van de kerk wordt ingeschakeld. Meer bepaald Simon, de bisschop van Noyon, krijgt naast twee kostbare altaren meteen de vraag of hij de Vlamingen niet in de ban van de kerk wil slaan. Tenminste al diegenen die de zijde gekozen hebben van Dirk van den Elzas en Willem van Normandië zonder reden en op gewelddadige manier hebben afgezet. 'De bisschop heeft toch dat recht', vindt Clito. 'Is hij niet de grote baas en de verdediger van Gods kerken in Vlaanderen?' Het vervolg is al direct te merken. Er vertrekt een bisschoppelijke brief naar Gent met de mededeling dat alle kerkdiensten er met onmiddellijk ingang van zaken worden opgeschort.

 

Lambrecht van Aardenburg leeft ook nog altijd. Al twintig keer opgejaagd en dood verklaard. Maar hij is nog 'alive and kicking'. De hele tijd werd hij verdacht van betrokkenheid bij de moord op Karel. Hij werd eerder achterna gezeten, opgepakt, onderworpen aan de straf van het Godsoordeel waarbij hij vreemd genoeg de dans kon ontspringen tijdens de proef met het gloeiende ijzer. Niemand minder dan Dirk van de Elzas heeft hem nu vrijgepleit en sindsdien wil Lambrecht vooral vergelding tegen al diegenen die hem kwaad wilden berokkenen.

 

Die van Oostburg zijn dat. Lambrecht zoekt en vindt steun bij 3000 mannen uit de eilanden van de zee en plant een beleg van het stadje. Buurstad Aardenburg ziet het niet graag gebeuren en stuurt op zijn beurt een ridderleger met nogal wat voetvolk om de confrontatie aan te gaan met de troepen van Lambrecht. De burggraaf van Brugge, Gervaas van Praet, ziet de gevechten met lede ogen gebeuren. 'Waarom is dat nu nog allemaal nodig?' Hij en Dirk van de Elzas vragen het zich af.

 

Terwijl de twee partijen nu op komst zijn naar Oostburg, probeert Gervaas te bemiddelen. Maar Lambrecht wil van geen lievemoederen weten. Met duizenden vallen ze nu de vesting Oostburg aan. Er wordt met man en macht verdedigd. Galbert kleurt de gevechten weer op zijn typische manier. Hij heeft het over de troepenmacht van Aardenburg die onverwacht opduikt voor Oostburg en die de legers van Lambrecht compleet verrast. Een heel deel te voet. De rest te paard. Geschreeuw en eindeloos getier vult de zeelucht. Paniek alom. Het enige wat ze nog kunnen, is op de vlucht slaan.

 

Wapens en schilden worden hulpeloos weggegooid in een poging om zich zo snel mogelijk uit de voeten te maken. De mannen van Lambrecht worden nu op hun beurt achterna gezeten door de woeste bevolking van Oostburg en door de ridders van Aardenburg. 'Hun leiders worden in mootjes gehakt', lees ik tot mijn eigen verbijstering. Iedereen die wegrent, wordt koelbloedig afgemaakt. Het aantal gewonde en dode vrije mannen is amper te tellen.

 

Galbert merkt fijntjes op dat Lambrecht nu toch ook zijn verdiende dood sterft. Hij heeft in heel zijn getuigenverslag nooit zijn aversie voor de man kunnen verstoppen. Dat God hem daarbij nog gespaard heeft, ging zijn petje te boven. God had Lambrecht aanvankelijk vergeven voor zijn misdaad. Onbegrijpelijk toch! Maar nu komt Hij definitief terug op zijn beslissing. Ik laat alle verdere details rusten en concentreer me op de gebeurtenissen die er aan zitten te komen.

 

Een confrontatie tussen Willem van Normandië en Dik van de Elzas kan onmogelijk uitblijven. Tijdens de nacht van de tweede mei slagen een aantal Clitogezinden er in om zich te bevrijden uit een bezetting die door de Bruggelingen opgezet was. De uitbraak gaat gepaard met drastische vernielingen en vooral met vuur. Hele huizen en Straeten staan er in lichterlaaie. De Gentse burgers doen er alles aan om het vuur te bestrijden en worden daarbij gehinderd en aangevallen door de daders die er met hakbijlen en slingers rondzwaaien. Ik maak van dichtbij een tragische burgeroorlog mee waarvan ik vooraf al weet dat er geen winnaars zullen uit voort komen.

 

Diezelfde woensdag voert Gervaas in Vingenne het commando tegen een troepenmacht van Willem van Normandië. Die aanval loopt niet helemaal naar wens. Gervaas van Praet wordt zwaargewond afgevoerd, enkele van zijn mannen worden krijgsgevangen genomen. Hun kostbare elitepaarden veranderen van eigenaar.

 

'We zijn vandaag zaterdag 5 mei. Het is precies een jaar geleden dat de moordenaars van Karel de Goede berecht werden', overpeinzt Galbert. De voorbije week is Lambrecht gesneuveld in Oostburg. Hij, de zoon van Ledwif en met hem een aantal raadgevers die Dirk van de Elzas gepromoot hebben als nieuwe graaf. Er zijn extra problemen op komst voor Vlaanderen. De Franse koning is volop in gang geschoten om de aartsbisschoppen, de bisschoppen en de leden van de kerkelijke synodes op te trommelen voor een grootschalige overlegvergadering die zal doorgaan in Arras.

 

Ook de voornaamste abten zijn uitgenodigd, samen met de baronnen, de graven en de andere prinsen van het Frankrijk van die dagen. Het probleem op tafel is duidelijk: Vlaanderen heeft twee graven. Eén te veel dus en daar moet dringend een oordeel over geveld worden. Wie moeten ze afzetten en wie moeten ze als rechtmatige graaf installeren?

 

Ondertussen toert Dirk rond in het Rijselse en zoekt Willem zijn heil in Ieper. Het hele Vlaamse land is ten prooi gevallen aan roof en brand. Verraad, verkrachting en bloedvergieten als rode draad. Niemand kan nog zeker zijn van zijn of haar eigen leven. De 'fil rouge' van elke revolutie. Beide kampen wachten ondertussen met een bang hart de gebeurtenissen af. Eén van hen moet vrezen voor de eigen toekomst, want wat de keuze daar in Arras ook moge zijn, die zal zeker gevolgd worden door zware onlusten.

 

Een nieuwe soort van wetteloosheid valt als een deken over het land. De Vlaamse edelen hebben vorig jaar zo hun best gedaan om iedereen die al dan niet betrokken was bij de aanslag op Karel de Goede uit Vlaanderen te verbannen. Het machtsvacuüm in Vlaanderen zorgt er nu op zijn beurt voor dat ze allemaal terugkeren. Van wie zouden ze moeten bang zijn hier in dit verscheurde gewest?

 

Het is de eerste keer dat Dirk van de Elzas de stad van Rijsel aandoet. Hij krijgt er al onmiddellijk te maken met een echte heks. Leuk. Naast Galberts naïeve verhalen over God, kan er best nog eens iets bij over heksen. Er stijgt een mevrouw uit het water bij de brug waar Dirk overheen rijdt bij zijn aankomst in Rijsel. Het kan niet anders: dit is een onvervalste heks die de man van de Elzas ongevraagd besprenkelt met water. En onze nieuwbakken graaf, die wordt zo ziek als een hond. Ziek van hart en ingewanden staat er geschreven. Primperan en consoorten bestaan nog lang niet waardoor Dirk dagenlang gedegouteerd is van wat hij eet en drinkt.

 

'Het zal wel de schuld zijn van de heks', de redenering van die dagen is eenvoudig. Zijn lijfwachten gaan op zoek naar de schuldige vrouw, knopen haar aan handen en voeten vast aan een strozak en steken ze in brand. Wouter van Vladslo, fel gekant tegen Dirk van de Elzas, moet furieus zijn over deze barbaarse terechtstelling. Wie steekt er nu een vrouw in brand? Op de 9de mei volgt een al even brutale en barbaarse tegenreactie. De hele streek van Wijnendale wordt nu door hem en zijn manschappen platgelopen en in de as gelegd. Ook de mannen van Vingenne sluiten zich hierbij aan. De boerenhoven in het omliggende worden het slachtoffer van plunderingen en ontvoeringen.

 

De inwoners van Brugge reageren in paniek en graven in alle haast bijkomende stadswallen die ze beschermen met extra valkuilen en wachtposten. De landbouwexploitatie van Oostkamp (Orscamp) wordt zwaar beschadigd door de mannen van graaf Willem Clito. Op maandag 14 mei 1228 beginnen de inwoners van Brugge met een belegering van het plaatsje Vingenne. Aan weerszijden vallen er een groot aantal slachtoffers en zelfs enkele doden.

 

De 15de mei focussen de ridders van Willem zich op de aanvoerder die ze 'Proeco' noemen, vrij vertaald 'de burgemeester' van Oostkamp. Ze achtervolgen hem tot in de kerk van het stadje waar ze hem opsluiten om dan de poorten van het gebouw in brand te steken. De Bruggelingen reppen er zich gewapend naar toe. De vlammen slaan al door het dak van de kerk als ze arriveren en bij het zien van de overmacht van Willem van Normandië slaan ze gehaast op de vlucht. Ze kunnen echter niet vermijden dat er toch enkele Bruggelingen gevangen worden genomen.

 

Terwijl de graaf jacht maakt op de vluchtende Bruggelingen, kunnen de Oostkampse burgemeester en enkele van zijn getrouwen zich bevrijden uit de brandende kerk. Een van deze ridders wordt gevat, de rest stuift weg en probeert zich waar mogelijk te verbergen. Volgens Galbert hebben ze last van een slecht geweten. 'Hoe kwamen ze er toch bij om graaf Willem van Normandië te verraden?' Op 21 mei sijpelt er een bericht binnen uit Lens. De Franse koning zou halsoverkop gevlucht zijn uit Rijsel waar hij gedurende vier dagen een beleg aan het uitvoeren was op graaf Dirk van de Elzas.

 

In Gent valt er diezelfde dag wel erg bloederig nieuws te rapen. Daar hebben ze een heks opgepakt en haar de buik opengesneden om daarna met haar uitgerukte maag te paraderen door de Straeten van de stad. Er mankeert in het begin van de 12de eeuw toch nog een flink stuk beschaving als ik dit allemaal lees.

 

De 29ste mei heeft Willem een sterke groep ridders en het nodige voetvolk rond zich verzameld. Hij begint nu aan een belegering van Brugge. De aanval op de poorten en de stadsmuren is bepaald onstuimig. In beide kampen vallen meerdere doden en gewonden te betreuren. Met het invallen van de duisternis keert Willem Clito terug naar Jabbeke. De volgende morgen richt hij zijn vizier op de boeren van Oostkamp die door zijn ridders en zijn gewapend volk meegevoerd worden naar Wijnendale en Aardenburg.

 

Met Hemelvaartsdag, 31 mei, stuurt Willem een zeker monnik Basile vanuit Aardenburg naar Brugge met de niet mis te verstane boodschap dat ze daar zijn kant moeten kiezen. Basile wordt bij zijn aankomst prompt gevangen genomen door de mannen van Gervaas van Praet die gisteren teruggekeerd zijn van hun kamp in Broekburg. Aardenburg mag zich nu blijkbaar aan een Brugse tegenreactie verwachten want nog diezelfde dag is er sprake van het aanbrengen van allerhande versterkingen rond de stadswallen. Blijkbaar is Willem van Normandië van plan om zich hier in te graven.

 

Geen enkele landbouwer uit de streek is nog veilig, schrijft Galbert. Ze zijn allemaal op de vlucht geslagen en ze houden zich schuil in de bossen. Sommigen bevinden zich binnen de Brugse stadsmuren, maar ook hier kunnen ze amper spreken van een veilige situatie.

 

De terugkeer van de ridders van Gervaas, betekent hoe dan ook een kentering in de revolutie. De burgers staan er niet langer alleen voor. Tien dagen later kleurt de lucht helemaal open als graaf Dirk van de Elzas zijn opwachting maakt in de stad. Onderweg heeft hij schoon schip gemaakt in Gent en zijn omliggende gebieden. In Brugge wordt hij met grote blijdschap ontvangen.

 

Maandag 11 juni 1128. Enkele ridders en rovers uit het kamp van Willem Clito laten Jabbeke achter zich en maken zich met een foefje meester van de versterkte woning van een ridder die de zijde van Dirk van de Elzas heeft gekozen. Wie die ridder precies is, laat Galbert in het midden. Wat ik wel te weten kom, is dat zijn woning danig versterkt is en bovendien gevuld met eigendommen van Brugse burgers die deze plek uitstekend vonden om er hun rijkdommen in veiligheid te brengen. De eigenaar van de woning wordt zwaar aangepakt. Zijn huis wordt ingenomen. De reactie van Dirk van de Elzas volgt prompt. Met een massa volk gaat hij er de belegering aan en nog diezelfde dag volgt de herovering. De gewonde eigenaar brengt het er alsnog levend van af.

 

Diezelfde maandag zijn de ridders van Clito die zich in Aardenburg schuil hebben gehouden naar Jabbeke en Varsenare getrokken om er hinderlagen aan te leggen. Er worden nogal wat robbertjes uitgevochten in de wijde omgeving van Brugge. Graaf Dirk moet zowat overal zijn als ik Galbert mag geloven. De Clitogezinden steken ondertussen een huis in de buurt van de Burg in brand en vallen de burgers met een ongeziene gretigheid aan.

 

Gervaas van Praat komt tussen en dat was hoog tijd. Hij slaagt er in om twee kopstukken gevangen te nemen. Eén ervan is Wouter, een neef van Tancmaar. Gekend als aanstoker van de rellen tussen Tancmaar en Bouchard. Het waren deze rellen die de directe aanleiding vormden tot de moord op Karel de Goede. Nu ja. Veel zullen de Bruggelingen niet meer hebben aan deze Wouter want die blijkt dodelijk gewond te zijn.

 

De overwinning op de drieste schurken zorgt voor opluchting in Brugge. De mensen slaan met hun armen in het rond en weten met hun vreugde geen blijf. Eindelijk is er een einde gekomen aan al die pijnlijke terreur, die ravage en vernielingen die ze moesten ondergaan. Gedaan met moorden. Ze hebben Wouter eindelijk te pakken. Hij, de bron van alle kwaad in dit land. Hij, de reden waarom Karel werd omgebracht.

 

In Aalter gaat het er ook hevig aan toe. Het ridderleger en het voetvolk van Wouter van Zomergem leveren er zwaar strijd tegen de troepenmacht van Willem van Normandië. Ondertussen maken Jan en Daniel van Henegouwen vijftig ridders van de hertog van Leuven krijgsgevangen in de buurt van Rupelmonde. Diezelfde dag roepen de Ieperlingen heimelijk die van Brugge op om samen eens te praten over wat ze noemen 'de eer van het graafschap.' De 18de en de 19de juni komt er gevoelige versterking voor Dirk van de Elzas. Zijn broer Frederik is naar Gent gekomen met een flink leger. Huurlingen uit de omliggende landen slepen zwaar materiaal aan zodat een heel reeks woningen nu beter beveiligd kunnen worden.

 

Van Gent gaat het onmiddellijk richting Tillet waar de versterkte woning van ridder Folket in de tang wordt genomen. De volgende dag krijgen ze versterking van de Bruggelingen onder leiding van Gervaas van Praet. En met hen een onbestemd aantal Vlamingen die er de nacht rond de woning doorbrengen.

 

Willem Clito ziet de bui hangen. De overmacht waartegen zijn rechterhand moet opboksen is te groot. Hij ervaart het als een zware belediging dat het volk zich zo massaal tegen hem heeft gekeerd. Eigenlijk zou hij liever dood zijn dan dergelijk affront te moeten ondergaan. Willem wil als een waardig ridder sterven en verkiest hierbij om zijn eigen dood niet te ontzien. Op donderdag 21 juni begeeft hij zich naar de abt van Aardenburg. Een wijze en religieuze persoonlijkheid die hem de vergeving van zijn zonden aanbiedt en de eeuwige absolutie. Van zijn kant belooft de Normandiër aan God dat hij ondanks alles aan de kant van de kerk en de arme mensen zal blijven staan. Je moet het maar kunnen zeggen in het leven.

 

Ook zijn manschappen volgen het goede voorbeeld. Hun haren zijn kortgeknipt. Ze hebben zich ontdaan van hun normale kledij en staan nu in gewapend ornaat. Eerst nog een nederig schietgebedje voor God de vader want straks zullen ze deze overmacht moeten aanvallen. Ik vraag me trouwens af een 'schietgebed' een of andere militaire betekenis of achtergrond kan hebben in deze context.

 

Ik laat beter mijn filosofische beschouwingen achterwege en concentreer me op de confrontatie die meteen een einde zou moeten maken aan de Vlaamse burgeroorlog. De manschappen van Willem Clito stellen zich op in aanvalspositie. Op de top van een heuvelrug en met uitzicht op de tegenstrever. Drie infanterieformaties propvol ridders, Willem zal de eerste ervan aanvoeren. Graaf Dirk past zijn tactiek aan met die van de tegenstander. Hij en Gervaas zullen alvast één divisie leiden. De derde staat onder aanvoering van broer Frederik.

 

Er volgt een aanval met lansen en met zwaarden. Een kegelspel in het groot, met velen die neervallen. Een strijd tot ter dood. De getrouwen van Clito willen liever sterven dan verjaagd te worden uit het graafschap Vlaanderen. Galbert brengt trouw verslag uit. De Rudi Vranckx van zijn tijd. Tijdens de eerste clash staat Daniel aan de zijde van Dirk en vechten ze samen tegen het bataljon van graaf Willem. Richard Woldman, de neef van Tancmaar, wordt krijgsgevangen genomen. De confrontatie ontaardt gaandeweg in een regulier zwaardgevecht.

 

Het bataljon van Willem van Normandië begint te plooien en slaat op de vlucht. Gevolgd door Daniel en zijn groep, maar die vallen op hun beurt in een hinderlaag wanneer ze plots in de rug aangevallen worden door de tweede divisie van het vijandelijk leger en zich nu zelf in de tang geplaatst zien. Een nederlaag is dichtbij. De ridders van graaf Dirk gooien hun harnassen opzij en slaan naakt op de vlucht. Slechts tien onder hen blijven bij graaf Dirk. Ze gooien hun maliënkolder van hun schouders en vluchten te paard zover en zo snel als ze kunnen. Galbert is best weer liederlijk in zijn oorlogsverslag: 'Graaf Willem heeft de vrucht van de overwinning behaald.' Een deel van de vijand wordt gedood en de rest krijgsgevangen genomen.

 

Het is al volop nacht als Dirk van de Elzas binnendruipt in Brugge. De Brugse vrouwen barsten in tranen uit als ze horen wat er hun mannen overkomen is. Hun echtgenoten zijn dood. De zonen huilen om hun gesneuvelde vaders. De dienaars en laten treuren om hun meesters. Ze leveren zich de hele nacht en de volgende dag over aan een bedroevend spel van tranen en zuchten. Uiteindelijk gaan ze met zijn allen naar het slagveld op zoek naar hun geliefden. Hier moeten ze ergens liggen in de modder. Tot hun verbijstering komen de wanhopige nabestaanden oog in oog te staan met de soldaten van Clito en worden velen onder hen op hun beurt in de boeien geslagen.

 

Er moet uiteindelijk heel wat zilvergeld aan te pas komen om iedereen weer vrij te krijgen. Het lijkt er sterk op dat het land nogmaals kaal geplukt wordt, merkt de schrijver op. Graaf Willem buigt nu nederig neer voor zijn God. 'Merci man', lijkt hij te zeggen. De wapenuitrusting is afgezet. Idem dito trouwens bij Dirk van de Elzas. Ook hier gaan de haren eraf en wordt er stilletjes om penitentie gebedeld bij 'Heere God'.

 

Na de zware tol van verliezen en ravages is het hoog tijd om ten processie te trekken. Kruisbeelden en de relieken van alle mogelijke heiligen worden naar de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Brugge meegezeuld. Een hele hoop priesters, deken Tancmaar, Eggard, Siegbod, Herbert, Frumold senior en uiteraard ook Dirk van de Elzas. Er wordt met veel bombarie een 'nominale' excommunicatie uitgesproken over het hoofd heen van Willem van Normandië. De ruggen worden gerecht. Niemand wil beroofd worden van zijn rechtmatige erfenis. Vlaanderen is van hen en kan nooit bij deze Fransman behoren. Met wat hulp uit Ieper zullen ze samen de bakens verzetten.

 

Ik laat Galberts bizarre verhaal over een of ander vallend kruisbeeld achterwege en verplaats me naar Oostkamp waar Willem van Normandië op 4 juli begint aan een belegering van het stadhuis. Met een omvangrijk leger. Voorzien van het nieuwste en het beste wapentuig van die dagen. Trekkers, blijdes en steenwerpers. Graaf Dirk, de Bruggelingen en de Vlamingen hebben zich in de onmiddellijke nabijheid van het stadhuis opgesteld in de grachten en de hagen. Ze worden daarbij ondersteund door een zeker Arnold Wineth.

 

Een rivier scheidt beide formaties en beschermt de oostkant van het stadhuis. Willem wil een doorbraak forceren aan de andere zijde waar ik een afwisseling gadesla van versterkte hagen en grachten. De clash zorgt weer al een keer voor veel doden en gewonden. Het stadhuis en de verdedigende gordel blijven echter overeind. De vijand sleept houten gevechtstorens aan waarbij hardnekkig en krampachtig gevochten en gezwoegd wordt om toch maar de toegang tot de Oostkampse vesting te kunnen forceren.

 

Er staat een krachtige westenwind die blaast in de richting van de belegeraars. Willem laat balen hooi aanslepen, gedroogd gras, riet en verdorde struiken in een poging om de grachten te vullen en zo aan de andere zijde te geraken. De belegerden vinden er niets beter op dan vet en vuur te gooien op het hooi, waardoor de gracht en de houten gevechtstorens opgeslokt worden door de vlammen en een bijtende rook die al diegenen op en rond de houten vehikels doodt of bewusteloos achterlaat. Die forse wind en een regen van pijlen zorgen voor de rest terwijl het heen en weer hakken en slaan van lansen en zwaarden onverstoord verder gaat.

 

De slag duurt zes lange dagen. Zes. De hele tijd wordt er in alle hevigheid gevochten. Beide partijen elk voor wat ze waard zijn. Met de gebruikelijke reeks uitvallen van de belegerden. De rivier die beiden scheidt, is behoorlijk diep. De soldaten van Willem van Normandië zoeken de hele tijd de best doorwaadbare plaatsen waar ze bij voorkeur kunnen oversteken. Ze snakken er naar om van man tot man te kunnen vechten in de wetenschap dat ze een numeriek overwicht hebben.

 

De zesde dag, dat is maandag 9 juli 1128. Het loopt al tegen de avond. Willem beseft dat ze nog geen kloten vooruit geraakt zijn. Het wordt tijd voor ingrijpende maatregelen. Vierhonderd mannen worden nu gelijktijdig ingezet om in één beweging een ondiepe plaats in het water over te steken. Aan de overkant slagen ze er deze keer wel in om zware schade toe te brengen aan de woning van ridder Anshold en die van zijn broer en zijn zussen. Korte metten zijn het geweest en daarna laat hij zijn leger vertrekken van de plek.

 

De Bruggelingen zijn duidelijk het noorden kwijt na dit blitzoffensief van de vijand. Ze slaan op de vlucht in de richting hun thuisstad. De mensen van de streek zijn in paniek. Met hun hebben en houden, met hun vee en hun meubelen reppen ze zich eveneens naar het centrum. Brugge beleeft een verschrikkelijke nacht. Vol van terreur en van angst. Er wordt niet geslapen. De monniken van Sinte-Gertrudus die een kapel bezitten in de buurt van Oostkamp, worden van hun eigendommen beroofd. Na de doortocht van de vijand schiet er geen boek meer over. Zelfs de offerkelk is verdwenen, Galbert voelt er zich duidelijk niet goed bij.

 

'Hebben de Bruggelingen er wel goed aan gedaan om Willem van Normandië de rug toe te keren?'. Galbert schuift de hete aardappel door naar God, het heilig wezen waar hij zo rotsvast in gelooft. Hij moet ook al niet te gelukkig zijn met wat ze hier allemaal uitgespookt hebben. Terwijl ik hier in de 21ste eeuw ervan overtuigd ben dat het niemand een barst kan schelen als mensen elkaar koelbloedig naar het leven staan, legt mijn schrijver het oorzakelijk verband van de zware repressie die Brugge nu moet ondergaan rechtstreeks bij God.

 

En ook de priesters hebben boter op het hoofd. 'Ze moesten maar die excommunicatie achterwege gelaten hebben, claimt Galbert. Door de ene graaf te hebben willen vervangen door een andere, hebben we de dood van ontelbaar aantal mensen op ons geweten. Nu moeten de inwoners en de priesters samen vechten in de wetenschap dat God er maar het Zijne van denkt.

 

Er komt een einde aan mijn spirituele beschouwingen als Galberts dagboek me er op wijst dat de tijd ondertussen doorgeschoven is naar woensdag 11 juli. Christian van Gistel en de broers van Wouter zijn op komst naar Brugge waar ze zich vrijwillig als gevangenen aanbieden aan Willem Clito en zo borg willen staan voor hun zwaar gewonde broer die ze in ruil mogen afvoeren. Zijn medische toestand is in elk geval zorgwekkend. Zoals ze hem zien wegkwijnen, lijkt het er op dat hij stervende is.

 

Zal er dan nooit een einde komen aan dit geweld? De hertog van Leuven begint op 12 juli aan het beleg van Aalst. Hij krijgt daarbij de hulp van 400 ridders uit het kamp van graaf Willem. In Brugge wordt er danig gefantaseerd en worden de wildste verhalen verzonnen rond de bewuste confrontatie. Ze hebben er trouwens nog andere katten te geselen.

 

Een watermolen heeft het begeven en het water van de slotgracht rond de Burg en de stadsgordel vloeit nu rijkelijk in de binnenstad. Grote zorgen dus voor de Bruggelingen die massaal proberen het water te stutten. De inwoners zijn er zeker van dat hun watermolen gesaboteerd werd door de vijand. Iedereen heeft zo zijn eigen waarheid. Het enige wat Galbert met zekerheid kan vertellen, is dat de burgers nogmaals hun duit in het zakje moeten doen om geld te sturen naar Dirk van de Elzas. Alleen zo kan hij zijn militaire slagkracht versterken. Ook in Gent is de nood hoog. Jan, Daniel en graaf Dirk ondergaan in Aalst een forse belegering tegen een geoefend leger.

 

27 juli 1128. Daar is Galbert weer met zijn God. Diezelfde 27ste transformeerde Jezus ooit in een licht uitstralende God. Op de berg Thabor in het latere Israël. Ik moet dringend iets doen aan mijn kennis van de gewijde geschiedenis. Het kan geen toeval zijn dat God op krak diezelfde dag een einde maakt aan deze verschrikkelijke burgeroorlog hier in Vlaanderen.

 

Willem van Normandië is er de dupe van. Tijdens de aanval op de burcht van Aalst wordt hij van zijn paard geslingerd en ziet hij zich verplicht om te voet verder te vechten. Hij wordt daarbij door een tegenstander in de palm van zijn hand geraakt. Eén welgemikte slag van het zwaard gaat vervolgens los door de arm van Willem Clito.

 

De hand is er af, zijn sterven is nu nog een kwestie van minuten. Zijn ridders brengen hun stervende heer nog in veiligheid, gebaren ondertussen van kromme haas en vechten verder alsof er niets gebeurd is. Dat kost wel de nodige moeite. Ze mogen niet rouwen, niet huilen, want de vijand mag niet op de hoogte gebracht worden van de dood van de aanvoerder van hun tegenstrever.

 

Uiteindelijk komt het slechte nieuws dan toch boven water. De hertog van Leuven wil onderhandelen met graaf Dirk. Hij wil een vrijgeleide om zonder verdere tegenstand te vertrekken. Vechten heeft geen enkele zin meer. Willem is dood. De gravenkwestie is direct van de baan. Het probleem heeft zich vanzelf opgelost. Beide partijen gaan uiteen. De enen om hun befaamde en dappere oorlogsheld te bewenen, de andere zot van blijdschap en wat gevoelloos treiterend met de treurende tegenstanders.

 

Het nieuws van de dood van Willem van Normandië verspreidt zich als een lopend vuur door Vlaanderen. De mannen die hem ooit van dichtbij of van ver hebben gesteund, zoeken veiligere regionen op. Het lichaam van Clito wordt in een kist gelegd en naar St.-Omer overgebracht waar hij met alle treurnis en geweeklaag vandoen begraven wordt. Dirk van de Elzas zorgt nu voor de rest. De rekeningen zullen nu cash en contant betaald moeten worden. Wie ooit achter Clito stond, krijgt bezoek en mag zich verwachten aan de verwoesting van landerijen en eigendommen. Zelf worden ze gevangen genomen en gedood. Met uitzondering van diegenen die bereid zijn hun leven af te kopen tegen de betaling van pakken zilvergeld.

 

Op zondag 29 juli arriveert graaf Dirk in Ieper. Zijn imposant ridderleger neemt de stad in. Ietwat noordelijker, in Brugge, trekken de lokale ridders en de stedelingen richting het dorp van Ruddervoorde waar ze de huizen in brand steken.

 

De Bruggelingen beschouwen de dood van Clito als een geschenk van God. De tierelantijntjes van Galbert in dat verband beginnen ondertussen danig op mijn zenuwen te werken. Lambrecht van Ruddervoorde, Lambrecht van Vingenne, enkele mannen van Folket en Tillet en enkele resterende medestanders van de gedode Willem Clito trekken zich terug in de stad van Wijnendale.

 

Er zijn nogal wat Ieperlingen die de hele tijd aan de zijde van Willem zijn blijven staan. Samen met Isaak blijven ze zich verzetten tegen de troepen van Dirk van de Elzas. Ter hoogte van Voormezele graven ze zich in en komt het nog maar eens tot een veldslag. Galbert laat me in het ongewisse over het verloop ervan, maar het is me al lang duidelijk dat de overwinnaar al bij voorbaat bekend is.

 

Zie maar! Na de dood van Willem van Normandië, regeert markies Dirk van de Elzas voortaan over het graafschap Vlaanderen. Tijdens zijn doortochten in Arras, Terwaan, St.-Omer, Rijsel en Ariën aan de Leie wordt hij door de geestelijken en het volk met respect en conform de geplogenheden ontvangen. Overal worden er nu de nodige eerbewijzen en manschap afgelegd. Van de Elzas kan nu officieel op bezoek bij de koningen van Frankrijk en Engeland waar hij publiekelijk de beschikking krijgt over alle leengebieden van Vlaanderen. 'En dat allemaal dankzij de vrome Karel de Goede.' Galbert mijmert nog een laatste keer over zijn gewezen vriend en graaf.